Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Betreft
Algemene gegevens
Vakbouw 8 B.V. 17-08-2018
8
Statutair gevestigd te: Werkendam
Kantoorhoudende: Laan van Welgelegen 16,
4251 KN Werkendam
Handelsregisternummer: 17285942
17-08-2018
8
Vakbouw 8 is opgericht ten behoeve van en hield zich bezig met een project te
Oostvoorne. Dit project bestond uit de ontwikkeling van een compleet nieuwe
woonwijk aan de Voorweg/Hoefweg te Oostvoorne, welke nieuwe wijk
genaamd is "5 Bladeren". In deze nieuwe wijk zouden 109 nieuwe huizen
gebouwd worden. Dit betrof dan zowel rijtjeshuizen als tweeonder-een-kap
woningen, tevens patiobungalows en vrijstaande huizen. Daartoe moest
Vakbouw 8 allerlei gronden verwerven, zowel van particulieren als van
overheden, de woonwijk ontwerpen en vervolgens contracten sluiten met
degenen, die de huizen moesten bouwen en degenen, die deze huizen zouden
gaan kopen.
In de periode tot aan medio 2014 zijn er in totaal 89 van de 109 huizen
gebouwd.
17-08-2018
8
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
2010
2011
2014
0
Toelichting
Bij Vakbouw 8 waren er gedurende de gehele periode geen werknemers in
dienst. Kennelijk werden die ingehuurd of ingeleend van Vakbouw Beheer, de
inmiddels failliete andere vennootschap van de Vakbouw Groep.
17-08-2018
8
€ 295.865,30
17-08-2018
8
€ 601.184,88
Toelichting
Door de verkoop van twee onroerende zaken (Beukenblad 3 en Berkenblad 1)
is het boedelsaldo toegenomen.
11-03-2019
9
€ 577.259,17
Toelichting
Door voldoening van faillissementskosten (salaris curator) is het saldo nu
bijgesteld op €577.259,17.
01-10-2019
10
€ 545.635,61
09-04-2020
11
€ 545.640,23
Toelichting
er is een klein bedrag aan rente bijgeschreven (€ 4,62)
16-10-2020
12
€ 381.109,61
Toelichting
19-10-2021
14
Verslagperiode
In de verslagperiode heeft een correctie plaatsgevonden met betrekking tot de
verantwoording van BTW-bedragen over opbrengsten. Het gaat om €
66.650,01 (BTW-opbrengst Elzenblad 1) en € 47.207,27 (BTW-opbrengst
Berkenblad 1), bij elkaar € 113.857,28. Deze BTW opbrengsten zijn gestort op
de depotrekening bij de notaris, waar overigens ook de netto-opbrengsten
van Elzenblad 1 en Berkenblad 1 zijn gestort. Over deze netto-opbrengsten
wordt geprocedeerd (zie hierna hoofdstuk3.2 en 7.6 en 9)
€ 372.456,51
14-04-2022
15
€ 352.957,13
14-10-2022
16
€ 351.143,40
11-04-2023
17
€ 285.462,21
10-04-2024
19
€ 285.451,71
10-10-2024
20
€ 248.859,43
02-04-2025
21
€ 248.848,03
02-10-2025
22
€ 248.838,53
01-04-2026
23
van
8-11-2017
t/m
17-8-2018
17-08-2018
8
van
8-9-2018
t/m
11-3-2019
11-03-2019
9
van
11-3-2019
t/m
01-10-2019
10
30-9-2019
van
1-10-2019
t/m
9-4-2020
09-04-2020
11
van
10-4-2020
t/m
12-10-2020
16-10-2020
12
van
19-4-2021
t/m
19-10-2021
19-10-2021
14
van
20-10-2021
t/m
11-4-2022
14-04-2022
15
van
13-10-2022
t/m
10-4-2023
11-04-2023
17
van
11-4-2023
t/m
8-10-2023
10-10-2023
18
van
9-10-2023
t/m
8-4-2024
10-04-2024
19
van
9-4-2024
t/m
7-10-2024
10-10-2024
20
Bestede uren
Toelichting bestede uren
van
8-10-2024
t/m
1-4-2025
02-04-2025
21
van
2-4-2025
t/m
1-10-2025
02-10-2025
22
van
2-10-2025
t/m
31-3-2026
01-04-2026
23
VerslagperiodeBestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
Bestede uren in verslagperiode 8 (november 2017 - 17 augustus 2018): 107,9.
Deze uren zijn in het totaal van 1.247,70 verwerkt.
17-08-2018
8
bestede uren in verslagperiode 9 (18 augustus 2018 - 10 maart 2019): 74,4.
Deze uren zijn in het totaal van 1.322,10 verwerkt.
11-03-2019
9
bestede uren in verslagperiode 10 (12 maart 2019 - 30 september 2019):
72,6. Deze uren zijn in het totaal verwerkt
01-10-2019
10
in de periode 1 oktober 2019 - 9 april 2020 zijn 9:54 uur besteed 09-04-2020
11
in de periode 10 april 2020 - 12 oktober 2020 zijn 2:24 uur aan het
faillissement besteed.
16-10-2020
12
In de periode 19 april 2021 - 19 oktober 2021 zijn 24:12 uur aan het
faillissement besteed.
19-10-2021
14
In de periode 20 oktober 2021 - 10 oktober 2022 zijn 76:00 uur aan het
faillissement besteed.
14-10-2022
16
In de periode 10 oktober 2022 tot en met 10 april 2023 zijn 62,3 uur aan het
faillissement besteed.
11-04-2023
17
1. Inventarisatie
De vennootschap Vakbouw 8 werd opgericht op 15 juli 2010.
Oprichter was Vakbouw Holding B.V. (handelsregisternummer 17285895),
gevestigd te Werkendam en aldaar (ook) kantoorhoudende aan de (4251 KN)
Laan van Welgelegen 16.
Het maatschappelijk kapitaal bestond uit 90.000 aandelen van elk € 1
nominaal. Bij oprichting werden 18.000 aandelen geplaatst en, volgens de
oprichtingsakte, in geld volgestort. Vakbouw Holding werd de enig
aandeelhouder en is dat al die tijd gebleven.
Vakbouw Holding werd bij de oprichting ook tot (enig) bestuurder benoemd en
is dat ook gebleven.
Vakbouw 8 en Vakbouw Holding maken deel uit van een conglomeraat aan
vennootschappen, tezamen ook wel aangeduid als de Vakbouw Groep.
De Vakbouw Groep hield zich bezig met projectontwikkeling in de ruimste zin
des woords. Enig aandeelhouder van dit deel van de Vakbouw Groep is de
heer G. Visser jr., die middels zijn persoonlijke houdstermaatschappij 3V
Holding B.V. alle aandelen houdt in Vakbouw Beheer B.V., die op haar beurt
alle aandelen houdt in een drietal dochtermaatschappijen.
17-08-2018
8
1.2 Lopende procedures
Vakbouw Beheer B.V. is op 7 juli 2015 door de rechtbank te Breda, op eigen
verzoek, evenzeer in staat van faillissement verklaard. Mr H. de Crom te
Oosterhout werd tot curator benoemd.
Voornoemde vennootschap van G. Visser jr., te weten 3V Holding, is middels
haar dochtervennootschap Vakbouw Vastgoed Beheer B.V. in feite voor 50%
aandeelhouder van Vakbouw Holding. Want Vakbouw Vastgoed Beheer B.V.
heeft 49,5% van de certificaten in Stichting Administratiekantoor Vakbouw
Holding (verder: "de STAK" die 99% heeft van de aandelen in Vakbouw Holding
B.V. De andere 0,5% heeft Vakbouw Vastgoed Beheer B.V. rechtstreeks in
Vakbouw Holding B.V.
Hetzelfde geldt voor DC Berkel Holding B.V., die middels haar
dochtervennootschap DCB Projecten B.V. voor 49,5% deelneemt in de
certificaten van de STAK en daarnaast ook voor 0,5% direct in Vakbouw
Holding. In Vakbouw Holding B.V. wordt dus gelijkelijk geparticipeerd door 3V
Holding en DC Berkel Holding.
Bestuurder van de STAK is mr Van den Ende, tevens advocaat te Rotterdam.
Vakbouw Holding werd opgericht op 14 januari 2010. Vanaf 20 augustus 2010
was daarvan bestuurder Vakbouw Vastgoed Beheer B.V., de (indirecte)
medeaandeelhouder, terwijl vanaf 13 augustus 2014 eveneens bestuurder
was: de heer W.H.C. Nunnikhoven. Nunnikhoven is op 10 september 2015 als
bestuurder van Vakbouw Holding teruggetreden. Op die datum is in zijn plaats
benoemd: de heer F. Meijer.
Bij vonnis van 23 mei 2017 zijn de besloten vennootschappen:
Vakbouw I B.V.; en
Vakbouw II B.V.; en
Vakbouw III B.V.
in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr M. Pellikaan
tot rechtercommissaris en mrs J.L. de Crom en B.F. Louwerier tot curator.
Mr M. Pellikaan is inmiddels ook in het faillissement van Vakbouw 8 B.V.
tot rechtercommissaris benoemd (in plaats van mr H.W.P.J. Hopmans).
Inmiddels is mr Pellikaan gedefungeerd en mr M.D.E. Leppens als rechter-
commissaris benoemd.
19-10-2021
14
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
Ten tijde van het verlenen van de voorlopige surseance van betaling was
aanhangig het door Fraanje geëntameerde kort geding (zie hiervoor sub 5.14).
In dat kort geding is vonnis gewezen. Tegen die uitspraak is geen hoger
beroep ingesteld.
Daarnaast heeft Fraanje voor haar vordering een geschil aanhangig gemaakt
bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht. Zij heeft in dat geschil een
zogeheten "memorie van eis tot het pro forma aanhangig maken van een
arbitraal geschil" genomen. De Raad van Arbitrage voor de Bouw heeft de
advocaat van Fraanje doen weten dat hij uiterlijk 18 juli 2016 moet berichten
over voortzetting van het geschil.
De beslagleggende kopers van woningen zouden na hun beslagleggingen
procedures aanhangig hebben moeten maken ten einde een titel voor hun
vorderingen te krijgen. Het is de curator thans (nog) niet duidelijk waar die
procedures precies aanhangig zijn. De beslagen op de woningen zijn
opgeheven in verband met het faillissement (artikel 33
Fw). Dit was nodig in verband met de beoogde verkoop en levering van diverse
percelen.
Door Vakbouw 8 is op 10 februari 2015 een procedure aanhangig gemaakt
tegen, kort gezegd, kopers van een huis. Vakbouw 8 is van mening dat de
betreffende akte van levering (van december 2014) vernietigbaar is en heeft
die dan ook buitengerechtelijk vernietigd. Vakbouw 8 eist teruglevering van de
woning. Aan de zijde van de kopers werd verweer gevoerd. De procedure was
aanhangig bij de rechtbank te Rotterdam. De zaak is naar de parkeerrol
gegaan en inmiddels doorgehaald.
In het kader van de asbestproblematiek heeft de gemeente Westvoorne
allerlei beslissingen
genomen, al dan niet voorzien van een last met dwangsommen. Zijdens
Vakbouw 8 is hiertegen, vóór faillietverklaring, bezwaar gemaakt. Bezien zal
worden of en in hoeverre deze procedures al dan niet dienen te worden
voortgezet. Inmiddels (augustus 2018) zijn deze procedures krachtens
afspraken met de gemeente, beëindigd.
17-08-2018
8
Vakbouw 8 had geen eigen kantoorpand. Naar de curator heeft begrepen was
het kantoor van Vakbouw 8 (aan de Laan van Welgelegen te Werkendam)
gehuurd van (een vennootschap van) de vader van G. Visser jr., maar die huur
zou op enig moment zijn beëindigd. Wat er aan administratieve bescheiden
was is toen, zo heeft men de curator meegedeeld, in een achttal dozen
overgebracht naar het kantoor van mr Van den Ende te Rotterdam, de
bestuurder van de STAK. De curator heeft die acht dozen met bescheiden daar
doen ophalen. Die bevinden zich thans onder hem.
17-08-2018
8
1.5 Oorzaak faillissement
Volgens de directie van Vakbouw 8 is de oorzaak van de deconfiture gelegen in
externe en interne oorzaken. De externe oorzaak zou zijn dat de crisis op de
huizenmarkt voor het betreffende project "5 Bladeren" weliswaar later
ontstond dan de algehele crisis in de huizenmarkt, maar vanaf medio 2013 ook
ten aanzien van dit project merkbaar was. Er werden geen huizen meer
verkocht. Besloten is toen om dan ook niet langer voort te gaan met bouwen.
Er waren dus lagere opbrengsten door verkoop, maar wel hogere kosten.
Naast de financieringslasten waren er extra kosten om de verkoop te
stimuleren. Daarnaast besloot Vakbouw 8 op enig moment om ten aanzien van
kopende partijen zich te verplichten hun (bestaande) huizen in te kopen. Op
deze inruilwoningen werd vervolgens ook verlies geleden.
Daarnaast kwam dat in de loop van 2014 zowel de heer G. Visser jr. als een
andere belangrijk persoon, beide primair betrokken op het betreffende project,
arbeidsongeschikt zijn geraakt en dat ook zijn gebleven. Hierdoor vielen twee
belangrijke mensen weg, die het project moesten "trekken".
Vervolgens is besloten een andere directeur, de heer Nunnikhoven, per 13
augustus 2014 aan te stellen als interim bestuurder voor Vakbouw Holding en
de daaraan gelieerde vennootschappen. Die werd gehandicapt door de
afwezigheid van de arbeidsongeschikte personen. Bovendien werd hij al snel
geconfronteerd met allerlei geschillen met aannemers en bovendien bleek dat
de nodige kavels op het project vervuild waren geraakt met asbest.
In feite kwam het project vanaf medio 2014 stil te liggen. Er waren toen 89 van
de 119 huizen gebouwd (enkele onverkocht), en er moesten nog zo'n 20
woningen worden gebouwd. Toen in de loop van 2015 allerlei crediteuren
lastig werden en dreigden met faillissementsaanvragen is besloten voorlopige
surseance aan te vragen, welke is verleend op 8 juli 2015.
Mr H.W.P.J. Hopmans werd tot rechter-commissaris benoemd en mr L.B.A. van
Logtestijn werd aanvankelijk tot bewindvoerder benoemd. Op eigen verzoek
werd die nog dezelfde dag ontslagen en werd mr M.J.M. Franken, advocaat te
Breda, tot bewindvoerder benoemd.
Op verzoek van de bewindvoerder en met instemming van Vakbouw 8, is de
rechtbank op 16 juli verzocht de voorlopig verleende surseance van betaling in
te trekken. Dat heeft de rechtbank dezelfde dag gedaan en bij dezelfde
beslissing is Vakbouw 8 in staat van faillissement verklaard. Mr H.W.P.J.
Hopmans bleef rechter-commissaris en mr M.J.M. Franken werd tot curator
benoemd. Tevens werd bepaald dat er een afkoelingsperiode voor een periode
voor twee maanden zou gelden. Op 23 december 2015 is mr Franken op eigen
verzoek ontslagen als curator en in zijn plaats aangesteld mr B.F. Louwerier,
advocaat te Breda.
Inmiddels is mr H.W.P.J. Hopmans uit zijn functie van rechter-commissaris
ontheven en mr M. Pellikaan in zijn plaats als rechter-commissaris benoemd.
17-08-2018
8
Inmiddels is mr Pellikaan als rechter-commissaris gedefungeerd en mr M.D.E.
Leppens als rechter-commissaris benoemd
19-10-2021
14
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
2. Personeel
Personeelsleden
0
Toelichting
Bij Vakbouw 8 waren geen werknemers in dienst.
17-08-2018
8
3. Activa
Vakbouw 8 was ten tijde van het faillissement nog eigenaar van een groot
aantal kavels onbebouwd onroerend goed. Deels zijn die bestemd om daarop
de resterende 20 huizen te bouwen. Deels moeten die ook aan de gemeente
Westvoorne (waar Oostvoorne deel van uitmaakt) geleverd worden,
respectievelijk met deze gemeente geruild worden voor percelen grond, die
nog nodig zijn voor de bouw van de resterende 20 woningen. Bovendien zijn
voor de bouw van die resterende woningen nog wat percelen grond nodig die
toebehoorden aan Vakbouw I B.V. Dit is een dochtervennootschap van
Vakbouw Beheer B.V. en inmiddels (augustus 2018) ook gefailleerd.
Daarnaast was er een perceel Bouwgrond, gelegen aan de Voorweg in
Oostvoorne, waarop een hypotheek rustte van € 400.000. De
hypotheekhouders hebben dit perceel grond uit de boedel overgenomen voor
genoemd bedrag van € 400.000 tegen betaling van een boedelbijdrage van €
18.755 (incl BTW).
Voorts waren er nog drie nieuwe woningen eigendom van Vakbouw 8, die wel
gebouwd, maar ten tijde van het uitspreken van het faillissement nog
onverkocht waren. Op één van die woningen rust retentierecht van de
aannemer. De curator heeft de zaak overeenkomstig artikel 60 lid 2 Fw
opgeëist. Hieromtrent is een kort geding gevoerd, maar inmiddels (augustus
2018) hebben partijen een regeling bereikt.
In 2017 heeft de curator met toestemming van de rechter-commissaris verder
een bestaande woning verkocht, te weten "de oude slagerij" (Voorweg 55).
Deze verkoop had de nodige voeten in de aarde omdat daarvoor ook een
grondruil moest worden gerealiseerd met een naastgelegen perceel. De
17-08-2018
8
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
uiteindelijke verkoopopbrengst van Voorweg 55 bedraagt € 312.976,25. De
boedel van Vakbouw 8 B.V. heeft aan de verkoop van Voorweg 55 een bedrag
overgehouden van € 35.473,62 (incl. BTW) ten titel van boedelbijdrage.
Ook de nieuwe afgebouwde woning gelegen aan Elzenblad 1 is inmiddels met
toestemming rechter-commissaris verkocht en geleverd. Dit moest tezamen
met de failliete boedel van Vakbouw I gebeuren aangezien Vakbouw I
eigenaar was van een stuk bouwgrond waarop de woning gedeeltelijk was
(BTW over koopsom 66.650,01 en boedelbijdrage). Het aan de hypotheek
toegekende deel van de koopsom (zie financieel verslag: € 282.302,63) is in
depot gestort hangende de discussie over de hypotheekrechten.
In de derde plaats heeft de boedel in de verslagperiode Beukenblad 37
verkocht voor een bedrag van € 417.500. Over deze woning is een pauliana-
procedure gevoerd, in welke procedure de boedel gelijk heeft gekregen.
Uiteindelijk is over deze woning een schikking bereikt, in die zin dat de boedel
de woning zou verkopen en vervolgens aan crediteur Proviswa Beheer B.V.
15% van de verkoopopbrengst zou afdragen. Een en ander is in het financieel
verslag verwerkt.
Verder heeft de curator veel tijd gestoken in het uitonderhandelen en
effectueren van de verkoop en levering van de onbebouwde kabels, waarop
de resterende 20 woningen gebouwd moeten worden. In de vorige verslagen
is aangegeven dat hiertoe een biedingsprocedure was opgestart en dat met
de hoogste bieder werd onderhandeld. De onderhandelingen hebben
uiteindelijk geleid tot een koopovereenkomst gedateerd 30 juni 2017. De
daadwerkelijke levering heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2017. De kavels
zijn geleverd aan Whoonapart B.V. voor een bedragen van € 1.882.000. De
boedel heeft in het kader van deze transactie een boedelbijdrage ontvangen
van € 188.200, te vermeerderen met BTW, in totaal € 227.722. Dit bedrag is in
het financieel verslag verantwoord. De netto-opbrengst na aftrek van de
boedelbijdrage (€ 1.156.921,98) is afgestort in depot hangende de discussie
over de hypotheekrechten.
Voor wat betreft de financiële verantwoording van voornoemde transacties
wordt verwezen naar het financieel verslag.
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
Er resteren op dit moment (augustus 2018) nog twee woningen in de boedel:
Beukenblad 3 (retentiewoning): onderhandelingen worden gevoerd en
zijn in afrondende fase;
Berkenblad 1: onderhandelingen worden gevoerd en zijn in afrondende
fase.
Daarnaast besteed de boedel nog enige tijd aan de effectuering van de deal
met Whoonapart en de gemeente Westvoorne (uitmeten kadastrale percelen
+ levering en overdracht aan de rechthebbenden).
17-08-2018
8
In de verslagperiode is de deal met Whoonapart volledig afgewikkeld in die zin
dat alle aan Whoonapart te leveren kadastrale percelen zijn uitgemeten en
geleverd.
Daarnaast is Beukenblad 3 (retentiewoning) met toestemming van de rechter-
commissaris verkocht en geleverd. Zie daarover ook hoofdstuk 5.6. De woning
heeft voor de boedel opgeleverd € 298.359,79. Zie het financieel verslag onder
A.2 onder 9. Het betreft een gebonden bate omdat de retentor (Fraanje) een
bijzondere voorrangspositie heeft op de opbrengst.
Tot slot is de woning gelegen aan Berkenblad 1 verkocht en geleverd. Deze
woning is verkocht voor een bedrag van € 275.000 incl BTW (227.272,73 ex
BTW). Na aftrek van kosten is een netto-opbrengst gerealiseerd van €
223.131,71. Deze netto-opbrengst is afgestort in het depot omdat er discussie
bestaat tussen de boedel en de vermeend hypotheekhouders DCB Projecten
B.V. en Vakbouw Holding B.V. over de gerechtigdheid tot deze opbrengst. Zie
hierna ook hoofdstuk 5.3. De BTW component van de verkoopopbrengst (€
47.727,27) is wel aan de boedel betaald. Een en ander is verwerkt in het
financieel verslag onder A1 2g.
Nu voornoemde transacties allemaal hebben plaatsgevonden en de
onroerende zaken zijn geleverd en overgedragen, heeft de boedel geen
onroerende zaken meer in eigendom/op naam.
De werkzaamheden met betrekking tot de onroerende zaken zijn derhalve
afgerond.
11-03-2019
9
De BTW-componenten met betrekking tot de woningen aan de Elzenblad 1 en
Berkenblad 1 zijn in verslagperiode 14 aan de netto-opbrengsten in depot bij
de notaris toegevoegd. De achterliggende reden daarvan is dat dit ingevolge
het arrest Roeffen q.q. (HR 15 december 2017, NJ 2018, 194) geen
boedelschulden betreffen. Mochten de verkoopopbrengsten aan de
hypotheekhouders toekomen (daarover wordt geprocedeerd - zie hoofdstuk
7.6 en 9), dan kunnen hypotheekhouders zich ook op deze BTW-component
verhalen (Kasgeld)
19-10-2021
14
Er is een klein bedrag van € 605 inclusief BTW gerealiseerd uit hoofde van
verkoop van een gedemonteerde modelkeuken, aanwezig in een van de nog
niet bewoonde woningen.
17-08-2018
8
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
N.v.t. 17-08-2018
8
De in de jaarrekeningen opgenomen activa bestaan uit voorraden en
onderhanden projecten, vlottende activa derhalve. Doch in feite worden deze
belichaamd in de hiervoor genoemde onroerende zaken.
17-08-2018
8
4. Debiteuren
Vooralsnog is niet gebleken dat er reguliere openstaande debiteuren zijn. Als
er grond (met een aannemingsovereenkomst) werd verkocht of als er een
woning werd verkocht placht men bij de juridische levering gelijk af te rekenen.
Niet uitgesloten is dat er anderszins vorderingen zijn, doch daarvan is de
curator tot op heden niet gebleken.
17-08-2018
8
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
17-08-2018
8
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
De onderneming werd aanvankelijk gefinancierd door haar
moedervennootschap Vakbouw Holding. Per 31 december 2011 had deze bijna
€ 3 miljoen te vorderen.
Daarnaast was er ultimo 2011 een lening van € 2 miljoen van een derde
(Beelen), een verkoper van gekochte percelen.
Per ultimo 2012 beliep de financiering van Vakbouw Holding € 1.751.270.
Naast voormelde financiering van € 2 miljoen was er nog een financiering van €
400.000, verstrekt door een andere verkoper van grondkavels.
Per ultimo 2013 waren genoemde drie financieringen er nog. Maar daarnaast
was er een financiering van de Rabobank Rotterdam van aanvankelijk €
2.950.000, waarop in de loop van 2013 al € 912.500 was afgelost, zodat
ultimo 2013 de bank nog € 2.037.500 te vorderen had.
Ultimo 2014 was de situatie in die zin gewijzigd dat:
Vakbouw Holding nog € 2.371.269,56 te vorderen had;
De vordering van de Rabo was teruggelopen tot € 1.518.360;
De twee bedoelde leningen van € 2 miljoen en € 400.000 er nog wel waren.
In 2015 heeft er in ieder geval een wijziging plaatsgevonden in de positie van
de Rabobank.
Immers, op of omstreeks 1 juli 2015, heeft DC Berkel Holding B.V. (indirect voor
50 medeaandeelhouder van Vakbouw 8) de vordering, die de Rabo op dat
moment nog had op de Vakbouw Groep (meerdere vennootschappen waren
jegens de Rabobank hoofdelijk aansprakelijk), overgenomen en aldus jegens
de bank afgelost. Het ging per saldo en pro resto om een bedrag van €
593.135,59. DC Berkel Holding werd door deze cessie gesubrogeerd in de
rechten van de Rabobank.
Er lopen diverse discussies over de precieze hoogtes van de vorderingen. Die
discussies zijn nog niet afgerond.
In de afgelopen verslagperiode is hypotheekhouder DC Berkel Holding B.V.
door de boedel volledig afgelost uit de verkoopopbrengst van de diverse
kavels. Ook de financiering van € 400.000 is afgelost bij een transactie eind
2016.
Er bestaat geen duidelijkheid ten aanzien van de mogelijke zekerheidsposities,
die dan zouden kunnen en moeten bestaan uit gevestigde hypotheekrechten.
Er zijn wel ten behoeve van de diverse partijen hypotheekrechten gevestigd,
maar sommige zijn ook weer doorgehaald (bijvoorbeeld omdat kavels en
woningen werden verkocht aan derden). Onderzoek naar de zekerheidposities
wordt ook bemoeilijkt doordat percelen met bepaalde kadastrale nummers,
waarop hypotheekrechten waren gevestigd, zijn opgesplitst en/of
vernummerd.
De Rabobank heeft indertijd op de nodige kavels hypotheekrechten doen
vestigen. Deels zijn die doorgehaald. Indien en voor zover de Rabobank nog
hypotheekrechten had op het moment van cessie van haar pro resto vordering
aan DC Berkel Holding zijn deze als nevenrechten overgegaan aan DC Berkel
Holding, doch uiteraard voor niet meer dan het bedrag van die pro resto
vordering van de Rabobank, € 593.135,59.
17-08-2018
8
Tot zekerheid van haar vorderingen heeft Vakbouw Holding evenzeer de
nodige hypotheekrechten doen vestigen. Dat gebeurde op 5 juli 2012 voor het
eerst, doch deze hypotheekrechten zijn op enig moment
doorgehaald/geroyeerd. De curator gaat er (vooralsnog) dus van uit dat deze
hypotheekrechten niet meer gelden.
Op 19 maart 2015 zijn er ten behoeve van Vakbouw Holding wederom
hypotheekrechten gevestigd. Deels betrof dit percelen, waarop ook op 5 juli
2012 hypotheekrecht was verstrekt, maar deels ging het ook om andere en
nieuwe percelen. De curator heeft de hypotheekrechten van Vakbouw Holding
B.V. vernietigd met een beroep op artikel 42 Fw. discussie daarover vindt nog
plaats.
Degene, die € 400.000 heeft geleend, had ook een hypotheekrecht hebben op
een perceel bouwgrond aan de Voorweg. Deze financiering is inmiddels
afgelost uit de verkoopopbrengst van deze bouwgrond.
Degene, die € 2 miljoen geleend heeft, zou hypotheekrechten krijgen op
onroerende zaken van een of meer andere vennootschappen van de Vakbouw
Groep (niet zijnde Vakbouw 8), maar de curator heeft begrepen dat deze
hypotheekrechten nooit gevestigd zijn.
DC Berkel Projecten B.V., een dochtervennootschap van DC Berkel Holding,
heeft de nodige leningen verstrekt aan Vakbouw Holding, die Vakbouw Holding
dan vervolgens heeft doorgeleend aan Vakbouw 8. Ten behoeve van DC Berkel
Projecten zijn op 20 maart 2015 hypotheekrechten gevestigd op diverse
onroerende zaken van Vakbouw 8. De curator heeft deze hypotheekrechten
met een beroep op artikel 42 FW vernietigd. Discussie daarover vindt nog
plaats.
Nog steeds bestaan er de nodige onduidelijkheden omtrent wie precies als
zekerheidsgerechtigden aanspraak kunnen maken op welke
percelen/woningen van Vakbouw 8. Diverse hypotheekaktes zijn ingeschreven,
doch sommige ook weer doorgehaald. Niet uitgesloten is dat in sommige
gevallen is beoogd rangwisseling toe te passen, maar die vervolgens dan weer
niet is geeffectueerd.
Zoals hiervoor al is aangegeven is DC Berkel Holding voor haar vorderingen
volledig voldaan uit de opbrengst van de diverse kavels.
Met Vakbouw Holding B.V. en DC Berkel Projecten B.V. lopen nog discussies
over de exacte omvang van hun vorderingen, maar ook over de
rechtsgeldigheid van hun hypotheekrechten. De curator heeft deze
hypotheekrechten betwist en aangegeven dat deze vernietigbaar zijn op
grond van artikel 42 Fw. De verkoopopbrengsten van de transacties met
Whoonapart (€ 1.156.921,98) en Elzenblad 1 (€ 282.302,63) zijn op een
depotrekening bij Notaris Verzijl uit Hellevoetsluis gestort, in afwachting de
uitkomst van voornoemde discussies.
In de verslagperiode is de verkoopopbrengst Berkenblad 1 (€ 223.131,71) aan
het depot toegevoegd.
11-03-2019
9
Nu alle activa zijn verkocht en overgedragen, zijn ook alle zekerheidsrechten
doorgehaald/geroyeerd. Over de gerechtigdheid tot de opbrengst wordt door
de boedel geprocedeerd tegen DCB Projecten B.V. en Vakbouw Holding B.V. Er
is in dat verband in totaal € 1.662.356,32 op een depotrekening bij een notaris
gestort (zie hierna ook paragraaf 7.6)
01-10-2019
10
Het bedrag in depot is in de verslagperiode met (€ 66.650,01 en € 47.207,27)
€ 113.857,28 toegenomen. Zie hiervoor hoofdstuk 3.2.
19-10-2021
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
14
Aannemingsbedrijf Fraanje B.V., die de aannemer/bouwer van de woningen
was, was van mening retentierecht te hebben op een drietal door haar
gebouwde huizen. Dat retentierecht werd door Vakbouw 8 betwist. Fraanje
heeft, middels dagvaarding van 8 juli 2015 (de dag waarop de voorlopige
surseance werd verleend), een kort geding jegens Vakbouw 8 aanhangig
gemaakt. De mondelinge behandeling daarvan vond plaats op 15 juli 2015. Bij
vonnis in kort geding van 23 juli 2015 werden de vorderingen van Fraanje
afgewezen. Ten aanzien van twee van die huizen constateerde de
Voorzieningenrechter dat Fraanje nimmer de feitelijke macht had gehad (en
dus ook niet, zoals gevorderd, in de feitelijke macht behoefde te worden
hersteld). Ten aanzien van een derde woning constateerde de
Voorzieningenrechter dat Fraanje nog steeds de feitelijke macht had en
retentierecht had en dat op die grond Fraanje geen belang had bij haar
vordering (tot herstel in de feitelijke macht). Op basis van deze gegevens moet
thans worden geconstateerd dat Fraanje op één woning (nummer F07)
retentierecht heeft. Tussen de curator en Fraanje heeft discussie plaatsgehad
over de uitoefening van dit retentierecht, en hebben partijen ook een kort
geding gevoerd. Inmiddels zijn partijen in onderhandeling met een koper, en
hopen partijen in de komende verslagperiode tot een verkoopopbrengst te
komen. De curator en Fraanje hebben een regeling bereikt.
17-08-2018
8
In de verslagperiode is de retentiewoning door de boedel met toestemming
van de rechter-commissaris aan Fraanje verkocht voor een bedrag van €
306.000 incl BTW (€ 252.892,56 ex BTW). Fraanje heeft de woning voor een
bedrag van € 382.500 doorverkocht aan particuliere kopers. Het verschil, (€
76.500), betreft 20% van de door de particuliere kopers betaalde prijs en komt
in mindering op de (vanwege het retentierecht) bevoorrechte vordering van
Fraanje in het faillissement. Zie ook hoofdstuk 8.4. Voor wat betreft de
opbrengst van de woning voor de boedel behoudt Fraanje haar
voorrangspositie op grond van artikel 3:292 BW. Een en ander is het gevolg
van de tussen Fraanje en de boedel gemaakte afspraken voortvloeiend uit hun
discussies.
11-03-2019
9
In de verslagperiode heeft de curator met Fraanje gesproken over vermeende
retentierechten van Fraanje op een stukje bouwgrond en (de helft van) een
dubbele garage. Deze discussie is nog niet afgerond.
19-10-2021
14
De discussie met Fraanje is nog niet afgerond. 14-04-2022
15
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Doorstarten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
Feitelijk waren er al enige tijd geen echte activiteiten meer. De onverkochte
panden stonden nog wel bij makelaars te koop, maar de verdere ontwikkeling
van het project was de facto stilgelegd. Er was dus ook niets voort te zetten.
Bij de curator hebben van begin af aan zich diverse gegadigden gemeld voor
de nog aanwezige kavels (en soms ook voor de nog te verkopen woningen).
Deze gegadigden wensen dan het project af te maken. In dat kader werden
ook al indicatieve biedingen gedaan.
De onderhandelingen daaromtrent zijn aanvankelijk opgeschort, en wel om
diverse redenen:
Doordat de gemeente Westvoorne de omgevingsvergunning heeft
ingetrokken is de status met betrekking tot de indertijd gesloten
exploitatieovereenkomst onduidelijk geworden. De curator is hierover
met de gemeente Westvoorne in overleg;
Daarnaast is en blijft onduidelijk wat er nog aan asbestverontreiniging is,
hoe daarmee moet worden omgegaan en wat de ter zake te maken
kosten zijn. De curator is ook hierover met de gemeente Westvoorne in
overleg;
Daarnaast is aanvankelijk met de aandeelhouder/bestuurder, Vakbouw
Holding, gesproken om wellicht het faillissement te doen beëindigen middels
het aanbieden van een akkoord. Dat overleg heeft tot niets geleid.
De curator heeft vervolgens voorbereidingen getroffen de verschillende kavels
in een biedingsmemorandum aan alle gegadigden aan te bieden en hen uit te
nodigen om hun interesse middels een bindend bod te concretiseren.
De curator is uiteindelijk na overleg met de Gemeente en pogingen tot overleg
met de hypotheekhouders, en na overleg met de rechter-commissaris, in
oktober 2016 een biedingsprocedure gestart. Deze biedingsprocedure heeft in
twee rondes plaatsgevonden. Uiteindelijk is Whoonapart als hoogste bieder uit
de bus gekomen en is met Whoonapart een overeenkomst uitgewerkt.
De curator heeft heel veel tijd gestoken in overleg met de gemeente, de
hypotheekhouders (DC Berkel Holding B.V., Vakbouw Holding B.V. en DCB
Projecten B.V.) en Whoonapart B.V. over een transactie waarbij de laatste 20
woningen van het project zouden kunnen worden afgebouwd. Uiteindelijk
hebben deze gesprekken geleid tot overeenstemming op 30 juni 2017 en tot
levering van de kavels op 25 oktober 2017. Een en ander is hiervoor al aan de
orde gekomen en ook in het financieel verslag verwerkt. Whoonapart B.V. zal
het project "de Vijf Bladeren" verder afmaken, in overleg met de gemeente.
17-08-2018
8
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
7. Rechtmatigheid
De boekhouding lijkt in ieder geval bijgewerkt tot en met ultimo 2014. Over
2015 bestaat nog onvoldoende inzicht. De curator tracht daarover duidelijkheid
te krijgen.
17-08-2018
8
De jaarrekening 2010 is gedeponeerd op 22 mei 2012, dus bijna vier maanden
te laat. Die van 2011 is gedeponeerd op 27 juni 2013, dus bijna vijf maanden
te laat. De jaarrekening 2012 was precies op tijd, te weten 31 januari 2014.
Die van 2013 is op 2 februari 2015 (dus twee dagen te laat) gedeponeerd en
de jaarrekening 2014 wel tijdig, t.w. op 11 juni 2015. De curator zal bezien of
en in hoeverre het te laat deponeren van een aantal jaarrekeningen
consequenties dient te hebben.
17-08-2018
8
Toelichting
In onderzoek.
17-08-2018
8
Toelichting
Eén van de (grotere) crediteuren van Vakbouw 8 heeft zich, middels een
bepaalde constructie vóór faillissement "doen betalen" met een door Vakbouw
8 gebouwde woning. De curator acht dit paulianeus, en heeft deze transactie
buitengerechtelijk vernietigt op grond van artikel 42 Fw. Deze vernietiging
werd betwist en bestreden. Hierover is een procedure gevoerd en deze is voor
de boedel positief afgelopen. De woning (Beukenblad 37) is inmiddels verkocht
door de boedel en heeft een boedelbate opgeleverd van € 350.504,81.
Verder heeft de curator vastgesteld dat een aantal hypotheken (zie hiervoor )
ook ten onrechte, want paulianeus zijn gevestigd. Het gaat om hypothecaire
inschrijvingen van Vakbouw Holding en DCB Projecten. Deze hypotheken zijn
inmiddels door de curator met een beroep op artikel 42 Fw buitengerechtelijk
vernietigd. Ook deze vernietiging wordt betwist en bestreden. Een procedure
hierover zal waarschijnlijk in de komende verslagperiode worden gestart. In
afwachting van deze discussie is de verkoopopbrengst in depot gestald bij de
notaris (€ 1.156.921,98 en € 282.302,63).
Overigens zal de curator uiteraard andere mogelijke onrechtmatige daden en
potentiele bestuurdersaansprakelijkheden onderzoeken.
17-08-2018
8
Toelichting
11-03-2019
9
Aan het depot is de verkoopopbrengst van Berkenblad 1 (€ 223.131,71)
toegevoegd. In depot staat nu een bedrag van € 1.662.356,32.
Toelichting
In de verslagperiode is de dagvaarding met betrekking tot de paulianeus
gevestigde hypotheken uitgebracht. Aanvankelijk werd verstek verleend, maar
dat is gezuiverd. De zaak staat voor conclusie van antwoord op 30 oktober
2019.
01-10-2019
10
Toelichting
in de kwestie van de paulianeus gevestigde hypotheken heeft op 19 november
2020 een comparitie van partijen plaatsgevonden en is vervolgens op 10
maart 2021 (tussen)vonnis gewezen. In de discussie met DCB projecten is
vastgesteld dat de hypotheekverstrekking paulianeus was. In de discussie met
Vakbouw Holding heeft de curator de opdracht gekregen op te bewijzen dat op
15 juli 2010 niet de mondelinge afspraak is gemaakt dat Vakbouw 8 B.V.
hypotheekrechten aan Vakbouw Holding zou verstrekken.
20-04-2021
13
Toelichting
Er is een getuigenverhoor gelast op 1 november 2021.
in de verslagperiode is - in afwachting van de uitkomst van deze discussie -
een bedrag van € 113.850,28 aan het depot toegevoegd. Zie hoofdstuk 3.2
hiervoor.
19-10-2021
14
Toelichting
Het getuigenverhoor heeft plaatsgevonden op 1 november 2021. Er heeft
geen contra-enquête plaatsgevonden. Op 2 februari 2022 heeft de curator een
conclusie na bewijslevering ingediend. Op 16 maart 2022 hebben
wederpartijen hun antwoordconclusie na bewijslevering ingediend. De curator
heeft de mogelijkheid gekregen zich uit te laten ex art. 2.14 procesreglement.
Daarbij heeft de curator verzocht om nog een nadere conclusie te mogen
nemen vanwege zijn eiswijziging. Wederpartijen hebben verzocht om vonnis
en om het verzoek van de curator niet in te willigen. De curator is in afwachting
van een beslissing van de rechtbank hierover.
14-04-2022
15
Toelichting
De rechtbank heeft bij vonnis van 5 oktober 2022 de vorderingen van de
curator ten aanzien van DCB Projecten B.V. toegewezen, maar de vorderingen
van de curator ten aanzien van Vakbouw Holding afgewezen. De curator
beraadt zich over de gevolgen van dit vonnis en overweegt hoger beroep.
14-10-2022
16
In onderzoek
Toelichting
De curator heeft het vonnis bestudeerd en na toestemming van de rechter-
commissaris hoger beroep ingesteld tegen het vonnis ten aanzien van
Vakbouw Holding. DCB Projecten B.V. heeft gelijktijdig hoger beroep ingesteld
tegen het vonnis van de rechtbank. Zie voor het verdere verloop van de
procedure hoofdstuk 9.
11-04-2023
17
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8. Crediteuren
€ 5.062,40
Toelichting
Uiteraard kwalificeren de kosten van de curator en zijn kantoor als
boedelschuld.
De vordering van Toussaint en Van Wijk betreft een proceskostenveroordeling
van de boedel. TvW waren in de paulianadiscussie betrokken met betrekking
tot woning Beukenblad 37.
De vordering van Van der Hoek betreft de vervanging van sloten op de deuren
van woningen.
17-08-2018
8
€ 79.786,00
Toelichting
De fiscus heeft vooralsnog vorderingen ingediend tot een totaalbedrag van €
79.786. Dat is inclusief de vordering ex art 29 lid 7 OB (€ 13.800). Een en ander
wordt nader onderzocht en afgestemd.
17-08-2018
8
Toelichting
Het UWV zal, nu er geen werknemers waren, geen vorderingen hebben.
17-08-2018
8
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
€ 814.707,95
Toelichting
De vordering van Fraanje kwalificeert als preferente vordering vanwege het
retentierecht. Fraanje zal een bijzonder voorrecht hebben op de opbrengst
van het pand. Fraanje meent € 814.707,95 te vorderen te hebben. Deze
vordering is voorlopig opgenomen bij de ingediende preferente vorderingen.
Onderzoek en afstemming dient nog plaats te vinden.
17-08-2018
8
€ 738.207,95
Toelichting
De preferente vordering van Fraanje is met € 76.500 afgenomen tot (€
814.707,95 minus € 76.500) € 738.207,95. Zie hoofdstuk 5.6 voor een
toelichting.
11-03-2019
9
€ 306.969,00
Toelichting
In de vorige verslaglegging is de vordering van Fraanje abusievelijk
opgenomen voor een bedrag van € 738.207,95. Deze moet in verband met
artikel 3:292 BW worden bijgesteld tot een bedrag van € 306.000 (de
opbrengst van de retentiewoning; zie paragraaf 5.6). Het overige deel van de
vordering van Fraanje (€ 432.207,95) betreft vooralsnog een concurrente
vordering. Wel speelt met Fraanje nog een discussie over de waarde van een
stukje bouwgrond, waar Fraanje ook een retentierecht op zou hebben. Deze
discussie is nog niet afgerond.
Verder heeft het waterschap nog een bevoorrechte vordering ingediend van €
969,00.
01-10-2019
10
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
14
Toelichting
Inmiddels hebben zich 14 concurrente crediteuren gemeld voor een
totaalbedrag van €
2.658.107,60.
De mogelijke intercompany vorderingen van Vakbouw Holding en DCB
Projecten zijn in het overzicht nog niet opgenomen. Dat het daarbij kan gaan
om substantiële bedragen is hiervoor al aangegeven.
DCB Projecten stelt zich daarbij op het standpunt meer dan € 7 miljoen te
vorderen te hebben. Immers, zo stelt deze, Vakbouw 8 is op grond van een in
augustus 2014 afgegeven hoofdelijkheidsverklaring niet alleen aansprakelijk
voor het bedrag dat DCB Projecten middels Vakbouw Holding aan Vakbouw 8
heeft geleend, maar ook voor al die bedragen, die zij middels Vakbouw Holding
aan andere vennootschappen in de Vakbouw Groep heeft doen
toekomen. De curator onderzoekt een en ander nader.
17-08-2018
8
15
Toelichting
De restantvordering van Fraanje (€ 432.207,95) is opgenomen op de lijst van
concurrente schuldeisers.
01-10-2019
10
€ 2.658.107,60
17-08-2018
8
€ 3.090.315,55
01-10-2019
10
Nog niet te zeggen. 17-08-2018
8
9. Procedures
de curator is voornemens een procedure te entameren jegens:
Vakbouw Holding B.V.
DCB projecten B.V.
17-08-2018
8
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
om in rechte bevestigd te krijgen dat de ten behoeve van deze
vennootschappen gevestigde hypotheken paulianeus zijn gevestigd. Het
belang is ruim € 1.4 miljoen
artikel 42 Fw. 17-08-2018
8
de dagvaarding is uitgebracht en de zaak staat voor conclusie van antwoord
op 30 oktober 2019.
01-10-2019
10
In de procedure tegen Vakbouw Holding en DCB projecten is op 30 oktober
2019 een conclusie van antwoord zijdens gedaagden genomen. In die kwestie
is nu comparitie bepaald die zal worden gehouden op 19 november 2020.
09-04-2020
11
geen wijzigingen - de comparitie zal op 19 november 2020 worden gehouden.16-10-2020
12
zoals hiervoor bij paragraaf 7.6 is aangegeven, heeft de comparitie van
partijen op 19 november 2020 plaatsgevonden en heeft de curator een
bewijsopdracht gekregen. Verwezen wordt naar paragraaf 7.6. In de
(na)zomer van 2021 zullen vermoedelijk getuigenverhoren gaan plaatsvinden.
20-04-2021
13
Het bedoelde getuigenverhoor vindt op 1 november 2021 plaats. 19-10-2021
14
Het getuigenverhoor heeft plaatsgevonden op 1 november 2021. Er heeft
geen contra-enquête plaatsgevonden. Op 2 februari 2022 heeft de curator een
conclusie na bewijslevering ingediend. Op 16 maart 2022 hebben
wederpartijen hun antwoordconclusie na bewijslevering ingediend. De curator
heeft de mogelijkheid gekregen zich uit te laten ex art. 2.14 procesreglement.
Daarbij heeft de curator verzocht om nog een nadere conclusie te mogen
nemen vanwege zijn eiswijziging. Wederpartijen hebben verzocht om vonnis
en om het verzoek van de curator niet in te willigen. De curator is in afwachting
van een beslissing van de rechtbank hierover.
14-04-2022
15
De rechtbank heeft bij vonnis van 5 oktober 2022 de vorderingen van de
curator ten aanzien van DCB Projecten B.V. toegewezen, maar de vorderingen
van de curator ten aanzien van Vakbouw Holding afgewezen. De curator
beraadt zich over de gevolgen van dit vonnis en overweegt hoger beroep.
14-10-2022
16
De curator heeft met toestemming van de rechter-commissaris hoger beroep
ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank ten aanzien van Vakbouw
Holding. DCB Projecten B.V. heeft gelijktijdig hoger beroep ingesteld tegen het
vonnis. Ten aanzien van Vakbouw Holding staat de zaak voor 18 april 2023 op
de rol voor het nemen van de memorie van grieven door de curator. Voor wat
betreft DCB Projecten B.V. staat de zaak voor 2 mei 2023 op de rol voor het
nemen van de memorie van grieven door DCB Projecten B.V.
11-04-2023
17
Ten aanzien van de procedure tegen DCB Projecten B.V. heeft DCB Projecten
B.V. reeds haar memorie van grieven ingediend bij het hof. De curator heeft als
reactie hierop een memorie van antwoord ingediend bij het hof. DCB Projecten
10-10-2023
18
9.4 Werkzaamheden procedures
B.V. heeft het hof verzocht om een mondelinge behandeling in te plannen. De
dagbepaling pleidooi staat voor 17 oktober 2023 op de rol.
Ten aanzien van de procedure tegen Vakbouw Holding heeft de curator reeds
zijn memorie van grieven ingediend bij het hof. Vakbouw Holding heeft als
reactie hierop een memorie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk
incidenteel appel ingediend. Als reactie hierop heeft de curator een memorie
van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel ingediend. Vanwege de
samenhang van deze procedure met DCB Projecten B.V., heeft Vakbouw
Holding met toestemming van de curator het hof verzocht om een mondelinge
behandeling te bepalen op dezelfde datum als die van de procedure tegen
DCB Projecten B.V. De curator is vooralsnog in afwachting van de dagbepaling
voor de mondelinge behandeling.
De mondelinge behandelingen van de procedures tegen DCB Projecten B.V. en
Vakbouw Holding B.V. zijn beide ingepland op 12 juli 2024. De curator zal
tijdens deze mondelinge behandelingen zijn standpunt nader toelichten.
10-04-2024
19
De mondelinge behandeling heeft op 12 juli 2024 plaatsgevonden. De
procedures tegen DCB Projecten B.V. en Vakbouw Holding B.V. staan nu beide
op de rol van 25 februari 2025 voor het wijzen van arrest. De curator wacht de
uitkomst van de procedures af.
10-10-2024
20
het gerechtshof heeft de procedures aangehouden en bepaald dat arrest zal
worden gewezen op 22 april 2025. De curator wacht de uitkomst van de
procedures af.
02-04-2025
21
Het gerechtshof heeft de procedures aangehouden en bepaald dat arrest zal
worden gewezen op 7 oktober 2025. De curator wacht de uitkomst van de
procedures af.
02-10-2025
22
Het gerechtshof Den Haag heeft op 24 februari 2026 eindarrest gewezen.
Kortgezegd is de uitkomst dat het appel van DCB Projecten tegen de
vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2021 en 5 oktober
2022 is verworpen (en het beroep van de curator op vernietiging van de ten
behoeve van DCP projecten gevestigde hypotheekrechten in stand blijft).
DCB is in die procedure door het Hof veroordeeld in de proceskosten.
Het beroep van de curator tegen diezelfde vonnissen van de rechtbank
Rotterdam, voor zover die zagen op het afwijzen van het beroep van de
curator op artikel 42 Fw ten aanzien van de ten gunste van Vakbouw Holding
gevestigde hypotheekrechten, is door het Hof afgewezen. In die procedure is
de curator veroordeeld in de proceskosten.
Ten tijde van dit (23e) verslag beraadt de curator zich in overleg met de
rechter-commissaris over het instellen van cassatie. De curator meent,
overigens gesteund door ingewonnen extern advies van een
cassatieadvocaat, dat het arrest op zijn minst gebreken vertoont in de
motivering. De komende verslagperiode dient hier een beslissing over te
worden genomen.
01-04-2026
23
9.4 Werkzaamheden procedures
bijwonen comparitie 09-04-2020
11
verhoren getuigen omtrent (vermeend) mondelinge afspraak van 15 juli 2010.20-04-2021
13
Getuigenverhoor 1 november 2021. 19-10-2021
14
De curator wacht de beslissing van de rechtbank af over het al dan niet mogen
nemen van een nadere conclusie in de procedure.
14-04-2022
15
De curator zal voorafgaand aan de roldatum de memorie van grieven indienen
bij het gerechtshof.
11-04-2023
17
De curator is in afwachting van de dagbepaling voor pleidooi en zal nadien aan
de slag gaan met de voorbereidingen voor de mondelinge behandeling.
10-10-2023
18
De curator zal de komende periode aan de slag gaan met de voorbereidingen
voor de mondelinge behandelingen van 12 juli 2024.
10-04-2024
19
De curator zal de komende periode af uitkomst van de procedures afwachten.10-10-2024
20
De komende verslagperiode zal een beslissing vallen over het eventueel
instellen van cassatieberoep.
01-04-2026
23
10.1 Plan van aanpak
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
10. Overig
De curator verwacht in elk geval nog de volgende werkzaamheden te moeten
verrichten:
Afronden verkoop Berkenblad 1 en Beukenblad 3;
nader uitwerken overeenkomst Whoonapart;
Aanvechten paulianeuze vestiging hypotheken;
overige gebruikelijke werkzaamheden.
17-08-2018
8
Alle activa zijn verkocht.
De curator zal de procedure tegen de hypotheekhouders dienen te voltooien.
09-04-2020
11
De curator zal de discussie met Fraanje voortzetten. De curator verricht de
nodige werkzaamheden in de procedure tegen de hypotheekhouders.
14-04-2022
15
De curator zal de discussie met Fraanje voortzetten. De curator zal de
komende periode aan de slag gaan met de voorbereidingen voor de
mondelinge behandelingen van 12 juli 2024 en deze bijwonen.
10-04-2024
19
De curator zal de discussie met Fraanje voortzetten. Daarnaast zal de curator
de uitkomst van de procedures (zie hoofdstuk 9) afwachten.
10-10-2024
20
De curator is in afwachting van de uitkomst van de procedures (zie hoofdstuk
9).
02-04-2025
21
De curator is nog in afwachting van de uitkomst van de procedures (zie
hoofdstuk 9).
02-10-2025
22
De komende verslagperiode zal een beslissing vallen over het eventueel
instellen van cassatieberoep (zie hoofdstuk 9).
01-04-2026
23
Over de termijn van afwikkeling of omtrent de vraag welke crediteuren wel of
(partieel) betaald kunnen worden is thans nog niets te zeggen.
De termijn en wijze waarop het faillissement kan worden afgewikkeld, is
moeilijk aan te geven in dit stadium.
17-08-2018
8
1-10-2026 01-04-2026
23
Bijlagen
Bijlagen