Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 26-11-2025

Zeeland Aluminium Company N.V. · KVK 22017302 ·F.02/11/786
Verslagdatum
26-11-2025
Procedure
Faillissement
Status
Beëindigd
Rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 02_zwb_11_786_F_V_39 ·Tekst verwerkt op 26-09-2026 11:35

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Betreft

Algemene gegevens

ZALCO - Zeeuwse Aluminium Company N.V. 15-12-2021

20

naamloze vennootschap 15-12-2021

20

productie aluminium en al hetgeen daartoe behoort in de meest brede zin van

het woord

15-12-2021

20

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2009 € 193.835.000,00 € -16.467.000,00 -
2010 € 280.296.000,00 € -67.030.000,00 € 216.823.000,00
2011 € 364.336.000,00 - -
2010 - € 280.296.000,-- -
(tot en met november) 2011: € 364.336.000,--

15-12-2021

20

Verslagnummer 27

Datum verslag 26-11-2025

Insolventienummer F.02/11/786

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000014151:F001

Datum uitspraak 13-12-2011

R-C mr. I.C. de Kwant

Curator mr P.E. Butterman

mr B. van Leeuwen

Winst en verlies

Onderstaand volgt een overzicht van de geconsolideerde cijfers van Zalco (dus

inclusief haar dochteronderneming BaseMet AG, die als verkoopkanaal van

ZALCO fungeerde.)

2009 2010

Omzet geconsolideerd 193.835.000 280.296.000

Netto-verlies 16.467.000 67.030.000

De verliezen waren met name te wijten aan verhoudingsgewijs te hoge kosten

van inkoop van grondstoffen enerzijds en van met name energie anderzijds. In

2010 bedroegen deze twee kostenposten tezamen alleen al afgerond €

250.000.000,--.

Was er in 2010 nog sprake van een licht positieve cashflow van afgerond €

8.000.000,--, blijkens de tussentijdse cijfers tot en met oktober 2011 was die

toen weer negatief (circa € 2.000.000,--), voornamelijk veroorzaakt door een

negatieve cashflow van afgerond € 5.500.000,-- in de maand oktober.

Oorzaak van het negatieve resultaat in 2011 was met name een veel lagere

omzet dan begroot (circa 15%), dit terwijl de kosten wel conform begroting

waren.

Balanstotaal

Geconsolideerd bedroeg het balanstotaal per eind 2010 € 216.823.000,--,

enkelvoudig (dus alleen van Zalco) bedroeg dit afgerond € 179.500.000,--. Dit

verschil zit met name in de debiteuren (ad ca € 50.000.000,-). Deze debiteuren

werden overigens volledig bevoorschot door de Zwitserse bank van BaseMet

AG, zulks op basis van gegarandeerde betalingsdocumenten van de

eindafnemers.

Nota bene, op zich had Zalco uit hoofde van haar leveranties aan BaseMet AG

uiteraard een vordering op deze AG, maar die (intercompany-)vordering werd

verrekend met voormelde bevoorschottingen enerzijds en/of met

vooruitbetalingen door AG anderzijds.

De belangrijkste activa van Zalco zijn :

onroerend goed: balanswaarde € 12.919.000,--;

bedrijfsuitrusting: balanswaarde € 85.000.000,--;

voorraden: balanswaarde € 38.318.000,--;

een VPB-vordering balanswaarde € 22.000.000,--.

De VpB vordering was een carryback-vordering in verband met geleden

verliezen. Door het faillissement van ZALCO zal deze vordering geen waarde

meer hebben, omdat er geen verrekening meer plaats kan vinden met

mogelijke toekomstige winsten.

Taxaties zijn er nog niet; thans valt dan ook nog niet aan te geven wat de

verkoopopbrengst van de activa uiteindelijk op zal leveren. Daarnaast zal er

nog een andere analyse moeten volgen van met name de intercompany

vorderingen, waaronder de rekening-courantverhouding tussen ZALCO

enerzijds en haar dochter BaseMet AG anderzijds.

Curatoren hebben Troostwijk verzocht een taxatie te maken van het actief en

daartoe het actief te beschrijven, zodat dit mede dienstbaar kan zijn aan de

hiervoor beschreven doorstartactiviteiten zoals hierna nader toe te lichten.

Daarnaast is aan een externe (DRV Corporate Recovery) opdracht gegeven de

deugdelijkheid van de financiële administratie te onderzoeken, waartoe in dat

verband en overigens zelfstandig de intercompany vorderingen aan een nader

onderzoek zijn onderworpen. Ten tijde van het opmaken van dit verslag

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Verslagperiode

kunnen daaromtrent nog geen resultaten worden vermeld

628

Toelichting

478 en circa 150 uitzendkrachten, zie 2. Personeel

15-12-2021

20

€ 4.486.282,13

15-12-2021

20

€ 4.462.435,91

13-06-2022

21

€ 4.365.966,82

05-04-2024

24

€ 4.393.352,06

16-12-2024

25

€ 4.434.507,44

27-05-2025

26

Verslagperiode

Bestede uren

van

16-6-2021

t/m

10-12-2021

15-12-2021

20

van

11-12-2021

t/m

31-5-2022

13-06-2022

21

van

1-6-2022

t/m

31-12-2022

07-02-2023

22

van

1-9-2023

t/m

29-3-2024

05-04-2024

24

van

30-3-2024

t/m

12-12-2024

16-12-2024

25

van

13-12-2024

t/m

26-5-2025

27-05-2025

26

van

27-5-2025

t/m

24-11-2025

26-11-2025

27

Bestede uren

Toelichting bestede uren

VerslagperiodeBestede uren

20 37 uur 24 min
21 42 uur 24 min
22 12 uur 6 min
23 171 uur 36 min
24 78 uur 18 min
25 22 uur 54 min
26 54 uur 24 min
27 40 uur 48 min
Totaal 459 uur 54 min

Het onderhavige verslag is een openbaar verslag waarin informatie door de

curator ten behoeve van derden beschikbaar wordt gesteld naar de aard en

de stand van het onderzoek door de curator gedaan zodat de curator niet voor

de juistheid en volledigheid daarvan kan opkomen. In die zin is een

boedelverslag een weergave van algemene en specifieke bevindingen die na

verloop van tijd kunnen en in de praktijk moeten worden bijgesteld. Derhalve

kunnen geen rechten aan het onderhavige verslag worden ontleend jegens de

curator. Voor een goede lezing van het verslag wordt voor de relevante

mutaties met name verwezen naar hetgeen is opgemerkt onder paragraaf 6.3.

Het onderhavige verslag vormt een aanvullend openbaar boedelverslag. De

aanvullingen zijn dikgedrukt opgenomen.

In algemene zin kan worden opgemerkt dat momenteel diverse procedures

worden gevoerd en het niet wenselijk is daarop vooruit te lopen omdat de

geschillen onder de rechter zijn. Niettegenstaande het feit dat aan de inhoud

van dit verslag geen rechten kunnen worden ontleend althans rechten

uitdrukkelijk worden voorbehouden wat betreft de lopende geschillen is het uit

proces technische overwegingen niet wenselijk daar thans op vooruit te lopen.

Volstaan zal dan ook worden met een algemene duiding van de stand van

zaken.

Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:

Dit verslag bevat aanvullingen op het 14de verslag waarin met name een

weergave wordt gegeven van de huidige processuele stand van zaken. Voor

het overige zijn er geen mutaties van betekenis aan de orde ten opzichte van

de voorgaande verslaglegging.

Zie dan ook voor de wijzigingen paragraaf 12.1, 12.2, 12.3 en 13.9.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

Kort gezegd is de boedel in afwachting van de uitkomst van het

cassatieverzoek, welke uitkomst mede bepalend zal zijn voor de financiële

afwikkeling. Zie hierna hoofdstuk 12-14.

Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:

Er is geen wijziging van betekenis ten opzichte van het 16de verslag. Zie

hierna hoofdstuk 12-14.

Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:

Zie 12.1, 13.9 en 14

Toevoeging 19de verslag d.d. 23 juni 2021:

Zie 12.1, 13.9 en 14

15-12-2021

20

1.1 Directie en organisatie

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15 december 2021:

Uren verslagperiode : kantoor VLDW: 19,60 uur

Uren verslagperiode : kantoor RST: 17,80 uur

Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor VLDW: 1.840,35 uur

Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor RST: 2.273,90 uur

Zie 8.1, 8.2, 8.4, 8.6 en 10.1

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13-06-2022:

Uren verslagperiode: kantoor VLDW: 19,70 uur

Uren verslagperiode: kantoor RST: 22,70 uur

Totaal uren vanaf faill.datum: kantoor VLDW: 1.860,05 uur

Totaal uren vanaf faill.datum: kantoor RST: 2.296,60 uur

Zie 1.1 (vervolg), 5.3 (vervolg), 8.1, 8.2, 8.3, 8.4, 8.6 en 10.1

13-06-2022

21

Toevoeging 22ste verslag d.d. 13-01-2023:

Uren verslagperiode : kantoor VLDW: 6,50 uur

Uren verslagperiode : kantoor RST: 5,60 uur

Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor VLDW: 1.866,55 uur

Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor RST: 2.302,20 uur

Zie paragraaf 5.3 (vervolg) en 10.1

07-02-2023

22

uren verslagperiode: kantoor VLDW, 1,5 uren

uren verslagperiode: kantoor RST, 21,4 uren

16-12-2024

25

uren verslagperiode: kantoor VLDW, 21,1 uren

uren verslagperiode: kantoor RST, 33,3 uren

27-05-2025

26

1. Inventarisatie

ZALCO N.V. is een dochtervennootschap van BaseMet B.V., gevestigd te

Luchthaven Schiphol, Kamer van Koophandelnummer 34261429.

BaseMet B.V. heeft nog drie andere dochtervennootschappen, te weten

Panther Trading A.G. (gevestigd te Zug Zwitserland), ALDEL - Aluminium Delfzijl

B.V. en VOERDAL – Voerde Aluminium GmbH (gevestigd te Voerde, Duitsland).

(Panther is commercieel inkoopplatform voor Aldel, Voerdal en Zalco.)

BaseMet B.V. is uiteindelijk eigendom van Klesch & Company Limited in London,

Verenigd Koninkrijk.

ZALCO is door BaseMet de dato 2 juli 2007 als deelneming verworven.

ZALCO heeft een roerige tijd gekend. De onderneming is sterk afhankelijk van

de marktbeweging die enerzijds wordt gedomineerd door de prijs van

grondstoffen en energie en anderzijds wordt gedomineerd door de prijs van

aluminium. De waarde van het aluminium wordt bepaald door de LME (London

Metal Exchange).

15-12-2021

20

Met name het verloop van de energieprijzen zijn grillig geweest de afgelopen

periode. Na de tsunami in Japan en daarop volgende problemen bij de

kerncentrales te Fukushima zijn vervolgens in Duitsland meerdere

kerncentrales buiten gebruik gesteld waardoor de elektriciteitsprijs in Europa

aanmerkelijk is gestegen. Daarnaast is door de economische recessie/crisis de

prijs van aluminium gedaald. Deze twee effecten hebben ertoe geleid dat

ZALCO ook niet in 2011 met winst heeft kunnen produceren.

Conflicten met de energieleveranciers heeft ZALCO het laatste kwartaal van

het jaar 2011 gekleurd en in de publiciteit gebracht. Weliswaar werd een kort

geding gewonnen

(LJN: BU 6915) en diende energie te worden geleverd zonder dat daaraan

hoge bankgaranties konden worden verbonden, toch heeft dit uiteindelijk niet

mogen baten. Doordat bij voortduring met verlies geproduceerd werd mochten

ook financiële injecties in de maand november 2011 met name (indirect) van de

zijde van Lassan, een indirecte dochter van de aandeelhouder van BaseMet

BV. niet baten. Tot het laatste moment is overleg geweest met het ministerie

voor een tegemoetkoming in de transportkosten van de energie. Daar is

overleg toe gevoerd op ministerieel niveau door Klesch en de directie.

Medewerking zou een wetswijziging vragen. TenneT wilde een vooruitbetaling

doen op het contract 2012 van € 5 miljoen, doch vroeg onverwacht een

bankgarantie van € 1,3 miljoen. Dat was onmogelijk. Daardoor was er een

direct tekort in de cash flow. Dit heeft de directie in afstemming met de

aandeelhouder en de RvC doen besluiten alsnog het faillissement van ZALCO

aan te vragen.

Gezien de situatie die de curatoren hebben aangetroffen, meer in het

bijzonder de hoogte van de directe doorlopende lasten en met name de

energielasten een vanuit dit perspectief gezien begrijpelijke keuze. Echter,

curatoren hebben zich wel verbaasd over het feit dat niettegenstaande het feit

dat het faillissement werd gedragen door en mede werd begeleid vanuit

BaseMet er niet op voorhand maatregelen getroffen zijn geweest met

betrekking tot de directe gevolgen van het faillissement waardoor een fabriek

werd aangetroffen, vol in bedrijf, met vele lopende verplichtingen, in het

bijzonder ook ten aanzien van energieleveranciers met een geschatte

afnameverplichting in geld van

€ 500.000,-- à € 600.000,-- per dag aan energie. Dit heeft curatoren voor een

aanmerkelijk probleem geplaatst, te weten hoe om te gaan met deze fabriek

vol in bedrijf (meer dan 400 gevulde ovens met vloeibaar aluminium) waarbij

evident was dat de fabriek niet van het ene op het andere moment kan

worden stilgelegd, maar anderzijds het voortzetten van de productie

aanmerkelijke kapitaalinjecties vergde die uiteraard curatoren niet ter

beschikking hebben gestaan.

Een en ander heeft aanmerkelijke discussies opgeleverd met de

energiemaatschappijen. Daar waar de te verbruiken elektriciteit van dag tot

dag moet worden besteld (“genomineerd”) en daarmee ook de

elektriciteitsprijs wordt bepaald werden curatoren zelfs geconfronteerd met

een enorme toename aan energiekosten wegens zogenaamde onbalans in

energieleveranties (Zalco is de grootste afnemer van stroom in heel Nederland

na de Nederlandse Spoorwegen. Zalco heeft een energiebehoefte van circa

2% à 3% van de totale Nederlandse markt). Daardoor nam de aangeboden

energieprijs nog eens fors toe en werd de prijs bijna verdubbeld terwijl de

bestaande prijs al niet kon worden opgebracht. Uiteraard waren daardoor

energieleveranciers gedwongen enige tijd ongedekt energie door te leveren.

Daarbij moet overigens in aanmerking worden genomen dat ook TenneT en de

leveranciers van elektriciteit hebben aangegeven dat je niet van het ene op

het andere moment het stroomverbruik kunt stilleggen. Ook dit zou een groot

risico met zich brengen voor wat betreft onbalans in het netwerk dat tot grote

stroomstoringen zou kunnen leiden. Overigens bij een dergelijke stop zou er

ook gevaar hebben kunnen zijn voor het milieu en het personeel.

Derhalve zagen curatoren zich geconfronteerd niet alleen met een vol

productieproces, maar ook met een maatschappelijke verantwoordelijkheid ten

aanzien van deze energieproblematiek. Derhalve is in de eerste week van het

faillissement in overwegende mate tijd gestoken, naast het inventariseren van

de boedel, in het beoordelen van het al dan niet gecontroleerd kunnen

beëindigen van het productieproces en het kunnen terugbrengen van het

energieverbruik.

Curatoren werden tevens geconfronteerd met enorme

belangentegenstellingen. De ene bij de onderneming betrokken partij had

belang bij het direct staken van de productie (de toeleveranciers), andere

partijen hadden juist belang bij voortzetting van de productie

(zekerheidsgerechtigden alsook het bedrijfseconomische belang gelegen in het

verwerken van de vloeibare aluminium in de ovens), terwijl bovendien TenneT

benadrukte dat de energie niet ineens kon worden afgezet, zodat curatoren al

snel duidelijk werd dat behoudens een zeer snelle al dan niet tijdelijke

doorstart met bijbehorende financiering en garantstelling de fabriek in overleg

met TenneT/de energieleveranciers, de Veiligheidsregio, de Provincie en de

Arbeidsinspectie zou moeten worden stilgelegd. Ook daarvoor geldt, zoals ook

door de energieleveranciers aangegeven, dat de fabriek niet ineens kan

worden stilgelegd al was het maar omdat het energieverbruik daarop

gefaseerd moet worden aangepast. Bovendien hadden curatoren uiteraard de

tijd nodig zich de problematiek enigszins eigen te maken en in de markt de

alternatieven te onderzoeken.

Na uiterst intensieve onderhandelingen met afnemer en als deelfinancier

betrokken partij Glencore hebben curatoren in afstemming met de rechter-

commissaris uiteindelijk moeten besluiten tot een gecontroleerde noodstop (1

à 3 dagen) in plaats van een gecontroleerde afbouw (circa 36 dagen). De

gecontroleerde noodstop heeft ertoe geleid dat op een termijn van twee/drie

dagen het fabricageproces is stilgelegd en het vloeibare aluminium in de ovens

is gestold daar waar bij een meer gefaseerde afbouw de ovens leeggemaakt

hadden kunnen worden. Aan beide scenario’s kleefden voordelen en nadelen.

Echter, gezien het ontbreken van de vereiste liquiditeit voor de gecontroleerde

stillegging en de eis van de energieleveranciers aanmerkelijke (bank)garanties

te stellen en betalingsgaranties te verstrekken heeft de boedel geen andere

kans gehad dan staking van het productieproces door middel van een

noodstop.

Gezien de omvang van de onderneming en de betrokkenheid van derden bij de

onderneming zijn curatoren aansluitend geplaatst voor een aanmerkelijke

operatie met betrekking tot ontslag van het personeel, begeleiding van het

UWV zodat zeker gezien het jaargetijde ten spoedigste bevoorschotting van

het personeel qua uitkering kon plaatsvinden, overleg met de Gemeente en

Provincie en overleg met betrokken partijen en juridische belanghebbenden

met betrekking tot een ieders juridische (zekerheids-) positie, niet in de laatste

plaats beoordeling van eigendommen door derden ten behoeve van

werkzaamheden op het terrein beschikbaar gesteld en door leveranciers

geclaimde eigendomsvoorbehouden en overige eigendomsrechten,

retentierechten en reclamerechten.

Direct vanaf week 51 is met het vaststellen van positie van derden een

aanvang genomen en aan uitlevering gevolg gegeven. Vanuit de boedel zal de

komende verslagperiode met name aandacht uitgaan naar het verder

uitwinnen van deze posities. De eerste anderhalve week heeft namelijk zoals

hiervoor aangegeven in overwegende mate in het teken gestaan bij het in

kaart brengen van en het verder in besprekingen beoordelen van

bovengenoemde (juridische) posities en het op gang brengen van

onderhandelingen tot verkoop van de fabriek als geheel danwel in onderdelen.

De inhoud en aard van dit openingsverslag leent zich er niet voor hier thans

nader inhoudelijk op in te gaan.

In de komende verslagperiode zal met name moeten worden beoordeeld in

hoeverre tot een doorstart kan worden gekomen.

Uiteraard is vanuit het perspectief van de boedel gezien primair ingezet op

verkoop van het geheel van de onderneming, dan wel subsidiair onderdelen

daarvan en dan met name de anodefabriek en de gieterij.

Nadat in de periode van 13 december tot 23 december 2011 met name werd

gewerkt aan het treffen van ordemaatregelen, energievoorziening en de

uiteindelijk noodgedwongen stillegging van het productieproces, is aansluitend

aandacht besteed aan waardering van het actief en het opmaken van een

bidbook ten behoeve van verkoop van het actief. Parallel daaraan is veel

aandacht besteed aan uitwinning van eigendom door derden voor zover aan

de orde en met in achtneming van de afkoeling als gelast.

Met betrekking tot het verkooptraject is uiteraard al direct bij aanvang van het

faillissement aandacht besteed aan de positie van de zekerheidsgerechtigden

waaronder Zeeland Seaports. Aan Zeeland Seaports komt echter ook nog een

andere positie toe, te weten die van grondeigenaar/verpachter. Om die reden

heeft op 2 januari 2012 ten kantore van Zeeland Seaports met haar advocaat

Mr. Platteeuw en de heer Pater overleg plaatsgevonden en is de vraag

voorgelegd in hoeverre Zeeland Seaports de bereidheid heeft het

erfpachtrecht mogelijk in onderdelen per activiteit te splitsen. Aangegeven is

dat als verkoop van de fabriek als geheel niet tot de mogelijkheden blijkt te

behoren, toch tenminste goede kansen worden gezien met betrekking tot de

gieterij en de anodefabriek. Tevens is toen de aanbiedingsbrief met Zeeland

Seaports voor wat betreft haar positie afgestemd.

Vervolgens kon 3 januari 2012 het bidbook worden afgerond die aansluitend

beschikbaar is gesteld aan geselecteerde potentiële kopers. Aan deze

potentiële kopers is gelegenheid geboden de situatie in ogenschouw te

nemen, vragen te stellen, onderzoek te doen en tot een eerste initiële bieding

te komen. De termijn daartoe sloot op 11 januari 2012.

De biedingen zijn 13 januari 2012 besproken met externe deskundigen en de

rechter-commissaris op grond waarvan één zeer gegoede partij werd

geselecteerd. Deze partij is niet alleen kapitaal krachtig maar staat ook bekend

als degelijk (een man een man een woord een woord) en is bekend met de

sector. Niet alleen werd een aanmerkelijk initieel bod deed op de gieterij en de

anodefabriek gedaan, maar tevens werd aangegeven mogelijk ook onderdelen

van de smelterij over te nemen.

Daartoe is aansluitend deze partij in de gelegenheid gesteld in een korte

periode van exclusiviteit een technische en juridische due diligence te doen. In

die procedure is ook Zeeland Seaports verzocht te participeren en meer

concreet te maken onder welke voorwaarden en op welke wijze het erfpacht

gedeeld zou kunnen worden. Omdat Zeeland Seaports geen inzicht had in de

infrastructuur van het terrein is in diezelfde periode met Zeeland Seaports en

medewerkers van Zalco NV gewerkt aan het in kaart brengen van alle

infrastructurele aspecten zodat Zeeland Seaports in staat zou zijn haar

voorwaarden voor erfpacht te formuleren. Woensdag 18 januari presenteerde

Zeeland Seaports haar voorwaarden voor een gedeeltelijke pacht aan

curatoren en werd dit direct kenbaar gemaakt aan de juridische adviseurs van

de koper, zodat directe afstemming zou kunnen plaats vinden over deze

voorwaarden.

Uiteindelijk werden curatoren uitgenodigd voor een nadere bespreking tot het

doen van een nader bod op donderdag 26 januari. Dit heeft erin geresulteerd

dat er alleen een finaal bod werd gedaan op de anodefabriek onder afwijzing

van de door Zeeland Seaports gestelde voorwaarden (term sheet), maar

onder aanvaarding van marktconforme reguliere voorwaarden.

Curatoren hebben geconstateerd dat er een discrepantie optrad tussen

maatschappelijke belangen (behoud van werkgelegenheid) en commerciële

belangen. Derhalve hebben curatoren de betrokken en verantwoordelijke

overheden 27 januari geïnformeerd over het proces en uitgenodigd actief te

participeren. De uitnodiging daartoe voor 30 januari is onbeantwoord

gebleven. Dat wil zeggen dat de overheden van een reactie hebben afgezien

en niet op uitnodiging zijn verschenen voor nader overleg.

Uiteraard dienen curatoren acht te slaan op wettelijke kaders en daaruit

voortvloeiende juridische posities van de grondeigenaar enerzijds en

zekerheidsgerechtigden (hypotheekhouders en pandhouders) anderzijds. In

dit proces speelt ook als complicerende factor het pandrecht op het

aluminium/work in progress en de in dat verband in de ovens aanwezige

gestolde aluminium.

Om alle partijen recht te doen hebben curatoren de betrokken rechthebbenden

uitgenodigd met elkaar tot afspraken te komen ter zake de wederzijdse en op

onderdelen strijdige juridische posities en daarmee de weg vrij te maken voor

voortzetting van inhoudelijke onderhandelingen met de initiële betrokken

potentiële kopers om zo door middel van mogelijke combinaties tot een

mogelijke doorstart te komen. Dit heeft er ook in geresulteerd dat aan Zeeland

Seaports is gevraagd vanuit haar rechtspositie als grondeigenaar/verpachter

met de betrokken partijen zelfstandig te spreken. Nader overleg vond plaats

op 1 februari. Zeeland Seaports heeft in dat proces aangeven zelf met

potentiële kopers te willen spreken over haar posities als erf-verpachter.

Dit proces heeft ertoe geleid dat gezocht wordt naar een combinatie van

meerdere opties. Daartoe wordt verwezen naar de hierna volgende paragraaf

betreffende een mogelijke doorstart. Daarbij nemen curatoren in ogenschouw

dat alle betrokken belanghebbenden uiteraard handelen vanuit hun positie

rechtens, en hebben curatoren die posities ook te respecteren.

Omdat uit het voorgaande wel duidelijk moge zijn dat het proces en de

betrokken belangen omvangrijk zijn, is in overleg met de rechter-commissaris

gevraagd de periode voor de afkoeling voor twee maanden te verlengen en is

daarin voorzien. Als gevolg daarvan loopt de afkoeling thans tot en met

uiterlijk 13 april 2012 dan wel zoveel korter als nodig mocht blijken te zijn en

zullen curatoren met de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen

omzichtig omgaan.

Medio februari zijn de onderhandelingen met met name Alumet

Handelsgesellschaft MbH sterk geïntensiveerd. Daarbij pretendeerde Alumet

zelf afspraken te hebben gemaakt met Century Anode B.V., die al vanaf

aanvang geïnteresseerd is in de anodefabriek en met Glencore in verband met

het vermeende pandrecht op het gestolde aluminium in de ovens. Hiermee

zouden aanmerkelijke problemen, die de verkoop compliceren, worden

weggenomen en onderhandelaars uit handen worden genomen.

Na zeer intensieve onderhandelingen kon op 29 februari 2012 een

handgeschreven document worden bereikt onder de titel Head of Agreements

waarin tussen Zeeland Seaports, curatoren, Nationale Borg en Alumet werd

vastgelegd op welke wijze een verkoop en doorstart zou moeten plaatsvinden,

waarbij werd voorzien dat Alumet de gieterij zou voortzetten en van de

elektrolyse een warehouse zou maken en Century de anode zou voortzetten.

Daarmee zou het gehele terrein weer in erfpacht kunnen worden uitgegeven

hetgeen voor Zeeland Seaports een belangrijk gegeven vormde.

Het ‘s avonds op 29 februari jl. bereikte akkoord werd zoals gezegd

vastgelegd in een handgeschreven document en alleen voor gezien getekend,

omdat alle partijen nog met bevoegden op de achtergrond moesten

afstemmen en ook nog een voorbehoud werd gemaakt ter zake toestemming

mededingingsautoriteiten. Daarbij werd de afspraak gemaakt begin maart te

komen tot definitieve ondertekening van een definitieve overeenkomst die

aansluitend zou worden opgemaakt in opdracht van Zeeland Seaports als

meest belanghebbende partij ter zake de contractvoorwaarden, meer in het

bijzonder erfpacht en opstalvoorwaarden.

Zoals hiervoor geduid werd in de Head of Agreements bepaald dat het een

document was door partijen voor gezien getekend en dat partijen eerst

gebonden zouden zijn bij het opmaken van een definitieve overeenkomst. Dit

in verband met de complexheid van de materie en de intensiteit van de

gevoerde onderhandelingen.

Direct op 1 maart zijn ook al de nodige handelingen verricht om te komen tot

uitvoering van de door alle partijen gewenste en verwachte overeenkomst.

Uiteindelijk vroeg Alumet ondertekening van de overeenkomst te mogen

uitstellen tot eind maart, in verband met de mededingingsproblematiek die

zowel beoordeeld zou moeten worden in Nederland, in Duitsland als ook in

Oostenrijk. Hiermee werd ingestemd met de afspraak dat partijen er dan voor

zouden zorgdragen dat uiterlijk 1 april 2012 de verantwoordelijkheid van de

plant zou overgaan naar koper.

In dit hele traject was overigens van belang dat Alumet de anodefabriek zou

doorverkopen aan Century, daar waar Century vervolgens aangaf direct en

zelfstandig met Zeeland Seaports een overeenkomst te willen sluiten ter zake

een nieuwe erfpachtrelatie. In de maand april heeft Century ter definitieve

beoordeling van haar positie nog een uitgebreid nader due dilligence

onderzoek gedaan. In deze periode is ook intensief overleg gepleegd met de

overheden/toezichthouders en vergunning instellingen.

Eind maart was nog niet volledige overeenstemming bereikt tussen Alumet,

Century en Glenncore. Dit laatste voor wat betreft het uitnemen en verwerken

van het aluminium uit de ovens. Dit valt Alumet te verwijten nu Alumet

uitdrukkelijk in de onderhandelingen had aangegeven (en dit ook door

Glencore en Century was bevestigd) dat zij met deze beide partijen afspraken

had gemaakt. Het bleek dat er wel afspraken waren gemaakt, maar geen

definitieve en goedgekeurde afspraken.

Om de algehele doorstart van de fabriek toch een goede kans te geven is

besloten Alumet en Century nog enige tijd uitstel te verlenen onder

voorwaarde dat de kosten tot beheer en behoud van de plant over de maand

april zouden worden gedragen door Alumet en Century. Daarnaast was

voorwaarde dat een deel van de erfpachtcanon over de maand april aan

Zeeland Seaports zou worden betaald. Ondertekening van de definitieve

overeenkomst werd ook in april een paar keer uitgesteld maar uiteindelijk

werd een absolute deadline opgesteld te weten 20 april 2012.

Vanuit de boedel is in de maand april volledige medewerking gegeven aan

alles wat nodig is om tot een succesvolle opstart van de fabriek te komen. Zo

is zowel Alumet als ook Century volledig geïnformeerd over het

personeelsbestand en de nog aanwezige personeelsleden en hetgeen bij het

opstarten van beide activiteiten noodzakelijk is, zijn nadere contacten gelegd

en gestimuleerd met overheidsinstellingen/vergunnings-voorschriften, in

Century tot een nader due dilligence onderzoek toegelaten en is daaraan

volledige medewerking verleend, zijn Alumet alle door hen gevraagde en

noodzakelijk geachte informaties aanvullend verschaft en is uiteindelijk zelfs

ten behoeve van Alumet en Century een plan van aanpak opgemaakt welke

aandachtspunten invulling behoeven, hoe de arbeidsvoorwaarden er bij Zalco

hebben uitgezien, hoe de regionale arbeidsvoorwaarden eruit zien en wat de

minimale CAO-vereisten zijn.

Uiteindelijk kwam de verrassende mededeling van de zijde van Alumet dat men

alleen nog een in sterke mate neerwaarts aangepaste overeenkomst wilde

sluiten, in eerste instantie door een forse korting op de overeengekomen

koopsom, maar later met de mededeling dat Alumet niet langer samen zou

optrekken met Century, alleen de gieterij wilde afnemen en ook het terrein van

de elektrolyse niet zou willen verwerven ten behoeve van op- en overslag,

zoals dat oorspronkelijk in haar bedoeling lag. Aansluitend gaf Century te

kennen ook van haar zijde de overeengekomen koopsom neerwaarts te willen

bijstellen in verband met hetgeen het aanvullend due dilligence onderzoek aan

het licht zou hebben gebracht.

Het wijzigen van de condities van de overeenkomst, althans de mededeling

niet langer bereid te zijn de oorspronkelijke voorwaarden te aanvaarden,

maakte de overeenkomst in de onderlinge relatie tussen Zeeland Seaports en

Nationale Borg als hypotheekhouders en Zeeland Seaports in haar positie als

grondeigenaar/verpachter onaanvaardbaar.

Curatoren hebben in een uiterste poging alsnog tot een finale oplossing te

komen, een finale aanbieding gedaan d.d. 25 april 2012 aan Alumet en Century

en de inmiddels ook in de onderhandelingen betrokken partij UTB, die eerder al

had aangegeven belangstelling te hebben voor de gieterij en sloop van de

elektrolyse.

Daar waar in de oorspronkelijk voorziene overeenkomst Zeeland Seaports het

gehele terrein van Zalco opnieuw en ten minste in haar onderdelen voor enige

tijd in erfpacht zou kunnen uitgeven en thans de elektrolyse daaruit zou

wegvallen in verband met sloop van dit onderdeel en bovendien de prijs

neerwaarts werd bijgesteld, gaf dit een ernstig probleem in de onderlinge

relatie tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg Maatschappij

anderzijds met betrekking tot het kunnen verdelen van de opbrengst. De

overeenkomst met Alumet was in die zin geheel in balans uitonderhandeld dat

daarmee een prijs werd gerealiseerd en gronden in erfpacht werden

uitgegeven die maakten dat zowel Zeeland Seaports daarin voldoende kon

worden bediend, maar ook Nationale Borg een zodanige betaling zou

ontvangen dat, mede met in acht neming van een stuk herverzekering, ook

voor haar die koopprijs aanvaardbaar was. Doordat niet alleen de koopprijs

met een aantal miljoenen omlaag ging maar ook de in erfpacht uit te geven

gronden en daarmee de erfpachtcanon fors werd verkleind, betekende dit dat

Zeeland Seaports als gevolg daarvan naar schatting 7 tot 11 miljoen minder

zou ontvangen, met als gevolg dat Zeeland Seaports een andere verdeling van

de koopsom verlangt met Nationale Borg en het ook in de rede ligt dat nu de

totaalopbrengst zou afnemen Nationale Borg ook met een lager bedrag

genoegen zou moeten nemen.

Nationale Borg heeft echter aangegeven, tenminste in eerste instantie, daar

geen genoegen mee te nemen. Dit heeft geleid tot een kort gedingprocedure

d.d. 25 april 2012 tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg

anderzijds, geïnitieerd door Zeeland Seaports om daarmee Nationale Borg te

dwingen aan de ultieme verkooppoging medewerking te verlenen en eerst na

verkoop realisatie de koopsom in een onderlinge verhouding te verdelen als

hypotheekhouders en erfpachtgerechtigde. Omdat op het moment van het

voeren van deze procedure een ultimatum was gesteld aan Alumet en Century

en een gelijke aanbieding was gedaan aan UTB, maar nog geen der partijen

daarop had gereageerd in positieve zin, werd behandeling van het kort geding

aangehouden totdat partijen zich over de finale aanbieding zouden hebben

uitgesproken.

Zowel Century als Alumet als UTB hebben de finale aanbieding van curatoren in

een poging het wankele evenwicht tussen alle belanghebbenden te herstellen

niet aanvaard. Als gevolg daarvan hebben curatoren zich genoodzaakt gezien

donderdag 26 april 2012 termijnen te stellen aan Nationale Borg, Zeeland

Seaports en Glencore ter zake uitwinning van hun hypotheekrecht en

pandrecht, met als deadline 16 juni 2012.

Voor de periode tot 1 juli 2012 hebben curatoren in nauw overleg met de

rechtbank (rechter-commissaris) en het UWV met 16 van de op dat moment

nog aanwezige 24 personeelsleden afspraken kunnen maken, zodat beheer

en behoud van de plant tot en met eind juni kan worden gezekerd. Hieraan is

ook de gestelde termijn gekoppeld, nu voor eind juni curatoren tot een

zodanige afwikkeling moeten zijn gekomen van de boedel, dat ofwel de

deelactiviteiten zijn verkocht ofwel de deelactiviteiten in een zodanige

toestand zijn gebracht dat voor het beheer daarvan geen aanmerkelijke

energie en personeelskosten meer noodzakelijk zijn.

Reeds begin februari hebben curatoren, mede met het oog op een mogelijke

afwikkeling van het faillissement door middel van executie van vermogens-

bestanddelen, een draaiboek opgemaakt welk draaiboek van dag tot dag

wordt bijgehouden en waarin staat vermeld welke activiteiten zijn ontplooid en

welke activiteiten aandacht vragen, meer in het bijzonder op welke wijze

invulling wordt gegeven aan risicobeheer voor wat betreft de plant ook voor

het geval voor het beheer daarvan geen beroep meer kan worden gedaan op

het bestaande gekwalificeerde personeel.

Tevens hebben curatoren begin mei stappen gezet om te komen tot het

executeren/-verkopen/veilen van op het terrein aanwezige roerende

goederen. Daarvoor werd ook opdracht verstrekt aan Troostwijk om in

voorbereiding op een veiling de roerende goederen nader te inventariseren en

te verkavelen. Aan deze werkzaamheden werd feitelijk uitvoering gegeven

vanaf maandag 14 mei 2012. Voor wat betreft het verkopen van roerende

goederen doet zich de complicerende situatie voor dat veel zaken die op het

eerste gezicht roerend lijken, in gevolge de geldende jurisprudentie niet als

roerend kunnen worden aangemerkt, te weten een onlosmakelijk onderdeel

vormen van de installaties van de deelactiviteiten van Zalco, dat deze op het

eerste gezicht roerende zaken door bestemming onroerend zijn geworden.

Ook deze complicerende factor was in de overeenkomst zoals beoogd met

Alumet en Century tot een oplossing gebracht.

Daarnaast speelt nog de complicerende factor rechten derden. Ik kom daar

nog nader op terug in het kader van het bespreken van de zekerheidsrechten.

Nu Nationale Borg de veiling had aangekondigd (evenals Zeeland Seaports,

doch Nationale Borg als eerste hypotheekhouder de veiling zou overnemen)

van hetgeen aan haar in hypotheek is gegeven, is Nationale Borg gehouden

vanaf medio april (einde van de afkoelings-periode) de kosten tot beheer en

behoud van de plant ten behoeve van een verkoop te dragen. Nationale Borg

heeft onderkend hierin verantwoordelijkheid te hebben, maar heeft vervolgens

structureel geweigerd in financiële zin daar ook invulling aan te geven.

Daarnaast is Zeeland Seaports in staat gebleken met UTB en Century haar

conveniërende afspraken te maken omtrent voortzetting van de gieterij en de

anodefabriek en het ontmantelen van de elektrolyse. De condities en de

koopprijs zijn echter van dien aard dat nieuwe afspraken gemaakt moesten

worden tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg anderzijds ter

zake verdeling van die koopsom. Nationale Borg heeft lange tijd zich daarover

niet uitgelaten en aanbiedingen van Zeeland Seaports om op dat gebied tot

een oplossing te komen onbeantwoord gelaten, althans afgewezen.

Een en ander betekende dat curatoren zich geplaatst zagen voor de situatie

dat er een koper is voor de gieterij, er een koper is voor de anodefabriek,

afspraken gemaakt kunnen worden ter zake ontmanteling van de elektrolyse,

maar deze transactie niet gerealiseerd zien in verband met een conflict tussen

Nationale Borg enerzijds en Zeeland Seaports anderzijds omtrent de

rechtmatige verdeling van de opbrengst.

Niettegenstaande het feit dat de termijnstelling ertoe heeft bijgedragen dat de

belanghebbenden versneld met elkaar in onderhandeling zijn gegaan en als

gevolg daarvan alsnog overeenstemming is bereikt tussen Zeeland Seaports

enerzijds en UTB en Century anderzijds en de boedel enerzijds en UTB

anderzijds, doet niet af aan het feit dat een uiteindelijke effectuering van een

en ander volledig afhankelijk is van overeenstemming tussen Nationale Borg

en Zeeland Seaports en dit leek te blokkeren. Als een doorstart niet tot stand

komt, zal dit onherroepelijk tot gevolg hebben dat een doorstart geen kans

van slagen meer heeft en het gehele complex zal moeten worden gesloopt,

waarbij de raming is dat de daaraan verbonden kosten hoger zijn dan de

daaruit te realiseren baten. Derhalve niet alleen een verlies voor voortgezette

werkgelegenheid, maar ook een verlies voor alle betrokken partijen, omdat in

dat geval de boedel geen waarde vertegenwoordigt, ook niet voor de meest

preferente schuldeisers naar hun hoedanigheid.

Curatoren hebben zich vanaf dat moment, meer in het bijzonder vanaf de

week van 14 mei 2012, intensief gemengd in de discussie tussen partijen in

een uiterste poging alsnog een ieder tot elkaar te brengen. Op donderdag 17

mei tekenden zich de contouren af voor het alsnog bereiken van een akkoord

en zijn de verkavelings-werkzaamheden opgedragen aan Troostwijk

opgeschort.

Dinsdag 22 mei kon alsnog overeenstemming worden bereikt ten aanzien van

een doorstart voor wat betreft de anodefabriek en de gieterij en ontmanteling

van de elektrolyse en verkoop van de roerende zaken. Uiteraard vergt

afstemming en ondertekening van de overeenkomst nog de nodige aandacht.

Bovendien moest de board van Century nog instemming betuigen. De board

van Century heeft inmiddels woensdag 30 mei 2012 instemming betuigd zodat

de stukken thans ter ondertekening en ter finale afstemming worden afgerond

ook voor wat betreft de verhoudingen tussen Century enerzijds en UTB

anderzijds.

N.B.:

In het 21ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.

Vervolg tekst vanaf 20ste verslag:

Nog geen overeenstemming kon worden bereikt met betrekking tot de kwestie

Glencore en het vermeende pandrecht en de strijdige aanspraken

dienaangaande tussen ZSP en Nationale Borg als hypotheekhouders en

Glencore als derde pandhouder. Deze problematiek is thans gesepareerd,

evenals de discussie rondom de anode en anodestangen die aan elkaar

verbonden zijn en het daarop conflicterend recht dat gepretendeerd wordt

door Lassan als pandhouder en Zeeland Seaports als hypotheekhouder.

Glencore heeft een termijnverlenging gevraagd voor wat betreft de door

curatoren gestelde termijn tot uitwinning van haar zekerheidsrecht. Op

13-06-2022

21

1.2 Lopende procedures

1.3 Verzekeringen

verzoek van Glencore zal een hoorzitting plaatsvinden op dinsdag 5 juni 2012

‘s morgens om 11.00 uur op de Rechtbank Breda. In het volgende verslag zal

hier verder aandacht aan worden besteed.

Voor wat betreft de bijkomende complicaties betreffende zekerheidsrechten

van derden wordt verwezen naar de paragraaf betreffende hypotheek en

pandrechten (3.4).

De effectuering van de verkoopafspraken heeft na enige discussie plaats

gevonden d.d. 11 juni 2012 door middel van ondertekening van de

overeenkomsten. De notariële levering vond plaats bij akte d.d. 15 juni 2012.

Daarmee is het erfpachtrecht en opstalrecht verkocht door middel van splitsing

in drie delen ten behoeve van UTB, Century en ZSP. De rechten met betrekking

tot het aluminium in de ovens is gesepareerd en voorbehouden. De opbrengst

voor de boedel was € 500.001,-- als boedelbijdrage voor het erfpachtrecht en

opstalrecht. Daarnaast heeft de boedel van UTB voor de roerende activa

ontvangen € 975.000,--. Daarmee is verkoop van het actief (roerende zaken

en boedelbijdrage hypotheekhouders) uitgekomen op € 1.475.001,--. Uiteraard

exclusief voorbehouden grondstoffen, verkochte en tijdens het faillissement

vervaardigde voorraden alsmede debiteuren en restituties. De opbrengst als

gerealiseerd is in het financieel verslag opgenomen.

De verdere gang van zaken met betrekking tot het verloop van de

boedelvereffening wordt nader beschreven onder paragraaf 6.3 voor wat

betreft de rechtsposities van Glencore, Zeeland Seaports, Nationale Borg, UTB

en de boedel rond met name het aluminium en de ovens en de afdoening

daarvan.

Lopende procedures (bij aanvang faillissment)

Er is een procedure bij de Kantonrechter aangetroffen aangaande de

ontbinding van een arbeidsovereenkomst. In verband met het faillissement en

het ontslag van de werknemers naar aanleiding van het faillissement is

besloten om deze procedure in te trekken.

Naast de eerder genoemde procedure bij de kantonrechter bleek tevens dat

TenneT appèl had aangetekend tegen het vonnis in kort-geding gewezen d.d.

18 november 2011, waarin kort gezegd TenneT was veroordeeld de levering

van energie niet te mogen afsluiten. Het ingestelde appèl heeft gegeven de

huidige faillissementssituatie en de met TenneT gemaakte afspraken hangende

het faillissement tot beschikbaarstelling van infrastructuur tot het ontvangen

van energie geen zelfstandige betekenis, zodat TenneT heeft besloten het

ingestelde appèl in te trekken.

Ten slotte is er een geschil met betrekking tot een gezonken schip met als

stelling name dat Zalco daarvoor verantwoordelijk is in verband met het

verkeerd beladen. Dit is een verzekeringskwestie en lijkt de boedel als zodanig

niet te raken.

15-12-2021

20

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

Ten tijde van het faillissement is direct contact opgenomen met AON. Aldaar

zouden de activiteiten verzekerd zijn. Al snel bleek dat niet eenvoudig kon

worden vastgesteld hoe het er met de verzekeringspolissen voor stond. Dit

heeft onder andere te maken met het feit dat meerdere polissen door of in

naam van of in opdracht van BaseMet zijn afgesloten mede ten behoeve van

de overige vennootschappen terwijl facturen werden betaald via de

administratie van ZALCO. Enerzijds werd meegedeeld dat ten aanzien van alle

verzekeringen volledige dekking aanwezig was, al snel daarop werd

meegedeeld dat dit mogelijk niet zo was en aansluitend moest na enig overleg

en administratief onderzoek worden vastgesteld dat kennelijk BaseMet bij de

verzekeraar opdracht had gegeven nà faillissement meerdere polissen te

royeren kennelijk stellende dat de polissen door BaseMet waren gesloten en

kennelijk met het oogmerk dat daarmee royementsvergoedingen aan BaseMet

zouden toevloeien. Inmiddels is met AON afgestemd dat geen verzekeringen

mogen worden geannuleerd/doorgehaald/geroyeerd en dat op een gering

bedrag na alle polissen zijn betaald. Aan de advocaat van BaseMet is gevraagd

opheldering te verschaffen over voornoemde gang van zaken. Vervolgens is

aangegeven dat inderdaad om royement was gevraagd met de bedoeling

restituties te ontvangen. Aan AON is verzocht alle verzekeringen actueel te

houden en geen daarvan te royeren nu evident is dat de premies op een zeer

gering bedrag na, dat nog nader moet worden beoordeeld, zijn betaald. Het

gaat om een totale premie van meer dan

€ 500.000,--. Vooralsnog is dekking door AON toegezegd tot 31 januari 2012.

In de komende verslagperiode zal nader onderzoek moeten plaatsvinden met

betrekking tot de vraag hoe een en ander zich verhoudt.

AON heeft toegezegd de verzekering van het object ten minste in stand te

houden en niet te beëindigen dan eerst na overleg daartoe met de curatoren.

AON heeft de verzekeringen in stand gehouden, in overleg met partijen op een

lager financieel niveau, tot eind juni 2012. Derhalve moet ook uit

verzekeringsoptiek voor

1 juli 2012 overdracht van het actief plaatsvinden. Het ziet er naar uit dat dit

ruimschoots op tijd zal kunnen slagen.

Inmiddels zijn de verzekeringen opgezegd. De boedel heeft immers geen actief

meer in beheer. Er is sprake van een premierestitutie van circa € 80.000,--. Er

is discussie met AON gerezen wie die restitutie toekomt. De boedel (die de

premie betaalde en verzekerde is) of BaseMet BV (op wiens naam de polis was

gesteld). De curator van BaseMet BV (Mr. R. Mulder Pot/Jonker/Seunke

Advocaten te Haarlem) is van oordeel dat de restitutie toekomt aan wie

gefactureerde was. AON heeft inmiddels kenbaar gemaakt dat dit BaseMet BV

is geweest en dat de restitutie is verrekend met vorderingen op BaseMet BV

van grotere omvang. Er heeft geen uitkering meer plaats gevonden. Daarmee

lijkt deze discussie te zijn afgedaan.

15-12-2021

20

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

De bedrijfsvoering vindt plaats vanuit een erfpacht/opstalconstructie. Daarbij

heeft te gelden dat ZALCO in 2007 de gronden waarop haar bedrijf is

gevestigd heeft verkocht aan Zeeland Seaports en van Zeeland Seaports terug

pacht. De akte van levering bevat tevens de akte van erfpacht en de akte van

opstal. Er is een pachtachterstand van naar stelling van Zeeland Seaports €

4.355.907,-- berekend tot en met 31 december 2011 en behoudens overige

plichten conform de erfpacht- en opstalakte. Dit exclusief ruim € 716.396,-- aan

rente over de achterstallige betalingen. Overigens heeft Zeeland Seaports

aangegeven dat BaseMet een zekerheidsstelling heeft afgegeven voor een

drietal kwartaal factuurtermijnen van de erfpacht. De omvang van deze

garantstelling zou thans door BaseMet worden betwist. Het gaat om

substantiële bedragen zodat het inroepen van deze garantie voor de verdere

afwikkeling van de boedel van belang kan zijn.

Zeeland Seaports heeft een eerste hypotheekrecht op het energiestation op

het terrein aanwezig en een tweede hypotheekrecht op de opstallen. Een

eerste hypotheekrecht op de opstallen is verleend aan de Nationale Borg-

Maatschappij N.V.. De Nationale Borg-Maatschappij is betrokken in het

faillissement tot een bedrag van maximaal € 12.000.000. De exacte vordering

van de Nationale Borg-Maatschappij moet nog worden vastgesteld en is

afhankelijk van ingeroepen borgstellingen door energiemaatschappijen

waartoe de Nationale Borg-Maatschappij zich zeker heeft gesteld. De omvang

van de hypotheek is effectief € 9.000.000,--, omdat er een bedrag van €

3.000.000,-- in contanten is gestort in ruil waarvoor de Nationale Borg-

Maatschappij pandrechten heeft prijsgegeven ten behoeve van door Glencore

aan BaseMet en Panther verleende financieringen. Daarbij heeft ZALCO een

derde zekerheid gevestigd waartoe ZALCO in de maand november 2011 haar

statuten heeft doen laten wijzigen nu de statuten van ZALCO een zodanige

zekerheidstelling niet toestond.

15-12-2021

20

De directe oorzaak van het faillissement is in hoofdzaak gelegen in de

onbalans tussen enerzijds de kosten en anderzijds de baten en de enorme

kloof daartussen en het feit dat die niet op korte termijn kon worden

overbrugd. De verdere omstandigheden waaronder besloten is tot het

faillissement en de wijze waarop daarin ook verantwoordelijkheid toekomt aan

BaseMet is onderwerp van nader onderzoek.

In de achterliggende periode is het curatoren meer dan duidelijk geworden dat

Zalco te kampen heeft gehad met enerzijds een teruglopende opbrengst door

dalende lme-prijzen en anderzijds stijgende kosten door toenemende

energiekosten. Het wankele evenwicht wat er in de onderneming was (de

onderneming stond er al niet sterk voor) is hierdoor ernstig verstoord geraakt.

In hoeverre aan BaseMet daarin ook zelfstandige verantwoordelijkheid

toekomt, is thans nog niet te beoordelen en onderwerp van nader onderzoek.

15-12-2021

20

Afgedaan 26-11-2025

27

2. Personeel

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

Personeelsleden

628

Toelichting

Ten tijde van het faillissement waren er 478 personeelsleden in dienst bij

ZALCO en werden er circa 150 personeelsleden ingeleend. Gezien de financiële

toestand kon de salarisbetaling aan het personeel niet worden gegarandeerd

zodat op 15 december tot ontslagaanzegging is overgegaan opdat het UWV

zou kunnen worden ingezet tot het opstarten van de faillissementsuitkeringen.

Daartoe is intensief overleg gepleegd met het UWV vanuit de curatoren.

Curatoren zijn er in geslaagd met het UWV afspraken te maken dat het

personeel bij voorrang en zelfs nog voor de kerst een bevoorschotting heeft

ontvangen mede gezien de omvang van het aantal werknemers. Uiteraard zal

achteraf de juistheid van betalingen worden gecontroleerd en in de

eindafrekening worden betrokken.

Ook de overheden, met name de Provincie, zet zich in voor begeleiding van

ontslagen personeel naar nieuw werk voor zover noodzakelijk.

Omdat ook het uitzendpersoneel niet kon worden betaald heeft na een aantal

dagen het uitzendbureau (voor curatoren overigens begrijpelijk) besloten het

uitzendpersoneel terug te roepen.

Ten aanzien van 24 personeelsleden is in overleg met en nader verkregen

toestemming van de rechter-commissaris en het UWV een afspraak gemaakt

door middel van een tijdelijk dienstverband ten behoeve van het mogelijk

maken van een doorstart bij ZALCO betrokken te blijven tot uiterlijk eind

februari 2012 en in afwachting van nadere ontwikkelingen. Curatoren zullen

met medewerking van het UWV deze termijn verlengen met de maand maart.

Curatoren spreken bewondering uit voor de inzet van het personeel.

Het personeel is voor zover noodzakelijk tot en met 15 juni in dienst gebleven

en daarna bij kopers in dienst getreden. De overgangsperiode is met de

kopers afgerekend. Niet onvermeld mag blijven dat een groot deel van het

personeel inmiddels weer werk heeft kunnen vinden dankzij inzet van het

opgerichte mobiliteitscentrum.

15-12-2021

20

Personeelsleden

480

Toelichting

Circa 480 personeelsleden

15-12-2021

20

Datum AantalToelichting

15-12-2011628

totaal 628

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

Toelichting onroerende zaken

De werknemers zijn betaald tot en met november 2011. Het loon over de

maand december hadden de werknemers nog niet ontvangen. Het UWV, dat in

het kader van de loongarantieregeling de loonbetaling van december zou

overnemen (en uiteraard ook eventuele ander achterstallig loon en

vakantiegeld alsmede loon c.a. over de opzegtermijn) is onmiddellijk

ingeschakeld.

Er zijn een aantal personeelsbijeenkomsten georganiseerd waarbij onder

andere ook het UWV een nadere toelichting heeft gegeven. Het UWV heeft

gekozen voor een verkorte procedure waarbij na intensief overleg tussen

curatoren, de afdeling HRM van Zalco en het UWV reeds voor de kerst

voorschotten aan het personeel zijn uitbetaald.

Voor zover curatoren bekend heeft het UWV in samenhang met het ingerichte

mobiliteitscentrum de werknemers inmiddels een adres geboden voor

persoonlijke begeleiding met betrekking tot hun werkloosheidssituatie, hun

kansen op de arbeidsmarkt en betaling van de in voorkomend geval

toekomende uitkering. Circa 50 mensen zijn bemiddeld naar ander werk.

afgehandeld

15-12-2021

20

Afgedaan 26-11-2025

27

3. Activa

BeschrijvingVerkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.

zie toelichting

totaal € 0,00 € 0,00

In 2007 heeft ZALCO de ondergrond verkocht aan Zeeland Seaports, om daar

vervolgens recht van erfpacht en opstalrecht op te laten vestigen ten behoeve

van die opstallen.

Voor wat betreft de waarde van dit erfpachtrecht met opstalrecht is thans

geen taxatie voor handen. Verkoop van dit recht is onderworpen aan een

hypotheekrecht en een vordering van Zeeland Seaports op openstaande

erfpachttermijnen. Dit maakt dat nader overleg noodzakelijk is met de

Nationale Borg-Maatschappij, Zeeland Seaports en curatoren met betrekking

tot de verkoopbaarheid van het actief. Het voert in dit openingsverslag te ver

alle in and outs daarvan thans de behandelen. Een eerste overleg heeft reeds

plaatsgevonden en bij een eventuele verkoop zal Zeeland Seaports daar ook

zelf een positie in innemen voor wat betreft het te verlenen erfpachtrecht aan

een potentiële koper.

Zoals in het voorgaande ook reeds benoemd heeft Zeeland Seaports als

erfverpachter een centrale positie ten opzichte van een potentiële koper.

Zeeland Seaports heeft daarmee een sleutelrol ingenomen en heeft de

15-12-2021

20

onderhandelingen met door curatoren betrokken potentiële kopers naar zich

toe getrokken. Dit heeft geleidt tot een nieuwe dynamiek in de

onderhandelingen.

Taxaties

Er zijn thans geen taxaties voorhanden. Wel is er een taxatie voorhanden voor

wat betreft de sloopwaarde van de fabriek. Deze taxatie is in 2011 in opdracht

van de directie opgemaakt. Een vrije verkoopwaarde laat zich niet eenvoudig

bepalen, omdat de verkoopwaarde onmiddellijk samenhangt met een nieuw

erfpacht- en opstalrecht-contract met Zeeland Seaports en exploitatiewaarde

van het onroerend goed in het kader van de beoogde bedrijfsvoering.

Inmiddels is door middel van een taxatie van Troostwijk meer zicht gekregen

op de waarde van de roerende zaken. De waarde van de fabriek zelf is sterk

afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de economische

waardering die daaruit voortvloeit. Daartoe wordt in voorkomend geval gebruik

gemaakt van externe deskundigheid.

Verkoopopbrengst

De verkoopopbrengst is inmiddels gerealiseerd voor wat betreft de roerende

zaken en een boedelbijdrage onroerende zaken. In discussie is nog de

kwaliteit en de omvang en de waarde van het aluminium in de ovens en de

vraag wie tot welk bedrag daartoe gerechtigde is.

De discussie in de voorgaande alinea vernoemd is nog actueel en in

behandeling. Dit is onderwerp van diverse procedures.

Het verdere verloop wordt besproken onder paragraaf 6.3.

Hoogte hypotheek

Nog niet van toepassing.

Nationale Borg heeft een hypotheekvordering ingediend van circa 12 miljoen

Zeeland Seaports van circa 6 miljoen. De posities zijn nog niet definitief

vastgesteld.

Glencore heeft ten behoeve van door haar geleverde aluinaarde via Panther

A.G. en door haar geleverde financiering van het opstarten van de b-lijn via

BaseMet B.V. een aanmerkelijke vordering op Panther A.G. en BaseMet B.V. van

meer dan 20 miljoen euro. Ter zekerheidsstelling heeft Glencore daartoe een

derde pandrecht gevestigd op kort gezegd het aluminium van Zalco en in

eigendom behouden op de geleverde aluinaarde.

De aluinaarde die nog aanwezig was na het stilleggen van het productieproces

is door Glencore uitgenomen. De waarde daarvan kan worden geschat op €

3.000.000,-- uitgaande van een uitgenomen voorraad van 14.487 ton.

Daarnaast heeft Glencore haar pandrecht op het aanwezige aluminium ten

tijde van het faillissement uitgewonnen. De daaraan verbonden waarde

bedraagt $ 3.844.182,-- en € 1.519.928,--.

Als gevolg van een en ander heeft Glencore nog immer een vordering waarvoor

zekerheidsrechten zijn gevestigd door middel van een derde pandrecht, welke

discussie zich thans in hoofdzaak beperkt tot het aluminium in de ovens.

Glencore is uiteindelijk niet in staat gebleken in het verleden met Alumet en

thans met UTB en/of Zeeland Seaports en/of curatoren afspraken te maken

over dit vermeende pandrecht en een oplossing te vinden voor de

problematiek die als gevolg van het stollen van het aluminium is ontstaan, te

weten dat hypotheekhouders stellen dat het aluminium door natrekking onder

het hypotheekrecht valt, daar waar Glencore stelt dat het aluminium in

pandrecht aan haar toebehoort. Ook Glencore is in dat verband een termijn

gesteld tot 15 juni, daar waar Glencore een termijnverlening heeft gevraagd.

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Glencore stelt daartoe dat curatoren haar geen termijn mogen stellen, althans

dat de gestelde termijn onvoldoende is om het aluminium uit te nemen en uit

te winnen.

In het kader van de beoogde verkoop en doorstart van de gieterij en de

anodefabriek en het ontmantelen van de elektrolyse hebben curatoren erop

aangedrongen de positie van Glencore te separeren. Gezien het juridische

kader en gezien het financiële belang is immers voorzienbaar dat met

betrekking tot deze kwestie nog de nodige juridische knopen moeten worden

doorgehakt. Inmiddels hebben Zeeland Seaports en Nationale Borg hiermee

ingestemd en is het aluminium in de ovens geen onderdeel van een verkoop.

Wel blijft het aluminium in de ovens onderdeel van een juridische discussie

waar Zeeland Seaports en Nationale Borg stellen dat door natrekking dit

aluminium aan de hypotheekhouders toebehoort, althans aan de

grondeigenaar (lees: Zeeland Seaports), daar waar curatoren ter discussie

stellen dat ten gevolge van het fixatiebeginsel ten tijde van het faillissement

en het toen buiten discussie roerend zijn van het aluminium in de ovens, het

aluminium in de ovens ook thans in de juridische verhouding tussen partijen

als roerend moet worden aangemerkt. Alleen in het laatste geval kan Glencore

onder omstandigheden daar een derde pandrecht op hebben gevestigd,

waarbij overigens Zeeland Seaports en Nationale Borg ook de rechtsgeldigheid

van dit pandrecht betwisten. Kortom een discussie met nog de nodige inhoud

en de nodige financiële relevantie. Dinsdag 5 juni 2012 vindt een hoorzitting

plaats op verzoek van Glencore met betrekking tot de door curatoren gestelde

termijn en door Glencore gevraagde verlenging daarvan.

Daarnaast is er nog een actuele discussie met Lassan Holding Ltd die

eveneens Zalco in het verleden heeft gefinancierd en daartoe een pandrecht

heeft verworven op de anode (van grondstof tot restproduct). Lassan is in de

gelegenheid gesteld haar pandrecht uit te winnen, behoudens de aanwezige

anodes verbonden aan Zalco anodestangen. Zeeland Seaports meent dat

deze anodestangen behoren tot de installaties van Zalco en als zodanig naar

bestemming ofwel onroerend zijn ofwel roerend maar aan Zeeland Seaports

(en Nationale Borg) verpand met een ouder recht, daar waar Lassan stelt dat

door de aan de stangen verbonden anodeblokken door natrekking de stangen

ook door Lassan kunnen worden uitgewonnen. Ook deze kwestie is thans

gesepareerd en niet tot onderdeel gemaakt van verkoop van roerende activa.

Naar het huidig inzicht van curatoren heeft Lassan een vordering, met

pandrecht gedekt groot circa € 11.500.000,-- en heeft Lassan aan

uitgewonnen pandrecht ontvangen naar schatting € 7.000.000,--, zodat

Lassan nog immer een vordering heeft met pandrecht gedekt en deze

discussie actualiteit toekomt. De discussie wordt gecompliceerd door het feit

dat zowel Lassan als Zeeland Seaports over en weer beslag hebben gelegd op

de nog aanwezige anodes bevestigd aan stangen. Ook dit aspect zal nog in de

onderlinge verhouding tussen Nationale Borg en Zeeland Seaports enerzijds

en Lassan anderzijds tot een oplossing moeten worden gebracht.

Boedelbijdrage

Er is een boedelbijdrage betaald van € 500.001 ter zake uitwinning

hypotheken. Daarnaast zijn een aantal betalingen ontvangen in verband met

uitwinning van de pandrechten zijdens Lassan en Glencore. Dit wordt verwerkt

in de financiële verantwoording.

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage

zie toelichting

totaal € 0,00 € 0,00

Er zal nog een nadere inventarisatie moeten plaatsvinden van bedrijfsmiddelen

die na uitwinning van eigendommen van derden tot de boedel behoren en in

hoeverre deze bedrijfsmiddelen al dan niet op grond van zekerheidstelling

dienen te worden verkocht. In een later verslag zal hierop worden

teruggekomen. Curatoren hebben Troostwijk. ingeschakeld curatoren in dit

proces van advies te voorzien en te begeleiden.

In de achterliggende periode is nog intensief aandacht besteed aan rechten

van derden en zijn deze rechten goeddeels uitgewonnen. Er zijn nog enkele

rechten uit te winnen en hierover zullen met kopers afspraken worden

gemaakt in voorkomend geval ter bescherming van deze rechtspositie.

De rechten van derden zijn afgewikkeld, waaronder niet te begrijpen het

aluminium in de ovens.

De discussie in de laatste alinea voornoemd is nog actueel en in behandeling.

Dit is onderwerp van diverse procedures.

Ook voor dit aspect wordt verwezen naar het betoog onder paragraaf 6.3.

Taxaties

Aan Troostwijk is gevraagd een taxatie te maken van de roerende zaken.

Troostwijk heeft inmiddels een taxatie gemaakt. Deze taxatie is curatoren

dienstbaar bij de verdere werkzaamheden.

Verkoopopbrengst

UTB heeft de roerende zaken gekocht voor € 975.000. Daarnaast zijn

voorraden en grondstoffen door de boedel zelfstandig verkocht. De opbrengst

daarvan wordt verwerkt in de financiële verantwoording.

Boedelbijdrage

Nog niet van toepassing.

15-12-2021

20

Ten tijde van het uitspreken van het faillissement is er geen fiscale schuld,

maar is er een BTW-vordering op de Belastingdienst. Door het faillissement zal

er mogelijk een Belastingschuld ontstaan niet alleen in het kader van

loonheffing, maar ook in het kader van de artikel 29 lid 2 BTW-problematiek.

Overigens vormde de gefailleerde vennootschap een fiscale eenheid met

BaseMet zodat mogelijke de artikel 29 lid 2 vordering ten laste van BaseMet zal

worden gebracht. Dit zal verder in de behandeling van het faillissement

moeten worden beoordeeld.

De Belastingdienst heeft inmiddels te kennen gegeven dat er aanmerkelijke

BTW-vorderingen zijn en heeft uit dien hoofde de BTW-teruggave ook

opgeschort/in verrekening gebracht.

De positie van de fiscus zal te zijner tijd nader moeten worden vastgesteld.

15-12-2021

20

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage

zie toelichting

totaal € 0,00 € 0,00

De voorraad bij ZALCO bestaat met name uit onbewerkte grondstoffen,

grondstoffen in bewerking en gereed product. Hiervan namen de eerste twee

het merendeel van de boekwaarde (€ 38.318.000,--) voor hun rekening. Op de

voorraden zijn pandrechten gevestigd. Gedurende enkele dagen na het

faillissement is nog doorgeproduceerd, waardoor verkoopbaar eindproduct is

gecreëerd. Op het eindproduct dat na faillissement is geproduceerd rust geen

pandrecht.

Inmiddels hebben curatoren pandrechten erkend van Lassan met betrekking

tot kort gezegd de anode en Glencore met betrekking tot kort gezegd het

aluminium.

Taxaties Nog niet van toepassing.

Verkoopopbrengst

Het na faillissementsdatum geproduceerde eindproduct werd verkocht. De

rekensom moet nog worden gemaakt, maar de boedel zal daar circa € 1,5 tot €

2 miljoen euro aan over houden.

In dit verband wordt thans verkort verwezen naar de financiële

verantwoording. De boedel heeft diverse voorraden verkocht die vrij aan de

boedel toekwamen, voorraden verkocht die waren verpand tegen een

boedelbijdrage en overigens een boedelbijdrage verworven ten aanzien van

diverse uitleveringen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met betrekking tot in

hoofdzaak energieleveranciers en zijn in dat verband reeds meerdere

betalingen gedaan.

De boedel heeft inmiddels een aanmerkelijk actief verworven door middel van

verkoop van aluminium, grondstoffen en roerende zaken. Een en ander is in

het financieel verslag weergegeven.

Boedelbijdrage

In meerdere opzichten is een boedelbijdrage gevraagd met betrekking tot het

verlenen van medewerking aan het doen van uitlevering van eigendom en

uitwinning van zekerheid, een en ander is in het hiervoor genoemde financieel

verslag verwerkt.

15-12-2021

20

BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage

zie toelichting

totaal € 0,00 € 0,00

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Toelichting debiteuren

Andere activa Vooralsnog niet bekend

Taxaties Nog niet van toepassing

Verkoopopbrengst Nog niet van toepassing

15-12-2021

20

Afgedaan 26-11-2025

27

4. Debiteuren

BeschrijvingOmvangOpbrengstBoedelbijdr.

zie toelichting

totaal € 0,00 € 0,00 € 0,00

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

5.1 Vordering van bank(en)

Omvang debiteuren

De positie van debiteuren was ten tijde van het faillissement overzichtelijk te

noemen. Er zijn vier grote debiteuren waar thans intensief overleg mee plaats

vindt. in een volgend verslag nader zal worden ingegaan op de

debiteurenpositie.

Inschatting incasso

De debiteuren zijn grotendeels ingevorderd. Er staat nog één debiteur van

substantiële omvang open, te weten een vordering op de zustervennootschap

Voerdal GmbH. Ten aanzien van deze vennootschap is recentelijk een

surseance verleend. Voor zover curatoren bekend wordt thans onderzocht of

Voerdal nog kans van overleven heeft of ook definitief zal failleren. Ten minste

zal de vordering op Voerdal ter grootte van € 206.801,14 voor dit moment als

dubieus moeten worden gezien.

Voerdal heeft als laatste debiteur van betekenis nog niet aan haar verplichting

voldaan. Er werd na eerdere betwisting van de voedering alsnog een

betalingsregeling aangeboden maar voor effect werd voerdal naar Duits recht

in insolventie gebracht. Onduidelijk is wat de kans van betalen is van deze

vordering. Dat zal nader worden onderzocht.

Voerdal heeft geen betaling meer aan de boedel gedaan en is inmiddels ook

zelf door faillissement getroffen.

Opbrengst

De opbrengst zal later worden verantwoord.

De debiteuren die zijn aangeschreven hebben inmiddels deels betaald. De

debiteuren die nog niet hebben betaald zullen worden gerappelleerd. De

opbrengst is in het financieel overzicht verwerkt.

Boedelbijdrage

Nog niet van toepassing.

15-12-2021

20

Afgedaan 26-11-2025

27

5. Bank / Zekerheden

Toelichting vordering van bank(en)

Vordering van de bank(en)

ZALCO werd niet door een externe bank gefinancierd. ZALCO werd

hoofdzakelijk gefinancierd vanuit BaseMet, vanuit toeleveranciers en afnemers.

Dit is thans nader onderwerp van onderzoek.

ZALCO had geen bankfinancieringen. In het verleden heeft zij wel een

bankfinanciering bij de ING gehad, maar deze is medio 2011 geheel afgelost.

Dochteronderneming BaseMet AG had wel een bankfinanciering (bij Banque

15-12-2021

20

5.2 Leasecontracten

BNP Paribas), maar deze was volledig afgedekt door gegarandeerde

betalingstoezeggingen van de afnemers van BaseMet: BNP bevoorschotte die

vooruitbetalingen volledig, welke bevoorschotting vervolgens “afgelost” werd

door de nadien ontvangen betalingen door haar debiteuren. Per saldo heeft

BNP derhalve geen vorderingen en dus, althans voor zover bekend, evenmin

zekerheden.

Niettemin waren er wel andere partijen met substantiële leningen en

zekerheden:

de Nationale Borg-Maatschappij had een faciliteit van € 12.000.000,--, deze

faciliteit kon door ZALCO (en door gelieerde vennootschappen ) gebruikt

worden voor bankgaranties voor bijvoorbeeld elektriciteit of anderszins.

Voor deze faciliteit had Nationale Borg een (eerste) hypotheekrecht op het

recht van erfpacht met opstalrecht van ZALCO, alsmede een pandrecht van

een onder haar gestald deposito ad 3 Mln van Zalco. Het exacte debetsaldo

bij de Nationale Borg-Maatschappij is nog niet bekend.

Zeeland Seaports heeft een vordering van circa € 5.000.000,- op ZALCO. Zij

heeft een tweede hypotheekrecht op het recht van erfpacht met

opstalrecht. Daarbij heeft zij wel bedongen dat, indien de eerste

hypotheekhouder tot verkoop overgaat, eerst de achterstallige

erfpachtcanon voldaan dient te worden. Dit is een substantieel bedrag.

Daarnaast hadden ZALCO en Zeeland Seaports kort vóór het faillissement

nog afgesproken een deel van de grond die in 2007 niet verkocht was,

alsnog nog aan Zeeland Seaports overgedragen zou worden onder

verrekening van haar vordering op ZALCO. Dit is echter verder notarieel niet

meer afgewikkeld. Thans vindt overleg plaats met Zeeland Seaports en

Nationale Borg-Maatschappij N.V. (die op deze kavel een hypotheekrecht

heeft) omtrent het mogelijk alsnog leveren van dit gedeelte onroerend

goed aan Zeeland Seaports, te meer omdat het gaat om een locatie waar

aanmerkelijke vervuiling is aangetroffen. Dit was ook in het verleden reden

voor Zeeland Seaports om dit gedeelte niet direct af te nemen.

Lassan Holding Limited: dit is een personal holding van de uiteindelijke

aandeelhouder Klesch. Deze heeft een vordering van € 13.500.000,-- en

heeft daarvoor bedongen verpanding voorraden (in casu van de

zogenaamde anodes en petcokes) en van BTW-restitutie.

Op de bij BNP Paribas aangehouden bankrekening is (na compensatie) een

creditsaldo aangetroffen van € 313.000 afgerond. Het bedrag is aan de boedel

voldaan onder een depotinhouding voor bankkosten. Verwezen wordt naar het

financieel verslag.

Er zijn nog enkele betalingen ontvangen via de BNP Paribas hetgeen is

verwerkt in het financieel verslag.

Het wagenpark werd geleased, zo ook het overige rollend materieel. Deze

voertuigen zijn inmiddels – voor zover niet meer benodigd voor de afwikkeling

van het faillissement – opgehaald door de eigenaren.

Ten tijde van het uitbrengen van dit boedelverslag verblijft onder de boedel

nog één leaseauto die wordt gebruikt door de heer Joop de Ridder. De

daaraan verbonden kosten worden door de boedel gedragen als zijnde

noodzakelijke kosten tot behoud, zodat de heer De Ridder in staat is zijn

werkzaamheden te verrichten overeenkomstig zijn arbeidsvoorwaarden.

De laatste lease auto is afgewikkeld.

15-12-2021

20

5.3 Beschrijving zekerheden

Lassan, een vennootschap van Klesch, heeft gelden gefourneerd en daartoe

zekerheid gevestigd op kort gezegd de anodefabriek voor wat betreft de

noodzakelijke grondstof tot het eindproduct. Daarnaast heeft Lassan een

pandrecht gevestigd op de BTW-vordering van ZALCO. Curatoren hebben met

Lassan terzake haar pandrecht afspraken gemaakt.

Bij verkoop van de roerende zaken zijn de rechten van Lassan nadrukkelijk

uitgezonderd van het geleverde. Er was een dispuut gaande tussen Lassan en

ZSP met betrekking tot de vraag wie eigenaar zou kunnen zijn van de anodes

aan stang en welke gevolgen dit heeft voor de uitwinning door natrekking.

Deze discussie is inmiddels uitgemond in een kort geding tussen UTB als koper

en Lassan. Daarbij is bij vonnis d.d. 10 september jl. UTB in het ongelijk

gesteld wat betreft haar stelling dat de stangen de anodes hebben

nagetrokken., Naar het voorlopig oordeel in Kort geding trekken de anodes de

stangen na. Daarmee is aan Lassan het recht van uitwinning gegeven. UTB

heeft daarop inmiddels nogmaals een kort geding gevoerd (een

executiegeschil) en deze (wederom) verloren. Daarop heeft UTB thans gesteld

dat het Lassan niet mogelijk is haar rechten uit te winnen omdat daarvoor de

medewerking van UTB vereist is. Die strijd is ten tijde van dit verslag nog

gaande. Tevens heeft UTB appel aangetekend tegen de Kort geding beslissing.

Daarbij valt te betreuren dat UTB een deel van het actief onder pandrecht naar

zeggen abusievelijk heeft weggenomen en daarmee aan het pandrecht van

Lassan onttrokken. UTB heeft dit erkend en aangeboden Lassan daarvoor

schadeloos te stellen. De resultaten zijn nog niet bekend.

UTB heeft meegedeeld met Lassan een regeling te hebben getroffen. Lassan

heeft zulks nog niet bevestigd.

De boedel is over deze kwestie verder niet meer geïnformeerd en heeft geen

vorderingen meer ontvangen door een der partijen zodat dit als afgedaan kan

worden gezien.

Glencore heeft een pandrecht gevestigd kort voor faillissement ten behoeve

van haar vordering op BaseMet en Panther. Met Glencore zijn terzake haar

pandrecht afspraken gemaakt.

BaseMet en Panther stellen gerechtigd te zijn tot de grondstof aluinaarde doch

hebben inmiddels schriftelijk daarvan afstand gedaan. Een en ander ten

behoeve van Glencore die de aluinaarde heeft geleverd en die de aluinaarde

heeft opgeëist. Hiertoe zijn met Glencore inmiddels afspraken gemaakt.

Tenslotte zijn er hypotheekrechten gevestigd door de Nationale Borg-

Maatschappij en Zeeland Seaports zoals hiervoor reeds beschreven.

Uit overleg op diverse momenten en met diverse belanghebbenden blijkt dat

Zeeland Seaports als erfverpachter een positie inneemt die in effect lijkt te

prevaleren boven de hypotheekinschrijvingen. Immers, de hypotheekhouders

kunnen slechts executie plegen op het hypotheekrecht, te weten het

erfpachtrecht en het (daarop) gevestigde opstalrecht.

De hypotheek houders verschillen van mening over de vraag of het gevestigde

opstalrecht een afhankelijk recht is of een onafhankelijk recht.

Indien sprake is van een afhankelijk opstalrecht zou dit volgens de literatuur

en jurisprudentie onder omstandigheden de rechtmatigheid van het

hypotheekrecht op het opstalrecht kunnen treffen. Dan blijft voor zowel

Nationale Borg als voor Zeeland Seaports een hypotheekrecht op het

erfpachtrecht over.

Het erfpachtrecht kan geëxecuteerd worden, maar dan zal de koper het

erfpachtrecht moeten nemen zo het is, inclusief alle daarbij behorende lusten

en lasten en contractuele verplichtingen. Daaruit vloeit voort dat een koper

15-12-2021

20

zich te allen tijde zich met Zeeland Seaports als erfverpachter zal hebben te

verstaan, nu dit uit het wettelijk systeem voortvloeit. Curatoren hebben in de

achterliggende periode zich beijverd de zekerheidsgerechtigden waaronder

ook Glencore met betrekking tot een pandrecht op het aluminium/work in

progress als aanwezig in de ovens met elkaar in contact te brengen en tijdens

meerdere ontmoetingen te stimuleren met elkaar tot regelingen te komen,

zodat tegengestelde belangen op dat terrein een doorstart van ZALCO al dan

niet in onderdelen niet behoeft te blokkeren.

Als het opstalrecht zelfstandig kan worden geëxecuteerd kan dit een

opbrengst met zich brengen die mogelijk niet wordt belast (lees beperkt) met

het erfpachtrecht.

De discussie spitst zich toe op de vraag of er wel een koper gevonden zal

worden bij executie van het geheel en of dat niet feitelijk betekent dat Zeeland

Seaports het recht op de veiling zal “inkopen” tegen een symbolische prijs en

dan de nieuwe eigenaar wordt van het actief (opstallen) en daar dan

zelfstandig in kan handelen ten aanzien van derden en / of sloop. Daarmee

zou Nationale Borg geen opbrengst genieten uit verkoop van het actief

ondanks haar positie als 1ste hypotheekhouder. Hier ligt een strijdpunt tussen

beide hypotheekhouders.

Curatoren hebben in deze (nog) geen standpunt bepaald of het opstalrecht

(on)afhankelijk is en evenmin welke rechten daar al dan niet uit voort vloeien.

Het is zaak dat de hypotheekhouders eerst zelf daar over spreken en mogelijk

een oplossing vinden.

Vrijdag 17 februari heeft Nationale Borg de executie aangezegd van het

opstalrecht en heeft aansluitend Zeeland Seaports aangezegd het erfpacht en

opstalrecht te willen executeren. Glencore heeft aangekondigd eventueel in

kort geding positie op te eisen met betrekking tot het aluminium in de ovens.

Inmiddels is er een aanmerkelijke discussie gaande ter zake het pandrecht van

Glencore op met name het aluminium in de ovens, de vraag of dit inmiddels als

roerend of ontroerend moet worden gezien (in kort geding voorlopig als

onroerend aangemerkt) en wat de gevolgen daarvan zijn. Dit alles heeft geleid

tot diverse vorderingen in kort geding tussen belanghebbenden en een

beoordeling van de artikel 58-termijnstelling door curatoren, tijdige executie en

een verbod daarop alsmede een artikel 69 aanwijzing tot nadere beoordeling

van de rechtsgeldigheid van het pandrecht van Glencore op het aluminium welk

laatste verzoek is afgewezen. NB is daar van in beroep gekomen. Glencore

heeft cassatie aangekondigd met betrekking tot de termijnstelling (afwijzing

van verzoek tot verlenging) Waar aan de orde zal op een en ander in latere

verslaglegging worden teruggekomen. Zie ook hierna.

In de achterliggende periode heeft Glencore haar cassatieverzoek ingediend

en hebben curatoren dit verder in behandeling genomen. Tevens is het beroep

van NB ex artikel 69 Fw afgewezen door de rechtbank Breda en heeft NB

daarvan cassatie ingesteld. Ook dit is door curatoren verder in behandeling

genomen. Tevens heeft Glencore een bodemprocedure aanhangig gemaakt

tegen ZSP, NB, UTB en curatoren. In de kern ziet het geschil op de kwalificatie

van het aluminium in de ovens te weten of dit roeren dan wel onroerend is en

eenzijdige handelingen tot toe-eigening gepleegd door ZSP en NB in hun

relatie tot UTB.

Met betrekking tot de zekerheden en de afwikkeling van de boedelverkopen

lopen er een aantal geschillen. Zo loopt er bij de Rechtbank Amsterdam een

geschil waarbij inzet is de vraag of het aluminium in de ovens door stolling is

nagetrokken en of het de kwaliteit onroerend heeft verkregen dan wel de

kwaliteit roerend heeft behouden. Van daar uit is het de vraag aan wie het

aluminium toekomt in feitelijke zin en wie aan wie welke vergoeding zal

hebben te betalen voor de waarde daarvan. Deze zaak staat (voor de tweede

keer) voor incidenteel vonnis en het verdere verloop van deze zaak zal moeten

worden afgewacht. De boedel is actieve procespartij in deze zaak en heeft een

eigen financieel belang. Inmiddels is bij incidenteel vonnis een vordering van

Glencor tot afgifte van vertrouwelijke stukken geweigerd en is na verdere

conclusiewisseling een comparitie gelast bij de rechtbank Amsterdam,

meervoudige kamer, 23 januari 2014. Het verdere verloop daarvan moet thans

worden afgewacht.

Daarnaast en in samenhang daarmee is bij het Hof in Den Bosch een appel

aanhangig van een kort geding die zich met name afspeelt in de relatie tussen

de zekerheidspartijen en waar de boedel slechts in observeert. Beide zaken

staan in oktober voor pleidooi. De boedel zal het verloop van deze zaken

volgen. Curatoren hebben zich niet in de procedure gesteld maar hebben de

procedure wel gevolgd. Het gerechtshof heeft d.d. 5 november 2013 arrest

gewezen. Het gerechtshof heeft twee appelzaken tezamen afgedaan.

Allereerst het oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-

West-Brabant d.d. 10 september 2012 (waarbij Glencore werd verboden het

aluminium in de ovens te executeren) en tegen het vonnis van 11 september

2012 (waarin kort gezegd werd bepaald dat Glencore niet meer over het

aluminium in de ovens zou kunnen beschikken wegens natrekking) en heeft

het Hof in een gecombineerd arrest beide vonnissen onder aanvulling en

verbetering van de gronden daartoe bekrachtigd. Inmiddels heeft Glencore bij

exploot d.d. 30 december 2013 tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s

Hertogenbosch d.d. 5 november 2013 cassatie aangetekend.

Deze kwestie is nog bij de Hoge Raad in behandeling. Curatoren zijn in deze

cassatieprocedure niet verschenen nu het belang van de boedel zulks niet

vereist. Ook ten tijde van het 9de verslag is er nog geen uitsluitsel in deze

zaak naar curatoren hebben begrepen.

De Hoge Raad heeft zich inmiddels uitgesproken bij arrest d.d. 14 augustus

2015. Ter verdere beoordeling is de zaak inhoudelijk verwezen naar het

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Wel heeft de Hoge Raad belangrijke

overwegingen meegegeven. De Hoge Raad heeft overwogen: “Voor het geval

dat geen van de zaken als hoofdzaak kan worden aangewezen, bepaalt art.

5:14 lid 2 BW dat een nieuwe zaak ontstaat.

N.B.:

In het 21ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.

Vervolg tekst vanaf 20ste verslag:

Art. 5:15 brengt in verbinding met art. 5:14 BW in een zodanig geval mee dat

van rechtswege een nieuw pandrecht ontstaat op een aandeel in de nieuwe

zaak ten behoeve van degene die het pandrecht op de door de vermenging

tenietgegane zaak had gevestigd. Weliswaar is dit niet met zoveel woorden in

de genoemde artikelen geregeld, maar het strookt met de inhoud en strekking

van die bepalingen dat zij ook het hier aan de orde zijnde geval bestrijken van

vermenging van soortgelijke zaken, op één waarvan een pandrecht rust.”.

Aldus heeft de Hoge Raad verworpen de overweging van het Gerechtshof Den

Bosch dat het pandrecht door vermenging is teniet gegaan. Na verwijzing zal

blijken tot welk nader oordeel het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal komen.

In hoeverre dit echter betekenis zal hebben voor de afdoening van het

onderhavige debat tussen partijen is niet vooraf te beoordelen gezien de

huidige stand van de hoofdprocedure.

De Rechtbank Amsterdam heeft in de hoofdzaak bij vonnis d.d. 15 juli 2015

geoordeeld. De rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen dat het aluminium

ook na stolling als roerend is aan te merken waarop het pandrecht is blijven

13-06-2022

21

rusten. De rechtbank is niet toegekomen aan de vraag of het pandrecht door

vermenging en/of zaaksvorming is komen te vervallen. De rechtbank heeft

geoordeeld dat hieraan geen betekenis toekomt gezien de tussen curatoren

en Glencore gesloten vaststellingsovereenkomst. Dit vonnis zal hierna nog

nader worden toegelicht.

De onderhavige procedure bij de Hoge Raad heeft betrekking op een eerder

oordeel van de Rechtbank Middelburg dat aan Glencore wegens natrekking

geen pandrecht toekwam en als gevolg daarvan niet tot executie mocht

overgaan toen de door curatoren gestelde termijn ex Art. 58 Fw nog niet was

verstreken. Het Hof Den Bosch heeft als hiervoor aangegeven overwogen dat

aan Glencore geen executierecht toekwam omdat het pandrecht wegens

vermenging was teniet gegaan. Dit laatste oordeel wordt nu door de Hoge rad

verworpen waarmee het verwijzingshof alsnog ook de discussie rondom de

natrekking zal hebben te beslissen. Aan dit debat kwam de Hoge Raad gezien

de beslissing van het hof niet toe.

Er vanuit gaande dat het verwijzingshof zich zal uitlaten over natrekking kan

dit aspect mogelijk in de bodemprocedure van betekenis zijn.

Er is nog geen uitspraak gedaan naar curatoren bekend door het

verwijzingshof.

Ten slotte zijn er twee zaken aanhangig bij de Hoge Raad ter zake kort

gezegd het besluit van curatoren termijnen te stellen en ter zake de vraag of

nader onderzoek gedaan moet worden ter zake het pandrecht als verleend

aan Glencore door Zalco. Tot heden heeft de rechtbank het beleid van

curatoren in deze gevoerd juist geacht. De Hoge Raad heeft in navolging van

de conclusie van de A-G mr. A. Hammerstein het ingestelde beroep verworpen

en daarmee het handelen van curatoren en het tot op heden gevoerde beleid

bekrachtigd.

Inmiddels zijn aan voornoemde procedures nog meer procedures toegevoegd.

Zo heeft Glencore na het arrest van het gerechtshof voornoemd beslag gelegd

strekkende tot afgifte van het aluminium uit de ovens en heeft Glencore

verhaalsbeslag gelegd. Het beslag tot afgifte is afgewezen ook met verwijzing

naar de cassatie bij de Hoge Raad in het kader van de artikel 58

Faillisementswet procedure, daar waar het verhaalsbeslag is gehonoreerd.

Glencore is van deze uitspraak inmiddels bij appeldagvaarding in beroep

gekomen.

Deze kwestie is inmiddels in appel bepleit en partijen zijn in afwachting van het

arrest. Het arrest is tot heden steeds aangehouden. Laatstelijk tot 14 april

2015.

Ook in deze zaak is inmiddels uitspraak gedaan door het Gerechtshof

Amsterdam d.d. 14 juli 2015. Voor lag onder meer de vraag of het curatoren in

afwachting van een beslissing in de hoofdzaak vrij stond in het kader van het

incidenteel vonnis het aluminium dat was gestold in de ovens te verkopen. Het

Gerechtshof Amsterdam heeft kort gezegd overwogen dat het curatoren in

afwachting van de beslissing in de hoofdzaak niet vrij staat tot opeising en

verkoop van het aluminium uit de ovens te komen. Daarmee werd afstand

genomen van het eerdere oordeel van de rechtbank.

Deze uitspraak heeft d.d. 15 juli 2015 haar werking reeds verloren door de

uitspraak in de hoofdzaak waarin de Rechtbank Amsterdam curatoren

(wederom) bevoegd acht te komen tot verkoop van het aluminium uit de

ovens. Zie hierna.

Van de beslissing van het Hof is geen cassatie ingesteld zodat deze beslissing

in kracht van gewijsde is gegaan, een en ander voor zover aan deze beslissing

in kort geding nog enige betekenis toekwam.

Daarnaast heeft Glencore bewijsbeslag gelegd onder curatoren en UTB/Zalco

B.V. en in kort geding afgifte van de in beslag genomen documenten gevorderd

waartoe kort gezegd de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bij kort geding

vonnis d.d. 20 december 2013 heeft bepaald dat curatoren moeten gehengen

en gedogen dat aan Glencore door tussenkomst van een forensische IT-

specialist gegevens beschikbaar zullen worden gesteld met betrekking tot kort

gezegd productiegegevens uit de oude bestanden van de gefailleerde voor

zover beschikbaar en bijgehouden tot en met 19 december 2011, zijnde het

tijdstip waarop de productie definitief tot stilstand kwam. Alle overige

gevorderde stukken ter zake kort gezegd de boedelbehandeling zijn niet voor

afgifte geschikt verklaard.

Zolang voornoemde procedures voort duren kan de boedel niet tot een

afwikkeling worden gebracht.

De hiernavolgende informatie beoogt een verkorte weergave te zijn van de

huidige stand van zaken voor wat betreft de procedures waarin de boedel is

betrokken zijdens Glencore. Met deze weergave beogen curatoren geen

standpunt in te nemen ten aanzien van hetgeen nog onder de rechter is maar

louter te behoeve van de schuldeisers inzicht te geven in de procedures zoals

die thans aanhangig zijn.

De dato 15 januari 2014 heeft Glencore in de bodemprocedure een akte

genomen tot wijziging van eis. Curatoren beperken zich in deze weergave tot

hetgeen ten laste van de boedel wordt gevorderd.

Ten laste van de boedel luidt de vordering in de bodemprocedure thans dat de

rechtbank zal verklaren voor recht dat het aluminium dat door stolling in de

ovens is achtergebleven geen bestanddeel is geworden van het elektrolyse-

fabrieksgebouw, het daarop gevestigde pandrecht door Glencore door deze

stolling niet is vervallen, dat enige overdracht of bezwaring van dit aluminium

jegens Glencore niet rechtsgeldig is en het pandrecht in stand is gebleven

niettegenstaande een eventuele verkoop, overdracht of bezwaring van dit

aluminium alsmede dat curatoren niet bevoegd zijn het aluminium

overeenkomstig artikel 58 Faillissementsweg op te eisen en te verkopen

danwel Glencore bij een verkoop aanspraak zal hebben op de volledige

onbelaste opbrengst en voorts te verklaren voor recht dat de boedel

onrechtmatig heeft gehandeld jegens Glencore, kort gezegd door de

ingeroepen termijnstelling en opeising/verkoop van het aluminium en het

zonder toestemming van Glencore beweerdelijk brengen van het aluminium in

de feitelijke macht van ZSP met veroordeling van de boedel jegens Zalco door

deze gepretendeerde onrechtmatige daad geleden schade althans met

vergoeding van hetgeen de boedel heeft verworven uit hoofde van

ongerechtvaardigde verrijking een en ander onder veroordeling van de boedel

in de proceskosten. De dato 23 januari 2014 heeft een comparitie van partijen

plaatsgevonden feitelijk zijnde een regiezitting tijdens welke zitting verdere

processuele afspraken zijn gemaakt gezien de omvang en complexiteit van het

geschil jegens curatoren, NB, ZSP en UTB.

Tevens heeft Glencore de dato 15 januari 2014 een incidentele vordering ex

artikel 843 Rv ingesteld tegen curatoren niettegenstaande het feit dat

eenzelfde vordering reeds in kort geding door de voorzieningenrechter van de

Rechtbank Zeeland-West-Brabant reeds was afgedaan bij vonnis de dato 20

december 2013. Tevens stelt Glencore op 15 januari 2014 een incidentele

vordering ex artikel 223 Rv in jegens curatoren houdende een verzoek

curatoren te verbieden het aluminium uit de ovens op te eisen en te verkopen.

Door een incident tot voeging zijn alle partijen in deze incidenten betrokken.

De dato 16 juli 2014 heeft de Rechtbank Amsterdam de incidenten afgewezen.

Daarin heeft de voorzieningenrechter voorshands geoordeeld dat Glencore

onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd voor “het

door haar gestelde onrechtmatig handelen van curatoren (…)” en heeft de

rechtbank voorshands geoordeeld dat de stellingen van Glencore onvoldoende

zijn enig onrechtmatig handelen van de curatoren aannemelijk te maken. Ook

overigens oordeelt de rechtbank voorshands bij vonnis in kort geding dat de

stellingen en overwegingen van Glencore te vaag en onvoldoende

onderbouwd zijn om de gestelde onrechtmatige daad aannemelijk te maken

terwijl er overigens onvoldoende gronden worden aangenomen om tot

toewijzing te komen van de gevorderde incidenten waarbij ten aanzien van

het artikel 843a Rv incident aanvullend is overwogen dat gegeven de feiten en

omstandigheden er anders sprake zou zijn van een fishing expedition

waarvoor deze regeling niet is bedoeld.

Hangende de voornoemde incidenten heeft Glencore ook een verzoekschrift

ingediend tot het houden van een voorlopige getuigenverhoor wederom ten

bewijze van onrechtmatig handelen althans het verkrijgen van verklaringen in

plaats van de gevraagde stukken. De zaak is bepleit en is thans ter beslissing

aan de rechtbank.

In de bodemprocedure zal 10 oktober 2014 een conclusie van dupliek worden

genomen door de gedaagde partijen.

N.B.:

In het 22ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.

vervolg tekst vanaf 20ste verslag:

Het onderhavige verslag is thans niet de plaats om verder op de inhoud

daarvan en het verdere verloop daarvan vooruit te lopen. Met voornoemde

uiteenzetting moge duidelijk zijn dat de boedel nog betrokken is en voorlopig

betrokken blijft in een omvangrijk juridisch relevant geschil waarvan de

uitkomst mede bepalend is voor de wijze waarop de onderhavige boedel tot

een afwikkeling kan worden gebracht.

In de hoofdzaak is pleidooi voorzien d.d. dinsdag 09 juni 2015. In het incident

is pleidooi voorzien d.d. 18 mei 2015.

Er heeft een getuigenverhoor plaats gevonden op een enkele deelvraag te

weten wetenschap rond de inhoud van de ovens. Voor het overige is de

(afwijzende) beslissing op het verzoek gelijk aan de eerdere beslissingen rond

de exhibitieplicht. Dit getuigenverhoor heeft plaats gevonden dd 20 januari

2015 en zal verder in het pleidooi in de hoofdzaak worden betrokken.

Nogmaals zal verder hangende de procedure in het verslag niet inhoudelijk

daarop worden vooruitgelopen.

Zoals hiervoor reeds geduid is de Rechtbank Amsterdam gekomen tot een

eindoordeel in de bodemzaak. Voor zover ten aanzien van de positie van de

boedel thans van belang heeft de rechtbank overwogen: “Anders dan Glencore

heeft betoogd is de rechtbank echter van oordeel dat Glencore haar

separatistenpositie vanaf 11 september 2012 definitief heeft verloren en dat

de bevoegdheid tot verkoop van het aluminium daarna definitief en exclusief in

handen van de curatoren is.”.

De rechtbank heeft tevens geoordeeld dat curatoren geen misbruik van recht

kan worden verweten met betrekking tot de termijnstelling, opeising en de

verkoop noch dat curatoren overigens onrechtmatig hebben gehandeld.

Curatoren zijn thans doende met het verder in kaart brengen van het

07-02-2023

22

5.4 Separatistenpositie

aluminium als aanwezig in voorbereiding op verkoop daarvan. Daartoe worden

ook alle betrokken procespartijen door curatoren gehoord.

Inmiddels zijn zowel Glencore alsook Nationale Borg en Zeeland Seaports in

appel gekomen. Voor verdere lezing van de uitspraak van de rechtbank wordt

verwezen naar die uitspraak van 15 juli 2015 onder kenmerk HA ZA 12-1524.

Omwille van het debat in appel wordt nu niet verder op de zaak ingegaan.

In appel herhaald zich hetzelfde beeld als in eerste aanleg. Alle middelen die

de wet partijen geeft worden benut. Glencore heeft incidenteel gevraagd om

de tenuitvoerlegging van de veroordeling aan het adres van ZSP en NB. Daar

verzet ZSP en NB zich tegen. Inmiddels is pleidooi gevraagd door Glencore

hetgeen na bezwaar is gehonoreerd door het Hof en inmiddels een pleitdatum

is bepaald te weten 5 december 2016. Daardoor blijft het appel in de

hoofdzaak liggen en zijn partijen in afwachting van de door Glencore nog te

nemen memorie van grieven.

Daarnaast hebben Glencore en ZSP / NB een procedurele regeling getroffen in

dier voege dat wederzijdse grieven tegen de beslissing van de Rechtbank

Amsterdam kort gezegd in één procedure wordt afgedaan daar waar

oorspronkelijk Glencore van haar zijde en ZSP en NB van hun zijde zelfstandig

in appel zijn gekomen. ZSP en NB waren zelfstandig in appel gekomen om te

voorkomen dat als Glencore het appel van haar zijde zou intrekken er niet

incidenteel gegriefd zou kunnen worden.

In appel hebben partijen pleidooi gehouden in het incident tot

tenuitvoerlegging bij voorraad. Het Hof heeft het vonnis alsnog uitvoerbaar bij

voorraad verklaard ten gunste van Glencore. De zaak is nu verdaagd in de

hoofdzaak zijdens Glencore voor memorie van grieven d.d. 14 februari 2017.

Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:

Partijen hebben over en weer nader geconcludeerd en de zaak staat nu voor

pleidooi. Vermoedelijk zal pleidooi in het voorjaar van 2018 gaan plaats vinden.

De datum wordt nog vastgesteld.

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

In een volgend boedelverslag zal nader inzicht worden gegeven in de

afwikkeling van de separatistenposities.

De posities van Nationale Borg en Zeeland Seaports zijn betrokken in de

verkoop van het erfpachtrecht en opstalrecht als voorzien in de overeenkomst

van 11 juni. Daarbij heeft te gelden dat de vordering door ZSP bij benadering

werd begroot op 17,5 miljoen euro maar niet nader is vastgesteld in detail. Dit

hangt samen met de schadeplicht die voortvloeit uit afdoening van het 100-

jarige erfpachtrecht en de daarin gelegen slooplicht en saneringsplicht van

Zalco NV. Deze aspecten vallen onder de verplichtingen uit de erfpacht en

opstalovereenkomst en vertalen zich in een verplichting die valt onder het

hypotheekrecht als gevestigd ten laste van Zalco NV op het onroerende actief.

Dit heeft geleidt tot onder meer een discussie met NB over de verdeling van de

opbrengst. ZSP en NB hebben (na een eerdere discussie in kort geding over

die verdeling) kennelijk een onderlinge regeling getroffen (buiten de boedel om

en waarin de boedel ook verder niet is gekend) die met zich brengt dat de

eerste en tweede hypotheekhouder hebben kunnen instemmen met de

verkoop van het actief en afrekening van wederzijdse hypotheekrechten.

NB heeft ontvangen € 2.500.000,-- en ZSP heeft ontvangen € 8.525.000,--.

Beide partijen hebben daarmee hun hypotheekrechten prijs gegeven. NB heeft

aangegeven daarmee als concurrente crediteur nog betrokken te blijven bij de

afwikkeling van de boedel voor zover er een uitkering volgt. ZSP heeft tot

heden geen nadere vordering ingediend.

Glencore heeft onder haar pandrecht een aantal voorraden uitgeleverd

gekregen tegen een waarde van € 1.519.928,-- en $ 3.844.182. Daar staat

tegenover een boedelbijdrage van ruim € 218.000,--, een directe

energiebetaling van circa

€ 200.000,-- aan EON en een onbelast verkochte voorraad voor directe

energiekosten van € 899.371,32. De overige zaken van belang zijn verwerkt in

het financieel verslag.

Ten tijde van het uitbrengen van dit verslag is er een aanmerkelijke juridificatie

aan de orde wat betreft rechten van separatisten, koper en ZSP/NB ter zake

met name de waarde van het aluminium in de ovens. De bevoegdheid van

Glencore tot uitwinning van haar pandrecht is verstreken door termijnstelling

en een verbod in Kort Geding gegeven. Appel en cassatie is ingesteld.

Curatoren hebben aangedrongen op een Mediation tussen alle betrokkenen.

Partijen zijn niet tot een Mediation gekomen maar hebben nieuwe posities

betrokken in cassatieprocedures en een bodemprocedure. Curatoren blijven

zich inspannen te komen tot een voor ieder aanvaardbare regelingen maar

zullen tevens waar nodig en aan de orde in rechte optreden. Het onderhavige

openbare verslag leent zich niet voor het innemen van verdere standpunten in

verband met de diverse procedures een de daar in te nemen stellingen in het

belang van de boedel.

Voor het overige wordt verwezen naar de uiteenzetting onder paragraaf 5.3.

15-12-2021

20

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

Het eigendomsvoorbehoud is thans onderwerp van beoordeling door curatoren

in het kader van bedongen eigendomsvoorbehoud, de algemene

inkoopvoorwaarden van ZALCO en overige omstandigheden van het geval.

In overwegende mate is de positie van crediteuren met betrekking tot een

eigendomsvoorbehoud in kaart gebracht. Deze kwestie is te omvangrijk om

nader in detail in dit verslag te bespreken. Met de betreffende crediteuren zijn

rechten afgestemd.

Atlas Copco B.V. heeft een vordering ingesteld ten laste van de boedel en

curatoren ter zake doorlopende huurpenningen in de afkoelingsperiode die

naar haar oordeel een boedelvordering is althans een persoonlijke verplichting

van curatoren. Deze kwestie is thans in behandeling onder de Rechtbank

Zeeland-West-Brabant. Er is gemotiveerd verweer gevoerd. De zaak staat voor

pleidooi op verzoek van Atlas Copco B.V..

De Rechtbank heeft bij vonnis d.d. 3 december 2014 de vorderingen

afgewezen. Na een aankondiging van appel heeft Atlas Copco de appeltermijn

ongebruikt laten verstrijken en zijn de proceskosten inmiddels betaald.

Daarmee is deze kwestie afgedaan. Vorderingen zullen te zijner tijd nader

worden betrokken in de afwikkeling van het faillissement.

15-12-2021

20

Er zijn door een aantal crediteuren retentierechten ingeroepen. Deze rechten

worden thans onderzocht. In een volgende verslag zal hier nader op in worden

gegaan.

In voorkomend geval is de positie van crediteuren met betrekking tot een

retentierecht in kaart gebracht. Met de betreffende crediteuren zijn rechten

afgestemd.

15-12-2021

20

Er zijn door een aantal crediteuren reclamerechten ingeroepen. Deze rechten

worden thans onderzocht. In een volgende verslag zal hier nader op in worden

gegaan.

In overwegende mate is de positie van crediteuren met betrekking tot een

reclamerechten in kaart gebracht. Met de betreffende crediteuren zijn rechten

afgestemd.

15-12-2021

20

Toelichting

In aansluiting op het hiervoor gemelde onder 6.4 zal dan tevens nader inzicht

worden gegeven in de bedongen boedelbijdragen.

15-12-2021

20

Afgedaan 26-11-2025

27

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

6.4 Beschrijving

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

De fabriek is gecontroleerd stil gelegd. Curatoren voeren thans overleg met

meerdere partijen omtrent gehele of gedeeltelijke voortzetting van de

activiteiten. Het is thans te vroeg om daar een standpunt op in te nemen.

Verwezen wordt naar 1.1 en hetgeen hierna onder 6.3 is beschreven.

15-12-2021

20

Verwezen wordt naar het tussentijds financieel verslag zoals gehecht aan dit

verslag.

In de achterliggende verslagperiode zijn er de nodige financiële mutaties

geweest. Een en ander wordt opgenomen in de financiële verantwoording.

Kort gezegd zijn er de nodige grondstoffen en voorraden verkocht die tot

baten hebben geleid, zijn er bijdragen ontvangen van Alumet en Century als

ook Lassan en zijn er uitgaven gedaan ter zake energie, personeel en overige

kosten tot behoud, waaronder in het bijzonder ten behoeve van de veiligheid

op het terrein en in stand houding van installaties materialen die noodzakelijk

waren voor onderhoudswerkzaamheden. Voor het overige wordt verwezen

naar het financieel verslag. In een volgend verslag zal meer uitvoerig op de

financiële stand van zaken worden ingegaan. Alsdan zal naar verwachting ook

de doorstart zijn gerealiseerd en kan ook de opbrengst daarvan en het effect

daarvan in het financiële verslag worden betrokken.

De financiële positie van de boedel blijkt uit de aangehechte financiële

verantwoording. Meer in het algemeen kan het volgende worden opgemerkt.

• De afdoening van het erfpachtrecht/opstalrecht heeft de boedel € 500.001,--

opgeleverd.

• De afdoening van de verkoop van de roerende (inboedel)zaken heeft de

boedel € 975.000,-- opgeleverd.

• De afdoening van pandrechten heeft de boedel een aanzienlijke

boedelbijdrage opgeleverd.

• De grondstoffen als aangetroffen zijn door de boedel verkocht.

• Diverse boedelbijdragen zijn betaald bij uitwinningen eigendomsrechten.

• De debiteuren zijn in hoofdzaak uitgewonnen.

Daarnaast heeft de boedel aanmerkelijke kosten gemaakt tot beheer van de

plant die uit deze opbrengsten we(o)rden betaald omwille van het

eindresultaat, verkoop van de rechten en behoudt van werkgelegenheid.

Daarnaast zal nog moeten worden beoordeelt welke boedelcrediteuren er zijn

vast te stellen gerelateerd aan de afkoelingsperiode.

15-12-2021

20

Doorstarten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

Curatoren voeren thans overleg met meerdere partijen omtrent gehele of

gedeeltelijke voortzetting van de activiteiten. Het is thans te vroeg om daar

een standpunt op in te nemen. Wel staat vast dat een gehele of gedeeltelijke

doorstart enkel kan plaatsvinden indien Zeeland Seaports daaraan haar

medewerking geeft. Dit in verband met de erfpacht- en opstalvoorwaarden op

grond waarvan Zeeland Seaports volledige betaling verlangt van achterstallige

erfpacht en retributies (t/m eind 2011 begroot op circa

€ 5 miljoen). Vooralsnog wenst zij van dit recht geen afstand te doen.

Zoals in de aanhef van dit verslag aangegeven (1.1) hebben curatoren zich

beijverd te komen tot een doorstart van ZALCO als geheel of in onderdelen. Er

bestaat nadrukkelijk belangstelling met name voor de anodefabriek en de

gieterij. Of deze belangstelling kan worden omgebogen tot een daadwerkelijke

doorstart, is afhankelijk van het evenwicht dat de diverse betrokken

belanghebbenden te weten Zeeland Seaports en zekerheidsgerechtigden

kunnen bereiken ten opzichte van initiële kopers en hun wensen. (zie ook 6.3)

Er is een doorstart gerealiseerd voor de Gieterij (UTB) en de anodeplant

(Century). De elektrolyse zal worden gesloopt en is terug gekeverd aan ZSP

die een sloopopdracht heeft verstrekt aan UTB. De directe werkgelegenheid zal

op korte termijn groeien naar circa 80 werkplaatsen. Inmiddels is de Gieterij

weer opgestart.

Inmiddels is ook de Anode fabriek weer opgestart na een investering tot

ombouw van de fabriek na substantiële investeringen in een ombouw van de

fabriek.

15-12-2021

20

Nog niet van toepassing 15-12-2021

20

Toelichting

Nog niet van toepassing

15-12-2021

20

Toelichting

Nog niet van toepassing

15-12-2021

20

AFGEDAAN 26-11-2025

27

7. Rechtmatigheid

7.1 Boekhoudplicht

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

Ten tijde van het faillissement is door curatoren nog geen concrete

bestuurdersaansprakelijkheid vastgesteld doch daaraan kunnen geen rechten

worden ontleend en behouden curatoren zich alle rechten voor.

In de achterliggende verslagperiode is een boekenonderzoek uitgevoerd. De

effecten daarvan zullen in een volgend verslag worden benoemd.

Het onderzoek in de voorgaande alinea voornoemd is nog actueel.

15-12-2021

20

Dit dient nog te worden onderzocht. In een volgend verslag zal hier nader op

in worden gegaan.

15-12-2021

20

Nog niet van toepassing.

Tot en met boekjaar 2010 zijn er goedkeuringsverklaringen aanwezig.

15-12-2021

20

zie 7.2 15-12-2021

20

Toelichting

zie 7.2

15-12-2021

20

Nee

Toelichting

Ten tijde van het faillissement zijn door curatoren nog geen concrete

paulianeuze handelingen vastgesteld doch daaraan kunnen geen rechten

worden ontleend en behouden curatoren zich alle rechten voor.

15-12-2021

20

Naar de huidige stand van zaken lijkt de administratie ordelijk. In het verdere

verloop van het faillissement zal dit onderwerp van onderzoek zijn.

De administratie zal later aan onderzoek worden onderworpen. Reeds thans

wordt de deugdelijkheid van de administratie onderzocht.

15-12-2021

20

AFGEDAAN 26-11-2025

27

8.1 Boedelvorderingen

8. Crediteuren

€ 20.427.100,77

Toelichting

Glencore heeft een super preferente boedelvordering ingediend in verband

met in het bijzonder haar (vermeende) pandrecht op het aluminium in de ovens

van

€ 8.250.000,-- en ten aanzien van verbruikte aluinaarde € 731.725,49 alsmede

naar haar beoordeling niet aangetroffen voorraad eindproduct ter waarde van

€ 2.875.287,36. Deze is onderwerp van een bodemprocedure.

In totaal zijn 44 boedelvorderingen ingediend voor een totaalbedrag van €

20.432.313,98.

Het UWV zal uiteraard vorderingen indienen voor loon c.a. van voor datum

faillissement en boedelvorderingen voor betaald loon c.a. over de periode

daarna. De vorderingen zijn nog niet ingediend maar zullen aanmerkelijk zijn

gelet op het aantal personeelsleden.

Het UWV heeft inmiddels een eerste vordering ingediend met betrekking tot

overgenomen loonverplichtingen. De boedelvordering bedraagt € 4.672.546,94

Het UWV heeft haar boedelvordering nader bepaald op € 5.081.783,79.

Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:

Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden.

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:

Zie bijgaande lijst van boedel schuldvorderingen.

15-12-2021

20

Toelichting

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.

13-06-2022

21

Toelichting

Glencore stelt een super preferente boedelvordering geldend te kunnen

maken. De oorzaak daarvan is gelegen in de verkregen titel jegens curatoren

en bij aanvang van het faillissement verbruikte aluinaarde. Curatoren hebben

dit betwist. Met Glencore zal overleg plaats vinden.

05-09-2023

23

Toelichting

Met Glencore heeft overleg plaats gevonden. Glencore heeft een juridische

opinie ingebracht ter zake de vermeende super preferentie van meerdere

vorderingen en de boedel zal daar een (contra) opinie in laten opstellen. Dit

proces loopt.

05-04-2024

24

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

Toelichting

Het verschil van inzicht is afgedaan door middel van een VSO. De uitvoering

daarvan loopt.

26-11-2025

27

€ 461.010,00

Toelichting

De Belastingdienst heeft thans geen vordering, maar zal in verband met de

afwikkeling tot vorderingen komen.

De Belastingdienst heeft nog geen verdere vordering ingediend. De

verwachting is gezien de toestand van de crediteuren dat de Belastingdienst

per saldo nog een aanmerkelijke vordering zal hebben. Over de omvang

daarvan kunnen curatoren zicht thans nog niet uitlaten.

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:

De Belastingdienst heeft haar vorderingen ingediend voor een totaalbedrag

van € 461.010,--, zie bijgaande lijst van preferente schuldvorderingen.

15-12-2021

20

Toelichting

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.

13-06-2022

21

Toelichting

er zal een eindverantwoording BTW gedaan worden ter afwikkeling van de

boedel btw. Verder mutaties zijn niet aan de orde.

26-11-2025

27

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

€ 974.748,77

Toelichting

Preferente vordering UWV € 974.749,52

Het UWV zal uiteraard (preferente) vorderingen indienen voor loon c.a. van

voor datum

faillissement. De vorderingen zijn nog niet ingediend maar zullen aanmerkelijk

zijn gelet op het aantal personeelsleden.

Het UWV heeft inmiddels een eerste vordering ingediend met betrekking tot

overgenomen loonverplichtingen. Deze vordering bedraagt € 974.748,77; €

918.086,02 zijnde preferent en € 56.662,75 gelijk aan de rangorde van de

fiscus

15-12-2021

20

Toelichting

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.

13-06-2022

21

Toelichting

Met het UWV is overeenstemming bereikt ter zake haar preferentie.

26-11-2025

27

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

€ 12.420.339,55

Toelichting

Tot op heden werd door 24 schuldeisers voor in totaal € 13.395.088,32 aan

preferente vorderingen ingediend. Over de juistheid van deze preferentie

hebben de curatoren nog geen standpunt ingenomen. Het bedrag aan

preferente vorderingen zal nog substantieel oplopen, bijvoorbeeld in verband

met de te verwachten vorderingen van het UWV uit hoofde van de

loongarantieregeling en de fiscus, bijvoorbeeld ter zake de 29 lid OB-

vordering).

De omvang van de preferente crediteuren is voorlopig beoordeeld en geeft aan

dat na betaling van de boedelschulden de omvang van de preferente schulden

zodanig is dat aan de concurrente crediteuren geen uitbetaling wordt voorzien.

Definitieve vaststellingen van de kwaliteit van de vorderingen heeft eerst zin

als de omvang van de boedel en de omvang van de boedelschulden is

bepaald. Daar kan thans nog geen sprake van zijn. Voor dit moment blijft dit

aspect dan ook rusten in afwachting van de lopende geschillen.

Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:

Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd. Zie ook concurrente

crediteuren.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden. Daarnaast moet

vermeld worden dat NB een (mogelijke) vordering uit regres heeft neergelegd

bij de boedel op grond van het arrest van het Hof Amsterdam als in cassatie

voorgelegd, zonder deze vordering verder te specificeren. Of en zo ja welke

(regres)vordering aan de orde kan of zal zijn, is afhankelijk van de afwikkeling

in cassatie en een mogelijke verwijzing

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:

Zie bijgaande lijst van preferente schuldvorderingen.

15-12-2021

20

Toelichting

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.

13-06-2022

21

Toelichting

Verdere mutaties zijn niet aan de orde en overigens door opheffing wegens

gebrek aan baten niet relevant.

26-11-2025

27

270

Toelichting

Er zijn thans 270 concurrente crediteuren.

15-12-2021

20

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

€ 95.586.826,73

Toelichting

Gezien de omvang van het faillissement kan de crediteurenpositie nog niet

definitief worden bepaald. Omtrent de verdere kwaliteit van deze vorderingen

en de juistheid van deze vorderingen worden thans alle rechten

voorbehouden.

In de achterliggende verslagperiode zijn de nodige crediteuren aanvullend

ingediend. Vooralsnog hebben curatoren volstaan met het noteren van

vorderingen zonder daarover een uitspraak te doen. Immers, verdere

beoordeling van de ingediende vorderingen zal eerst relevantie krijgen als de

toestand van de boedel ertoe aanleiding geeft aan de concurrente crediteuren

tot een betaling te komen. Naar de huidige stand van de boedel is die

verwachting niet aanwezig.

Er zijn thans 270 concurrente crediteuren met een totale vordering van €

95.587.552.

Er zal in de komende periode een nader onderscheidt gemaakt gaan worden

voor wat betreft de crediteuren naar hun positie als boedelcrediteuren en pre-

faillissement-crediteuren. Dit is thans nog actueel.

Vooralsnog zijn er geen substantiële mutaties in de positie van de crediteuren

die thans andere bespreking behoeven.

Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:

Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd. Verdere vaststelling van de

crediteuren wordt aangehouden totdat de afwikkeling aan de orde is en ook

duidelijk is of er sprake zal zijn van een verificatiedatum.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden.

Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:

Er zijn geen mutaties van betekenis.

Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:

Er zijn geen mutaties van betekenis

Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:

Er zijn geen mutaties van betekenis.

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:

Zie bijgaande lijst van concurrente schuldvorderingen.

15-12-2021

20

Toelichting

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.

13-06-2022

21

Op welke wijze het faillissement wordt afgewikkeld is geheel afhankelijk van

de verkoopopbrengst. Hierover valt thans nog geen standpunt in te nemen.

15-12-2021

20

8.8 Werkzaamheden crediteuren

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

9.4 Werkzaamheden procedures

10.1 Plan van aanpak

Er zijn momenteel geen mutaties van betekenis in het kader van de ingediende

en te verifiëren crediteuren.

16-12-2024

25

Er zijn geen mutaties van betekenis op de crediteuren. Curatoren zijn doende

de boedelschulden op juiste wijze te bepalen en af te doen. Hier vind overleg

over plaats. Er zal sprake zijn van een opheffing wegens gebrek aan baten nu

de boedelschulden hoger zijn dan het uitkeerbare bedrag.

27-05-2025

26

De positie van alle crediteuren valt weg tegen de bereikte overeenstemming

ter zake de boedelschulden die resulteren in een opheffing wegens gebrek

aan baten zonder enige verdere uitkering aan de preferente en concurrente

crediteuren.

26-11-2025

27

9. Procedures

afgedaan 26-11-2025

27

10. Overig

In de komende periode zal nader onderhandeld moeten worden omtrent een

mogelijke doorstart van het geheel of van onderdelen, zullen posities in kaart

moeten worden gebracht van zekerheidsgerechtigden en zal tot verkoop

moeten worden gekomen van het vrije actief en het gebonden actief voor

zover gebonden en in overleg met zekerheidsgerechtigden. Thans kan slechts

worden vastgesteld dat dit een omvangrijke operatie zal zijn.

Curatoren zetten in de komende verslagperiode hun werkzaamheden voort

met betrekking tot een mogelijke (al dan niet gehele) doorstart, dan wel

executie van het actief.

De aandacht gaat thans met name uit naar afwikkeling pandrechten en

afwikkeling inhoud ovens. Curatoren hebben de belanghebbenden uitgenodigd

deel te nemen aan een Mediation, om te voorkomen dat partijen verzanden in

15-12-2021

20

een jarenlange juridische strijd waarmee een spoedige afwikkeling van de

boedel wordt belemmerd. Daarnaast zal de positie van de (boedel)crediteuren

worden bepaald.

De afwikkeling van de boedel kenmerkt zich met name door het geschil tussen

Glencore en ZSP/NB ter zake de afdoening van pandrechten en de kwaliteit

van het aluminium in de ovens. Dit is onderworpen aan meerdere lopende

procedure als hiervoor vermeldt.

Daarnaast vinden gesprekken plaats rond verkoop van het gestolde aluminium

zover daartoe aan curatoren bevoegdheid toekomt en dit roerend zal zijn.

Curatoren hebben naar aanleiding van het oordeel van de Rechtbank

Amsterdam in afstemming met de rechter-commissaris een plan van aanpak

opgemaakt, belanghebbenden daaromtrent gehoord en inmiddels stappen

gezet met betrekking tot verdere kwalificeren en kwantificering van het

aluminium als in de ovens gestold in voorbereiding op verkoop daarvan. Dit zal

in de komende verslagperiode verder een vervolg krijgen.

Curatoren hebben overeenkomstig de gezochte afstemming met de

belanghebbenden een onderzoek laten doen naar de kwaliteit van het

aluminium om bij verkoop een juiste beoordeling te kunnen maken van

hetgeen wordt verkocht. SGS is als door alle partijen aanvaarde deskundige

gevraagd dit onderzoek te doen. Een eindrapport is beschikbaar gesteld d.d.

18 april 2016. Daarop hebben curatoren aan alle belanghebbenden de te

hanteren verkoopvoorwaarden voorgelegd. Van de zijde van alle partijen is

daarop gereageerd met uiteenlopende punten van aanpassing. Echter is

tevens aangeven door alle belanghebbende dat zij niet instemmen met

verkoop zolang er geen duidelijkheid is over de inhoud van een Escrow

overeenkomst waarin de verkoopwaarde zou moeten worden gedeponeerd

daar waar tevens door partijen bezwaar wordt gemaakt tegen het moment

van verkoop en de kwaliteit van het SGS rapport. Tevens weigert UTB op

voorhand afgifte van het aluminium zolang er geen duidelijke toezegging is

gedaan omtrent erkenning van het door haar ingeroepen retentierecht ter

zake kort gezegd kosten van uitneming en opslag. Curatoren hebben

(overigens met Glencore) dit retentierecht betwist. Het Retentierecht is tot

heden niet nader onderbouwd. Er is een procedure aanhangig bij de

Rechtbank Zeeland–West–Brabant locatie Middelburg tot kort gezegd afgifte

van het aluminium. In deze procedure tussen Boedel en UTB verzoekt Glencore

tussenkomst en voeging, waartegen verweer is gevoerd. In dit incident is een

pleidooi gevraag door Glencore en zal worden gehouden op 13 september

2016.

Glencore is bij vonnis d.d. 26 oktober 2016 toegelaten tussen te komen. De

zaak staat nu voor conclusie van eis na tussenkomst aan de zijde van

Glencore.

Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:

De zaak staat voor tussenvonnis incident. De verdere afhandeling van de zaak

is mede afhankelijk van de lopende mediation. Zie hierna.

Daarnaast is bij de RC een 69 Fw verzoek gedaan door ZSP/NB en Glencore

curatoren te verbieden het kort geding medewerking te verlenen tot verkoop

van het aluminium voort te zetten. Na mondelinge behandeling en omwille van

minnelijk overleg is de behandeling van dit kort geding door Curatoren

aangehouden.

Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:

De geschillen van partijen liggen voor in een mediation waarover naar de aard

daarvan geen mededelingen kunnen worden gedaan.

Om procedurele redenen wordt thans volstaan met deze beschrijving daar

waar inhoudelijk de beoordeling moet worden afgewacht van de rechter.

Toevoeging 14de verslag 12 februari 2019:

In het kader van de mediation zoals die is gevoerd tussen partijen en

waarover uit de aard van mediation verder geen mededelingen kunnen en

mogen worden gedaan, is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen

Glencore, UTB c.s. en de boedel om te komen tot verkoop van het aluminium

door middel van een onderling procedureel afgestemde veiling en het plaatsen

van de opbrengst in escrow. Daar is december 2017 / januari 2018 uitvoering

aan gegeven. De opbrengst als gerealiseerd na aftrek van gemaakte kosten

en overeengekomen kosten groot USD 6.034.096,18 is in escrow geplaatst.

Partijen hebben de procedure voortgezet waarbij de vorderingen niet langer

zien op verkoop van het aluminium maar op toedeling van de

verkoopopbrengst. Pleidooi ten overstaan van het Hof Amsterdam heeft plaats

gevonden d.d. 16 april 2018. Kort gezegd (alle nuance weglatende) diende de

opbrengst toe te komen aan de boedel als de termijnstelling evenals in eerste

aanleg ook in hoger beroep zou worden gehonoreerd en zou toekomen aan

Glencore als in tegenstelling tot eerste aanleg de termijnstelling niet zou

worden gehonoreerd althans een beroep op de termijnstelling als misbruik van

recht zou kwalificeren.

Het Hof heeft aansluitend uitspraak gedaan bij arrest d.d. 16 oktober 2018.

Het Hof heeft voor wat betreft de boedel bepaald dat de opbrengst van het

verkochte aluminium als geplaats in escrow aan Glencore diende toe te komen

omdat, zeer verkort gezegd, het inroepen van de termijnstelling zou

kwalificeren als misbruik van recht althans onrechtmatig handelen van de

boedel.

Curatoren hebben met toestemming van de RC een cassatieadvies doen laten

uitbrengen door en Banning Advocaten en Resor Advocaten op grond van welk

advies de rechter commissaris toestemming heeft verleend cassatie in te

stellen waartoe is over gegaan.

De Hoge Raad heeft geen reden gezien het cassatieverzoek af te doen op

grond van artikel 81 RO en zal de zaak derhalve verder behandelen. Ook

NB/ZSP en UTB c.s. zijn in cassatie gegaan. De zaak ligt derhalve nu voor bij de

Hoge Raad.

Omdat de zaak onder de rechter is zal thans niet verder op de inhoud worden

ingegaan. Verwezen wordt voor de uitspraak van het Hof Amsterdam naar die

uitspraak van 16 oktober 2018 als gepubliceerd.

Toevoeging 15de verslag d.d. 5 augustus 2019:

In aansluiting op het positieve cassatieadvies is cassatie ingesteld. De zaak

ligt nu voor een nader schriftelijke toelichting (september aanstaande) bij de

betrokken partijen. Ook UTB en NB/ZSP zijn in cassatie gegaan. Glencore heeft

geen zelfstandig cassatieverzoek ingediend.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde

aluminium is nog onder de rechter. De uitkomst moet afgewacht worden.

Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:

De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde

aluminium is nog onder de rechter. De AG heeft inmiddels geconcludeerd en de

HR zal tot een beslissing moeten komen in het najaar (rol 30 oktober 2020). De

uitkomst moet afgewacht worden.

Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:

De Hoge Raad heeft het arrest van het Hof jegens curatoren in overwegende

mate in stand gelaten op een kleine correctie na wat betreft de

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

renteberekening. De zaken die hieraan parallel lopen tussen UTB, ZSP en NB

zijn verwezen. De afwikkeling is daarvan afhankelijk. Curatoren beraden zich

nog over de uitspraak van de HR.

Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:

Curatoren zijn in afwachting van de uitspraak van het verwijzingshof.

Curatoren zijn niet als partij betrokken maar wel als belanghebbende

afhankelijk van die afdoening.

Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:

In verband met de verwijzing naar het verwijzingshof Arnhem/Leeuwarden ligt

de afhandeling van het faillissement stil in afwachting van de uitkomst daarvan

over de vraag of het aluminium in de ovens nu roerend of onroerend is. Daarna

zal vastgesteld kunnen worden hoe die beslissing doorwerkt in de afwikkeling

van de positie van de boedel. Pleidooi staat in februari 2022. Derhalve kunnen

er geen verdere zaken voor nu worden gerapporteerd.

Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:

Pleidooi heeft plaatsgevonden. De actuele stand van de zaak is vooralsnog

niet bekend. Curatoren zijn geen partij in de verwijzingszaak en moeten de

stappen van de anderen afwachten. Wel zijn preventief de lopende mogelijke

aanspraken gestuit wat betreft mogelijke verjaring.

13-06-2022

21

Toevoeging 22e verslag d.d. 13-01-2023:

Curatoren zijn in afwachting van de beslissing van het verwijzingshof Den

Haag. Deze heeft het arrest aangehouden tot maart 2023. De verdere

afwikkeling van de boedel is hiervan afhankelijk.

07-02-2023

22

Het verwijzingshof heeft uitspraak gedaan en bepaald dat het aluminium niet

kwalificeert als roerend maar als onroerend, zodat Glencore geen pandrecht

toekomt en Glencore geen aanspraak kan maken op de verkoopwaarde van

het aluminium. Curatoren voeren met Glencore overleg nu eerder is bepaald

dat Curatoren onrechtmatig hebben gehandeld ter zake het verhinderen van

Glencore in de uitwinning van haar pandrecht, dat thans als niet bestaand

moet worden gezien.

05-09-2023

23

Nadat Glencore een opinie heeft ingebracht over de super preferentie van

meerdere vorderingen zal de boedel daar een (contra) opinie over laten

opmaken. Dit proces loopt.

05-04-2024

24

Er is een opinie ontvangen door de boedel die is gedeeld met het UWV en

Glencore. Er is op basis daarvan nog geen duidelijkheid over de afwikkeling

van het faillissement. Ter voorkoming van nieuwe geschillen en procedures

wordt nu minnelijk overleg gevoerd.

16-12-2024

25

De elkaar tegensprekende opinies zijn besproken met de betrokkenen en er is

een voorstel tot afdoening dat nu voorligt.

27-05-2025

26

Er heeft overleg plaats gevonden met de betrokken partijen en hun

adviseurs ne dit heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst ter afdoening

van de geschillen, uiteraard onder goedkeuring RC.

26-11-2025

27

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

Thans is nog onduidelijk op welke termijn deze boedel kan worden

afgewikkeld.

15-12-2021

20

Curatoren willen de boedel afdoen wegens gebrek aan baten gezien het actief

en de omvang van de boedelschuld van het UWV, die het actief overtreft. Aan

deze afwikkeling staat in de weg de stalling van Glencore dat haar een super

preferente boedelvordering toekomt.

05-09-2023

23

Zolang de positie van Glencore uit super preferentie niet is vastgesteld kan de

boedel niet worden afgewikkeld. In afstemming met de RC vind nader

onderzoek plaats.

05-04-2024

24

Op basis van nader ingewonnen opinies door beide partijen is aan het UWV

gevraagd tot een overleg te komen en een standpunt te bepalen. Het UWV

moet in deze een terugkoppeling geven.

16-12-2024

25

Het UWV heeft zich over de opinies uitgesproken en een voorstel gedaan tot

afdoening van ieders positie. Dit is nu bij partijen in beraad.

27-05-2025

26

Er is uitvoering gegeven aan de gemaakte afspraken op basis waarvan thans

de afwikkeling van de boedel voorligt. Afwikkeling wacht op de finale fiscale

(BTW) afdoening. Daarna zal het mogelijk resterende saldo cfr de VSO

worden afgedaan en zal de bedoel worden opgeheven wegens gebrek aan

baten.

Dit verslag is daarmee tevens het EINDVERSLAG.

26-11-2025

27

In de komende verslagperiode hopen curatoren te komen tot naar zij hopen

verkoop van het actief, maar, zo dit niet mogelijk zal blijken te zijn, verdere

afwikkeling van het actief door middel van executie van

vermogensbestanddelen. Tevens zullen daarin de posities van de

zekerheidsgerechtigden nader vorm moeten krijgen. Eerst na afwikkeling van

deze posities kan ook nader zicht worden verkregen op de totale toestand van

de boedel en in hoeverre de boedel daarin voor de crediteuren iets kan

betekenen.

In de komende periode hopen curatoren meer zicht te krijgen op de

afwikkeling van de pandrechten en het aluminium in de ovens. Daarnaast zal

een aanvang worden gemaakt met het kwalificeren van de crediteuren. Dit met

name voor wat betreft tijdens het faillissement gemaakte kosten.

De procedurele werkzaamheden duren nog voort. Afwikkeling van de boedel is

afhankelijk van afwikkeling van het lopende geschil.

In de komende verslagperiode zullen curatoren tot verdere uitwerking komen

van het plan van aanpak tot verkoop van het in de ovens gestolde aluminium.

Daaronder begrepen de procedure tot vrijgave van het aluminium.

Daarnaast zullen curatoren zich voorbereiden op en in de appelprocedure in de

bodemzaak zoals ingesteld door zowel Glencore alsook Nationale Borg en

Zeeland Seaports.

Curatoren voeren minnelijk overleg met partijen omtrent verkoop van het

15-12-2021

20

aluminium.

Behandeling van de diverse lopende zaken wordt voortgezet. Aanhangig zijn

naast een 69-verzoek (RC Breda), de appel procedure in de hoofdzaak (Hof

Amsterdam), een bodemprocedure tot verkoop van het aluminium (Rechtbank

Zeeland-West-Brabant locatie Middelburg), een aangehouden kort geding tot

verkoop van het aluminium (Rechtbank Zeeland-West-Brabant locatie

Middelburg), alsmede een verwijzingsprocedure tussen ZSP/NB en Glencore en

UTB cs na verwijzing door de Hoge Raad (Hof Arnhem-Leeuwarden) .

Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:

Naast de lopende procedure in appel in kort geding (staat voor arrest) en in de

hoofdzaak (staat voor pleidooi) en het geschil afgifte aluminium en

medewerking veiling (mediation) zijn er voor nu geen openbare mededelingen

te doen.

In overleg met de RC is verslaglegging aangehouden tot 30 september omdat

er geen wezenlijke informaties openbaar gedeeld kunnen worden. Het

volgende verslag zal plaats vinden over 6 maanden dan wel op een termijn als

met de RC af te stemmen.

Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:

De boedel is in afwachting van de uitkomst van de cassatieprocedure. De AG

zal

6 maart a.s. concluderen.

Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:

De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde

aluminium is nog onder de rechter. De AG heeft inmiddels geconcludeerd en de

HR zal tot een beslissing moeten komen in het najaar. De uitkomst moet

afgewacht worden.

Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:

Curatoren beraden zich over de stappen na de uitspraak van de HR in de

bodemzaak.

Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:

Als gezegd kunnen we nu even niet verder zolang het verwijzingshof de zaak

onder zich heeft. Daarna kunnen verdere stappen worden beoordeeld. Voor nu

zijn rechten voldoende in kaart gebracht.

Bijlagen:

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST

tussentijds financieel verslag

lijst van schuldvorderingen (boedel-, preferent- en concurrente lijsten)

afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)

Bijlagen:

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST

tussentijds financieel verslag

afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)

N.B. de lijsten van schuldvorderingen zijn reeds bij het 20ste verslag

geüpload.

13-06-2022

21

Bijlagen:

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW

tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST

tussentijds financieel verslag (TOEZICHT)

afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)

07-02-2023

22

Bijlagen

N.B. de lijsten van schuldvorderingen zijn reeds bij het 20ste verslag

geüpload.

Bijlagen