Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Betreft
Algemene gegevens
1. Phitaal B.V. te (6135KW) Sittard, aan Mercator 1, ingeschreven bij de
Kamer van Koophandel onder nummer 5129459;
2. Phitaal Holding B.V. te (6135KW) Sittard, aan Mercator 1, ingeschreven
bij de Kamer van Koophandel onder nummer 97332216;
3. Phitaal Business B.V. te (6135KW) Sittard, aan Mercator 1, ingeschreven
bij de Kamer van Koophandel onder nummer 68385064;
4. Integrative Interventions Group B.V. te (6135KW) Sittard, aan Mercator
1, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 67175473;
5. Het Rughuis Amsterdam B.V. te (6135KW) Sittard, aan Mercator 1,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 81618344;
6. Premium Healthcare Interventions (PHI) Amsterdam B.V. te (6135KW)
Sittard, aan Mercator 1, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
onder nummer 89690028;
7. Premium Healthcare Interventions (PHI) Utrecht B.V. te (6135KW)
Sittard, aan Mercator 1, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
onder nummer 84538678.
22-04-2026
1
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
De sub 1 t/m 7 genoemde vennootschappen zullen hierna gezamenlijk worden
aangeduid als de "Vennootschappen" dan wel de "Phitaal Groep". De huidige
groepsstructuur is het resultaat van een reeks herstructureringen. Phitaal B.V.
(sub 1) is op 17 november 2010 opgericht onder de naam Premium Healthcare
Interventions B.V. Bij akte van 5 februari 2025 zijn twaalf werkmaatschappijen
– zes PHI-vennootschappen en zes Het Rughuis-vennootschappen – als
verdwijnende vennootschappen met Phitaal B.V. als (uiteindelijk) verkrijgende
vennootschap gefuseerd. Phitaal Holding B.V. (sub 2) is op 14 mei 2025
opgericht bij akte van afsplitsing, waarbij Integrative Interventions Group B.V.
(sub 4) een gedeelte van haar vermogen – waaronder de aandelen in Phitaal
B.V. en Phitaal Business B.V. – heeft afgesplitst naar Phitaal Holding B.V. als
verkrijgende vennootschap. Op 15 mei 2025 zijn RH License B.V. en PHI
License B.V. als verdwijnende vennootschappen met Phitaal Holding B.V.
gefuseerd. Phitaal Business B.V. (sub 3) is op 23 maart 2017 opgericht onder
de naam Integrative Interventions License B.V. Integrative Interventions Group
B.V. (sub 4) is op 31 oktober 2016 opgericht en fungeert als topholding van de
Phitaal Groep. Het Rughuis Amsterdam B.V. (sub 5), Premium Healthcare
Interventions (PHI) Amsterdam B.V. (sub 6) en Premium Healthcare
Interventions (PHI) Utrecht B.V. (sub 7) zijn respectievelijk op 18 januari 2021,
27 maart 2023 en 18 november 2021 opgericht als dochtervennootschappen
van Phitaal B.V.
Hoewel de Phitaal Groep bestaat uit afzonderlijke vennootschappen, is dat een
niet bij de organisatorische en economische realiteit aansluitend relict uit naar
de curator begreep, het verleden. De Vennootschappen en hun activiteiten zijn
zodanig verweven dat de facto van één (gezamenlijke) onderneming moet
worden gesproken. Zo is er geen reële scheiding van activiteiten van de
verschillende Vennootschappen en vindt facturatie van zorgverlening en de
betaling daarvan door de zorgverzekeraars plaats vanuit respectievelijk op de
bankrekening(en) van één vennootschap, te weten Phitaal BV. Ook de
zorgverzekeraars zien en behandelen (de activiteiten van) de
Vennootschappen als één en merken Phitaal Groep aan als één en dezelfde
onderneming. Dat geldt ook voor de leveranciers/crediteuren en het personeel,
alsmede de zzp'ers. Het is daarom niet mogelijk (gebleken) een functionele en
vermogensrechtelijke scheiding tussen de Vennootschappen te maken. Reden
waarom de curator ervoor heeft gekozen één faillissementsverslag op te
maken dat in alle faillissementen wordt gepubliceerd. Daar waar dat aan de
orde is, worden aangelegenheden die enkel of specifiek betrekking hebben op
één van de afzonderlijke vennootschappen, specifiek benoemd in het
betreffende faillissementsverslag. Dat zijn er weinig.
22-04-2026
1
De curator onderzoekt of het wel mogelijk is om een scheiding aan te
brengen in de vermogens van de 7 bovengenoemde gefailleerde
vennootschappen. Dat lijkt nog geen sinecure en een nader, specifiek met
deze vraag in het achterhoofd, uit te voeren onderzoek naar de gevoerde
administratie(s) en eventuele daarvan deel uitmakende rekeningen-
courantverhoudingen tussen bedoelde vennootschappen zal een antwoord
op die vraag moeten geven. Het bestaan van voor de verschillende
vennootschappen afzonderlijke (vennootschappelijke) jaarrekeningen,
impliceert dat de vermogens scheidbaar zouden kunnen zijn (geweest). Naar
verwachting zal in de volgende verslagperiode meer bekend zijn.
01-09-2026
2
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
De Phitaal Groep biedt specialistische ambulante geestelijke gezondheidszorg
aan, met een focus op psychosomatische problematiek. De Phitaal Groep biedt
behandelingen aan volwassenen met complexe klachten waarbij psychische en
lichamelijke symptomen elkaar wederzijds beïnvloeden en het dagelijks
functioneren beperken.
De zorg wordt geleverd door multidisciplinaire teams, bestaande uit onder
meer (GZ-)psychologen, fysiotherapeuten, psychotherapeuten, psychiaters en
andere gespecialiseerde behandelaren. Binnen deze teams wordt
interdisciplinair samengewerkt, zodat psychologische en lichamelijke
interventies elkaar versterken.
De Phitaal Groep hecht groot belang aan actieve participatie en eigen regie
van de cliënt. De behandeling is gericht op het vergroten van inzicht, het
versterken van copingvaardigheden en het herstellen van balans, met als doel
dat cliënten weer zelfstandig en duurzaam kunnen functioneren in hun
persoonlijke, sociale en maatschappelijke context.
Begin maart 2026 had de Phitaal Groep volgens haar administratie circa 3.500
cliënten in behandeling. In geheel 2025 heeft de Phitaal Groep in totaal 7.500
cliënten behandeld.
De Phitaal Groep ondersteunt volwassenen met een combinatie van mentale
en lichamelijke (pijn)klachten bij hun herstel, gezondheid en eigen regie. Het
betreft volwassenen met langdurige of terugkerende psychosomatische
klachten.
De Phitaal Groep richt zich op de behandeling van de volgende
hoofddiagnoses:
angststoornis (gecombineerd met lichamelijke spanningsklachten of
hyperventilatie);
depressieve stemmingsstoornissen (gecombineerd met fysieke
componenten zoals vermoeidheid);
(lichte) middelgerelateerde en verslavingsstoornissen;
obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen;
somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen;
lichte tot milde persoonlijkheidsproblematiek; en
trauma- en stressgerelateerde stoornissen.
Ten tijde van het verlenen van de voorlopige surseance van betaling was de
Phitaal Groep een lopende onderneming, waarin voornoemde (zorg)activiteiten
onverminderd werden uitgevoerd. De zorgactiviteiten zijn gedurende de
surseance van betaling en het daaropvolgende faillissement tot aan de
doorstart door Mentaal Beter ononderbroken voortgezet. Dat was van eminent
belang voor de continuïteit van de zorgverlening aan 3.500 cliënten, waarvan
een deel suïcidaal is, en dat was noodzakelijk om desintegratie van de door
Phitaal Groep gedreven onderneming te voorkomen, teneinde de waarde van
die onderneming ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren te behouden.
De curator heeft deze activiteiten, met toestemming van de rechter-
commissaris, gecontinueerd tot 15 april 2026, de datum waarop de doorstart
door Mentaal Beter is gerealiseerd en de zorgactiviteiten door Mentaal Beter
voor eigen rekening zijn overgenomen. Een en ander zoals hierna nader
uitgewerkt.
22-04-2026
1
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
De hierboven opgenomen financiële gegevens zijn gebaseerd op de vanuit de
administratie aangeleverde stukken, waaronder jaarrekeningen en
boekhoudkundige overzichten (proef- en saldibalansen), alsmede op in het
handelsregister gedeponeerde jaarrekeningen. Over de juistheid en
volledigheid van deze cijfers moet nog een nader beeld worden gevormd. Voor
het jaar 2025 betreft het in alle gevallen conceptcijfers, nu de boekjaren 2025
nog niet zijn afgesloten.
Voor de vennootschappen waarvoor in bepaalde jaren geen cijfers zijn
opgenomen, geldt dat zij in die jaren nog niet bestonden dan wel – zoals in
het geval van PHI Utrecht BV in 2021 – kort voor het jaareinde zijn opgericht.
Phitaal BV
Voor de jaren 2021 tot en met 2024 zijn geen gegevens in het overzicht
opgenomen. Phitaal BV bestaat in haar huidige vorm – na de fusies van 5
februari 2025 – eerst vanaf dat moment, zodat de cijfers over eerdere jaren
niet op vergelijkbare wijze kunnen worden gepresenteerd. De cijfers over 2025
zijn gebaseerd op de enkelvoudige administratie van Phitaal BV en betreffen
conceptcijfers.
22-04-2026
1
137
Toelichting
Aantallen volgens KvK
1. Phitaal B.V.: 137
2. Phitaal Holding B.V.: 0
3. Phitaal Business B.V.: 1
4. Integrative Interventions Group B.V.: 65
5. Het Rughuis Amsterdam B.V.: 4
6. Premium Healthcare Interventions (PHI) Amsterdam B.V.: 0
7. Premium Healthcare Interventions (PHI) Utrecht B.V.: 0
22-04-2026
1
€ 1.602.154,24
Toelichting
Het boedelsaldo wordt gevormd door (i) het totaal van de saldi op de
bankrekeningen van Phitaal Groep per datum waarop de voorlopige
surseances van betaling werden verleend, (ii) de crediteringen daarop vanaf
die datum minus de kosten van voortzetting van de onderneming, alsmede (iii)
het aangekweekte saldo op de voor Phitaal Groep geopende
faillissementsrekening.
22-04-2026
1
De Phitaal Groep beschikte bij surseanceverlening over meerdere
bankrekeningen bij Rabobank. Het totale creditsaldo bedroeg op dat moment
(23 februari 2026)EUR 2.533.551,03. Dat saldo was echter ten belope van (in
ieder geval) een bedrag van EUR 2.383.987,56 openbaar verpand aan de
financier van Phitaal Groep, Kartesia. Het behoorde niet tot het vrije
boedelactief van Phitaal Groep en bij gevolg kon de bewindvoerder (en
vervolgens curator) niet vrijelijk over het creditsaldo beschikken. Dat kon hij
niet voor de kosten van de voortzetting van de onderneming gebruiken.
De zorgverzekeraars hadden een zelfstandig belang bij de continuïteit van de
zorgverlening door Phitaal Groep. Bij gebreke van vrij boedelactief om de
bedrijfsactiviteiten van en dus de zorgverlening door Phitaal Groep te kunnen
bekostigen, moest in alternatieve bekostiging worden voorzien. Teneinde de
zorgverlening te kunnen continueren zijn met de zorgverzekeraars afspraken
gemaakt over – kort gezegd – de dekking van de kosten voor de voortzetting
en dus de continuïteit van de zorgverlening. Aanvankelijk voor de eerste vier
weken te rekenen vanaf de datum voorlopige surseanceverlening en na
ommekomst daarvan, tot aan de datum beoogde overdracht van de activiteiten
van Phitaal Groep aan een koper (waarover hierna meer).
Teneinde in de noodzakelijke financiële middelen te voorzien is enerzijds
bevoorschotting (Bevoorschotting) door de zorgverzekeraars van de
geprognotiseerde omzet voor de eerste 4 weken overeen gekomen en na
ommekomst daarvan, van de geprognotiseerde omzet tot 15 april 2026 – de
dag waarop de door Phitaal Groep gedreven onderneming werd overgenomen.
Dat zou voor de eerste 4 weken evenwel niet voldoende zijn geweest om alle
kosten opkomend of verband houdend met de voortzetting van de
onderneming, uit te kunnen voldoen. De voorlopige surseances werden op 23
februari 2026 verleend, de loonbetalingen waren geagendeerd voor 25
februari 2026, terwijl loonkosten kwalificeren als preferente schulden
waartegen het moratorium van de surseance niet werkt. Bovendien moet in de
surseance opkomende kosten in beginsel worden voldaan. Het gevolg van een
en ander was dat voor de volle maand februari 2026 het loon moest worden
betaald, terwijl er te rekenen vanaf de dag der surseanceverlening nog maar 5
dagen van de maand februari 2026 resteerden waarin de loonkosten voor die
kalendermaand goedgemaakt konden worden. Dat was niet mogelijk, reden
waarom de zorgverzekeraars ook hebben voorzien in de financiering van die
kosten middels een zogenaamde boedelfaciliteit (Boedelfaciliteit). Die
Boedelfaciliteit voorzag ook in de noodzakelijke middelen om (andere)
dwangcrediteuren wiens vorderingen deels dateerden van vóór de surseance
maar die wel in de positie waren betaling van hun gehele openstaande
vordering te verlangen ongeacht het moment van ontstaan daarvan, alsmede
de kosten opkomend door en in de surseance en (de eerste paar weken van)
het daarop volgende faillissement, af te dekken. Dat alles teneinde de
continuïteit van de zorgverlening te bevorderen, hetgeen is gelukt. De
Bevoorschotting en de Boedelfaciliteit zijn voldaan op de door Phitaal Groep
aangehouden bankrekeningen.
Zoals hierna nader zal worden uitgewerkt zijn de door Phitaal Groep gedreven
onderneming en de daarmee verband houdende activa verkocht aan Mentaal
Beter voor een koopsom van EUR 955.000. Daarnaast heeft Mentaal Beter de
boedel een vergoeding EUR 200.000 betaald om in aanloop naar de overdracht
op 15 april 2026, de onderneming nog 2 weken voort te zetten.
Tenslotte zijn de ondernemingsactiviteiten zoals gezegd, vanaf 23 februari
2026 tot en met 14 april 2026 voor rekening van de boedel van Phitaal Groep
voortgezet. Die voortzetting is bekostigd uit de begrote omzetten over die
periodes waarop de Bevoorschotting is gebaseerd. De begroting is gemaakt
aan de hand van daadwerkelijk ingeplande behandelafspraken van cliënten.
De gerealiseerde omzet wordt vanzelfsprekend verrekend met de
Bevoorschotting. De gerealiseerde omzet overstijgt de Bevoorschotting echter
met naar verwachting circa EUR 242.460. Dat verschil komt aan de boedel toe.
Daarnaast resulteert de voortzetting in de periode die gelegen is na
ommekomst van de eerste 4 weken tot en met 14 april 2026 in een positieve
kasstroom doordat die periode (grotendeels) samenviel met de opzegtermijn
van de arbeidsovereenkomsten ingevolge de door het UWV strikt gehanteerde
fictieve beëindigingsdatum van 7 dagen te rekenen vanaf de faillietverklaring
van Phitaal Groep en de daaruit voortvloeiende overname
loonbetalingsverplichting op grond van de Werkloosheidswet. Die overname
loonbetalingsverplichting vertaalt zich echter in een (preferente) boedelschuld
aan het UWV, zodat de positieve kasstroom niet gelijk is aan een netto positief
boedelresultaat. Het boedelresultaat zal bij gevolg mede afhangen van de
door het UWV nog te becijferen omvang van die (preferente) boedelschuld.
Afhankelijk van het moment waarop het UWV die boedelvordering indient, zal
in de volgende verslagperiode inzicht in het netto gerealiseerde
boedelresultaat kunnen worden geboden. De exploitatie gedurende deze
periode zal volgens de begrotingen van de curator, niet tot een negatief
boedelresultaat leiden.
Naast de Bevoorschotting die is gedekt door de begrote omzet en wordt
verrekend met de realisatie en dus uitgestuurde zorgdeclaraties, hebben de
zorgverzekeraars voor de eerste vier weken van de voortzetting, viermaal een
Boedelfaciliteit van EUR 220.000 en derhalve in totaal EUR 880.000 ter
beschikking gesteld. Die Boedelfaciliteit was noodzakelijk omdat in de eerste 4
weken de Bevoorschotting ontoereikend zou zijn om alle opkomende kosten in
en van de surseance (gevolgd door de begin periode van het faillissement) en
de dwangcrediteuren te voldoen. Over die Boedelfaciliteit is met de
zorgverzekeraars de afspraak gemaakt dat het daarvan niet-verbruikte deel
zonder de afwikkeling van het faillissement af te wachten, zal worden
terugbetaald. Het verbruikte deel kwalificeert als algemene concurrente
boedelschuld en zal in de afwikkeling van het faillissement worden betrokken.
De Bevoorschotting of een restant daarvan resulteert bij gevolg niet in netto
boedelactief dat strekt tot verhaal van de faillissementscrediteuren.
Tenslotte zijn er met Kartesia afspraken gemaakt over een boedelbijdrage van
20% over door de boedel daadwerkelijk geïnde betalingen van individuele
cliënten van Phitaal die ingevolge een zogenaamde restitutie polis zelf voor de
betaling aan Phitaal moeten instaan. Deze vorderingen zijn grotendeels op
grond van afgegeven incassomachtigingen, geïnd. De toepasselijke
incassomachtigingen voorzien echter in een storneringsbevoegdheid zonder
opgaaf van redenen, binnen 8 kalenderweken te rekenen vanaf de
incassodatum. De storneringsperioden zijn nog niet verstreken, zodat er nog
geen zicht is op de daadwerkelijk gerealiseerde inningen en bij gevolg op de
gerealiseerde boedelbijdragen. Van de storneringsmogelijkheid wordt gebruik
gemaakt.
Bij het opmaken van dit openingsverslag bedraagt het op de boedelrekening
aangehouden saldo EUR 1.602.154,24. Dat saldo zal naar verwachting nog
toenemen door de exploitatieresultaten van de voortzetting.
€ 2.912.402,59
Toelichting
In deze verslagperiode van tussen 22-04-2026 t/m 31-08-2026 heeft
nagenoeg volledige afrekening van de Bevoorschotting door de
zorgverzekeraars aan de boedel plaats gevonden. Over het niet-verbruikte
deel van de Boedelfaciliteit is de afspraak gemaakt dat terugbetaling door de
01-09-2026
2
Verslagperiode
Bestede uren
Toelichting bestede uren
boedel plaats zal vinden, zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten.
De boedel heeft in dat licht uitgaande van de inschatting van daarop nog in
mindering komende uitgaven en met gebruikmaking van een kleine marge,
een voorschot op de terugbetaling verricht. De curator heeft aan CZ een
voorstel gedaan voor de afwikkeling van het restant van het niet verbruikte
deel van de boedelbijdrage en wacht de keuze van CZ af. De aan Kartesia
verpande banksaldi zijn met instemming van de curator, door Rabobank
alwaar de bewuste bankrekeningen werden aangehouden afgedragen. Het
actuele saldo op de boedelrekening bedraagt bij benadering EUR 2.9 mio.
van
9-3-2026
t/m
21-4-2026
22-04-2026
1
van
22-4-2026
t/m
31-8-2026
01-09-2026
2
VerslagperiodeBestede uren
1 1.353 uur 18 min
totaal 2.323 uur 0 min
De werkzaamheden zijn in de eerste verslagperiode intensief gebleken. Dat
houdt in grote mate verband met de aard van de onderneming. Om de
noodzakelijke continuïteit van zorg te waarborgen en daarnaast de kansen op
een doorstart te vergroten, is de bedrijfsvoering uiteindelijk tot en met 14 april
2026 voortgezet, waardoor de curator vrijwel dagelijks betrokken was bij de
operationele activiteiten van de onderneming. Om de voortzetting in goede
banen te leiden, is intensief en frequent overleg gevoerd met diverse
stakeholders (zorgverzekeraars, bestuurder en personeel). Zowel in het kader
van het voortzetten van de zorgactiviteiten als met het oog op de doorstart
heeft de curator proactief gecommuniceerd met de OR en de medewerkers. In
dat verband zijn berichten aan het personeel uitgestuurd en hebben
personeelsbijeenkomsten (mede met het UWV) plaatsgevonden. Daarnaast
heeft overleg met de RvC en de cliëntenraad plaatsgevonden en is
communicatie aan cliënten verzonden over de continuïteit van het zorgproces
en de gevolgen van de doorstart, waaronder de overdracht van
cliëntendossiers. Verder heeft afstemming plaatsgevonden over het
declaratieproces met diverse stakeholders, waaronder Medicore, Vecozo,
zorgverzekeraars en financier en pandhouder Kartesia.
Parallel aan het voortzetten van de activiteiten is een biedingsprocedure
22-04-2026
1
opgestart met als doel een doorstart. Daar wordt verderop in dit verslag nader
op ingegaag. Mentaal Beter Cure BV (Mentaal Beter) is als meest geschikte
overnamekandidaat naar voren gekomen. De daaropvolgende
onderhandelingen met Mentaal Beter hebben geleid tot overeenstemming over
een doorstart. In het kader van de doorstart is intensief onderhandeld over de
voorwaarden waaronder de doorstart kon plaatsvinden, is een
activaovereenkomst opgesteld en zijn aanvullende overeenkomsten opgesteld
en beoordeeld die de overdracht van cliëntendossiers via Medicore mogelijk
moesten maken, alsmede een verwerkersovereenkomst. Voorts heeft samen
met Medicore, de leverancier van het elektronisch patiëntendossier (EPD),
overleg over het beheer van cliëntendossiers met het oog op de privacy- en
zorgwetgeving plaatsgevonden. Daarnaast is in overleg met Limits Consulting
de volledige digitale administratie van de Phitaal Groep veiliggesteld. Voor een
nadere toelichting van de werkzaamheden wordt verwezen naar de
verschillende hoofdstukken die onderdeel uitmaken van dit
faillissementsverslag.
Disclaimer:
Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is
samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid
daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet beschikbaar
is, nog niet geopenbaard kan worden, of achteraf- bijgesteld dient te worden.
Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag geschetste
perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten
worden ontleend.
Ook in de achterliggende verslagperiode zijn de werkzaamheden omvangrijk
en intensief geweest. Er is uitvoering gegeven aan de
vervolgwerkzaamheden verband houdende en voortvloeiend uit de afspraken
met Mentaal Beter over de door haar verworven activa en de door haar
gerealiseerde doorstart van de ondernemingsactiviteiten van Phitaal c.s.
Voorts is er gebleken van een datalek dat de curator noopte een melding te
doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens, passende maatregelen ter
beëindiging te treffen en de betrokken personen in te lichten over de aard en
omvang van het datalek en de getroffen maatregelen. De personen in
kwestie betroffen uitsluitend (voormalig) werknemers van Phitaal c.s. Ook is
een aanvang gemaakt met een onderzoek naar de bedrijfs administraties
van Phitaal c.s. teneinde de daaruit voortvloeiende rechten- en verplichtingen
in kaart te brengen, te beoordelen of die daarvan een compleet beeld geven
en te beoordelen of van elk van de Phitaal-vennootschappen de
vermogenspositie in kaart kan worden gebracht en dus of en in welke mate
sprake is van te onderscheiden ondernemingen en ondernemingsvermogens.
Tenslotte schrijft de faillissementswet voor dat de curator de oorzaken van
het faillissement en (die van) de omvang van het tekort daarin, onderzoekt.
Daarmee is een aanvang gemaakt.
Disclaimer:
Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is
samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid
daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet
beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden, of achteraf- bijgesteld
dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag
geschetste perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve
geen rechten worden ontleend.
01-09-2026
2
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
1. Inventarisatie
Integrative Interventions Group BV (IIG) is de topholding van de Phitaal Groep.
IIG houdt 100% van de aandelen in Phitaal Holding BV (Holding) en is tevens
enig bestuurder van Holding. Holding houdt op haar beurt 100% van de
aandelen in Phitaal Business BV (Business) en Phitaal BV (Phitaal). IIG is enig
bestuurder van zowel Business als Phitaal. Phitaal houdt alle aandelen in Het
Rughuis Amsterdam BV (Het Rughuis), Premium Healthcare Interventions (PHI)
Amsterdam BV (PHI Amsterdam) en Premium Healthcare Interventions (PHI)
Utrecht BV (PHI Utrecht). Phitaal is enig bestuurder van elk van deze drie
vennootschappen. Van de aandelen in IIG wordt 99,99813% gehouden door
KSO I Topco SARL, waarvan alle aandelen op haar beurt worden gehouden
door Kartesia Management SARL. De overige 0,00187% van de aandelen in IIG
wordt gehouden door Investors In Care Group BV. De aandelen in Investors In
Care Group BV worden in gelijke delen gehouden door Mast BV en Maar!
Holding BV. Zoals hierboven al werd aangegeven is het ogenschijnlijke
onderscheid tussen de Vennootschappen niet functioneel en stemt dat niet
overeen met de economische realiteit en activiteiten.
Mevrouw Arina Kruithof is na het vertrek van de vorige bestuurder, aangesteld
als bestuurder ad interim per 1 oktober 2025. Zij is alleen/zelfstandig bevoegd
bestuurder van IIG en daarmee (in)direct bestuurder van alle
Vennootschappen binnen de Phitaal Groep. Bij IIG is een raad van
commissarissen ingesteld, bestaande uit drie leden. Naar mevrouw Kruithof
stelde en de RvC bevestigde is mevrouw Kruithof welhaast terstond na haar
aantreden geconfronteerd met een onderneming die niet levensvatbaar
(b)leek. Ze heeft haar inspanningen ab initio moeten richten op de
overlevingsstrijd van Phitaal Groep. Dat was haar voor haar aantreden zo niet
in het vooruitzicht gesteld, heeft de curator begrepen. Op 21 december 2025
gaf de grootaandeelhouder Kartesia het voornemen te kennen, de financiering
te beëindigen. Dat zou betekenen dat vlak voor de kerst o.a. de salarissen niet
meer zouden kunnen worden betaald. Mevrouw Kruithof heeft daarover
overleg met Kartesia gevoerd dat toen op haar voornemen terug is gekomen.
In januari 2026 berichtte Kartesia de financiering op te eisen, hetgeen de
aanleiding vormde voor de Phitaal Groep om een WHOA-procedure op te
starten. Dat heeft veel aandacht van het bestuur gevergd. Omdat de WHOA-
procedure niet succesvol is gebleken, was Phitaal Groep uiteindelijk
genoodzaakt om een verzoek tot de verlening van surseance te doen.
22-04-2026
1
De eerste resultaten verband houdend met het door de curator ingestelde
onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en (die van) de omvang
van het tekort daarin, wijzen in de richting van de juistheid van de in
voorgaande alinea weergegeven lezing zijdens mevrouw Kruithof en de RvC.
01-09-2026
2
Voorafgaand aan het faillissement waren de navolgende drie procedures
aanhangig.
Verzetprocedure griffierechten WHOA
Op 16 januari 2026 is namens de Vennootschappen een verzoekschrift
ingediend strekkende tot het gelasten van een afkoelingsperiode in het kader
van een WHOA-traject. De griffier heeft voor elk van de zeven
Vennootschappen afzonderlijk griffierecht ad EUR 735,- geheven, resulterend
in een totaalbedrag van EUR 5.145,-. De Vennootschappen hebben op 17
22-04-2026
1
februari 2026 verzet ingesteld tegen deze heffing op grond van artikel 29 lid 1
Wgbz, stellende dat op grond van artikel 15 Wgbz slechts eenmaal griffierecht
verschuldigd is. De griffier heeft verweer gevoerd. De rechtbank heeft partijen
verzocht verhinderdata op te geven voor een mondelinge behandeling. Het
financiële belang van deze procedure bedraagt EUR 4.410,-. De curator heeft
de argumenten van de griffier beoordeeld en heeft als gevolg hiervan – en
mede gezien het beperkte financiële belang – besloten om de procedure niet
over te nemen.
Incassoprocedure (voormalig) cliënt (kantonrechter)
Voorafgaand aan het faillissement is door Phitaal BV een incassoprocedure
gestart tegen een voormalig cliënt ter zake van onbetaalde facturen voor
verleende zorg. Het geldelijk belang bedraagt EUR 18.178,14 (exclusief
kosten). De procedure is uitbesteed aan een externe incassopartij. De
mondelinge behandeling was reeds vóór datum faillissement gepland en heeft
op 17 maart 2026 doorgang gevonden. De wederpartij is ter zitting niet
verschenen. De curator heeft, na daartoe machtiging te hebben verkregen van
de rechter-commissaris, de procedure voortgezet en een procesvolmacht
verstrekt aan de gemachtigde. De kantonrechter heeft de vordering van
Phitaal Groep inmiddels toegewezen.
Aansprakelijkheidsprocedure tegen voormalig bestuurders en
grootaandeelhouders
Voorafgaand aan het faillissement heeft Integrative Interventions Group BV
(IIG) een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen Investors in Care (I.I.C.)
Group BV, Maar! Holding BV, Mast BV, en hun bestuurders (gezamenlijk: IIC
c.s.) op grond van, onder meer, bestuurdersaansprakelijkheid en
onrechtmatige daad. In reconventie heeft IIC c.s. diverse vorderingen
ingesteld, waaronder vorderingen tot betaling van huurpenningen en
opzegtermijnen, vernietiging van een aandeelhoudersbesluit en opheffing van
conservatoire beslagen. Bij tussenvonnis van 28 januari 2026 heeft de
rechtbank zich over diverse geschilpunten uitgelaten. Nadien heeft Apex
Financial Services Spain S.L.U. (Apex), als zekerhedenagent en pandhouder, de
schorsing van de procedure ingeroepen teneinde de conventionele
geldvorderingen als inningsbevoegde pandhouder over te nemen. Bij
rolbeslissing van 8 april 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat het geding in
conventie ten aanzien van de geldvorderingen is geschorst op grond van
artikel 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv. Ten aanzien van de vordering tot
vernietiging van het aandeelhoudersbesluit is het geding niet geschorst en
blijft IIG procespartij, oordeelde de rechtbank; de curator kan dit geding
overnemen. In reconventie is het geding ten aanzien van de geldvorderingen
van rechtswege geschorst als gevolg van het faillissement van IIG (artikelen
26 en 29 Fw). IIC c.s. heeft voorts een incidentele vordering tot opheffing van
de conservatoire beslagen ingesteld. De rechtbank heeft IIG in de gelegenheid
gesteld hierop uiterlijk 13 mei 2026 te reageren. De curator beraadt.
Kort geding Hezelaer Energy
Daarnaast is gedurende de surseance van betaling de navolgende procedure
gestart.
Gedurende de surseance van betaling dreigde Hezelaer Energy Grootzakelijk
BV respectievelijk Hezelaer Energy Consumenten & Kleinzakelijk BV de
energielevering aan de Phitaal Groep stop te zetten wegens een
betalingsachterstand daterend van vóór de datum van surseance. De betaling
van leveringen vanaf de datum van surseanceverlening waren door de
bewindvoerder gegarandeerd. De bewindvoerder (thans curator) heeft
Hezelaer Energy gesommeerd de leveringsverplichtingen na te komen op
grond van artikel 237b Fw en daarbij herhaald de opkomende verbruikskosten
te zullen vergoeden. Nadat Hezelaer Energy weigerde de continuïteit van de
energielevering te bevestigen, is op 6 maart 2026 op verkorte termijn een kort
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
geding aanhangig gemaakt. Bij wijze van voorlopige voorziening van zaterdag
(!) 7 maart 2026 heeft de voorzieningenrechter Hezelaer Energy verboden de
energielevering stop te zetten, op straffe van een dwangsom van EUR
120.000,- per dagdeel. De mondelinge behandeling is aangehouden tot 19
maart 2026. De procedure is nadien niet voortgezet, aangezien Hezelaer
Energy inmiddels toezegde de energielevering te zullen continueren.
Aansprakelijkheidsprocedure tegen voormalig bestuurders en
grootaandeelhouders
De curator heeft de zaak bestudeerd en vastgesteld dat de boedel bij de
voortzetting van de procedure geen belang heeft. De door IIG ingestelde
vorderingen culmineren immers in geldvorderingen die aan Apex verpand zijn
en waarop Apex zich als pandhouder zal verhalen, vide reeds diens
gebruikmaking van artikel 225 lid 1, aanhef en onder c Rv. De vordering tot
vernietiging van het aandeelhoudersbesluit houdende de aan het bestuur
verleende décharge strekt er immers ook slechts toe deze blokkade voor de
toewijzing van de aan Apex verpande vorderingen weg te nemen. De boedel
en haar gezamenlijke crediteuren hebben er onvoldoende belang bij dat
deze procedure ten faveure van pandhouder Apex op hun kosten door de
curator wordt voortgezet. Na overleg met de rechter-commissaris heeft de
curator dan ook besloten om dat niet te doen en heeft zij Apex en de overige
procespartijen daarover ingelicht. De ten laste van laatstgenoemden gelegde
conservatoire beslagen ter zake de verzekering van het verhaal van de aan
Apex verpande vorderingen, heeft de curator opgeheven.
01-09-2026
2
In het kader van de voortzetting van de activiteiten heeft de curator de
verzekeringen van de Phitaal Groep in stand gehouden. Nu de voortzetting per
15 april 2026 is geëindigd, onderzoekt de curator welke verzekeringen ook
kunnen worden beëindigd. Enkel die verzekeringen die verband houden met
nog door de boedel gehouden actief zullen worden aangehouden.
De Phitaal Groep had ook een verzuimverzekering. Ten aanzien van deze
verzekering liep een discussie met de verzekeraar over het al dan niet
verschuldigd zijn van de premie en de hoogte daarvan. Hangende deze
discussie zijn er geen premies meer betaald door de Phitaal Groep, waardoor
normaliter de dekking zou komen te vervallen. Gezien de discussie heeft de
verzekeraar de dekking echter in stand gehouden. Gedurende het faillissement
kwam de verzekeraar tot de conclusie dat de volledige premie alsnog
verschuldigd was en dat de dekking per 1 januari 2026 kwam te vervallen. Nu
deze verzekering niet noodzakelijk was voor de voortzetting heeft de curator
heeft de curator afgezien van betaling, waardoor de dekking dus definitief is
komen te vervallen.
22-04-2026
1
Inmiddels zijn alle lopende verzekeringen beëindigd. 01-09-2026
2
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
De Phitaal Groep huurt bedrijfsruimten op de navolgende locaties:
1. Maastricht – Stadionplein 53;
2. Heerlen – Groene Boord 21A+B;
3. Sittard – Valkstraat 12;
4. Roermond – Westhoven 5;
5. Nijmegen – Kerkenbos 1008;
6. Eindhoven – Larixplein 6;
7. Breda (Oosterhout) – De Waard 9;
8. Eindhoven – Steenoven 2a;
9. Eindhoven – Steenoven 4B;
10. Eindhoven – Steenoven 6A;
11. Eindhoven – Boschdijk 24;
12. Utrecht – Burgemeester Verderlaan 11;
13. Rijnmond (Capelle aan den IJssel) – Cypresbaan 29;
14. Roermond – Westhoven 14;
15. Sittard (hoofdkantoor) – Mercator 1;
16. Geleen (garagebox) – Ringovenstraat 20G85.
Alle huurovereenkomsten zijn op 17 maart 2026, met machtiging van de
rechter-commissaris, opgezegd conform artikel 39 Fw. Ten aanzien van de
vestigingen te Maastricht, Heerlen, Sittard (Valkstraat 12), Roermond
(Westhoven 5), Nijmegen, Eindhoven (Larixplein 6) en Breda (De Waard 9)
heeft Mentaal Beter per 15 april 2026 nieuwe huurovereenkomsten met de
betreffende verhuurders gesloten. De huurtermijn voor rekening van de boedel
is ten aanzien van deze locaties daardoor verkort. De huurovereenkomsten
met betrekking tot de overige locaties lopen in beginsel door tot het einde van
de wettelijke opzegtermijn van maximaal drie maanden. Met alle verhuurders
zijn of worden op korte termijn afspraken gemaakt over de oplevering van de
gehuurde bedrijfsruimten. De huur van de garagebox te Geleen is op 21 april
2026 jl. opgezegd en verhuurder heeft reeds bevestigd dat de huurperiode per
direct is geëindigd.
22-04-2026
1
Inmiddels zijn alle huurovereenkomsten geëindigd en zijn de betreffende
panden opgeleverd aan de verhuurders. De verhuurders hebben waar
mogelijk gebruik gemaakt van de afgegeven bankgaranties door daaronder
te "trekken". Diverse verhuurders hebben (mede in dat licht) zich op het
standpunt gesteld dat er sprake is van opleverschade en dat deze schade
kwalificeert als een boedelvordering. De curator heeft om onderbouwing
gevraagd maar die blijft uit. Op een later tijdstip zal de curator onderzoeken
of en in welke mate verhaal onder de bankgaranties rechtens is.
01-09-2026
2
Naar de oorzaak van het faillissement zal de curator overeenkomstig het
bepaalde in artikel 68 FW nog een zelfstandig onderzoek instellen. Uitgaande
van de toelichting in de surseanceverzoeken en de toelichting van diverse
betrokkenen ontstaat daarover in dit stadium het volgende beeld.
De Phitaal Groep kampte reeds geruime tijd met financiële problemen als
gevolg van substantiële (belasting)schulden ten belope van ca. EUR 5.2 mio en
financieringsschuld aan Kartesia ten belope van ca EUR 68.2 mio, alsmede
hoge structurele kosten. De druk op de liquiditeit die gepaard ging met het
inlopen van de ontstane schuldenlast paste niet bij de verdiencapaciteit van de
onderneming. Die was bovendien beperkt doordat Phitaal Groep geen
gecontracteerde zorg aanbood. Ze kon daardoor niet op 85% maar slechts op
65% van het NZa-tarief aanspraak maken. De totale schuldenlast is daarmee
22-04-2026
1
onhoudbaar geworden. Begin 2026 is onder begeleiding van externe adviseurs
een WHOA-traject gestart. Gebleken is dat het niet mogelijk was de daarvoor
vereiste financiering bijeen te brengen. Daarnaast heeft financier Kartesia
Management SARL (via Apex als zekerhedenagent) de aan de Phitaal Groep
verstrekte financiering van circa EUR 69 miljoen bij acceleration notice van 16
december 2025 opgezegd en opgeëist. Na tweemaal uitstel van de opeising –
eerst tot 21 januari 2026 en vervolgens tot en met 19 februari 2026 –
resteerde geen bereidheid tot verder uitstel. Alle Vennootschappen zijn voor
deze vordering hoofdelijk verbonden. Op 20 februari 2026 is namens alle
Vennootschappen surseance van betaling aangevraagd bij de Rechtbank
Limburg.
De bewindvoerder heeft na zijn aanstelling moeten constateren dat er geen
reëel vooruitzicht bestond dat de Phitaal Groep na verloop van tijd haar
schuldeisers zou kunnen bevredigen. De dragende omstandigheden voor deze
constatering laten zich als volgt samenvatten. De exploitatie van de
onderneming was structureel verlieslatend; een moratorium bood daarvoor
geen soelaas. Alleen al de vordering van Kartesia, waarvoor alle
Vennootschappen hoofdelijk zijn verbonden, legde een zodanig beslag op het
vermogen dat een akkoord met de gezamenlijke schuldeisers, laat staan
volledige bevrediging daarvan, niet realistisch was. Er was geen zicht op een
externe partij die bereid was een door de Phitaal Groep aan te bieden akkoord
te financieren. De voorlopig verleende surseance had naar het oordeel van de
curator (destijds bewindvoerder) nimmer in een definitieve surseance kunnen
worden omgezet. De surseance is achteraf bezien de facto als voorportaal van
het faillissement aangewend, nu op voorhand moet hebben vastgestaan dat
een faillissement onvermijdelijk was. De salarissen van het personeel zijn
gedurende de surseance voldaan dankzij de Bevoorschotting. De
Bevoorschotting was voor de eerste vier weken van voortzetting ontoereikend
en is aangevuld met de Boedelfaciliteit om de continuïteit van de zorg niet in
gevaar te brengen. Van zelfstandige continuïteit van de Vennootschappen
vanuit surseance was geen sprake.
Op 5 maart 2026 heeft de bewindvoerder (thans curator) op grond van artikel
242 lid 1, aanhef en onder 5, jo. lid 4 Fw de rechtbank verzocht de voorlopig
verleende surseances in te trekken onder gelijktijdige faillietverklaring van alle
Vennootschappen. Het bestuur van de Vennootschappen heeft met dit verzoek
ingestemd. Bij vonnis van 9 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg de
surseances ingetrokken en alle Vennootschappen in staat van faillissement
verklaard.
In de achterliggende verslagperiode heeft de curator een aanvang gemaakt
met het onderzoek naar de oorzaak van het faillissement en het tekort
daarin. Het onderzoek heeft nog niet tot concrete inzichten laat staan
conclusies geleid. Over het onderzoek staat de curator een nauw contact met
de rechter-commissaris met wie hij een plan van aanpak afstemde, waarin
voorlopig 3 aandachtspunten zijn geformuleerd. Het plan van aanpak de drie
aandachtspunten daarin en de afstemming met de rechter-commissaris zijn
vertrouwelijk van aard, Daarover kan in deze fase van het onderzoek en de
werkzaamheden van de curator nog niets met de faillissementscrediteuren
en de buitenwereld worden gedeeld. Wanneer dat verandert, zal de curator
dat in de faillissementsverslaglegging vermelden.
01-09-2026
2
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
2. Personeel
Personeelsleden
265
Toelichting
Ten tijde van het faillissement waren bij de Phitaal Groep in totaal 306
werknemers krachtens arbeidsovereenkomst in dienst, alsmede zes stagiaires.
Daarnaast werden circa twintig zzp'ers ingehuurd op basis van
overeenkomsten van opdracht.
De uitsplitsing van het aantal personeelsleden per vennootschap is als volgt:
1. Phitaal B.V.: 260 medewerkers en 5 stagiaires
2. Phitaal Holding B.V.: 36
3. Phitaal Business B.V.: 0
4. Integrative Interventions Group B.V.: 0
5. Het Rughuis Amsterdam B.V.: 0
6. Premium Healthcare Interventions (PHI) Amsterdam B.V.: 0
7. Premium Healthcare Interventions (PHI) Utrecht B.V.: 10 werknemers en 1
stagiaire
22-04-2026
1
Personeelsleden
137
Toelichting
Aantallen volgens KvK:
1. Phitaal B.V.: 137
2. Phitaal Holding B.V.: 0
3. Phitaal Business B.V.: 1
4. Integrative Interventions Group B.V.: 65
5. Het Rughuis Amsterdam B.V.: 4
6. Premium Healthcare Interventions (PHI) Amsterdam B.V.: 0
7. Premium Healthcare Interventions (PHI) Utrecht B.V.: 0
22-04-2026
1
Datum AantalToelichting
17-3-2026265 Het personeel is, na daartoe op 12 maart 2026 machtiging te
hebben verkregen van de rechter-commissaris, door de curator
ontslag aangezegd conform artikel 40 Fw.
totaal 265
De curator heeft, na daartoe machtiging te hebben verkregen van de rechter-
commissaris en na raadpleging van de OR en de bevoegde vakbonden
22-04-2026
overeenkomstig de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO), de
arbeidsovereenkomsten met alle werknemers van de Phitaal Groep opgezegd
op de voet van artikel 40 Fw. In het kader van de opzegging heeft de curator
intensief overleg gevoerd met het UWV over de mogelijkheden tot maatwerk
ten aanzien van het ontslagmoment en het moment waarop de
loongarantieregeling in werking zou treden, teneinde de opzegging te kunnen
afstemmen op de lopende doorstartonderhandelingen en de continuïteit van
de zorgverlening. Het UWV heeft evenwel onverkort vastgehouden aan een
fictieve opzegdatum van zeven dagen na de datum van faillietverklaring,
waardoor de curator genoodzaakt was de arbeidsovereenkomsten met het
voltallige personeel uiterlijk binnen die termijn op te zeggen.
De zorgactiviteiten zijn gedurende de surseance van betaling en het
faillissement ononderbroken voortgezet tot 15 april 2026, de datum waarop de
zorgactiviteiten zijn overgedragen aan doorstarter Mentaal Beter. Op deze
wijze is de continuïteit van zorg en een zo soepel mogelijke overgang naar
Mentaal Beter gewaarborgd. Gedurende de voortzettingsperiode heeft
coördinerend overleg met werknemers plaatsgevonden teneinde de cruciale
bedrijfsprocessen draaiende te houden. De werknemers zijn in afstemming met
de curator door de bestuurder, HR-medewerkers en het UWV via
personeelsbijeenkomsten geïnformeerd over de gevolgen van de surseance
van betaling en het faillissement, de loongarantieregeling en de verwachtingen
in het kader van een doorstart.
Mentaal Beter heeft geïnventariseerd aan welke werknemers van de Phitaal
Groep zij een nieuwe arbeidsovereenkomst wenste aan te bieden en heeft
aan een groot deel van het personeel een aanbod gedaan. Een substantieel
deel van de betreffende werknemers – meer dan 200 – is per 15 april 2026 bij
Mentaal Beter in dienst getreden.
De personeelsdossiers van de werknemers die de overstap naar Mentaal Beter
hebben gemaakt, zijn overgedragen voor zover de betreffende werknemers
daarvoor voorafgaand schriftelijke toestemming hebben verleend. De
personeelsdossiers van werknemers die niet bij Mentaal Beter in dienst zijn
getreden, dan wel bezwaar hebben gemaakt tegen de overdracht, zijn niet
overgedragen. De personeelsdossiers zijn opgeslagen in de digitale
administratie van de Phitaal Groep en zijn door een daartoe ingeschakelde
externe partij, Limits Consulting, veiliggesteld en overgedragen aan de curator.
Na de overdracht van de zorgactiviteiten aan Mentaal Beter blijft één
medewerker op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in
dienst van de boedel, teneinde de declaratie- en incassowerkzaamheden met
betrekking tot de periode tot en met 14 april 2026 af te ronden. De rechter-
commissaris heeft daartoe machtiging verleend. Mevrouw Kruithof, bestuurder
van de Vennootschappen, blijft tot eind april 2026 op zelfstandige basis
beschikbaar voor de afwikkeling van de boedel.
In het kader van de personele afwikkeling heeft de curator voorts de volgende
werkzaamheden verricht. Er heeft intensief overleg plaatsgevonden over de
inzet van personeel na het realiseren van de doorstart. Daarnaast zijn velerlei
praktische aangelegenheden opgepakt, waaronder de afhandeling van
verlofaanvragen, de ondersteuning bij het indienen van loonvorderingen, de
coördinatie van het inleveren van bedrijfseigendommen en de afhandeling van
de voortijdige beëindiging van arbeidsovereenkomsten en overige kwesties
waaronder vakantieaanspraken. Met betrekking tot de loongarantieregeling
zijn afspraken gemaakt over de betaling van het gedeelte van het loon dat het
maximale dagloon overschrijdt en heeft overleg plaatsgevonden over de
afdracht van loonheffing.
1
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
In de afgelopen verslagperiode is een aanzienlijke hoeveelheid veelal
praktische aangelegenheden verder opgevolgd en inmiddels afgewikkeld. Dit
omvatte onder meer de berekening van de bedragen boven dagloon,
communicatie daarover met de betrokken (HR)-medewerker(s) en uitbetaling
daarvan. Hieronder was tevens begrepen het uiteindelijk verzorgen van de
aangifte loonheffing en afdracht daarvan. Tevens is de arbeidsovereenkomst
met één van de medewerkers beëindigd en heeft de financiële afwikkeling
van dit dienstverband ook plaatsgevonden. Ook is contact geweest met het
pensioenfonds over het splitsen van de verschuldigde premies in de periode
voor en na datum surséance/faillissement. Tot slot hebben de medewerkers
inmiddels de eindafrekening ontvangen van het UWV onder de
loongarantieregeling. Er zijn naar aanleiding daarvan diverse vorderingen bij
de curator ingediend. Deze vorderingen hebben betrekking op overschrijding
van maximale uitkering (vakantie)aanspraken. Deze vorderingen zijn
beoordeeld en geregistreerd.
Voorts is er gebleken van een datalek. Een persoon werkzaam bij Phitaal c.s.
bleek in weerwil van de instructies en buiten de curator om,
persoonsgegevens van medewerkers aan Mentaal Beter te hebben verstrekt.
Toen de curator daarvan gebleken is, heeft die (i) daarvan onmiddellijk
melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens gedaan (ii) het ertoe geleid dat
het datalek werd beëindigd en beëindigd blijft en (iii) de betrokken
medewerkers ieder afzonderlijk schriftelijk ingelicht over het datalek, opgave
gedaan van de van hen gedeelde persoonsgegevens en hun vragen
beantwoord. In dat verband zijn veelal meerdere berichten over en weer
gewisseld. Deze werkzaamheden zijn zeer omvangrijk en intensief gebleken.
Vanzelfsprekend is de rechter-commissaris steeds van een en ander op de
hoogte gehouden.
01-09-2026
2
3. Activa
Phitaal Groep heeft geen onroerende zaken in eigendom. Alle door Phitaal
Groep gebruikte bedrijfspanden werden gehuurd.
22-04-2026
1
Onderzoek in administratie en Kadaster en overleg met bestuurder. 22-04-2026
1
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Toelichting bedrijfsmiddelen
De Phitaal Groep beschikte over bedrijfsinventaris en ICT-apparatuur verspreid
over haar vestigingen. De bedrijfsinventaris bestond voornamelijk uit
kantoorinrichting (waaronder bureaus, bureaustoelen, kasten, vergadertafels
en scheidingswanden), inventaris ten behoeve van oefenzalen en
behandelruimten (waaronder fitnessapparatuur, behandeltafels, hometrainers
en overig trainingsmateriaal), alsmede overige inventaris (waaronder warme
drankenautomaten, waterdispensers en keukenapparatuur). De ICT-
apparatuur bestond uit een groot aantal laptops, beeldschermen, printers,
desktopcomputers, smartphones, servers en overige randapparatuur.
Reeds voorafgaand aan het faillissement heeft TWA Taxaties en Advies BV
(TWA) op 8 december 2025 in opdracht van de Phitaal Groep een
inventarisatierapport en een taxatierapport opgesteld, houdende een
opsomming en waardering van alle bij de Phitaal Groep aangetroffen activa. De
aanwezigheid en visuele toestand van de bedrijfsmiddelen is voorts in
opdracht van de curator door medewerkers van de Phitaal Groep
geïnventariseerd.
In het kader van de doorstart zijn de bedrijfsmiddelen als volgt afgewikkeld.
De bedrijfsinventaris die aanwezig was op de zeven door Mentaal Beter
overgenomen vestigingen – te weten Eindhoven (Larixplein 6), Nijmegen
(Kerkenbos 1008), Breda (Oosterhout) (De Waard 9), Roermond (Westhoven
5), Maastricht (Stadionplein 31), Sittard-Geleen (Valkstraat 12) en Heerlen
(Groene Boord 21A) – is verkocht aan en overgedragen aan doorstarter
Mentaal Beter. Daarnaast is in beginsel alle ICT-apparatuur van de Phitaal
Groep, met inbegrip van de ICT-apparatuur op de overige locaties, aan Mentaal
Beter verkocht en overgedragen. Kartesia heeft erkend dat de bewuste zaken
als bodemzaken kwalificeren en in haar hoedanigheid van pandhouder
ingestemd met de verkoop en levering van deze roerende zaken voor een
koopsom van EUR 280.000,- (exclusief btw). Levering heeft op 15 april 2026
plaatsgevonden.
De resterende bedrijfsinventaris op de zogenoemde sluitingslocaties die ook
als bodemzaak kwalificeert – te weten de locaties te Eindhoven (Boschdijk 24,
Steenoven 2A, Steenoven 4B en Steenoven 6A) en Roermond (Westhoven 14)
– die niet door Mentaal Beter is overgenomen, wordt in opdracht van de
curator door Troostwijk geveild.
De gegevensdragers die onderdeel uitmaken van de aan Mentaal Beter
overgedragen bedrijfsmiddelen en die werden gebruikt door (voormalig)
werknemers van de Phitaal Groep die niet bij Mentaal Beter in dienst zijn
getreden, worden op last van de curator, in opdracht van Mentaal Beter door
een gecertificeerd bedrijf gewist overeenkomstig de toepasselijke
professionele standaarden voor digitale verwijdering, teneinde te waarborgen
dat alle vertrouwelijke gegevens zorgvuldig en definitief worden verwijderd.
22-04-2026
1
De gegevensdragers die onderdeel uitmaken van de aan Mentaal Beter
overgedragen bedrijfsmiddelen en die werden gebruikt door (voormalig)
werknemers van de Phitaal Groep die niet bij Mentaal Beter in dienst zijn
getreden, worden op last van de curator, in opdracht van Mentaal Beter door
een gecertificeerd bedrijf gewist overeenkomstig de toepasselijke
professionele standaarden voor digitale verwijdering, teneinde te
waarborgen dat alle vertrouwelijke gegevens zorgvuldig en definitief worden
verwijderd. Een groot deel van die gegevensdragers is inmiddels
dienovereenkomstig gewist. De curator ziet erop toe dat ook de rest
dienovereenkomstig en met voortvarendheid wordt gewist.
01-09-2026
2
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
De precieze omvang van de vordering van de Belastingdienst op Phitaal Groep
is thans nog onbekend maar bedraagt naar verwachting meer dan EUR 5 mio.
Deze fiscale vorderingen betreffen vorderingen waarvoor de Belastingdienst
het zogenaamde bodemvoorrecht geniet zoals bedoeld in artikel 22
Invorderingswet 1990. Voor deze fiscale vorderingen geldt ex artikel 21
Invorderingswet 1990 een voorrecht ten aanzien van bodemzaken. Dit
voorrecht gaat voor op bezitloos pandrecht.
De curator dient ex artikel 57 lid 3 Fw mede de belangen van de bevoorrechte
schuldeisers te behartigen die in rang boven de bezitloos pandhouder gaan.
Dit dat hij ten behoeve van de faillissementsboedel de opbrengst van de
vuistloos verpande bodemzaken moet opeisen, voor zover de opbrengst van
het vrije boedelactief onvoldoende is om de Belastingdienst te voldoen.
Daarvan is vrijwel zeker sprake. De wijze waarop de koopsom voor de
roerende zaken wordt afgewikkeld is op voorhand met Kartesia afgestemd en
door haar goedbevonden.
22-04-2026
1
Uitgaande van het actuele vrije boedelactief waarop de overname
loonbetalingsverplichting over de ingevolge artikel 40 Fw geldende
opzegtermijn, door het UWV op de voet van artikel 66 WW e.v. nog in
mindering moet worden gebracht en afgezet tegen de hoogte van opbrengst
van de bodemzaken, moet het ervoor worden gehouden dat de curator de
integrale opbrengst van de bodemzaken in de boedel zal moeten houden om,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 57 lid 3 Fw, zodat daarop te zijner tijd
het fiscaal bodemvoorrecht dat de Belastingdienst ter zake geniet, geldend
gemaakt kan worden.
01-09-2026
2
Met betrekking tot de bedrijfsmiddelen heeft de curator onderzoek verricht in
de administratie en overleg en correspondentie gevoerd met financier en
pandhouder Kartesia, de Belastingdienst, geïnteresseerde partijen,
medewerkers van de Phitaal Groep en de rechter-commissaris. Ten behoeve
van het biedingsproces is een dataroom ingericht en toegankelijk gemaakt
voor geïnteresseerde partijen. Nadat gebleken was dat de bieding van
Mentaal Beter als beste uit de bus kwam en de daarop volgende
onderhandelingen met haar waren gevoerd, heeft de curator een
koopovereenkomst opgesteld en heeft afstemming met Mentaal Beter
plaatsgevonden over de voorwaarden van de overdracht en de uitvoering
daarvan. Het verloop van het biedings- en verkoopproces wordt hierna nader
toegelicht onder 6.
22-04-2026
1
Als gevolg van de doorstart heeft Mentaal Beter enkel van de vestigingen die
zij heeft overgenomen de roerende zaken overgenomen (deze opbrengst is
verantwoord onder 6.6). Op de vestigingen die geen onderdeel waren van de
doorstart stond ook nog de nodige kantoorinventaris. De curator heeft deze
inventaris openbaar verkocht via Troostwijk. De netto-opbrengst bedraagt
EUR 45.002,81. Deze opbrengst ziet volledig op de verkoop van bodemzaken,
waardoor de curator de opbrengst ingevolge artikel 57 lid 3 Fw heeft
opgeëist en ingevolge hetgeen in de vorige paragraaf uiteen werd gezet,
onder zich moet houden.
01-09-2026
2
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
Gelet op de aard van de bedrijfsactiviteiten en de wijze van declaratie is er
geen sprake van voorraad of onderhanden werk. Zie hierover verder de
toelichting onder 4 (debiteuren).
22-04-2026
1
Onderzoek in administratie en overleg met bestuurder. 22-04-2026
1
Werkzaamheden in het kader van veiling roerende zaken 01-09-2026
2
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
De Phitaal Groep is rechthebbende ten aanzien van goodwill, bestaande uit de
feitelijke toegang tot de via de vestigingen gedreven onderneming, het
cliëntenbestand, knowhow en rapportages inzake bedrijfsvoering.
De goodwill is, voor zover eigendom van de Phitaal Groep en voor zover
vatbaar voor overdracht, als onderdeel van de activatransactie tezamen met
de andere activa als "algeheelheid van goederen" voor een koopsom van EUR
650.000,- (exclusief btw) verkocht aan Mentaal Beter. Levering van de goodwill
heeft op 15 april 2026 plaatsgevonden doordat de curator Mentaal Beter
feitelijk toegang heeft verschaft tot de onderneming zoals gedreven via de
door Mentaal Beter overgenomen vestigingen, waaronder de ICT-systemen
van de Phitaal Groep. Ten aanzien van de cliëntendossiers geldt dat
overdracht, voor zover de cliënten daarmee in hebben gestemd, heeft
plaatsgevonden met inachtneming van de onder 6.5 beschreven werkwijze.
De Phitaal Groep beschikte daarnaast over intellectuele eigendomsrechten (IE-
rechten), bestaande uit (a) de handelsnamen van de Phitaal Groep, (b) de
domeinnamen van de Phitaal Groep, (c) het Benelux-merkrecht op het merk
"Intergrin", (d) rapportages inzake bedrijfsvoering, back-ups van de server(s)
en alle overige data in eigendom van de Phitaal Groep, en (e) de overige
bedrijfsadministratie van de Phitaal Groep. De IE-rechten zijn als onderdeel
van de activatransactie voor een koopsom van EUR 25.000,- (exclusief btw)
verkocht aan Mentaal Beter. Kartesia heeft op 15 maart 2026 als pandhouder
ingestemd met de verkoop en levering van de aan haar verpande IE-rechten.
Levering van de goodwill en IE-rechten heeft op 15 april 2026 plaatsgevonden.
22-04-2026
1
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Met betrekking tot de goodwill en IE-rechten heeft de curator onderzoek
verricht in de administratie, daarvoor bestemde (openbare) registers en
overleg en correspondentie gevoerd met financier en pandhouder Kartesia,
geïnteresseerde partijen, medewerkers van de Phitaal Groep en de rechter-
commissaris. Ten behoeve van het biedingsproces is een dataroom ingericht en
toegankelijk gemaakt voor geïnteresseerde partijen. Na selectie van Mentaal
Beter als doorstarter is een koopovereenkomst opgesteld en heeft afstemming
met Mentaal Beter plaatsgevonden over de voorwaarden van de overdracht.
Het verloop van het biedings- en verkoopproces wordt hierna nader toegelicht
onder 6.
De curator merkt hier alvast op dat in het kader van het verkoopproces, meer
specifiek de overdracht van de cliëntendossiers, intensief overleg heeft
plaatsgevonden met Mentaal Beter en Medicore BV (Medicore), de aanbieder
van het elektronisch patiëntendossier (EPD). Dat overleg betrof de omzetting
van de bestaande Medicore-omgeving van de Phitaal Groep naar een
omgeving op naam van Mentaal Beter. In dat kader is een transitieplan
opgesteld en is een transitieovereenkomst met Medicore tot stand gekomen,
waarin de technische en operationele stappen voor de migratie van het EPD-
systeem, de inrichting van de scheiding tussen wel en niet voor overdracht in
aanmerking komende gegevens, alsmede de daarmee gemoeide kosten en
verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. De afstemming met Medicore en
Mentaal Beter was een complexe en arbeidsintensieve exercitie en is mede
bepalend geweest voor de wijze waarop de overdracht van de
cliëntendossiers is vormgegeven.
22-04-2026
1
De werkzaamheden betreffende het EPD-systeem en Medicore zijn ook in de
achterliggende periode nog doorgelopen. Het bleek onverminderd intensief
en inmiddels is ook de financiële afwikkeling van een en ander achter de rug.
01-09-2026
2
4. Debiteuren
De debiteurenportefeuille van de Phitaal Groep valt uiteen in twee
(hoofd)categorieën: (i) vorderingen die zijn ontstaan uit zorgverrichtingen tot
en met 22 februari 2026 (Surseancevorderingen) en (ii) vorderingen die zijn
ontstaan uit zorgverrichtingen met ingang van 23 februari 2026 tot en met 14
april 2026 (Boedelvorderingen). Dit onderscheid is van belang omdat Kartesia
ten aanzien van de Surseancevorderingen een openbaar pandrecht stelt te
genieten, zodat die in voorkomend geval niet tot het vrije boedelactief behoren
en bij gevolg niet tot verhaal van de gezamenlijke crediteuren strekken.. De
Boedelvorderingen zijn het resultaat van na de datum van surseance verrichte
behandelingen. Omdat de rechtsverhouding tussen Phitaal Groep en haar
cliënten kwalificeert als een medische behandelingsovereenkomst die
kwalificeert als een overeenkomst van opdracht en de Hoge Raad in onder
andere het arrest Famed/mr. Kreikamp q.q. heeft herhaald dat voor het ont- en
bestaan van vorderingsrechten uit een overeenkomst van opdracht, niet die
overeenkomst als zodanig maar de daadwerkelijke uitvoering van de opdracht,
een (constitutief) vereiste is, vloeiende vorderingsrechten ter zake de vanaf
22-04-2026
1
surseanceverlening verrichte behandelingen niet voort uit een reeds
bestaande rechtsverhouding maar zijn die eerst ontstaan door de (uitvoering)
van die behandelingen zelf. Ingevolge de werking van artikel 228 FW (en door
faillietverklaring 35 FW) kunnen deze Boedelvorderingen evenmin om die reden
bestreken worden door het pandrecht van Kartesia. De boedelvorderingen
komen derhalve integraal aan de boedel en daarmee de gezamenlijke
crediteuren toe.
De Phitaal Groep had ten tijde van de surseance van betaling (vrijwel) geen
zorgverleningsovereenkomsten met zorgverzekeraars gesloten. Dit heeft tot
gevolg dat er tussen haar en de zorgverzekeraars geen rechtsverhoudingen
hebben bestaan uit hoofde waarvan zij vorderingen op de zorgverzekeraars
had of heeft gehad. Gebleken is dat de door de Phitaal Groep geleverde zorg
in overwegende mate wordt vergoed op basis van restitutie: de verzekerde
dient de declaratie van de zorgaanbieder zelf te voldoen en kan vervolgens
(een deel van) de kosten bij zijn zorgverzekeraar declareren. Slechts een
beperkt deel van de zorgverrichtingen wordt op basis van naturapolissen
rechtstreeks door zorgverzekeraars aan de Phitaal Groep vergoed. Het
voorgaande brengt mee dat het overgrote deel van de debiteurenvorderingen
van de Phitaal Groep bestaat uit vorderingen op particulieren (cliënten) en dat
slechts een gering deel rechtstreeks bij zorgverzekeraars kan worden
geïncasseerd. Voor zover het inzicht van de curator thans reikt, lijkt het er op
dat evenmin in geval van een naturapolis sprake is van een rechtsverhouding
tussen Phitaal Groep en de zorgverzekeraar waaruit voor eerstgenoemde een
vorderingsrecht op laatstgenoemde voortvloeit. Er lijkt sprake van een situatie
dat er tussen Phitaal Groep en de cliënt c.q. verzekerde een medische
behandelingsovereenkomst en dus overeenkomst van opdracht bestaat, uit
hoofde waarvan Phitaal Groep een vordering tot betaling van het consult op de
verzekerde krijgt. Op grond van de daarvan te onderscheiden
rechtsverhouding die wordt gevormd door de zorgverzekeringsovereenkomst
tussen de verzekerde en de zorgverzekeraar, heeft eerstgenoemde een
vordering tot vergoeding van de zorgkosten op de zorgverzekeraar, waarbij
laatstgenoemde die vordering bevrijdend betaalt door vergoeding namens de
verzekerde quasi quo aan Phitaal Groep (een betaling aan een derde als
bedoeld in artikel 6:32 BW). Tegen de achtergrond van het voorgaande zal het
door Kartesia gepretendeerde pandrecht ten aanzien van de
zorgverzekeraars, onderwerp van nader onderzoek moeten wezen. CZ heeft
zich inmiddels jegens de curator op het standpunt gesteld, dat zij van mening
is dat ondanks de openbaarmaking van het door Kartesia gepretendeerde
pandrecht, er bij gebreke van een verpande vordering op CZ, er op haar geen
verplichting rust om enige uitkering aan Kartesia te doen.
Surseancevorderingen
De Surseancevorderingen betreffen vorderingen uit hoofde van
zorgverrichtingen die tot en met 22 februari 2026 zijn verricht. Volgens de
administratie bedraagt de totale omvang van de Surseancevorderingen EUR
2.798.311,56, waarvan EUR 1.160.799,03 (vide het voorgaande) hoe dan ook
betrekking heeft op vorderingen op individuele cliënten (met restitutiepolissen)
en EUR 1.813.716,88 op vorderingen die rechtstreeks door zorgverzekeraars
worden voldaan (natura). De Surseancevorderingen komen (in ieder geval voor
zover die aanspraak geven op individuele cliënten) in beginsel toe aan
pandhouder Kartesia. Met Kartesia zijn afspraken gemaakt over de verdeling
van de opbrengst uit hoofde van de thans bekende Surseancevorderingen op
individuele cliënten: 80% van de gerealiseerde opbrengst wordt aan Kartesia
afgedragen en 20% komt als boedelbijdrage aan de boedel toe. De exacte
omvang en samenstelling van de pré-surseancevorderingen worden nog nader
geverifieerd aan de hand van de financiële administratie van Phitaal Groep en
de bevindingen/beoordeling door de zorgverzekeraars.
Boedelvorderingen
De Boedelvorderingen betreffen vorderingen uit hoofde van zorgverrichtingen
die met ingang van 23 februari 2026 zijn verricht. Volgens de administratie
bedraagt de totale omvang van de Boedelvorderingen EUR 4.114.434,76.
In het kader van de voortzetting van de zorgactiviteiten gedurende de
surseance van betaling en het faillissement zijn met de zorgverzekeraars CZ
Groep, VGZ, Zilveren Kruis, Menzis en ASR afspraken gemaakt over de
Bevoorschotting van de zorg over de voortzettingsperiode. De
voortzettingsperiode kan worden onderverdeeld in twee deelperiodes met een
te onderscheiden financieringsstructuur. Gedurende de eerste
voortzettingsperiode van 4 weken (23 februari 2026 tot en met week 12 van
2026) hebben de zorgverzekeraars de zorg Bevoorschot, waarbij vooraf
vaststond dat een negatief exploitatieresultaat zou worden behaald, waardoor
de Bevoorschotting alleen onvoldoende zou zijn. Daardoor zou de continuïteit
van de zorgverlening in gevaar komen. De oorzaak daarvan is hierboven nader
uiteengezet onder "Toelichting" betreffende het "Boedelsaldo", waarnaar
gemakshalve wordt verwezen. Om die reden hebben de zorgverzekeraars voor
de eerste 4 welken, naast de Bevoorschotting ook de Boedelfaciliteit ter
beschikking gesteld. Na ommekomst van die eerste 4 weken, werd nog enkel
de Bevoorschotting verstrekt (week 13 van 2026 tot en met 14 april 2026) De
zorgverzekeraars hebben over de gehele voortzettingsperiode in totaal EUR
3.868.149,63 aan voorschotten verstrekt. De zorgverzekeraars zijn gerechtigd
de vorderingen uit hoofde van declaraties te verrekenen met de
Bevoorschotting. Per saldo resteert na verrekening een vordering van de
boedel op de zorgverzekeraars ten belope van EUR 242.460,-. Deze vordering
strekt tot verhaal van de gezamenlijke crediteuren.
Ten aanzien van de debiteurenbetalingen van particulieren die via
automatische incasso worden geïnd, geldt dat deze betalingen tot acht weken
na het incassomoment door de debiteur kunnen worden gestorneerd. Dit
brengt mee dat gedurende de storneringstermijn slechts sprake is van
voorwaardelijke debiteurenontvangsten. Eerst na het verstrijken van de
volledige storneringstermijn kan worden vastgesteld welk deel van de
debiteurenbetalingen van particulieren definitief is geworden. De curator houdt
hiermee rekening bij de vaststelling van de definitieve debiteurenopbrengst.
Bij het incasseren van de vorderingen op particulieren vormt de op
(para)medici rustende geheimhoudingsplicht (en overige privacywetgeving)
een bijzondere uitdaging. Die geheimhoudingsplicht heeft een absoluut
karakter waardoor de curator noch pandhouder Kartesia gerechtigd is de
declaraties en de daaraan ten grondslag liggende cliëntgegevens, in te zien.
De curator en Kartesia zijn voor de inning van deze vorderingen derhalve
afhankelijk van de ondersteuning door (voormalig) medewerkers van de
Phitaal Groep die uit hoofde van hun functie die toegang wel mogen hebben.
Zoals hiervoor onder 2.4 reeds vermeld, heeft de curator hiertoe een tijdelijke
arbeidsovereenkomst gesloten met een medewerker die verantwoordelijk was
voor het declaratieproces. Daarnaast is met Mentaal Beter overeengekomen
dat de naar Mentaal Beter overstappende medewerkers die voorheen
verantwoordelijk waren voor het declaratieproces van de Phitaal Groep,
beschikbaar blijven om in de komende periode het declaratieproces van de
Phitaal Groep af te ronden.
Voorafgaand aan het faillissement had de Phitaal Groep een deel van haar
debiteurenportefeuille, na het doorlopen van het interne incassotraject, ter
incasso uitbesteed aan diverse incassogemachtigden, te weten Credifin en in
diens opdracht ook Boeder Incasso en GGN. Het betreft uitsluitend pre-
surseancevorderingen op particulieren, die derhalve in beginsel onder het
pandrecht van Kartesia vallen. De bij Credifin (en Boeder Incasso) in
behandeling zijnde portefeuille omvat in totaal 76 dossiers, verdeeld over
Phitaal BV (47 dossiers) en Het Rughuis Amsterdam BV (29 dossiers). De totale
hoofdsom ter incasso bedraagt circa EUR 240.000,-, hetgeen inclusief rente en
incassokosten resulteert in een totaal te innen vordering van circa EUR
300.000,-. Op de portefeuille is tot op heden circa EUR 60.000,- aan betalingen
door Credifin ontvangen, zodat het openstaande dossiersaldo circa EUR
240.000,- bedraagt.
Van de 76 dossiers bevinden zich twaalf dossiers in een gerechtelijke fase,
waarvan een deel reeds heeft geresulteerd in een vonnis dat ter executie is
overgedragen. In 24 dossiers is een betalingsregeling getroffen. De overige
dossiers bevinden zich in een buitengerechtelijke fase, waarvan een
aanzienlijk deel de status "sluiten of dagvaarden" heeft, hetgeen inhoudt dat
Credifin in de komende periode een beslissing van de curator verwacht over
het al dan niet voortzetten van het incassotraject door middel van een
gerechtelijke procedure. Een beperkt aantal dossiers betreft debiteuren die in
een schuldhulpverlenings- of bewindvoeringstraject zijn opgenomen.
Bij GGN zijn nog vijf dossiers in behandeling. De totaal uit handen gegeven
hoofdsom bedraagt EUR 30.106,51. Het nog te incasseren bedrag inclusief
rente en incassokosten bedraagt EUR 27.456,64. Voor alle dossiers loopt een
betalingsregeling.
Over de voortzetting en afhandeling van de lopende incassotrajecten dienen
nog nadere afspraken te worden gemaakt met pandhouder Kartesia, nu de
vorderingen in beginsel aan Kartesia zijn verpand. Ten aanzien één reeds
aanhangige incassoprocedure tegen een voormalig cliënt is met Kartesia een
kostenverdeling overeengekomen, op grond waarvan 20% van de met een
enkele, noch te verrichten proceshandeling, gemoeide kosten, met
toestemming van de rechter-commissaris, door de boedel wordt gedragen. Het
andere deel is voor rekening van Kartesia.
Daarnaast beschikt de Phitaal Groep over een beperkt aantal vorderingen op
derden uit hoofde van de uitleen van personeel. Deze vorderingen zien op
vergoedingen voor de terbeschikkingstelling van medewerkers van de Phitaal
Groep aan externe zorgaanbieders. De omvang en allocatie van deze
vorderingen worden nader onderzocht.
Een nadere specificatie van de geïnde en openstaande vorderingen,
uitgesplitst naar Surseancevorderingen en Boedelvorderingen, alsmede naar
particulieren en zorgverzekeraars, moet nog worden uitgewerkt en zal naar
het zich thans laat aanzien, in het volgende verslag aan de orde komen.
In de afgelopen periode heeft de curator de incasso van de
Surseancevorderingen op particuliere cliënten ter hand genomen. De
daarvoor lopende 3 afzonderlijke bancaire incasso batches zijn in opdracht
van de curator door een medewerker van Phitaal c.s. die (onder andere) voor
dat doel in dienst is gehouden, begeleid. Het leeuwendeel van de
corresponderende Surseancevorderingen werd niet door de
debiteuren/particuliere cliënten gestorneerd en definitief door Phitaal c.s.
geïncasseerd. De geïncasseerde bedragen zijn vervolgens door de curator
tussen de boedel en de pandhouder Karthesia verdeeld overeenkomstig de
tussen hen met machtiging van de rechter-commissaris gemaakte afspraken.
De beperkte hoeveelheid vorderingen op cliënten waarvan de bancaire
incasso werd gestorneerd werd tezamen met de Surseancevorderingen die
geen onderdeel uitmaakten van (de mogelijkheid tot) bancaire incasso
aanvankelijk ook door de bij de boedel voor bepaalde tijd in dienst gehouden
administratief medewerker, opgevolgd. De curator heeft na ommekomst van
bedoelde termijn, de daarvan resterende debiteurenvorderingen voor
01-09-2026
2
4.2 Werkzaamheden debiteuren
incasso uit handen te geven aan Hafkamp Groenewegen
Gerechtsdeurwaarders. Het betreft een aanzienlijke hoeveelheid aan
vorderingen op individuele cliënten voor relatief kleine bedragen en een grote
hoeveelheid aan lopende betalingsregelingen met cliënten. Deze wijze van
debiteurenincasso en opvolging van beheer van lopende betalingsregelingen
is efficiënter. Aan Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders is voor een
totaal aan EUR 359.817,91 aan openstaande vorderingen en EUR 262.892,03
aan lopende betalingsregelingen uit handen gegeven. Deze incasso is
momenteel nog in volle gang. Op een later moment zal de spreekwoordelijke
balans worden opgemaakt en verslag worden gedaan van de uiteindelijke
resultaten van deze incasso.
Verder loopt de incasso bij Credifin, Boeder Incasso en GGN ook door. Op een
later moment zal verslag worden gedaan van de uiteindelijke resultaten van
deze incasso.
Met Kartesia zijn afspraken gemaakt over deze incassowerkzaamheden. Met
haar is overeengekomen dat de boedel naar eigen inzicht kan handelen in
deze incasso's. De boedel ontvangt voor de reguliere incassovorderingen die
bij Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders lopen een boedelbijdrage
van 50% over de netto-opbrengst en over de opbrengst van de
betalingsregelingen een boedelbijdrage van 75% over de netto-opbrengst,
met dien verstande dat een afdracht aan de pandhouder alleen zal
plaatsvinden vanaf een minimale netto-opbrengst van EUR 35.000,-. Voor
wat betreft de vorderingen die lopen bij Credifin, Boeder Incasso en GGN
geldt dat de boedel daarover een boedelbijdrage ontvangt van 75% over de
netto-opbrengst en hier ook een drempelbedrag van EUR 35.000,- is
overeengekomen.
Gezien het feit dat de incasso momenteel nog loopt en daarover ook nog met
Kartesia moet worden afgerekend, zal na definitieve afrekening met Kartesia
verslag worden gedaan over de definitieve incassoresultaten.
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
De curator heeft in de verslagperiode de navolgende werkzaamheden verricht
met betrekking tot de debiteurenportefeuille. De financiële administratie van de
Phitaal Groep is in samenspraak met Phitaal-medewerkers onderzocht
teneinde de omvang en samenstelling van de debiteurenportefeuille vast te
stellen, uitgesplitst naar Surseancevorderingen en Boedelvorderingen alsmede
naar vorderingen op particulieren (restitutie) en te verwachten betalingen van
zorgverzekeraars (natura). Met pandhouder Kartesia is overleg gevoerd over
de verdeling van de opbrengst uit hoofde van de incasso van voornoemde pre-
surseancevorderingen op particulieren (restitutie), hetgeen heeft geresulteerd
in de afspraak dat 80% van de opbrengst aan Kartesia wordt afgedragen en
20% als boedelbijdrage aan de boedel toekomt. Ten aanzien van eventuele
Surseancevorderingen op zorgverzekeraars is geen afzonderlijke
verdelingsafspraak met Kartesia gemaakt. Voorts is met Kartesia een
kostenverdeling overeengekomen ten aanzien van één reeds aanhangige
incassoprocedure, op grond waarvan 20% van de kosten door de boedel
wordt gedragen. Ten behoeve van de incasso van de vorderingen op (met
name) particulieren heeft de curator, met machtiging van de rechter-
commissaris, een tijdelijke arbeidsovereenkomst gesloten met een voormalig
medewerker van de Phitaal Groep. Daarnaast is met Mentaal Beter
overeengekomen dat de naar Mentaal Beter overstappende medewerkers die
voorheen bij het declaratieproces betrokken waren, beschikbaar blijven voor
de afronding van het declaratieproces van de Phitaal Groep. Met betrekking tot
de bij Credifin uitbestede incassodossiers is contact gelegd met Credifin en zijn
de dossieroverzichten opgevraagd en beoordeeld. Gedurende de gehele
verslagperiode heeft afstemming plaatsgevonden met de zorgverzekeraars
over de bevoorschotting, het declaratieproces en de verrekening van
voorschotten met declaraties over de voortzettingsperiode. Ten slotte is
onderzoek verricht naar de privacyrechtelijke aspecten van de incasso van
vorderingen op particulieren, nu de curator en Kartesia op grond van de
toepasselijke privacyregelgeving niet gerechtigd zijn de aan de vorderingen
ten grondslag liggende cliëntgegevens in te zien.
22-04-2026
1
Voor de debiteurenincasso zijn in de afgelopen periode de volgende
werkzaamheden verricht. De curator heeft met Kartesia afstemming gehad
over de afdracht van de opbrengst over de automatische bancaire incasso's
en afspraken gemaakt over de verdeling van de opbrengst van de incasso
die door Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders wordt uitgevoerd.
Verder zijn afspraken gemaakt met Hafkamp Groenewegen
Gerechtsdeurwaarders over de uit te voeren incasso, is hier praktische
afstemming noodzakelijk geweest, zijn de onderliggende stukken zoals
facturen etc. uit de administratie gehaald en is tijd besteed aan de
behandeling van de ontvangen verweren en vragen van de debiteuren.
01-09-2026
2
5. Bank / Zekerheden
€ 68.000.000,00
Toelichting vordering van bank(en)
22-04-2026
1
De Phitaal Groep bankiert bij Coöperatieve Rabobank U.A. (Rabobank).
Rabobank heeft geen financiering aan de Phitaal Groep verstrekt en heeft
geen vordering op de Phitaal Groep uit hoofde van een kredietfaciliteit. De dato
surseance vertoonde(n) de bij Rabobank aangehouden rekening(en) een
creditsaldo. Het bij aanvang van de surseance aanwezige creditsaldo is
mogelijk verpand aan Kartesia (als hierna gedefinieerd). De rechtsgeldigheid
van deze verpanding wordt door de curator onderzocht.
Op 31 maart 2026 is gebleken dat Rabobank tot uitbetaling is overgegaan
onder een door haar ten behoeve van een verhuurder afgegeven
bankgarantie. Rabobank heeft in verband daarmee het creditsaldo van Phitaal
BV voor een bedrag van EUR 15.260,52 gedebiteerd. Rabobank stelt zich op
het standpunt dat Phitaal BV voor de verplichtingen uit hoofde van de
bankgarantie een contragarantie heeft afgegeven en dat Phitaal BV ter
zekerheid van de nakoming van die contragarantie een pandrecht aan
Rabobank heeft verstrekt op een deel van haar creditsaldo bij Rabobank.
Rabobank stelt dat zij zich voor haar regresvordering uit hoofde van de
contragarantie op het creditsaldo heeft verhaald krachtens dit pandrecht. De
curator is nog niet overtuigd van het pandrecht van Rabobank omdat
laatstgenoemde ten behoeve van een eerste pandrecht van Kartesia afstand
heeft gedaan van het niet-verpandbaarheidsbeding van artikel 3:83 BW. Nu de
vordering van Kartesia circa EUR 68.000.000 bedragen en heer pandrecht op –
kort gezegd – de bij Rabobank aangehouden creditsaldi en overige
vorderingsrechten, bij lange na niet toereikend zullen zijn om Kartesia's
vordering op te verhalen, kan er van verhaal door Rabobank a prima vista
geen sprake zijn. Van een pandrecht op vanaf de surseance aangekweekt
creditsaldo kan tegen de achtergrond van artikel 228 FW (gevolgd door 35 FW)
geen sprake zijn. Bij gevolg vormt dat evenmin een rechtsgeldige grondslag
van verhaal. De curator heeft Rabobank daarom nadere vragen gesteld over
de achtergrond en rechtsgeldigheid deze debitering. Een nadere beoordeling
van de positie van Rabobank zal aan de hand daarvan plaats vinden. Hierover
zal in een volgend verslag worden gerapporteerd.
Daarnaast heeft de curator Rabobank verzocht tot stornering van een aantal
vóór en kort na de surseancedatum ten laste van de bankrekeningen van de
Vennootschappen uitgevoerde automatische incasso's. Rabobank heeft aan dit
verzoek voldaan. Voorts heeft de curator Rabobank bevraagd over diverse
debiteringen ten gunste van Rabobank ter zake van kosten van
betalingsverkeer, het aanhouden van bankrekeningen, elektronisch bankieren
en bankgarantieprovisies. Rabobank heeft haar positie uiteengezet en zich op
het standpunt gesteld dat de kosten van betalingsverkeer die zien op de
periode na de surseancedatum kwalificeren als kosten van voortzetting en
derhalve als boedelschulden verschuldigd zijn, nu de rekeningen na de
surseance en het faillissement in stand zijn gehouden en het gebruik daarvan
is voortgezet. De curator heeft dit standpunt aanvaard. Rabobank heeft voorts
bevestigd dat zij geen financiering aan de Phitaal Groep heeft verstrekt, dat de
rekeningen uitsluitend creditsaldi.
De Vennootschappen worden hoofdelijk gefinancierd door een syndicaat van
financiers bestaande uit de rechtspersonen naar Luxemburgs recht Kartesia
Sponsorless Holdco I S.A.R.L. en Kass Unlevered S.A.R.L., vertegenwoordigd
door hun mandated lead arranger Kartesia Management S.A.R.L., en de
rechtspersoon naar Spaans recht Sanne AgenSynd, S.L.U. als Agent en
Security Agent (ieder zowel afzonderlijk als gezamenlijk in dit
faillissementsverslag aangeduid als: Kartesia). Kartesia is tevens (getrapt)
99% aandeelhouder van Phitaal Groep. Alle Vennootschappen zijn voor de
vordering van Kartesia hoofdelijk verbonden. De vordering van Kartesia uit
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
hoofde van de financieringsovereenkomst bedraagt circa EUR 68.000.000,-.
Kartesia heeft de financiering bij acceleration notice van 16 december 2025
opgezegd en opgeëist.
De Phitaal Groep is partij bij diverse lease- en huurovereenkomsten ter zake
roerende zaken. Het betreft overeenkomsten ter zake voertuigen (auto's),
fitnessapparatuur, printers en koffiezetapparaten. De leaseovereenkomsten
ter zake voertuigen en koffiezetapparaten betreffen operational lease. Ten
aanzien van de leaseovereenkomsten ter zake fitnessapparatuur is sprake van
financial lease. Ten aanzien van de leaseovereenkomsten ter zake de printers
wordt nog onderzocht wat voor lease van toepassing is.
De curator dan wel de leasemaatschappij heeft de leaseovereenkomsten
opgezegd voor zover deze niet door Mentaal Beter worden overgenomen Ten
aanzien van de leaseauto's geldt dat Mentaal Beter een enkele leaseauto
heeft overgenomen. De overige leaseauto's worden aan de leasemaatschappij
geretourneerd. Ten aanzien van de fitnessapparatuur en de
koffiezetapparaten zijn de leasemaatschappijen bericht dat deze kunnen
worden opgehaald, nu Mentaal Beter deze overeenkomsten niet overneemt.
Ten aanzien van de printers wordt eerst nog gewacht op bericht van de
leasemaatschappijen. Objecten die in bruikleen zijn verstrekt, worden aan de
betreffende leveranciers geretourneerd voor zover de onderliggende
overeenkomsten niet door Mentaal Beter worden overgenomen. Voor zover
sprake is van financial lease en de beëindiging van de leaseovereenkomst leidt
tot restituties, vergoedingen of uitkeringen in verband met overwaarde of
afkoopwaarden, komen deze toe aan de faillissementsboedel.
Voorts bevinden zich op diverse locaties van de Phitaal Groep objecten die niet
in eigendom zijn van de Phitaal Groep, maar op basis van bruikleen of huur ter
beschikking zijn gesteld door leveranciers. Het betreft onder meer
frankeerapparaten, afvalcontainers en schoonmaakmaterieel. De curator zal op
korte termijn overgaan tot afwikkeling van de desbetreffende overeenkomsten
en teruggave van de apparatuur aan de betreffende partijen, voor zover deze
niet door Mentaal Beter worden overgenomen.
22-04-2026
1
De leasecontracten zijn grotendeels afgehandeld. De meeste leasezaken zijn
reeds opgehaald. Er is nog een onduidelijkheid over de leasezaken van De
Lage Landen. Niet alle zaken zijn hiervan teruggevonden op de locaties waar
deze zouden moeten staan. De vraag ligt bij De Lage Landen welke zaken zij
nog missen, waarna gekeken kan worden of deze zaken op een andere
locatie aanwezig zijn.
01-09-2026
2
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
Kartesia pretendeert pandrechten te hebben op, onder meer, de vorderingen
(o.a. debiteuren en creditsaldi), de roerende zaken (bedrijfsinventaris en ICT-
apparatuur) en de intellectuele eigendomsrechten van de Phitaal Groep. De
curator heeft inmiddels onderzocht of aan de voorwaarden voor een
rechtsgeldige vestiging van het openbare pandrecht op de bij Rabobank
aangehouden creditsaldi, evenals op de debiteurenvorderingen van Phitaal
Groep is voldaan. Dat blijkt uitgaande van de wetenschap van vandaag, het
geval te zijn. Dat laat onverlet dat vanwege de hierboven uiteengezette
problematiek rond het ontbreken van een zorgverleningsovereenkomst tussen
Phitaal Groep en (het overgrote deel van) de zorgverzekeraars, het de vraag is
of Kartesia bij gebreke van een rechtstreekse vordering van Phitaal Groep op
de zorgverzekeraars, wel een pandrecht kan hebben en betaling van hen kan
vorderen. Dat zal onderwerp van nader onderzoek vormen. Evenzeer zal nog
worden onderzocht of er redenen zijn om de pandrechten aan te tasten met
een beroep op de faillissementspauliana. Over de uitkomst van die
onderzoeken zal in latere verslaglegging worden gerapporteerd. Ten aanzien
van de roerende zaken is, zoals in 3.4 reeds opgetekend, overeengekomen,
dat afwikkeling van de koopsom via de boedel zal plaatsvinden. In afwachting
van de uitkomst van dit onderzoek zijn met Kartesia voorts werkafspraken
gemaakt over de incasso van de aan Kartesia verpande vorderingen op
particulieren, de verdeling van de opbrengst daarvan (80% Kartesia, 20%
boedelbijdrage), de instemming van Kartesia met de verkoop van de aan haar
verpande roerende zaken en IE-rechten in het kader van de doorstart,
alsmede de verdeling van de aan de IE-rechten gealloceerde
verkoopopbrengst (50% Kartesia, 50% boedel).
22-04-2026
1
De curator heeft de 80/20 verdeling van de opbrengst van de door bancaire
incasso ontvangen betalingen van Surseancevorderingen en de 50/50
verdeling van de opbrengst van de IE-rechten tussen Kartesia en de boedel,
in de achterliggende verslagperiode voltooid
01-09-2026
2
Zie onder 3. 22-04-2026
1
Uit het inventarisatierapport van TWA is gebleken dat zich op diverse locaties
van de Phitaal Groep objecten bevinden die geen eigendom zijn van de Phitaal
Groep, maar eigendom van derden dan wel in bruikleen of huur zijn verstrekt.
Het betreft onder meer fitnessapparatuur, frankeerapparaten,
koffiezetapparaten, afvalcontainers en schoonmaakmaterieel. Voor een nadere
specificatie wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder 5.2 is vermeld. De
eigendom van die zaken is niet aan Mentaal Beter overgedragen. Vooralsnog
zijn bij de curator geen aanspraken op grond van eigendomsvoorbehoud
ingediend.
22-04-2026
1
Dit punt is afgehandeld. Alle rechten van derden, met uitzondering van
hetgeen geschreven onder 5.2 zijn afgehandeld.
01-09-2026
2
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
Tot op heden hebben geen schuldeisers een beroep gedaan op
retentierechten.
22-04-2026
1
Tot op heden hebben geen schuldeisers een beroep gedaan op
reclamerechten.
22-04-2026
1
Toelichting
Ten aanzien van de boedelbijdragen wordt verwezen naar hetgeen hiervoor
onder 5.3 is vermeld omtrent de met Kartesia gemaakte afspraken over de
verdeling van de opbrengst uit hoofde van de verpande activa en de
debiteurenincasso. Voor het overige waren geen boedelafspraken vereist.
22-04-2026
1
De curator heeft in de verslagperiode de navolgende werkzaamheden verricht
met betrekking tot de bankrekeningen en zekerheden. De bankrekeningen bij
Rabobank zijn geïnventariseerd en de saldi zijn vastgesteld. Met Kartesia en
haar advocaat is intensief overleg gevoerd en gecorrespondeerd over de
gepretendeerde pandrechten, de incasso van verpande vorderingen, de
instemming met de verkoop van verpande activa in het kader van de doorstart
en de verdeling van de opbrengsten. De rechtsgeldigheid en totstandkoming
van de door Kartesia gepretendeerde pandrechten zijn in onderzoek genomen.
Voorts is overleg gevoerd met de rechter-commissaris over de positie van
Kartesia als separatist en de te maken werkafspraken.
22-04-2026
1
De curator heeft vastgesteld dat de vestiging van de door Karthesia
gepretendeerde pandrechten aan de daarvoor geldende constitutieve
vereisten voldoet, zodat die pandrechten rechtsgeldig zijn gevestigd.
Vooralsnog is de curator niet gebleken van feiten en omstandigheden (denk
aan vernietigbarheid wegens een faillissementspauliana) die aan de
tegenwerpbaarheid van de pandrechten aan de boedel, in de weg zou staan.
De curator heeft daarom zijn medewerking verleend aan de incassering
onder het openbaar gemaakte pandrecht van Kartesia, door laatstgenoemde
van Phitaal c.s.' vorderingen op Rabobank betreffende de saldi onmiddellijk
voorafgaand aan de surséanceverlening en (een zeer beperkt aantal)
vorderingen van Phitaal c.s. op zorgverzekeraars. Die werkzaamheden zijn
niet in de laatste plaats, door veelal bijzonder lange
reactie/responstermijnen van en enkele malen, onjuiste beantwoording door
laatstgenoemden, omvangrijk geweest. Omvangrijker dan zij bij adequate
opvolging en behandeling door de betrokken zorgverzekeraars zouden zijn
geweest.
01-09-2026
2
6. Voortzetten / doorstart onderneming
6.1 Exploitatie / zekerheden
Voortzetten onderneming
De bedrijfsactiviteiten waren voorafgaand aan de surseance en het
faillissement in volle gang en zijn tot het moment van overdracht aan Mentaal
Beter op 15 april 2026 ononderbroken voortgezet. De curator heeft de
activiteiten, met machtiging van de rechter-commissaris, gecontinueerd
teneinde de continuïteit van zorg te waarborgen, desintegratie van de door
Phitaal Groep gedreven onderneming te voorkomen en de waarde daarvan
middels een doorstart ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren te kunnen
verzilveren. De voortzetting moet zoals gezegd, worden onderverdeeld in twee
deelperiodes. Gedurende de eerste voortzettingsperiode (23 februari 2026 tot
en met week 12 van 2026) zijn de zorgactiviteiten Bevoorschot en voortgezet
voor rekening en risico van de boedel, waarbij het exploitatietekort werd
afgedekt door de Boedelfaciliteit. Gedurende de tweede voortzettingsperiode
(week 13 van 2026 tot en met 14 april 2026) zijn de bedrijfsactiviteiten
evenzeer voortgezet en Bevoorschot vanwege de continuïteit van de zorg
maar met het oog op de realisatie van een overdracht aan Mentaal Beter,
waarbij de zorgverzekeraars uitsluitend hebben Bevoorschot. Van een
Boedelfaciliteit was geen sprake..
De voortzetting van de onderneming is financieel mogelijk gemaakt door een
combinatie van Bevoorschotting en de eerste vier weken, de verstrekking van
een Boedelfaciliteit door de zorgverzekeraars. Een en ander zoals hiervoor
uiteengezet. De Bevoorschotting betreffende de gehele voortzetting bedraagt
EUR 3.560.869,39 terwijl de tot op heden gedeclareerde omzet over deze
periode EUR 4.213.033,98 bedraagt. Het na verrekening resterende verschil
komt aan de boedel toe.
Doordat het UWV vasthield aan de fictieve beëindigingsdatum van 7 dagen na
faillissement en dientengevolge het personeel meteen moest worden
ontslagen, waarna de overname loonbetaling door het UWV op grond van de
Werkloosheidswet werd geëffectueerd, heeft de boedel in die periode
aanvankelijk geen loonkosten hoeven te voldoen. Die loonkosten komen
echter alsnog in de vorm van een preferente boedelschuld voor rekening van
de boedel als gevolg van de regresvordering ter zake van het UWV.
Desalniettemin zal de exploitatie onder de streep een positieve zijn. de exacte
omvang van het exploitatie resultaat zal echter pas blijken nadat het UWV
haar regresvordering bij de curator heeft ingediend. Daarop zal in latere
verslaglegging terug worden gekomen.
Na acceptatie van de bieding van Mentaal Beter op 12 maart 2026 is een
exclusiviteitsperiode van maximaal tien werkdagen aangevangen, lopende tot
uiterlijk 26 maart 2026. Gedurende de exclusiviteitsperiode was Mentaal Beter
een niet-restitueerbare abort fee verschuldigd van EUR 100.000,- (inclusief
btw) per volledige kalenderweek, per kalenderdag berekend, welke wekelijks
vooraf aan de boedel werd voldaan. Indien de doorstart niet zou worden
gerealiseerd, zou dit bedrag aan de boedel verblijven. Na ommekomst van de
exclusiviteitsperiode en gestanddoening van de bieding door Mentaal Beter is
de Periode Voortzetting aangevangen. Gedurende de Periode Voortzetting (27
maart 2026 tot en met 14 april 2026) was Mentaal Beter een vergoeding
verschuldigd van EUR 150.000,- (inclusief btw) per volledige kalenderweek, per
kalenderdag berekend. Deze vergoeding bestond uit een component
insolventiekosten ad EUR 100.000,- (inclusief btw) per kalenderweek,
strekkende tot dekking van de faillissementskosten, en een surplus ad EUR
50.000,- (inclusief btw) per kalenderweek als extra vergoeding ten behoeve
van de gezamenlijke schuldeisers. De vergoeding werd na ommekomst van
iedere werkweek, uiterlijk op zaterdagochtend, aan de boedel voldaan. De
betaalde abort fee en het betaalde surplus mochten voor het geval de koop
22-04-2026
1
6.2 Financiële verslaglegging
door Mentaal Beter doorgang vond, in mindering gebracht op de koopsom voor
de goodwill. Dat is gebeurd. De Insolventiekosten van EUR 200.000 voor de
twee weken dat de Periode Voortzetting heeft geduurd mogen niet worden
gecompenseerd en komen integraal aan de boedel toe.
De curator heeft de activiteiten uiteindelijk voortgezet van 23 februari 2026
tot en met 22 maart 2026 (Periode 1) en van 23 maart 2026 tot en met 14
april 2026 (Periode 2). Dit onderscheid in periodes is vanwege de afspraken
met de zorgverzekeraars. Zoals in het eerste verslag al uiteengezet is enkel
voor Periode 1 een Boedelfaciliteit verstrekt door de zorgverzekeraars. Voor
Periode 2 is dat niet het geval. Voor beide periodes geldt dat de grote
zorgverzekeraars een voorschot hebben versterkt voor de te verrichten
diensten. De laatste dag van de voortzetting was dus 14 april 2026.
01-09-2026
2
De curator werkt aan een financiële rekening en verantwoording over de
voortzettingsperiode. Teneinde daartoe te komen worden op korte termijn de
laatste declaratiewerkzaamheden verricht, een en ander zoals nader
omschreven onder 4 (debiteuren), waarna het definitieve
standpunt/goedkeuring van de zorgverzekeraars moet worden afgewacht.
Daarnaast dient een afrekening plaats te vinden met de leveranciers van wie
de Phitaal Groep gedurende de voortzettingsperiode gebruik heeft gemaakt.
Ook dient de regresvordering door het UWV nog te worden ingediend. De
volledige financiële verantwoording over de voortzettingsperiode zal in een
volgend verslag worden opgenomen.
22-04-2026
1
In het kader van de voortzetting moeten twee afrekeningen plaatsvinden,
één met de individuele zorgverzekeraars voor wat betreft de bevoorschotting
afgezet tegen de daadwerkelijk verschuldigde vergoeding voor de geleverde
diensten en één met CZ als penvoerder voor de zorgverzekeraars in het
kader van de verstrekt Boedelfaciliteit.
Inmiddels is bijna volledig afgerekend met de individuele zorgverzekeraars
over de voortzettingsperiode. In totaal diende de boedel nog een bedrag van
EUR 265.171,82 aan nabetalingen te ontvangen. Dit betrof dus gevallen
waarin de verschuldigde vergoeding hoger was dan het verstrekte voorschot.
Hiervan staat nog een bedrag van EUR 23.597,50 open. Het betreft een
vordering op DSW en een vordering op Zorg en Zekerheid. Voor de vordering
op DSW geldt dat de curator heeft vastgesteld dat DSW vanaf het begin van
het faillissement heeft geweigerd om medewerking te verlenen aan
continuering van de zorgactiviteiten van Phitaal en ook heeft aangegeven
geen zorg te vergoeden die door Phitaal aan haar verzekerden wordt
geleverd, hetgeen op voorhand gedurende de voortzetting niet door de
boedel valt te monitoren. De grootte van de vordering op DSW is (zeer)
beperkt tot EUR 2.686,60. Gezien de geringe omvang van die vordering
afgezet tegen de (verwachte) kosten van het voortzetten van de discussie
daarover, eventueel in rechte, heeft de curator er – contre coeur – zuiver
omwille van doelmatigheid voor gekozen, hier geen verdere inspanningen in
te verrichten. Over de vordering op Zorg en Zekerheid is de curator nog in
overleg met zowel Zorg en Zekerheid als met CZ, de penvoerder jegens wie
Zorg en Zekerheid zich (ook) verbonden had te betalen. Verder diende de
curator een bedrag van EUR 51.733,60 terug te betalen aan
zorgverzekeraars als gevolg van een voorschot dat hoger was dan de
daadwerkelijk verschuldigde vergoeding. Dat is inmiddels gebeurd op een
bedrag van EUR 5.480,68 aan aan VGZ. De curator heeft VGZ bij herhaling
01-09-2026
2
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
verzocht om betalingsinstructies maar ontvangt daarop taal noch teken. Ook
hierover is de curator met CZ als penvoerder, in overleg getreden om een
snelle afwikkeling te bevorderen.
Over de Periode 1 is een omzet gerealiseerd van EUR 2.402.931,11.
Daartegenover staat EUR 2.921.690,94 aan uitgaven, waardoor een negatief
resultaat is gerealiseerd van EUR 518.759,83. Dit was een te verwachten
negatief resultaat. Dit heeft te maken gehad met de verplichting in surseance
om alle opkomende verplichtingen, waaronder het salaris van de
werknemers, te voldoen, alsook betalingen aan dwangcrediteuren. De
voortzetting was dan ook niet zozeer ingegeven vanuit het behalen van een
positief resultaat, maar vanuit de continuïteit van de zorg. Mede in het kader
van het verkoopklaar maken van de door Phitaal c.s. gedreven onderneming.
In het kader van de continuïteit van de zorg is voor Periode 1 dan ook de
afspraak met de zorgverzekeraars gemaakt onder penvoering van CZ, dat CZ
de Boedelfaciliteit van 880.000,- verstrekt om het negatieve
exploitatieresultaat te dekken. Dat is gebeurd. Het resulterende en niet
verbruikte deel daarvan, waarover de afspraak is gemaakt dat dat zal
worden terugbetaald zonder de afwikkeling van de boedel af te wachten,
bedraagt ca. EUR 361.240,17. Met CZ is de curator nog in overleg over de
afwikkeling hiervan. Hangende dit overleg is in ieder geval al EUR 300.000,-
terugbetaald aan CZ.
Over Periode 2 is een omzet gerealiseerd van EUR 1.814.054,38. De kosten
bedroegen EUR 350.845,70, waardoor een positief resultaat is gerealiseerd
van EUR 1.463.208,68. Deze voortzettingsperiode was – in tegenstelling tot
Periode 1 – volledig in faillissement. De grootste kostenpost – de salarissen
van het personeel, de verschuldigde loonheffing en premies – werd
overgenomen door het UWV. Daarvoor geniet het UWV echter weer een
regresvordering op de boedel die als preferente boedelschuld kwalificeert en
als zodanig op het gerealiseerde 'resultaat' in mindering strekt.
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
In het kader van de voortzetting van de onderneming heeft de curator in de
onderhavige verslagperiode de navolgende werkzaamheden verricht. De
curator heeft machtiging van de rechter-commissaris verkregen voor de
voortzetting van de zorgactiviteiten en heeft ten behoeve daarvan
begrotingen opgesteld voor zowel de eerste voortzettingsperiode (tot en met
week 12 van 2026) als de tweede voortzettingsperiode (week 13 van 2026 tot
en met 14 april 2026). Met de zorgverzekeraars CZ Groep, VGZ, Zilveren Kruis,
Menzis en ASR is intensief overleg gevoerd over de Bevoorschotting van beide
voortzettingsperiodes, het declaratieproces en de verrekening van
voorschotten met declaraties. Met CZ Groep zijn daarnaast afspraken gemaakt
over de Boedelfaciliteit. Met doorstarter Mentaal Beter zijn afspraken gemaakt
over de betaling van de abort fee gedurende de exclusiviteitsperiode en de
vergoedingen gedurende de Periode Voortzetting.
Ten aanzien van het personeel heeft coördinerend overleg plaatsgevonden
teneinde de cruciale bedrijfsprocessen gedurende de voortzettingsperiode
draaiende te houden. Hetzelfde geldt voor de OR en het bestuur en de RvC
van Phitaal Groep, alsmede de NZa. Voorts is overleg gevoerd met de cliënten
raad en is communicatie aan cliënten verzonden over de continuïteit van het
zorgproces en de gevolgen van de doorstart, waaronder de overdracht van
cliëntendossiers. Daarnaast heeft overleg plaatsgevonden met leveranciers
van wie de Phitaal Groep gedurende de voortzettingsperiode gebruik heeft
gemaakt, alsmede met de bestuurder van de Vennootschappen, mevrouw
Kruithof, die gedurende de voortzettingsperiode beschikbaar is gebleven voor
de operationele aansturing.
22-04-2026
1
De werkzaamheden zijn gelijk aan die voor de eerste verslagperiode. Veel
werkzaamheden hebben gezien op coördinatie van de voortzetting. Daarbij
zijn er ook werkzaamheden noodzakelijk geweest voor de afrekening met de
zorgverzekeraars en de periodieke verantwoording aan hen.
01-09-2026
2
Doorstarten onderneming
Kort na aanvang van de voorlopige surseance van betaling op 23 februari 2026
heeft de curator (destijds bewindvoerder) zich georiënteerd op de
mogelijkheden van een doorstart van de door de Phitaal Groep gedreven
onderneming. Gelet op de aard van de onderneming – een
gezondheidszorgorganisatie met circa 3.500 cliënten in behandeling – was het
van groot belang dat een eventuele doorstart zo spoedig mogelijk zou worden
gerealiseerd, teneinde de continuïteit van de zorgverlening te waarborgen,
desintegratie van de onderneming te voorkomen en de waarde van de
onderneming te behouden.
De curator heeft een gestructureerd biedingsproces opgestart. Daartoe is een
biedingsmemorandum opgesteld, waarin geïnteresseerde partijen op
hoofdlijnen zijn geïnformeerd over de door de Phitaal Groep gedreven
onderneming, de tot de vermogens van de Phitaal Groep behorende activa en
de voorwaarden waaronder een bieding kon worden uitgebracht.
Geïnteresseerde partijen hebben na ondertekening van een
geheimhoudingsovereenkomst het biedingsmemorandum ontvangen en
toegang verkregen tot een virtuele dataroom, waarin onder meer financiële
cijfers, huurovereenkomsten, het inventarisatierapport en het taxatierapport
van TWA en een overzicht van belangrijke leveranciers waren opgenomen.
Vanzelfsprekend is geen inzicht geboden in cliëntgegevens. Geïnteresseerden
22-04-2026
1
zijn in de gelegenheid gesteld vragen te stellen via een Q&A-functionaliteit in
de dataroom. De curator heeft de vragen beantwoord. De biedingstermijn
verstreek op donderdag 12 maart 2026 om 12:00 uur.
Er zijn in totaal vier biedingen ontvangen. Mentaal Beter, onderdeel van de
Mental Care Group (MCG), een landelijk opererende aanbieder van
specialistische GGZ, heeft op 12 maart 2026 een bindende bieding onder
opschortende voorwaarden uitgebracht. De bieding van Mentaal Beter is zowel
op de afzonderlijke onderdelen als in totaal als beste uit het biedingsproces
naar voren gekomen. De curator heeft de bieding van Mentaal Beter op 12
maart 2026 geaccepteerd, onder voorbehoud van goedkeuring van de rechter-
commissaris en instemming van pandhouder Kartesia. De rechter-commissaris
heeft op 13 maart 2026 de op grond van de artikelen 101 en 176 Fw vereiste
machtiging verleend voor het aangaan en uitvoeren van de
activaovereenkomst. Kartesia heeft op 11 maart 2026 (bij voorbaat) ingestemd
met de verkoop van de aan haar verpande roerende zaken en op 15 maart
2026 met de verkoop van de aan haar verpande IE-rechten.
De bieding van Mentaal Beter zag op de doorstart van zeven behandellocaties
van de Phitaal Groep, te weten Eindhoven (Larixplein 6), Nijmegen (Kerkenbos
1008), Breda (Oosterhout, De Waard 9), Roermond (Westhoven 5), Maastricht
(Stadionplein 31), Sittard-Geleen (Valkstraat 12) en Parkstad (Heerlen, Groene
Boord 21A). De bieding omvatte de roerende zaken op deze vestigingen, alle
ICT-apparatuur, de goodwill van de onderneming en de intellectuele
eigendomsrechten van de Phitaal Groep. De Phitaal-locatie Rijnmond (Capelle
aan den IJssel) viel buiten de reikwijdte van de bieding, aangezien Mentaal
Beter geen mogelijkheid zag deze locatie succesvol door te starten wegens
het ontbreken van het noodzakelijke aantal regiebehandelaren. Mentaal Beter
heeft zich wel bereid verklaard zich in te spannen om lopende behandelingen
op de locatie Rijnmond via haar netwerk in de regio voort te zetten.
Mentaal Beter heeft aan circa 200 fte een dienstverband aangeboden, zijnde
circa 75% van het personeelsbestand ten tijde van het faillissement.
Zorgprofessionals hebben een aanbod ontvangen op basis van de CAO GGZ,
waarbij Mentaal Beter zich heeft verbonden om eventuele verschillen in
inschaling of vergoedingen ten opzichte van de bij de Phitaal Groep geldende
arbeidsvoorwaarden gedurende een periode van twee jaar na indiensttreding
te compenseren.
Na acceptatie van de bieding is op 13 maart 2026 de exclusiviteitsperiode van
maximaal tien werkdagen aangevangen, lopende tot uiterlijk 26 maart 2026.
Gedurende de exclusiviteitsperiode was Mentaal Beter exclusief gerechtigd om,
in overleg met de curator, in contact te treden met het personeel van de
Phitaal Groep teneinde nieuwe arbeidsovereenkomsten aan te bieden,
alsmede met de verhuurders van de over te nemen vestigingen en key-
leveranciers. De bieding was gedaan onder de volgende opschortende
voorwaarden: (i) goedkeuring van de rechter-commissaris, (ii) volledige
overeenstemming over en ondertekening van de activaovereenkomst, (iii)
ontvangst van positief of neutraal advies van de ondernemingsraad en de
cliëntenraad van Mentaal Beter, (iv) het sluiten van nieuwe
arbeidsovereenkomsten met ten minste twee regiebehandelaren per vestiging
en met ten minste 70 fte overig declarabel personeel, (v) het sluiten van
nieuwe huurovereenkomsten ter zake iedere over te nemen vestiging en (vi)
verlening door de NZa van een ontheffing van de concentratietoets op grond
van artikel 49d Wet marktordening gezondheidszorg. Alle opschortende
voorwaarden zijn tijdig vervuld.
Na vervulling van de opschortende voorwaarden en gestanddoening van de
bieding door Mentaal Beter is op 27 maart 2026 de activaovereenkomst door
partijen ondertekend. In de activaovereenkomst zijn de voorwaarden van de
6.5 Verantwoording
transactie nader uitgewerkt, waaronder de koopsom en de wijze van betaling,
de levering van de roerende zaken, de goodwill en de IE-rechten, de
overdracht van cliëntendossiers met inachtneming van de toepasselijke
privacy- en zorgwetgeving, de toerekening van behandelvergoedingen, de
kostenverdeling ter zake duurovereenkomsten en IT-dienstverlening, de
positie van het personeel en de vrijwaring van de curator. Met de
ondertekening van de activaovereenkomst is de Periode Voortzetting
aangevangen, gedurende welke de curator de onderneming voor rekening van
de boedel heeft voortgezet en partijen hebben toegewerkt naar de
onbezwaarde overdracht van de activa aan Mentaal Beter.
Op 15 april 2026 heeft levering plaatsgevonden. De curator heeft Mentaal
Beter op de dag van levering feitelijk toegang verschaft tot de via de
overgenomen vestigingen gedreven onderneming, waaronder de ICT-
systemen van de Phitaal Groep. De roerende zaken zijn door feitelijke
terbeschikkingstelling aan Mentaal Beter geleverd, vrij van het pandrecht van
Kartesia. De IE-rechten zijn eveneens op de dag van levering overgedragen.
Met ingang van 15 april 2026 komen de overgedragen activa en de kosten van
de bedrijfsvoering van de overgenomen zorgactiviteiten voor rekening en risico
van Mentaal Beter.
De curator heeft de ontvangen biedingen beoordeeld aan de hand van de
volgende criteria: (i) de hoogte van de netto koopprijs, (ii) het aantal
werknemers dat een dienstverband wordt aangeboden en de
arbeidsvoorwaarden, (iii) het perspectief voor de continuïteit van zorg zo veel
als mogelijk voor alle cliënten van de Phitaal Groep, (iv) de bereidheid tot
overname en bewaring van het gehele archief van cliëntendossiers met
inachtneming van de wettelijke bewaarplicht en (v) het totaalbeeld van de
bieding bezien vanuit het belang van de gezamenlijke schuldeisers, het
personeel en de cliënten. De bieding van Mentaal Beter is op elk van deze
criteria als beste beoordeeld. De netto koopprijs was in vergelijking met de
overige biedingen veruit het hoogst. Het leeuwendeel van het personeel –
circa 200 van 267 fte – is tegen marktconforme arbeidsvoorwaarden in dienst
worden genomen. De bieding bood perspectief voor de continuïteit van zorg
voor de cliënten van de Phitaal Groep, waaronder de cliënten van vestigingen
die niet als zodanig door Mentaal Beter worden overgenomen. Voorts heeft
Mentaal Beter zich bereid verklaard het gehele archief van cliëntendossiers
over te nemen en gedurende de wettelijke bewaartermijn van twintig jaar na
voltooiing van de behandeling te bewaren. De bewaarplicht die op de Phitaal
Groep en haar behandelaren rust, zou bij gebreke van een overnemende partij
tot aanzienlijke kosten voor de boedel hebben geleid die het boedelactief
zouden hebben opgesoupeerd en aan een ordentelijke afwikkeling van het
faillissement in de weg hadden kunnen staan. De bieding leverde in zijn geheel
bezien het best haalbare resultaat op voor de gezamenlijke schuldeisers, het
personeel en de cliënten van de Phitaal Groep.
Een bijzonder aspect van de doorstart betreft de overdracht van de
cliëntendossiers van de Phitaal Groep. De Phitaal Groep beschikte ten tijde van
het faillissement over een omvangrijk bestand aan cliëntendossiers, bestaande
uit zowel dossiers van cliënten met een lopende behandelingsovereenkomst
als archiefdossiers van voormalige cliënten. Op grond van artikel 7:454 BW rust
op de zorgaanbieder de verplichting om cliëntendossiers gedurende twintig
jaar na de laatste behandeling te bewaren. Daarnaast vloeien uit de Wet op
de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Algemene
verordening gegevensbescherming (AVG) verdergaande verplichtingen voort
22-04-2026
1
ten aanzien van de beschikbaarheid, inzage, overdracht en vernietiging van
gegevens. De continuïteit van deze verplichtingen diende ook na het
faillissement te worden gewaarborgd.
De boedel was niet in staat om zelfstandig in de langdurige bewaring en het
beheer van de cliëntendossiers te voorzien. De faillissementsboedel beschikt
niet over de financiële middelen om gedurende de wettelijke bewaartermijn
van twintig jaar de kosten van instandhouding van het EPD-systeem en de
daarmee samenhangende IT-infrastructuur te dragen. Daarnaast zouden op
korte termijn na het faillissement geen BIG-geregistreerde behandelaren meer
in dienst zijn bij de Phitaal Groep die op grond van de WGBO bevoegd zijn om
de cliëntendossiers te benaderen, te beheren, op verzoek van cliënten over te
dragen aan een door de cliënt aangewezen andere zorgverlener of op verzoek
van cliënten te vernietigen. Bij gebreke van een overnemende partij die bereid
en in staat was de bewaring van de cliëntendossiers op zich te nemen, zou de
boedel geconfronteerd worden met aanzienlijke en langdurige (in beginsel 20
jaar na de laatste behandeling) kosten die het actief geheel of in ieder geval
grotendeels zouden hebben opgesoupeerd en die aan een ordentelijke en
tijdige afwikkeling van het faillissement in de weg hadden kunnen staan. Het
was derhalve van groot belang dat een derde partij de curator hierin zou
ontzorgen door de bewaring en het beheer van de cliëntendossiers over te
nemen met inachtneming van alle toepasselijke wettelijke verplichtingen.
Mentaal Beter heeft zich hiertoe bereid verklaard en heeft zich in de
activaovereenkomst verbonden om de cliëntendossiers gedurende de volledige
wettelijke bewaartermijn te bewaren en te beheren.
Ten aanzien van het proces van overdracht van de cliëntendossiers is het
volgende overeengekomen en uitgevoerd. De curator heeft op 27 maart 2026
alle cliënten van de Phitaal Groep met een lopende behandelingsovereenkomst
geïnformeerd over de voorgenomen doorstart en de gevolgen daarvan voor
hun behandeling en cliëntendossier. De informatieverstrekking heeft
plaatsgevonden via het digitale cliëntencommunicatiekanaal van de Phitaal
Groep, per e-mail, door middel van een bericht op de website van de Phitaal
Groep en door middel van een flyer die in alle wachtruimtes van de over te
nemen vestigingen is neergelegd. Cliënten met een behandelafspraak in de
periode tot aan de leveringsdatum zijn daarnaast door hun behandelaar
persoonlijk geïnformeerd. Aan alle cliënten met een lopende behandeling is
een reactietermijn van veertien dagen geboden om bezwaar te maken tegen
de overdracht van hun cliëntendossier aan Mentaal Beter. Cliënten die
bezwaar maakten, werden in de gelegenheid gesteld hun dossier over te laten
dragen aan een door hen aan te wijzen andere zorgverlener. Cliënten die niet
(tijdig) bezwaar maakten, werden geacht in te stemmen met de overdracht
van hun cliëntendossier aan Mentaal Beter, waarna Mentaal Beter de
behandelingsovereenkomst met de betreffende cliënt voortzet, waar mogelijk
met dezelfde behandelaren.
Ten aanzien van de voormalige cliënten zonder lopende
behandelingsovereenkomst – wier cliëntendossiers op grond van de wettelijke
bewaarplicht beschikbaar dienen te blijven – heeft de curator eveneens op 27
maart 2026 een informatiebericht doen uitgaan. Deze voormalige cliënten zijn
in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken bezwaar te
maken tegen de terbeschikkingstelling van hun cliëntendossier aan Mentaal
Beter. Zij hebben de keuze overdracht van hun dossier aan een door hen aan
te wijzen andere zorgverlener, dan wel om vernietiging van hun dossier te
verlangen, waarbij zij uitdrukkelijk zijn gewezen op de onomkeerbare gevolgen
van vernietiging voor eventuele toekomstige zorgverlening. De
cliëntendossiers van voormalige cliënten die niet (tijdig) bezwaar hebben
gemaakt, zijn na afloop van de bezwaartermijn aan Mentaal Beter ter
beschikking gesteld ten behoeve van de bewaring gedurende de wettelijke
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
bewaartermijn. Mentaal Beter treedt ten aanzien van deze dossiers op als
verwerker en bewaarnemer namens de curator als
verwerkingsverantwoordelijke, zulks op grond van een tussen partijen
gesloten verwerkersovereenkomst.
De technische uitvoering van de overdracht van de cliëntendossiers is een
bijzonder complexe aangelegenheid gebleken. Zowel de Phitaal Groep als
Mentaal Beter maken gebruik van Medicore als leverancier van het elektronisch
patiëntendossier (EPD). In het kader van de doorstart is de bestaande
Medicore-omgeving van de Phitaal Groep omgezet naar een omgeving op naam
van Mentaal Beter. Daarbij diende in het EPD-systeem een strikte scheiding te
worden aangebracht tussen enerzijds de cliëntendossiers die voor overdracht
aan Mentaal Beter in aanmerking kwamen en anderzijds de cliëntendossiers
van cliënten die bezwaar hadden gemaakt tegen overdracht of hadden
verzocht om vernietiging van hun dossier. De laatstgenoemde dossiers
dienden binnen de Mentaal Beter-omgeving te worden afgeschermd, zodat
Mentaal Beter daarvan geen inzage zou verkrijgen. De inrichting van deze
scheiding, met inachtneming van alle toepasselijke privacyvereisten en de
noodzakelijke afspraken met Medicore, is een aanzienlijke technische opgave
gebleken. De curator heeft hierover intensief overleg gevoerd met Mentaal
Beter en Medicore en heeft een transitieovereenkomst met Medicore gesloten,
waarin de technische en operationele stappen voor de migratie, de inrichting
van de scheiding, de afscherming en latere ontscherming van cliëntendossiers,
alsmede de daarmee gemoeide kosten en verantwoordelijkheden zijn
vastgelegd. Daarnaast heeft de curator een kopie van de oorspronkelijke
Medicore-omgeving van de Phitaal Groep verkregen ten behoeve van de
verdere zorgadministratieve afhandeling van de boedel, waaronder de
verwerking van retourberichten en de afhandeling van declaraties over de
periode tot aan de leveringsdatum. De curator is van oordeel dat met de
hiervoor beschreven werkwijze op zorgvuldige en verantwoorde wijze met de
cliëntgegevens is omgegaan, met inachtneming van de rechten van cliënten,
de wettelijke bewaarplicht en de toepasselijke privacywetgeving.
€ 955.000,00
Toelichting
De totale koopsom voor de activa bedraagt EUR 955.000,- (exclusief btw), als
volgt uitgesplitst: EUR 280.000,- voor de roerende zaken, EUR 650.000,- voor
de goodwill en EUR 25.000,- voor de IE-rechten. De netto door Mentaal Beter
te betalen koopsom is als volgt berekend: de koopsom voor de goodwill is
verminderd met de som van de door Mentaal Beter betaalde abort fee en het
betaalde surplus, tot maximaal de hoogte van de koopsom voor de goodwill.
De koopsom is op 14 april 2026 op de faillissementsrekening bijgeschreven. De
verkoop en levering van de activa is aangemerkt als een overdracht in de zin
van artikel 37d van de Wet op de omzetbelasting 1968 en is derhalve
vrijgesteld van omzetbelasting. Daarnaast heeft Mentaal Beter een vergoeding
van 2x EUR 100.000 (inclusief BTW) betaald voor de Periode Voortzetting.
22-04-2026
1
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
Toelichting
Ten aanzien van de boedelbijdrage uit de doorstart geldt het volgende. De
roerende zaken en de IE-rechten zijn mogelijk verpand aan Kartesia. Kartesia
heeft ingestemd met de verkoop van de aan haar verpande activa in het kader
van de doorstart. Met Kartesia is overeengekomen dat de aan de IE-rechten
gealloceerde verkoopopbrengst ad EUR 25.000,- wordt verdeeld op basis van
50% voor Kartesia en 50% als boedelbijdrage. Ten aanzien van de opbrengst
van de roerende zaken wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder 5.3 en
3.4 is vermeld omtrent de met Kartesia gemaakte werkafspraken. De goodwill
is niet aan Kartesia verpand. De opbrengst daarvan komt onbezwaard aan de
boedel toe.
22-04-2026
1
In het kader van de doorstart heeft de curator in de onderhavige
verslagperiode het biedingsproces voorbereid en uitgevoerd, de biedingen
beoordeeld, de activaovereenkomst uitonderhandeld en op 27 maart 2026
ondertekend en de daartoe vereiste machtiging van de rechter-commissaris en
instemming van pandhouder Kartesia verkregen. Voorts heeft de curator de
informatieverstrekking aan (voormalige) cliënten verzorgd, de overdracht van
de cliëntendossiers gecoördineerd – waaronder het sluiten van een
transitieovereenkomst met Medicore en een verwerkersovereenkomst met
Mentaal Beter – en overleg gevoerd met verhuurders en leveranciers over de
oplevering van de bedrijfspanden en afwikkeling van de bestaande
overeenkomsten. De levering van de activa is op 15 april 2026 uitgevoerd en
de financiële afwikkeling van de doorstart is ter hand genomen. De curator
streeft ernaar alle met de doorstart samenhangende processen op zo kort
mogelijke termijn in samenspraak met Mentaal Beter af te handelen.
22-04-2026
1
7. Rechtmatigheid
Zoals gebruikelijk zal de curator nader onderzoek verrichten of Phitaal Groep
aan de boekhoudverplichting heeft voldaan en wel in die zin dat er op een
zodanige wijze administratie is gevoerd dat daaruit te allen tijde de rechten en
verplichtingen van failliet kunnen worden gekend.
22-04-2026
1
De gevoerde administratie, de kwaliteit daarvan en de vraag of die voldoet
aan de vereisten van artikel 2:10 BW vormt onderwerp van onderzoek.
01-09-2026
2
Op grond van artikel 2:394 lid 3 BW rust op de rechtspersoon de verplichting
om haar jaarrekening uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar
openbaar te maken.
22-04-2026
1
Voorlopig moet worden geconstateerd dat niet alle jaarrekeningen van de
Vennootschappen (tijdig) zijn gedeponeerd. De curator zal op een later
moment nader onderzoeken of de Vennootschappen aan de op hen rustende
jaarrekeningverplichtingen hebben voldaan en zal daaraan de passende
conclusies en, zo nodig, vervolgstappen verbinden.
1. Phitaal B.V.:
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2022 is tijdig gedeponeerd op
29-12-2023.
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 12-
02-2026
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2024 is gedeponeerd op 19-
02-2026
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd.
1. Phitaal Holding B.V.:
De jaarrekening over boekjaar 2022 is niet gedeponeerd
De jaarrekening over boekjaar 2023 is niet gedeponeerd
De jaarrekening over boekjaar 2024 is niet gedeponeerd
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd
1. Phitaal Business B.V.:
De jaarrekening over boekjaar 2022 is gedeponeerd op 31-12-2024.
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 13-
02-2026
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2024 is gedeponeerd op 17-
02-2026
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd
1. Integrative Interventions Group B.V.:
De jaarrekening over boekjaar 2022 is gedeponeerd op 01-02-2024
De jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 12-02-2026
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2024 is gedeponeerd op 19-
02-2026
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd.
1. Het Rughuis Amsterdam B.V.:
De jaarrekening over boekjaar 2022 is gedeponeerd op 03-10-2024
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 17-
02-2026
De jaarrekening over boekjaar 2024 is niet gedeponeerd.
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd.
1. Premium Healthcare Interventions (PHI) Amsterdam B.V.:
De jaarrekening over boekjaar 2022 is niet gedeponeerd.
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 13-
02-2026.
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2024 is tijdig gedeponeerd op
17-02-2026.
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd.
1. Premium Healthcare Interventions (PHI) Utrecht B.V.:
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2022 is tijdig gedeponeerd op
29-12-2023
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2023 is gedeponeerd op 12-
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
02-2026
De voorlopige jaarrekening over boekjaar 2024 is gedeponeerd op 17-
02-2026
De jaarrekening over boekjaar 2025 is niet gedeponeerd.
Aan het niet tijdig deponeren van een jaarrekening verbindt de wet de
conclusie dat kennelijk onbehoorlijk bestuur vaststaat en vermoed wordt een
belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Of kennelijk onbehoorlijk
bestuur in het geval van Phitaal c.s. een belangrijke oorzaak van het
faillissement kan zijn of dat daaraan andere, niet als kennelijk onbehoorlijk
bestuur kwalificerende oorzaken ten grondslag liggen, zal de curator in het
licht van de op hem rustende verplichting tot het onderzoeken van (onder
andere) de oorzaken van het faillissement moeten onderzoeken. Wanneer
daarover conclusies te trekken vallen zal hij daarover na ruggespraak met de
rechter-commissaris, verslag doen.
01-09-2026
2
De noodzaak tot een accountantsverklaring en diens beoordeling zullen nader
worden onderzocht.
22-04-2026
1
Er (b)lijkt in het geval van Phitaal c.s. een verplichting tot beoordeling en het
vergezellen van de te deponeren jaarrekeningen door
accountantsverklaringen te bestaan. De curator is in contact getreden met de
accountant aan wie het voor de verklaring noodzakelijke onderzoek in
opdracht was gegeven. Zodra dat in uitkomsten resulteert zal de curator die
met de rechter-commissaris delen en voor zover passend, daarover verslag
doen.
01-09-2026
2
De curator zal op een later moment per Vennootschap vaststellen of de bij
oprichting dan wel nadien uitgegeven aandelen zijn volgestort overeenkomstig
de daarop toepasselijke wettelijke en statutaire vereisten, met inachtneming
van het toepasselijke regime ten tijde van de oprichting van de desbetreffende
Vennootschap. Indien uit dat onderzoek mocht blijken dat niet of niet volledig
aan de volstortingsplicht is voldaan, zal de curator beoordelen of ter zake nog
een afdwingbare vordering tot volstorting bestaat dan wel of die vordering is
verjaard en zal hij de daaruit voortvloeiende vervolgacties – waaronder zo
nodig het inroepen van de volstortingsplicht jegens de aandeelhouder(s) – in
gang zetten.
22-04-2026
1
Vormt onderwerp van onderzoek. 01-09-2026
2
Toelichting
Zoals gebruikelijk zal de curator onderzoek verrichten naar de vraag of de
bestuurder(s) van Phitaal Groep zijn/hun taak behoorlijk heeft/hebben vervuld.
22-04-2026
1
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
In onderzoek
Toelichting
Zoals gebruikelijk zal de curator in een later stadium onderzoeken of er (in het
zicht van faillissement) onverplichte rechtshandelingen zijn verricht als gevolg
waarvan schuldeisers zijn benadeeld. Daarnaast zal de curator nagaan of er,
in het zicht van faillissement, schulden door Phitaal Groep aan derden zijn
voldaan terwijl deze derden wisten dat de surseance c.q. het faillissement van
de Phitaal Groep was aangevraagd, hetzij deze betalingen het gevolg zijn
geweest van overleg tussen Phitaal Groep enerzijds en derden anderzijds,
welk overleg ten doel had om derden door die betaling boven andere
schuldeisers te begunstigen.
22-04-2026
1
De curator maakt op een later moment een aanvang met het oorzaken- en
rechtmatigheidsonderzoek.
22-04-2026
1
De curator heeft de digitale administratie van Phitaal Groep, voor zover
mogelijk, laten veiligstellen. In de onderhavige verslagperiode worden de
thans nog niet veiliggestelde gegevens alsnog veiliggesteld.
22-04-2026
1
De administratie evenals bij diverse betrokkenen opgevraagde gegevens
vormen onderwerp van een zojuist gestart oriënterend onderzoek. Wanneer
daarover conclusies te trekken vallen, zal hij daarover na ruggespraak met
de rechter-commissaris, verslag worden gedaan wanneer passend.
01-09-2026
2
8. Crediteuren
€ 113.589,39
Toelichting
Salaris curator: p.m.
Vordering huurpenningen: EUR 111.998,63
Loonvordering: EUR 1.590,76
22-04-2026
1
€ 143.218,75
Toelichting
Salaris curator: p.m.
Vordering huurpenningen: EUR 124.279,11
UWV/Personeel, loonverplichtingen vanaf datum insolventie (3:288 sub e
BW): EUR 1.590,76
01-09-2026
2
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
Personeel niet-genoten vakantiedagen (3:288 sub e BW): EUR 17.161,87
Overige laag-preferente boedelverplichtingen (UWV): EUR 187,01
€ 5.041.030,50
22-04-2026
1
€ 5.047.639,50
01-09-2026
2
Toelichting
Nog niet ingediend
22-04-2026
1
Toelichting
Nog niet ingediend
01-09-2026
2
€ 41.698,50
Toelichting
EUR 238,02 (138 Waterschapswet)
EUR 41.460,48 (Loon c.a. (288, e)
22-04-2026
1
€ 64.912,42
Toelichting
EUR 238,02 (138 Waterschapswet)
EUR 41.460,48 (Loon c.a. (288, e)
01-09-2026
2
68
22-04-2026
1
84
01-09-2026
2
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
€ 773.139,31
22-04-2026
1
€ 1.678.649,74
01-09-2026
2
Nog niet bekend. 22-04-2026
1
Aanschrijven crediteuren, opstellen crediteurenlijsten, controleren, plaatsen en
bevestigen vorderingen
22-04-2026
1
Aanschrijven crediteuren, opstellen crediteurenlijsten, controleren, plaatsen
en bevestigen vorderingen
01-09-2026
2
9. Procedures
Zie 1.2 22-04-2026
1
Zie 1.2 22-04-2026
1
Zie 1.2 22-04-2026
1
Zie 1.2 22-04-2026
1
10.1 Plan van aanpak
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
10. Overig
In de komende verslagperiode zal de curator, onder meer, de navolgende
activiteiten ter hand nemen:
Afrekening declaraties gedurende voortzetting sedert surseance tot en
met 14 april 2026 gerealiseerde zorgprestaties met zorgverzekeraars en
verrekening Bevoorschotting;
Voortzetten debiteurenincasso;
Afwikkeling verkoop activa, duurovereenkomsten, rechten van derden en
doorlopende kosten;
Beoordelen crediteurenposities;
Aanvang feiten- en oorzakenonderzoek.
22-04-2026
1
Het is nog niet bekend op welke wijze het faillissement afgewikkeld zal gaan
worden en of er een uitkering aan crediteuren zal volgen.
22-04-2026
1
1-12-2026 01-09-2026
2
Opstellen aanvangsverslag en financieel verslag. 22-04-2026
1
Opstellen vervolgverslag en financieel verslag. 01-09-2026
2
Bijlagen