Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 01-07-2026

Magazine Travel · KVK 38016313 ·F.08/13/822
Verslagdatum
01-07-2026
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Overijssel

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 08_ove_13_822_F_V_40 ·Tekst verwerkt op 25-09-2026 05:20

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Betreft

Algemene gegevens

OAD Reizen B.V. 31-07-2018

3

t.h.o.d.n. OAD Cycletours, OAD Reisbureau, OAD Reizen B.V., Magazine Travel,

OAD Speciale Reizen, OAD Sportreizen en Travelicious.

Gevestigd en kantoorhoudende te (7451 CH) Holten aan de Burgemeester van

der Borchstraat 2 en voorts te (5616 RX) Eindhoven aan het Stadionplein 3,

h.o.d.n. OAD Reisbureau.

KvK: 38016313

31-07-2018

3

Exploitatie van een reisonderneming.

Bron: uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel.

31-07-2018

3

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2010 € 617.070.000,00 € -21.576.000,00 € 81.602.000,00
2011 € 575.901.000,00 € -3.006.000,00 € 74.293.000,00

Verslagnummer 13

Datum verslag 01-07-2026

Insolventienummer F.08/13/822

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000012302:F007

Datum uitspraak 27-09-2013

R-C mr. K.J. Haarhuis

Curator mr E.H. Bruggink

mr J.T. Stekelenburg

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Door de directie is aan de curatoren een geconsolideerde (concept)

jaarrekening van OAD Groep Holding B.V. over het boekjaar van 1 november

2011 tot en met 31 oktober 2012 overgelegd. Deze jaarrekening is niet

ondertekend en niet gepubliceerd. In de geconsolideerde jaarrekening zijn de

financiële gegevens verwerkt van de tot de OAD Groep Holding B.V. behorende

maatschappijen, waaronder Oad Groep B.V., alsmede groepsmaatschappijen

waarin OAD Groep Holding B.V. overwegende zeggenschap heeft.

Omzetgegevens:

De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2011/2012 € 575.901.000,00
De netto omzet bedroeg in het boekjaar 2010/2011 € 617.070.000,00

Winst en verlies:

Geconsolideerd

€ 3.006.000,00 verlies in het boekjaar 2011/2012

€ 21.576.000,00 verlies in het boekjaar 2010/2011

Balanstotaal:

Geconsolideerd

€ 74.293.000,00 per 31 oktober 2012

€ 81.602.000,00 per 31 oktober 2011

31-07-2018

3

537

31-07-2018

3

Boedelsaldo

Verslagperiode

€ 1.427.357,46

31-07-2018

3

€ 1.337.445,99

29-05-2019

4

€ 1.347.609,14

28-11-2019

5

€ 1.274.548,36

02-06-2020

6

€ 1.213.914,21

31-05-2021

7

€ 1.794.010,36

31-05-2022

8

€ 1.758.423,86

30-05-2023

9

€ 1.733.636,62

01-03-2024

10

€ 1.732.257,37

01-10-2024

11

€ 1.685.540,52

01-09-2025

12

€ 1.645.524,15

01-07-2026

13

van

15-1-2018

t/m

14-7-2018

31-07-2018

3

van

15-7-2018

t/m

19-5-2019

29-05-2019

4

van 28-11-2019

5

Bestede uren

20-5-2019

t/m

15-11-2019

van

16-11-2019

t/m

15-5-2020

02-06-2020

6

van

16-5-2020

t/m

15-5-2021

31-05-2021

7

van

16-5-2021

t/m

15-5-2022

31-05-2022

8

van

16-5-2022

t/m

15-5-2023

30-05-2023

9

van

2-3-2024

t/m

15-9-2024

01-10-2024

11

van

16-9-2024

t/m

15-8-2025

01-09-2025

12

van

16-8-2025

t/m

15-6-2026

01-07-2026

13

Bestede uren

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

VerslagperiodeBestede uren

3 0 uur 0 min
4 0 uur 0 min
5 78 uur 7 min
6 43 uur 45 min
7 112 uur 52 min
8 94 uur 7 min
9 49 uur 30 min
10 6 uur 38 min
11 37 uur 51 min
12 70 uur 30 min
13 31 uur 58 min
Totaal 525 uur 18 min

DISCLAIMER:

Dit verslag strekt ertoe een globaal inzicht te geven over (de stand van

afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording

van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door curatoren. Curatoren leggen

aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de

vereffening van de boedel. Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld.

Desondanks staan curatoren niet in voor de volledigheid, noch voor de

juistheid van het verslag. Dit verslag betreft een momentopname. Het is

mogelijk dat informatie op het moment van publiceren nog niet beschikbaar is,

dan wel niet geopenbaard kan worden, of dat in het verslag weergegeven

informatie achteraf dient te worden bijgesteld. Uiteraard kan dit ingrijpende

gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de eventueel aangehechte

bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de weergegeven vooruitzichten

voor crediteuren, waar het betreft de rangorde, het aantal, de omvang en de

kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag (inclusief eventuele bijlagen)

kunnen geen rechten worden ontleend.

31-07-2018

3

1. Inventarisatie

Enig aandeelhouder van OAD Reizen B.V. is OAD Reisorganisatie Holding B.V.,

waarvan Oad B.V. enig aandeelhouder is, waarvan OAD Groep B.V. enig

aandeelhouder is, waarvan OAD Groep Holding B.V. enig aandeelhouder is. De

bestuurders van OAD Reizen B.V. zijn de heer J.G. ter Haar, mevrouw Q.F. ter

Haar, de heer F.W. Schuitemaker en OAD Groep B.V. De bestuurders zijn

31-07-2018

3

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurders). De juridische concernstructuur

(organogram) per 1 september 2013, afkomstig van gefailleerden, is als bijlage

bij faillissementsverslag 2 gevoegd.

Er zijn geen lopende procedures. 31-07-2018

3

Alle polissen staan op naam van de eveneens gefailleerde vennootschap Oad

Groep Holding B.V. of op naam van Oad Groep B.V. Polissen waarvan de

dekking ziet op het onderhavige faillissement zijn of worden opgezegd. Een

eventuele premierestitutie zal in de boedel vloeien.

31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Volgens de bestuurders zijn het slechte economische klimaat en de daardoor

teruglopende omzetten de belangrijkste oorzaken van het faillissement. De

directe oorzaak van het faillissement is volgens de bestuurders de opzegging

van de kredietovereenkomst door de bank. De bank heeft verzocht om een

extra kapitaalinjectie onder een aantal voorwaarden. Aan dit verzoek hebben

de aandeelhouders niet (tijdig) kunnen voldoen. De middelen voor de extra

kapitaalinjectie waren volgens de bestuurders weliswaar beschikbaar doch

voorzagen niet in de mogelijkheid ook tegemoet te komen aan de plotselinge

eis van een crediteur tot het stellen van een bankgarantie. Na de opzegging

van de kredietovereenkomst restte de bestuurders niets meer dan de

aanvraag van het faillissement van Oad Groep B.V. en haar

(klein)dochterondernemingen. Andere bij het faillissement betrokken partijen

noemen andere oorzaken van het faillissement. In de door de curatoren nog

uit te voeren onderzoeken, zal een analyse gemaakt worden van de oorzaak

van de faillissementen. Door curatoren is aan een advocaat van een ander

kantoor dan de kantoren van curatoren verzocht de handelwijze van de

Rabobank voor en bij het beëindigen van het krediet te beoordelen en

curatoren dienaangaande te adviseren. Met het in 7.1 vermelde internationaal

opererende kantoor is een eerste opzet gemaakt voor een onderzoek naar de

oorzaken van de faillissementen, welk onderzoek, zoals te doen gebruikelijk,

verder reikt dan (alleen) het handelen van de bank.

Ten aanzien van de ontwikkelingen in verslagperiode 5 betreffende het

onderzoek naar het optreden van de Rabobank en ten aanzien van de andere

onderzoeken, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting, welke door

hen is opgesteld. De Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding heeft

per dagvaarding van 17 december 2014 een procedure aan-gespannen tegen

de Rabobank strekkende tot betaling van € 80.000.000,--. De boedels van de

OAD vennootschappen staan daar buiten. Curatoren doen zelfstandig

onderzoek naar het handelen van de Rabobank (zie algemene toelichting;

bijlage 1 bij het vijfde verslag).

31-07-2018

3

In verslagperiode 6 zijn diverse onderzoeken opgestart, waaronder naar het

optreden van de Rabobank. Verwezen wordt naar de algemene toelichting die

door curatoren is opgesteld en die als bijlage 1 bij het zesde verslag is

gevoegd.

In verslagperiode 7 zijn deze onderzoeken voortgezet.

In verslagperiode 8 hebben curatoren de rechter-commissaris op

vertrouwelijke wijze geïnformeerd over hun bevindingen tot dusverre. De

onderzoeken worden vervolgd. De vorderingen van de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding zijn door de rechtbank Midden

Nederland afgewezen. Genoemde Stichting heeft hoger beroep aangetekend.

De procedure in hoger beroep loopt nog; er is nog geen uitspraak gedaan.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Curatoren hebben hun claim op Rabobank overgedragen aan de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Voor wat betreft de achtergronden

waaronder en de voorwaarden waartegen deze overdracht heeft

plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar de algemene toelichting die op de

websites van de advocatenkantoren van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De rechtbank Midden Nederland heeft op 3 juli 2019 uitspraak gedaan. Daarbij

heeft de rechtbank (kort gezegd) aan de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding (STAK) opgedragen te bewijzen:

a) dat de toezegging die de heer van Nieuwenhuizen van Rabobank op 20

september 2013 aan mevrouw Bijleveld (toenmalig commissaris van de koning)

deed om "OAD voldoende tijd te gunnen om de transactie met de Twentse

Investeerders rond te krijgen" niet alleen zag op het daarop volgende

weekend maar ook op de tijd om de transactie feitelijk uit te voeren;

b) dat die dag (20 september 2013) een soortgelijke uitspraak is gedaan door

de heer Schat van Rabobank in de richting van OAD;

c) dat een paar dagen later, op 24 september 2013, een telefoongesprek heeft

plaatsgevonden tussen Rabobank en OAD waarin OAD om twee weken uitstel

heeft gevraagd om de transactie te voltooien hetgeen Rabobank heeft

geweigerd;

STAK heeft de rechtbank laten weten dit bewijs te willen leveren door middel

van het horen van een aantal direct betrokkenen, waaronder mevrouw

Bijleveld, als getuigen. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de

28-11-2019

5

getuigenverhoren op 16 en 19 december 2019 zullen plaatsvinden.

Hoewel curatoren niet ontevreden zijn met het verloop van de procedure tot

dusverre, waartoe gerekend het tussenvonnis van 3 juli 2019 (het feit dat de

rechtbank het relevant acht nader geïnformeerd te worden over hetgeen dat is

voorgevallen in de laatste dagen voorafgaande aan het faillissement en in het

bijzonder het optreden van Rabobank in die periode), is het nog te vroeg om

te speculeren over het vervolg (in het bijzonder: de uitspraak van de

rechtbank die volgt mocht STAK in haar bewijsopdracht slagen).

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank

van de zijde van de STAK diverse getuigen gehoord. Rabobank heeft te kennen

gegeven dat ook zij getuigen wenst te horen. Zover is het nog niet gekomen

doordat de procedure, als gevolg van de corona crisis, stil is komen te liggen.

Onduidelijk is op welke termijn de procedure zal worden vervolgd.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode zijn in de procedure tussen STAK en Rabobank,

nadat deze procedure weer was opgestart, van de zijde van Rabobank diverse

getuigen gehoord. Nadat de verhoren waren afgerond heeft de rechtbank

STAK en Rabobank in de gelegenheid gesteld om, naar aanleiding van de

verhoren, schriftelijk te reageren. Dit is inmiddels gebeurd. Over het vervolg

van de procedure is op dit moment nog niets bekend. Curatoren verwachten

dat de rechtbank, desgevraagd, opnieuw vonnis zal gaan wijzen.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode heeft de rechtbank vonnis gewezen in de

procedure tussen STAK en Rabobank. Daarbij zijn de vorderingen van STAK

afgewezen. STAK is inmiddels in hoger beroep gekomen van het vonnis van de

rechtbank. Dit hoger beroep loopt. Binnen afzienbare tijd zal STAK bij het hof

een memorie van grieven indienen waarbij STAK een aantal klachten richt

tegen het vonnis van de rechtbank.

31-05-2022

8

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Zoals gemeld in het vorige verslag is STAK in hoger beroep gekomen van het

vonnis van de rechtbank Midden Nederland waarbij de vorderingen van STAK

tegen Rabobank zijn afgewezen. De stand van zaken in dit hoger beroep is als

volgt: STAK heeft in de voorbije verslagperiode een memorie van grieven

tevens eiswijziging genomen; Rabobank heeft daarop middels een memorie

van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel schriftelijk

gereageerd. STAK heeft vervolgens middels een memorie van antwoord in

incidenteel appel gereageerd op de grieven die Rabobank heeft aangevoerd

tegen het vonnis van de rechtbank Midden Nederland. Het hof Arnhem-

Leeuwarden heeft vervolgens bij tussenarrest van 21 februari 2023 bepaald

dat er een mondelinge behandeling komt waarbij partijen dienen te

verschijnen voor de meervoudige kamer van genoemd hof. De mondelinge

behandeling staat gepland voor 13 september 2023.

30-05-2023

9

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in het door STAK tegen Rabobank

aangespannen hoger beroep tegen de het vonnis van de rechtbank Midden

Nederland bij eindarrest d.d. 20 februari 2024 de vorderingen van STAK

afgewezen met veroordeling van STAK in de kosten van de procedure. Het hof

heeft ook het door Rabobank ingestelde incidenteel appel tegen het vonnis

van de rechtbank Midden-Nederland afgewezen waarbij Rabobank door het

hof veroordeeld is in de kosten van het incidenteel appel. STAK beraadt zich op

de vraag of men in cassatie gaat. Omdat het arrest van het hof dateert van

01-03-2024

10

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

vlak voor het moment van het leggen van dit verslag is de uitkomst van deze

beraadslaging ten tijde leggen van het verslag nog niet bekend.

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

STAK heeft de voorbije verslagperiode, na het verkrijgen van een positief

cassatieadvies, besloten om cassatie in te stellen tegen de uitspraak van het

gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 februari 2024. De cassatieprocedure

loopt inmiddels. Het zal naar verwachting nog zeker een jaar duren voordat de

Hoge Raad uitspraak doet.

01-10-2024

11

Verslagperiode 20 - d.d. 1 september 2025:

In overleg met de rechter-commissaris is besloten om, gezien het beperkt

aantal zaken dat nog speelt, niet langer in elk afzonderlijk faillissement

uitgebreid verslag te leggen maar in plaats dat nog maar slechts te doen in

twee faillissementen: Oad Groep B.V. (voor alle ontwikkelingen, behalve de

ontwikkelingen in de procedure tegen SGR) en Oad Reizen B.V. (voor wat

betreft de ontwikkelingen in de procedure tegen SGR).

Dit met uitzondering van de bijzonderheden betreffende elk faillissement:

bestede uren in de afgelopen verslagperiode;

het actuele boedelsaldo;

de actuele stand van zaken met betrekking tot de crediteuren;

datum indiening volgende verslag.

Voor de ontwikkelingen in de afgelopen verslagperiode in dit faillissement

wordt dan ook verwezen naar de verslagen in de faillissementen van Oad

Groep B.V. , behoudens hetgeen hierna in dit verslag vermeld staat over de

procedure tegen SGR (zie hoofdstuk 8.5).

01-09-2025

12

2. Personeel

Personeelsleden

537

31-07-2018

3

Personeelsleden

537

31-07-2018

3

Datum AantalToelichting

26-9-2013537

totaal 537

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

Aan alle (voormalige) werknemers zijn in opdracht van de curatoren

jaaropgaven verstrekt. Curatoren hebben geconstateerd dat een aantal

(voormalig) werknemers, die woonachtig zijn in het buitenland, en een aantal

(voormalig) stagiaires niet onder het (Nederlandse) sociaal

verzekeringsstelsel/de loongarantieregeling vallen en om die reden geen

aanspraken geldend kunnen maken in de richting van het UWV. Een enkeling

heeft zich inmiddels tot curatoren gewend met het verzoek de aanspraak in

behandeling te nemen.

Curatoren onderzoeken momenteel hoe omgegaan dient te worden met

dergelijke vorderingen, onder meer wat betreft de vraag welke status aan

deze vorderingen dient te worden toegekend. Een en ander is van belang,

aangezien er, afhankelijk van de status, geen of een (kleine) kans op uitkering

bestaat.

Na onderzoek te hebben gedaan, zijn de curatoren tot de conclusie gekomen

dat de vorderingen van deze crediteuren, die betrekking hebben op de periode

na datum faillissement (grotendeels), moeten worden bestempeld als

zogenaamde "bijzondere faillissementskosten", althans als kosten die

(indirect) in opdracht van de curatoren zijn gemaakt.

Gedurende dit onderzoek hebben de curatoren overleg gevoerd met de

rechter-commissaris en (beslissers bij) het UWV. Beiden hebben te kennen

gegeven zich (in de onderhavige situatie) te kunnen vinden in deze conclusie

van de curatoren. De betreffende crediteuren zullen, mits er sprake is van een

rechtsgeldige vordering en deze betrekking heeft op de periode na datum

faillissement, bij voorrang (op onder andere het UWV) worden betaald.

Het gros van voormelde crediteuren heeft in verslagperiode 5 aan de hand van

stukken aangetoond en onderbouwd dat zij een rechtsgeldige vordering

(betrekking hebbende op de periode na datum faillissement) hebben. Deze

crediteuren zijn inmiddels betaald (zie hierna punt 8.1). Er zijn nog enkele

crediteuren (van deze groep) die nog stukken dienen aan te leveren (alvorens

tot uitbetaling kan worden overgegaan).

In verslagperiode 6 hebben curatoren voor in totaal een bedrag van € 900,97

aan werknemers uitgekeerd (zie hierna punt 8.1).

In verslagperiode 7 hebben curatoren geen aanspraken meer van werknemers

ontvangen en/of uitgekeerd.

31-07-2018

3

3. Activa

Er zijn geen onroerende zaken aangetroffen in deze vennootschap. 31-07-2018

3

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

Geen. 31-07-2018

3

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00

In verslagperiode 2 hebben curatoren onderzoek gedaan naar de

verkoopmogelijkheden voor de bedrijfsmiddelen die zich in het pand van Oad

c.s. te Holten bevinden. Besloten is om toe te werken naar een online-veiling.

Daartoe is inmiddels opdracht verstrekt aan Troostwijk Veilingen B.V. (hierna:

Troostwijk). De veiling staat gepland voor eind april/begin mei en wordt op dit

moment voorbereid.

In verslagperiode 3 heeft de veiling plaatsgevonden. Op de 676 kavels in deze

veiling werden in totaal 7.039 biedingen uitgebracht door 820 internationale

bieders. Van de 271 kopers komen de meesten uit Nederland (250). Andere

kopers zijn afkomstig uit België (8), Duitsland (7), Roemenië (3), Spanje (1),

Frankrijk (1) en Luxemburg (1). De opbrengst van de veiling bedraagt, zonder

rekening te houden met de veilingkosten, € 353.672,--. Dit bedrag dient nog

op de boedelrekening te worden ontvangen.

Daarnaast heeft nagenoeg gelijktijdig een veiling plaatsgevonden van

domeinnamen en een (na)veiling van travelcards en vreemde valuta, voor

zover deze niet tijdens de eerdere veilingen waren verkocht. Op de 336 kavels

in deze veilingen werden 459 biedingen uitgebracht door 51 internationale

bieders. De opbrengst van deze veilingen bedraagt, zonder rekening te

houden met de veilingkosten, € 22.200,--, resp. € 22.316,--. Ook deze

bedragen dienen nog op de boedelrekening te worden ontvangen.

In verslagperiode 4 is op de boedelrekening van Oad Groep B.V. een bedrag

van € 433.378,99 ontvangen. Het gaat daarbij om de opbrengst van de

diverse veilingen.

De afrekening van deze veilingen luidt aldus: € 400.613,00 (opbrengst) -/- €

30.045,98 (commissie) -/- € 9.560,28 (overige kosten) = € 361.006,75

(subtotaal), te vermeerderen met BTW (21% over een gedeelte van de

koopsom, te weten: € 344.629,75), zijnde € 72.372,25, waardoor de

opbrengst, incl. BTW uitkomt op: € 433.378,99.

Curatoren merken op dat de totale (bruto) opbrengst van de diverse veilingen

ad € 400.613,00 iets hoger is dan het totaal van de bedragen die in het derde

faillissementsverslag zijn genoemd. Het totaal van die bedragen sloot op een

bedrag van € 397.988,00. Het verschil tussen beide bedragen betreft de

opbrengst van een aantal roerende zaken die zijn nageveild.

De curatoren merken verder op dat over een opbrengst van € 16.377,00 geen

BTW berekend is, daar deze opbrengst ziet op de verkoop van vreemde valuta.

Curatoren merken op dat de opbrengst van de veilingen, waar nodig, nog

toegerekend dient te worden aan de diverse boedels van Oad.

31-07-2018

3

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

Parallel aan de voorbereiding van de veiling van de roerende zaken hebben

curatoren zich in verslagperiode 2 beziggehouden met het veiligstellen van de

digitale en fysieke administratie. Hierover wordt onder punt 7.1 van dit verslag

nader bericht. Met Troostwijk is overeengekomen dat zij ervoor zorgdraagt dat

alle digitale systemen, alvorens zij ter veiling worden aangeboden,

gecertificeerd worden gewist. De computerapparatuur te Enschede zal in het

kader van de voorbereiding van de veiling naar Holten worden gebracht.

Troostwijk heeft alle digitale systemen, alvorens zij ter veiling zijn

aangeboden, in opdracht van curatoren gewist. Curatoren hebben daarvan

een bewijs ontvangen.

Toelichting verkoopopbrengst:

Twintig werkplekken (kantoorinventaris) maken onderdeel uit van de

koopovereenkomst met de doorstarter Oad Bus B.V., de opbrengst van

deze werkplekken bedraagt € 20.000,00 excl. BTW.

Opbrengst veilingen: € 400.613,00 (zie hiervoor). Curatoren merken op

dat genoemde opbrengsten nog verdeeld dienen te worden over de

diverse boedels van Oad. Zie hiervoor.

Oud papier: curatoren hebben kans gezien om een partij oud papier te

verkopen. De opbrengst, groot € 5.000,--, is op de boedelrekening

ontvangen.

Toelichting boedelbijdrage:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

Onduidelijk is of dit voorrecht van toepassing is (zie de discussie als vermeld in

5.1). Afhankelijk van de vraag of de vordering van de fiscus kan worden

voldaan uit het vrij boedelactief, geldt het voorrecht van de fiscus ten aanzien

van bodemzaken.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

voorraad diverse tickets

voorraad buitenlands muntgeld

totaal € 0,00 € 0,00

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

Voorraad diverse tickets, waaronder diverse openbaar vervoer

(meerdagen) kaarten voor bijvoorbeeld Barcelona, Dublin, Berlijn,

Londen, Madrid etc. etc. De inkoopwaarde van de voorraad tickets

bedraagt € 190.000,00. In verslagperiode 2 is Troostwijk opdracht

gegeven om de onderhavige tickets mee te veilen in het kader van de

veiling van de roerende zaken van Oad c.s. Voor wat betreft de wijze

waarop de veiling heeft plaatsgevonden, zie hiervoor.

Voorraad buitenlands muntgeld, waaronder Zwitsers franken, Engelse

ponden, Deense kronen en Noorse Kronen. De waarde (op basis van de

huidige wisselkoers) bedraagt circa € 19.500,00. Gebleken is dat het niet

mogelijk is dit buitenlandse muntgeld bij een bank of GWK in te wisselen.

In verslagperiode 3 is daarom aan Troostwijk opdracht gegeven om dit

muntgeld mee te veilen in het kader van de veiling van de roerende

zaken van Oad c.s. De opbrengst is begrepen in de veilingopbrengst als

vermeld onder 3.3.

Toelichting boedelbijdrage:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

31-07-2018

3

Zie vorige verslagen. 31-07-2018

3

BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Euro Disney € 1.220.025,65
totaal € 1.220.025,65 € 0,00

Er is door de Rabobank een bankgarantie gesteld ten behoeve van OAD Reizen

B.V. jegens Euro Disney ten bedrage van € 4.000.000,--. Omdat de vordering

van Euro Disney op OAD Reizen B.V. kleiner is dan het op grond van de

bankgarantie getrokken bedrag, is terugbetaling van het teveel betaalde

gevraagd. Daarop heeft Euro Disney € 1.220.025,65 betaald op de

boedelrekening van OAD Reizen B.V. Nagegaan zal worden of de vordering van

Euro Disney niet nog kleiner is en Euro Disney niet nog meer terug dient te

betalen.

In verslagperiode 4 is nader onderzoek gedaan naar de hoogte van de

vordering van Euro Disney. Omdat de administratie sinds kort (wederom)

toegankelijk is, zijn op dit moment nog geen conclusies te trekken aangaande

de hoogte van de vordering. Het onderzoek wordt in verslagperiode 5

voortgezet. In verslagperiode 4 zijn wel de eventuele rechten van gefailleerde

en de met haar gelieerde vennootschappen op een klantenvergoeding (die zij

mogelijk als agent heeft c.q. hebben) veilig gesteld evenals overige rechten.

Dit heeft plaatsgevonden in het kader van een grootscheepse actie ter

zekerstelling van rechten (zie 4.1).

In verslagperiode 5 is het onderzoek naar de omvang van de vordering van

Euro Disney voortgezet. Er is contact met Franse advocaten omdat Frans recht

31-07-2018

3

van toepassing is.

In verslagperiode 6 is het onderzoek naar de omvang van de vordering van

Euro Disney voortgezet. In de komende verslagperiode zal de dataroom

geraadpleegd worden om de opgaves van Euro Disney te vergelijken met de

gegevens uit de administratie van gefailleerden.

In verslagperiode 7 is contact gezocht met een advocaat in Parijs met het

verzoek om opgave te doen van de kosten gemoeid met het onderzoek naar

de mogelijkheden. Zodra deze opgave zal zijn ontvangen zal nader op de

kwestie met Euro Disney ingegaan worden.

In verslagperiode 8 is een kostenopgaaf van de advocaat in Parijs ontvangen.

Deze is geaccordeerd. Thans bestudeert deze advocaat de kwestie.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

De door Euro Disney gepretendeerde vorderingen zijn nader bestudeerd,

mede aan de hand van de gegevens uit de dataroom. In overleg met de

Franse advocaat wordt bepaald of en zo ja welke actie zal worden

ondernomen in de komende verslagperiode.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Recent heeft een van curatoren samen met de Franse advocaat een uitvoerige

bespreking gehad met drie functionarissen van Euro Disney. Het doel van de

bespreking was het verkrijgen van duidelijkheid over de omvang en opbouw

van de door Euro Disney gepretendeerde vordering. Die duidelijkheid is

grotendeels verkregen. Euro Disney pretendeert op grond van een tussen

partijen gesloten distributieovereenkomst een vordering te hebben van

ongeveer € 750.000,-- met betrekking tot bezoeken van cliënten van OAD

Reizen B.V. (verder: OAD) vóór de faillissementsdatum. Euro Disney meent

voorts een vordering te hebben van ongeveer € 2.000.000,-- wegens

bezoeken van cliënten van OAD die hebben plaatsgevonden in de periode 25

september 2013 (de faillissementsdatum) tot en met 31 oktober 2013. Deze

vordering wordt door curatoren voorlopig betwist omdat alle bezoeken aan

Euro Disney na 25 september 2013 althans 27 september 2013 door curatoren

geannuleerd zijn. Euro Disney meent dat curatoren niet gerechtigd waren om

de na die datum geboekte bezoeken te annuleren. Met name over de

vorderingen met betrekking tot bezoeken in laatstgenoemde periode bestaat

veel discussie tussen Euro Disney en curatoren. Daarnaast pretendeert Euro

Disney een vordering te hebben van ongeveer € 130.000,-- op grond van een

tussen partijen gesloten touroperator overeenkomst. Afgesproken is dat Euro

Disney deze vordering nader zal onderbouwen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

De nadere onderbouwing is nog niet ontvangen van Euro Disney. De door de

boedel ingeschakelde Franse advocaat heeft Euro Disney gerappelleerd.

Voorts zal Euro Disney gedagvaard worden tot betaling, alleen al om verjaring

(naar Frans recht) van de vorderingen van de boedel te voorkomen.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Euro Disney is gedagvaard voor de rechtbank te Parijs. Deze rechtbank is

volgens de tussen OAD Reizen B.V. en Euro Disney gesloten overeenkomsten

bevoegd; Frans recht is van toepassing. Door Euro Disney is geantwoord in de

procedure. De nadere onderbouwing van de vordering is nog niet van Euro

Disney ontvangen.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Door de boedel is gereageerd op het antwoord van Euro Disney. In januari

2020 zal het antwoord van de boedel aangevuld worden met de bevindingen

van een door de boedel ingeschakelde deskundige. Deze deskundige

28-11-2019

5

3.9 Werkzaamheden andere activa

onderzoekt welke consumenten de door hen betaalde reissom teruggevorderd

hebben bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden en of Euro Disney de

reissommen van deze consumenten (ten onrechte) ook bij de boedel in

rekening gebracht heeft. Het lijkt niet uitgesloten dat er sprake is van deze

dubbeltellingen.

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

De bevindingen van de door de boedel ingeschakelde deskundigen zijn in het

geding gebracht in de procedure bij de rechtbank te Parijs. Uit de bevindingen

blijkt volgens curatoren dat de nodige vraagtekens geplaatst kunnen worden

bij de vorderingen van Euro Disney. In de komende verslagperiode zal getracht

worden de bevindingen van de deskundigen nader te onderbouwen met

verklaringen van vroegere werknemers van OAD Reizen B.V..

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Het is tot heden niet gelukt om de bevindingen van de deskundigen nader te

onderbouwen met verklaringen van vroegere werknemers van de OAD

Vennootschappen. Wel zijn de bevindingen van de deskundigen nader

toegelicht naar de wederpartij door de Franse advocaat van de boedels.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de eerdere berichten stond dat er verschil van mening bestaat met Euro

Disney over de hoogte van de vordering van Euro Disney. Euro Disney heeft

haar vordering geïnd door middel van een door OAD Reizen B.V. verstrekte

bankgarantie. Curatoren zijn van mening dat Euro Disney de bankgarantie

heeft gebruikt voor een te hoog bedrag. Curatoren hebben in verband hiermee

een procedure tegen Euro Disney aangespannen bij de rechtbank in Parijs. Op

19 en 20 mei 2021 zijn curatoren schikkingsonderhandelingen aangegaan met

Euro Disney. Deze onderhandelingen hebben geleid tot een compromis. Op

basis van het compromis heeft Euro Disney € 650.000,- betaald aan de boedel

van OAD Reizen B.V.. Dit bedrag zal worden toegewezen aan de bedrijven op

wiens kosten de bankgarantie is afgedwongen. De procedure in Parijs is

beëindigd.

31-05-2022

8

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

De gegevens uit de administratie en de dataroom aangaande de door Euro

Disney gepretendeerde vorderingen zijn uitvoerig bestudeerd. Er is veelvuldig

overleg geweest met de Franse advocaat over de aanpak van de kwestie.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Er heeft een uitvoerige bespreking plaatsgevonden met Euro Disney. Deze

bespreking is voorbereid met de Franse advocaat aan de hand van vele

bescheiden die tevoren van Euro Disney ontvangen waren.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er heeft overleg plaatsgevonden met de door de boedel ingeschakelde Franse

advocaat. Voorts is een vroegere medewerker van OAD Reizen ingeschakeld

om de nodige gegevens te verzamelen.

31-07-2018

3

Verslag 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er heeft uitgebreid overleg plaatsgevonden met de Franse advocaat en een

voormalig medewerker van OAD Reizen.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Er heeft uitgebreid overleg plaatsgevonden met de Franse advocaat en een

voormalig medewerker van OAD Reizen. De door Euro Disney aangeleverde

omvangrijke bestanden ter onderbouwing van haar vordering zijn

gecontroleerd.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Overleg en correspondentie met de door de boedel ingeschakelde advocaat te

Parijs en de eveneens door de boedel ingeschakelde deskundigen.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Overleg en correspondentie met de door de boedel ingeschakelde advocaat te

Parijs en de eveneens door de boedel ingeschakelde deskundigen.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Overleg en correspondentie met de door de boedel ingeschakelde advocaat te

Parijs en de eveneens door de boedel ingeschakelde deskundigen; overleg

met de rechter-commissaris.

31-05-2022

8

4. Debiteuren

Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.

Zie onderstaande toelichting en vorige

verslagen.

totaal € 0,00 € 0,00 € 0,00

Toelichting debiteuren

Nominaal: € 4.400.000,00. Hierin zijn ook begrepen debiteuren die tevens

crediteur zijn (en dus kunnen verrekenen) en intercompany vorderingen. De

hiervan geschoonde portefeuille zal aanzienlijk lager zijn.

In verslagperiode 2 is het onderzoek gestart ten aanzien van de mogelijkheid

om debiteuren te incasseren. In dat kader worden de voor een behoorlijke

incasso benodigde gegevens uit de (digitale en fysieke) administratie

zekergesteld (zie in dit verslag punt 7.1).

De incassowerkzaamheden betreffende de debiteuren zijn (nog) gaande. Op

basis van met Oad Bus B.V. gemaakte afspraken neemt deze vennootschap

daarin het voortouw.

Curatoren hebben in verslagperiode 4 aan hen bekende zakenpartners een

brief gezonden waarin curatoren, in voorkomend geval, betrokkenen te kennen

hebben gegeven aanspraak te maken op een klantvergoeding (voor zover er

sprake is van agentuur) en voor het overige alle aanspraken/vorderingen

hebben gestuit. Dit alles is gedaan vanuit het oogpunt van het behoud van

rechten.

In verslagperiode 6 zijn de incassowerkzaamheden betreffende de debiteuren

voortgezet. Op basis van met Oad Bus B.V. gemaakte afspraken neemt deze

vennootschap daarin het voortouw. Hangende het incasseren van de

vorderingen zijn er op dit moment geen ontwikkelingen te melden. In deze

periode is een aantal vliegmaatschappijen gedagvaard. Het is niet uitgesloten

dat een of meer van de OAD vennootschappen een vordering heeft c.q.

hebben op een of meer vliegmaatschappijen in verband met de reservering

van stoelen. Deze vordering zou betrekking kunnen hebben op een bonus,

commissie, marketingbijdrage, cumulatieve bezetting of segmentenvergoeding.

De dagvaardingen zijn uitgebracht ter voorkoming van verval van rechten; er is

op langere termijn gedagvaard.

In verslagperiode 7 zijn de werkzaamheden verband houdende met de incasso

van debiteuren voortgezet. In verslagperiode 7 hebben daarnaast diverse

besprekingen met vliegmaatschappijen plaatsgevonden teneinde duidelijkheid

te verkrijgen of een of meer van de boedels (per saldo) een vordering heeft op

een of meer vliegmaatschappijen. Verder is nog gebleken dat er vijf

bankgaranties aan buitenlandse partijen waren afgegeven op verzoek van

respectievelijk Globe Reisburo, Oad Reizen en Vakanties Online B.V. De

curatoren hebben de betreffende partijen ten behoeve van wie de

bankgaranties waren afgegeven, aangeschreven. Alle bankgaranties zijn

inmiddels geretourneerd of de betreffende partijen hebben verklaard dat zij

geen aanspraak meer op de bankgarantie maken.

In verslagperiode 8 is ten aanzien van enkele vliegmaatschappijen gebleken

dat de boedels geen vordering hebben op deze vliegmaatschappijen. De

verhouding met de resterende vliegmaatschappijen wordt onderzocht.

Ook in verslagperiode 8 zijn de werkzaamheden die verband houden met de

incasso van debiteuren voortgezet.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

De aanspraken op de overige vliegmaatschappijen zijn onderzocht. Het

onderzoek heeft plaatsgevonden in overleg met een van de bestuurders en

aan de hand van de gegevens uit de dataroom. Gebleken is dat er geen

vorderingen op de overige vliegmaatschappijen zijn.

Voor het overige hebben curatoren in samenspraak met Oad Bus B.V., die tot

nu toe grotendeels de incasso van de debiteuren verzorgde, besloten om zelf

31-07-2018

3

4.2 Werkzaamheden debiteuren

de incasso van de

vorderingen, voor zover nog niet voldaan, ter hand te nemen. De reden hiertoe

is gelegen in het feit dat in een aantal gevallen, de pogingen van Oad Bus B.V.

om tot buitengerechtelijke incasso van genoemde vorderingen te komen, geen

effect hebben gehad.

Curatoren verwachten, door thans zelf de incasso ter hand te nemen, meer

resultaat te bereiken, omdat zij (in tegenstelling tot Oad Bus B.V.) wel in staat

zijn om weigerachtige debiteuren voor het gerecht te dagen. Daarnaast heeft

een aantal debiteuren juridische weren opgeworpen, die slechts door

curatoren, zijnde advocaten, kunnen worden beoordeeld. Reden temeer om de

incasso van de nog niet geïncasseerde debiteuren zelf ter hand te nemen. Met

Oad Bus B.V. dient nog een financiële (eind)afrekening plaats te vinden

betreffende de door Oad Bus B.V. verrichte werkzaamheden, in het kader van

de buitengerechtelijke incasso van vorderingen, zulks op basis van indertijd

tussen curatoren en Oad Bus B.V. gemaakte fee afspraken. Deze afrekening

zal in verslagperiode 10 plaatsvinden.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben de curatoren de incassowerkzaamheden

voortgezet. Gebleken is dat een aantal debiteuren niet bereid lijkt te betalen.

Curatoren hebben deze debiteuren recent, onder toezending van een concept-

dagvaarding, voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om tot betaling

over te gaan. Mocht dit niet tot betaling leiden, zullen via een gerechtelijke

procedure de weigerachtige debiteuren tot betaling worden gedwongen. De

afrekening met Oad Bus B.V., waar het betreft de door Oad Bus B.V. ten

behoeve van curatoren in het verleden verrichte incassowerkzaamheden, zal

binnen afzienbare tijd plaatsvinden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

De afrekening met Oad Bus B.V. heeft in de voorbije verslagperiode

plaatsgevonden. Curatoren zijn er in geslaagd om zelf de nodige vorderingen

te incasseren. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van € 65.276,09. Ten

aanzien van een paar debiteuren, die weigeren te betalen, zijn procedures

gestart. Een enkeling heeft zich, onder druk van de procedure, alsnog bereid

getoond om te betalen, zij het dat deze debiteur niet alles in één keer kan

betalen. Curatoren hebben met deze debiteur een betalingsregeling getroffen.

Tegen een enkele debiteur wordt geprocedeerd.

Toelichting boedelbijdrage:

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Curatoren hebben kans gezien om in verslagperiode 12 de incasso van

debiteuren af te ronden. In dat kader is een bedrag van € 25.272,53

ontvangen. Daarmee is deze kwestie afgewikkeld.

29-05-2019

4

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie en besprekingen met Oad Bus B.V. over de (overname van

de) debiteurenincasso; besprekingen met vliegmaatschappijen, overleg met

een van de bestuurders en raadplegen van de dataroom alsmede

correspondentie en overleg met de betreffende vliegmaatschappijen.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening van de

incassowerkzaamheden; correspondentie met debiteuren, opstellen van

concept-dagvaardingen.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met Oad Bus B.V. over de afrekening; correspondentie met

debiteuren; opstellen van processtukken.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met debiteuren.

29-05-2019

4

5. Bank / Zekerheden

€ 11.912.089,00

Toelichting vordering van bank(en)

Rabobank (concernfinanciering), € 11.912.089,00 per datum faillissement. De

vordering bestaat met name uit getrokken bankgaranties. Er was per datum

uitspraak faillissement een positief banksaldo van ruim € 4.000.000,00.

De curatoren hebben uit de opbrengst van de doorgestarte onderdelen van de

gehele Oad Groep en met het nog aanwezige positieve banksaldo de bank

gelost. De verdere opbrengsten vallen vrij. In een later stadium zal worden

gekeken naar de draagplicht van afzonderlijke Oad vennootschappen en

mogelijke regresrechten. De rechtsgeldigheid van de vorderingen en

zekerheden van de Rabobank worden onderzocht. Laatstgenoemd onderzoek

loopt nog. Er zijn nog diverse punten c.q. onduidelijkheden met betrekking tot

de zekerheden. Dit brengt met zich mee dat de curatoren tot op heden de

zekerheden nog niet hebben kunnen erkennen. De Rabobank en de curatoren

dienen nog te overleggen over de wijze waarop en of deze punten en

onduidelijkheden kunnen worden opgelost respectievelijk weggenomen.

In verslagperiode 3 is uitvoerig met de Rabobank gesproken. Gebleken is dat

de door de bank ingediende vordering geheel bestaat uit door de bank ten

behoeve van schuldeisers van de OAD vennootschappen gestelde

bankgaranties en een verlies op een rentederivaat. Twee bankgaranties met

aanzienlijke bedragen zijn getrokken.

Nog niet alle bankgaranties zijn door de betreffende schuldeisers getrokken.

De vordering van de bank zou door het niet trekken van de bankgaranties

uiteindelijk iets lager kunnen zijn. Na onderzoek is gebleken dat de bank veel

meer onder zich heeft dan nodig is voor de betaling van de vordering van €

11.912.089,--. Er is, mede door de ontvangst van een groot aantal

31-07-2018

3

debiteurenbetalingen, inmiddels een surplus gekweekt van minstens €

5.319.628,06. De Rabobank is verder verzocht om € 2.000.000,-- over te

boeken naar de boedelrekening van OAD B.V. Dit is de opbrengst van de

onroerende zaak te Goor, die OAD B.V. in eigendom toebehoorde en die de

bank, als hypotheekhouder betreffende genoemde onroerende zaak, in eerste

instantie had opgeëist. De bank heeft de € 2.000.000,-- in verslagperiode 3

daadwerkelijk gestort op de aangegeven boedelrekening. De resterende €

5.319.628,06 is desgevraagd door de bank gestort op de boedelrekening van

OAD Touringcar Bedrijf B.V. De opbrengst van de OAD Touringcar Bedrijf B.V. in

eigendom toebehorende bussen ad €

8.060.000,-- is na verkoop onder voorbehoud van alle rechten afgedragen aan

de Rabobank. Door overboeking van voormelde bedragen worden eventuele

regresvorderingen geringer. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de toedeling van

opbrengsten nog plaats dient te vinden.

Vooruitlopend op de definitieve toedeling van opbrengsten aan de diverse

boedels hebben curatoren in verslagperiode 4 een bedrag van € 275.368,94

overgemaakt van de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. naar de

boedelrekening van Oad Busbedrijf B.V. De reden hiertoe is gelegen in het feit

dat naast OAD Touringcar Bedrijf B.V. ook Oad Busbedrijf B.V. door de

Rabobank was aangesproken tot inlossing van de schulden aan de bank.

Naast het bedrag dat OAD Touringcar Bedrijf B.V. in dat kader aan de bank

heeft betaald (zijnde het eerder genoemde bedrag van € 8.060.000,00), heeft

Oad Busbedrijf B.V. een bedrag van € 440.000,00 aan de bank betaald,

waardoor het totaalbedrag dat aan de bank is betaald uitkomt op €

8.500.000,00. Uiteindelijk heeft de bank, op aandringen van de curatoren,

zoals eerder gemeld, een bedrag van € 5.319.628,06 terugbetaald. Dit bedrag

is ontvangen op de boedelrekening van OAD Touringcar Bedrijf B.V. Omdat in

dit bedrag ook een bedrag zit, dat geacht wordt aan Oad Busbedrijf B.V. toe te

komen, hebben curatoren, naar rato van een ieders bijdrage in hetgeen aan

de bank is betaald, berekend dat van het bedrag dat is terugbetaald Oad

Busbedrijf B.V. recht heeft op een bedrag van € 275.368,94.

Aan saldi van de diverse boedelrekeningen kan door geen enkele schuldeiser

enig recht worden ontleend.

De door curatoren ingeschakelde externe advocaat die de handelwijze van de

bank in het kader van de kredietopzegging zal onderzoeken, zal curatoren ook

adviseren aangaande de rechtsgeldigheid van de door de bank

gepretendeerde zekerheden. In verslagperiode 3 is daartoe door curatoren

opdracht gegeven.

Dit onderzoek is nog gaande. Verwezen wordt naar hetgeen daarover is

opgemerkt in de algemene toelichting.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

In deze verslagperiode is het onderzoek naar het optreden van de Rabobank

afgerond. Curatoren hebben naar aanleiding daarvan besloten om hun claim

op Rabobank over te dragen aan de Stichting Administratiekantoor OAD Groep

Holding. Voor wat betreft de achtergronden waaronder en de voorwaarden

waartegen deze overdracht heeft plaatsgevonden, verwijzen curatoren naar

de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Er zijn, waar het de claim op de bank betreft, nagenoeg geen ontwikkelingen

te melden. De procedure tegen de bank loopt nog. De bank heeft schriftelijk

gereageerd op het gestelde in de dagvaarding. Het is nu aan de

procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding om

daarop schriftelijk te reageren. Als het goed is, gebeurt dit begin augustus a.s.

Aansluitend krijgt de bank weer een termijn om te reageren.

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

In de procedure van de Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding

tegen de Rabobank zijn de conclusies van repliek en dupliek genomen. Op 20

mei 2019 hebben de pleidooien plaatsgevonden. Na afloop van de pleidooien

heeft de rechtbank partijen laten weten er naar te streven om op 3 juli a.s.

uitspraak te doen. Zodra uitspraak is gedaan, zal daarvan mededeling worden

gedaan op de websites van de advocatenkantoren van curatoren.

29-05-2019

4

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 13 - 28 november 2019:

Voor de ontwikkelingen in de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

28-11-2019

5

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 14 – 2 juni 2020:

Voor nadere informatie over de procedure tegen de Rabobank wordt verwezen

naar 1.5.

Op bij de Rabobank door meerdere OAD vennootschappen aangehouden

bankrekeningen zijn na faillissementsdatum de nodige betalingen (door

derden) ontvangen. Deze betalingen zijn grotendeels ontvangen na het

moment dat door de Rabobank de bedragen van € 5.319.625,06 en €

2.000.000,- zijn overgeboekt naar de betreffende OAD vennootschappen (zie

hiervoor). De door de betalingen door derden ontstane creditsaldi bij de

betreffende OAD vennootschappen bedragen samen afgerond € 415.000,-. De

Rabobank heeft voormeld bedrag op een zogenaamde tussenrekening op haar

eigen naam geplaatst. De Rabobank wenst dit totaalbedrag onder zich te

houden om daaruit de kosten van de door haar ingeschakelde advocaten in de

procedure tegen Stichting Administratiekantoor OAD Holding te voldoen. De

Rabobank baseert haar standpunt op een tweetal argumenten. Curatoren

menen dat de Rabobank zich niet kan verhalen op genoemd bedrag van €

415.000,- omdat de door de Rabobank aangedragen argumenten volgens hen

niet valide zijn. Curatoren wensen dat de Rabobank voormeld bedrag aan de

boedels van de betreffende OAD vennootschappen betaalt. In de afgelopen

verslagperiode heeft overleg plaatsgevonden met de Rabobank met als doel

een oplossing voor dit verschil van mening te vinden.

02-06-2020

6

Toelichting vordering van bank(en)

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode heeft Rabobank een bedrag van EUR 414.455,38

op de boedelrekening overgemaakt. Deze betaling ziet op diverse creditsaldi

die ontstaan zijn na datum faillissement. In eerste instantie wilde Rabobank

deze saldi niet aan curatoren overmaken omdat zij daaruit de kosten van de

31-05-2021

7

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

door haar ingeschakelde advocaten in de procedure tegen STAK wilde voldoen.

Uiteindelijk hebben curatoren met Rabobank een regeling getroffen,

inhoudende dat Rabobank het totaal aan creditsaldi aan curatoren overmaakt,

in ruil waarvoor curatoren - onder strikte voorwaarden - voor maximaal een

bedrag van EUR 15.000 instaan voor de proceskosten, mocht STAK de

procedure tegen Rabobank verliezen (zie 1.5) en STAK de proceskosten

(gedeeltelijk) niet mocht voldoen. De tussen curatoren en Rabobank getroffen

regeling, die is goedgekeurd door de rechter-commissaris, is vastgelegd in een

vaststellingsovereenkomst. Daarmee is de kwestie creditsaldi, op genoemde

(beperkte) proceskostengarantie na, afgerond.

Operationele lease van veertien auto's bij VWP Car Rent B.V. De auto's

zijn afgegeven aan

de lessor.

Operationele lease van twee auto's bij Leaseplan Nederland N.V. De

auto's zijn afgegeven

aan de lessor.

31-07-2018

3

Let op: de hierna genoemde zekerheden zijn alle zekerheden die de Rabobank

ten tijde van de uitspraak van het faillissement had op vennootschappen in de

Oad Groep. Niet alle zekerheden hebben betrekking op het onderhavige

faillissement.

De zekerheden van de Rabobank bestaan uit:

een pandrecht op:

alle huidige en toekomstige inventaris;

alle huidige en toekomstige voorraden;

alle huidige en toekomstige rechten van intellectueel eigendom;

alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen op de Stichting Internet

Domein Registratie Nederland (SIDN) uit hoofde van de bij SIDN

geregistreerde domeinnamen;

alle ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechten/vorderingen op derden en alle rechten/vorderingen die worden

verkregen uit ten tijde van de registratie van de pandakte bestaande

rechtsverhoudingen;

een hypotheekrecht op:

het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot het hebben van een

overkapping ten behoeve van een overdekte opstapplaats voor

passagiers en autobussen op het perceel, gelegen aan de Sint

Jansgildestraat te Beek (gemeente Montferland), kadastraal bekend

gemeente Bergh, sectie L nummer 813;

het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7671 HA Neede, Borculoseweg 36a en 38, kadastraal bekend

gemeente Neede, sectie C nummer 8474;

het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 6881 SM Velp, Emmastraat 7, kadastraal bekend gemeente

Velp, sectie H nummer 2131;

een perceel grond, gelegen aan de Enterseweg te Goor, kadastraal

bekend gemeente Goor, sectie A nummer 2463;

het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

31-07-2018

3

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

gelegen te 7471 ST Goor, Breukersweg 2, kadastraal bekend gemeente

Goor, sectie A nummer 3171;

het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7471 BR Goor, Grotestraat 72 en 72b, kadastraal bekend

gemeente Goor, sectie C nummer 3431;

het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 5, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3374;

een perceel grond, gelegen aan de Burgemeester van der Borchstraat te

Holten, kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E nummer 3575;

het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 7451 CM Holten, Oude Deventerweg 1, kadastraal bekend

gemeente Holten, sectie E nummer 3476;

het bedrijfspand met woning, ondergrond en verdere aanhorigheden,

staande en gelegen te 7451 CH Holten, Burgemeester van der

Borchstraat 2, 4 en 6, kadastraal bekend gemeente Holten, sectie E

nummer 3492;

een perceel grond, gelegen aan de Oude Deventerweg te Holten,

kadastraal bekend gemeente Holten, sectie F nummer 5748;

het opstalrecht, inhoudende de bevoegdheid tot hebben en houden van

gebouwen en opstallen (bedrijfspand met bedrijfswoning) op het perceel

gelegen te 7462 BA Rijssen,

Walstraat 1, 5 en 9, kadastraal bekend gemeente Rijssen, sectie F

nummer 3799;

het bedrijfspand met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en

gelegen te 1381 BA Weesp, Slijkstraat 20, kadastraal bekend gemeente

Weesp, sectie A nummer 5359.

zie hiervoor punt 5.1. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

Geen meldingen. 31-07-2018

3

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Toelichting

Afhankelijk van de uitkomst van de kwestie zoals bedoeld onder 5.1 zullen er

wel of geen (nadere) afspraken worden gemaakt over een boedelbijdrage.

31-07-2018

3

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie en besprekingen met door curatoren ingeschakelde advocaat,

correspondentie met extern bureau, correspondentie met rechter-commissaris,

correspondentie en besprekingen met vertegenwoordigers Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding en de advocaten van genoemde

Stichting. Opstellen/beoordelen diverse contractstukken verband houdende

met de overdracht van de claim van curatoren op de Rabobank.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met procesadvocaat waar het betreft de introductie van de

procedure tegen Rabobank bij de rechtbank en de overname van deze

procedure door de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor OAD

Groep Holding.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie met de procesadvocaat van de Stichting Administratiekantoor

OAD Groep Holding.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van de Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding. Bestudering/beoordeling van de

processtukken en het bijwonen van de pleidooien in de procedure tussen

Stichting Administratiekantoor OAD Groep Holding en Rabobank.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het tussenvonnis van de

rechtbank Midden Nederland, op 3 juli 2019 gewezen in de procedure tussen

STAK en Rabobank, in het bijzonder over de invulling van de door de rechtbank

aan STAK gegeven bewijsopdracht (zie hiervoor, punt 1.5.)

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie en overleg met de procesadvocaat van Stichting

Administratiekantoor OAD Groep Holding (STAK) over het (verloop van het)

getuigenverhoor; het bijwonen van de diverse verhoren.

Overleg en uitvoerige correspondentie met de Rabobank over de creditsaldi op

de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen (zie 5.1).

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Overleg en correspondentie met Rabobank en rechter-commissaris over de

creditsaldi op de bankrekeningen van de betreffende OAD vennootschappen

(zie 5.1).

31-05-2021

7

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

Er zijn geen activiteiten van OAD Reizen B.V. doorgestart of voortgezet.

Getracht wordt het klantenbestand te verkopen aan een partij die dit

klantenbestand enkel ten behoeve van groepsvliegreizen wenst te gebruiken.

Deze pogingen hebben ook in verslagperiode 5 nog niet tot resultaten geleid.

In verslagperiode 6 hebben zich twee partijen gemeld die stellen

belangstelling te hebben. Curatoren zullen met deze partijen in gesprek

treden.

In verslagperiode 7 zijn curatoren er (nog) niet in geslaagd om de het

klantenbestand betreffende groepsreizen te verkopen.

31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Geen. 31-07-2018

3

Doorstarten onderneming

Zie 6.1. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Toelichting

Niet van toepassing.

31-07-2018

3

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

Toelichting

Niet van toepassing.

31-07-2018

3

Geen. 31-07-2018

3

7. Rechtmatigheid

Art 2:10 Burgerlijk Wetboek. Het bestuur dient een administratie te voeren

zodanig dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon

kunnen worden gekend. Of aan de boekhoudplicht is voldaan zal worden

onderzocht door de curatoren.

In verslagperiode 2 is aan een internationaal opererend kantoor met

forensisch accountants opdracht gegeven om een "quick scan" uit te voeren

naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Voordat deze "quick

scan" kan worden uitgevoerd dient de fysieke en digitale administratie te

worden zeker gesteld.

In verslagperiode 3 is de fysieke en digitale administratie veilig gesteld (zie

hierna). Dit maakt het mogelijk om de aankomende verslagperiode de "quick

scan" te starten. Gezien het feit dat er verschillende onderzoeken naast elkaar

lopen, menen curatoren er verstandig aan te doen om met de verschillende

onderzoekers afspraken te maken omtrent de coördinatie van diverse

onderzoeken, zulks met het doel te voorkomen dat op onderdelen dubbel werk

wordt gedaan. Daarnaast dient tussen de diverse onderzoekers afstemming

plaats te vinden ten aanzien van het (gelijktijdig) gebruik van diverse bronnen,

waaruit geput moet worden (waartoe te rekenen: de (fysieke en digitale)

administratie). Het onderzoek ten aanzien van de wijze waarop afstemming

het best kan plaatsvinden loopt nog. Ten aanzien van de ontwikkelingen op dit

punt verwijzen curatoren naar de algemene toelichting.

Fysieke administratie.

Op diverse plaatsen in het pand te Holten is een behoorlijke hoeveelheid

administratie aangetroffen. Het betreft onder meer financiële administratie,

managementinformatie, jaarverslagen, notulen, maar ook gedetailleerde

(project)administratie van bepaalde afdelingen van Oad c.s., zoals

Groepsreizen, Sports & Incentives, Disney, etc.

Daarnaast is sprake van een grote hoeveelheid archief, dat tot nu toe in het

pand te Holten ligt opgeslagen (onder meer "Oad Archief" en directiearchief).

Omdat curatoren op dit moment niet goed kunnen inschatten welke

administratie bij de afwikkeling van het faillissement relevant is c.q. kan

worden, is besloten om de administratie grotendeels te bewaren. Daarbij dient

ook te worden zeker gesteld dat de betreffende administratie goed, snel en

gemakkelijk terug te vinden is. Geconstateerd is dat het om een grote

hoeveelheid te archiveren materiaal gaat, zodat de opslag en indexering

31-07-2018

3

daarvan complex is en forse kosten met zich mee zal brengen.

Curatoren hebben een drietal partijen gevraagd een offerte te maken voor het

zekerstellen, indexeren en opslaan van de administratie. Uiteindelijk is aan

Vada Archieven B.V. te Nijverdal opdracht gegeven deze werkzaamheden uit te

voeren. Ten aanzien van de indexering zullen curatoren een lijst ontvangen

waarop de administratie (ordnerruggen/dossiernaam) en een

locatieaanduiding worden vermeld. Tevens worden foto's genomen van de

administratie en de opstelling zoals deze was, zodat aan de hand daarvan kan

worden gereconstrueerd welke administratie waar stond (welke kamer / plek

in de kamer / kast). Curatoren proberen op deze wijze zeker te stellen dat op

zoveel mogelijk manieren relevante administratie kan worden teruggevonden.

Voorts hebben curatoren met Vada Archieven B.V. afspraken gemaakt over het

raadplegen van de gearchiveerde informatie, bij Vada dan wel middels het

toezenden (digitaal/fysiek) van de betreffende stukken.

Op het moment van verslaglegging betreffende het derde verslag heeft Vada

Archieven B.V. tweederde van de totale administratie geïnventariseerd en

gerubriceerd, zodat die op elk gewenst moment door curatoren en

onderzoekers die in opdracht van curatoren werkzaamheden verrichten,

opvraagbaar is. Het gaat daarbij om meer dan 15.000 items (mappen c.q.

ordners). Het streven is om de aankomende weken het geheel af te ronden.

Aan het eind van de rit zullen uiteindelijk ruim 22.000 items zijn gerubriceerd

en geïnventariseerd.

In verslagperiode 4 heeft Vada Archieven B.V. de aan haar opgedragen

werkzaamheden afgerond. De totale administratie is geïnventariseerd en

gerubriceerd. Aan de hand van door Vada opgestelde inventarislijsten kunnen

diverse items behorende tot de administratie op eenvoudige wijze worden

opgevraagd.

In verslagperiode 5 zijn uit de administratie de relevante delen geselecteerd

aan de hand van selectiecriteria. Ongeveer 1.600 ordners zijn aldus als zijnde

relevant gesepareerd. De inhoud van deze ordners diende gescand te worden

opdat deze aan de dataroom toegevoegd kunnen worden. Het proces van het

scannen is recent voltooid. Op het moment van opmaken van dit verslag wordt

de digitale inhoud van de ongeveer 1.600 ordners in de dataroom gebracht

(zie algemene toelichting als bijlage 1 bij dit verslag).

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de dataroom afgerond. In de

dataroom is onder andere een grote hoeveelheid scans van de relevante

stukken uit de fysieke administratie opgenomen. Het is voor curatoren en door

hen ingeschakelde derden mogelijk om via een beveiligde verbinding de

informatie die zich in de dataroom bevindt (waartoe gerekend scans van

stukken uit de fysieke administratie) op afstand te raadplegen.

Digitale administratie.

Curatoren zijn tijdens verslagperiode 2 bezig geweest met het zeker stellen

van de digitale administratie van Oad. Dit is onder meer van belang voor het

incasseren van debiteuren, voor het uitfactureren van onderhanden werk (voor

zover nog niet gebeurd) en voor het reguliere onderzoek naar de

administratie.

Teneinde de ICT-infrastructuur in kaart te brengen, is een sessie belegd met

als deelnemers (1) een vertegenwoordiging namens curatoren, (2) 3 oud-ICT-

medewerkers van Oad en (3) forensisch accountants, die voor curatoren van

de digitale administratie een backup zullen maken. Tijdens die bespreking is

gebleken dat de ICT-structuur en infrastructuur zeer omvangrijk en complex is,

onder meer omdat een veeltal aan verschillende systemen (deels zelfbouw,

deels op de markt beschikbare pakketten) gebruikt werden/worden en aan

7.2 Depot jaarrekeningen

elkaar gekoppeld zijn. Daarbij is bovendien van belang dat het serverpark

(fysiek) deels in het pand te Holten en deels bij een externe partij te Enschede

aanwezig is.

Omdat op het moment van het leggen van het tweede verslag nog niet geheel

duidelijk was welke data in het kader van de afwikkeling van het faillissement

relevant zal zijn, is besloten om het traject in meerdere fasen op te knippen. In

fase 1 worden de data "sec" zekergesteld. In fase 2 wordt essentiële

bedrijfsinformatie, zoals de financiële administratie, toegankelijk en

raadpleegbaar gemaakt. In de daarop volgende fasen kunnen de betreffende

data vervolgens, voor zover dit nodig mocht blijken te zijn, worden ontsloten

en geraadpleegd. Met het zekerstellen van de data (en, in de volgende fase,

ook met het raadplegen daarvan), zijn, vanwege de complexiteit en de omvang

van het systeem en de daarin vervatte data, forse kosten gemoeid. Het belang

van een behoorlijke afwikkeling van de faillissementen brengt met zich dat

deze investering niettemin noodzakelijk is.

In verslagperiode 3 is de eerste fase (het veilig stellen van de digitale

administratie) afgerond en is het bedrijf dat in opdracht van curatoren de

administratie heeft veilig gesteld begonnen met de tweede fase: het ontsluiten

van een deel van de veilig gestelde gegevens (met name: de administratie),

door deze gegevens in bruikbare vorm te exporteren. Tevens wordt door dit

bedrijf, in opdracht van curatoren, onderzoek gedaan naar het live brengen

van de oude systemen, zodat via die weg de veilig gestelde gegevens kunnen

worden benaderd (de derde fase).

Ten tijde van het leggen van het derde verslag liep dat onderzoek nog.

In verslagperiode 4 zijn de belangrijkste digitale systemen live gebracht en is

(mede daardoor) een groot deel van de digitale administratie ontsloten. Een

en ander is van groot belang voor de verdere onderzoeken en discussie met

bepaalde partijen. (debiteuren én zakenpartners) over de gehoudenheid tot

betaling.

In verslagperiode 5 zijn de voor de onderzoeken relevante delen uit de digitale

administratie geselecteerd. Dit proces is op het moment van opmaken van dit

verslag nagenoeg voltooid. Na voltooiing zullen de onderzoeken gestart

kunnen worden.

In verslagperiode 6 is het inrichten en vullen van de dataroom afgerond. Het is

voor curatoren en door hen ingeschakelde derden mogelijk via een beveiligde

verbinding op afstand informatie uit de dataroom te raadplegen, zulks ten

behoeve van door hen te verrichten onderzoek.

In verslagperiode 7 is veelvuldig gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 8 is gebruik gemaakt van de dataroom.

Ook in verslagperiode 9 is gebruik gemaakt van de dataroom.

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

Het boekjaar van Oad loopt van 1 november tot 31 oktober. Uit het online

handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de

groepsjaarrekening over het boekjaar 2010-2011 op 6 december 2012 door

OAD Groep Holding B.V. is gedeponeerd. Dat is een overschrijding van de

wettelijke termijn met 6 dagen.

In de rechtspraak wordt een dergelijke overschrijding niet aangemerkt als

onbehoorlijk bestuur dat geacht wordt een belangrijke oorzaak van het

faillissement te zijn.

De jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de uitspraak

van het faillissement nog niet gepubliceerd. De curatoren onderzoeken of de

wettelijke publicatietermijn voor de jaarrekening over het boekjaar 2011-2012

is overschreden en zo ja, wat daarvan de gevolgen zijn.

31-07-2018

3

Voor de jaarrekening over het boekjaar 2010-2011 is een controleverklaring

afgegeven door een onafhankelijk accountant.

Voor de jaarrekening over het boekjaar 2011-2012 was ten tijde van de

uitspraak van het faillissement nog geen controleverklaring afgegeven door

een onafhankelijk accountant.

31-07-2018

3

Door de curatoren zal worden onderzocht of is voldaan aan de verplichting tot

volstorting van de aandelen.

31-07-2018

3

Toelichting

Door de curatoren zal worden onderzocht of bestuurders hun taak kennelijk

onbehoorlijk hebben vervuld en zo ja, of aannemelijk is dat dit een belangrijke

oorzaak is van het faillissement (als bedoeld in art 2:248 Burgerlijk Wetboek),

dan wel of bestuurders anderszins aansprakelijk zijn te achten. In het kader

van het faillissement zullen de curatoren de gebruikelijke onderzoeken doen.

Gelet op de omvang van de onderneming en de met het faillissement gemoeide

belangen, zullen de curatoren bij het doen van onderzoek gebruik maken van

forensisch accountants en externe advocaten. De verwachting is dat het

onderzoek geruime tijd in beslag zal nemen. Zoals hiervoor onder 7.1 al

gemeld is aan een extern kantoor opdracht geven om een "quick scan" uit te

voeren naar de wijze waarop de administratie werd gevoerd. Tevens wordt

met een extern advocatenkantoor gewerkt aan een opzet voor een onderzoek

naar de oorzaken van de faillissementen.

Met het in 7.1 vermelde internationaal opererende kantoor is in de derde

verslagperiode een eerste opzet voor een onderzoek naar de oorzaken van de

faillissementen en het optreden van het bestuur en toezichthouders, in de

periode voorafgaande aan het faillissement, gemaakt.

De verwachting is dat in het volgende verslag meer hieromtrent te melden zal

zijn.

31-07-2018

3

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 5 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van de faillissementen en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 6 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 7 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Voor wat betreft de ontwikkelingen in verslagperiode 8 ten aanzien van het

onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en het optreden van het

bestuur en toezichthouders in de periode voorafgaande aan het faillissement,

wordt verwezen naar de algemene toelichting.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het gaat om het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

28-11-2019

5

Toelichting

02-06-2020

6

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de websites van de advocatenkantoren

van curatoren staat gepubliceerd.

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting die op de website van het kantoor van één van

de curatoren, te weten: Benthem Gratama, staat gepubliceerd.

31-05-2022

8

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij het vorige verslag (verslagnummer

16) die op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. Hangende het hoger beroep in de

procedure tussen STAK en Rabobank zijn er, om redenen als gemeld in

genoemde toelichting, geen zaken te melden. Zie voor een nadere toelichting

van de stand van zaken ten aanzien van de hoger beroepsprocedure hetgeen

daarover vermeld staat aan het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

30-05-2023

9

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt verwezen

naar de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16 dat op de

website van het kantoor van één van de curatoren, te weten: Benthem

Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren- kort gezegd

- aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank nog loopt er,

om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken worden gemeld.

Hoewel in de afgelopen verslagperiode het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet automatisch dat daarmee de procedure is geëindigd.

STAK kan immers besluiten om in cassatie te gaan. Zolang niet bekend is of en

in hoeverre de procedure wordt gevolgd houden curatoren vast aan de in het

verleden gekozen lijn. Zie voor een nadere toelichting over de uitkomst van de

hoger beroepsprocedure en het vervolg hetgeen daarover vermeld staat aan

het slot van het hoofdstuk "inventarisatie".

01-03-2024

10

Toelichting

Verslagperiode 19 - d.d. 1 oktober 2024:

01-10-2024

11

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

Voor wat betreft de ontwikkelingen die in de voorbije verslagperiode hebben

plaatsgevonden, waar het betreft het oorzakenonderzoek, wordt

teruggegrepen op de algemene toelichting behorende bij verslagnummer 16

dat op de website van het kantoor van één van de curatoren, te weten:

Benthem Gratama, staat gepubliceerd. In die toelichting hebben curatoren -

kort gezegd - aangegeven dat zolang de procedure tussen STAK en Rabobank

nog loopt er, om redenen als gemeld in genoemde toelichting, geen zaken

worden gemeld. Hoewel begin dit jaar het hoger beroep voor STAK verloren is

gegaan betekent dit niet dat daarmee de procedure is geëindigd. STAK heeft

immers, zoals eerder in dit verslag gemeld (zie hiervoor hoofdstuk 1.5),

besloten om cassatie in te stellen. Zolang de uitkomst van de procedure

tussen STAK en Rabobank nog niet definitief bekend is, houden curatoren vast

aan de in het verleden gekozen insteek.

Toelichting

Door de curatoren zal onderzoek worden gedaan naar rechtshandelingen die

mogelijk een of meerdere schuldeisers benadeeld hebben, zo nodig worden

deze rechtshandelingen door een buitengerechtelijke verklaring vernietigd. Dit

onderdeel zal mede betrokken worden in het boekenonderzoek.

31-07-2018

3

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Geen. Voor wat betreft de redenen waarom wordt verwezen naar de

algemene toelichting, die op de websites van de advocatenkantoren van

curatoren staat gepubliceerd.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de rechter-commissaris over de nadere opzet en

inrichting van het oorzakenonderzoek; opstellen en invullen van een matrix,

waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal interviews, op systematische

wijze worden geordend/gerubriceerd.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Invullen van een matrix, waarin de feiten, opgetekend in een groot aantal

interviews, op systematische wijze worden geordend/gerubriceerd;

Correspondentie met de rechter-commissaris over de uitkomst van het

onderzoek en het vervolg.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek.

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Overleg met de rechter-commissaris over de voortgang van het

oorzakenonderzoek; correspondentie/overleg met de door curatoren

ingeschakelde forensisch accountant.

28-11-2019

5

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Correspondentie/overleg met de door curatoren ingeschakelde forensisch

accountant.

31-05-2022

8

8. Crediteuren

€ 1.982.025,42

Toelichting

31-07-2018

3

Door het UWV zijn tot en met de 9e verslagperiode boedelvorderingen

ingediend onder andere wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte

van in totaal € 1.953.708,88. Daarnaast is door 3 andere crediteuren een

boedelvordering ingediend.

In de periode na faillissement hebben er diverse betalingen op de rekeningen

van de gefailleerde vennootschappen plaatsgevonden. Per geval hebben de

curatoren beoordeeld of de betreffende betaling is aan te merken als een

zogenaamde "onmiskenbare vergissing" zoals bedoeld in de jurisprudentie. In

dergelijke gevallen dient er tot terugbetaling te worden overgegaan zonder

dat de afwikkeling van het faillissement behoeft te worden afgewacht. Voor

veel gevallen geldt echter dat deze niet zijn te kwalificeren als een

"onmiskenbare vergissing" zodat er geen grond bestaat om het bedrag direct

terug te betalen.

Verder is gebleken dat er na datum faillissement nog werkzaamheden zijn

verricht door buitenlandse reisleiders en stagiaires die niet onder de reikwijdte

van de sociale verzekeringswetgeving / de loongarantieregeling vallen.

Voormelde reisleiders en stagiaires hebben hun loon en kosten over de

periode na datum faillissement bij de curatoren geclaimd.

Daarnaast hebben curatoren in verslagperiode 5 voor een bedrag van €

2.936,81 uitgekeerd aan (voormalig) werknemers die woonachtig zijn in het

buitenland en aan een aantal (voormalig) stagiaires niet onder het

(Nederlandse) sociaal verzekeringsstelsel / de loongarantieregeling vallen.

In verslagperiode 6 is daar nog een bedrag van € 900,97 bijgekomen (zie voor

de achterliggende redenen punt 2). Tot slot is in verslagperiode 6 een

vordering van € 2.500,-- ontvangen, welke vordering verband houdt met het

feit dat in de eerste dagen na het faillissement de activiteiten van Oad Reizen

B.V. tijdelijk zijn voortgezet. Meer concreet gaat het hier om kosten van een

restaurant waar groepen reizigers van Oad (kortstondig) zijn verbleven. Deze

vordering is door curatoren voldaan.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Tijdens de 10de verslagperiode heeft het UWV gewijzigde boedelvorderingen

ingediend. De totale boedelvordering van UWV bedraagt thans € 1.954.933,84.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Tijdens de afgelopen verslagperiode is er een vordering geplaatst op de lijst

van (nog niet erkende) boedelvorderingen ter hoogte van € 2.966,30. Het

totaalbedrag aan boedelvorderingen komt hiermee op € 1.982.025,42.

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan waar het

betreft de boedelvorderingen.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode

13 geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen

wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

02-06-2020

6

8.2 Pref. vord. van de fiscus

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021: Er hebben zich in verslagperiode 15

geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022: Er hebben zich in verslagperiode 16

geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

31-05-2022

8

€ 1.982.025,42

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023: Er hebben zich in verslagperiode 17

geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

30-05-2023

9

€ 1.982.025,42

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024: Er hebben zich in verslagperiode 17

geen wijzigingen voorgedaan waar het betreft de boedelvorderingen.

01-03-2024

10

€ 874.766,00

Toelichting

Een fiscalist die kantoor houdt in het kantoor van een van de curatoren, mr.

G.W. Luesink, is doende de fiscale positie van de vennootschappen in beeld te

brengen. Hij voert daartoe overleg met de belastingdienst. Onder meer is er

een geschil over de vraag of een of meer van de gefailleerde vennootschappen

terecht scholingsaftrek genoten hebben.

In verslagperiode 4 hebben curatoren, na verkregen toestemming van de

rechter-commissaris, KPMG Meijburg & Co ingeschakeld om hen bij te staan in

de discussie met de belastingdienst betreffende door Oad genoten fiscale

voordelen, verband houdende met scholingsaftrek. De belastingdienst stelt

zich op het standpunt dat deze aftrek ten onrechte is genomen en heeft om

die reden aan diverse vennootschappen, behorende tot het Oad-concern een

aanslag loonbelasting van in totaal ruim € 2.400.000,00 opgelegd. Deze

aanslagen loonheffing zijn vooralsnog aan andere gefailleerde

vennootschappen opgelegd, te weten: Globe Reisburo B.V. (€ 2.118.000,00),

Brooks Reisburo B.V. (€ 230.000,00), Reisburo Van Staalduinen B.V. (€

91.659,00) en Oad Reizen B.V. (€ 3.104,00).

In verslagperiode 5 heeft er overleg plaatsgevonden tussen de functionaris

van Meijburg & Co en de belastingdienst. Dit overleg heeft nog niet tot een

uitkomst geleid. Curatoren hebben in verslagperiode 5 tevens degenen die

indertijd een (advies)rol hebben vervuld terzake van de scholingsaftrek

aansprakelijk gesteld voor de schade die de diverse boedels zullen lijden,

mocht blijken dat ten onrechte scholingsaftrek is genoten. Het betreffen hier

partijen die zelf ook in staat van faillissement verkeren. Curatoren hebben

niets anders gekund dan hun vordering ter verificatie aan te melden.

31-07-2018

3

In verslagperiode 6 heeft KPMG Meijburg & Co diverse informatie aan de

belastingdienst gezonden, die de wijze staven waarop Oad haar opleidingen

had ingericht en de manier waarop Oad is omgegaan met de fiscale

regelgeving op dit punt. De documenten bevestigen naar het oordeel van

KPMG Meijburg & Co dat Oad serieus is omgegaan met het onderwijs en de

daaraan verbonden voorwaarden, dat de opleidingen dan ook realiteitswaarde

hebben gehad en dat de belastingdienst dus ten onrechte stelt dat een en

ander niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen om in aanmerking te komen

voor scholingsaftrek. Afgewacht dient te worden of en in hoeverre de

belastingdienst de namens curatoren gegeven uitleg accepteert.

In verslagperiode 7 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Op basis

van de huidige stand van zaken, verwachten

curatoren dat over deze kwestie geprocedeerd gaat worden.

Ook in verslagperiode 8 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek

voortgezet, tot op heden zonder resultaat. De aankomende verslagperiode zal

genoemde

discussie worden vervolgd. Voorts moet de verschuldigdheid van buitenlandse

omzetbelasting gecontroleerd worden. Ook aspecten ter zake de

vennootschapsbelasting worden bezien. Dit fiscaal onderzoek loopt nog.

Door de fiscus zijn tot en met de 8e verslagperiode preferente vorderingen

ingediend ter hoogte van in totaal € 886.242,--. Dit bedrag bevat een

vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. c.s. ter hoogte van € 452.706,-

-.

Verslagperiode 9 d.d. 30 juni 2017:

Ook in verslagperiode 9 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.

Tijdens de 9e verslagperiode is de eerder door de fiscus ingediende preferente

vordering op de fiscale eenheid OAD Groep B.V. van € 452.706,-- verminderd

tot € 441.230,--. De totale vordering van de fiscus komt hiermee op €

874.766,--.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Ook in verslagperiode 10 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet. De totale

preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige

verslag.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juni 2018:

Ook in verslagperiode 11 is de discussie met de belastingdienst over de

scholingsaftrek, tot op heden zonder resultaat, voortgezet.

De totale vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige

verslag.

Er is aangifte gedaan voor de BTW over het jaar 2017, hetgeen geresulteerd

heeft in een teruggaaf van € 19.563,-. Dit bedrag is op de boedelrekening

ontvangen.

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De discussie met de belastingdienst over de scholingsaftrek is nagenoeg

afgerond. De verwachting is dat een compromis met de belastingdienst

29-05-2019

4

getroffen zal kunnen worden. In het volgende verslag zal daar nader op

ingegaan worden.

De totale preferente vordering van de fiscus is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, na verkregen goedkeuring

van de rechter-commissaris, met de belastingdienst een regeling getroffen (en

als uitvloeisel daarvan met de belastingdienst een vaststellingsovereenkomst

gesloten), op grond waarvan een groot aantal opgelegde naheffingsaanslagen

is verminderd.

Concreet betekent dit dat de aan Globe Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad

€ 2.118.000 zijn verminderd tot een totaalbedrag € 963.173; de aan Brooks

Reisburo B.V. opgelegde aanslagen ad € 230.000 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 104.327; de aan Reisburo Van Staalduinen B.V. opgelegde

aanslagen ad € 91.659 zijn verminderd tot een totaalbedrag van € 41.648; de

aan OAD Reizen B.V. opgelegde aanslagen ad € 3.104 zijn verminderd tot een

totaalbedrag van € 1.400.

Dit betekent dat van het totaalbedrag aan aanslagen dat indertijd, in het

kader van de scholingsaftrek discussie, door de belastingdienst aan diverse

vennootschappen behorende tot de OAD groep is opgelegd (zijnde een bedrag

van € ruim 2.400.000), thans nog een bedrag van € 1.110.548 resteert

(exclusief heffingsrente, invorderingsrente en kosten).

Kort en goed: de inspanningen van curatoren én de door hen ingeschakelde

adviseur (KPMG Meiburg) hebben geleid tot een vermindering van de

opgelegde aanlagen met meer dan de helft.

Als uitvloeisel van de getroffen regeling hebben curatoren recent een groot

aantal berichten "vermindering loonheffing" van de belastingdienst ontvangen.

Die moeten nog gecontroleerd worden, voordat in de verschillende

faillissementen de uiteindelijke vordering van de belastingdienst, verband

houdende met de scholingsaftrek, genoteerd kan worden.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

In de voorbije verslagperiode zijn de berichten "vermindering loonheffing",

welke berichten verband houden met en volgen op de met de belastingdienst

getroffen regeling omtrent de scholingsaftrek gecontroleerd en akkoord

bevonden.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021: De totale preferente vordering van de

fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022: De totale preferente vordering van de

fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

31-05-2022

8

8.3 Pref. vord. UWV

€ 874.766,00

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023: De totale preferente vordering van de

fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 874.766,00

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024: De totale preferente vordering van de

fiscus is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

01-03-2024

10

€ 1.068.402,82

Toelichting

Door het UWV zijn tot en met de 9e verslagperiode preferente vorderingen

ingediend onder andere wegens overgenomen loonverplichtingen ter hoogte

van in totaal € 1.068.402,82.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juni 2018:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

De totale preferente vordering van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van

het vorige verslag.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: De totale preferente vordering

van het UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

02-06-2020

6

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

31-05-2021

7

Toelichting

31-05-2022

8

8.4 Andere pref. crediteuren

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

€ 1.068.402,82

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

30-05-2023

9

€ 1.068.402,82

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024: De totale preferente vordering van het

UWV is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag.

01-03-2024

10

€ 42.388,26

Toelichting

Door 23 andere crediteuren zijn tot en met de 9e verslagperiode preferente

vorderingen ingediend ter hoogte van in totaal € 42.388,26.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

Het totaalbedrag van de door 23 andere crediteuren ingediende preferente

vorderingen is thans € 45.354,56.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Op de lijst van voorlopig erkende preferente schuldvorderingen staan thans 22

andere preferente vorderingen ter hoogte van in totaal € 42.388,26.

31-07-2018

3

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Er hebben zich in verslagperiode 12 geen wijzigingen voorgedaan, waar het

betreft genoemde vorderingen.

29-05-2019

4

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Er hebben zich in verslagperiode

13 geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Er hebben zich in verslagperiode 14 geen

wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

02-06-2020

6

€ 42.596,11

Toelichting

31-05-2021

7

8.5 Aantal concurrente crediteuren

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021: Door andere crediteuren is ten tijde van

het vijftiende verslag voor een totaalbedrag ad € 42.596,11 aan preferente

vorderingen ingediend.

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022: Er hebben zich in verslagperiode 16

geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

31-05-2022

8

€ 42.596,11

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023: Er hebben zich in verslagperiode 17

geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

30-05-2023

9

€ 42.596,11

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024: Er hebben zich in verslagperiode 18

geen wijzigingen voorgedaan, waar het betreft genoemde vorderingen.

01-03-2024

10

1794

Toelichting

Er bestaat nog geen overzicht van eventueel ingediende vorderingen door

schuldeisers in deze vennootschap. De ingediende vorderingen in alle OAD-

vennootschappen, meer dan 10.000 in totaal, worden gesorteerd en

genoteerd. Bovendien worden de vorderingen summierlijk gecontroleerd als

het vorderingen betreffen op een vennootschap waarin een uitkering te

verwachten is. Curatoren verwachten in het volgende verslag een voorlopige

opstelling te kunnen geven van het totaal aan ingediende vorderingen en de

daarmee gemoeide bedragen.

Curatoren achten het voor dit moment te vroeg om een tussentijdse opgave te

doen, aangezien dit, gegeven het feit dat nog een grote hoeveelheid

vorderingen moet worden beoordeeld, een onvolledig en dientengevolge

onjuist beeld geeft van het aantal en de omvang van de ingediende

vorderingen. Voor de werkzaamheden, verband houdende met de crediteuren,

zijn twee medewerkers aangetrokken voor de duur van 6 maanden. Wel is

reeds thans duidelijk dat het aantal ingediende vorderingen aanzienlijk is.

Voorts is door een aantal particulieren een vordering ingediend wegens

ondervonden letsel.

Curatoren merken op dat vlak voor het leggen van het vierde verslag door SGR

een vordering is aangemeld in het faillissement van Oad Reizen B.V. ten

bedrage van € 15.052.114,55. Curatoren dienen deze vordering van SGR te

beoordelen/te controleren. Reden waarom deze vordering nog niet is

opgenomen op de lijst van ingediende schuldvorderingen.

In verslagperiode 5 zijn curatoren doende geweest om de (grondslag van de)

vorderingen van SGR te beoordelen. Ten tijde van het leggen van het verslag

bestaat daarover nog geen duidelijkheid.

31-07-2018

3

In de zesde verslagperiode is het onderzoek van curatoren naar de (grondslag

van de) vorderingen van SGR voortgezet. Dit heeft tot op heden nog niet

geleid tot een voorlopige erkenning van genoemde vorderingen.

In verslagperiode 7 is het onderzoek ten aanzien van de vorderingen van SGR

voortgezet. In verslagperiode 8 verwachten curatoren een definitief oordeel te

kunnen vellen over genoemde vorderingen, waarbij curatoren uitdrukkelijk

opmerken dat het in alle gevallen zal gaan om een eerste, voorlopige

beoordeling, omdat de vorderingen van SGR nu eenmaal eerst ter gelegenheid

van de verificatievergadering (als die er komt) definitief zullen worden

vastgesteld.

In verslagperiode 8 hebben curatoren met (de advocaat van) SGR

gecorrespondeerd over een aantal kwesties, verband houdende met de door

SGR ingediende vorderingen. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden

met de directeur van SGR, waarbij deze de vorderingen van SGR aan curatoren

heeft toegelicht. Vlak voor het leggen van verslag hebben curatoren een grote

hoeveelheid nieuwe informatie van SGR ontvangen. Deze informatie maakt dat

curatoren, tegen de verwachting in, op het moment van het leggen van dit

verslag nog geen verdere mededelingen kunnen doen over de door SGR

ingediende vorderingen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Curatoren zijn doende om, aan de hand van de grote hoeveelheid informatie

die door SGR is aangeleverd, een concreet oordeel te vellen over de

vorderingen van SGR. Ten tijde van het leggen van dit verslag bestaat

daarover nog geen uitsluitsel.

Tot en met de 9e verslagperiode zijn door crediteuren 1794 concurrente

vorderingen ingediend ten bedrage van in totaal € 24.857.529,89.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018:

In verslagperiode 10 hebben curatoren de grote hoeveelheid nieuwe

informatie, die zij ontvangen hadden van SGR, beoordeeld. Dit heeft tot nieuwe

vragen geleid die aan (de advocaat van) SGR zijn gesteld. Het aantal

concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd gebleven (1794).

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Waar het de discussie met SGR betreft zijn geen nieuwe ontwikkelingen te

melden.

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd gebleven (1794).

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Het aantal concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het

vorige verslag. Er heeft uitvoerig overleg en uitgebreide correspondentie

plaatsgevonden met SGR over de grondslag van de door haar gepretendeerde

vorderingen.

29-05-2019

4

1795

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

De discussie met SGR is in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder dat

dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

28-11-2019

5

Tot en met de 13e verslagperiode zijn door schuldeisers 1795 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

De discussie met SGR is ook in de voorbije verslagperiode voortgezet, zonder

dat dit tot een oplossing heeft geleid. Deze discussie wordt de aankomende

verslagperiode voortgezet.

Tot en met de 14e verslagperiode zijn door schuldeisers 1795 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

02-06-2020

6

1797

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren, in overleg met de rechter-

commissaris, besloten om extern advies in te winnen waar het betreft de

(juridische) positie van de boedels ten opzichte van SGR. De door curatoren

ingeschakelde externe deskundige onderschrijft het standpunt van curatoren.

Gesteund/gesterkt door dit advies hebben curatoren de discussie met SGR de

voorbije periode voortgezet. Tot een uitkomst/oplossing heeft dit nog niet

geleid. Om die reden zal de discussie de aankomende verslagperiode worden

voortgezet.

Tot en met de 15e verslagperiode zijn door schuldeisers 1797 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

31-05-2021

7

1794

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren de discussie met SGR

voortgezet. Tot een oplossing heeft dit niet geleid. Omdat curatoren niet

verwachten dat deze kwestie in der minne zal worden opgelost, hebben zij de

rechter-commissaris gevraagd hen machtiging te verlenen om een procedure

tegen SGR te starten. In het volgende verslag zal op dit punt nader verslag

worden gedaan.

Tot en met de 16e verslagperiode zijn door schuldeisers 1794 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

31-05-2022

8

1794

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

In de voorbije verslagperiode hebben curatoren van de rechter-commissaris

machtiging gekregen om een procedure tegen SGR te starten. De inzet van

deze procedure is de veroordeling van SGR tot (terug)betaling aan de boedels

OAD van een bedrag van EUR 7.000.000 te vermeerderen met rente en kosten.

Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat SGR - naar het oordeel van

curatoren ten onrechte - onder de in het verleden door OAD verstrekte

bankgarantie heeft getrokken. Hangende de procedure tegen SGR achten

curatoren het niet opportuun om zich nader uit te laten over de grondslagen

30-05-2023

9

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

van hun vorderingen op SGR. Gezien de lange aanloop die deze kwestie heeft

gekend, bestaat er bij curatoren niet de hoop, noch verwachting, dat partijen

er alsnog in zullen slagen om de zaak te schikken. Daarvoor liggen de

standpunten te ver uiteen.

Tot en met de 17e verslagperiode zijn door schuldeisers 1794 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

Toelichting

Verslagperiode 18 – d.d. 1 maart 2024:

In de door curatoren tegen SGR aangespannen procedure heeft SGR in de

afgelopen verslagperiode voor antwoord geconcludeerd. Zoals verwacht heeft

SGR de rechtbank Rotterdam daarbij gevraagd om curatoren niet ontvankelijk

te verklaren in hun vorderingen/de vorderingen van curatoren af te wijzen.

Aansluitend heeft de rechtbank Rotterdam een comparitie van partijen gelast.

Deze comparitie zal op 4 april a.s. plaatsvinden.

Tot en met de 18e verslagperiode zijn door schuldeisers 1794 concurrente

schuldvorderingen ingediend.

01-03-2024

10

Toelichting

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 10 juli 2024 de vorderingen van

curatoren tegen SGR afgewezen. Curatoren kunnen zich niet verenigen met dit

oordeel van de rechtbank en hebben de rechter-commissaris gevraagd hen

machtiging te verlenen om hoger beroep te komen. Ten tijde van het leggen

van dit verslag dient deze machtiging nog verkregen te worden. In het

volgende verslag zullen curatoren over het verdere beloop van deze kwestie

nader verslag doen.

01-10-2024

11

Toelichting

Verslagperiode 20 – d.d. 1 september 2025:

Curatoren zijn de voorbije verslagperiode, na verkregen machtiging van de

rechter-commissaris, in hoger beroep gekomen van het vonnis van de

rechtbank Rotterdam. De stand van zaken is aldus dat curatoren grieven

hebben genomen en SGR daarop geantwoord heeft. Er is vervolgens een

mondelinge behandeling gepland voor 29 mei 2026.

01-09-2025

12

Toelichting

Verslagperiode 21 – d.d. 1 juli 2026:

Op 29 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling in de zaak tegen SGR

plaatsgevonden bij het Gerechtshof Den Haag.

Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft het Gerechtshof de

betrokken procespartijen laten weten dat 11 augustus a.s. arrest zal worden

gewezen.

01-07-2026

13

€ 24.849.013,39

Toelichting

31-07-2018

3

Volgens de crediteurenlijst uit de administratie van Oad Reizen B.V. bedraagt

het openstaande saldo zo'n € 16.500.000,00.

De crediteuren zijn aangeschreven en verzocht de vorderingen in te dienen in

het faillissement. De indruk bestaat dat het bedrag van de ingediende

vorderingen eveneens in die orde van grootte zal liggen.

Tot en met de 9e verslagperiode is voor een bedrag ad € 24.857.529,89 aan

concurrente vorderingen ingediend (zie 8.5). Voor wat betreft de vordering van

SGR: zie hiervoor, punt 8.5.

Verslagperiode 10 - d.d. 31 januari 2018: Het totaalbedrag aan concurrente

schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige verslag, namelijk

€ 24.857.529,89.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018: Het totaalbedrag aan concurrente

schuldvorderingen ten tijde van het elfde verslag bedraagt € 24.849.013,39.

€ 24.859.269,36

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Tot en met de twaalfde verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €

24.859.269,36 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

29-05-2019

4

€ 24.862.769,36

Toelichting

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019: Tot en met de 13e verslagperiode

zijn voor een totaalbedrag van € 24.862.769,36 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

28-11-2019

5

Toelichting

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020: Het totaalbedrag van ingediende

concurrente schuldvorderingen is ongewijzigd ten opzichte van het vorige

verslag. Tot en met de 14e verslagperiode zijn voor een totaalbedrag van €

24.862.769,36 aan concurrente schuldvorderingen ingediend.

02-06-2020

6

€ 24.870.552,69

Toelichting

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021: Tot en met de 15e verslagperiode is

voor een totaalbedrag van € 24.870.552,69 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

31-05-2021

7

€ 19.785.544,07

Toelichting

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022: Tot en met de 16e verslagperiode is

voor een totaalbedrag van € 19.785.544,07 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

31-05-2022

8

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

€ 19.785.544,07

Toelichting

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023: Tot en met de 17e verslagperiode is

voor een totaalbedrag van € 19.785.544,07 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

30-05-2023

9

€ 19.785.544,07

Toelichting

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024: Tot en met de 18e verslagperiode is

voor een totaalbedrag van € 19.785.544,07 aan concurrente

schuldvorderingen ingediend.

01-03-2024

10

De verwachting is dat onderhavig faillissement opgeheven zal worden omdat

er niet voldoende baten beschikbaar zijn voor de voldoening van de

faillissementskosten en de overige boedelschulden. Dat betekent dat zeer

waarschijnlijk geen uitkering aan de pre-faillissementsschuldeisers mogelijk zal

zijn.

31-07-2018

3

Verslag 1 - 8: zie vorige verslagen.

Verslagperiode 9 - d.d. 30 juni 2017:

Correspondentie met de belastingdienst. Er is veel gecorrespondeerd en

getelefoneerd met schuldeisers. Er heeft een bespreking met de functionaris

van KPMG Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie

met de belastingdienst over de scholingsaftrek. Tot slot hebben curatoren de

informatie, afkomstig van SGR, beoordeeld en (nader) gecorrespondeerd met

(de advocaten van) SGR over de (grondslag van de) vorderingen van SGR.

Verslagperiode 10 d.d. 31 januari 2018:

Correspondentie met de belastingdienst en met de functionaris van KPMG

Meijburg & Co plaatsgevonden, die curatoren bijstaat in de discussie met de

belastingdienst over de scholingsaftrek. Verder hebben curatoren de nieuwe

informatie, afkomstig van SGR, beoordeeld en (nader) gecorrespondeerd met

(de advocaat van) SGR. Er is tot slot gecorrespondeerd en getelefoneerd met

schuldeisers.

Verslagperiode 11 - d.d. 31 juli 2018:

Correspondentie en bespreking met de belastingdienst en de functionaris van

KPMG aangaande de scholingsaftrek. Bespreking met de rechter-commissaris

over standpunt belastingdienst ten aanzien van de scholingsaftrek; Er is

gecorrespondeerd en getelefoneerd met schuldeisers, waaronder (de

advocaten van) SGR.

31-07-2018

3

Verslagperiode 12 - d.d. 31 mei 2019:

Correspondentie met de belastingdienst en schuldeisers. Bespreking en

correspondentie met SGR.

29-05-2019

4

Verslagperiode 13 - d.d. 28 november 2019:

Correspondentie met de belastingdienst, de rechter-commissaris en de door

curatoren ingeschakelde belastingadviseur, waar het betreft de

28-11-2019

5

scholingsaftrek, met SGR, waar het betreft de grondslagen van haar vordering,

en met schuldeisers.

Verslagperiode 14 - d.d. 2 juni 2020:

Controle diverse berichten "vermindering loonheffing". Correspondentie met de

advocaten van SGR, waar het betreft de grondslag van haar vordering.

02-06-2020

6

Verslagperiode 15 - d.d. 31 mei 2021:

Inzake SGR: correspondentie met de door curatoren ingeschakelde externe

deskundige en met de advocaten van SGR.

31-05-2021

7

Verslagperiode 16 - d.d. 31 mei 2022:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris.

31-05-2022

8

Verslagperiode 17 - d.d. 30 mei 2023:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige, met de advocaten van SGR en met de rechter-

commissaris; het opstellen van een dagvaarding; contact met de deurwaarder

inzake de betekening van de dagvaarding.

30-05-2023

9

Verslagperiode 18 - d.d. 1 maart 2024:

Inzake SGR: correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris; correspondentie met de

rechtbank Rotterdam.

01-03-2024

10

Verslagperiode 19 – d.d. 1 oktober 2024:

Bijwonen van de zitting bij de rechtbank Rotterdam; bestudering van het

vonnis; correspondentie en overleg met de door curatoren ingeschakelde

externe deskundige en met de rechter-commissaris.

01-10-2024

11

Verslagperiode 21 – d.d. 1 juli 2026:

Voorbereiden en bijwonen mondelinge behandeling Gerechtshof Den Haag in

de zaak tegen SGR.

01-07-2026

13

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

9. Procedures

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Niet van toepassing. 31-07-2018

3

Geen. 31-07-2018

3

10.1 Plan van aanpak

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Bijlagen

10. Overig

Incasso debiteuren (waartoe te rekenen: Euro Disney), beoordeling van de

vorderingen van SGR, uitvoeren van de in faillissementen te doen gebruikelijke

onderzoeken.

31-07-2018

3

Voortzetting van de discussie met Euro Disney (alle overige vorderingen zijn

inmiddels geïncasseerd). Beoordeling van de vorderingen van SGR; uitvoeren

van de in faillissementen te doen gebruikelijke onderzoeken.

29-05-2019

4

Voortzetting van het geschil met SGR; uitvoeren van de in faillissementen te

doen gebruikelijke onderzoeken.

31-05-2022

8

De verwachting is dat de afwikkeling van de OAD-faillissementen enkele jaren

in beslag zal nemen.

31-07-2018

3

1-1-2027 01-07-2026

13

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 31-07-2018

3

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-09-2025

12

Opstellen van een faillissementsverslag + tussentijds financieel verslag. 01-07-2026

13

Bijlagen