Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Betreft
Algemene gegevens
Globe Reisburo B.V. 31-07-2018
3
mr J.T. Stekelenburg
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Globe Reisburo B.V. tevens handelend onder de namen:
Globe-Reisburogroep
Globe Zakenreizen
Globe Business Travel
Globe Reizen
Globe Travel
Reisbureau Wolters
Oad-A Reizen
Politours
Oad Groningen
Reisbureau Marko Tours
Thoma Reizen
Reisburo Hilversum
Reisorganisatie Uniek
Reis- en Passagebureau Wolters van Kampen
Globe Call Centre
Globe Reisburo ABC Travel
Globe Reisburo Succes
Globe Reisburo Hosli
Globe Telefonisch Reisburo
Oad Reisbureau
Oad Reisburo
Bex Reisbureau
Oad Business Travel
www.vacancia.nl
31-07-2018
3
Reisbureau
(bron: Kamer van Koophandel)
31-07-2018
3
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Door de directie is aan de curatoren een geconsolideerde
(concept)jaarrekening van Oad Groep Holding B.V. over het boekjaar van 1
november 2011 tot en met 31 oktober 2012 overgelegd. Deze jaarrekening is
niet ondertekend en niet gepubliceerd. In de geconsolideerde jaarrekening zijn
de financiële gegevens verwerkt van de tot de Oad Groep Holding B.V.
behorende maatschappijen, waaronder Oad Groep B.V., alsmede
groepsmaatschappijen waarin Oad Groep Holding B.V. overwegende
zeggenschap heeft.
Omzetgegevens:
De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2011/2012 € 575.901.000,00.
De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2010/2011 € 617.070.000,00.
Winst en verlies:
Geconsolideerd
€ 3.006.000,00 verlies in het boekjaar 2011/2012
€ 21.576.000,00 verlies in het boekjaar 2010/2011
Balanstotaal:
Geconsolideerd
€ 74.293.000,00 per 31 oktober 2012
€ 81.602.000,00 per 31 oktober 2011
31-07-2018
3
727
31-07-2018
3
Boedelsaldo
Verslagperiode
€ 4.499.187,09
31-07-2018
3
€ 4.481.298,59
29-05-2019
4
€ 4.430.495,09
28-11-2019
5
€ 4.459.685,94
02-06-2020
6
€ 4.458.359,37
31-05-2021
7
€ 4.445.260,94
31-05-2022
8
€ 4.436.625,36
30-05-2023
9
€ 4.436.346,36
01-03-2024
10
€ 4.417.533,86
Toelichting
Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:
Het verschil met het saldo per einde vorige verslagperiode laat zich met name
verklaren door de betaling van de proceskosten waartoe onder meer Globe
Reisburo B.V. was veroordeeld in de procedure tegen SGR (zie voor een nadere
toelichting van het verloop van die procedure: hoofdstuk 8.5.). Uiteindelijk
zullen die kosten verdeeld dienen te worden over de diverse boedels van de
bij deze procedure betrokken vennootschappen van OAD.
01-10-2024
11
€ 4.417.511,66
01-09-2025
12
€ 4.420.961,91
01-07-2026
13
van
15-1-2018
t/m
14-7-2018
31-07-2018
3
van
15-7-2018
t/m
19-5-2019
29-05-2019
4
van
20-5-2019
t/m
15-11-2019
28-11-2019
5
van
16-11-2019
t/m
15-5-2020
02-06-2020
6
van
16-5-2020
t/m
15-5-2021
31-05-2021
7
van
16-5-2021
t/m
15-5-2022
31-05-2022
8
van
29-2-2024
t/m
15-5-2023
30-05-2023
9
van
2-3-2024
t/m
15-9-2024
01-10-2024
11
van
16-9-2024
t/m
15-8-2025
01-09-2025
12
van 01-07-2026
Bestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
16-8-2025
t/m
15-6-2026
13
VerslagperiodeBestede uren
DISCLAIMER:
Dit verslag strekt ertoe een globaal inzicht te geven over (de stand van
afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording
van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door curatoren. Curatoren leggen
aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de
vereffening van de boedel. Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld.
Desondanks staan curatoren niet in voor de volledigheid, noch voor de
juistheid van het verslag. Dit verslag betreft een momentopname. Het is
mogelijk dat informatie op het moment van publiceren nog niet beschikbaar is,
dan wel niet geopenbaard kan worden, of dat in het verslag weergegeven
informatie achteraf dient te worden bijgesteld. Uiteraard kan dit ingrijpende
gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de eventueel aangehechte
bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de weergegeven vooruitzichten
voor crediteuren, waar het betreft de rangorde, het aantal, de omvang en de
kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag (inclusief eventuele bijlagen)
kunnen geen rechten worden ontleend.
31-07-2018
3
1. Inventarisatie
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
Enig aandeelhouder van Globe Reisburo B.V. is Globe Holding B.V., waarvan
OAD B.V. enig aandeelhouder is, waarvan OAD Groep B.V. enig aandeelhouder
is, waarvan OAD Groep Holding B.V. enig aandeelhouder is. De bestuurders
van Globe Reisburo B.V. zijn de heer J.G. ter Haar, mevrouw Q.F. ter Haar en
Oad Groep B.V. De juridische concernstructuur (organogram) per 1 september
2013, afkomstig van gefailleerden, is als bijlage bij faillissementsverslag 2
gevoegd.
31-07-2018
3
Er zijn geen lopende procedures. 31-07-2018
3
Alle polissen staan op naam van de eveneens gefailleerde vennootschap Oad
Groep Holding B.V. of op naam van Oad Groep B.V. Polissen waarvan de
dekking ziet op het onderhavige faillissement zijn of worden opgezegd. Een
eventuele premierestitutie zal in de boedel vloeien.
31-07-2018
3
De huur van de winkelruimten van 128 Globe vestigingen.
Drieënzestig vestigingen maken deel uit van de doorstart door D-Reizen. De
huurovereenkomsten van deze vestigingen worden in overleg met de
verhuurder en met D-Reizen opgezegd of gaan middels een indeplaatsstelling
over op D-Reizen. De huurpenningen zijn per 15 oktober 2013 voor rekening
van D-Reizen.
Vijf vestigingen maken onderdeel uit van de doorstart door Munckhof Business
Travel Venlo B.V. (Munckhof). De huurovereenkomsten van deze vestigingen
worden in overleg met de verhuurder en met Munckhof opgezegd of gaan
middels een indeplaatsstelling over op Munckhof. De huurpenningen zijn per 1
november 2013 voor rekening van Munckhof. Navraag bij Munckhof heeft
geleerd dat zij met de verhuurders van genoemde panden inmiddels afspraken
heeft gemaakt over de voortzetting van de huur per 1 november 2013. De
huur met betrekking tot die panden is, zekerheidshalve, door curatoren
opgezegd.
Negen vestigingen maken onderdeel uit van de doorstart door R.T/Raiffeisen
Touristic Netherlands B.V. (RTN). De huurovereenkomsten van deze vestigingen
worden in overleg met de verhuurder en met RTN opgezegd of gaan middels
een indeplaatsstelling over op RTN.
Eén vestiging werd gehuurd door Globe, deze vestiging werd echter op basis
van franchise gerund. Deze huurovereenkomst is per 1 oktober 2013
beëindigd, waarna de franchisenemer per die datum een nieuwe
huurovereenkomst heeft gesloten met de verhuurder.
De resterende 50 huurovereenkomsten zijn door de curatoren in verband met
het faillissement opgezegd. Er vindt overleg met de verhuurders plaats over de
wijze en het tijdstip van oplevering. Tevens is er aandacht voor de vraag of
door gefailleerde gestelde bankgaranties terecht door verhuurders zijn
uitgewonnen gelet op de hoogte van de vorderingen ter zake de
huurovereenkomst.
31-07-2018
3
In verslagperiode 3 is gecontroleerd of alle vestigingen die niet zijn verkocht,
zijn ontruimd. Daarvoor is veel gecorrespondeerd met de verhuurders en is
regelmatig overleg gevoerd met de partij die de ontruimingen op verzoek van
de boedel heeft uitgevoerd. Tevens is gecontroleerd of alle lopende
overeenkomsten, in het bijzonder met betrekking tot nutsvoorzieningen, zijn
beëindigd. In een aantal gevallen bleek dit nog niet het geval te zijn. Voor
zover kan worden gecontroleerd, zijn thans alle lopende overeenkomsten
beëindigd. Hierover is intensief met de betreffende instellingen (met name
nutsbedrijven) getelefoneerd en gecorrespondeerd. Voorts is veel aandacht
besteed aan het afwikkelen van de door Globe Reisburo B.V. afgegeven
bankgaranties aan de verhuurders. Met de verhuurders van de locaties die zijn
doorgestart, is in de meeste gevallen de afspraak gemaakt dat de verhuurder
de bankgarantie aan de bank retourneert indien er geen sprake meer is van
een huurachterstand. In een aantal gevallen is de bankgarantie echter wel
voor het volledige bedrag geclaimd terwijl de huurachterstand maximaal twee
tot vier weken bedraagt en het bedrag van de afgeven bankgarantie deze
huurachterstand in de meeste gevallen overstijgt.
De betreffende verhuurders zijn aangeschreven met het verzoek het teveel
geclaimde bedrag aan de boedel terug te betalen. Met betrekking tot de
locaties die niet zijn doorgestart, is gecontroleerd of er een terecht beroep op
de bankgarantie is gedaan. Hierbij is vanzelfsprekend ook rekening gehouden
met de meest recente jurisprudentie op dit punt (o.a. HR 15 oktober 2013).
Ook met deze groep verhuurders is intensief gecorrespondeerd. Tot slot is
reeds een aanvang gemaakt met het vaststellen van de boedel- en
concurrente crediteurenvorderingen van de verhuurders en overige crediteuren
(zoals nutsbedrijven).
In verslagperiode 4 zijn de hiervoor genoemde werkzaamheden voortgezet.
Voor zover thans kan worden beoordeeld, zijn alle lopende overeenkomsten
m.b.t. de nutsvoorzieningen beëindigd en zijn door deze crediteuren
vorderingen ingediend, welke tevens zijn beoordeeld. Verder is een vervolg
gegeven aan het beoordelen van de boedel- en concurrente vorderingen die
door verhuurders zijn ingediend. Tevens is ook in de vierde verslagperiode veel
aandacht besteed aan het afwikkelen van de bankgaranties. Er zijn diverse
bankgaranties retour ontvangen (na betaling van de openstaande
huurpenningen door de boedel omdat dit per saldo een voordeel voor de
boedel opleverde).
Op dit moment zijn 20 locaties nog niet definitief afgewikkeld. Bij acht locaties
bestaat mogelijk nog een vordering op de verhuurder in verband met de door
de verhuurders geclaimde bankgaranties, terwijl de vordering van de
verhuurders lager zijn dan het bedrag van de bankgarantie. Negen locaties
hebben betrekking op het retourneren van bankgaranties (al dan niet na
betalen van achterstallige huurpenningen). Bij een drietal locaties bestaat
mogelijk nog een vordering op de bank die de bankgarantie heeft afgegeven in
verband met het feit dat de bedragen die onder de bankgarantie zijn geclaimd
o.g.v. recente jurisprudentie van de Hoge Raad niet ten laste van de boedel
kunnen worden gebracht.
In verslagperiode 5 zijn de werkzaamheden met betrekking tot de afwikkeling
van de huurlocaties voortgezet. Op dit moment zijn twee bankgaranties nog
niet retour ontvangen. Dit betreffen bankgaranties van voormalige
verhuurders, waarvan het adres moeilijk te achterhalen is. Inmiddels zijn de
betreffende verhuurders aangeschreven. Met betrekking tot één locatie is de
verhuurder aangeschreven met het verzoek het bedrag dat teveel onder de
bankgarantie is geclaimd aan de boedel terug te betalen. Tot op heden heeft
de betreffende verhuurder dit geweigerd. Er wordt thans overleg gevoerd met
de rechter-commissaris aangaande het vervolg. Met betrekking tot een andere
locatie wordt nog gewacht op een reactie van de advocaat van de verhuurder.
1.5 Oorzaak faillissement
Ook in dit geval heeft de verhuurder een te hoog bedrag onder de
bankgarantie geclaimd en dient een deel aan de boedel te worden
terugbetaald. Alle overige locaties zijn inmiddels afgewikkeld. Aan de eventuele
vordering op de bank moet nog gevolg worden gegeven.
In verslagperiode 6 is van twee verhuurders een bedrag retour ontvangen dat
door hen ten onrechte was geclaimd onder de bankgarantie. Van een
voormalig verhuurder is een verklaring ontvangen dat geen aanspraak meer
wordt gemaakt op de bankgarantie. Thans resteert nog een discussie met één
verhuurder. Deze verhuurder is aangeschreven op een zakelijk adres, maar de
verhuurder weigert op verzoeken van de curator te reageren omdat het een
privékwestie zou betreffen. Zijn privégegevens wil deze verhuurder niet
afgeven. De curatoren beraden zich nog over het vervolg. De bank is inmiddels
geïnformeerd over de (mogelijke) vordering van de boedel op de bank in
verband met bedragen die door verhuurders onder de bankgarantie zijn
geclaimd maar op grond van rechtspraak niet ten laste van de boedel kunnen
worden gebracht. De bank heeft onlangs op dit standpunt gereageerd. De
curatoren moeten deze reactie nog nader bestuderen.
In verslagperiode 7 is de discussie met één verhuurder voortgezet. Aangezien
deze verhuurder op geen enkel verzoek reageerde, is met toestemming van de
rechter commissaris een concept-dagvaarding opgesteld en aan de verhuurder
verzonden. Naar aanleiding daarvan heeft deze verhuurder wel gereageerd.
De curatoren zijn thans met de verhuurder in gesprek over de afwikkeling van
de bank-garantie. De betreffende huur is al jaren voor het faillissement
geëindigd. Verhuurder maakt echter nog wel aanspraak op de bankgarantie.
De curatoren hebben de verhuurder gevraagd zijn vordering te onderbouwen.
Tevens onderzoeken de curatoren of de vordering mogelijk is verjaard. Verder
hebben de curatoren het standpunt van de Rabobank met betrekking tot de
(mogelijke) vordering van de boedel op de bank in verband met bedragen die
door verhuurders onder de bankgarantie zijn geclaimd maar op grond van
rechtspraak niet ten laste van de boedel kunnen worden gebracht, nader
bestudeerd. Er is besloten eerst alle discussies met verhuurders af te ronden
voordat de discussie met de bank zal worden gevoerd. Verder is gebleken dat
er nog vijf bankgaranties aan buitenlandse partijen waren afgegeven op
verzoek van respectievelijk Globe Reisburo, Oad Reizen en Vakanties Online
B.V. De curatoren hebben de betreffende partijen ten behoeve van wie de
bankgaranties waren afgegeven, aangeschreven. Alle bankgaranties zijn
inmiddels geretourneerd of de betreffende partijen hebben verklaard dat zij
geen aanspraak meer op de bankgarantie maken.
In verslagperiode 8 is de laatste discussie met een verhuurder afgerond. De
verhuurder heeft tot op het laatste moment geweigerd een passende
afstandsverklaring te geven op grond waarvan de Rabobank de contra-
garantie kon vrijgeven. Gezien het beperkte financiële belang van deze
kwestie is uiteindelijk met de Rabobank overeengekomen dat wordt
aangenomen dat de bankgarantie is vervallen en de door Globe Reisburo B.V.
gestelde zekerheid vrijvalt. Indien er op enig moment een rechtsgeldig beroep
door de verhuurder op de bankgarantie mocht worden gedaan, hetgeen niet
aannemelijk is, en dat beroep wordt door de Rabobank gehonoreerd, dan zal
de boedel het bedrag van de bankgarantie aan de Rabobank vergoeden,
ervan uitgaande dat de door Globe Reisburo B.V. gestelde zekerheid aan de
boedel ten goede is gekomen.
Volgens de bestuurders zijn het slechte economische klimaat en de daardoor
teruglopende omzetten de belangrijkste oorzaken van het faillissement. De
directe oorzaak van het faillissement is volgens de bestuurders de opzegging
van de kredietovereenkomst door de bank. De bank heeft verzocht om een
extra kapitaalinjectie onder een aantal voorwaarden. Aan dit verzoek hebben
de aandeelhouders niet (tijdig) kunnen voldoen. De middelen voor de extra
kapitaalinjectie waren volgens de bestuurders weliswaar beschikbaar doch
voorzagen niet in de mogelijkheid ook tegemoet te komen aan de plotselinge
eis van een crediteur tot het stellen van een bankgarantie. Na de opzegging
van de kredietovereenkomst restte de bestuurders niets meer dan de
aanvraag van het faillissement van Oad Groep B.V. en haar
(klein)dochterondernemingen. Andere bij het faillissement betrokken partijen
noemen andere oorzaken van het faillissement. In de door de curatoren nog
uit te voeren onderzoeken, zal een analyse gemaakt worden van de oorzaak
van de faillissementen.
Door curatoren is aan een advocaat van een ander kantoor dan de kantoren
van curatoren verzocht de handelswijze van de Rabobank voor en bij het
beëindigen van het krediet te beoordelen en curatoren dienaangaande te
adviseren. Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is een
eerste opzet gemaakt voor een onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen, welk onderzoek, zoals te doen gebruikelijk, verder reikt dan
(alleen) het handelen van de bank.
Ten aanzien van de ontwikkelingen in verslagperiode 5 betreffende het
onderzoek naar het optreden van de Rabobank en ten aanzien van de andere
onderzoeken, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting, welke door
hen is opgesteld en welke toelichting als bijlage 1 bij dit verslag is gevoegd.De
Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding heeft per dagvaarding van
17 december 2014 een procedure aangespannen tegen de Rabobank
strekkende tot betaling van € 80.000.000,00. De boedels van de OAD
vennootschappen staan daar buiten. Curatoren doen zelfstandig onderzoek
naar het handelen van de Rabobank (zie algemene toelichting; bijlage 1 bij het
vijfde verslag).
In verslagperiode 6 zijn diverse onderzoeken opgestart, waaronder naar het
optreden van de Rabobank. Verwezen wordt naar de algemene toelichting die
door curatoren is opgesteld en die als bijlage 1 bij het zesde verslag is
gevoegd.
In verslagperiode 7 zijn deze onderzoeken voortgezet.
In verslagperiode 8 hebben curatoren de rechter-commissaris op
vertrouwelijke wijze geïnformeerd over hun bevindingen tot dusverre. De
onderzoeken worden vervolgd.
De vorderingen van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding zijn
door de rechtbank Midden Nederland afgewezen. Genoemde Stichting heeft
hoger beroep aangetekend. De procedure in hoger beroep loopt nog; er is nog
geen uitspraak gedaan.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Curatoren hebben hun claim op Rabobank overgedragen aan de Stichting
Administratiekantoor OAD Groep Holding. Voor wat betreft de achtergronden
waaronder en de voorwaarden waartegen deze overdracht heeft
plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting die op de
websites van de advocatenkantoren van curatoren staat gepubliceerd.
31-07-2018
3
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te
melden.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen
te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk
gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de
procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om
daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.
Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding
tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20
mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien
heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.
uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden
gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.
29-05-2019
4
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
De rechtbank Midden Nederland heeft op 3 juli 2019 uitspraak gedaan. Daarbij
heeft de rechtbank (kort gezegd) aan de Stichting Administratiekantoor OAD
Groep Holding (STAK) opgedragen te bewijzen:
a) dat de toezegging die de heer van Nieuwenhuizen van Rabobank op 20
september 2013 aan mevrouw Bijleveld (toenmalig commissaris van de koning)
deed om "OAD voldoende tijd te gunnen om de transactie met de Twentse
Investeerders rond te krijgen" niet alleen zag op het daarop volgende
weekend maar ook op de tijd om de transactie feitelijk uit te voeren;
b) dat die dag (20 september 2013) een soortgelijke uitspraak is gedaan door
de heer Schat van Rabobank in de richting van OAD;
c) dat een paar dagen later, op 24 september 2013, een telefoongesprek heeft
plaatsgevonden tussen Rabobank en OAD waarin OAD om twee weken uitstel
heeft gevraagd om de transactie te voltooien hetgeen Rabobank heeft
geweigerd;
STAK heeft de rechtbank laten weten dit bewijs te willen leveren door middel
van het horen van een aantal direct betrokkenen, waaronder mevrouw
Bijleveld, als getuigen. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de
getuigenverhoren op 16 en 19 december 2019 zullen plaatsvinden.
Hoewel curatoren niet ontevreden zijn met het verloop van de procedure tot
dusverre, waartoe gerekend het tussenvonnis van 3 juli 2019 (het feit dat de
rechtbank het relevant acht nader geïnformeerd te worden over hetgeen dat is
voorgevallen in de laatste dagen voorafgaande aan het faillissement en in het
bijzonder het optreden van Rabobank in die periode), is het nog te vroeg om
te speculeren over het vervolg (in het bijzonder:
28-11-2019
5
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank
van de zijde van de STAK diverse getuigen gehoord. Rabobank heeft te kennen
gegeven dat ook zij getuigen wenst te horen. Zover is het nog niet gekomen
doordat de procedure, als gevolg van de corona crisis, stil is komen te liggen.
Onduidelijk is op welke termijn de procedure zal worden vervolgd.
02-06-2020
6
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank,
nadat deze procedure weer was opgestart, van de zijde van Rabobank diverse
31-05-2021
7
getuigen gehoord. Nadat de verhoren waren afgerond heeft de rechtbank
STAK en Rabobank in de gelegenheid gesteld om, naar aanleiding van de
verhoren, schriftelijk te reageren. Dit is inmiddels gebeurd. Over het vervolg
van de procedure is op dit moment nog niets bekend. Curatoren verwachten
dat de rechtbank, desgevraagd, opnieuw vonnis zal gaan wijzen.
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
In de voorbije verslagperiode heeft de rechtbank vonnis gewezen in de
procedure tussen STAK en Rabobank. Daarbij zijn de vorderingen van STAK
afgewezen. STAK is inmiddels in hoger beroep gekomen van het vonnis van de
rechtbank. Dit hoger beroep loopt. Binnen afzienbare tijd zal STAK bij het hof
een memorie van grieven indienen waarbij STAK een aantal klachten richt
tegen het vonnis van de rechtbank.
31-05-2022
8
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Zoals gemeld in het vorige verslag is STAK in hoger beroep gekomen van het
vonnis van de rechtbank Midden Nederland waarbij de vorderingen van STAK
tegen Rabobank zijn afgewezen. De stand van zaken in dit hoger beroep is als
volgt: STAK heeft in de voorbije verslagperiode een memorie van grieven
tevens eiswijziging genomen; Rabobank heeft daarop middels een memorie
van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel schriftelijk
gereageerd. STAK heeft vervolgens middels een memorie van antwoord in
incidenteel appel gereageerd op de grieven die Rabobank heeft aangevoerd
tegen het vonnis van de rechtbank Midden Nederland. Het hof Arnhem-
Leeuwarden heeft vervolgens bij tussenarrest van 21 februari 2023 bepaald
dat er een mondelinge behandeling komt waarbij partijen dienen te
verschijnen voor de meervoudige kamer van genoemd hof. De mondelinge
behandeling staat gepland voor 13 september 2023.
30-05-2023
9
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in het door STAK tegen Rabobank
aangespannen hoger beroep tegen de het vonnis van de rechtbank Midden
Nederland bij eindarrest d.d. 20 februari 2024 de vorderingen van STAK
afgewezen met veroordeling van STAK in de kosten van de procedure. Het hof
heeft ook het door Rabobank ingestelde incidenteel appel tegen het vonnis
van de rechtbank Midden-Nederland afgewezen waarbij Rabobank door het
hof veroordeeld is in de kosten van het incidenteel appel. STAK beraadt zich op
de vraag of men in cassatie gaat. Omdat het arrest van het hof dateert van
vlak voor het moment van het leggen van dit verslag is de uitkomst van deze
beraadslaging ten tijde leggen van het verslag nog niet bekend.
01-03-2024
10
Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:
STAK heeft de voorbije verslagperiode, na het verkrijgen van een positief
cassatieadvies, besloten om cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het
gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2024. De cassatieprocedure
loopt inmiddels. Het zal naar verwachting nog zeker een jaar duren voordat de
Hoge Raad uitspraak doet.
01-10-2024
11
Verslagperiode 20 - d.d. 1 september 2025:
In overleg met de rechter-commissaris is besloten om, gezien het beperkt
aantal zaken dat nog speelt, niet langer in elk afzonderlijk faillissement
uitgebreid verslag te leggen maar in plaats dat nog maar slechts te doen in
twee faillissementen: Oad Groep B.V. (voor alle ontwikkelingen, behalve de
ontwikkelingen in de procedure tegen SGR) en Oad Reizen B.V. (voor wat
betreft de ontwikkelingen in de procedure tegen SGR).
Dit met uitzondering van de bijzonderheden betreffende elk faillissement:
01-09-2025
12
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
bestede uren in de afgelopen verslagperiode;
het actuele boedelsaldo;
de actuele stand van zaken met betrekking tot de crediteuren;
datum indiening volgende verslag.
Voor de ontwikkelingen in de afgelopen verslagperiode in dit faillissement
wordt dan ook verwezen naar de verslagen in de faillissementen van Oad
Groep B.V. en Oad Reizen B.V.
2. Personeel
Personeelsleden
727
31-07-2018
3
Personeelsleden
727
31-07-2018
3
Datum AantalToelichting
26-9-2013727
totaal 727
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
Aan alle (voormalige) werknemers zijn in opdracht van de curatoren
jaaropgaven verstrekt. Curatoren hebben geconstateerd dat een aantal
(voormalig) werknemers, die woonachtig zijn in het buitenland, en een aantal
(voormalig) stagiaires niet onder het (Nederlandse) sociaal
verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling vallen en om die reden geen
aanspraken geldend kunnen maken in de richting van het UWV. Een enkeling
heeft zich inmiddels tot curatoren gewend met het verzoek de aanspraak in
behandeling te nemen. Curatoren onderzoeken momenteel hoe omgegaan
dient te worden met dergelijke vorderingen, onder meer wat betreft de vraag
welke status aan deze vorderingen dient te worden toegekend. Een en ander
is van belang, aangezien er, afhankelijk van de status, geen of een (kleine)
kans op uitkering bestaat.
Na onderzoek te hebben gedaan, zijn de curatoren tot de conclusie gekomen
dat de vorderingen van deze crediteuren, die betrekking hebben op de periode
na datum faillissement (grotendeels), moeten worden bestempeld als
zogenaamde "bijzondere faillissementskosten" althans als kosten die (indirect)
in opdracht van de curatoren zijn gemaakt. Gedurende dit onderzoek hebben
de curatoren overleg gevoerd met de rechter commissaris en (beslissers bij)
het UWV. Beiden hebben te kennen gegeven zich (in de onderhavige situatie)
te kunnen vinden in deze conclusie van de curatoren. De betreffende
crediteuren zullen, mits er sprake is van een rechtsgeldige vordering en deze
betrekking heeft op de periode na datum faillissement, bij voorrang (op onder
andere het UWV) worden betaald.
In verslagperiode 5 hebben curatoren genoemde groep werknemers
aangeschreven met het verzoek hun vordering aan te melden/nader te
onderbouwen. Ten tijde van het leggen van het vijfde verslag zijn nog geen
uitbetalingen gedaan aan meergenoemde groep werknemers.
uitgekeerd, waar het betreft de aanspraken van werknemers. Curatoren
stellen vast dat in het onderhavige faillissement de aanspraken van
werknemers tot op heden beperkt zijn, zulks in afwijking van de aanspraken
van werknemers in andere faillissementen van Oad.
In verslagperiode 7 zijn er geen aanspraken van werknemers meer ontvangen
en/of uitgekeerd.
31-07-2018
3
3. Activa
Er zijn geen onroerende zaken aangetroffen in deze vennootschap. 31-07-2018
3
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
Geen. 31-07-2018
3
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Zie onderstaande toelichting en vorige
verslagen.
kantoorinventaris van de 127 Globe vestigingen (de kantoorinventaris
van het 'franchisekantoor' is eigendom van de franchisenemer).
Volkswagen Polo, Volkswagen Golf. Deze voertuigen zullen worden
meegenomen in de veiling van bedrijfsmiddelen van Oad c.s. (zie
hieronder). Deze voertuigen zijn in de veiling verkocht en maken deel uit
van de hierna vermelde totaal opbrengst.
Overige bedrijfsmiddelen Oad c.s.
In verslagperiode 2 hebben curatoren onderzoek gedaan naar de
verkoopmogelijkheden voor de bedrijfsmiddelen die zich in het pand van Oad
c.s. te Holten bevinden. De zaken betroffen met name: kantoormeubilair,
computerapparatuur, travelcards, domeinnamen, vreemde valuta en
(klassieke) voertuigen. Besloten is om toe te werken naar een onlineveiling.
Daartoe is inmiddels opdracht verstrekt aan Troostwijk Veilingen B.V. (hierna:
Troostwijk). De veiling staat gepland voor eind april/begin mei en wordt op dit
moment voorbereid.
In verslagperiode 3 heeft de veiling plaatsgevonden. Op de 676 kavels in deze
veiling werden in totaal 7.039 biedingen uitgebracht door 820 internationale
bieders.
Van de 271 kopers komen de meesten uit Nederland (250). Andere kopers zijn
afkomstig uit België 8), Duitsland (7) Roemenië (3), Spanje (1), Frankrijk (1) en
Luxemburg (1). De opbrengst van de veiling bedraagt, zonder rekening te
houden met de veilingkosten, € 353.672,00. Dit bedrag dient nog op de
boedelrekening te worden ontvangen. Daarnaast heeft nagenoeg gelijktijdig
een veiling plaatsgevonden van domeinnamen en een (na)veiling van
travelcards en vreemde valuta, voor zover deze niet tijdens de eerdere
veilingen waren verkocht. Op de 336 kavels in deze veilingen werden 459
biedingen uitgebracht door 51 internationale bieders. De opbrengst van deze
veilingen bedraagt, zonder rekening te houden met de veilingkosten, €
22.200,00, resp. € 22.316,00. Ook deze bedragen dienen nog op de
boedelrekening te worden ontvangen.
In verslagperiode 4 is op de boedelrekening van Oad Groep B.V. een bedrag
van € 433.378,99 ontvangen. Het gaat daarbij om de opbrengst van de
diverse veilingen.
De afrekening van deze veilingen luidt aldus: € 400.613,00 (opbrengst) -/- €
(subtotaal), te vermeerderen met BTW (21% over een deel gedeelte van de
koopsom, te weten: € 344.629,75), zijnde € 72.372,25, waardoor de
opbrengst, incl. BTW uitkomt op: € 433.378,99.
31-07-2018
3
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
Curatoren merken op dat de totale (bruto) opbrengst van de diverse veilingen
ad € 400.613,00 iets hoger is dan het totaal van de bedragen die in het derde
faillissementsverslag zijn genoemd. Het totaal van die bedragen sloot op een
bedrag van € 397.988,00. Het verschil tussen beide bedragen betreft de
opbrengst van een aantal roerende zaken die zijn nageveild.
De curatoren merken verder op dat over een opbrengst van € 16.377,00 geen
BTW berekend is, daar deze opbrengst ziet op de verkoop van vreemde valuta.
Curatoren merken op dat de opbrengst van de veilingen, waar nodig, nog
toegerekend dient te worden aan de diverse boedels van Oad.
Parallel aan de voorbereiding van de veiling van de roerende zaken hebben
curatoren zich in verslagperiode 2 beziggehouden met het veiligstellen van de
digitale en fysieke administratie. Hierover wordt onder punt 7.1 van dit verslag
nader bericht.
Met Troostwijk is overeengekomen dat zij ervoor zorg draagt dat alle digitale
systemen, alvorens zij ter veiling worden aangeboden, gecertificeerd worden
gewist. Troostwijk heeft alle digitale systemen, alvorens zij ter veiling zijn
aangeboden, in opdracht van curatoren gewist.
Curatoren hebben daarvan een bewijs ontvangen.
Verkoopopbrengst:
(tezamen met de immateriële activa);
-Voor de inventaris in de winkels verkocht aan RTN: € 18.000,00;
(tezamen met de immateriële activa).
Opgemerkt wordt dat Munckhof curatoren op enig moment te kennen
heeft gegeven een aantal inventariszaken te willen kopen, die in eerste
instantie niet bij de koop waren inbegrepen. Uit voormelde hoofde
hebben curatoren nog een bedrag van € 1.644,50 ontvangen.
-Voor de inventaris in de winkels die sluiten is de opbrengst nog niet
bekend. Getracht wordt voor deze inventaris een koper te vinden of om
hierover een deal te maken met de betreffende verhuurder.
In verslagperiode 2 hebben curatoren een partij bereid gevonden om de
winkels, die niet betrokken zijn bij enige doorstart, waartoe tevens te rekenen
winkels van Brooks Reisburo B.V., op te ruimen / leeg te halen. Voor de aldaar
nog aanwezige inventaris is, in acht genomen het feit dat deze partij de
winkels leeghaalt, een koopsom van € 1.210,00 overeengekomen, welke
koopsom inmiddels is ontvangen.
-Opbrengst veilingen, waartoe te rekenen de Volkswagens: € 400.613,00 (zie
hiervoor). Curatoren merken op dat genoemde opbrengsten nog verdeeld
dienen te worden over de diverse boedels van Oad. Zie hiervoor.
Onduidelijk is of dit voorrecht van toepassing is (zie de discussie als vermeld in
Bank/Zekerheden; Toelichting vordering van bank). Afhankelijk van de vraag of
de vordering van de fiscus kan worden voldaan uit het vrij boedelactief, geldt
het voorrecht van de fiscus ten aanzien van bodemzaken.
31-07-2018
3
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
Zie vorige verslagen. 31-07-2018
3
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Zie onderstaande toelichting en vorige
verslagen.
Voorraad VVV-bonnen, dinercheques, bioscoopbonnen etc. De nominale
waarde van de bonnen en cheques is € 26.049,50.
Verkoopopbrengst:
Nog niet bekend, gezocht wordt naar mogelijkheden om de bonnen te gelde te
maken.
In verslagperiode 3 zijn de verkoopmogelijkheden voor genoemde
waardebonnen geïnventariseerd. Dit heeft er in geresulteerd dat de
waardebonnen - na controle en bijstelling van de aantallen - voor een
totaalbedrag van € 18.750,00 zijn verkocht. Dit bedrag is inmiddels op de
boedelrekening ontvangen.
Boedelbijdragen:
Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder
Bank/Zekerheden; Toelichting vordering van bank zullen er wel of geen
(nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.
31-07-2018
3
Zie vorige verslagen. 31-07-2018
3
Toelichting andere activa
De immateriële activa, waaronder het Globe beeldmerk, het daaraan
verbonden klantenbestand van Globe, woordmerk, handelsnamen etc. en
de goodwill;
Het klanten- en relatiebestand van Oad Business Travel;
Saldo ABN AMRO Bank: € 101.309,97;
Kasgeld: € 34.334,03 (gestort op de boedelrekening);
Kasgeld: € 356.028,71 (gestort op de Rabobankrekeningen van de Globe
vestigingen; de Rabobank rekent dit nog af met de boedel). Zie hierna.
Een aandeel in de portefeuille ter zake reis- en annuleringsverzekeringen
(samen met OAD Groep B.V.).
Verkoopopbrengst:
Immateriële activa van de Globe Reisburo's, verkocht aan D-Reizen: €
1.472.728,00 (tezamen met de bedrijfsmiddelen); in verslagperiode 6 is
een aantal beeld- en woordmerken verkocht, dat geen onderdeel
uitmaakte van de immateriële activa welke aan D-Reizen zijn verkocht.
Verkoop heeft plaatsgevonden door middel van een veiling. De netto-
opbrengst van de merken die op naam van Globe Reisburo B.V. staan
bedraagt € 559,63.
Klanten en relatiebestand van Oad Business Travel, verkocht aan
Munckhof: € 881.050,00 (tezamen met de bedrijfsmiddelen).
Saldo ABN AMRO Bank, de bank is verzocht het saldo naar de
boedelrekening over te maken.
De verzekeringsportefeuille is als een geheel verkocht en heeft ongeveer
opgebracht.
De opbrengst van het Allianz deel zal gelijk zijn aan 1,38 maal de provisie
op basis van de
premie per 1 april 2014 De opbrengst van het Allianz deel kan derhalve
iets lager of iets hoger liggen dan het geschatte bedrag van €
350.000,00. Het gaat hoogstens om enkele tienduizenden euro's.
Er is reeds een bedrag van € 1.150.000,00 op de boedelrekening van
Oad Groep B.V. ontvangen. Dit bedrag is nog niet in het financieel verslag
van Oad Groep B.V. verwerkt. Een deel van de opbrengst zal aan Globe
Reisburo B.V. toegerekend moeten worden. Het ontvangen bedrag ad €
1.150.000,00 is in het bijgevoegde geactualiseerd financieel verslag
verwerkt. De koopprijs van het Allianz deel van de portefeuille is bepaald.
Deze koopprijs is € 39.500,00 lager. De portefeuille heeft aldus
uiteindelijk € 1.110.500,00 (€ 1.150.000,00 minus € 39.500,00)
opgebracht. Het bedrag ad € 39.500,00 is aan de koper terugbetaald.
Over de maanden september 2013 tot en met maart 2014 is een bedrag
van € 278.113,48 ontvangen ter zake provisie over het Unigarant deel
van de portefeuille. Het betreffen prolongatieprovisies tot aan de datum
van overdracht, 1 april 2014. Laatstgenoemd bedrag is in eerste
instantie op de boedelrekening van Oad Groep gestort, evenals de
koopprijs van de portefeuille.
In verslagperiode 4 is een bedrag van € 25.801,25 ontvangen. Het betreft hier
een nabetaling door Allianz betreffende provisie over de maand september
2013 (tot aan datum faillissement).
Het kasgeld ad € 356.028,71 dat op de Raborekeningen van gefailleerden
gestort is, is door de Rabobank aan de boedel betaald. Dit bedrag is begrepen
in een totaalbedrag ad € 5.319.628,06 dat de boedels van de Rabobank
hebben ontvangen (zie Bank/Zekerheden toelichting vordering bank).
31-07-2018
3
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Zie vorige verslagen. 31-07-2018
3
4. Debiteuren
Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.
Zie onderstaande toelichting en vorige
verslagen.
Nominaal: € 3.800.000,00 (tezamen met de vorderingen die Oad Busbedrijf
B.V. heeft op derden). Hierin zijn ook begrepen debiteuren die tevens crediteur
zijn (en dus kunnen verrekenen) en intercompany vorderingen. De hiervan
geschoonde portefeuille zal aanzienlijk lager zijn.
Met de doorstarter Oad Bus B.V. zijn afspraken gemaakt over de incasso van
de debiteuren door Oad Bus B.V. De opbrengst van de debiteuren zal in de
boedel vloeien.
In verslagperiode 2 is door Oad Bus B.V. begonnen met de incasso van de
openstaande debiteuren. Uit dien hoofde is inmiddels een bedrag van ruim €
1.100.000,00 ontvangen, deels op de boedelrekening, deels op de oude
Rabobankrekeningen van gefailleerden. De aankomende verslagperiode zal
Oad Bus B.V. de incassowerkzaamheden voortzetten.
Curatoren hebben in verslagperiode 4 aan hen bekende zakenpartners een
brief gezonden waarin curatoren, in voorkomend geval, betrokkenen te kennen
hebben gegeven aanspraak te maken op een klantvergoeding (voor zover er
sprake is van agentuur) en voor het overige alle aanspraken/vorderingen
hebben gestuit. Dit alles is gedaan vanuit het oogpunt van het behoud van
rechten.
De incassowerkzaamheden zijn in verslagperiode 5 voortgezet. Een afgerond
beeld van de betalingen op de vorderingen is er nog niet.
In verslagperiode 6 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso
van debiteuren voortgezet. In deze periode is een aantal vliegmaatschappijen
gedagvaard. Het is niet uitgesloten dat een of meer van de Oad
vennootschappen een vordering heeft c.q. hebben op één of meer
vliegmaatschappijen in verband met de reservering van stoelen. Deze
vordering zou betrekking kunnen hebben op een bonus, commissie, marketing
bijdrage, cumulatieve bezetting of segmentenvergoeding.
De dagvaardingen zijn uitgebracht ter voorkoming van verval van rechten; er is
op langere termijn gedagvaard.
In verslagperiode 7 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso
van debiteuren voortgezet.
31-07-2018
3
In verslagperiode 7 hebben verder diverse besprekingen met
vliegmaatschappijen plaatsgevonden teneinde duidelijkheid te verkrijgen of
een of meer van de boedels (per saldo) een vordering heeft op een of meer
vliegmaatschappijen.
In verslagperiode 8 is ten aanzien van enkele vliegmaatschappijen gebleken
dat de boedels geen vordering hebben op deze vliegmaatschappijen. De
verhouding met de resterende vliegmaatschappijen wordt onderzocht.
Ook in verslagperiode 8 zijn de werkzaamheden die verband houden met de
incasso van debiteuren voortgezet.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
De aanspraken op de overige vliegmaatschappijen zijn onderzocht. Het
onderzoek heeft plaatsgevonden in overleg met een van de bestuurders en
aan de hand van de gegevens uit de dataroom. Gebleken is dat er geen
vorderingen op de overige vliegmaatschappijen zijn.
Voor het overige hebben curatoren in samenspraak met Oad Bus B.V., die tot
nu toe grotendeels de incasso van de debiteuren verzorgde, besloten om zelf
de incasso van de vorderingen, voor zover nog niet voldaan, ter hand te
nemen. De reden hiertoe is gelegen in het feit dat in een aantal gevallen, de
pogingen van Oad Bus B.V. om tot buitengerechtelijke incasso van genoemde
vorderingen te komen, geen effect hebben gehad.
Curatoren verwachten, door thans zelf de incasso ter hand te nemen, meer
resultaat te bereiken, omdat zij (in tegenstelling tot Oad Bus B.V.) wel in staat
zijn om weigerachtige debiteuren voor het gerecht te dagen. Daarnaast heeft
een aantal debiteuren juridische weren opgeworpen, die slechts door
curatoren, zijnde advocaten, kunnen worden beoordeeld. Reden temeer om de
incasso van de nog niet geïncasseerde debiteuren zelf ter hand te nemen. Met
Oad Bus B.V. dient nog een financiële (eind)afrekening plaats te vinden,
betreffende de door Oad Bus B.V. verrichte werkzaamheden, in het kader van
de buitengerechtelijke incasso van vorderingen, zulks op basis van indertijd
tussen curatoren en Oad Bus B.V. gemaakte fee afspraken. Deze afrekening
zal in verslagperiode 10 plaatsvinden.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
In verslagperiode 10 hebben de curatoren de incassowerkzaamheden
voortgezet. Gebleken is dat een aantal debiteuren niet bereid lijkt te betalen.
Curatoren hebben deze debiteuren recent, onder toezending van een concept-
dagvaarding, voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om tot betaling
over te gaan. Mocht dit niet tot betaling leiden, zullen via een gerechtelijke
procedure de weigerachtige debiteuren tot betaling worden gedwongen. De
afrekening met Oad Bus B.V., waar het betreft de door Oad Bus B.V. ten
behoeve van curatoren in het verleden verrichte incassowerkzaamheden, zal
binnen afzienbare tijd plaatsvinden.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
De afrekening met Oad Bus B.V. heeft in de voorbije verslagperiode
plaatsgevonden. Curatoren zijn er in geslaagd om zelf de nodige vorderingen
te incasseren. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van € 65.276,09. Ten
aanzien van een paar debiteuren, die weigeren te betalen, zijn procedures
gestart. Een enkeling heeft zich, onder druk van de procedure, alsnog bereid
getoond om te betalen, zij het dat deze debiteur niet alles in één keer kan
betalen. Curatoren hebben met deze debiteur een betalingsregeling getroffen.
Tegen een enkele debiteur wordt geprocedeerd.
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
Tegen een franchisenemer is een procedure gestart tot betaling van
(afgerond) € 120.000,-. Deze vordering wordt door de debiteur betwist. Gelet
op de argumenten van de boedel enerzijds en de argumenten van de debiteur
anderzijds is een regeling getroffen aldus dat deze debiteur € 85.000,- aan de
boedel betaalt tegen finale kwijting. Voormeld bedrag is op de boedelrekening
ontvangen.
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Curatoren hebben kans gezien om in verslagperiode 12 de incasso van
ontvangen. Daarmee is deze kwestie afgewikkeld.
29-05-2019
4
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Met een debiteur loopt reeds langere tijd een betalingsregeling via een
deurwaarder. In de afgelopen verslagperiode heeft de deurwaarder een
tussentijdse afdracht van geïncasseerde gelden gedaan aan de boedel van €
33.000,-.
02-06-2020
6
Verslag 1- 8: zie vorige verslagen.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Correspondentie en besprekingen met Oad Bus B.V. over de (overname van
de) debiteurenincasso; besprekingen met vliegmaatschappijen, overleg met
een van de bestuurders en raadplegen van de dataroom, alsmede
correspondentie en overleg met de betreffende vliegmaatschappijen.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening van de
incassowerkzaamheden; correspondentie met debiteuren, opstellen van
concept-dagvaardingen.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening; correspondentie met
debiteuren; opstellen van processtukken. Opstellen en doen uitgaan van
dagvaarding in procedure tegen franchisenemer en het treffen van een
regeling.
31-07-2018
3
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Correspondentie met debiteuren.
29-05-2019
4
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Correspondentie met de deurwaarder.
02-06-2020
6
5. Bank / Zekerheden
€ 11.912.089,00
Toelichting vordering van bank(en)
31-07-2018
3
Rabobank (concernfinanciering), € 11.912.089,00 per datum faillissement. De
vordering bestaat met name uit getrokken bankgaranties. Er was per datum
uitspraak faillissement een positief banksaldo van ruim € 4.000.000,00.
De curatoren hebben uit de opbrengst van de doorgestarte onderdelen van de
gehele Oad Groep de bank gelost. De verdere opbrengsten vallen vrij. In een
later stadium zal worden gekeken naar draagplicht van afzonderlijke Oad
vennootschappen en mogelijke regresrechten.
De rechtsgeldigheid van de vorderingen en de zekerheden van de Rabobank
worden nog onderzocht. Laatstgenoemd onderzoek loopt nog. Er zijn nog
diverse punten c.q. onduidelijkheden met betrekking tot de zekerheden. Dit
brengt met zich mee dat de curatoren tot op heden de zekerheden nog niet
hebben kunnen erkennen. De Rabobank en de curatoren dienen nog te
overleggen over de wijze waarop en of deze punten en onduidelijkheden
kunnen worden opgelost respectievelijk weggenomen.
In verslagperiode 3 is uitvoerig met de Rabobank gesproken. Gebleken is dat
de door de bank ingediende vordering geheel bestaat uit door de bank ten
behoeve van schuldeisers van de OAD vennootschappen gestelde
bankgaranties en een verlies op een rentederivaat. Twee bankgaranties met
aanzienlijke bedragen zijn getrokken. Nog niet alle bankgaranties zijn door de
betreffende schuldeisers getrokken. De vordering van de bank zou door het
niet trekken van de bankgaranties uiteindelijk iets lager kunnen zijn. Na
onderzoek is gebleken dat de bank veel meer onder zich heeft dan nodig is
voor de betaling van de vordering van € 11.912.089,00.
Er is, mede door de ontvangst van een groot aantal debiteurenbetalingen,
inmiddels een surplus gekweekt van minstens € 5.319.628,06. De Rabobank is
verder verzocht om € 2.000.000,00 over te boeken naar de boedelrekening
van OAD B.V. Dit is de opbrengst van de onroerende zaak te Goor, die OAD B.V.
in eigendom toebehoorde en die de bank, als hypotheekhouder betreffende
genoemde onroerende zaak, in eerste instantie had opgeëist. De bank heeft
de € 2.000.000,00 in verslagperiode 3 daadwerkelijk gestort op de
aangegeven boedelrekening. De resterende € 5.319.628,06 is desgevraagd
door de bank gestort op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. De
opbrengst van de OAD Touringcar Bedrijf B.V. in eigendom toebehorende
bussen ad € 8.060.000,00 is na verkoop onder voorbehoud van alle rechten
afgedragen aan de Rabobank.
Door overboeking van voormelde bedragen worden eventuele
regresvorderingen geringer. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de toedeling van
opbrengsten nog plaats dient te vinden.
Vooruitlopend op de definitieve toedeling van opbrengsten aan de diverse
overgemaakt van de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. naar de
boedelrekening van Oad Busbedrijf B.V. De reden hiertoe is gelegen in het feit
dat naast OAD Touringcar Bedrijf B.V. ook Oad Busbedrijf B.V. door de
Rabobank was aangesproken tot inlossing van de schulden aan de bank.
Naast het bedrag dat OAD Touringcar Bedrijf B.V. in dat kader aan de bank
heeft betaald (zijnde het eerder genoemde bedrag van € 8.060.000,00), heeft
Oad Busbedrijf B.V. een bedrag van € 440.000,00 aan de bank betaald,
waardoor het totaalbedrag dat aan de bank is betaald uitkomt op €
8.500.000,00. Uiteindelijk heeft de bank, op aandringen van de curatoren,
zoals eerder gemeld, een bedrag van € 5.319.628,06 terugbetaald. Dit bedrag
is ontvangen op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. Omdat in
dit bedrag ook een bedrag zit, dat geacht wordt aan Oad Busbedrijf B.V. toe te
komen, hebben curatoren, naar rato van een ieders bijdrage in hetgeen aan
de bank is betaald, berekend dat van het bedrag dat is terugbetaald Oad
Busbedrijf B.V. recht heeft op een bedrag van € 275.368,94. Aan saldi van de
diverse boedelrekeningen kan door geen enkele schuldeiser enig recht worden
ontleend. De door curatoren ingeschakelde externe advocaat die de
handelwijze van de bank in het kader van de kredietopzegging zal
onderzoeken, zal curatoren ook adviseren aangaande de rechtsgeldigheid van
de door de bank gepretendeerde zekerheden. In verslagperiode 3 is daartoe
door curatoren opdracht gegeven.
Dit onderzoek is nog gaande. De Rabobank is op de hoogte van het feit dat dit
onderzoek de nodige tijd in beslag neemt en dat er eventueel nog claims en/of
klachten (kunnen) volgen. De reden van het feit dat dit onderzoek nog niet is
afgerond, houdt (onder andere) verband met hetgeen daarover is opgemerkt
in de algemene toelichting, die als bijlage 1 bij het verslag is gevoegd.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
In deze verslagperiode is het onderzoek naar het optreden van de Rabobank
afgerond. Curatoren hebben naar aanleiding daarvan besloten om hun claim
op Rabobank over te dragen aan de Stichting Administratiekantoor OAD Groep
Holding. Voor wat betreft de achtergronden waaronder en de voorwaarden
waartegen deze overdracht heeft plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar
de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren van
curatoren staat gepubliceerd.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te
melden.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen
te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk
gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de
procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om
daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.
Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.
Toelichting vordering van bank(en)
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding
tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20
mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien
heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.
uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden
gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.
29-05-2019
4
Toelichting vordering van bank(en)
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
Voor de ontwikkelingen in de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen
naar 1.5.
28-11-2019
5
Toelichting vordering van bank(en)
Verslagperiode 14 – 2 juni 2020:
Voor nadere informatie over de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen
naar 1.5.
02-06-2020
6
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
Op bij de Rabobank door meerdere OAD vennootschappen aangehouden
bankrekeningen zijn na faillissementsdatum de nodige betalingen (door
derden) ontvangen. Deze betalingen zijn grotendeels ontvangen na het
moment dat door de Rabobank de bedragen van € 5.319.625,06 en €
2.000.000,- zijn overgeboekt naar de betreffende OAD vennootschappen (zie
hiervoor). De door de betalingen door derden ontstane creditsaldi bij de
betreffende OAD vennootschappen bedragen samen afgerond € 415.000,-. De
Rabobank heeft voormeld bedrag op een zogenaamde tussenrekening op haar
eigen naam geplaatst. De Rabobank wenst dit totaalbedrag onder zich te
houden om daaruit de kosten van de door haar ingeschakelde advocaten in de
procedure tegen Stichting Administratiekantoor OAD Holding te voldoen. De
Rabobank baseert haar standpunt op een tweetal argumenten. Curatoren
menen dat de Rabobank zich niet kan verhalen op genoemd bedrag van €
415.000,- omdat de door de Rabobank aangedragen argumenten volgens hen
niet valide zijn. Curatoren wensen dat de Rabobank voormeld bedrag aan de
boedels van de betreffende OAD vennootschappen betaalt. In de afgelopen
verslagperiode heeft overleg plaatsgevonden met de Rabobank met als doel
een oplossing voor dit verschil van mening te vinden.
Toelichting vordering van bank(en)
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
In de voorbije verslagperiode heeft Rabobank een bedrag van EUR 414.455,38
op de boedelrekening overgemaakt. Deze betaling ziet op diverse creditsaldi
die ontstaan zijn na datum faillissement. In eerste instantie wilde Rabobank
deze saldi niet aan curatoren overmaken omdat zij daaruit de kosten van de
door haar ingeschakelde advocaten in de procedure tegen STAK wilde voldoen.
Uiteindelijk hebben curatoren met Rabobank een regeling getroffen,
inhoudende dat Rabobank het totaal aan creditsaldi aan curatoren overmaakt,
in ruil waarvoor curatoren - onder strikte voorwaarden - voor maximaal een
bedrag van EUR 15.000 instaan voor de proceskosten, mocht STAK de
procedure tegen Rabobank verliezen (zie 1.5) en STAK de proceskosten
(gedeeltelijk) niet mocht voldoen. De tussen curatoren en Rabobank getroffen
regeling, die is goedgekeurd door de rechter-commissaris, is vastgelegd in een
vaststellingsovereenkomst. Daarmee is de kwestie creditsaldi, op genoemde
(beperkte) proceskostengarantie na, afgerond.
31-05-2021
7
Operationele lease van twaalf auto's bij VWP Car Rent B.V.. De auto's zijn
afgegeven aan de lessor.
Operationele lease van één auto bij Leaseplan Nederland N.V.. De auto is
afgegeven aan de lessor.
31-07-2018
3
Let op: de hierna genoemde zekerheden zijn alle zekerheden die de Rabobank
ten tijde van de uitspraak van het faillissement had op vennootschappen in de
Oad Groep. Niet alle zekerheden hebben betrekking op het onderhavige
faillissement.
De zekerheden van de Rabobank bestaan uit:
het pandrecht op:
-alle huidige en toekomstige inventaris;
-alle huidige en toekomstige voorraden;
31-07-2018
3
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
-alle huidige en toekomstige rechten van intellectueel eigendom;
-alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen op de Stichting Internet
Domein Registratie Nederland (SIDN) uit hoofde van de bij SIDN geregistreerde
domeinnamen;
-alle ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande
rechten/vorderingen op derden en alle rechten/vorderingen die worden
verkregen uit ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande
rechtsverhoudingen;
een recht van hypotheek op:
-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot het hebben van een
overkapping ten behoeve van een overdekte opstapplaats voor passagiers en
auto-bussen op het perceel, gelegen aan de Sint Jansgildestraat te Beek
(gemeente Montferland), kadastraal bekend gemeente Bergh, sectie L nummer
813;
-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 7671 HA Neede, Borculoseweg 36a en 38, kadastraal bekend
gemeente Neede, sectie C nummer 8474;
-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 6881 SM Velp, Emmastraat 7, kadastraal bekend gemeente Velp,
sectie H nummer 2131;
-een perceel grond, gelegen aan de Enterseweg te Goor, kadastraal bekend
gemeente Goor, sectie A nummer 2463;
-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 7471 ST Goor, Breukersweg 2, kadastraal bekend gemeente Goor,
sectie A nummer 3171;
-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 7471 BR Goor, Grotestraat 72 en 72b, kadastraal bekend gemeente
Goor, sectie C nummer 3431;
-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 5, kadastraal bekend
gemeente Holten, sectie E nummer 3374;
-een perceel grond, gelegen aan de Burgemeester van der Borchstraat te
Holten, kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3575;
-het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 1, kadastraal bekend
gemeente Holten, sectie E nummer 3476;
-het bedrijfspand met woning, ondergrond en verdere aanhorigheden, staande
en gelegen te 7451 CH Holten, Burgemeester van der Borchstraat 2, 4 en 6,
kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3492;
-een perceel grond, gelegen aan de Oude Deventerweg te Holten, kadastraal
bekend gemeente Holten, sectie F nummer 5748;
-het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot hebben en houden van
gebouwen en opstallen (bedrijfspand met bedrijfswoning) op het perceel
gelegen te 7462 BA Rijssen, Walstraat 1, 5 en 9, kadastraal bekend gemeente
Rijssen, sectie F nummer 3799;
-het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en
gelegen te 1381 BA Weesp, Slijkstraat 20, kadastraal bekend gemeente
Weesp, sectie A nummer 5359.
Zie hiervoor ("vordering van de bank"). 31-07-2018
3
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
Geen meldingen. 31-07-2018
3
Geen meldingen. 31-07-2018
3
Geen meldingen. 31-07-2018
3
Toelichting
Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld hierboven onder
'toelichting vordering bank' zullen er wel of geen (nadere) afspraken worden
gemaakt over een boedelbijdrage.
31-07-2018
3
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Correspondentie en besprekingen met door curatoren ingeschakelde advocaat,
correspondentie met extern bureau, correspondentie met rechter-commissaris,
correspondentie en besprekingen met vertegenwoordigers Stichting
Administratiekantoor OA Groep Holding en de advocaten van genoemde
Stichting. Opstellen/beoordelen diverse contractstukken verband houdende
met de overdracht van de claim van curatoren op de Rabobank.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Correspondentie met procesadvocaat waar het betreft de introductie van de
procedure tegen Rabobank bij de rechtbank en de overname van deze
procedure door de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD
Groep Holding.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Correspondentie met de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor
OAD Groep Holding.
31-07-2018
3
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van de Stichting
Administratiekantoor OAD Groep Holding. Bestudering/beoordeling van de
processtukken en het bijwonen van de pleidooien in de procedure tussen
Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding en Rabobank.
29-05-2019
4
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting
Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het tussenvonnis van de
rechtbank Midden Nederland, op 3 juli 2019 gewezen in de procedure tussen
STAK en Rabobank, in het bijzonder over de invulling van de door de rechtbank
aan STAK gegeven bewijsopdracht (zie hiervoor, punt 1.5.)
28-11-2019
5
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting
Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het (verloop van het)
getuigenverhoor; het bijwonen van de diverse verhoren.
Overleg en uitvoerige correspondentie met de Rabobank over de creditsaldi op
de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen (zie 5.1).
02-06-2020
6
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Overleg en correspondentie met Rabobank en rechter-commissaris over de
creditsaldi op de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen
(zie 5.1).
31-05-2021
7
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
D-Reizen heeft een doorstart gemaakt met 77 reiswinkels, waarvan er 63 in
het faillissement van Globe Reisburo B.V. zitten, 10 in het faillissement van
Brooks Reisburo B.V. en 4 in het faillissement van Reisburo Van Staalduinen
B.V. RTN heeft de resterende reiswinkels overgenomen en heeft daaruit een
selectie gemaakt van 10 reiswinkels die daadwerkelijk doorgestart zijn.
Munckhof heeft het onderdeel Oad Business Travel doorgestart. Ter toelichting
op de doorstart van het onderdeel van Oad Business Travel merken curatoren
op dat genoemde doorstart de uitkomst is van onderhandelingen met diverse
partijen die te kennen hebben gegeven belangstelling te hebben voor de
overname van activa/activiteiten van Oad Business Travel. Diverse partijen zijn
in de gelegenheid gesteld om een bod uit te brengen op genoemde
activa/activiteiten. Degene met wie, na verkregen toestemming van de rechter-
commissaris en de Rabobank (als zijnde pandhouder), overeenstemming is
bereikt over een overname van meergenoemde activa/activiteiten, had, van
alle partijen met wie onderhandeld is, het beste bod, waarbij opgemerkt wordt
dat de gerealiseerde opbrengst, daar waar het de roerende zaken betreft,
boven de getaxeerde waarde ligt. Voor het overige ziet de opbrengst met
name op het immaterieel actief (met name: het klantenbestand). Wordt
hetgeen daarvoor is geboden/betaald vergeleken met andere biedingen,
stellen curatoren vast dat de gerealiseerde opbrengst goed te noemen is.
In verslagperiode 2 hebben curatoren met Munckhof afgerekend de kosten in
verband met het kortstondig voortgezet gebruik van de panden (zie hiervoor,
ontvangen.
31-07-2018
3
Niet van toepassing. 31-07-2018
3
Zie vorige verslagen. 31-07-2018
3
Doorstarten onderneming
Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018
3
Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018
3
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
Toelichting
Zie hierboven onder "voortzetten".
31-07-2018
3
Toelichting
Zie hierboven onder "voortzetten".
31-07-2018
3
Zie hierboven onder "voortzetten". 31-07-2018
3
7. Rechtmatigheid
Art 2:10 Burgerlijk Wetboek. Het bestuur dient een administratie te voeren
zodanig dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon
kunnen worden gekend. Of aan de boekhoudplicht is voldaan zal worden
onderzocht door de curatoren.
In verslagperiode 2 is aan een internationaal opererend kantoor met
forensisch accountants opdracht gegeven om een "quick scan" uit te voeren
naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Voordat deze "quick
scan" kan worden uitgevoerd dient de fysieke en digitale administratie te
worden zekergesteld.
In verslagperiode 3 is de fysieke en digitale administratie veilig gesteld (zie
hierna). Dit maakt het mogelijk om de aankomende verslagperiode de "quick
scan" te starten. Gezien het feit dat er verschillende onderzoeken naast elkaar
lopen, menen curatoren er verstandig aan te doen om met de verschillende
onderzoekers afspraken te maken omtrent de coördinatie van diverse
onderzoeken, zulks met het doel te voorkomen dat op onderdelen dubbel werk
wordt gedaan. Daarnaast dient tussen de diverse onderzoekers afstemming
plaats te vinden ten aanzien van het (gelijktijdig) gebruik van diverse bronnen,
waaruit geput moet worden (waartoe te rekenen de (fysieke en digitale)
administratie). Het onderzoek ten aanzien van de wijze waarop afstemming
het best kan plaatsvinden loopt nog. Ten aanzien van de ontwikkelingen op dit
punt verwijzen curatoren naar de algemene toelichting.
Fysieke administratie:
Op diverse plaatsen in het pand te Holten is een behoorlijke hoeveelheid
administratie aangetroffen. Het betreft onder meer financiële administratie,
managementinformatie, jaarverslagen, notulen maar ook gedetailleerde
(project)administratie van bepaalde afdelingen van Oad c.s., zoals
Groepsreizen, Sports & Incentives, Disney, etc. Daarnaast is sprake van een
grote hoeveelheid archief, dat tot nu toe in het pand te Holten ligt opgeslagen
31-07-2018
3
(onder meer "Oad Archief" en "directiearchief"). Omdat curatoren op dit
moment niet goed kunnen inschatten welke administratie bij de afwikkeling
van het faillissement relevant is c.q. kan worden, is besloten om de
administratie grotendeels te bewaren. Daarbij dient ook te worden
zekergesteld dat de betreffende administratie goed, snel en gemakkelijk terug
te vinden is. Geconstateerd is dat het om een grote hoeveelheid te archiveren
materiaal gaat, zodat de opslag en indexering daarvan complex is en forse
kosten met zich mee zal brengen. Curatoren hebben een drietal partijen
gevraagd een offerte te maken voor het zekerstellen, indexeren en opslaan
van de administratie. Uiteindelijk is aan Vada Archieven B.V. te Nijverdal
opdracht gegeven deze werkzaamheden uit te voeren. Ten aanzien van de
indexering zullen curatoren een lijst ontvangen waarop de administratie
(ordnerruggen/dossiernaam) en een locatieaanduiding worden vermeld.
Tevens worden foto's genomen van de administratie en de opstelling zoals
deze was, zodat aan de hand daarvan kan worden gereconstrueerd welke
administratie waar stond (welke kamer / plek in de kamer / kast). Curatoren
proberen op deze wijze zeker te stellen dat op zoveel mogelijk manieren
relevante administratie kan worden teruggevonden. Voorts hebben curatoren
met Vada Archieven B.V. afspraken gemaakt over het raadplegen van de
gearchiveerde informatie, bij Vada dan wel middels het toezenden
(digitaal/fysiek) van de betreffende stukken.
Op het moment van verslaglegging betreffende het derde verslag heeft Vada
Archieven B.V. twee/derde van de totale administratie geïnventariseerd en
gerubriceerd, zodat die op welk gewenst moment door curatoren en
onderzoekers, die in opdracht van curatoren werkzaamheden verrichten,
opvraagbaar is. Het gaat daarbij om meer dan 15.000 items (mappen c.q.
ordners). Het streven is om de aankomende weken het geheel af te ronden.
Aan het eind van de rit zullen uiteindelijk ruim 22.000 items zijn gerubriceerd
en geïnventariseerd.
In verslagperiode 4 heeft Vada Archieven B.V. de aan haar opgedragen
werkzaamheden afgerond. De totale administratie is geïnventariseerd en
gerubriceerd. Aan de hand van door Vada opgestelde inventarislijsten kunnen
diverse items behorende tot de administratie op eenvoudige wijze worden
opgevraagd.
In verslagperiode 5 zijn uit de administratie de relevante delen geselecteerd
aan de hand van selectiecriteria. Ongeveer 1.600 ordners zijn aldus als zijnde
relevant gesepareerd. De inhoud van deze ordners diende gescand te worden
opdat deze aan de dataroom toegevoegd kunnen worden. Het proces van het
scannen is recent voltooid. Op het moment van opmaken van dit verslag wordt
de digitale inhoud van de ongeveer 1.600 ordners in de dataroom gebracht
(zie algemene toelichting als bijlage 1 bij dit verslag).
In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de data-room afgerond. In de
dataroom is onder andere een grote hoeveelheid scans van de relevante
stukken uit de fysieke administratie opgenomen. Het is voor curatoren en door
hen ingeschakelde derden mogelijk om via een beveiligde verbinding de
informatie die zich in de dataroom bevindt (waartoe gerekend scans van
stukken uit de fysieke administratie) op afstand te raadplegen.
Digitale administratie:
Curatoren zijn tijdens verslagperiode 2 bezig geweest met het zeker stellen
van de digitale administratie van Oad. Dit is onder meer van belang voor het
incasseren van debiteuren, voor het uitfactureren van onderhanden werk (voor
zover nog niet gebeurd) en voor het reguliere onderzoek naar de
administratie.
7.2 Depot jaarrekeningen
Teneinde de ICT-infrastructuur in kaart te brengen, is een sessie belegd met
als deelnemers (1) een vertegenwoordiging namens curatoren, (2) 3 oud-ICT-
medewerkers van Oad en (3) forensisch accountants, die voor curatoren van
de digitale administratie een backup zullen maken. Tijdens die bespreking is
gebleken dat de ICT-structuur en infrastructuur zeer omvangrijk en complex is,
onder meer omdat een veeltal aan verschillende systemen (deels zelfbouw,
deels op de markt beschikbare pakketten) gebruikt werden/worden en aan
elkaar gekoppeld zijn. Daarbij is bovendien van belang dat het serverpark
(fysiek) deels in het pand te Holten en deels bij een externe partij te Enschede
aanwezig is.
Omdat op het moment van het leggen van het tweede verslag nog niet geheel
duidelijk was welke data in het kader van de afwikkeling van het faillissement
relevant zal zijn, is besloten is om het traject in meerdere fasen op te knippen.
In fase 1 worden de data "sec" zekergesteld. In fase 2 wordt essentiële
bedrijfsinformatie, zoals de financiële administratie, toegankelijk en
raadpleegbaar gemaakt. In de daarop volgende fasen kunnen de betreffende
data vervolgens, voor zover dit nodig mocht blijken te zijn, worden ontsloten
en geraadpleegd.
Met het zekerstellen van de data (en, in de volgende fase, ook met het
raadplegen daarvan), zijn, vanwege de complexiteit en de omvang van het
systeem en de daarin vervatte data, forse kosten gemoeid. Het belang van
een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen brengt met zich dat deze
investering niettemin noodzakelijk is.
In verslagperiode 3 is de eerste fase (het veilig stellen van de digitale
administratie) afgerond en is het bedrijf dat in opdracht van curatoren de
administratie heeft veilig gesteld begonnen met de tweede fase: het ontsluiten
van een deel van de veilig gestelde gegevens (met name: de administratie),
door deze gegevens in bruikbare vorm te exporteren. Tevens wordt door dit
bedrijf, in opdracht van curatoren, onderzoek gedaan naar het live brengen
van de oude systemen, zodat via die weg de veilig gestelde gegevens kunnen
worden benaderd (de derde fase). Ten tijde van het leggen van het derde
verslag liep dat onderzoek nog.
In verslagperiode 4 zijn de belangrijkste digitale systemen live gebracht en is
(mede daardoor) een groot deel van de digitale administratie ontsloten. Een
en ander is van groot belang voor de verdere onderzoeken en discussie met
bepaalde partijen (debiteuren én zakenpartners) over de gehoudenheid tot
betaling.
In verslagperiode 5 zijn de voor de onderzoeken relevante delen uit de digitale
administratie geselecteerd. Dit proces is op het moment van opmaken van dit
verslag nagenoeg voltooid. Na voltooiing zullen de onderzoeken gestart
kunnen worden.
In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de dataroom afgerond. Het is
voor curatoren en door hen ingeschakelde derden mogelijk via een beveiligde
verbinding op afstand informatie uit de dataroom te raadplegen, zulks ten
behoeve van door hen te verrichten onderzoek.
In verslagperiode 7 is veelvuldig gebruik gemaakt van de dataroom.
Ook in verslagperiode 8 is gebruik gemaakt van de dataroom.
Ook in verslagperiode 9 is gebruik gemaakt van de dataroom.
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
Het boekjaar van Oad loopt van 1 november tot 31 oktober. Uit het online
handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de
groepsjaarrekening over het boekjaar 2010-2011 op 6 december 2012 door
OAD Groep Holding B.V. is gedeponeerd. Dat is een overschrijding van de
wettelijke termijn met 6 dagen.
In de rechtspraak wordt een dergelijke overschrijding niet aangemerkt als
onbehoorlijk bestuur dat geacht wordt een belangrijke oorzaak van het
faillissement te zijn. De jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten
tijde van de uitspraak van het faillissement nog niet gepubliceerd.
De curatoren onderzoeken of de wettelijke publicatietermijn voor de
jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 is overschreden en zo ja, wat
daarvan de gevolgen zijn.
31-07-2018
3
Voor de jaarrekening over het boekjaar 2010-2011 is een controleverklaring
afgegeven door een onafhankelijk accountant.
Voor de jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de
uitspraak van het faillissement nog geen controleverklaring afgegeven door
een onafhankelijk accountant.
31-07-2018
3
Door de curatoren zal worden onderzocht of is voldaan aan de verplichting tot
volstorting van de aandelen.
31-07-2018
3
Toelichting
Door de curatoren zal worden onderzocht of bestuurders hun taak kennelijk
onbehoorlijk hebben vervuld en zo ja, of aannemelijk is dat dit een belangrijke
oorzaak is van het faillissement (als bedoeld in art 2:248 Burgerlijk Wetboek),
dan wel of bestuurders anderszins aansprakelijk zijn te achten. In het kader
van het faillissement zullen de curatoren de gebruikelijke onderzoeken doen.
Gelet op de omvang van de onderneming en de met het faillissement gemoeide
belangen, zullen de curatoren bij het doen van onderzoek gebruik maken van
forensisch accountants en externe advocaten. De verwachting is dat het
onderzoek geruime tijd in beslag zal nemen. Zoals hiervoor onder 7.1 al
gemeld is aan een extern kantoor opdracht geven om een "quick scan" uit te
voeren naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Tevens wordt
met een extern advocatenkantoor gewerkt aan een opzet voor een onderzoek
naar de oorzaken van de faillissementen.
Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is in de derde
verslagperiode een eerste opzet voor een onderzoek naar de oorzaken van de
faillissementen en het optreden van het bestuur en toezichthouders, in de
periode voorafgaande aan het faillissement, gemaakt. De verwachting is dat in
het volgende verslag meer hieromtrent te melden zal zijn.
Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 5 ten aanzien van het
onderzoek naar de oorzaken van de faillissementen en het optreden van het
bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,
31-07-2018
3
wordt verwezen naar de algemene toelichting.
Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 6 ten aanzien van het
onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het
bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,
wordt verwezen naar de algemene toelichting.
Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 7 ten aanzien van het
onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het
bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,
wordt verwezen naar de algemene toelichting.
Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 8 ten aanzien van het
onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het
bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,
wordt verwezen naar de algemene toelichting.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
28-11-2019
5
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren
van curatoren staat gepubliceerd.
02-06-2020
6
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van
de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.
31-05-2021
7
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van
de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.
31-05-2022
8
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting behorende bij het vorige verslag (verslagnummer
16) die op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:
Benthem Gratama, staat gepubliceerd. Hangende het hoger beroep in de
procedure tussen STAK en Rabobank zijn er, om redenen als gemeld in
genoemde toelichting, geen zaken te melden. Zie voor een nadere toelichting
van de stand van zaken ten aanzien van de hoger beroepsprocedure hetgeen
daarover vermeld staat aan het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".
30-05-2023
9
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen
naar de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16 dat op de
website van het kantoor van één van de curatoren, te weten: Benthem
Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren- kort gezegd
- aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank nog loopt er,
om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken worden gemeld.
Hoewel in de afgelopen verslagperiode het hoger beroep voor STAK verloren is
gegaan betekent dit niet automatisch dat daarmee de procedure is geëindigd.
STAK kan immers besluiten om in cassatie te gaan. Zolang niet bekend is of en
in hoeverre de procedure wordt gevolgd houden curatoren vast aan de in het
verleden gekozen lijn. Zie voor een nadere toelichting over de uitkomst van de
hoger beroepsprocedure en het vervolg hetgeen daarover vermeld staat aan
het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".
01-03-2024
10
Toelichting
Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:
Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben
plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt
teruggegrepen op de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16
dat op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:
Benthem Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren -
kort gezegd - aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank
01-10-2024
11
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
nog loopt er, om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken
worden gemeld. Hoewel begin dit jaar het hoger beroep voor STAK verloren is
gegaan betekent dit niet dat daarmee de procedure is geëindigd. STAK heeft
immers, zoals eerder in dit verslag gemeld (zie hiervoor hoofdstuk 1.5),
besloten om cassatie in te stellen. Zolang de uitkomst van de procedure
tussen STAK en Rabobank nog niet definitief bekend is, houden curatoren vast
aan de in het verleden gekozen insteek.
Toelichting
Door de curatoren zal onderzoek worden gedaan naar rechtshandelingen die
mogelijk een of meerdere schuldeisers benadeeld hebben, zo nodig worden
deze rechtshandelingen door een buitengerechtelijke verklaring vernietigd. Dit
onderdeel zal mede betrokken worden in het boekenonderzoek.
31-07-2018
3
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
Verslag 1 - 8:
Zie vorige verslagen.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Geen. Voor wat betreft de redenen waarom wordt verwezen naar de
algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren van
curatoren staat gepubliceerd.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Correspondentie met de rechter-commissaris over de nadere opzet en
inrichting van het oorzakenonderzoek; opstellen en invullen van een matrix,
waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal interviews, op systematische
wijze worden geordend/gerubriceerd.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Invullen van een matrix, waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal
interviews, op systematische wijze worden geordend/gerubriceerd;
Correspondentie met de rechter-commissaris over de uitkomst van het
onderzoek en het vervolg.
31-07-2018
3
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het
oorzakenonderzoek.
Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch
accountant.
29-05-2019
4
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het
oorzakenonderzoek; correspondentie/overleg met de door curatoren
ingeschakelde forensisch accountant.
28-11-2019
5
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch
accountant.
02-06-2020
6
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch
accountant.
31-05-2021
7
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch
accountant.
31-05-2022
8
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde
externe deskundige en met de rechter-commissaris; correspondentie met de
rechtbank Rotterdam.
01-03-2024
10
8. Crediteuren
€ 2.154.639,21
Toelichting
Curatoren hebben in aanvang geen bedragen uitgekeerd aan (voormalig)
werknemers die woonachtig zijn in het buitenland en aan een aantal
(voormalig) stagiaires die niet onder het (Nederlandse) sociaal
verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling vallen (zie punt 2). De verwachting
is dat dit in volgende verslagperioden alsnog zal gaan gebeuren. Voor het
overige zijn de boedelvorderingen nog niet volledig bekend, er wordt overleg
gevoerd met diverse verhuurders over het moment van oplevering. Waar
mogelijk worden de winkelpanden eerder opgeleverd dan aan het eind van de
opzegtermijn om zo de boedelvorderingen zoveel mogelijk te beperken.
Curatoren hebben in verslagperiode 6 voor een bedrag van € 178,75 aan
werknemers uitgekeerd, waarvan na onderzoek is vastgesteld dat die een
boedelvordering hebben (zie voor de achterliggende redenen punt 2).
In de periode na faillissement hebben er diverse betalingen op de rekeningen
van de gefailleerde vennootschappen plaatsgevonden. Per geval hebben de
curatoren beoordeeld of de betreffende betaling is aan te merken als een
zogenaamde 'onmiskenbare vergissing' zoals bedoeld in de jurisprudentie. In
dergelijke gevallen dient er tot terugbetaling te worden overgegaan zonder
dat de afwikkeling van het faillissement behoeft te worden afgewacht. Voor
veel gevallen geldt echter dat deze niet zijn te kwalificeren als een
'onmiskenbare vergissing' zodat er geen grond bestaat om het bedrag direct
terug te betalen.
In verslagperiode 7 is de inventarisatie van de vorderingen van verhuurders
afgerond en zijn deze vorderingen ook verwerkt in de crediteurenlijst. In totaal
zijn 49 vorderingen ter hoogte van in totaal € 179.031,74 op de lijst van (nog
niet erkende) boedelvorderingen geplaatst.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Tot en met de 9e verslagperiode zijn door het UWV boedelvorderingen
ingediend wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte van in totaal €
1.969.594,67. Tot en met de 9e verslagperiode zijn door overige crediteuren 4
boedelvorderingen ingediend.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft de boedelvorderingen.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft de boedelvorderingen.
31-07-2018
3
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan waar het
betreft de boedelvorderingen.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode
13 geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.
28-11-2019
5
Toelichting
02-06-2020
8.2 Pref. vord. van de fiscus
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen
wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.
6
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan waar het
betreft de boedelvorderingen.
31-05-2021
7
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan waar het
betreft de boedelvorderingen.
31-05-2022
8
€ 2.154.639,21
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Er hebben zich in verslagperiode 17 geen wijzigingen voorgedaan waar het
betreft de boedelvorderingen.
30-05-2023
9
€ 2.154.639,21
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan waar het
betreft de boedelvorderingen.
01-03-2024
10
€ 2.940.783,88
Toelichting
Een fiscalist die kantoor houdt in het kantoor van een van de curatoren, mr.
G.W. Luesink, is doende de fiscale positie van de vennootschappen in beeld te
brengen. Hij voert daartoe overleg met de belastingdienst. Onder meer is er
een geschil over de vraag of een of meer van de gefailleerde vennootschappen
terecht scholingsaftrek genoten hebben.
In verslagperiode 4 hebben curatoren, na verkregen toestemming van de
rechter commissaris, KPMG Meijburg & Co ingeschakeld om hen bij te staan in
de discussie met de belastingdienst betreffende door Oad genoten fiscale
voordelen, verband houdende met scholingsaftrek. De belastingdienst stelt
zich op het standpunt dat deze aftrek ten onrechte is genomen en heeft om
die reden aan diverse vennootschappen, behorende tot het Oad concern een
aanslag loonbelasting van in totaal ruim € 2.400.000,00 opgelegd. Deze
aanslagen loonheffing zijn vooralsnog aan andere gefailleerde
vennootschappen opgelegd, te weten: Globe Reisburo B.V. (€ 2.118.000,00),
Brooks Reisburo B.V. (€ 230.000,00), Reisburo Van Staalduinen B.V. (€
91.659,00) en OAD Reizen B.V. (€ 3.104,00).
In verslagperiode 5 heeft er overleg plaatsgevonden tussen de functionaris
van Meijburg & Co en de belastingdienst. Dit overleg heeft nog niet tot een
31-07-2018
3
uitkomst geleid. Curatoren hebben in verslagperiode 5 tevens degenen die
indertijd een (advies)rol hebben vervuld terzake van de scholingsaftrek
aansprakelijk gesteld voor de schade die de diverse boedels zullen lijden,
mocht blijken dat ten onrechte scholingsaftrek is genoten. Het betreffen hier
partijen die zelf ook in staat van faillissement verkeren. Curatoren hebben
niets anders gekund dan hun vordering ter verificatie aan te melden.
In verslagperiode 6 heeft KPMG Meijburg & Co diverse informatie aan de
belastingdienst gezonden, die de wijze staven waarop Oad haar opleidingen
had ingericht en de manier waarop Oad is omgegaan met de fiscale
regelgeving op dit punt. De documenten bevestigen naar het oordeel van
KPMG Meijburg & Co dat Oad serieus is omgegaan met het onderwijs en de
daaraan verbonden voorwaarden, dat de opleidingen dan ook realiteitswaarde
hebben gehad en dat de belastingdienst dus ten onrechte stelt dat een en
ander niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen om in aanmerking te komen
voor scholingsaftrek. Afgewacht dient te worden of en in hoeverre de
belastingdienst de namens curatoren gegeven uitleg accepteert.
In verslagperiode 7 is de discussie met de belastingdienst over de
scholingsaftrek voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Op basis
van de huidige stand van zaken, verwachten curatoren dat over deze kwestie
geprocedeerd gaat worden.
Ook in verslagperiode 8 is de discussie met de belastingdienst over de
scholingsaftrek voortgezet, tot op heden zonder resultaat. De aankomende
verslagperiode zal genoemde discussie worden vervolgd. Voorts moet de
verschuldigdheid van buitenlandse omzetbelasting gecontroleerd worden. Ook
aspecten ter zake de vennootschapsbelasting worden bezien. Dit fiscaal
onderzoek loopt nog.
Door de fiscus zijn tot en met de 8e verslagperiode in onderhavig faillissement
preferente vorderingen ingediend ter hoogte van in totaal € 2.952.259,00. Dit
bedrag bevat een vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. c.s. ter
hoogte van € 452.706,00.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Ook in verslagperiode 9 is de discussie met de belastingdienst over de
scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.
Tijdens de 9e verslagperiode is de eerder door de fiscus ingediende preferente
vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. van € 452.706,00 verminderd
tot € 441.230,00. De totale vordering van de fiscus komt hiermee op €
2.940.783,88.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Ook in verslagperiode 10 is de discussie met de belastingdienst over de
scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet. De totale
preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige
verslag.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Ook in verslagperiode 11 is de discussie met de belastingdienst over de
scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft de totale vordering van de fiscus.
Er is aangifte gedaan voor de BTW over het jaar 2017, hetgeen heeft
geresulteerd in een teruggaaf van € 17.483,-. Dit bedrag is op de
boedelrekening ontvangen.
€ 2.986.297,00
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
De discussie met de belastingdienst over de scholingsaftrek is nagenoeg
afgerond. De verwachting is dat een compromis met de belastingdienst
getroffen zal kunnen worden. In het volgende verslag zal daar nader op
ingegaan worden.
Op grond van een aangifte BTW is in de afgelopen verslagperiode € 43.640,-
van de belastingdienst terug ontvangen.
Tijdens de twaalfde verslagperiode heeft de fiscus twee vorderingen ingediend
op de fiscale eenheid Volvere GXXI B.V., Reisburo van Staalduinen B.V. C.S. ter
zake omzetbelasting ter hoogte van in totaal € 45.514,-. De totale preferente
vordering van de fiscus komt hiermee op € 486.744,-.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, na verkregen goedkeuring
van de rechter-commissaris, met de belastingdienst een regeling getroffen (en
als uitvloeisel daarvan met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst
gesloten), op grond waarvan een groot aantal opgelegde naheffingsaanslagen
is verminderd.
Concreet betekent dit dat de aan Globe Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad
€ 2.118.000 zijn verminderd tot een totaalbedrag € 963.173; de aan Brooks
Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad € 230.000 zijn verminderd tot een
totaalbedrag van € 104.327; de aan Reisburo Van Staalduinen B.V. opgelegde
aanslagen ad € 91.659 zijn verminderd tot een totaalbedrag van € 41.648; de
aan OAD Reizen B.V. opgelegde aanslagen ad € 3.104 zijn verminderd tot een
totaalbedrag van € 1.400.
Dit betekent dat van het totaalbedrag aan aanslagen dat indertijd, in het
kader van de scholingsaftrek discussie, door de belastingdienst aan diverse
vennootschappen behorende tot de OAD groep is opgelegd (zijnde een bedrag
van € ruim 2.400.000), thans nog een bedrag van € 1.110.548 resteert
(exclusief heffingsrente, invorderingsrente en kosten).
Kort en goed: de inspanningen van curatoren én de door hen ingeschakelde
adviseur (KPMG Meiburg) hebben geleid tot een vermindering van de
opgelegde aanlagen met meer dan de helft.
Als uitvloeisel van de getroffen regeling hebben curatoren recent een groot
aantal berichten "vermindering loonheffing" van de belastingdienst ontvangen.
Die moeten nog gecontroleerd worden, voordat in de verschillende
faillissementen de uiteindelijke vordering van de belastingdienst, verband
houdende met de scholingsaftrek, genoteerd kan worden.
28-11-2019
5
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
In de voorbije verslagperiode zijn de berichten "vermindering loonheffing",
welke berichten verband houden met en volgen op de met de belastingdienst
getroffen regeling omtrent de scholingsaftrek gecontroleerd en akkoord
bevonden.
02-06-2020
6
8.3 Pref. vord. UWV
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
31-05-2021
7
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
31-05-2022
8
€ 2.986.297,00
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
30-05-2023
9
€ 2.986.297,00
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
01-03-2024
10
€ 1.144.346,88
Toelichting
Door het UWV zijn tot en met verslagperiode 9 preferente vorderingen
ingediend wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte van in totaal €
1.144.346,88.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
Verslagperiode 11 - d.d. 31juli 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
31-07-2018
3
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: De totale preferente vordering
van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
28-11-2019
5
8.4 Andere pref. crediteuren
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: De totale preferente vordering van het
UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
02-06-2020
6
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
31-05-2021
7
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
31-05-2022
8
€ 1.144.346,88
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
30-05-2023
9
€ 1.144.346,88
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van
het vorige verslag.
01-03-2024
10
€ 8.097,00
Toelichting
Ten aanzien van de ontwikkelingen met betrekking tot aanspraken van
voormalige personeelsleden en stagiaires verwijzen curatoren naar hetgeen
hiervoor, onder punt 2, staat gemeld. Tot en met verslagperiode 9 zijn door
andere crediteuren 12 preferente vorderingen ingediend ter hoogte van in
totaal € 8.097,00.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
31-07-2018
3
Toelichting
29-05-2019
4
8.5 Aantal concurrente crediteuren
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode
13 geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.
28-11-2019
5
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen
wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.
02-06-2020
6
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Er hebben zich in verslagperiode 15 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
31-05-2021
7
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Er hebben zich in verslagperiode 16 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
31-05-2022
8
€ 8.097,00
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Er hebben zich in verslagperiode 17 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
30-05-2023
9
€ 8.097,00
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Er hebben zich in verslagperiode 18 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
01-03-2024
10
910
Toelichting
Verslag 1 - 8:
Er bestaat nog geen overzicht van eventueel ingediende vorderingen door
schuldeisers in deze vennootschap. De ingediende vorderingen in alle OAD-
vennootschappen, meer dan 10.000 in totaal, worden gesorteerd en
genoteerd. Bovendien worden de vorderingen summierlijk gecontroleerd als
het vorderingen betreffen op een vennootschap waarin een uitkering te
verwachten is. Curatoren verwachten in het volgende verslag een voorlopige
31-07-2018
3
opstelling te kunnen geven van het totaal aan ingediende vorderingen en de
daarmee gemoeide bedragen. Curatoren achten het voor dit moment te vroeg
om een tussentijdse opgave te doen, aangezien dit, gegeven het feit dat nog
een grote hoeveelheid vorderingen moet worden beoordeeld, een onvolledig
en dientengevolge onjuist beeld geeft van het aantal en de omvang van de
ingediende vorderingen. Voor de werkzaamheden, verband houdende met de
crediteuren, zijn twee medewerkers aangetrokken voor de duur van 6
maanden.
Curatoren merken op dat vlak voor het leggen van het vierde verslag door SGR
een vordering is aangemeld in het faillissement van Globe Reisburo B.V. ten
bedrage van € 144.996,99. Deze vordering zou, volgens opgave van SGR,
mede betrekking hebben op de faillissementen van Reisburo Van Staalduinen
B.V. en Brooks Reisburo B.V.
In verslagperiode 5 zijn curatoren doende geweest om de (grondslag van de)
vorderingen van SGR te beoordelen. Ten tijde van het leggen van het verslag
bestaat daarover nog geen duidelijkheid. Reden waarom deze vorderingen
nog niet zijn opgenomen op de lijst van ingediende schuldvorderingen.
In de zesde verslagperiode is het onderzoek van curatoren naar de (grondslag
van de) vorderingen van SGR voortgezet. Dit heeft tot op heden nog niet
geleid tot een voorlopige erkenning van genoemde vorderingen.
In verslagperiode 7 is het onderzoek ten aanzien van de vorderingen van SGR
voortgezet. In verslagperiode 8 verwachten curatoren een definitief oordeel te
kunnen vellen over genoemde vorderingen, waarbij curatoren uitdrukkelijk
opmerken dat het in alle gevallen zal gaan om een eerste, voorlopige
beoordeling, omdat de vorderingen van SGR nu eenmaal eerst ter gelegenheid
van de verificatievergadering (als die er komt) definitief zullen worden
vastgesteld.
In verslagperiode 8 hebben curatoren met (de advocaat van) SGR
gecorrespondeerd over een aantal kwesties, verband houdende met de door
SGR ingediende vorderingen. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden
met de directeur van SGR, waarbij deze de vorderingen van SGR aan curatoren
heeft toegelicht. Vlak voor het leggen van verslag hebben curatoren een grote
hoeveelheid nieuwe informatie van SGR ontvangen. Deze informatie maakt dat
curatoren, tegen de verwachting in, op het moment van het leggen van dit
verslag nog geen verdere mededelingen kunnen doen over de door SGR
ingediende vorderingen.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Curatoren zijn doende om, aan de hand van de grote hoeveelheid informatie
die door SGR is aangeleverd een concreet oordeel te vellen over de
vorderingen van SGR. Ten tijde van het leggen van dit verslag bestaat
daarover nog geen uitsluitsel.
Tot en met de 9e verslagperiode zijn door crediteuren 911 concurrente
vorderingen ingediend ten bedrage van in totaal € 6.380.431,49.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
In verslagperiode 10 hebben curatoren de grote hoeveelheid nieuwe
informatie, die zij ontvangen hadden van SGR, beoordeeld. Dit heeft tot nieuwe
vragen geleid die aan (de advocaat van) SGR zijn gesteld.
Het aantal concurrente schuldvorderingen ten tijde van het tiende
faillissementsverslag is 910.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Waar het de discussie met SGR betreft zijn geen nieuwe ontwikkelingen te
melden.
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
911
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn door schuldeisers 911 concurrente
vorderingen ingediend.
Er heeft uitvoerig overleg en uitgebreide correspondentie plaatsgevonden met
SGR over de grondslag van de door haar gepretendeerde vorderingen.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
De discussie met SGR is in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder dat
dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende
verslagperiode voortgezet.
Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het
vorige verslag.
28-11-2019
5
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
De discussie met SGR is ook in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder
dat dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende
verslagperiode voortgezet.
Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het
vorige verslag.
02-06-2020
6
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het
vorige verslag (911).
31-05-2021
7
912
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
In de voorbije verslagperiode hebben curatoren de discussie met SGR
voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Omdat curatoren niet
verwachten dat deze kwestie in der minne zal worden opgelost, hebben zij de
rechter-commissaris gevraagd hen machtiging te verlenen om een procedure
tegen SGR te starten. In het volgende verslag zal op dit punt nader verslag
worden gedaan.
Tot en met de 16e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente
vorderingen ingediend.
31-05-2022
8
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
912
Toelichting
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
In de voorbije verslagperiode hebben curatoren van de rechter-commissaris
machtiging gekregen om een procedure tegen SGR te starten. De inzet van
deze procedure is de veroordeling van SGR tot (terug)betaling aan de boedels
van OAD van een bedrag van EUR 7.000.000 te vermeerderen met rente en
kosten. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat SGR - naar het oordeel
van curatoren ten onrechte - onder de in het verleden door OAD verstrekte
bankgarantie heeft getrokken. Hangende de procedure tegen SGR achten
curatoren het niet opportuun om zich nader uit te laten over de grondslagen
van hun vorderingen op SGR. Gezien de lange aanloop die deze kwestie heeft
gekend, bestaat er bij curatoren niet de hoop, noch verwachting, dat partijen
er alsnog in zullen slagen om de zaak te schikken. Daarvoor liggen de
standpunten te ver uiteen.
Tot en met de 17e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente
vorderingen ingediend.
30-05-2023
9
912
Toelichting
Verslagperiode 18 – d.d. 1 maart 2024:
In de door curatoren tegen SGR aangespannen procedure heeft SGR in de
afgelopen verslagperiode voor antwoord geconcludeerd. Zoals verwacht heeft
SGR de rechtbank Rotterdam daarbij gevraagd om curatoren niet ontvankelijk
te verklaren in hun vorderingen/de vorderingen van curatoren af te wijzen.
Aansluitend heeft de rechtbank Rotterdam een comparitie van partijen gelast.
Deze comparitie zal op 4 april a.s. plaatsvinden.
Tot en met de 18e verslagperiode zijn door schuldeisers 912 concurrente
vorderingen ingediend.
01-03-2024
10
Toelichting
Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 juli 2024 de vorderingen van
curatoren tegen SGR afgewezen. Curatoren kunnen zich niet verenigen met dit
oordeel van de rechtbank en hebben de rechter-commissaris gevraagd hen
machtiging te verlenen om hoger beroep te komen. Ten tijde van het leggen
van dit verslag dient deze machtiging nog verkregen te worden. In het
volgende verslag zullen curatoren over het verdere beloop van deze kwestie
nader verslag doen.
01-10-2024
11
€ 6.380.181,49
Toelichting
Volgens de crediteurenlijst uit de administratie van Globe Reisburo B.V.
bedraagt het openstaande saldo zo'n € 12.000.000,00. De crediteuren zijn
aangeschreven en verzocht de vorderingen in te dienen in het faillissement.
31-07-2018
3
Tot en met de 7e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.242.016,95 aan
concurrente vorderingen ingediend (zie 8.5). De totale schuldenlast is gedaald
omdat een deel van de vordering van TUI is toegerekend aan andere
gefailleerden, te weten voor een bedrag van € 221.642,05.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Tot en met de 9e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.380.431,49 aan
concurrente schuldvorderingen ingediend. Voor wat betreft de vordering van
SGR: zie hiervoor, punt 8.5.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 10 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen. Het totaalbedrag aan concurrente
schuldvorderingen ten tijde van het 10e faillissementsverslag is €
6.380.181,49.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Er hebben zich in verslagperiode 11 geen wijzigingen voorgedaan, waar het
betreft genoemde vorderingen.
€ 6.380.331,49
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €
6.380.331,49 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.
29-05-2019
4
Toelichting
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Het totaalbedrag aan concurrente
schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
28-11-2019
5
Toelichting
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Het totaalbedrag aan concurrente
schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.
02-06-2020
6
€ 6.372.848,16
Toelichting
Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:
Tot en met de 15e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.372.848,16 aan
concurrente vorderingen ingediend.
31-05-2021
7
€ 6.373.098,16
Toelichting
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Tot en met de 16e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan
concurrente vorderingen ingediend.
31-05-2022
8
€ 6.373.098,16
Toelichting
30-05-2023
9
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Tot en met de 17e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan
concurrente vorderingen ingediend.
€ 6.373.098,16
Toelichting
Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:
Tot en met de 18e verslagperiode is voor een bedrag ad € 6.373.098,16 aan
concurrente vorderingen ingediend.
01-03-2024
10
Nog niet bekend. 31-07-2018
3
8.8 Werkzaamheden crediteuren
Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.
Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:
Correspondentie met de belastingdienst. Er is veel gecorrespondeerd en
getelefoneerd met schuldeisers. Er heeft een bespreking met de functionaris
van KPMG Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie
met de belastingdienst over de scholingsaftrek. Tot slot hebben curatoren
(nader) gecorrespondeerd met (de advocaten van) SGR over de (grondslag van
de) vorderingen van SGR.
Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:
Correspondentie met de belastingdiensten met de functionaris van KPMG
Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie met de
belastingdienst over de scholingsaftrek. Verder hebben curatoren de nieuwe
informatie, afkomstig van SGR, beoordeeld en (nader) gecorrespondeerd met
(de advocaat van) SGR. Er is tot slot gecorrespondeerd en getelefoneerd met
schuldeisers.
Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:
Correspondentie en bespreking met de belastingdienst en de functionaris van
KPMG aangaande de scholingsaftrek. Bespreking met de rechter-commissaris
over standpunt belastingdienst ten aanzien van de scholingsaftrek. Er is
gecorrespondeerd en getelefoneerd met schuldeisers, waaronder (de
advocaten van) SGR.
31-07-2018
3
Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:
Correspondentie met de belastingdienst en schuldeisers. Bespreking en
correspondentie met SGR.
29-05-2019
4
Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:
Correspondentie met de belastingdienst, de rechter-commissaris en de door
curatoren ingeschakelde belastingadviseur, waar het betreft de
scholingsaftrek, met SGR, waar het betreft de grondslagen van haar vordering,
en met schuldeisers.
28-11-2019
5
Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:
Controle diverse berichten "vermindering loonheffing". Correspondentie met de
advocaten van SGR, waar het betreft de grondslag van haar vordering.
02-06-2020
6
Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:
Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde
externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-
commissaris.
31-05-2022
8
Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:
Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde
externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-
commissaris; het opstellen van een dagvaarding; contact met de deurwaarder
inzake de betekening van de dagvaarding.
30-05-2023
9
Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:
Bijwonen van de zitting bij de rechtbank Rotterdam; bestudering van het
vonnis; correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde
externe deskundige en met de rechter-commissaris.
01-10-2024
11
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
9. Procedures
Niet van toepassing. 31-07-2018
3
Niet van toepassing. 31-07-2018
3
Niet van toepassing. 31-07-2018
3
Niet van toepassing. 31-07-2018
3
10.1 Plan van aanpak
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
10. Overig
Incasso debiteuren, oplevering huurpanden en afwikkelen kwesties met
betrekking tot uitstaande bankgaranties aan verhuurders, beoordeling van de
vorderingen van SGR, het uitvoeren van de in faillissementen te doen
gebruikelijke onderzoeken.
31-07-2018
3
Beoordeling van de vorderingen van SGR, het uitvoeren van de in
faillissementen te doen gebruikelijke onderzoeken.
29-05-2019
4
Voortzetting van het geschil met SGR; uitvoeren van de in faillissementen te
doen gebruikelijke onderzoeken.
31-05-2022
8
De verwachting is dat de afwikkeling van de OAD-faillissementen enkele jaren
in beslag zal nemen.
31-07-2018
3
1-1-2027 01-07-2026
13
Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 31-07-2018
3
Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-09-2025
12
Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-07-2026
13
Bijlagen