Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Betreft
Algemene gegevens
CE Credit Management Invest Fund 1 B.V. (1) 22-01-2024
1
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CE Credit
Management Invest Fund 1 B.V. (KvK nummer 74325051), statutair gevestigd
te Rotterdam en kantoorhoudende te (3012 CN) Rotterdam aan het Weena
690 unit 26.15, hierna te noemen: “Curanda”. (1)
22-01-2024
1
Actueel: de curator behandelt de vorderingen van CE Credit Management
Invest Fund 1 B.V. niet. De vorderingen van CE Credit Management Invest
Fund 1 B.V. zijn verpand aan Rabobank en zij heeft BVCM hiervoor
ingeschakeld. Als u hierover een vraag heeft, stuur dan een mail naar;
[email protected]. (3)
22-07-2024
3
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Curanda is opgericht op 19 maart 2019. Volgens de Kamer van Koophandel en
statutaire doelomschrijving houdt Curanda zich bezig met het lenen en
bijeenbrengen van gelden waaronder begrepen het uitgeven van obligaties,
schuldbrieven of andere waardepapieren en factoring en aanverwante
financieringsactiviteiten, alsmede het aangaan van daarmee samenhangende
overeenkomsten en het verrichten van al hetgeen daarmee verband houdt of
daartoe bevorderlijk kan zijn. De opbrengsten van de obligatieleningen zullen
volgens de doelomschrijving door de Curanda worden aangewend ter
financiering van de activiteiten van de vennootschap, zijnde het kopen
respectievelijk verwerven, uitwinnen en mogelijk doorverkopen aan derden
van debiteurenportefeuilles. Nadat op 20 oktober 2023 de voorlopige
surseance van betaling is verleend is de surseance bij beschikking van 20
december 2023 in een faillissement omgezet.
Gelieerd aan Curanda is CECM Incasso B.V. welke vennootschap zich vanaf de
zomer van 2023 bezig houdt met het uitvoeren en/of doen uitvoeren van
incassowerkzaamheden voor Curanda. CECM Incasso B.V. is, nadat eveneens
op 20 oktober 2023 de voorlopige surseance van betaling is verleend, op 19
december 2023 in staat van faillissement verklaard. Daarbij is mr. J.G. Princen
tot curator aangesteld en is mr. C.G.E. Prenger tot rechter-commissaris
benoemd.
Curanda houdt zich bezig met het beheren van een omvangrijke portefeuille
van vorderingen op derden, veelal consumenten. Voor de financiering van de
aankopen van vorderingen zijn door Curanda obligaties, genoteerd aan
Euronext in Brussel, uitgegeven. Met de opbrengsten uit de obligaties zijn
direct van of met behulp van Direct Pay Services B.V. (hierna: “DPS”)
debiteurenportefeuilles gekocht met vorderingen op consumenten van diverse
partijen zoals telecommaatschappijen en energieleveranciers. Voor oprichting
van CECM Incasso B.V. maakte Curanda voor de incasso’s van deze
debiteurenvorderingen met name gebruik van DPS en aan DPS gelieerde
entiteiten, doch vanaf maart 2022 deed zij zulks via LegalSteps B.V.
Bestuurder van deze vennootschap is de zoon van K. Klaassen, aandeelhouder
van en bestuurder van DP-groep en neef van de vroegere bestuurder van
Curanda.
Op 4 april 2023 is DPS tezamen met overige groepsvennootschappen in staat
van faillissement verklaard. Mr. J.G. Princen is in die faillissementen aangesteld
als curator. Nadien is DPS op zeer beperkte schaal doorgestart via CECM
Incasso B.V. (1)
22-01-2024
1
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
De cijfers uit 2019, 2020 en 2021 zijn de cijfers zoals die staan vermeld in het
jaarlijks financieel verslag en de jaarrekening, welke is gecontroleerd door een
accountant, niet gelieerd aan Direct Pay, en van een controleverklaring is
voorzien.
De balanstotalen zijn die zoals vermeld in de jaarrekening per 31 december
van het respectievelijke boekjaar. De winst en verliezen zijn die zoals vermeld
in de winst- en verliesrekening uit de jaarrekening onder de post ‘resultaat na
belastingen van het boekjaar’.
In 2020 is het bedrijfsresultaat volgens de jaarrekening voor onttrekking
winstrecht € 2.507.484. Na dotatie winstrecht servicer (DPS) van eenzelfde
bedrag is het resultaat derhalve nihil in de winst- en verliesrekening.
In 2021 is het bedrijfsresultaat volgens de jaarrekening voor onttrekking
winstrecht € -13.313.806. Na dotatie winstrecht servicer van een bedrag ad
EUR 2.194.109 is het resultaat - € 11.119.697.
De omzet zoals vermeld in bovengenoemd overzicht in de boekjaren 2019 tot
en met 2021 is die uit de winst- en verliesrekening, post ‘opbrengsten’. In de
jaarrekening onder opbrengsten is dat boekjaar een impairment genomen op
de opbrengst ad – EUR 12.500.000.
Over de jaren 2022 en 2023 zijn nog geen jaarrekeningen beschikbaar. De
cijfers 2022 en 2023 zijn dus nog geen definitieve noch gecontroleerde cijfers.
Daar nu de curator die cijfers nog in onderzoek heeft, worden deze nog niet
vermeld in het verslag. (1)
22-01-2024
1
0
22-01-2024
1
Boedelsaldo
Verslagperiode
€ 53.025,00
22-01-2024
1
€ 62.518,47
22-04-2024
2
€ 299.749,10
22-07-2024
3
€ 250.453,19
22-10-2024
4
€ 226.500,19
22-01-2025
5
€ 231.387,39
22-04-2025
6
€ 234.627,95
22-07-2025
7
€ 237.506,66
21-10-2025
8
€ 240.447,34
22-01-2026
9
€ 254.650,52
22-04-2026
10
van
20-12-2023
t/m
20-1-2024
22-01-2024
1
van
21-1-2024
t/m
15-4-2024
22-04-2024
2
van
16-4-2024
t/m
22-07-2024
3
Bestede uren
15-7-2024
van
16-7-2024
t/m
18-10-2024
22-10-2024
4
van
19-10-2024
t/m
15-1-2025
22-01-2025
5
van
16-1-2025
t/m
20-4-2025
22-04-2025
6
van
21-4-2025
t/m
20-7-2025
22-07-2025
7
van
21-7-2025
t/m
20-10-2025
21-10-2025
8
van
21-10-2025
t/m
15-1-2026
22-01-2026
9
van
16-1-2026
t/m
15-4-2026
22-04-2026
10
Bestede uren
Toelichting bestede uren
VerslagperiodeBestede uren
De afgelopen maand is vooral tijd besteed aan het verwerven van het
softwaresysteem van PMS van LegalSteps alsmede het verkrijgen van de data
van Fonds 1, maar in bezit van LegalSteps. De data zijn inmiddels verstrekt
door LegalSteps. Het softwarepakket PMS wordt naar verwachting in januari
2024 gekocht door Rabobank. Rabobank is op grond van een vonnis van de
Rechtbank Rotterdam in oktober 2023 ook pandhouder van vorderingen op
derden welke het Fonds in het verleden van Direct Pay heeft gekocht. Voorts
zijn besprekingen gevoerd met de Stichting Obligatiehoudersbelangen die
optreedt als Security Agent voor de obligatiehouders. (1)
De curator is verder gegaan met de werkzaamheden verricht gedurende de
surseance. Zo heeft hij gesprekken gevoerd met de bestuurder van het Fonds.
Ook heeft de curator gesprekken gevoerd met de partij die de
softwaresystemen beheert c.q. in eigendom heeft. De boedel is (vooralsnog)
vrijwel leeg. Daarom is al tijdens surseance een boedelbijdrage verzocht van
Rabobank, die als pandhouder op de vorderingen op basis van het vonnis van
4 oktober 2023 het meeste belang heeft bij voortzetting en goede afwikkeling.
Rabobank heeft een boedelkrediet verstrekt, ook bruikbaar voor de
faillissementsfase, maar niet bruikbaar voor activiteiten die ten goede komen
aan obligatiehouders. Ook met een enkele grote belegger is gesproken
alsmede met de Security Agent.
In de gesprekken met bovengenoemde betrokkenen zijn onder meer de
activiteiten van Curanda en CECM Incasso B.V. besproken alsook de oorzaken
van het faillissement. Aan de hand daarvan zijn diverse aandachtspunten
geconstateerd die de komende verslagperiode opvolging zullen krijgen en
verder in dit verslag staan vermeld.
Het eerste punt van prioriteit van de curator, voorheen bewindvoerder, is om –
gezamenlijk met de bestuurder – de administratie en ICT-systemen van
Curanda en de Direct Pay vennootschappen veilig te stellen. Daaronder zijn
inbegrepen de softwaresystemen als PMS waarin de portefeuilles die DPS en
de fondsen (al dan niet in beheer) hadden, werden geadministreerd (op
detailniveau). Dat proces verloopt moeizaam. Verwezen wordt naar de
faillissementsverslagen van DPS.
22-01-2024
1
Zo is gebleken dat de meest recente softwareoplossing waarin portefeuilles in
zijn bijgehouden– volgens verklaringen van de bestuurder van de Direct Pay
groep – niet in eigendom is van de Direct Pay vennootschappen of van de
fondsen waaronder het Fonds, maar in eigendom is van LegalSteps B.V., een
onderneming van de zoon van de bestuurder, waarmee DP nooit gewerkt
heeft. Deze zoon heeft wel eerder bij DP gewerkt.
Inmiddels is duidelijk dat in maart 2022, kort voor aanvang van de WHOA bij
DP, het Fonds, toen bestuurd door R. Klaassen en de broer van C.F. Klaassen
en veruit de grootste klant van DPS, de incasso-overeenkomst met DPS
beëindigde en de incasso-werkzaamheden voor het Fonds overdroeg naar
LegalSteps B.V., bestuurd door een zoon van C.F. Klaassen. Voor LegalSteps
B.V. bouwde R. Klaassen ook een nieuw ICT-systeem, PMS, om de vorderingen
te administreren. In november 2023 hebben besprekingen tussen
bewindvoerder Sursiet c.q. curator DP en familieleden Klaassen
plaatsgevonden om R. Klaassen en LegalSteps B.V. te bewegen de DP en
Sursiet-data terug te geven alsmede een licentie te verstrekken op PMS zodat
de incasso werkzaamheden bij DPS en Sursiet weer door derden ter hand
kunnen worden genomen. Dit overleg heeft uiteindelijk geleid tot migratie van
alle data. Nu dient in januari 2024 nog een koopovereenkomst tussen
LegalSteps en Rabobank tot stand te komen, wat haalbaar zou moeten zijn.
Ook is afgelopen periode gebleken dat zowel DP als het Fonds bij de inning
van vorderingen niet verzochten om betalingen op eigen bankrekeningen (circa
20 stuks) maar op bankrekeningen van twee stichtingen, bestuurd door
iemand van de familie Klaassen, waarna dagelijks handmatig werd uitgezocht
aan welke entiteit de ontvangen deelbetaling op een vordering zou dienen toe
te komen. Wie eigenaar van een vordering zou zijn staat daarbij wel in PMS
vermeld en niet in eerdere systemen die DP gebruikte. De betreffende
werkneemster die de te verrichten doorbetalingen uitzoekt werkt overigens bij
LegalSteps B.V. en niet bij DP of Sursiet of CECM Incasso B.V.. Controle op
volledigheid van afdracht door die stichtingen van geïnde gelden is voor de
curator zo onmogelijk. Er is herhaaldelijk om volledige toegang tot de
administratie van de stichtingen verzocht doch die toegang niet gekregen. De
boekhouder van de groep die de doorbetalingen feitelijk verricht, deed dit
voorheen bij DP en het Fonds en werkt nog steeds bij de niet- gefailleerde
vennootschappen van Klaassen.
De bewindvoerder thans curator heeft deskundigen ingeschakeld ter
veiligstellen van de systemen en ter analyse van de portefeuilles.
Dit verslag is deels opgesteld aan de hand van de verklaringen van het
bestuur en de door het bestuur aan de bewindvoerder thans curator ter hand
gestelde stukken. De curator heeft de juistheid van de gegevens nog niet
volledig kunnen verifiëren. Aan de inhoud van het verslag kunnen door derden
geen rechten worden ontleend. (1)
Op 31 januari 2024 is een koopovereenkomst gesloten inzake PMS en zijn data
aan BVCM geleverd, zodat de curator verwacht dat Rabobank als pandhouder
met de incasso van vorderingen van de DP-Groep binnenkort een aanvang kan
worden gemaakt. De curator heeft in dat kader contact gehad met onder meer
de bank, de door de boedel ingeschakelde (IT) specialisten en Legal Steps. Dit
betreft data van zowel de DPS-portefeuilles als de portefeuille van CE Credit
Management Invest Fund 1 B.V.
Voorts heeft de curator om afgifte verzocht van circa 1000 vonnissen die in de
tweede helft van 2023 gewezen waren en zich nog bij Legal Steps bevonden.
Deze vonnissen zijn door Legal Steps ingeleverd en recent door de curator aan
22-04-2024
2
Rabobank verstrekt. Nu wordt door NTAB in opdracht van Rabobank
onderzocht in hoeverre deze vonnissen wel of niet in PMS juist zijn verwerkt.
De curator heeft via Caceis en de aangesloten banken alle obligatiehouders
van Fonds 1 aangeschreven en over het faillissement geïnformeerd en hen
verzocht hun vordering aan te melden in het faillissement en bij stichting
Obligatiehouders. Dat heeft tot veel respons geleid.
De curator heeft regelmatig contact met Stichting obligatiehouders en haar
advocaten in verband met door de curator op verzoek en voor rekening van de
stichting als Security Agent gevoerde appelprocedure tegen het vonnis van
Rechtbank Rotterdam waarbij aan Rabobank ook een eerste pandrecht op
vordering eigendom van Fonds 1 is toegekend.
Rabobank heeft recent een verzoek tot het voeren van overleg over een
mogelijke minnelijke regeling inzake de verdeling van de opbrengsten uit
incasso van vorderingen afgewezen.
Daarnaast hebben deze verslagperiode algemene
faillissementswerkzaamheden plaatsgevonden, waaronder boedel- en
crediteurenadministratie, het opstellen van het faillissementsverslag en contact
met de rechter-commissaris. Ook is contact geweest met de verschillende IT
partijen om de systemen online te houden en data zo goed mogelijk veilig te
stellen. (2)
In mei 2024 heeft de Stichting Obligatiehouders besloten de hoger beroep
procedure tegen Rabobank over het pandrecht op de vorderingen niet voort te
zetten. Daardoor kan Rabobank als pandhouder op basis van het vonnis van
oktober 2023 thans alle debiteurenvorderingen van DPS en Fonds I innen. De
afwikkeling van het faillissement van de CE Credit Management Invest Fund I
B.V. is hierdoor vereenvoudigd qua inning van de debiteurenportefeuille.
Ten aanzien van de voortgang van de onderzoekswerkzaamheden inzake het
feitenonderzoek verwijst de curator naar het verslag van Direct Pay Services
B.V.
Voor het overige hebben de gebruikelijk algemene
faillissementswerkzaamheden plaatsgevonden. (3)
22-07-2024
3
In de afgelopen verslagperiode hebben zich niet veel ontwikkelingen
voorgedaan. Met de laatste bestuurder is overeenstemming getroffen over het
nog te betalen salaris tijdens de surseance periode en dit bedrag is
geaccordeerd door Rabobank waarna het uit het boedelkrediet van Rabobank
is betaald. Voor wat betreft de voortgang in het nog lopende
oorzakenonderzoek wordt naar het verslag van Direct Pay Services B.V.
verwezen. (4)
22-10-2024
4
De situatie is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag. Ten aanzien van
de voortgang van het nog lopende oorzakenonderzoek wordt naar het verslag
van Direct Pay Services B.V. verwezen. (5)
22-01-2025
5
In deze verslagperiode zijn door de curator concrete schriftelijke vragen
gesteld aan de bestuurder R. Klaassen en zijn ook antwoorden ontvangen
welke nu worden bestudeerd. (8)
21-10-2025
8
De curator verwacht bestudering van de antwoorden in de komende
verslagperiode af te kunnen ronden. (9)
22-01-2026
9
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
Per 1 januari 2026 is mr. R.R.M. van den Heuvel als opvolgend curator
aangesteld. De opvolgend curator heeft in de afgelopen verslagperiode de
werkzaamheden ten aanzien van het oorzakenonderzoek verder opgepakt.
(10)
22-04-2026
10
1. Inventarisatie
Curanda is opgericht op 19 maart 2019 per notariële akte.
Moedermaatschappij van Curanda is Stichting CE Credit Management Invest
Fund 1 (“Stichting CECM”).
Curanda heeft eveneens een zustervennootschap te weten CECM Incasso B.V.
CECM Incasso B.V. is eveneens voorlopige surseance van betaling verleend per
20 oktober 2023 en op 19 december 2023 gefailleerd.
Stichting CECM is de enig bestuurder en enig aandeelhouder van Curanda en
CECM Incasso B.V. Het bestuur van Stichting CECM wordt gevormd door de
heer W.J. Jellema. De heer Jellema is aangetreden op 27 april 2023.
Tot 15 juli 2023 was de heer R.H.H. Klaassen ook bestuurder van Stichting
CECM. In de periode van 19 maart 2019 tot en met 27 april 2023 was Klaassen
alleen bestuurder van Stichting CECM. In de periode 27 april 2023 tot en met
15 juli 2023 hebben Klaassen en Jellema gezamenlijk het bestuur gevoerd.
Nadien is Stichting CECM alleen bestuurd en vertegenwoordigd door Jellema.
(1)
22-01-2024
1
Volgens opgave van de bestuurder is Curanda betrokken bij twee procedures
tegen derden:
1. Een civiele procedure tegen T-Mobile Netherlands B.V. aanhangig bij de
rechtbank Den Haag. Initieel was DPS bij deze procedure partij
(gedaagde in conventie, eiseres in reconventie), maar – zie ook de
faillissementsverslagen van DPS – de curator van DPS heeft deze
procedure niet overgenomen. Deze procedure was in conventie reeds
geschorst vanwege het faillissement van DPS ex art. 29 Fw. In
reconventie was die procedure niet van rechtswege geschorst en heeft
T-Mobile Netherlands de rechtbank verzocht om de curator een termijn te
stellen tot overneming van de procedure (art. 27 Fw). De procedure is na
een beoordeling van de vordering niet overgenomen door de curator, om
verdere boedelkosten waaronder de proceskosten te voorkomen.
Kortheidshalve wordt verwezen naar het faillissementsverslag van DPS.
Vervolgens heeft Curanda een akte genomen houdende schorsing en
hervatting van het geding ex artikel 225 lid 1 sub c Rv, waarin Curanda
stelt rechtsopvolger in reconventie te zijn van DPS als eiseres in
reconventie. De rechtbank heeft aangegeven 6 december aanstaande
vonnis te wijzen.
2. Voorts was Curanda betrokken bij in 2022 aanhangig gemaakte civiele
procedure door de Rabobank. Kern van de procedure is een geschil
omtrent het pandrecht c.q. de zekerheden en reikwijdte daarvan die aan
de Rabobank zouden zijn verstrekt. De Rechtbank Rotterdam heeft op 4
22-01-2024
1
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
oktober 2023 vonnis gewezen in de procedure. De rechtbank heeft voor
recht verklaard dat op de (in de dagvaarding omschreven)
debiteurenvorderingen die door een van de vennootschappen binnen de
Direct Pay groep aan de fondsen zijn overgedragen een eerste
pandrecht rust ten gunste van Rabobank. Binnen de hoger beroep
termijn heeft de curator op verzoek van de obligatiehouders hoger
beroep ingesteld.
Voorts zou LegalSteps B.V. – het bedrijf dat de meest recente
softwareoplossing waarin de portefeuilles in zijn bijgehouden in eigendom zou
hebben – ook werkzaamheden voor Curanda hebben verricht en bepaalde
portefeuilles c.q. dossiers in behandeling hebben. LegalSteps B.V. is een
onderneming van de zoon van de bestuurder van DP. Inmiddels is duidelijk dat
in maart 2022, kort voor aanvang van de WHOA bij DP, Curanda, toen
bestuurd door de broer van C. Klaassen en veruit de grootste klant van DPS,
de incasso-overeenkomst met DPS beëindigde en de incasso-werkzaamheden
voor Curanda overdroeg naar LegalSteps B.V. Het is de bewindvoerder nog
niet duidelijk – gelet op het gebrek aan volledige transparante en toegang tot
de systemen – in hoeverre LegalSteps B.V. – of andere bij de portefeuille
betrokken derden voor Curanda procedures hebben geëntameerd. Verwezen
wordt eveneens naar het faillissementsverslag van DPS. (1)
In de afgelopen verslagperiode is door rechtbank Den Haag op 20 maart 2024
vonnis gewezen in de procedure tegen T-Mobile. De curator van Fonds 1 had
deze procedure niet overgenomen na het faillissement van procespartij Direct
Pay Services B.V. De rechtbank heeft aan T Mobile ontslag van instantie
verleend in reconventie jegens Fonds 1. Jegens Direct Pay Services BV is de
vordering in reconventie vanwege de samenhang met de vordering in
conventie naar de parkeerrol verwezen.
De procedure in hoger beroep inzake het bestaan van het pandrecht van
Rabobank op vorderingen die eigendom zijn van Fonds 1 zal op 16 april 2024
daadwerkelijk aanhangig worden gemaakt na een door de Security Agent
ingewonnen procesadvies en het uitblijven van een minnelijke regeling met
Rabobank. Ook het niet-gefailleerde Fonds 3 heeft hoger beroep ingesteld
tegen het vonnis van rechtbank Rotterdam. (2)
22-04-2024
2
In mei 2024 heeft de Stichting Obligatiehouders te kennen gegeven de hoger
beroep procedure via CE Credit Management Invest Fund I B.V. tegen
Rabobank over het pandrecht op de vorderingen niet voort te zetten. Alleen
fonds 3 voert deze procedure nog in hoger beroep. (3)
22-07-2024
3
Volgens opgave van de bestuurders geen sprake van lopende verzekeringen.
Het is de curator ook tijdens de surseance van betaling niet gebleken van
lopende verzekeringen die op naam van curanda zouden zijn afgesloten. (1)
22-01-2024
1
Het huurcontract voor de bedrijfsruimte op een deel van een verdieping aan
het Weena 690, welke huurovereenkomst loopt tot 31 januari 2024, staat op
naam van CECM Incasso B.V. Verwezen wordt naar dat faillissementsverslag.
Van andere lease- en huurovereenkomsten is volgens opgave van de
bestuurder van Curanda geen sprake. Het is de curator hiervan ook niet
tijdens de surseance van betaling gebleken. (1)
22-01-2024
1
1.5 Oorzaak faillissement
Vooralsnog verwijst de curator hieronder nog alleen naar de oorzaken van de
financiële problemen zoals verwoord namens de laatste bestuurder in het
surseance verzoek. De oorzaken van het faillissement zullen worden
onderzocht conform de wettelijke taak van de curator.
Volgens het ingediende verzoekschrift heeft Sursiet aangegeven dat zij niet zal
kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.
Fonds 1/Sursiet is als fonds opgericht in 2019. Zij is gefinancierd met obligaties
uitgegeven aan Euronext (genoteerd in Brussel). Met de opbrengsten uit de
obligaties zijn van DPS-debiteurenportefeuilles gekocht met vorderingen op
consumenten van diverse partijen zoals telecombedrijven en
energieleveranciers. De obligatiehouders van Fonds 1/Sursiet zouden blijkens
het prospectus een eerste pandrecht verkrijgen op de debiteurenvorderingen.
Voor de incasso’s van deze debiteurenvorderingen maakte Fonds 1/Sursiet
met name gebruik van DPS en aan DPS gelieerde entiteiten. In april 2023 is de
Direct Pay groep in staat van faillissement verklaard.
Als gevolg van het faillissement van de Direct Pay groep kwam een groot deel
van de operationele activiteiten van Sursiet stil te liggen (zoals de
beschikbaarheid van incassospecialisten en softwaresystemen). Om de
operationele processen voort te zetten, heeft Stichting CECM in juni 2023
CECM Incasso B.V. opgericht.
Door de verslechterde financiële situatie bij Sursiet, droogde de omzet bij
CECM Incasso B.V. op. Die omzet was immers afhankelijk van Sursiet. CECM
Incasso B.V. is derhalve ook voorlopige surseance van betaling verleend op 20
oktober 2023.
Volgens opgave van de bestuurder van Sursiet is de oorzaak van de
voorlopige surseance van betaling gelegen in het wegvallen van de inkomsten
uit Fonds 1/Sursiet – door onder meer de Direct Pay faillissementen – maar ook
wegens het recent gewezen vonnis van de Rechtbank Rotterdam.
Dit betrof een procedure aangespannen door de huisbankier van de Direct Pay
groep (de Rabobank) tegen de vennootschappen uit de Direct Pay groep en de
fondsen, waaronder Fonds 1/Sursiet. Kern van die procedure was een geschil
omtrent het pandrecht c.q. de zekerheden en reikwijdte daarvan die aan de
Rabobank zouden zijn verstrekt.
De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 oktober 2023 vonnis gewezen in
voornoemde procedure. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat op de (in
de dagvaarding omschreven) debiteurenvorderingen die door een van de
vennootschappen binnen de Direct Pay groep aan de fondsen zijn
overgedragen een eerste pandrecht rust ten gunste van Rabobank. Daarmee
kwam het pandrecht van de obligatiehouders van Fonds 1/Sursiet op de
debiteurenvorderingen in het gedrang, althans lager in rang. Daarmee waren
obligatiehouders niet meer bereid om een aanvullende financiering voor de
activiteiten van Sursiet en CECM Incasso B.V. te verstrekken.
Eveneens zijn de fondsen hoofdelijk veroordeeld om binnen vier weken na de
datum van het vonnis en vervolgens op eerste verzoek van Rabobank
schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd een opgave te verstrekken van
bepaalde informatie inzake de op dat moment bestaande
debiteurenvorderingen, op straffe van een dwangsom.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De hoger beroep termijn
tegen het vonnis loopt nog. (1)
22-01-2024
1
De boedel was op faillissementsdatum leeg. De vorderingen van het Fonds op 22-04-2024
derden zijn ofwel verpand aan de Security Aagent ten behoeven van de
gezamenlijke obligatiehouders ofwel verpand aan Rabobank op basis van het
vonnis van rechtbank Rotterdam. Het fonds beschikt vooralsnog niet over
ander vrij actief. Daar de obligatiehouders ook meer dan 95% van de
onbetaald gebleven crediteuren uitmaken, is de curator van oordeel dat zij
primair de kosten van een onderzoek naar de oorzaken van het faillissement
dienen te dragen. De Security Agent heeft hiervoor van de obligatiehouders
nog geen financiële middelen ontvangen noch hieromtrent al een keuze
gemaakt. De curator onderzoekt de oorzaken van het faillissement vooralsnog
niet verder, wel vindt er door de curator een onderzoek plaats in het
faillissement van Direct Pay Beheer B.V. en Direct Pay Services B.V., waarin het
ontstaan van Fonds 1 en de behandeling van haar vorderingen door DPS aan
de orde komt. (2)
2
Inmiddels is in deze verslagperiode duidelijk geworden dat de achterliggende
obligatiehouders van Fonds 1 de hoger beroep procedure tegen het hiervoor
bedoelde rechterlijke vonnis niet verder hebben willen financieren. Daarmee
vallen alle eerdere behandelde vordering van Fonds 1 onder het pandrecht van
Rabobank op basis van het door de bank aan Direct Pay groep krediet
waarmee debiteurenportefeuilles zijn aangekocht. Stichting Obligatiehouders
onderzoekt nog wel hoe de obligatiehouders hun schade vergoed zouden
kunnen krijgen. (3)
22-07-2024
3
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
2. Personeel
Personeelsleden
0
Toelichting
Curanda had geen personeelsleden in dienst (1).
22-01-2024
1
Personeelsleden
0
22-01-2024
1
DatumAantalToelichting
0 Niet van toepassing
totaal0
Geen (1) 22-01-2024
1
3. Activa
Beschrijving Verkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
Niet van toepassing (1)
Curanda heeft geen onroerende zaken in eigendom (1). 22-01-2024
1
Geen (1). 22-01-2024
1
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Geen (1)
Op de kolommenbalans van Curanda staan geen bedrijfsmiddelen vermeld.
Eveneens heeft de bestuurder van Curanda verklaard dat er geen
bedrijfsmiddelen in eigendom zijn. (1)
22-01-2024
1
Niet van toepassing. De inventaris was gehuurd van de verhuurder van de 22-01-2024
1
Niet van toepassing. De inventaris was gehuurd van de verhuurder van de
kantoorplekken. De curator heeft drie laptops terug ontvangen; één ontbreekt
nog. (1)
Alle laptops zijn ontvangen, uitgelezen en worden vernietigd omdat deze
vanwege ouderdom onverkoopbaar zijn. (2)
22-04-2024
2
De curator heeft onderzoek gedaan naar mogelijke bedrijfsmiddelen. (1) 22-01-2024
1
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Geen (1)
Op de kolommenbalans van Curanda staan geen voorraden vermeld of
onderhanden werk. Eveneens heeft de bestuurder van Curanda verklaard dat
er geen voorraden of onderhanden werk is. Voor de portefeuilles in eigendom
van Curanda en waar mogelijk ‘onderhanden werk’ in zou zitten, wordt
verwezen naar hoofdstuk 4 van dit verslag. (1)
22-01-2024
1
Inventarisatie en bespreking met bestuurder (1).) 22-01-2024
1
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
In onderzoek (1)
Op de kolommenbalans van Curanda staan de volgende posten vermeld aan
de activazijde welke de bewindvoerder nader zal onderzoeken:
Immateriële vaste activa, bestaande uit emissiekosten.
Portefeuilles van de fondsen (zie hoofdstuk 4 van dit verslag).
Rekeningen courant extern (zie hoofdstuk 4 van dit verslag, daar nu dit
ook vorderingen betreffen).
Overige vorderingen nog te ontvangen van door Curanda ingeschakelde
derden (zoals deurwaarderskantoren, zie ook hoofdstuk 4 van dit
verslag, daar nu dit ook vorderingen betreffen).
Overlopende activa bestaande uit vooruitbetaalde kosten.
Voorts houdt Curanda bankrekeningen aan.
De bestuurder van Curanda heeft verklaard dat er geen overige baten
zijn. (1)
22-01-2024
1
Inventarisatie en bespreking met bestuurder (1). 22-01-2024
1
4. Debiteuren
Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.
Toelichting debiteuren
In de interne kolommenbalans 18 oktober 2023 van Curanda staan de
volgende posten vermeld:
1. Portefeuilles Fondsen genoteerd voor EUR 59.353.960. In de balans valt
deze post uiteen uit de volgende posten:
de portefeuilles zelf;
griffie portefeuilles;
terugbetaling portefeuilles;
ontvangsten portefeuilles;
vergoeding servicer;
correctie vergoeding servicer;
marge portefeuilles
amortisatie portefeuilles; en
voorziening portefeuille (impairment) ad EUR 12.500.000.
De curator heeft in onderzoek waar deze posten op zien en of deze
inbaar zijn. Voor de problematiek omtrent het veiligstellen van de
softwaresystemen waarin de portefeuilles op detailniveau zijn
geregistreerd (PMS), wordt verwezen naar dit verslag onder ‘toelichting
bestede uren’.
De obligatiehouders van Fonds 1/Curanda zouden blijkens het prospectus een
eerste pandrecht verkrijgen op de debiteurenvorderingen. Voor de incasso’s
van deze debiteurenvorderingen maakte Fonds 1/Curanda met name gebruik
van DPS en aan DPS gelieerde entiteiten. In april 2023 is de Direct Pay groep in
staat van faillissement verklaard. Inmiddels – zie ook hoofdstuk 9 van dit
verslag – heeft de Rechtbank Rotterdam op 4 oktober 2023 vonnis gewezen in
een procedure geëntameerd door de Rabobank omtrent de reikwijdte van het
pandrecht. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat op de (in de door
Rabobanks dagvaarding omschreven) debiteurenvorderingen die door een van
de vennootschappen binnen de Direct Pay groep aan de fondsen zijn
overgedragen een eerste pandrecht rust ten gunste van Rabobank. Daarmee
kwam het pandrecht van de obligatiehouders van Fonds 1/Curanda op de
debiteurenvorderingen in het gedrang, althans lager in rang.
De bewindvoerder heeft deze portefeuille en de omvang daarvan, alsook de
waardering, nog in onderzoek en zal de mogelijkheden tot verkoop van deze
portefeuille onderzoeken in afstemming met de bestuurder en pandhouder.
1. De interne kolommenbalans vermeldt eveneens rekening-couranten
(extern) ad EUR 282.221. Dit zijn onder meer rekening-courant
vorderingen op:
Direct Pay Services (failliet) EUR 184.734 (te vorderen)
Stichting Bewaarder Forward Flow EUR 24.441 (te betalen) (N.B. zie ook
toelichting bestede uren, dit betreft de in dat stuk genoemde stichting
waarin geen inzicht wordt verkregen).
Stichting CE Credit Management Invest Fund 1 EUR 100.000
CE Credit Management III B.V. EUR 21.928 (te vorderen)
De curator zal deze posten nog nader onderzoeken.
1. Eveneens vermeldt de interne kolommenbalans de post ‘overige
vorderingen’. Dit betreft nog te ontvangen bedragen van diversen door
Curanda ingeschakelde derden zoals deurwaarders en een
advocatenkantoor. Dat zal verband houden met het beheer van de
portefeuilles. Deze post bedraagt in totaal EUR 2.156.066. De
bewindvoerder heeft dit nog in onderzoek. Volgens de bestuurder liepen
een aantal van die contracten ook via LegalSteps in plaats van direct met
22-01-2024
1
Curanda, reden waarom geen goed inzicht kan worden verkregen.(1)
In de afgelopen verslagperiode is een bedrag ad EUR 16.305,71 ontvangen die
ziet op betalingen pre-faillissementsdebiteuren. Hiervan ziet EUR 4.873,66 op
een doorbetaling van Stichting Bewaarder Forward Flow.
De rekening-courant posities worden nog nader onderzocht. (2)
22-04-2024
2
In de afgelopen verslagperiode is een bedrag ad EUR 25.664,35 ontvangen die
ziet op betalingen pre-faillissementsdebiteuren. Hiervan ziet EUR 15.531,75 op
doorbetalingen van Stichting Bewaarder Forward Flow en EUR 10.132,60 op
doorbetaling van de zakelijke rekening die Curanda bij ABN AMRO aanhield.
De rekening-courant posities bestaan vooral uit drie ingeschakelde
deurwaarderskantoren die nog gelden moeten afdragen. Hierbij werkt de
curator samen met Rabobank, NTAB en BVCM die het beste zicht hebben op de
afwikkeling van de vorderingen op debiteuren. (3)
22-07-2024
3
In de afgelopen verslagperiode is een bedrag ad EUR 16.830,93 ontvangen.
De boedel verricht zelf geen incasso- en inningswerkzaamheden. Dit bedrag
ziet op betalingen van pre-faillissementsdebiteuren op basis van reeds
lopende betalingsafspraken, deels via de zakelijke rekening die Curanda bij
ABN AMRO aanhield (EUR 10.679,31) en deels via doorbetalingen van Stichting
Bewaarder Forward Flow (EUR 6.151,62). Zolang Rabobank als pandhouder die
de incasso via BVCM ter hand heeft genomen deze debiteuren niet informeert
en verzoekt om op een andere bankrekening te betalen, kan de boedel deze
gelden ontvangen. Rabobank en BVCM ontvangen van de curator steeds een
overzicht van de op de ABN AMRO bankrekeningen door de boedel ontvangen
gelden, zodat de ontvangst van de betalingen wel op dossierniveau bij BVCM
verwerkt kan worden. (4)
22-10-2024
4
In de afgelopen verslagperiode is een bedrag ad EUR 11.052,40 ontvangen.
Een deel van dit bedrag, te weten EUR 4.902,64, ziet op betalingen van pre-
faillissementsdebiteuren op basis van reeds lopende betalingsafspraken. Het
andere deel, te weten EUR 6.146,76, ziet op doorbetalingen van Stichting
Bewaarder Forward Flow. De curator benadrukt nogmaals dat de boedel zelf
geen incasso- en inningswerkzaamheden verricht. (5)
22-01-2025
5
In de afgelopen verslagperiode is een doorbetaling van Stichting Bewaarder
Forward Flow ad EUR 4.892,90 op de boedelrekening ontvangen.
Met Rabobank als pandhouder van de vorderingen op debiteuren heeft
meermaals overleg plaatsgevonden over verkoop van de portefeuilles. (6)
22-04-2025
6
In de afgelopen verslagperiode is een doorbetaling van Stichting Bewaarder
Forward Flow ad EUR 3.246,26 op de boedelrekening ontvangen. Zoals ook in
eerdere verslagen is vermeld, benadrukt de curator nogmaals dat door de
boedel zelf geen incasso- en inningswerkzaamheden worden verricht (7)
22-07-2025
7
In de afgelopen verslagperiode zijn nog een aantal doorbetalingen van
Stichting Bewaarder Forward Flow op de boedelrekening ontvangen. Voor deze
ontvangen bedragen worden door de curator geen incasso- en
inningswerkzaamheden verricht (8)
21-10-2025
8
In de afgelopen verslagperiode is er nog een aantal doorbetalingen van
Stichting Bewaarder Forward Flow op de boedelrekening ontvangen. Voor deze
ontvangen bedragen zijn door de curator geen incasso- en
22-01-2026
9
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
inningswerkzaamheden verricht (9)
In de afgelopen verslagperiode is een bedrag ad EUR 14.206,98 op de
boedelrekening ontvangen. Hiervan ziet EUR 918,28 op een doorbetaling van
de Stichting Bewaarder Forward Flow en EUR 13.278,70 op een doorbetaling
van de zakelijke rekening bij ABN AMRO. De curator benadrukt nogmaals dat
de boedel zelf geen incasso- en inningswerkzaamheden verricht en dat het
betalingen betreft die zelf door debiteuren naar die respectievelijke
rekeningen zijn overgemaakt. (10)
22-04-2026
10
Inventarisatie en bespreking met bestuurder. Bespreking met o.a. Legalsteps
omtrent dataoverdracht portefeuilles PMS. (1).
22-01-2024
1
Contact met IT-adviseurs, IT partijen, pandhouder, Legal Steps (2). 22-04-2024
2
5. Bank / Zekerheden
€ 0,00
Toelichting vordering van bank(en)
Niet van toepassing. Er is geen sprake van bankfinanciering verstrekt aan
Curanda. Per datum faillissement was sprake van een creditsaldo ad EUR
21.116,98. Wel is sprake van financiering via obligatiehouders. Het uitstaande
saldo verschuldigd aan de obligatiehouders is EUR 72.659.000 (exclusief rente)
(1).
22-01-2024
1
Toelichting vordering van bank(en)
Het creditsaldo per datum faillissement is in de afgelopen verslagperiode op de
boedelrekening ontvangen.
Voorts hebben zich in de afgelopen verslagperiode diverse obligatiehouders
gemeld. De vorderingen zijn op basis van de ontvangen stukken op de lijst van
voorlopig erkende concurrente crediteuren geplaatst. De obligatiehouders
zullen in de komende verslagperiode bevestiging plaatsing vordering
ontvangen. (2)
22-04-2024
2
Volgens opgave van de bestuurder is geen sprake van lopende
leasecontracten binnen Curanda. Het is de curator daarvan ook niet tijdens de
surseance van betaling van gebleken. (1)
22-01-2024
1
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 oktober 2023 vonnis gewezen in de
procedure tegen de Rabobank, zie in dat kader eveneens hoofdstuk 9 van dit
verslag. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat op de (in de dagvaarding
omschreven) debiteurenvorderingen die door een van de vennootschappen
binnen de Direct Pay groep aan de fondsen zijn overgedragen een eerste
pandrecht rust ten gunste van Rabobank.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Binnen de hoger beroep
termijn heeft de curator hoger beroep ingesteld. De advocaatkosten hiervoor
worden betaald door de Stichting namens de obligatiehouders. De curator
heeft voor deze fase van de procedure een boedelbijdrage van EUR 2.500 plus
BTW van de Stichting ontvangen.
De obligatiehouders van Fonds 1/Curanda zouden blijkens het prospectus een
eerste pandrecht verkrijgen op de debiteurenvorderingen. Gelet op
voornoemde uitspraak komt het pandrecht van de obligatiehouders van Fonds
1/Curanda op de debiteurenvorderingen in het gedrang, althans lager in rang.
(1)
22-01-2024
1
Zie 5.3 van dit verslag. (1) 22-01-2024
1
Tot op heden hebben geen crediteuren zich bij de bewindvoerder en
vervolgens curator gemeld met een beroep op een eigendomsvoorbehoud. (1)
22-01-2024
1
Tot op heden hebben geen crediteuren zich bij de bewindvoerder en
vervolgens curator gemeld met een beroep op een retentierecht. (1)
22-01-2024
1
Tot op heden hebben geen crediteuren zich bij de bewindvoerder en
vervolgens curator gemeld met een beroep op een recht van reclame. (1)
22-01-2024
1
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
€ 3.025,00
Toelichting
Een boedelbijdrage van de Stichting obligatiehouders ad EUR 2.500 plus BTW
in totaal EUR 3.025.
Daarnaast is er sprake van een boedelbijdrage van Rabobank in de
surseances van CECM Incasso B.V. en Fonds 1 van in totaal EUR 300.000
inclusief BTW. Verwezen wordt naar dat respectievelijke verslag. De
werkzaamheden van de curator en in te schakelen derden in de surseance en
het faillissement van het Fonds kunnen echter ook ten laste van voornoemde
boedelbijdrage worden gebracht. (1)
22-01-2024
1
Toelichting
Er dient met Rabobank in de komende verslagperiode nog een eindafrekening
te worden opgemaakt van de kosten zodra de laatste IT werkzaamheden
zullen zijn verricht en het PMS systeem weer geheel in de lucht is, die in de
boedels van Direct Pay, CECM Incasso B.V. en Fonds 1 B.V. ten behoeve van
Rabobank zijn verricht en betaald. (2)
22-04-2024
2
Toelichting
De eerder van de Stichting Obligatiehouders ontvangen boedelbijdrage zag op
het verlenen van medewerking aan een extern procesadvies en instellen hoger
beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Rotterdam.
Aangezien de werkzaamheden met name in dit faillissement worden verricht is
een deel van het boedelkrediet van Rabobank naar de boedelrekening van CE
CMI Fund I B.V. overgemaakt. Een en ander ter dekking van de boedelkosten.
De voorlopige afrekening met Rabobank wordt na het betalen van het salaris
curator opgesteld. Externe kosten zijn sinds kort niet meer aan de orde. Alle
IT-systemen draaien nu bij BVCM namens pandhouder Rabobank. (3)
22-07-2024
3
De curator heeft tezamen met de bestuurder de financiering, zekerheden en
rechten van derden geïnventariseerd en contact gehad met de Rabobank. Het
bijzondere in deze zaak is dat Rabobank aan curanda zelf geen krediet heeft
verleend noch van haar zelf zekerheden heeft gekregen. (1)
22-01-2024
1
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
De werkzaamheden zijn gedurende surseance van betaling voortgezet. Nadat
de voorlopig verleende surseance van betaling in een faillissement is omgezet
zijn de werkzaamheden beëindigd. (1).
22-01-2024
1
De kosten en opbrengsten tijdens de surseance worden verder in kaart
gebracht en voorgelegd aan Rabobank in verband met de ontvangen
boedelbijdrage. (1)
22-01-2024
1
De mogelijkheden van een algehele of gedeeltelijke doorstart van de
activiteiten zijn tijdens de voorlopig verleende surseance van betaling door de
bewindvoerder thans curator onderzocht, maar die mogelijkheden bestonden
niet. Omdat er geen noemenswaardige inkomsten waren en de
onderhandelingen met LegalSteps te lang duurden, is de surseance beëindigd
en is het faillissement van Curanda verzocht. (1)
22-01-2024
1
Doorstarten onderneming
Niet van toepassing (1) 22-01-2024
1
Niet van toepassing (1) 22-01-2024
1
Toelichting
Niet van toepassing (1)
22-01-2024
1
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
Toelichting
Niet van toepassing (1)
22-01-2024
1
Toelichting
De uren van de curator en door hem ingeschakelde derden kunnen uit het
boedelkrediet/-bijdrage worden betaald. Feitelijk staat deze hele
boedelbijdrage op de boedelrekening van CECM Incasso B.V. (2)
22-04-2024
2
Toelichting
Het grootste deel van het boedelkrediet van CECM Incasso B.V. en Fonds 1
(EUR 211.573,28) van Rabobank, bedoeld ter vergoeding van de kosten van de
curator en de kosten van in te schakelen derden, is inmiddels overgeboekt
naar de boedelrekening van Fonds 1. (3)
22-07-2024
3
Zie hetgeen elders in dit verslag staat vermeld (1). 22-01-2024
1
BVCM voert in opdracht van Rabobank thans een proef uit om te zien of de
systemen voldoende actueel zij en werken en debiteuren hierop reageren en
betalen. Dit betekent dat feitelijk slechts een klein deel van de gekochte
vorderingen op debiteuren thans wordt behandeld. Debiteuren die een
schuldregeling ex artikel 287a Fw wensen met een vordering die bij Direct Pay
Services B.V., Webcasso B.V. of CECEM Incasso B.V. in behandeling was,
kunnen zich hiervoor wenden tot BVCM, zie website www.bvcm.nl en mail naar
[email protected]. (2)
22-04-2024
2
Actueel: de curator behandelt de vorderingen van CE Credit Management
Invest Fund 1 B.V. niet. De vorderingen van CE Credit Management Invest
Fund 1 B.V. zijn verpand aan Rabobank en zij heeft BVCM hiervoor
ingeschakeld. Als u hierover een vraag heeft, stuur dan een mail naar;
[email protected]. (3)
22-07-2024
3
7. Rechtmatigheid
De curator heeft een gedeelte van de administratie reeds in zijn bezit. Dat is
nog lang niet compleet. De recent ontvangen data inzake vorderingen op
derden zullen door NTAB worden onderzocht. (1)
22-01-2024
1
Dit onderzoek loopt nog. (2) 22-04-2024
2
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
De jaarrekening 2019 is gedeponeerd op 27 mei 2020. Deze jaarrekening is
conform het deponeringen overzicht van de Kamer van Koophandel
vastgesteld op 20 mei 2020.
De jaarrekening 2020 is gedeponeerd op 23 juni 2021. Deze jaarrekening is
conform het deponeringen overzicht van de Kamer van Koophandel
vastgesteld op 21 mei 2021.
De jaarrekening 2021 is nog niet gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel,
althans dat geeft het overzicht van de Kamer van Koophandel weer. Curanda
kondigde op 3 juli 2023 de publicatie van het jaarlijks financieel verslag 2021
aan.
Over de boekjaar 2022 was nog geen jaarrekening opgesteld.
De curator zal bovenstaande meenemen in zijn onderzoek. (1).
22-01-2024
1
2019
De jaarrekening 2019 is gecontroleerd door Deloitte Accountants B.V.
(“Deloitte”) en op 20 mei 2020 voorzien van een goedkeurende
accountantsverklaring. In deze verklaring heeft Deloitte de volgende paragraaf
opgenomen om de impact van het coronavirus te benadrukken:
Het coronavirus heeft ook invloed op CE Credit Management Invest Fund I B.V.
In de toelichting op pagina 28 in de jaarrekening heeft het management de
huidige impact en haar plannen om met deze gebeurtenissen of
omstandigheden om te gaan toegelicht. Ook geven zij aan dat het op dit
moment voor hen niet goed mogelijk is om in te schatten wat de invloed van
het coronavirus is op de financiële prestaties en gezondheid van CE Credit
Management Invest Fund I B.V. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking
tot deze aangelegenheid.
Het bestuur heeft het volgende opgemerkt over de impact van het coronavirus:
“In het kader van de COVID-19 ontwikkelingen heeft het bestuur een inschatting
gemaakt van de impact op de debiteurenportefeuilles en liquiditeit. Gezien de aard
van de activiteiten verwacht het bestuur dat mogelijk de inningscurve van de
debiteurenportefeuilles wordt geraakt als gevolg van oplopende werkeloosheid en
verzoeken van debiteuren voor betaalregelingen. Op dit moment is niet duidelijk
wat het effect zal zijn maar het bestuur monitort de ontwikkelingen nauwgezet.
Er is nog geen significant effect waarneembaar op de operationele activiteiten bij de
servicer als gevolg van COVID-19. Er zijn door de servicer gepaste maatregelen
genomen onder meer rondom thuiswerken. De SLA wordt uitgevoerd conform de
afspraken.
COVID-19 heeft ook zijn weerslag op de financiële markten waarbij de spread op
bedrijfsobligaties sterk zijn toegenomen en waarbij de effectieve rentes zijn
gestegen. De vennootschap heeft op dit moment nog circa 29 miljoen aan nog uit
te geven obligaties staan. Als gevolg van de pandemie is het programma tijdelijk
stil komen te liggen. Zodra de koers van de obligatie het toelaat zal het programma
worden hervat en versneld worden uitgevoerd.”
Verder merkt Deloitte op dat het kernpunt van de controle de waardering van
de vorderingen portefeuilles betrof.
“Het kernpunt van de controle is de waardering van de vorderingen portefeuilles.
De onder de financiële vaste activa opgenomen portefeuilles worden gewaardeerd
op de verkrijgingsprijs. De hoogte is afhankelijk van aankopen, geïnde gelden,
bestede griffiegelden, gerealiseerde marge en bijzondere waardevermindering.”
22-01-2024
1
2020
De jaarrekening 2020 is gecontroleerd door Deloitte en op 31 mei 2021
voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring. In deze verklaring
heeft Deloitte de volgende paragraaf opgenomen om de liquiditeits- en
operationele risico’s inzake de langlopende schulden te benadrukken:
“Wij vestigen de aandacht op het onderdeel "Liquiditeitsrisico" en "Operationeel
risico" in de toelichting op paginanummer 18 en 19 van de jaarrekening. Hierin is
uiteengezet dat de entiteit CE Credit Management Invest Fund 1 B.V. afhankelijk is
van toekomstige cashflows uit de vorderingenportefeuille om te kunnen voldoen
aan zijn verplichtingen jegens haar obligatiehouders. COVID-19 heeft significante
impact gehad op het innen van deze vorderingen. Daarnaast is de
vorderingenportefeuille weliswaar verhandelbaar op een specifieke markt, maar
gezien de karakteristieken van dit soort financiële instrumenten te classificeren als
illiquide financiële instrumenten. Dit kan ertoe leiden dat vorderingen niet op tijd
liquide kunnen worden gemaakt om aan de aflossingsverplichtingen te voldoen
richting de obligatiehouders. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze
aangelegenheid.”
Het bestuur heeft het volgende opgemerkt op de liquiditeits- en operationele
risico’s:
“Liquiditeitsrisico:
De vennootschap is met betrekking tot haar opbrengsten en resultaat tevens
afhankelijk van de snelheid en omvang van de uitwinning van de
debiteurenportefeuilles. De ontvangen cashflow in de minnelijke fase wordt
nagenoeg volledig vergoed aan het fonds. In de juridische fase wordt 85% van de
netto ontvangen cashflow doorgestort aan de vennootschap, totdat de
vennootschap de aankoopprijs plus de aanvullende kosten en rente heeft
ontvangen. Daarna ontvangt de servicer 100% van geïnde cashflow, maar pas
nadat de vennootschap aan haar verplichtingen heeft voldaan. Per maand wordt
door de servicer gesetteld met de vennootschap. Non-performing
debiteurenportefeuilles worden door de servicer teruggekocht conform de SLA.”
“Operationeel risico:
Tot de operationele risico's die aan de activiteiten van de vennootschap/servicer
kleven, behoren onder meer de mogelijkheid van tekortschietende of falende
interne of externe processen of (administratie-) systemen, menselijke fouten, niet
naleving van wet- en regelgeving, wangedrag van bestuurders of externe
gebeurtenissen, zoals fraude. Deze gebeurtenissen kunnen financieel verlies of
schade aan de reputatie van de vennootschap/servicer veroorzaken en daarmee
een wezenlijk nadelig effect hebben
op het bedrijfsresultaat van de vennootschap, alsmede het (niet) nakomen van
verplichtingen uit hoofde van de SLA. Ook bestaat het risico van faillissement en/of
surseance van betaling van de servicer, waardoor de servicer haar verplichtingen
uit hoofde van de SLA niet meer kan nakomen. Hierdoor wordt de vennootschap
verplicht een nieuwe servicer te benoemen met het risico dat deze niet (tijdig) te
vinden is. Operationele risico's zijn inherent aan de activiteiten van de
vennootschap. Het manifesteren van één of meerdere operationele risico's kan
ertoe leiden dat de rente, verbonden aan de obligaties, door de vennootschap niet
of niet volledig kan worden betaald aan de obligatiehouders en de inleg (hoofdsom)
van obligatiehouders niet of niet volledig kan worden terugbetaald.”
Verder merkt Deloitte op dat het kernpunt van de controle de waardering van
de vorderingen portefeuilles betrof
“De kernpunten van onze controle
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons
professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de
jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de directie
gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is
besproken.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot de kernpunten
bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze
bevindingen ten aanzien van het individuele kernpunt moeten in dat kader
worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over dit kernpunt.
A. Waardering van de Vorderingen
De post vorderingen is significant op de balans van CE Credit Management
Invest Fund 1 B.V. De waardering van deze vorderingen is dan ook een
kernpunt in onze controle. De onder de financiële vaste activa opgenomen
vorderingen ad € 73,5 miljoen in de toelichting op pagina 20 worden
gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. De hoogte is afhankelijk van
aankopen, geinde gelden, bestede griffiegelden en bijzondere
waardeverminderingen. Direct Pay Beheer B.V. is als Servicer verantwoordelijk
voor o.a. het innen van deze vorderingen, waarbij de realisatie van de waarde
van de vorderingen (sterk) afhankelijk is van de geleverde inspanning door de
Servicer. COVID-19 heeft overigens ook een impact op het innen van deze
vorderingen. Het waarderingsrisico is contractueel ondergebracht bij de
Servicer. Mocht een vordering in de portefeuille namelijk niet renderen dan kan
deze terug verkocht worden aan de Servicer. Vanwege het illiquide karakter
van de vorderingen is de wijze en het tijdstip waarop de vorderingen kunnen
worden gerealiseerd niet goed te sturen door de directie van het fonds. Het in
het kader van onze jaarrekeningcontrole geïdentificeerde risico is dat de
(illiquide) vorderingen niet juist zijn gewaardeerd.”
2021
De jaarrekening 2021 is gecontroleerd door Q-Concepts Accountancy B.V. (“Q-
Concepts”) en op 30 juni 2023 voorzien van een goedkeurende
accountantsverklaring. In deze verklaring heeft Q-Concepts de volgende
paragraaf opgenomen om te benadrukken dat er sprake is van een
onzekerheid van materieel belang ten aanzien van het hanteren van de
continuïteitsveronderstelling:
“Wij vestigen de aandacht op het onderdeel 'continuïteit' in de toelichting op
pagina 17 van de jaarrekening, waarin uiteengezet is dat de entiteit
afhankelijk is van de een positieve toekomstige ontwikkeling van geldstromen
en de bereidwilligheid van obligatiehouders, leveranciers, incassopartners
en/of banken om de financiering te blijven continueren. Deze condities duiden
op het bestaan van een onzekerheid van materieel belang op grond waarvan
gerede twijfel zou kunnen bestaan over de continuïteitsveronderstelling van
de entiteit. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze
aangelegenheid.”
Het bestuur heeft het volgende opgemerkt over de continuïteit:
“De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteitsveronderstelling. Op
basis van onderstaande omstandigheden is sprake van een materiële
onzekerheid ten aanzien van de continuïteit van de vennootschap.
De vennootschap heeft een eindigend karakter waarbij aan het einde van de
looptijd (juli 2024) de obligaties worden afgelost. De vennootschap monitort of
het aflossingsrisico gedurende de looptijd van de vennootschap op een
acceptabel niveau blijft door onder meer de toekomstige kasstromen en de
waardeontwikkelingen van de debiteurenportefeuilles periodiek te evalueren
en aanpassingen door te voeren. Geconstateerd is dat huidige waardering niet
toereikend zal zijn om de obligatielening volledig af te lossen. Daarnaast
constateert de vennootschap dat onvoldoende liquiditeit beschikbaar zal zijn
om de couponrente per I juli 2023 te voldoen.
De ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, meer in het
bijzonder ten aanzien van executiemogelijkheden en de heffing van
griffiegelden en de in dit jaarrapport benoemde prejudiciële vragen en de
moeilijkheden in de samenwerking met de servicer hebben een belangrijk
effect op de timing en omvang van de kasstromen.
Daarnaast heeft het faillissement van de servicer per 4 april 2023 een
belangrijk effect op de uitvoering van de SLA, doordat de opgenomen
garanties rondom non-performance niet kunnen worden getrokken.
Na balansdatum heeft het bestuur de volgende maatregelen geïmplementeerd
om de continuïteit te waarborgen:
Het herzien van het business plan, waaronder het aansluiten van third
party servicers;
Het opstellen van een transitieplan gericht op het verbeteren van
transparantie en waarde creatie van de vorderingen portefeuille ;
Tevens is de onderneming in overleg om de aflosdatum van de
obligatielening uit te stellen dan wel aan te passen,
Het bestuur verwacht dat de genomen maatregelen voldoende
geldstromen genereren om de uitwinning voort te zetten tot aan het
einde van de looptijd van de obligaties. Hierbij blijft de vennootschap
echter afhankelijk van de bereidwilligheid van obligatiehouders,
leveranciers, incassopartners en/of banken om in overbruggende
perioden kredieten te verschaffen en het verlenen van medewerking aan
het transitieproces.
Op basis hiervan bestaat een reële kans om de activiteiten van de
vennootschap voort te zetten, maar is het nog niet voldoende
aannemelijk dat de aanvullende benodigde medewerking zal worden
verkregen. Het bestuur acht discontinuïteit niet onontkoombaar. Op basis
hiervan is het bestuur van mening dat het opstellen van de jaarrekening
op basis van de continuïteitsveronderstelling gerechtvaardigd is. ”
Verder heeft Q-Concepts in haar verklaring de volgende paragraaf opgenomen
om de liquiditeits- en operationele risico’s inzake de langlopende schulden te
benadrukken:
“Wij vestigen de aandacht op de onderdelen "kredietrisico", "liquiditeitsrisico"
en "operationeel risico" in de toelichting op pagina 21 van de jaarrekening.
Hierin is uiteengezet dat de entiteit CE Credit Management Invest Fund 1 B.V.
afhankelijk is van toekomstige geldstromen uit de vorderingenportefeuille om
te kunnen voldoen aan zijn verplichtingen jegens obligatiehouders. Vanwege
het faillissement van de servicer per 4 april 2023 kan CE Credit Management
Invest Fund 1 B.V. niet langer aanspraak maken op de met de servicer
gemaakte afspraken rondom terugkoop van nonperforming
vorderingenportefeuilles. Gedurende het boekjaar en na balansdatum hebben
de ontwikkelingen rondom de servicer een significante impact gehad op het
innen van de vorderingen. De vorderingenportefeuille is weliswaar
verhandelbaar op een specifieke markt, maar gezien de karakteristieken van
dit soort financiële instrumenten te classificeren als illiquide financiële
instrumenten. Dit kan ertoe leiden dat vorderingen niet op tijd liquide kunnen
worden gemaakt om aan de aflossingsverplichtingen te voldoen richting de
obligatiehouders. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze
aangelegenheid.”
Het bestuur heeft het volgende opgemerkt over de liquiditeits- en operationele
risico’s:
“Liquiditeitsrisico
De vennootschap is met betrekking tot haar opbrengsten en resultaat tevens
afhankelijk van de snelheid en omvang van de uitwinning van de
debiteurenportefeuilles. De ontvangen cashflow in de minnelijke fase wordt
nagenoeg volledig vergoed aan het fonds. In de juridische fase wordt 85% van
de netto ontvangen cashflow doorgestort aan de vennootschap, totdat de
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
vennootschap de aankoopprijs plus aanvullende kosten en rente heeft
ontvangen. Daarna ontvangt de services 100% van geïnde cashflow, maar pas
nadat de vennootschap aan haar verplichtingen heeft voldaan. Per maand
wordt door de servicer gesetteld met de vennootschap. Non-performing
debiteurenportefeuilles worden door de servicer teruggekocht conform de SLA.
Operationeel risico
Tot de operationele risico's die aan de activiteiten van de
vennootschap/servicer kleven, behoren onder meer de mogelijkheid van
tekortschietende of falende interne of externe processen of (administratie-)
systemen, menselijke fouten, niet naleving van wet- en regelgeving,
wangedrag van bestuurders of externe gebeurtenissen, zoals fraude. Deze
gebeurtenissen kunnen financieel verlies of schade aan de reputatie van de
vennootschap/servicer veroorzaken en daarmee een wezenlijk nadelig effect
hebben op het bedrijfsresultaat van de vennootschap, alsmede het (niet)
nakomen van verplichtingen uit hoofde van de SLA. Ook bestaat het risico van
faillissement en/of surseance van betaling van de servicer, waardoor de
servicer haar verplichtingen uit hoofde van de SLA niet meer kan nakomen.
Hierdoor wordt de vennootschap verplicht een nieuwe servicer te benoemen
met het risico dat deze niet (tijdig) te vinden is. Operationele risico's zijn
inherent aan de activiteiten van de vennootschap. Het manifesteren van één of
meerdere operationele risico's kan ertoe leiden dat de rente, verbonden aan
de obligaties, door de vennootschap niet of niet volledig kan worden betaald
aan de obligatiehouders en de inleg (hoofdsom) van obligatiehouders niet of
niet volledig kan worden terugbetaald.”
Over boekjaar 2022 is geen jaarrekening opgesteld en vastgesteld.
(1)
De curator heeft de stortingsverplichting nog in onderzoek (1) 22-01-2024
1
Toelichting
In onderzoek (1)
22-01-2024
1
In onderzoek
Toelichting
In onderzoek (1)
22-01-2024
1
In onderzoek (1) 22-01-2024
1
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
8.2 Pref. vord. van de fiscus
De curator heeft delen van de administratie van Curanda veiliggesteld en deze
moeten nog aan een eerste onderzoek worden onderworpen. (1)
22-01-2024
1
Dit onderzoek is opgehouden door de perikelen met het verkrijgen van zicht op
de portefeuilles en de waardering daarvan. (2)
22-04-2024
2
Het onderzoek naar de waardering van de portefeuilles loopt nog bij
Rabobank/BVCM. (3)
22-07-2024
3
Dit onderzoek loopt nog steeds (4). 22-10-2024
4
Dit onderzoek loopt nog steeds alsmede over de wijze van verkoop van de
verpande gekochte vorderingen. (8)
21-10-2025
8
In onderzoek (10) 22-04-2026
10
8. Crediteuren
€ 0,00
Toelichting
Nog geen genoteerde vorderingen. De kosten van de curator zijn
boedelkosten. Deze kunnen uit de boedelbijdrage van Rabobank worden
voldaan. (1).
22-01-2024
1
€ 3,03
Toelichting
ClaimsAgent voor registratie crediteuren (5)
22-01-2025
5
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
€ 0,00
Toelichting
Nog niet bekend. (1)
22-01-2024
1
Toelichting
Nog niet bekend.(2)
22-04-2024
2
€ 483.148,00
22-04-2025
6
€ 0,00
Toelichting
Niet van toepassing (1).
22-01-2024
1
€ 0,00
Toelichting
Er hebben zich tot op heden nog geen preferente crediteuren gemeld bij de
curator (1).
22-01-2024
1
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
16
Toelichting
Op basis van de administratie zou sprake zijn van 16 crediteuren. De
betreffende crediteuren zijn inmiddels aangeschreven. Hierin zijn de
vorderingen van obligatiehouders nog niet opgenomen. De obligaties zijn
beursgenoteerd en verhandelbaar. De curator heeft deze week een brief aan
de obligatiehouders gezonden aan Caceis, die deze brief zal doorgeleiden naar
de aangesloten banken, die op hun beurt dan de obligatiehouders van het
Fonds als bij hen bekend de brief zullen doen toekomen. (1).
22-01-2024
1
341
22-04-2024
2
347
22-10-2024
4
348
22-01-2025
5
350
22-07-2025
7
351
21-10-2025
8
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
€ 660.595,00
Toelichting
Bovenstaande bedragen zijn ontleend uit het verstrekte crediteurenoverzicht
zoals aangehecht aan het verzoekschrift. Vooralsnog noteert de curator de
bedragen zoals die zijn vermeld in het verzoekschrift tot voorlopige verlening
surseance van betaling. (1).
22-01-2024
1
€ 44.318.525,17
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft een groot aantal obligatiehouders zich bij
de curator gemeld. De vorderingen zijn op basis van de ontvangen stukken op
de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren geplaatst. De
obligatiehouders zullen in de komende verslagperiode bevestiging plaatsing
vordering ontvangen. Tot heden is voor de obligatiehouders een bedrag ad
EUR 43.657.930,38 genoteerd. Er is naar verwachting nog een aantal
vorderingen te ontvangen, het op dit moment genoteerde bedrag is derhalve
nog niet compleet. (2).
22-04-2024
2
€ 44.466.525,17
22-10-2024
4
€ 44.467.622,67
22-01-2025
5
€ 44.476.622,67
22-07-2025
7
€ 45.976.622,67
21-10-2025
8
De curator kan in dit stadium van het faillissement nog geen uitspraken doen
over een eventuele uitkeringen aan preferente en/of concurrente schuldeisers.
(1)
22-01-2024
1
Er zijn thans geen boedelcrediteuren noch preferente crediteuren. Er zijn
eigenlijk vrijwel alleen obligatiehouders als concurrente crediteuren. Zij hebben
mogelijk wel of niet een pandrecht op de portefeuilles van vorderingen. De
waardering van de portefeuilles is nog niet gereed, maar duidelijk is wel dat
deze waarde veel lager ligt dan in de laatst vastgestelde jaarrekening over
2021, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring 30 juni 2023, is
vermeld. (2)
22-04-2024
2
Nog onbekend (6) 22-04-2025
6
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
Inventarisatie schuldenlast, aanschrijven crediteuren o.a. Belastingdienst (1). 22-01-2024
1
Het (regelmatig) beantwoorden van vragen van individuele obligatiehouders,
vermogensbeheerders en Stichting Obligatiehouders. (3)
22-07-2024
3
Telefoongesprekken met deze partijen vinden nog steeds plaats. (8) 21-10-2025
8
9. Procedures
1. Curanda was gedaagde in een procedure die is aangespannen door
Rabobank. Overige gedaagden in deze procedure waren: CE Credit
Management III B.V., CE Credit Management IV B.V., Direct Pay Beheer,
Direct Pay Services, Direct Pay Credit Management Services, RoyalSoft,
Debtscan, McFactor en Webcasso.
2. Curanda is eveneens opgekomen in een in 2022 aanhangig gemaakte
procedure door T-Mobile Netherlands B.V. In die procedure heeft Curanda
– nadat de curator van DPS de procedure niet heeft overgenomen - een
akte genomen houdende schorsing en hervatting van het geding in
reconventie ex artikel 225 lid 1 sub C Rv. (1)
22-01-2024
1
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
1. Curanda was betrokken bij een in 2022 aanhangig gemaakte procedure
door de Rabobank. De procedure betreft een civiele procedure. Voor de
betrokken partijen wordt verwezen naar 9.1 van dit verslag.
Kern van de procedure is een geschil omtrent het pandrecht c.q. de
zekerheden en reikwijdte daarvan die aan de Rabobank zouden zijn
verstrekt.
Eerder waren voornoemde partijen omtrent bovengenoemde kwestie ook
betrokken bij een kort geding procedure (ECLI:NL:RBROT:2022:3744).
Inmiddels is daar in de bodemprocedure dus op 4 oktober 2023 vonnis
gewezen, zie 9.3. Hiertegen heeft de curator hoger beroep ingesteld.
2. Curanda is tussengekomen bij een in 2022 aanhangig gemaakte
procedure door T-Mobile Netherlands B.V. ex artikel 225 lid 1 sub C Rv. In
die procedure heeft DPS een reconventionele vordering ingesteld jegens
T-Mobile Netherlands B.V. De procedure betreft een civiele procedure.
Kern van de procedure is een geschil omtrent de overeenkomst tussen T-
Mobile en DPS. T-Mobile vordert in conventie nakoming van de met haar
gesloten overeenkomst op grond waarvan T-Mobile periodiek
vorderingen op haar klanten aan DPS verkocht en cedeerde. Zij vordert
de betaling van facturen aan DPS. DPS vorderde in reconventie een
schadevergoeding van T-Mobile op grond van dwaling en bedrog alsook
niet-nakoming van de informatieplicht uit hoofde van de overeenkomst en
de stelling dat de gekochte vorderingen niet aan verstrekte garanties
voldoen. Deze procedure was in conventie reeds geschorst vanwege het
faillissement van DPS (ex art. 29 Fw). In reconventie was die procedure
niet van rechtswege geschorst en heeft T-Mobile de rechtbank verzocht
om de curator van DPS een termijn te stellen tot overneming van de
procedure (art. 27 Fw). De procedure is na een beoordeling van de
vordering niet overgenomen door de curator van DPS, om verdere
boedelkosten waaronder de proceskosten te voorkomen. Verwezen
wordt naar het faillissementsverslag van DPS voor nadere toelichting.
22-01-2024
1
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
De Rechtbank Rotterdam heeft op 4 oktober 2023 vonnis gewezen in de
procedure tegen de Rabobank. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat op
de (in de dagvaarding omschreven) debiteurenvorderingen die door een van
de vennootschappen binnen de Direct Pay groep aan de fondsen zijn
overgedragen een eerste pandrecht rust ten gunste van Rabobank.
Eveneens zijn de fondsen hoofdelijk veroordeeld om binnen vier weken na de
datum van het vonnis en vervolgens op eerste verzoek van Rabobank
schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd een opgave te verstrekken van
bepaalde informatie inzake de op dat moment bestaande
debiteurenvorderingen, op straffe van een dwangsom.
Eveneens zijn de gedaagde partijen (zie 9.1) in de proceskosten veroordeeld.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De hoger beroep termijn
tegen het vonnis loopt nog.
De bewindvoerder thans curator heeft eerder toegezegd te zullen meewerken
als de security agent en/of de obligatiehouders hoger beroep wensen in te
stellen tegen voornoemd vonnis in de zin dat een advocaat namens de
obligatiehouders dan op naam van het fonds kan procederen. Eveneens kan
en zal Curanda die kosten niet financieren, dus deze financiering zal van
derden dan wel obligatiehouders moeten komen. De Security Agent heeft
gelden voor deze hoger beroep procedure ontvangen en een advocaat
aangezocht die namens de curator van het Fonds tijdig hoger beroep heeft
ingesteld.
De procedure jegens T-Mobile waar Curanda is opgekomen met schorsing en
hervatting van het geding ex 225 Rv staat op de rol voor vonnis op 6 december
aanstaande vonnis uitspreken. (1)
22-01-2024
1
Deze procedure heeft geleid tot een vonnis van 20 maart 2024. Zie hiervoor
onder 1.2
De curator heeft in zijn hoedanigheid van curator van CE Credit Management
Invest Fund 1 B.V. hoger beroep ingesteld en de procedure overgenomen. De
appeldagvaarding is uitgebracht tegen de roldatum van 16 april 2024. (2)
22-04-2024
2
In mei 2024 heeft de Stichting Obligatiehouders te kennen gegeven de hoger
beroep procedure via CE Credit Management Invest Fund I B.V. tegen
Rabobank over het pandrecht op de vorderingen niet voort te zetten. Alleen
fonds 3 voert deze procedure nog in hoger beroep. (3)
22-07-2024
3
Analyse vonnis, overleg met partijen en bestuurder (1) 22-01-2024
1
10.1 Plan van aanpak
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
10. Overig
De curator zal zich de komende verslagperiode richten op:
Het bestuderen van de data van LegalSteps met betrekking tot de
debiteurenportefeuille, de verwerving van het PMS-pakket opdat actuele
posities richting debiteuren duidelijk worden en met LegalSteps en betrokken
deurwaarderskantoren de rekening-courantposities in kaart brengen. Voorts
verdiept de curator zich in de mogelijke grieven tegen voornoemd vonnis van
oktober 2023 na ontvangst van een memo van de procesadvocaat. (1)
22-01-2024
1
De curator zal zich met NTAB en Rabobank verdiepen in de actuele posities
richting debiteuren en de waarde van de portefeuilles. Voorts zal de curator de
hoger beroep procedure inzake het pandrecht volgen. Daarnaast zal
onderzoek naar de RC-verhoudingen plaatsvinden. (2)
22-04-2024
2
Dit onderzoek duurt voort. (3) 22-07-2024
3
De situatie is nog ongewijzigd. (5) 22-01-2025
5
In deze verslagperiode hebben opnieuw gesprekken plaatsgevonden met de
bank en NTAB over de wijze van verkoop van de portefeuille. Voorts zijn door
de curator concrete schriftelijke vragen gesteld aan de bestuurder R. Klaassen
en zijn ook antwoorden ontvangen welke nu worden bestudeerd. (8)
21-10-2025
8
De curator verwacht bestudering van de antwoorden in de komende
verslagperiode af te kunnen ronden. (9)
22-01-2026
9
Onbekend. Het faillissement bevindt zich in een te vroeg stadium om al een
uitspraak te doen over de termijn van afwikkeling van het faillissement. (1)
22-01-2024
1
22-7-2026 22-04-2026
10
Verwezen wordt naar hetgeen elders in dit verslag staat vermeld (1). 22-01-2024
1
Bijlagen
Bijlagen