Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 01-07-2026

Globe Reisburo · KVK 38019121 ·F.08/13/829
Verslagdatum
01-07-2026
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Overijssel

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 08_ove_13_829_F_V_37 ·Tekst verwerkt op 25-09-2026 05:20

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Betreft

Algemene gegevens

Globe Reisburo B.V. 31-07-2018

3

Verslagnummer 13

Datum verslag 01-07-2026

Insolventienummer F.08/13/829

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000012302:F014

Datum uitspraak 27-09-2013

R-C mr. K.J. Haarhuis

Curator mr E.H. Bruggink

mr J.T. Stekelenburg

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Globe Reisburo B.V. tevens handelend onder de namen:

Globe-Reisburogroep

Globe Zakenreizen

Globe Business Travel

Globe Reizen

Globe Travel

Reisbureau Wolters

Oad-A Reizen

Politours

Oad Groningen

Reisbureau Marko Tours

Thoma Reizen

Reisburo Hilversum

Reisorganisatie Uniek

Reis- en Passagebureau Wolters van Kampen

Globe Call Centre

Globe Reisburo ABC Travel

Globe Reisburo Succes

Globe Reisburo Hosli

Globe Telefonisch Reisburo

Oad Reisbureau

Oad Reisburo

Bex Reisbureau

Oad Business Travel

www.vacancia.nl

31-07-2018

3

Reisbureau

(bron: Kamer van Koophandel)

31-07-2018

3

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2010 € 617.070.000,00 € -21.576.000,00 € 81.602.000,00
2011 € 575.901.000,00 € -3.006.000,00 € 74.293.000,00

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Door de directie is aan de curatoren een geconsolideerde

(concept)jaarrekening van Oad Groep Holding B.V. over het boekjaar van 1

november 2011 tot en met 31 oktober 2012 overgelegd. Deze jaarrekening is

niet ondertekend en niet gepubliceerd. In de geconsolideerde jaarrekening zijn

de financiële gegevens verwerkt van de tot de Oad Groep Holding B.V.

behorende maatschappijen, waaronder Oad Groep B.V., alsmede

groepsmaatschappijen waarin Oad Groep Holding B.V. overwegende

zeggenschap heeft.

Omzetgegevens:

De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2011/2012 € 575.901.000,00.

De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2010/2011 € 617.070.000,00.

Winst en verlies:

Geconsolideerd

€ 3.006.000,00 verlies in het boekjaar 2011/2012

€ 21.576.000,00 verlies in het boekjaar 2010/2011

Balanstotaal:

Geconsolideerd

€ 74.293.000,00 per 31 oktober 2012

€ 81.602.000,00 per 31 oktober 2011

31-07-2018

3

727

31-07-2018

3

Boedelsaldo

Verslagperiode

€ 4.499.187,09

31-07-2018

3

€ 4.481.298,59

29-05-2019

4

€ 4.430.495,09

28-11-2019

5

€ 4.459.685,94

02-06-2020

6

€ 4.458.359,37

31-05-2021

7

€ 4.445.260,94

31-05-2022

8

€ 4.436.625,36

30-05-2023

9

€ 4.436.346,36

01-03-2024

10

€ 4.417.533,86

Toelichting

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

Het verschil met het saldo per einde vorige verslagperiode laat zich met name

verklaren door de betaling van de proceskosten waartoe onder meer Globe

Reisburo B.V. was veroordeeld in de procedure tegen SGR (zie voor een nadere

toelichting van het verloop van die procedure: hoofdstuk 8.5.). Uiteindelijk

zullen die kosten verdeeld dienen te worden over de diverse boedels van de

bij deze procedure betrokken vennootschappen van OAD.

01-10-2024

11

€ 4.417.511,66

01-09-2025

12

€ 4.420.961,91

01-07-2026

13

van

15-1-2018

t/m

14-7-2018

31-07-2018

3

van

15-7-2018

t/m

19-5-2019

29-05-2019

4

van

20-5-2019

t/m

15-11-2019

28-11-2019

5

van

16-11-2019

t/m

15-5-2020

02-06-2020

6

van

16-5-2020

t/m

15-5-2021

31-05-2021

7

van

16-5-2021

t/m

15-5-2022

31-05-2022

8

van

29-2-2024

t/m

15-5-2023

30-05-2023

9

van

2-3-2024

t/m

15-9-2024

01-10-2024

11

van

16-9-2024

t/m

15-8-2025

01-09-2025

12

van 01-07-2026

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

16-8-2025

t/m

15-6-2026

13

VerslagperiodeBestede uren

3 0 uur 0 min
4 0 uur 0 min
5 13 uur 5 min
6 12 uur 3 min
7 13 uur 40 min
8 6 uur 48 min
9 0 uur 12 min
10 0 uur 29 min
11 0 uur 36 min
12 0 uur 55 min
13 0 uur 35 min
Totaal 48 uur 22 min

DISCLAIMER:

Dit verslag strekt ertoe een globaal inzicht te geven over (de stand van

afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording

van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door curatoren. Curatoren leggen

aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de

vereffening van de boedel. Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld.

Desondanks staan curatoren niet in voor de volledigheid, noch voor de

juistheid van het verslag. Dit verslag betreft een momentopname. Het is

mogelijk dat informatie op het moment van publiceren nog niet beschikbaar is,

dan wel niet geopenbaard kan worden, of dat in het verslag weergegeven

informatie achteraf dient te worden bijgesteld. Uiteraard kan dit ingrijpende

gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de eventueel aangehechte

bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de weergegeven vooruitzichten

voor crediteuren, waar het betreft de rangorde, het aantal, de omvang en de

kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag (inclusief eventuele bijlagen)

kunnen geen rechten worden ontleend.

31-07-2018

3

1. Inventarisatie

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

Enig aandeelhouder van Globe Reisburo B.V. is Globe Holding B.V., waarvan

OAD B.V. enig aandeelhouder is, waarvan OAD Groep B.V. enig aandeelhouder

is, waarvan OAD Groep Holding B.V. enig aandeelhouder is. De bestuurders

van Globe Reisburo B.V. zijn de heer J.G. ter Haar, mevrouw Q.F. ter Haar en

Oad Groep B.V. De juridische concernstructuur (organogram) per 1 september

2013, afkomstig van gefailleerden, is als bijlage bij faillissementsverslag 2

gevoegd.

31-07-2018

3

Er zijn geen lopende procedures. 31-07-2018

3

Alle polissen staan op naam van de eveneens gefailleerde vennootschap Oad

Groep Holding B.V. of op naam van Oad Groep B.V. Polissen waarvan de

dekking ziet op het onderhavige faillissement zijn of worden opgezegd. Een

eventuele premierestitutie zal in de boedel vloeien.

31-07-2018

3

De huur van de winkelruimten van 128 Globe vestigingen.

Drieënzestig vestigingen maken deel uit van de doorstart door D-Reizen. De

huurovereenkomsten van deze vestigingen worden in overleg met de

verhuurder en met D-Reizen opgezegd of gaan middels een indeplaatsstelling

over op D-Reizen. De huurpenningen zijn per 15 oktober 2013 voor rekening

van D-Reizen.

Vijf vestigingen maken onderdeel uit van de doorstart door Munckhof Business

Travel Venlo B.V. (Munckhof). De huurovereenkomsten van deze vestigingen

worden in overleg met de verhuurder en met Munckhof opgezegd of gaan

middels een indeplaatsstelling over op Munckhof. De huurpenningen zijn per 1

november 2013 voor rekening van Munckhof. Navraag bij Munckhof heeft

geleerd dat zij met de verhuurders van genoemde panden inmiddels afspraken

heeft gemaakt over de voortzetting van de huur per 1 november 2013. De

huur met betrekking tot die panden is, zekerheidshalve, door curatoren

opgezegd.

Negen vestigingen maken onderdeel uit van de doorstart door R.T/Raiffeisen

Touristic Netherlands B.V. (RTN). De huurovereenkomsten van deze vestigingen

worden in overleg met de verhuurder en met RTN opgezegd of gaan middels

een indeplaatsstelling over op RTN.

Eén vestiging werd gehuurd door Globe, deze vestiging werd echter op basis

van franchise gerund. Deze huurovereenkomst is per 1 oktober 2013

beëindigd, waarna de franchisenemer per die datum een nieuwe

huurovereenkomst heeft gesloten met de verhuurder.

De resterende 50 huurovereenkomsten zijn door de curatoren in verband met

het faillissement opgezegd. Er vindt overleg met de verhuurders plaats over de

wijze en het tijdstip van oplevering. Tevens is er aandacht voor de vraag of

door gefailleerde gestelde bankgaranties terecht door verhuurders zijn

uitgewonnen gelet op de hoogte van de vorderingen ter zake de

huurovereenkomst.

31-07-2018

3

In verslagperiode 3 is gecontroleerd of alle vestigingen die niet zijn verkocht,

zijn ontruimd. Daarvoor is veel gecorrespondeerd met de verhuurders en is

regelmatig overleg gevoerd met de partij die de ontruimingen op verzoek van

de boedel heeft uitgevoerd. Tevens is gecontroleerd of alle lopende

overeenkomsten, in het bijzonder met betrekking tot nutsvoorzieningen, zijn

beëindigd. In een aantal gevallen bleek dit nog niet het geval te zijn. Voor

zover kan worden gecontroleerd, zijn thans alle lopende overeenkomsten

beëindigd. Hierover is intensief met de betreffende instellingen (met name

nutsbedrijven) getelefoneerd en gecorrespondeerd. Voorts is veel aandacht

besteed aan het afwikkelen van de door Globe Reisburo B.V. afgegeven

bankgaranties aan de verhuurders. Met de verhuurders van de locaties die zijn

doorgestart, is in de meeste gevallen de afspraak gemaakt dat de verhuurder

de bankgarantie aan de bank retourneert indien er geen sprake meer is van

een huurachterstand. In een aantal gevallen is de bankgarantie echter wel

voor het volledige bedrag geclaimd terwijl de huurachterstand maximaal twee

tot vier weken bedraagt en het bedrag van de afgeven bankgarantie deze

huurachterstand in de meeste gevallen overstijgt.

De betreffende verhuurders zijn aangeschreven met het verzoek het teveel

geclaimde bedrag aan de boedel terug te betalen. Met betrekking tot de

locaties die niet zijn doorgestart, is gecontroleerd of er een terecht beroep op

de bankgarantie is gedaan. Hierbij is vanzelfsprekend ook rekening gehouden

met de meest recente jurisprudentie op dit punt (o.a. HR 15 oktober 2013).

Ook met deze groep verhuurders is intensief gecorrespondeerd. Tot slot is

reeds een aanvang gemaakt met het vaststellen van de boedel- en

concurrente crediteurenvorderingen van de verhuurders en overige crediteuren

(zoals nutsbedrijven).

In verslagperiode 4 zijn de hiervoor genoemde werkzaamheden voortgezet.

Voor zover thans kan worden beoordeeld, zijn alle lopende overeenkomsten

m.b.t. de nutsvoorzieningen beëindigd en zijn door deze crediteuren

vorderingen ingediend, welke tevens zijn beoordeeld. Verder is een vervolg

gegeven aan het beoordelen van de boedel- en concurrente vorderingen die

door verhuurders zijn ingediend. Tevens is ook in de vierde verslagperiode veel

aandacht besteed aan het afwikkelen van de bankgaranties. Er zijn diverse

bankgaranties retour ontvangen (na betaling van de openstaande

huurpenningen door de boedel omdat dit per saldo een voordeel voor de

boedel opleverde).

Op dit moment zijn 20 locaties nog niet definitief afgewikkeld. Bij acht locaties

bestaat mogelijk nog een vordering op de verhuurder in verband met de door

de verhuurders geclaimde bankgaranties, terwijl de vordering van de

verhuurders lager zijn dan het bedrag van de bankgarantie. Negen locaties

hebben betrekking op het retourneren van bankgaranties (al dan niet na

betalen van achterstallige huurpenningen). Bij een drietal locaties bestaat

mogelijk nog een vordering op de bank die de bankgarantie heeft afgegeven in

verband met het feit dat de bedragen die onder de bankgarantie zijn geclaimd

o.g.v. recente jurisprudentie van de Hoge Raad niet ten laste van de boedel

kunnen worden gebracht.

In verslagperiode 5 zijn de werkzaamheden met betrekking tot de afwikkeling

van de huurlocaties voortgezet. Op dit moment zijn twee bankgaranties nog

niet retour ontvangen. Dit betreffen bankgaranties van voormalige

verhuurders, waarvan het adres moeilijk te achterhalen is. Inmiddels zijn de

betreffende verhuurders aangeschreven. Met betrekking tot één locatie is de

verhuurder aangeschreven met het verzoek het bedrag dat teveel onder de

bankgarantie is geclaimd aan de boedel terug te betalen. Tot op heden heeft

de betreffende verhuurder dit geweigerd. Er wordt thans overleg gevoerd met

de rechter-commissaris aangaande het vervolg. Met betrekking tot een andere

locatie wordt nog gewacht op een reactie van de advocaat van de verhuurder.

1.5 Oorzaak faillissement

Ook in dit geval heeft de verhuurder een te hoog bedrag onder de

bankgarantie geclaimd en dient een deel aan de boedel te worden

terugbetaald. Alle overige locaties zijn inmiddels afgewikkeld. Aan de eventuele

vordering op de bank moet nog gevolg worden gegeven.

In verslagperiode 6 is van twee verhuurders een bedrag retour ontvangen dat

door hen ten onrechte was geclaimd onder de bankgarantie. Van een

voormalig verhuurder is een verklaring ontvangen dat geen aanspraak meer

wordt gemaakt op de bankgarantie. Thans resteert nog een discussie met één

verhuurder. Deze verhuurder is aangeschreven op een zakelijk adres, maar de

verhuurder weigert op verzoeken van de curator te reageren omdat het een

privékwestie zou betreffen. Zijn privégegevens wil deze verhuurder niet

afgeven. De curatoren beraden zich nog over het vervolg. De bank is inmiddels

geïnformeerd over de (mogelijke) vordering van de boedel op de bank in

verband met bedragen die door verhuurders onder de bankgarantie zijn

geclaimd maar op grond van rechtspraak niet ten laste van de boedel kunnen

worden gebracht. De bank heeft onlangs op dit standpunt gereageerd. De

curatoren moeten deze reactie nog nader bestuderen.

In verslagperiode 7 is de discussie met één verhuurder voortgezet. Aangezien

deze verhuurder op geen enkel verzoek reageerde, is met toestemming van de

rechter commissaris een concept-dagvaarding opgesteld en aan de verhuurder

verzonden. Naar aanleiding daarvan heeft deze verhuurder wel gereageerd.

De curatoren zijn thans met de verhuurder in gesprek over de afwikkeling van

de bank-garantie. De betreffende huur is al jaren voor het faillissement

geëindigd. Verhuurder maakt echter nog wel aanspraak op de bankgarantie.

De curatoren hebben de verhuurder gevraagd zijn vordering te onderbouwen.

Tevens onderzoeken de curatoren of de vordering mogelijk is verjaard. Verder

hebben de curatoren het standpunt van de Rabobank met betrekking tot de

(mogelijke) vordering van de boedel op de bank in verband met bedragen die

door verhuurders onder de bankgarantie zijn geclaimd maar op grond van

rechtspraak niet ten laste van de boedel kunnen worden gebracht, nader

bestudeerd. Er is besloten eerst alle discussies met verhuurders af te ronden

voordat de discussie met de bank zal worden gevoerd. Verder is gebleken dat

er nog vijf bankgaranties aan buitenlandse partijen waren afgegeven op

verzoek van respectievelijk Globe Reisburo, Oad Reizen en Vakanties Online

B.V. De curatoren hebben de betreffende partijen ten behoeve van wie de

bankgaranties waren afgegeven, aangeschreven. Alle bankgaranties zijn

inmiddels geretourneerd of de betreffende partijen hebben verklaard dat zij

geen aanspraak meer op de bankgarantie maken.

In verslagperiode 8 is de laatste discussie met een verhuurder afgerond. De

verhuurder heeft tot op het laatste moment geweigerd een passende

afstandsverklaring te geven op grond waarvan de Rabobank de contra-

garantie kon vrijgeven. Gezien het beperkte financiële belang van deze

kwestie is uiteindelijk met de Rabobank overeengekomen dat wordt

aangenomen dat de bankgarantie is vervallen en de door Globe Reisburo B.V.

gestelde zekerheid vrijvalt. Indien er op enig moment een rechtsgeldig beroep

door de verhuurder op de bankgarantie mocht worden gedaan, hetgeen niet

aannemelijk is, en dat beroep wordt door de Rabobank gehonoreerd, dan zal

de boedel het bedrag van de bankgarantie aan de Rabobank vergoeden,

ervan uitgaande dat de door Globe Reisburo B.V. gestelde zekerheid aan de

boedel ten goede is gekomen.

Volgens de bestuurders zijn het slechte economische klimaat en de daardoor

teruglopende omzetten de belangrijkste oorzaken van het faillissement. De

directe oorzaak van het faillissement is volgens de bestuurders de opzegging

van de kredietovereenkomst door de bank. De bank heeft verzocht om een

extra kapitaalinjectie onder een aantal voorwaarden. Aan dit verzoek hebben

de aandeelhouders niet (tijdig) kunnen voldoen. De middelen voor de extra

kapitaalinjectie waren volgens de bestuurders weliswaar beschikbaar doch

voorzagen niet in de mogelijkheid ook tegemoet te komen aan de plotselinge

eis van een crediteur tot het stellen van een bankgarantie. Na de opzegging

van de kredietovereenkomst restte de bestuurders niets meer dan de

aanvraag van het faillissement van Oad Groep B.V. en haar

(klein)dochterondernemingen. Andere bij het faillissement betrokken partijen

noemen andere oorzaken van het faillissement. In de door de curatoren nog

uit te voeren onderzoeken, zal een analyse gemaakt worden van de oorzaak

van de faillissementen.

Door curatoren is aan een advocaat van een ander kantoor dan de kantoren

van curatoren verzocht de handelswijze van de Rabobank voor en bij het

beëindigen van het krediet te beoordelen en curatoren dienaangaande te

adviseren. Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is een

eerste opzet gemaakt voor een onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen, welk onderzoek, zoals te doen gebruikelijk, verder reikt dan

(alleen) het handelen van de bank.

Ten aanzien van de ontwikkelingen in verslagperiode 5 betreffende het

onderzoek naar het optreden van de Rabobank en ten aanzien van de andere

onderzoeken, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting, welke door

hen is opgesteld en welke toelichting als bijlage 1 bij dit verslag is gevoegd.De

Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding heeft per dagvaarding van

17 december 2014 een procedure aangespannen tegen de Rabobank

strekkende tot betaling van € 80.000.000,00. De boedels van de OAD

vennootschappen staan daar buiten. Curatoren doen zelfstandig onderzoek

naar het handelen van de Rabobank (zie algemene toelichting; bijlage 1 bij het

vijfde verslag).

In verslagperiode 6 zijn diverse onderzoeken opgestart, waaronder naar het

optreden van de Rabobank. Verwezen wordt naar de algemene toelichting die

door curatoren is opgesteld en die als bijlage 1 bij het zesde verslag is

gevoegd.

In verslagperiode 7 zijn deze onderzoeken voortgezet.

In verslagperiode 8 hebben curatoren de rechter-commissaris op

vertrouwelijke wijze geïnformeerd over hun bevindingen tot dusverre. De

onderzoeken worden vervolgd.

De vorderingen van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding zijn

door de rechtbank Midden Nederland afgewezen. Genoemde Stichting heeft

hoger beroep aangetekend. De procedure in hoger beroep loopt nog; er is nog

geen uitspraak gedaan.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Curatoren hebben hun claim op Rabobank overgedragen aan de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Voor wat betreft de achtergronden

waaronder en de voorwaarden waartegen deze overdracht heeft

plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting die op de

websites van de advocatenkantoren van curatoren staat gepubliceerd.

31-07-2018

3

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De rechtbank Midden Nederland heeft op 3 juli 2019 uitspraak gedaan. Daarbij

heeft de rechtbank (kort gezegd) aan de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding (STAK) opgedragen te bewijzen:

a) dat de toezegging die de heer van Nieuwenhuizen van Rabobank op 20

september 2013 aan mevrouw Bijleveld (toenmalig commissaris van de koning)

deed om "OAD voldoende tijd te gunnen om de transactie met de Twentse

Investeerders rond te krijgen" niet alleen zag op het daarop volgende

weekend maar ook op de tijd om de transactie feitelijk uit te voeren;

b) dat die dag (20 september 2013) een soortgelijke uitspraak is gedaan door

de heer Schat van Rabobank in de richting van OAD;

c) dat een paar dagen later, op 24 september 2013, een telefoongesprek heeft

plaatsgevonden tussen Rabobank en OAD waarin OAD om twee weken uitstel

heeft gevraagd om de transactie te voltooien hetgeen Rabobank heeft

geweigerd;

STAK heeft de rechtbank laten weten dit bewijs te willen leveren door middel

van het horen van een aantal direct betrokkenen, waaronder mevrouw

Bijleveld, als getuigen. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de

getuigenverhoren op 16 en 19 december 2019 zullen plaatsvinden.

Hoewel curatoren niet ontevreden zijn met het verloop van de procedure tot

dusverre, waartoe gerekend het tussenvonnis van 3 juli 2019 (het feit dat de

rechtbank het relevant acht nader geïnformeerd te worden over hetgeen dat is

voorgevallen in de laatste dagen voorafgaande aan het faillissement en in het

bijzonder het optreden van Rabobank in die periode), is het nog te vroeg om

te speculeren over het vervolg (in het bijzonder:

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank

van de zijde van de STAK diverse getuigen gehoord. Rabobank heeft te kennen

gegeven dat ook zij getuigen wenst te horen. Zover is het nog niet gekomen

doordat de procedure, als gevolg van de corona crisis, stil is komen te liggen.

Onduidelijk is op welke termijn de procedure zal worden vervolgd.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank,

nadat deze procedure weer was opgestart, van de zijde van Rabobank diverse

31-05-2021

7

getuigen gehoord. Nadat de verhoren waren afgerond heeft de rechtbank

STAK en Rabobank in de gelegenheid gesteld om, naar aanleiding van de

verhoren, schriftelijk te reageren. Dit is inmiddels gebeurd. Over het vervolg

van de procedure is op dit moment nog niets bekend. Curatoren verwachten

dat de rechtbank, desgevraagd, opnieuw vonnis zal gaan wijzen.

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode heeft de rechtbank vonnis gewezen in de

procedure tussen STAK en Rabobank. Daarbij zijn de vorderingen van STAK

afgewezen. STAK is inmiddels in hoger beroep gekomen van het vonnis van de

rechtbank. Dit hoger beroep loopt. Binnen afzienbare tijd zal STAK bij het hof

een memorie van grieven indienen waarbij STAK een aantal klachten richt

tegen het vonnis van de rechtbank.

31-05-2022

8

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Zoals gemeld in het vorige verslag is STAK in hoger beroep gekomen van het

vonnis van de rechtbank Midden Nederland waarbij de vorderingen van STAK

tegen Rabobank zijn afgewezen. De stand van zaken in dit hoger beroep is als

volgt: STAK heeft in de voorbije verslagperiode een memorie van grieven

tevens eiswijziging genomen; Rabobank heeft daarop middels een memorie

van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel schriftelijk

gereageerd. STAK heeft vervolgens middels een memorie van antwoord in

incidenteel appel gereageerd op de grieven die Rabobank heeft aangevoerd

tegen het vonnis van de rechtbank Midden Nederland. Het hof Arnhem-

Leeuwarden heeft vervolgens bij tussenarrest van 21 februari 2023 bepaald

dat er een mondelinge behandeling komt waarbij partijen dienen te

verschijnen voor de meervoudige kamer van genoemd hof. De mondelinge

behandeling staat gepland voor 13 september 2023.

30-05-2023

9

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in het door STAK tegen Rabobank

aangespannen hoger beroep tegen de het vonnis van de rechtbank Midden

Nederland bij eindarrest d.d. 20 februari 2024 de vorderingen van STAK

afgewezen met veroordeling van STAK in de kosten van de procedure. Het hof

heeft ook het door Rabobank ingestelde incidenteel appel tegen het vonnis

van de rechtbank Midden-Nederland afgewezen waarbij Rabobank door het

hof veroordeeld is in de kosten van het incidenteel appel. STAK beraadt zich op

de vraag of men in cassatie gaat. Omdat het arrest van het hof dateert van

vlak voor het moment van het leggen van dit verslag is de uitkomst van deze

beraadslaging ten tijde leggen van het verslag nog niet bekend.

01-03-2024

10

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

STAK heeft de voorbije verslagperiode, na het verkrijgen van een positief

cassatieadvies, besloten om cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het

gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2024. De cassatieprocedure

loopt inmiddels. Het zal naar verwachting nog zeker een jaar duren voordat de

Hoge Raad uitspraak doet.

01-10-2024

11

Verslagperiode 20 - d.d. 1 september 2025:

In overleg met de rechter-commissaris is besloten om, gezien het beperkt

aantal zaken dat nog speelt, niet langer in elk afzonderlijk faillissement

uitgebreid verslag te leggen maar in plaats dat nog maar slechts te doen in

twee faillissementen: Oad Groep B.V. (voor alle ontwikkelingen, behalve de

ontwikkelingen in de procedure tegen SGR) en Oad Reizen B.V. (voor wat

betreft de ontwikkelingen in de procedure tegen SGR).

Dit met uitzondering van de bijzonderheden betreffende elk faillissement:

01-09-2025

12

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

bestede uren in de afgelopen verslagperiode;

het actuele boedelsaldo;

de actuele stand van zaken met betrekking tot de crediteuren;

datum indiening volgende verslag.

Voor de ontwikkelingen in de afgelopen verslagperiode in dit faillissement

wordt dan ook verwezen naar de verslagen in de faillissementen van Oad

Groep B.V. en Oad Reizen B.V.

2. Personeel

Personeelsleden

727

31-07-2018

3

Personeelsleden

727

31-07-2018

3

Datum AantalToelichting

26-9-2013727

totaal 727

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

Aan alle (voormalige) werknemers zijn in opdracht van de curatoren

jaaropgaven verstrekt. Curatoren hebben geconstateerd dat een aantal

(voormalig) werknemers, die woonachtig zijn in het buitenland, en een aantal

(voormalig) stagiaires niet onder het (Nederlandse) sociaal

verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling vallen en om die reden geen

aanspraken geldend kunnen maken in de richting van het UWV. Een enkeling

heeft zich inmiddels tot curatoren gewend met het verzoek de aanspraak in

behandeling te nemen. Curatoren onderzoeken momenteel hoe omgegaan

dient te worden met dergelijke vorderingen, onder meer wat betreft de vraag

welke status aan deze vorderingen dient te worden toegekend. Een en ander

is van belang, aangezien er, afhankelijk van de status, geen of een (kleine)

kans op uitkering bestaat.

Na onderzoek te hebben gedaan, zijn de curatoren tot de conclusie gekomen

dat de vorderingen van deze crediteuren, die betrekking hebben op de periode

na datum faillissement (grotendeels), moeten worden bestempeld als

zogenaamde "bijzondere faillissementskosten" althans als kosten die (indirect)

in opdracht van de curatoren zijn gemaakt. Gedurende dit onderzoek hebben

de curatoren overleg gevoerd met de rechter commissaris en (beslissers bij)

het UWV. Beiden hebben te kennen gegeven zich (in de onderhavige situatie)

te kunnen vinden in deze conclusie van de curatoren. De betreffende

crediteuren zullen, mits er sprake is van een rechtsgeldige vordering en deze

betrekking heeft op de periode na datum faillissement, bij voorrang (op onder

andere het UWV) worden betaald.

In verslagperiode 5 hebben curatoren genoemde groep werknemers

aangeschreven met het verzoek hun vordering aan te melden/nader te

onderbouwen. Ten tijde van het leggen van het vijfde verslag zijn nog geen

uitbetalingen gedaan aan meergenoemde groep werknemers.

In verslagperiode 6 hebben curatoren voor in totaal een bedrag van € 178,75

uitgekeerd, waar het betreft de aanspraken van werknemers. Curatoren

stellen vast dat in het onderhavige faillissement de aanspraken van

werknemers tot op heden beperkt zijn, zulks in afwijking van de aanspraken

van werknemers in andere faillissementen van Oad.

In verslagperiode 7 zijn er geen aanspraken van werknemers meer ontvangen

en/of uitgekeerd.

31-07-2018

3

3. Activa

Er zijn geen onroerende zaken aangetroffen in deze vennootschap. 31-07-2018

3

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

Geen. 31-07-2018

3

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00

kantoorinventaris van de 127 Globe vestigingen (de kantoorinventaris

van het 'franchisekantoor' is eigendom van de franchisenemer).

Volkswagen Polo, Volkswagen Golf. Deze voertuigen zullen worden

meegenomen in de veiling van bedrijfsmiddelen van Oad c.s. (zie

hieronder). Deze voertuigen zijn in de veiling verkocht en maken deel uit

van de hierna vermelde totaal opbrengst.

Overige bedrijfsmiddelen Oad c.s.

In verslagperiode 2 hebben curatoren onderzoek gedaan naar de

verkoopmogelijkheden voor de bedrijfsmiddelen die zich in het pand van Oad

c.s. te Holten bevinden. De zaken betroffen met name: kantoormeubilair,

computerapparatuur, travelcards, domeinnamen, vreemde valuta en

(klassieke) voertuigen. Besloten is om toe te werken naar een onlineveiling.

Daartoe is inmiddels opdracht verstrekt aan Troostwijk Veilingen B.V. (hierna:

Troostwijk). De veiling staat gepland voor eind april/begin mei en wordt op dit

moment voorbereid.

In verslagperiode 3 heeft de veiling plaatsgevonden. Op de 676 kavels in deze

veiling werden in totaal 7.039 biedingen uitgebracht door 820 internationale

bieders.

Van de 271 kopers komen de meesten uit Nederland (250). Andere kopers zijn

afkomstig uit België 8), Duitsland (7) Roemenië (3), Spanje (1), Frankrijk (1) en

Luxemburg (1). De opbrengst van de veiling bedraagt, zonder rekening te

houden met de veilingkosten, € 353.672,00. Dit bedrag dient nog op de

boedelrekening te worden ontvangen. Daarnaast heeft nagenoeg gelijktijdig

een veiling plaatsgevonden van domeinnamen en een (na)veiling van

travelcards en vreemde valuta, voor zover deze niet tijdens de eerdere

veilingen waren verkocht. Op de 336 kavels in deze veilingen werden 459

biedingen uitgebracht door 51 internationale bieders. De opbrengst van deze

veilingen bedraagt, zonder rekening te houden met de veilingkosten, €

22.200,00, resp. € 22.316,00. Ook deze bedragen dienen nog op de

boedelrekening te worden ontvangen.

In verslagperiode 4 is op de boedelrekening van Oad Groep B.V. een bedrag

van € 433.378,99 ontvangen. Het gaat daarbij om de opbrengst van de

diverse veilingen.

De afrekening van deze veilingen luidt aldus: € 400.613,00 (opbrengst) -/- €

30.045,98 (commissie) -/- € 9.560,28 (overige kosten) = € 361.006,75

(subtotaal), te vermeerderen met BTW (21% over een deel gedeelte van de

koopsom, te weten: € 344.629,75), zijnde € 72.372,25, waardoor de

opbrengst, incl. BTW uitkomt op: € 433.378,99.

31-07-2018

3

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

Curatoren merken op dat de totale (bruto) opbrengst van de diverse veilingen

ad € 400.613,00 iets hoger is dan het totaal van de bedragen die in het derde

faillissementsverslag zijn genoemd. Het totaal van die bedragen sloot op een

bedrag van € 397.988,00. Het verschil tussen beide bedragen betreft de

opbrengst van een aantal roerende zaken die zijn nageveild.

De curatoren merken verder op dat over een opbrengst van € 16.377,00 geen

BTW berekend is, daar deze opbrengst ziet op de verkoop van vreemde valuta.

Curatoren merken op dat de opbrengst van de veilingen, waar nodig, nog

toegerekend dient te worden aan de diverse boedels van Oad.

Parallel aan de voorbereiding van de veiling van de roerende zaken hebben

curatoren zich in verslagperiode 2 beziggehouden met het veiligstellen van de

digitale en fysieke administratie. Hierover wordt onder punt 7.1 van dit verslag

nader bericht.

Met Troostwijk is overeengekomen dat zij ervoor zorg draagt dat alle digitale

systemen, alvorens zij ter veiling worden aangeboden, gecertificeerd worden

gewist. Troostwijk heeft alle digitale systemen, alvorens zij ter veiling zijn

aangeboden, in opdracht van curatoren gewist.

Curatoren hebben daarvan een bewijs ontvangen.

Verkoopopbrengst:

Voor de inventaris in de winkels verkocht aan D-Reizen: € 1.472.728,00

(tezamen met de immateriële activa);

-Voor de inventaris in de winkels verkocht aan RTN: € 18.000,00;

-Voor de inventaris in de winkels verkocht aan Munckhof: € 881.050,00

(tezamen met de immateriële activa).

Opgemerkt wordt dat Munckhof curatoren op enig moment te kennen

heeft gegeven een aantal inventariszaken te willen kopen, die in eerste

instantie niet bij de koop waren inbegrepen. Uit voormelde hoofde

hebben curatoren nog een bedrag van € 1.644,50 ontvangen.

-Voor de inventaris in de winkels die sluiten is de opbrengst nog niet

bekend. Getracht wordt voor deze inventaris een koper te vinden of om

hierover een deal te maken met de betreffende verhuurder.

In verslagperiode 2 hebben curatoren een partij bereid gevonden om de

winkels, die niet betrokken zijn bij enige doorstart, waartoe tevens te rekenen

winkels van Brooks Reisburo B.V., op te ruimen / leeg te halen. Voor de aldaar

nog aanwezige inventaris is, in acht genomen het feit dat deze partij de

winkels leeghaalt, een koopsom van € 1.210,00 overeengekomen, welke

koopsom inmiddels is ontvangen.

-Opbrengst veilingen, waartoe te rekenen de Volkswagens: € 400.613,00 (zie

hiervoor). Curatoren merken op dat genoemde opbrengsten nog verdeeld

dienen te worden over de diverse boedels van Oad. Zie hiervoor.

Onduidelijk is of dit voorrecht van toepassing is (zie de discussie als vermeld in

Bank/Zekerheden; Toelichting vordering van bank). Afhankelijk van de vraag of

de vordering van de fiscus kan worden voldaan uit het vrij boedelactief, geldt

het voorrecht van de fiscus ten aanzien van bodemzaken.

31-07-2018

3

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00

Voorraad VVV-bonnen, dinercheques, bioscoopbonnen etc. De nominale

waarde van de bonnen en cheques is € 26.049,50.

Verkoopopbrengst:

Nog niet bekend, gezocht wordt naar mogelijkheden om de bonnen te gelde te

maken.

In verslagperiode 3 zijn de verkoopmogelijkheden voor genoemde

waardebonnen geïnventariseerd. Dit heeft er in geresulteerd dat de

waardebonnen - na controle en bijstelling van de aantallen - voor een

totaalbedrag van € 18.750,00 zijn verkocht. Dit bedrag is inmiddels op de

boedelrekening ontvangen.

Boedelbijdragen:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder

Bank/Zekerheden; Toelichting vordering van bank zullen er wel of geen

(nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Toelichting andere activa

De immateriële activa, waaronder het Globe beeldmerk, het daaraan

verbonden klantenbestand van Globe, woordmerk, handelsnamen etc. en

de goodwill;

Het klanten- en relatiebestand van Oad Business Travel;

Saldo ABN AMRO Bank: € 101.309,97;

Kasgeld: € 34.334,03 (gestort op de boedelrekening);

Kasgeld: € 356.028,71 (gestort op de Rabobankrekeningen van de Globe

vestigingen; de Rabobank rekent dit nog af met de boedel). Zie hierna.

Een aandeel in de portefeuille ter zake reis- en annuleringsverzekeringen

(samen met OAD Groep B.V.).

Verkoopopbrengst:

Immateriële activa van de Globe Reisburo's, verkocht aan D-Reizen: €

1.472.728,00 (tezamen met de bedrijfsmiddelen); in verslagperiode 6 is

een aantal beeld- en woordmerken verkocht, dat geen onderdeel

uitmaakte van de immateriële activa welke aan D-Reizen zijn verkocht.

Verkoop heeft plaatsgevonden door middel van een veiling. De netto-

opbrengst van de merken die op naam van Globe Reisburo B.V. staan

bedraagt € 559,63.

Klanten en relatiebestand van Oad Business Travel, verkocht aan

Munckhof: € 881.050,00 (tezamen met de bedrijfsmiddelen).

Saldo ABN AMRO Bank, de bank is verzocht het saldo naar de

boedelrekening over te maken.

De verzekeringsportefeuille is als een geheel verkocht en heeft ongeveer

€ 1.150.000,00 opgebracht. Het Unigarant deel heeft € 800.000,00

opgebracht.

De opbrengst van het Allianz deel zal gelijk zijn aan 1,38 maal de provisie

op basis van de

premie per 1 april 2014 De opbrengst van het Allianz deel kan derhalve

iets lager of iets hoger liggen dan het geschatte bedrag van €

350.000,00. Het gaat hoogstens om enkele tienduizenden euro's.

Er is reeds een bedrag van € 1.150.000,00 op de boedelrekening van

Oad Groep B.V. ontvangen. Dit bedrag is nog niet in het financieel verslag

van Oad Groep B.V. verwerkt. Een deel van de opbrengst zal aan Globe

Reisburo B.V. toegerekend moeten worden. Het ontvangen bedrag ad €

1.150.000,00 is in het bijgevoegde geactualiseerd financieel verslag

verwerkt. De koopprijs van het Allianz deel van de portefeuille is bepaald.

Deze koopprijs is € 39.500,00 lager. De portefeuille heeft aldus

uiteindelijk € 1.110.500,00 (€ 1.150.000,00 minus € 39.500,00)

opgebracht. Het bedrag ad € 39.500,00 is aan de koper terugbetaald.

Over de maanden september 2013 tot en met maart 2014 is een bedrag

van € 278.113,48 ontvangen ter zake provisie over het Unigarant deel

van de portefeuille. Het betreffen prolongatieprovisies tot aan de datum

van overdracht, 1 april 2014. Laatstgenoemd bedrag is in eerste

instantie op de boedelrekening van Oad Groep gestort, evenals de

koopprijs van de portefeuille.

In verslagperiode 4 is een bedrag van € 25.801,25 ontvangen. Het betreft hier

een nabetaling door Allianz betreffende provisie over de maand september

2013 (tot aan datum faillissement).

Het kasgeld ad € 356.028,71 dat op de Raborekeningen van gefailleerden

gestort is, is door de Rabobank aan de boedel betaald. Dit bedrag is begrepen

in een totaalbedrag ad € 5.319.628,06 dat de boedels van de Rabobank

hebben ontvangen (zie Bank/Zekerheden toelichting vordering bank).

31-07-2018

3

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

4. Debiteuren

Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00 € 0,00

Nominaal: € 3.800.000,00 (tezamen met de vorderingen die Oad Busbedrijf

B.V. heeft op derden). Hierin zijn ook begrepen debiteuren die tevens crediteur

zijn (en dus kunnen verrekenen) en intercompany vorderingen. De hiervan

geschoonde portefeuille zal aanzienlijk lager zijn.

Met de doorstarter Oad Bus B.V. zijn afspraken gemaakt over de incasso van

de debiteuren door Oad Bus B.V. De opbrengst van de debiteuren zal in de

boedel vloeien.

In verslagperiode 2 is door Oad Bus B.V. begonnen met de incasso van de

openstaande debiteuren. Uit dien hoofde is inmiddels een bedrag van ruim €

1.100.000,00 ontvangen, deels op de boedelrekening, deels op de oude

Rabobankrekeningen van gefailleerden. De aankomende verslagperiode zal

Oad Bus B.V. de incassowerkzaamheden voortzetten.

Curatoren hebben in verslagperiode 4 aan hen bekende zakenpartners een

brief gezonden waarin curatoren, in voorkomend geval, betrokkenen te kennen

hebben gegeven aanspraak te maken op een klantvergoeding (voor zover er

sprake is van agentuur) en voor het overige alle aanspraken/vorderingen

hebben gestuit. Dit alles is gedaan vanuit het oogpunt van het behoud van

rechten.

De incassowerkzaamheden zijn in verslagperiode 5 voortgezet. Een afgerond

beeld van de betalingen op de vorderingen is er nog niet.

In verslagperiode 6 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

van debiteuren voortgezet. In deze periode is een aantal vliegmaatschappijen

gedagvaard. Het is niet uitgesloten dat een of meer van de Oad

vennootschappen een vordering heeft c.q. hebben op één of meer

vliegmaatschappijen in verband met de reservering van stoelen. Deze

vordering zou betrekking kunnen hebben op een bonus, commissie, marketing

bijdrage, cumulatieve bezetting of segmentenvergoeding.

De dagvaardingen zijn uitgebracht ter voorkoming van verval van rechten; er is

op langere termijn gedagvaard.

In verslagperiode 7 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

van debiteuren voortgezet.

31-07-2018

3

In verslagperiode 7 hebben verder diverse besprekingen met

vliegmaatschappijen plaatsgevonden teneinde duidelijkheid te verkrijgen of

een of meer van de boedels (per saldo) een vordering heeft op een of meer

vliegmaatschappijen.

In verslagperiode 8 is ten aanzien van enkele vliegmaatschappijen gebleken

dat de boedels geen vordering hebben op deze vliegmaatschappijen. De

verhouding met de resterende vliegmaatschappijen wordt onderzocht.

Ook in verslagperiode 8 zijn de werkzaamheden die verband houden met de

incasso van debiteuren voortgezet.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

De aanspraken op de overige vliegmaatschappijen zijn onderzocht. Het

onderzoek heeft plaatsgevonden in overleg met een van de bestuurders en

aan de hand van de gegevens uit de dataroom. Gebleken is dat er geen

vorderingen op de overige vliegmaatschappijen zijn.

Voor het overige hebben curatoren in samenspraak met Oad Bus B.V., die tot

nu toe grotendeels de incasso van de debiteuren verzorgde, besloten om zelf

de incasso van de vorderingen, voor zover nog niet voldaan, ter hand te

nemen. De reden hiertoe is gelegen in het feit dat in een aantal gevallen, de

pogingen van Oad Bus B.V. om tot buitengerechtelijke incasso van genoemde

vorderingen te komen, geen effect hebben gehad.

Curatoren verwachten, door thans zelf de incasso ter hand te nemen, meer

resultaat te bereiken, omdat zij (in tegenstelling tot Oad Bus B.V.) wel in staat

zijn om weigerachtige debiteuren voor het gerecht te dagen. Daarnaast heeft

een aantal debiteuren juridische weren opgeworpen, die slechts door

curatoren, zijnde advocaten, kunnen worden beoordeeld. Reden temeer om de

incasso van de nog niet geïncasseerde debiteuren zelf ter hand te nemen. Met

Oad Bus B.V. dient nog een financiële (eind)afrekening plaats te vinden,

betreffende de door Oad Bus B.V. verrichte werkzaamheden, in het kader van

de buitengerechtelijke incasso van vorderingen, zulks op basis van indertijd

tussen curatoren en Oad Bus B.V. gemaakte fee afspraken. Deze afrekening

zal in verslagperiode 10 plaatsvinden.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben de curatoren de incassowerkzaamheden

voortgezet. Gebleken is dat een aantal debiteuren niet bereid lijkt te betalen.

Curatoren hebben deze debiteuren recent, onder toezending van een concept-

dagvaarding, voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om tot betaling

over te gaan. Mocht dit niet tot betaling leiden, zullen via een gerechtelijke

procedure de weigerachtige debiteuren tot betaling worden gedwongen. De

afrekening met Oad Bus B.V., waar het betreft de door Oad Bus B.V. ten

behoeve van curatoren in het verleden verrichte incassowerkzaamheden, zal

binnen afzienbare tijd plaatsvinden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

De afrekening met Oad Bus B.V. heeft in de voorbije verslagperiode

plaatsgevonden. Curatoren zijn er in geslaagd om zelf de nodige vorderingen

te incasseren. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van € 65.276,09. Ten

aanzien van een paar debiteuren, die weigeren te betalen, zijn procedures

gestart. Een enkeling heeft zich, onder druk van de procedure, alsnog bereid

getoond om te betalen, zij het dat deze debiteur niet alles in één keer kan

betalen. Curatoren hebben met deze debiteur een betalingsregeling getroffen.

Tegen een enkele debiteur wordt geprocedeerd.

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

Tegen een franchisenemer is een procedure gestart tot betaling van

(afgerond) € 120.000,-. Deze vordering wordt door de debiteur betwist. Gelet

op de argumenten van de boedel enerzijds en de argumenten van de debiteur

anderzijds is een regeling getroffen aldus dat deze debiteur € 85.000,- aan de

boedel betaalt tegen finale kwijting. Voormeld bedrag is op de boedelrekening

ontvangen.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Curatoren hebben kans gezien om in verslagperiode 12 de incasso van

debiteuren af te ronden. In dat kader is een bedrag van € 25.272,53

ontvangen. Daarmee is deze kwestie afgewikkeld.

29-05-2019

4

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Met een debiteur loopt reeds langere tijd een betalingsregeling via een

deurwaarder. In de afgelopen verslagperiode heeft de deurwaarder een

tussentijdse afdracht van geïncasseerde gelden gedaan aan de boedel van €

33.000,-.

02-06-2020

6

Verslag 1- 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie en besprekingen met Oad Bus B.V. over de (overname van

de) debiteurenincasso; besprekingen met vliegmaatschappijen, overleg met

een van de bestuurders en raadplegen van de dataroom, alsmede

correspondentie en overleg met de betreffende vliegmaatschappijen.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening van de

incassowerkzaamheden; correspondentie met debiteuren, opstellen van

concept-dagvaardingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening; correspondentie met

debiteuren; opstellen van processtukken. Opstellen en doen uitgaan van

dagvaarding in procedure tegen franchisenemer en het treffen van een

regeling.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met debiteuren.

29-05-2019

4

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie met de deurwaarder.

02-06-2020

6

5. Bank / Zekerheden

€ 11.912.089,00

Toelichting vordering van bank(en)

31-07-2018

3

Rabobank (concernfinanciering), € 11.912.089,00 per datum faillissement. De

vordering bestaat met name uit getrokken bankgaranties. Er was per datum

uitspraak faillissement een positief banksaldo van ruim € 4.000.000,00.

De curatoren hebben uit de opbrengst van de doorgestarte onderdelen van de

gehele Oad Groep de bank gelost. De verdere opbrengsten vallen vrij. In een

later stadium zal worden gekeken naar draagplicht van afzonderlijke Oad

vennootschappen en mogelijke regresrechten.

De rechtsgeldigheid van de vorderingen en de zekerheden van de Rabobank

worden nog onderzocht. Laatstgenoemd onderzoek loopt nog. Er zijn nog

diverse punten c.q. onduidelijkheden met betrekking tot de zekerheden. Dit

brengt met zich mee dat de curatoren tot op heden de zekerheden nog niet

hebben kunnen erkennen. De Rabobank en de curatoren dienen nog te

overleggen over de wijze waarop en of deze punten en onduidelijkheden

kunnen worden opgelost respectievelijk weggenomen.

In verslagperiode 3 is uitvoerig met de Rabobank gesproken. Gebleken is dat

de door de bank ingediende vordering geheel bestaat uit door de bank ten

behoeve van schuldeisers van de OAD vennootschappen gestelde

bankgaranties en een verlies op een rentederivaat. Twee bankgaranties met

aanzienlijke bedragen zijn getrokken. Nog niet alle bankgaranties zijn door de

betreffende schuldeisers getrokken. De vordering van de bank zou door het

niet trekken van de bankgaranties uiteindelijk iets lager kunnen zijn. Na

onderzoek is gebleken dat de bank veel meer onder zich heeft dan nodig is

voor de betaling van de vordering van € 11.912.089,00.

Er is, mede door de ontvangst van een groot aantal debiteurenbetalingen,

inmiddels een surplus gekweekt van minstens € 5.319.628,06. De Rabobank is

verder verzocht om € 2.000.000,00 over te boeken naar de boedelrekening

van OAD B.V. Dit is de opbrengst van de onroerende zaak te Goor, die OAD B.V.

in eigendom toebehoorde en die de bank, als hypotheekhouder betreffende

genoemde onroerende zaak, in eerste instantie had opgeëist. De bank heeft

de € 2.000.000,00 in verslagperiode 3 daadwerkelijk gestort op de

aangegeven boedelrekening. De resterende € 5.319.628,06 is desgevraagd

door de bank gestort op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. De

opbrengst van de OAD Touringcar Bedrijf B.V. in eigendom toebehorende

bussen ad € 8.060.000,00 is na verkoop onder voorbehoud van alle rechten

afgedragen aan de Rabobank.

Door overboeking van voormelde bedragen worden eventuele

regresvorderingen geringer. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de toedeling van

opbrengsten nog plaats dient te vinden.

Vooruitlopend op de definitieve toedeling van opbrengsten aan de diverse

boedels hebben curatoren in verslagperiode 4 een bedrag van € 275.368,94

overgemaakt van de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. naar de

boedelrekening van Oad Busbedrijf B.V. De reden hiertoe is gelegen in het feit

dat naast OAD Touringcar Bedrijf B.V. ook Oad Busbedrijf B.V. door de

Rabobank was aangesproken tot inlossing van de schulden aan de bank.

Naast het bedrag dat OAD Touringcar Bedrijf B.V. in dat kader aan de bank

heeft betaald (zijnde het eerder genoemde bedrag van € 8.060.000,00), heeft

Oad Busbedrijf B.V. een bedrag van € 440.000,00 aan de bank betaald,

waardoor het totaalbedrag dat aan de bank is betaald uitkomt op €

8.500.000,00. Uiteindelijk heeft de bank, op aandringen van de curatoren,

zoals eerder gemeld, een bedrag van € 5.319.628,06 terugbetaald. Dit bedrag

is ontvangen op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. Omdat in

dit bedrag ook een bedrag zit, dat geacht wordt aan Oad Busbedrijf B.V. toe te

komen, hebben curatoren, naar rato van een ieders bijdrage in hetgeen aan

de bank is betaald, berekend dat van het bedrag dat is terugbetaald Oad

Busbedrijf B.V. recht heeft op een bedrag van € 275.368,94. Aan saldi van de

diverse boedelrekeningen kan door geen enkele schuldeiser enig recht worden

ontleend. De door curatoren ingeschakelde externe advocaat die de

handelwijze van de bank in het kader van de kredietopzegging zal

onderzoeken, zal curatoren ook adviseren aangaande de rechtsgeldigheid van

de door de bank gepretendeerde zekerheden. In verslagperiode 3 is daartoe

door curatoren opdracht gegeven.

Dit onderzoek is nog gaande. De Rabobank is op de hoogte van het feit dat dit

onderzoek de nodige tijd in beslag neemt en dat er eventueel nog claims en/of

klachten (kunnen) volgen. De reden van het feit dat dit onderzoek nog niet is

afgerond, houdt (onder andere) verband met hetgeen daarover is opgemerkt

in de algemene toelichting, die als bijlage 1 bij het verslag is gevoegd.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

In deze verslagperiode is het onderzoek naar het optreden van de Rabobank

afgerond. Curatoren hebben naar aanleiding daarvan besloten om hun claim

op Rabobank over te dragen aan de Stichting Administratiekantoor OAD Groep

Holding. Voor wat betreft de achtergronden waaronder en de voorwaarden

waartegen deze overdracht heeft plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar

de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Voor de ontwikkelingen in de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

28-11-2019

5

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 14 – 2 juni 2020:

Voor nadere informatie over de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

02-06-2020

6

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

Op bij de Rabobank door meerdere OAD vennootschappen aangehouden

bankrekeningen zijn na faillissementsdatum de nodige betalingen (door

derden) ontvangen. Deze betalingen zijn grotendeels ontvangen na het

moment dat door de Rabobank de bedragen van € 5.319.625,06 en €

2.000.000,- zijn overgeboekt naar de betreffende OAD vennootschappen (zie

hiervoor). De door de betalingen door derden ontstane creditsaldi bij de

betreffende OAD vennootschappen bedragen samen afgerond € 415.000,-. De

Rabobank heeft voormeld bedrag op een zogenaamde tussenrekening op haar

eigen naam geplaatst. De Rabobank wenst dit totaalbedrag onder zich te

houden om daaruit de kosten van de door haar ingeschakelde advocaten in de

procedure tegen Stichting Administratiekantoor OAD Holding te voldoen. De

Rabobank baseert haar standpunt op een tweetal argumenten. Curatoren

menen dat de Rabobank zich niet kan verhalen op genoemd bedrag van €

415.000,- omdat de door de Rabobank aangedragen argumenten volgens hen

niet valide zijn. Curatoren wensen dat de Rabobank voormeld bedrag aan de

boedels van de betreffende OAD vennootschappen betaalt. In de afgelopen

verslagperiode heeft overleg plaatsgevonden met de Rabobank met als doel

een oplossing voor dit verschil van mening te vinden.

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode heeft Rabobank een bedrag van EUR 414.455,38

op de boedelrekening overgemaakt. Deze betaling ziet op diverse creditsaldi

die ontstaan zijn na datum faillissement. In eerste instantie wilde Rabobank

deze saldi niet aan curatoren overmaken omdat zij daaruit de kosten van de

door haar ingeschakelde advocaten in de procedure tegen STAK wilde voldoen.

Uiteindelijk hebben curatoren met Rabobank een regeling getroffen,

inhoudende dat Rabobank het totaal aan creditsaldi aan curatoren overmaakt,

in ruil waarvoor curatoren - onder strikte voorwaarden - voor maximaal een

bedrag van EUR 15.000 instaan voor de proceskosten, mocht STAK de

procedure tegen Rabobank verliezen (zie 1.5) en STAK de proceskosten

(gedeeltelijk) niet mocht voldoen. De tussen curatoren en Rabobank getroffen

regeling, die is goedgekeurd door de rechter-commissaris, is vastgelegd in een

vaststellingsovereenkomst. Daarmee is de kwestie creditsaldi, op genoemde

(beperkte) proceskostengarantie na, afgerond.

31-05-2021

7

Operationele lease van twaalf auto's bij VWP Car Rent B.V.. De auto's zijn

afgegeven aan de lessor.

Operationele lease van één auto bij Leaseplan Nederland N.V.. De auto is

afgegeven aan de lessor.

31-07-2018

3

Let op: de hierna genoemde zekerheden zijn alle zekerheden die de Rabobank

ten tijde van de uitspraak van het faillissement had op vennootschappen in de

Oad Groep. Niet alle zekerheden hebben betrekking op het onderhavige

faillissement.

De zekerheden van de Rabobank bestaan uit:

het pandrecht op:

-alle huidige en toekomstige inventaris;

-alle huidige en toekomstige voorraden;

31-07-2018

3

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

-alle huidige en toekomstige rechten van intellectueel eigendom;

-alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen op de Stichting Internet

Domein Registratie Nederland (SIDN) uit hoofde van de bij SIDN geregistreerde

domeinnamen;

-alle ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechten/vorderingen op derden en alle rechten/vorderingen die worden

verkregen uit ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechtsverhoudingen;

een recht van hypotheek op:

-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot het hebben van een

overkapping ten behoeve van een overdekte opstapplaats voor passagiers en

auto-bussen op het perceel, gelegen aan de Sint Jansgildestraat te Beek

(gemeente Montferland), kadastraal bekend gemeente Bergh, sectie L nummer

813;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7671 HA Neede, Borculoseweg 36a en 38, kadastraal bekend

gemeente Neede, sectie C nummer 8474;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 6881 SM Velp, Emmastraat 7, kadastraal bekend gemeente Velp,

sectie H nummer 2131;

-een perceel grond, gelegen aan de Enterseweg te Goor, kadastraal bekend

gemeente Goor, sectie A nummer 2463;

-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7471 ST Goor, Breukersweg 2, kadastraal bekend gemeente Goor,

sectie A nummer 3171;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7471 BR Goor, Grotestraat 72 en 72b, kadastraal bekend gemeente

Goor, sectie C nummer 3431;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 5, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3374;

-een perceel grond, gelegen aan de Burgemeester van der Borchstraat te

Holten, kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3575;

-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 1, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3476;

-het bedrijfspand met woning, ondergrond en verdere aanhorigheden, staande

en gelegen te 7451 CH Holten, Burgemeester van der Borchstraat 2, 4 en 6,

kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3492;

-een perceel grond, gelegen aan de Oude Deventerweg te Holten, kadastraal

bekend gemeente Holten, sectie F nummer 5748;

-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot hebben en houden van

gebouwen en opstallen (bedrijfspand met bedrijfswoning) op het perceel

gelegen te 7462 BA Rijssen, Walstraat 1, 5 en 9, kadastraal bekend gemeente

Rijssen, sectie F nummer 3799;

-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 1381 BA Weesp, Slijkstraat 20, kadastraal bekend gemeente

Weesp, sectie A nummer 5359.

Zie hiervoor ("vordering van de bank"). 31-07-2018

3

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Toelichting

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld hierboven onder

'toelichting vordering bank' zullen er wel of geen (nadere) afspraken worden

gemaakt over een boedelbijdrage.

31-07-2018

3

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie en besprekingen met door curatoren ingeschakelde advocaat,

correspondentie met extern bureau, correspondentie met rechter-commissaris,

correspondentie en besprekingen met vertegenwoordigers Stichting

Administratiekantoor OA Groep Holding en de advocaten van genoemde

Stichting. Opstellen/beoordelen diverse contractstukken verband houdende

met de overdracht van de claim van curatoren op de Rabobank.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met procesadvocaat waar het betreft de introductie van de

procedure tegen Rabobank bij de rechtbank en de overname van deze

procedure door de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor

OAD Groep Holding.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Bestudering/beoordeling van de

processtukken en het bijwonen van de pleidooien in de procedure tussen

Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding en Rabobank.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het tussenvonnis van de

rechtbank Midden Nederland, op 3 juli 2019 gewezen in de procedure tussen

STAK en Rabobank, in het bijzonder over de invulling van de door de rechtbank

aan STAK gegeven bewijsopdracht (zie hiervoor, punt 1.5.)

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het (verloop van het)

getuigenverhoor; het bijwonen van de diverse verhoren.

Overleg en uitvoerige correspondentie met de Rabobank over de creditsaldi op

de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen (zie 5.1).

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Overleg en correspondentie met Rabobank en rechter-commissaris over de

creditsaldi op de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen

(zie 5.1).

31-05-2021

7

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

D-Reizen heeft een doorstart gemaakt met 77 reiswinkels, waarvan er 63 in

het faillissement van Globe Reisburo B.V. zitten, 10 in het faillissement van

Brooks Reisburo B.V. en 4 in het faillissement van Reisburo Van Staalduinen

B.V. RTN heeft de resterende reiswinkels overgenomen en heeft daaruit een

selectie gemaakt van 10 reiswinkels die daadwerkelijk doorgestart zijn.

Munckhof heeft het onderdeel Oad Business Travel doorgestart. Ter toelichting

op de doorstart van het onderdeel van Oad Business Travel merken curatoren

op dat genoemde doorstart de uitkomst is van onderhandelingen met diverse

partijen die te kennen hebben gegeven belangstelling te hebben voor de

overname van activa/activiteiten van Oad Business Travel. Diverse partijen zijn

in de gelegenheid gesteld om een bod uit te brengen op genoemde

activa/activiteiten. Degene met wie, na verkregen toestemming van de rechter-

commissaris en de Rabobank (als zijnde pandhouder), overeenstemming is

bereikt over een overname van meergenoemde activa/activiteiten, had, van

alle partijen met wie onderhandeld is, het beste bod, waarbij opgemerkt wordt

dat de gerealiseerde opbrengst, daar waar het de roerende zaken betreft,

boven de getaxeerde waarde ligt. Voor het overige ziet de opbrengst met

name op het immaterieel actief (met name: het klantenbestand). Wordt

hetgeen daarvoor is geboden/betaald vergeleken met andere biedingen,

stellen curatoren vast dat de gerealiseerde opbrengst goed te noemen is.

In verslagperiode 2 hebben curatoren met Munckhof afgerekend de kosten in

verband met het kortstondig voortgezet gebruik van de panden (zie hiervoor,

punt 1.6). Uit dien hoofde is door de boedel een bedrag van € 2.711,67

ontvangen.

31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Doorstarten onderneming

Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018

3

Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018

3

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

Toelichting

Zie hierboven onder "voortzetten".

31-07-2018

3

Toelichting

Zie hierboven onder "voortzetten".

31-07-2018

3

Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018

3

7. Rechtmatigheid

Art 2:10 Burgerlijk Wetboek. Het bestuur dient een administratie te voeren

zodanig dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon

kunnen worden gekend. Of aan de boekhoudplicht is voldaan zal worden

onderzocht door de curatoren.

In verslagperiode 2 is aan een internationaal opererend kantoor met

forensisch accountants opdracht gegeven om een "quick scan" uit te voeren

naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Voordat deze "quick

scan" kan worden uitgevoerd dient de fysieke en digitale administratie te

worden zekergesteld.

In verslagperiode 3 is de fysieke en digitale administratie veilig gesteld (zie

hierna). Dit maakt het mogelijk om de aankomende verslagperiode de "quick

scan" te starten. Gezien het feit dat er verschillende onderzoeken naast elkaar

lopen, menen curatoren er verstandig aan te doen om met de verschillende

onderzoekers afspraken te maken omtrent de coördinatie van diverse

onderzoeken, zulks met het doel te voorkomen dat op onderdelen dubbel werk

wordt gedaan. Daarnaast dient tussen de diverse onderzoekers afstemming

plaats te vinden ten aanzien van het (gelijktijdig) gebruik van diverse bronnen,

waaruit geput moet worden (waartoe te rekenen de (fysieke en digitale)

administratie). Het onderzoek ten aanzien van de wijze waarop afstemming

het best kan plaatsvinden loopt nog. Ten aanzien van de ontwikkelingen op dit

punt verwijzen curatoren naar de algemene toelichting.

Fysieke administratie:

Op diverse plaatsen in het pand te Holten is een behoorlijke hoeveelheid

administratie aangetroffen. Het betreft onder meer financiële administratie,

managementinformatie, jaarverslagen, notulen maar ook gedetailleerde

(project)administratie van bepaalde afdelingen van Oad c.s., zoals

Groepsreizen, Sports & Incentives, Disney, etc. Daarnaast is sprake van een

grote hoeveelheid archief, dat tot nu toe in het pand te Holten ligt opgeslagen

31-07-2018

3

(onder meer "Oad Archief" en "directiearchief"). Omdat curatoren op dit

moment niet goed kunnen inschatten welke administratie bij de afwikkeling

van het faillissement relevant is c.q. kan worden, is besloten om de

administratie grotendeels te bewaren. Daarbij dient ook te worden

zekergesteld dat de betreffende administratie goed, snel en gemakkelijk terug

te vinden is. Geconstateerd is dat het om een grote hoeveelheid te archiveren

materiaal gaat, zodat de opslag en indexering daarvan complex is en forse

kosten met zich mee zal brengen. Curatoren hebben een drietal partijen

gevraagd een offerte te maken voor het zekerstellen, indexeren en opslaan

van de administratie. Uiteindelijk is aan Vada Archieven B.V. te Nijverdal

opdracht gegeven deze werkzaamheden uit te voeren. Ten aanzien van de

indexering zullen curatoren een lijst ontvangen waarop de administratie

(ordnerruggen/dossiernaam) en een locatieaanduiding worden vermeld.

Tevens worden foto's genomen van de administratie en de opstelling zoals

deze was, zodat aan de hand daarvan kan worden gereconstrueerd welke

administratie waar stond (welke kamer / plek in de kamer / kast). Curatoren

proberen op deze wijze zeker te stellen dat op zoveel mogelijk manieren

relevante administratie kan worden teruggevonden. Voorts hebben curatoren

met Vada Archieven B.V. afspraken gemaakt over het raadplegen van de

gearchiveerde informatie, bij Vada dan wel middels het toezenden

(digitaal/fysiek) van de betreffende stukken.

Op het moment van verslaglegging betreffende het derde verslag heeft Vada

Archieven B.V. twee/derde van de totale administratie geïnventariseerd en

gerubriceerd, zodat die op welk gewenst moment door curatoren en

onderzoekers, die in opdracht van curatoren werkzaamheden verrichten,

opvraagbaar is. Het gaat daarbij om meer dan 15.000 items (mappen c.q.

ordners). Het streven is om de aankomende weken het geheel af te ronden.

Aan het eind van de rit zullen uiteindelijk ruim 22.000 items zijn gerubriceerd

en geïnventariseerd.

In verslagperiode 4 heeft Vada Archieven B.V. de aan haar opgedragen

werkzaamheden afgerond. De totale administratie is geïnventariseerd en

gerubriceerd. Aan de hand van door Vada opgestelde inventarislijsten kunnen

diverse items behorende tot de administratie op eenvoudige wijze worden

opgevraagd.

In verslagperiode 5 zijn uit de administratie de relevante delen geselecteerd

aan de hand van selectiecriteria. Ongeveer 1.600 ordners zijn aldus als zijnde

relevant gesepareerd. De inhoud van deze ordners diende gescand te worden

opdat deze aan de dataroom toegevoegd kunnen worden. Het proces van het

scannen is recent voltooid. Op het moment van opmaken van dit verslag wordt

de digitale inhoud van de ongeveer 1.600 ordners in de dataroom gebracht

(zie algemene toelichting als bijlage 1 bij dit verslag).

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de data-room afgerond. In de

dataroom is onder andere een grote hoeveelheid scans van de relevante

stukken uit de fysieke administratie opgenomen. Het is voor curatoren en door

hen ingeschakelde derden mogelijk om via een beveiligde verbinding de

informatie die zich in de dataroom bevindt (waartoe gerekend scans van

stukken uit de fysieke administratie) op afstand te raadplegen.

Digitale administratie:

Curatoren zijn tijdens verslagperiode 2 bezig geweest met het zeker stellen

van de digitale administratie van Oad. Dit is onder meer van belang voor het

incasseren van debiteuren, voor het uitfactureren van onderhanden werk (voor

zover nog niet gebeurd) en voor het reguliere onderzoek naar de

administratie.

7.2 Depot jaarrekeningen

Teneinde de ICT-infrastructuur in kaart te brengen, is een sessie belegd met

als deelnemers (1) een vertegenwoordiging namens curatoren, (2) 3 oud-ICT-

medewerkers van Oad en (3) forensisch accountants, die voor curatoren van

de digitale administratie een backup zullen maken. Tijdens die bespreking is

gebleken dat de ICT-structuur en infrastructuur zeer omvangrijk en complex is,

onder meer omdat een veeltal aan verschillende systemen (deels zelfbouw,

deels op de markt beschikbare pakketten) gebruikt werden/worden en aan

elkaar gekoppeld zijn. Daarbij is bovendien van belang dat het serverpark

(fysiek) deels in het pand te Holten en deels bij een externe partij te Enschede

aanwezig is.

Omdat op het moment van het leggen van het tweede verslag nog niet geheel

duidelijk was welke data in het kader van de afwikkeling van het faillissement

relevant zal zijn, is besloten is om het traject in meerdere fasen op te knippen.

In fase 1 worden de data "sec" zekergesteld. In fase 2 wordt essentiële

bedrijfsinformatie, zoals de financiële administratie, toegankelijk en

raadpleegbaar gemaakt. In de daarop volgende fasen kunnen de betreffende

data vervolgens, voor zover dit nodig mocht blijken te zijn, worden ontsloten

en geraadpleegd.

Met het zekerstellen van de data (en, in de volgende fase, ook met het

raadplegen daarvan), zijn, vanwege de complexiteit en de omvang van het

systeem en de daarin vervatte data, forse kosten gemoeid. Het belang van

een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen brengt met zich dat deze

investering niettemin noodzakelijk is.

In verslagperiode 3 is de eerste fase (het veilig stellen van de digitale

administratie) afgerond en is het bedrijf dat in opdracht van curatoren de

administratie heeft veilig gesteld begonnen met de tweede fase: het ontsluiten

van een deel van de veilig gestelde gegevens (met name: de administratie),

door deze gegevens in bruikbare vorm te exporteren. Tevens wordt door dit

bedrijf, in opdracht van curatoren, onderzoek gedaan naar het live brengen

van de oude systemen, zodat via die weg de veilig gestelde gegevens kunnen

worden benaderd (de derde fase). Ten tijde van het leggen van het derde

verslag liep dat onderzoek nog.

In verslagperiode 4 zijn de belangrijkste digitale systemen live gebracht en is

(mede daardoor) een groot deel van de digitale administratie ontsloten. Een

en ander is van groot belang voor de verdere onderzoeken en discussie met

bepaalde partijen (debiteuren én zakenpartners) over de gehoudenheid tot

betaling.

In verslagperiode 5 zijn de voor de onderzoeken relevante delen uit de digitale

administratie geselecteerd. Dit proces is op het moment van opmaken van dit

verslag nagenoeg voltooid. Na voltooiing zullen de onderzoeken gestart

kunnen worden.

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de dataroom afgerond. Het is

voor curatoren en door hen ingeschakelde derden mogelijk via een beveiligde

verbinding op afstand informatie uit de dataroom te raadplegen, zulks ten

behoeve van door hen te verrichten onderzoek.

In verslagperiode 7 is veelvuldig gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 8 is gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 9 is gebruik gemaakt van de dataroom.

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

Het boekjaar van Oad loopt van 1 november tot 31 oktober. Uit het online

handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de

groepsjaarrekening over het boekjaar 2010-2011 op 6 december 2012 door

OAD Groep Holding B.V. is gedeponeerd. Dat is een overschrijding van de

wettelijke termijn met 6 dagen.

In de rechtspraak wordt een dergelijke overschrijding niet aangemerkt als

onbehoorlijk bestuur dat geacht wordt een belangrijke oorzaak van het

faillissement te zijn. De jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten

tijde van de uitspraak van het faillissement nog niet gepubliceerd.

De curatoren onderzoeken of de wettelijke publicatietermijn voor de

jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 is overschreden en zo ja, wat

daarvan de gevolgen zijn.

31-07-2018

3

Voor de jaarrekening over het boekjaar 2010-2011 is een controleverklaring

afgegeven door een onafhankelijk accountant.

Voor de jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de

uitspraak van het faillissement nog geen controleverklaring afgegeven door

een onafhankelijk accountant.

31-07-2018

3

Door de curatoren zal worden onderzocht of is voldaan aan de verplichting tot

volstorting van de aandelen.

31-07-2018

3

Toelichting

Door de curatoren zal worden onderzocht of bestuurders hun taak kennelijk

onbehoorlijk hebben vervuld en zo ja, of aannemelijk is dat dit een belangrijke

oorzaak is van het faillissement (als bedoeld in art 2:248 Burgerlijk Wetboek),

dan wel of bestuurders anderszins aansprakelijk zijn te achten. In het kader

van het faillissement zullen de curatoren de gebruikelijke onderzoeken doen.

Gelet op de omvang van de onderneming en de met het faillissement gemoeide

belangen, zullen de curatoren bij het doen van onderzoek gebruik maken van

forensisch accountants en externe advocaten. De verwachting is dat het

onderzoek geruime tijd in beslag zal nemen. Zoals hiervoor onder 7.1 al

gemeld is aan een extern kantoor opdracht geven om een "quick scan" uit te

voeren naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Tevens wordt

met een extern advocatenkantoor gewerkt aan een opzet voor een onderzoek

naar de oorzaken van de faillissementen.

Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is in de derde

verslagperiode een eerste opzet voor een onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen en het optreden van het bestuur en toezichthouders, in de

periode voorafgaande aan het faillissement, gemaakt. De verwachting is dat in

het volgende verslag meer hieromtrent te melden zal zijn.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 5 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van de faillissementen en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

31-07-2018

3

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 6 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 7 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 8 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2022

8

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij het vorige verslag (verslagnummer

16) die op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. Hangende het hoger beroep in de

procedure tussen STAK en Rabobank zijn er, om redenen als gemeld in

genoemde toelichting, geen zaken te melden. Zie voor een nadere toelichting

van de stand van zaken ten aanzien van de hoger beroepsprocedure hetgeen

daarover vermeld staat aan het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

30-05-2023

9

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16 dat op de

website van het kantoor van één van de curatoren, te weten: Benthem

Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren- kort gezegd

- aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank nog loopt er,

om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken worden gemeld.

Hoewel in de afgelopen verslagperiode het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet automatisch dat daarmee de procedure is geëindigd.

STAK kan immers besluiten om in cassatie te gaan. Zolang niet bekend is of en

in hoeverre de procedure wordt gevolgd houden curatoren vast aan de in het

verleden gekozen lijn. Zie voor een nadere toelichting over de uitkomst van de

hoger beroepsprocedure en het vervolg hetgeen daarover vermeld staat aan

het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

01-03-2024

10

Toelichting

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt

teruggegrepen op de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16

dat op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren -

kort gezegd - aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank

01-10-2024

11

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

nog loopt er, om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken

worden gemeld. Hoewel begin dit jaar het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet dat daarmee de procedure is geëindigd. STAK heeft

immers, zoals eerder in dit verslag gemeld (zie hiervoor hoofdstuk 1.5),

besloten om cassatie in te stellen. Zolang de uitkomst van de procedure

tussen STAK en Rabobank nog niet definitief bekend is, houden curatoren vast

aan de in het verleden gekozen insteek.

Toelichting

Door de curatoren zal onderzoek worden gedaan naar rechtshandelingen die

mogelijk een of meerdere schuldeisers benadeeld hebben, zo nodig worden

deze rechtshandelingen door een buitengerechtelijke verklaring vernietigd. Dit

onderdeel zal mede betrokken worden in het boekenonderzoek.

31-07-2018

3

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

Verslag 1 - 8:

Zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Geen. Voor wat betreft de redenen waarom wordt verwezen naar de

algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de rechter-commissaris over de nadere opzet en

inrichting van het oorzakenonderzoek; opstellen en invullen van een matrix,

waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal interviews, op systematische

wijze worden geordend/gerubriceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Invullen van een matrix, waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal

interviews, op systematische wijze worden geordend/gerubriceerd;

Correspondentie met de rechter-commissaris over de uitkomst van het

onderzoek en het vervolg.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek.

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek; correspondentie/overleg met de door curatoren

ingeschakelde forensisch accountant.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2022

8

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris; correspondentie met de

rechtbank Rotterdam.

01-03-2024

10

8. Crediteuren

€ 2.154.639,21

Toelichting

Curatoren hebben in aanvang geen bedragen uitgekeerd aan (voormalig)

werknemers die woonachtig zijn in het buitenland en aan een aantal

(voormalig) stagiaires die niet onder het (Nederlandse) sociaal

verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling vallen (zie punt 2). De verwachting

is dat dit in volgende verslagperioden alsnog zal gaan gebeuren. Voor het

overige zijn de boedelvorderingen nog niet volledig bekend, er wordt overleg

gevoerd met diverse verhuurders over het moment van oplevering. Waar

mogelijk worden de winkelpanden eerder opgeleverd dan aan het eind van de

opzegtermijn om zo de boedelvorderingen zoveel mogelijk te beperken.

Curatoren hebben in verslagperiode 6 voor een bedrag van € 178,75 aan

werknemers uitgekeerd, waarvan na onderzoek is vastgesteld dat die een

boedelvordering hebben (zie voor de achterliggende redenen punt 2).

In de periode na faillissement hebben er diverse betalingen op de rekeningen

van de gefailleerde vennootschappen plaatsgevonden. Per geval hebben de

curatoren beoordeeld of de betreffende betaling is aan te merken als een

zogenaamde 'onmiskenbare vergissing' zoals bedoeld in de jurisprudentie. In

dergelijke gevallen dient er tot terugbetaling te worden overgegaan zonder

dat de afwikkeling van het faillissement behoeft te worden afgewacht. Voor

veel gevallen geldt echter dat deze niet zijn te kwalificeren als een

'onmiskenbare vergissing' zodat er geen grond bestaat om het bedrag direct

terug te betalen.

In verslagperiode 7 is de inventarisatie van de vorderingen van verhuurders

afgerond en zijn deze vorderingen ook verwerkt in de crediteurenlijst. In totaal

zijn 49 vorderingen ter hoogte van in totaal € 179.031,74 op de lijst van (nog

niet erkende) boedelvorderingen geplaatst.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Tot en met de 9e verslagperiode zijn door het UWV boedelvorderingen

ingediend wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte van in totaal €

1.969.594,67. Tot en met de 9e verslagperiode zijn door overige crediteuren 4

boedelvorderingen ingediend.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft de boedelvorderingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft de boedelvorderingen.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode

13 geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

28-11-2019

5

Toelichting

02-06-2020

8.2 Pref. vord. van de fiscus

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen

wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

31-05-2022

8

€ 2.154.639,21

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Er hebben zich in verslagperiode 17 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

30-05-2023

9

€ 2.154.639,21

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

01-03-2024

10

€ 2.940.783,88

Toelichting

Een fiscalist die kantoor houdt in het kantoor van een van de curatoren, mr.

G.W. Luesink, is doende de fiscale positie van de vennootschappen in beeld te

brengen. Hij voert daartoe overleg met de belastingdienst. Onder meer is er

een geschil over de vraag of een of meer van de gefailleerde vennootschappen

terecht scholingsaftrek genoten hebben.

In verslagperiode 4 hebben curatoren, na verkregen toestemming van de

rechter commissaris, KPMG Meijburg & Co ingeschakeld om hen bij te staan in

de discussie met de belastingdienst betreffende door Oad genoten fiscale

voordelen, verband houdende met scholingsaftrek. De belastingdienst stelt

zich op het standpunt dat deze aftrek ten onrechte is genomen en heeft om

die reden aan diverse vennootschappen, behorende tot het Oad concern een

aanslag loonbelasting van in totaal ruim € 2.400.000,00 opgelegd. Deze

aanslagen loonheffing zijn vooralsnog aan andere gefailleerde

vennootschappen opgelegd, te weten: Globe Reisburo B.V. (€ 2.118.000,00),

Brooks Reisburo B.V. (€ 230.000,00), Reisburo Van Staalduinen B.V. (€

91.659,00) en OAD Reizen B.V. (€ 3.104,00).

In verslagperiode 5 heeft er overleg plaatsgevonden tussen de functionaris

van Meijburg & Co en de belastingdienst. Dit overleg heeft nog niet tot een

31-07-2018

3

uitkomst geleid. Curatoren hebben in verslagperiode 5 tevens degenen die

indertijd een (advies)rol hebben vervuld terzake van de scholingsaftrek

aansprakelijk gesteld voor de schade die de diverse boedels zullen lijden,

mocht blijken dat ten onrechte scholingsaftrek is genoten. Het betreffen hier

partijen die zelf ook in staat van faillissement verkeren. Curatoren hebben

niets anders gekund dan hun vordering ter verificatie aan te melden.

In verslagperiode 6 heeft KPMG Meijburg & Co diverse informatie aan de

belastingdienst gezonden, die de wijze staven waarop Oad haar opleidingen

had ingericht en de manier waarop Oad is omgegaan met de fiscale

regelgeving op dit punt. De documenten bevestigen naar het oordeel van

KPMG Meijburg & Co dat Oad serieus is omgegaan met het onderwijs en de

daaraan verbonden voorwaarden, dat de opleidingen dan ook realiteitswaarde

hebben gehad en dat de belastingdienst dus ten onrechte stelt dat een en

ander niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen om in aanmerking te komen

voor scholingsaftrek. Afgewacht dient te worden of en in hoeverre de

belastingdienst de namens curatoren gegeven uitleg accepteert.

In verslagperiode 7 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Op basis

van de huidige stand van zaken, verwachten curatoren dat over deze kwestie

geprocedeerd gaat worden.

Ook in verslagperiode 8 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek voortgezet, tot op heden zonder resultaat. De aankomende

verslagperiode zal genoemde discussie worden vervolgd. Voorts moet de

verschuldigdheid van buitenlandse omzetbelasting gecontroleerd worden. Ook

aspecten ter zake de vennootschapsbelasting worden bezien. Dit fiscaal

onderzoek loopt nog.

Door de fiscus zijn tot en met de 8e verslagperiode in onderhavig faillissement

preferente vorderingen ingediend ter hoogte van in totaal € 2.952.259,00. Dit

bedrag bevat een vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. c.s. ter

hoogte van € 452.706,00.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Ook in verslagperiode 9 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.

Tijdens de 9e verslagperiode is de eerder door de fiscus ingediende preferente

vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. van € 452.706,00 verminderd

tot € 441.230,00. De totale vordering van de fiscus komt hiermee op €

2.940.783,88.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Ook in verslagperiode 10 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet. De totale

preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige

verslag.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Ook in verslagperiode 11 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft de totale vordering van de fiscus.

Er is aangifte gedaan voor de BTW over het jaar 2017, hetgeen heeft

geresulteerd in een teruggaaf van € 17.483,-. Dit bedrag is op de

boedelrekening ontvangen.

€ 2.986.297,00

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De discussie met de belastingdienst over de scholingsaftrek is nagenoeg

afgerond. De verwachting is dat een compromis met de belastingdienst

getroffen zal kunnen worden. In het volgende verslag zal daar nader op

ingegaan worden.

Op grond van een aangifte BTW is in de afgelopen verslagperiode € 43.640,-

van de belastingdienst terug ontvangen.

Tijdens de twaalfde verslagperiode heeft de fiscus twee vorderingen ingediend

op de fiscale eenheid Volvere GXXI B.V., Reisburo van Staalduinen B.V. C.S. ter

zake omzetbelasting ter hoogte van in totaal € 45.514,-. De totale preferente

vordering van de fiscus komt hiermee op € 486.744,-.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, na verkregen goedkeuring

van de rechter-commissaris, met de belastingdienst een regeling getroffen (en

als uitvloeisel daarvan met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst

gesloten), op grond waarvan een groot aantal opgelegde naheffingsaanslagen

is verminderd.

Concreet betekent dit dat de aan Globe Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad

€ 2.118.000 zijn verminderd tot een totaalbedrag € 963.173; de aan Brooks

Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad € 230.000 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 104.327; de aan Reisburo Van Staalduinen B.V. opgelegde

aanslagen ad € 91.659 zijn verminderd tot een totaalbedrag van € 41.648; de

aan OAD Reizen B.V. opgelegde aanslagen ad € 3.104 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 1.400.

Dit betekent dat van het totaalbedrag aan aanslagen dat indertijd, in het

kader van de scholingsaftrek discussie, door de belastingdienst aan diverse

vennootschappen behorende tot de OAD groep is opgelegd (zijnde een bedrag

van € ruim 2.400.000), thans nog een bedrag van € 1.110.548 resteert

(exclusief heffingsrente, invorderingsrente en kosten).

Kort en goed: de inspanningen van curatoren én de door hen ingeschakelde

adviseur (KPMG Meiburg) hebben geleid tot een vermindering van de

opgelegde aanlagen met meer dan de helft.

Als uitvloeisel van de getroffen regeling hebben curatoren recent een groot

aantal berichten "vermindering loonheffing" van de belastingdienst ontvangen.

Die moeten nog gecontroleerd worden, voordat in de verschillende

faillissementen de uiteindelijke vordering van de belastingdienst, verband

houdende met de scholingsaftrek, genoteerd kan worden.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn de berichten "vermindering loonheffing",

welke berichten verband houden met en volgen op de met de belastingdienst

getroffen regeling omtrent de scholingsaftrek gecontroleerd en akkoord

bevonden.

02-06-2020

6

8.3 Pref. vord. UWV

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2022

8

€ 2.986.297,00

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 2.986.297,00

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

01-03-2024

10

€ 1.144.346,88

Toelichting

Door het UWV zijn tot en met verslagperiode 9 preferente vorderingen

ingediend wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte van in totaal €

1.144.346,88.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: De totale preferente vordering

van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

28-11-2019

5

8.4 Andere pref. crediteuren

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-05-2022

8

€ 1.144.346,88

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 1.144.346,88

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

01-03-2024

10

€ 8.097,00

Toelichting

Ten aanzien van de ontwikkelingen met betrekking tot aanspraken van

voormalige personeelsleden en stagiaires verwijzen curatoren naar hetgeen

hiervoor, onder punt 2, staat gemeld. Tot en met verslagperiode 9 zijn door

andere crediteuren 12 preferente vorderingen ingediend ter hoogte van in

totaal € 8.097,00.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-07-2018

3

Toelichting

29-05-2019

4

8.5 Aantal concurrente crediteuren

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode

13 geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen

wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

31-05-2022

8

€ 8.097,00

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Er hebben zich in verslagperiode 17 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

30-05-2023

9

€ 8.097,00

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

01-03-2024

10

910

Toelichting

Verslag 1 - 8:

Er bestaat nog geen overzicht van eventueel ingediende vorderingen door

schuldeisers in deze vennootschap. De ingediende vorderingen in alle OAD-

vennootschappen, meer dan 10.000 in totaal, worden gesorteerd en

genoteerd. Bovendien worden de vorderingen summierlijk gecontroleerd als

het vorderingen betreffen op een vennootschap waarin een uitkering te

verwachten is. Curatoren verwachten in het volgende verslag een voorlopige

31-07-2018

3

opstelling te kunnen geven van het totaal aan ingediende vorderingen en de

daarmee gemoeide bedragen. Curatoren achten het voor dit moment te vroeg

om een tussentijdse opgave te doen, aangezien dit, gegeven het feit dat nog

een grote hoeveelheid vorderingen moet worden beoordeeld, een onvolledig

en dientengevolge onjuist beeld geeft van het aantal en de omvang van de

ingediende vorderingen. Voor de werkzaamheden, verband houdende met de

crediteuren, zijn twee medewerkers aangetrokken voor de duur van 6

maanden.

Curatoren merken op dat vlak voor het leggen van het vierde verslag door SGR

een vordering is aangemeld in het faillissement van Globe Reisburo B.V. ten

bedrage van € 144.996,99. Deze vordering zou, volgens opgave van SGR,

mede betrekking hebben op de faillissementen van Reisburo Van Staalduinen

B.V. en Brooks Reisburo B.V.

In verslagperiode 5 zijn curatoren doende geweest om de (grondslag van de)

vorderingen van SGR te beoordelen. Ten tijde van het leggen van het verslag

bestaat daarover nog geen duidelijkheid. Reden waarom deze vorderingen

nog niet zijn opgenomen op de lijst van ingediende schuldvorderingen.

In de zesde verslagperiode is het onderzoek van curatoren naar de (grondslag

van de) vorderingen van SGR voortgezet. Dit heeft tot op heden nog niet

geleid tot een voorlopige erkenning van genoemde vorderingen.

In verslagperiode 7 is het onderzoek ten aanzien van de vorderingen van SGR

voortgezet. In verslagperiode 8 verwachten curatoren een definitief oordeel te

kunnen vellen over genoemde vorderingen, waarbij curatoren uitdrukkelijk

opmerken dat het in alle gevallen zal gaan om een eerste, voorlopige

beoordeling, omdat de vorderingen van SGR nu eenmaal eerst ter gelegenheid

van de verificatievergadering (als die er komt) definitief zullen worden

vastgesteld.

In verslagperiode 8 hebben curatoren met (de advocaat van) SGR

gecorrespondeerd over een aantal kwesties, verband houdende met de door

SGR ingediende vorderingen. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden

met de directeur van SGR, waarbij deze de vorderingen van SGR aan curatoren

heeft toegelicht. Vlak voor het leggen van verslag hebben curatoren een grote

hoeveelheid nieuwe informatie van SGR ontvangen. Deze informatie maakt dat

curatoren, tegen de verwachting in, op het moment van het leggen van dit

verslag nog geen verdere mededelingen kunnen doen over de door SGR

ingediende vorderingen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Curatoren zijn doende om, aan de hand van de grote hoeveelheid informatie

die door SGR is aangeleverd een concreet oordeel te vellen over de

vorderingen van SGR. Ten tijde van het leggen van dit verslag bestaat

daarover nog geen uitsluitsel.

Tot en met de 9e verslagperiode zijn door crediteuren 911 concurrente

vorderingen ingediend ten bedrage van in totaal € 6.380.431,49.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben curatoren de grote hoeveelheid nieuwe

informatie, die zij ontvangen hadden van SGR, beoordeeld. Dit heeft tot nieuwe

vragen geleid die aan (de advocaat van) SGR zijn gesteld.

Het aantal concurrente schuldvorderingen ten tijde van het tiende

faillissementsverslag is 910.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Waar het de discussie met SGR betreft zijn geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

911

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn door schuldeisers 911 concurrente

vorderingen ingediend.

Er heeft uitvoerig overleg en uitgebreide correspondentie plaatsgevonden met

SGR over de grondslag van de door haar gepretendeerde vorderingen.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De discussie met SGR is in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder dat

dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

De discussie met SGR is ook in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder

dat dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag (911).

31-05-2021

7

912

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren de discussie met SGR

voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Omdat curatoren niet

verwachten dat deze kwestie in der minne zal worden opgelost, hebben zij de

rechter-commissaris gevraagd hen machtiging te verlenen om een procedure

tegen SGR te starten. In het volgende verslag zal op dit punt nader verslag

worden gedaan.

Tot en met de 16e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente

vorderingen ingediend.

31-05-2022

8

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

912

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren van de rechter-commissaris

machtiging gekregen om een procedure tegen SGR te starten. De inzet van

deze procedure is de veroordeling van SGR tot (terug)betaling aan de boedels

van OAD van een bedrag van EUR 7.000.000 te vermeerderen met rente en

kosten. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat SGR - naar het oordeel

van curatoren ten onrechte - onder de in het verleden door OAD verstrekte

bankgarantie heeft getrokken. Hangende de procedure tegen SGR achten

curatoren het niet opportuun om zich nader uit te laten over de grondslagen

van hun vorderingen op SGR. Gezien de lange aanloop die deze kwestie heeft

gekend, bestaat er bij curatoren niet de hoop, noch verwachting, dat partijen

er alsnog in zullen slagen om de zaak te schikken. Daarvoor liggen de

standpunten te ver uiteen.

Tot en met de 17e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente

vorderingen ingediend.

30-05-2023

9

912

Toelichting

Verslagperiode 18 – d.d. 1 maart 2024:

In de door curatoren tegen SGR aangespannen procedure heeft SGR in de

afgelopen verslagperiode voor antwoord geconcludeerd. Zoals verwacht heeft

SGR de rechtbank Rotterdam daarbij gevraagd om curatoren niet ontvankelijk

te verklaren in hun vorderingen/de vorderingen van curatoren af te wijzen.

Aansluitend heeft de rechtbank Rotterdam een comparitie van partijen gelast.

Deze comparitie zal op 4 april a.s. plaatsvinden.

Tot en met de 18e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente

vorderingen ingediend.

01-03-2024

10

Toelichting

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 juli 2024 de vorderingen van

curatoren tegen SGR afgewezen. Curatoren kunnen zich niet verenigen met dit

oordeel van de rechtbank en hebben de rechter-commissaris gevraagd hen

machtiging te verlenen om hoger beroep te komen. Ten tijde van het leggen

van dit verslag dient deze machtiging nog verkregen te worden. In het

volgende verslag zullen curatoren over het verdere beloop van deze kwestie

nader verslag doen.

01-10-2024

11

€ 6.380.181,49

Toelichting

Volgens de crediteurenlijst uit de administratie van Globe Reisburo B.V.

bedraagt het openstaande saldo zo'n € 12.000.000,00. De crediteuren zijn

aangeschreven en verzocht de vorderingen in te dienen in het faillissement.

31-07-2018

3

Tot en met de 7e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.242.016,95 aan

concurrente vorderingen ingediend (zie 8.5). De totale schuldenlast is gedaald

omdat een deel van de vordering van TUI is toegerekend aan andere

gefailleerden, te weten voor een bedrag van € 221.642,05.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Tot en met de 9e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.380.431,49 aan

concurrente schuldvorderingen ingediend. Voor wat betreft de vordering van

SGR: zie hiervoor, punt 8.5.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen. Het totaalbedrag aan concurrente

schuldvorderingen ten tijde van het 10e faillissementsverslag is €

6.380.181,49.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

€ 6.380.331,49

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €

6.380.331,49 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Het totaalbedrag aan concurrente

schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Het totaalbedrag aan concurrente

schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

02-06-2020

6

€ 6.372.848,16

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Tot en met de 15e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.372.848,16 aan

concurrente vorderingen ingediend.

31-05-2021

7

€ 6.373.098,16

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Tot en met de 16e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan

concurrente vorderingen ingediend.

31-05-2022

8

€ 6.373.098,16

Toelichting

30-05-2023

9

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Tot en met de 17e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan

concurrente vorderingen ingediend.

€ 6.373.098,16

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Tot en met de 18e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan

concurrente vorderingen ingediend.

01-03-2024

10

Nog niet bekend. 31-07-2018

3

8.8 Werkzaamheden crediteuren

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie met de belastingdienst. Er is veel gecorrespondeerd en

getelefoneerd met schuldeisers. Er heeft een bespreking met de functionaris

van KPMG Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie

met de belastingdienst over de scholingsaftrek. Tot slot hebben curatoren

(nader) gecorrespondeerd met (de advocaten van) SGR over de (grondslag van

de) vorderingen van SGR.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de belastingdiensten met de functionaris van KPMG

Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie met de

belastingdienst over de scholingsaftrek. Verder hebben curatoren de nieuwe

informatie, afkomstig van SGR, beoordeeld en (nader) gecorrespondeerd met

(de advocaat van) SGR. Er is tot slot gecorrespondeerd en getelefoneerd met

schuldeisers.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie en bespreking met de belastingdienst en de functionaris van

KPMG aangaande de scholingsaftrek. Bespreking met de rechter-commissaris

over standpunt belastingdienst ten aanzien van de scholingsaftrek. Er is

gecorrespondeerd en getelefoneerd met schuldeisers, waaronder (de

advocaten van) SGR.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met de belastingdienst en schuldeisers. Bespreking en

correspondentie met SGR.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie met de belastingdienst, de rechter-commissaris en de door

curatoren ingeschakelde belastingadviseur, waar het betreft de

scholingsaftrek, met SGR, waar het betreft de grondslagen van haar vordering,

en met schuldeisers.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Controle diverse berichten "vermindering loonheffing". Correspondentie met de

advocaten van SGR, waar het betreft de grondslag van haar vordering.

02-06-2020

6

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris.

31-05-2022

8

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris; het opstellen van een dagvaarding; contact met de deurwaarder

inzake de betekening van de dagvaarding.

30-05-2023

9

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

Bijwonen van de zitting bij de rechtbank Rotterdam; bestudering van het

vonnis; correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris.

01-10-2024

11

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

9. Procedures

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

10.1 Plan van aanpak

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

10. Overig

Incasso debiteuren, oplevering huurpanden en afwikkelen kwesties met

betrekking tot uitstaande bankgaranties aan verhuurders, beoordeling van de

vorderingen van SGR, het uitvoeren van de in faillissementen te doen

gebruikelijke onderzoeken.

31-07-2018

3

Beoordeling van de vorderingen van SGR, het uitvoeren van de in

faillissementen te doen gebruikelijke onderzoeken.

29-05-2019

4

Voortzetting van het geschil met SGR; uitvoeren van de in faillissementen te

doen gebruikelijke onderzoeken.

31-05-2022

8

De verwachting is dat de afwikkeling van de OAD-faillissementen enkele jaren

in beslag zal nemen.

31-07-2018

3

1-1-2027 01-07-2026

13

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 31-07-2018

3

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-09-2025

12

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-07-2026

13

Bijlagen