Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Betreft
Algemene gegevens
ZALCO - Zeeuwse Aluminium Company N.V. 15-12-2021
20
naamloze vennootschap 15-12-2021
20
productie aluminium en al hetgeen daartoe behoort in de meest brede zin van
het woord
15-12-2021
20
15-12-2021
20
mr B. van Leeuwen
Winst en verlies
Onderstaand volgt een overzicht van de geconsolideerde cijfers van Zalco (dus
inclusief haar dochteronderneming BaseMet AG, die als verkoopkanaal van
ZALCO fungeerde.)
2009 2010
Omzet geconsolideerd 193.835.000 280.296.000
Netto-verlies 16.467.000 67.030.000
De verliezen waren met name te wijten aan verhoudingsgewijs te hoge kosten
van inkoop van grondstoffen enerzijds en van met name energie anderzijds. In
2010 bedroegen deze twee kostenposten tezamen alleen al afgerond €
250.000.000,--.
Was er in 2010 nog sprake van een licht positieve cashflow van afgerond €
8.000.000,--, blijkens de tussentijdse cijfers tot en met oktober 2011 was die
toen weer negatief (circa € 2.000.000,--), voornamelijk veroorzaakt door een
negatieve cashflow van afgerond € 5.500.000,-- in de maand oktober.
Oorzaak van het negatieve resultaat in 2011 was met name een veel lagere
omzet dan begroot (circa 15%), dit terwijl de kosten wel conform begroting
waren.
Balanstotaal
Geconsolideerd bedroeg het balanstotaal per eind 2010 € 216.823.000,--,
enkelvoudig (dus alleen van Zalco) bedroeg dit afgerond € 179.500.000,--. Dit
verschil zit met name in de debiteuren (ad ca € 50.000.000,-). Deze debiteuren
werden overigens volledig bevoorschot door de Zwitserse bank van BaseMet
AG, zulks op basis van gegarandeerde betalingsdocumenten van de
eindafnemers.
Nota bene, op zich had Zalco uit hoofde van haar leveranties aan BaseMet AG
uiteraard een vordering op deze AG, maar die (intercompany-)vordering werd
verrekend met voormelde bevoorschottingen enerzijds en/of met
vooruitbetalingen door AG anderzijds.
De belangrijkste activa van Zalco zijn :
onroerend goed: balanswaarde € 12.919.000,--;
bedrijfsuitrusting: balanswaarde € 85.000.000,--;
voorraden: balanswaarde € 38.318.000,--;
een VPB-vordering balanswaarde € 22.000.000,--.
De VpB vordering was een carryback-vordering in verband met geleden
verliezen. Door het faillissement van ZALCO zal deze vordering geen waarde
meer hebben, omdat er geen verrekening meer plaats kan vinden met
mogelijke toekomstige winsten.
Taxaties zijn er nog niet; thans valt dan ook nog niet aan te geven wat de
verkoopopbrengst van de activa uiteindelijk op zal leveren. Daarnaast zal er
nog een andere analyse moeten volgen van met name de intercompany
vorderingen, waaronder de rekening-courantverhouding tussen ZALCO
enerzijds en haar dochter BaseMet AG anderzijds.
Curatoren hebben Troostwijk verzocht een taxatie te maken van het actief en
daartoe het actief te beschrijven, zodat dit mede dienstbaar kan zijn aan de
hiervoor beschreven doorstartactiviteiten zoals hierna nader toe te lichten.
Daarnaast is aan een externe (DRV Corporate Recovery) opdracht gegeven de
deugdelijkheid van de financiële administratie te onderzoeken, waartoe in dat
verband en overigens zelfstandig de intercompany vorderingen aan een nader
onderzoek zijn onderworpen. Ten tijde van het opmaken van dit verslag
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Verslagperiode
kunnen daaromtrent nog geen resultaten worden vermeld
628
Toelichting
478 en circa 150 uitzendkrachten, zie 2. Personeel
15-12-2021
20
€ 4.486.282,13
15-12-2021
20
€ 4.462.435,91
13-06-2022
21
€ 4.365.966,82
05-04-2024
24
€ 4.393.352,06
16-12-2024
25
€ 4.434.507,44
27-05-2025
26
Verslagperiode
Bestede uren
van
16-6-2021
t/m
10-12-2021
15-12-2021
20
van
11-12-2021
t/m
31-5-2022
13-06-2022
21
van
1-6-2022
t/m
31-12-2022
07-02-2023
22
van
1-9-2023
t/m
29-3-2024
05-04-2024
24
van
30-3-2024
t/m
12-12-2024
16-12-2024
25
van
13-12-2024
t/m
26-5-2025
27-05-2025
26
van
27-5-2025
t/m
24-11-2025
26-11-2025
27
Bestede uren
Toelichting bestede uren
VerslagperiodeBestede uren
Het onderhavige verslag is een openbaar verslag waarin informatie door de
curator ten behoeve van derden beschikbaar wordt gesteld naar de aard en
de stand van het onderzoek door de curator gedaan zodat de curator niet voor
de juistheid en volledigheid daarvan kan opkomen. In die zin is een
boedelverslag een weergave van algemene en specifieke bevindingen die na
verloop van tijd kunnen en in de praktijk moeten worden bijgesteld. Derhalve
kunnen geen rechten aan het onderhavige verslag worden ontleend jegens de
curator. Voor een goede lezing van het verslag wordt voor de relevante
mutaties met name verwezen naar hetgeen is opgemerkt onder paragraaf 6.3.
Het onderhavige verslag vormt een aanvullend openbaar boedelverslag. De
aanvullingen zijn dikgedrukt opgenomen.
In algemene zin kan worden opgemerkt dat momenteel diverse procedures
worden gevoerd en het niet wenselijk is daarop vooruit te lopen omdat de
geschillen onder de rechter zijn. Niettegenstaande het feit dat aan de inhoud
van dit verslag geen rechten kunnen worden ontleend althans rechten
uitdrukkelijk worden voorbehouden wat betreft de lopende geschillen is het uit
proces technische overwegingen niet wenselijk daar thans op vooruit te lopen.
Volstaan zal dan ook worden met een algemene duiding van de stand van
zaken.
Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:
Dit verslag bevat aanvullingen op het 14de verslag waarin met name een
weergave wordt gegeven van de huidige processuele stand van zaken. Voor
het overige zijn er geen mutaties van betekenis aan de orde ten opzichte van
de voorgaande verslaglegging.
Zie dan ook voor de wijzigingen paragraaf 12.1, 12.2, 12.3 en 13.9.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
Kort gezegd is de boedel in afwachting van de uitkomst van het
cassatieverzoek, welke uitkomst mede bepalend zal zijn voor de financiële
afwikkeling. Zie hierna hoofdstuk 12-14.
Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:
Er is geen wijziging van betekenis ten opzichte van het 16de verslag. Zie
hierna hoofdstuk 12-14.
Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:
Zie 12.1, 13.9 en 14
Toevoeging 19de verslag d.d. 23 juni 2021:
Zie 12.1, 13.9 en 14
15-12-2021
20
1.1 Directie en organisatie
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15 december 2021:
Uren verslagperiode : kantoor VLDW: 19,60 uur
Uren verslagperiode : kantoor RST: 17,80 uur
Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor VLDW: 1.840,35 uur
Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor RST: 2.273,90 uur
Zie 8.1, 8.2, 8.4, 8.6 en 10.1
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13-06-2022:
Uren verslagperiode: kantoor VLDW: 19,70 uur
Uren verslagperiode: kantoor RST: 22,70 uur
Totaal uren vanaf faill.datum: kantoor VLDW: 1.860,05 uur
Totaal uren vanaf faill.datum: kantoor RST: 2.296,60 uur
Zie 1.1 (vervolg), 5.3 (vervolg), 8.1, 8.2, 8.3, 8.4, 8.6 en 10.1
13-06-2022
21
Toevoeging 22ste verslag d.d. 13-01-2023:
Uren verslagperiode : kantoor VLDW: 6,50 uur
Uren verslagperiode : kantoor RST: 5,60 uur
Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor VLDW: 1.866,55 uur
Totaal uren vanaf faill.datum : kantoor RST: 2.302,20 uur
Zie paragraaf 5.3 (vervolg) en 10.1
07-02-2023
22
uren verslagperiode: kantoor VLDW, 1,5 uren
uren verslagperiode: kantoor RST, 21,4 uren
16-12-2024
25
uren verslagperiode: kantoor VLDW, 21,1 uren
uren verslagperiode: kantoor RST, 33,3 uren
27-05-2025
26
1. Inventarisatie
ZALCO N.V. is een dochtervennootschap van BaseMet B.V., gevestigd te
Luchthaven Schiphol, Kamer van Koophandelnummer 34261429.
BaseMet B.V. heeft nog drie andere dochtervennootschappen, te weten
Panther Trading A.G. (gevestigd te Zug Zwitserland), ALDEL - Aluminium Delfzijl
B.V. en VOERDAL – Voerde Aluminium GmbH (gevestigd te Voerde, Duitsland).
(Panther is commercieel inkoopplatform voor Aldel, Voerdal en Zalco.)
BaseMet B.V. is uiteindelijk eigendom van Klesch & Company Limited in London,
Verenigd Koninkrijk.
ZALCO is door BaseMet de dato 2 juli 2007 als deelneming verworven.
ZALCO heeft een roerige tijd gekend. De onderneming is sterk afhankelijk van
de marktbeweging die enerzijds wordt gedomineerd door de prijs van
grondstoffen en energie en anderzijds wordt gedomineerd door de prijs van
aluminium. De waarde van het aluminium wordt bepaald door de LME (London
Metal Exchange).
15-12-2021
20
Met name het verloop van de energieprijzen zijn grillig geweest de afgelopen
periode. Na de tsunami in Japan en daarop volgende problemen bij de
kerncentrales te Fukushima zijn vervolgens in Duitsland meerdere
kerncentrales buiten gebruik gesteld waardoor de elektriciteitsprijs in Europa
aanmerkelijk is gestegen. Daarnaast is door de economische recessie/crisis de
prijs van aluminium gedaald. Deze twee effecten hebben ertoe geleid dat
ZALCO ook niet in 2011 met winst heeft kunnen produceren.
Conflicten met de energieleveranciers heeft ZALCO het laatste kwartaal van
het jaar 2011 gekleurd en in de publiciteit gebracht. Weliswaar werd een kort
geding gewonnen
(LJN: BU 6915) en diende energie te worden geleverd zonder dat daaraan
hoge bankgaranties konden worden verbonden, toch heeft dit uiteindelijk niet
mogen baten. Doordat bij voortduring met verlies geproduceerd werd mochten
ook financiële injecties in de maand november 2011 met name (indirect) van de
zijde van Lassan, een indirecte dochter van de aandeelhouder van BaseMet
BV. niet baten. Tot het laatste moment is overleg geweest met het ministerie
voor een tegemoetkoming in de transportkosten van de energie. Daar is
overleg toe gevoerd op ministerieel niveau door Klesch en de directie.
Medewerking zou een wetswijziging vragen. TenneT wilde een vooruitbetaling
doen op het contract 2012 van € 5 miljoen, doch vroeg onverwacht een
bankgarantie van € 1,3 miljoen. Dat was onmogelijk. Daardoor was er een
direct tekort in de cash flow. Dit heeft de directie in afstemming met de
aandeelhouder en de RvC doen besluiten alsnog het faillissement van ZALCO
aan te vragen.
Gezien de situatie die de curatoren hebben aangetroffen, meer in het
bijzonder de hoogte van de directe doorlopende lasten en met name de
energielasten een vanuit dit perspectief gezien begrijpelijke keuze. Echter,
curatoren hebben zich wel verbaasd over het feit dat niettegenstaande het feit
dat het faillissement werd gedragen door en mede werd begeleid vanuit
BaseMet er niet op voorhand maatregelen getroffen zijn geweest met
betrekking tot de directe gevolgen van het faillissement waardoor een fabriek
werd aangetroffen, vol in bedrijf, met vele lopende verplichtingen, in het
bijzonder ook ten aanzien van energieleveranciers met een geschatte
afnameverplichting in geld van
€ 500.000,-- à € 600.000,-- per dag aan energie. Dit heeft curatoren voor een
aanmerkelijk probleem geplaatst, te weten hoe om te gaan met deze fabriek
vol in bedrijf (meer dan 400 gevulde ovens met vloeibaar aluminium) waarbij
evident was dat de fabriek niet van het ene op het andere moment kan
worden stilgelegd, maar anderzijds het voortzetten van de productie
aanmerkelijke kapitaalinjecties vergde die uiteraard curatoren niet ter
beschikking hebben gestaan.
Een en ander heeft aanmerkelijke discussies opgeleverd met de
energiemaatschappijen. Daar waar de te verbruiken elektriciteit van dag tot
dag moet worden besteld (“genomineerd”) en daarmee ook de
elektriciteitsprijs wordt bepaald werden curatoren zelfs geconfronteerd met
een enorme toename aan energiekosten wegens zogenaamde onbalans in
energieleveranties (Zalco is de grootste afnemer van stroom in heel Nederland
na de Nederlandse Spoorwegen. Zalco heeft een energiebehoefte van circa
2% à 3% van de totale Nederlandse markt). Daardoor nam de aangeboden
energieprijs nog eens fors toe en werd de prijs bijna verdubbeld terwijl de
bestaande prijs al niet kon worden opgebracht. Uiteraard waren daardoor
energieleveranciers gedwongen enige tijd ongedekt energie door te leveren.
Daarbij moet overigens in aanmerking worden genomen dat ook TenneT en de
leveranciers van elektriciteit hebben aangegeven dat je niet van het ene op
het andere moment het stroomverbruik kunt stilleggen. Ook dit zou een groot
risico met zich brengen voor wat betreft onbalans in het netwerk dat tot grote
stroomstoringen zou kunnen leiden. Overigens bij een dergelijke stop zou er
ook gevaar hebben kunnen zijn voor het milieu en het personeel.
Derhalve zagen curatoren zich geconfronteerd niet alleen met een vol
productieproces, maar ook met een maatschappelijke verantwoordelijkheid ten
aanzien van deze energieproblematiek. Derhalve is in de eerste week van het
faillissement in overwegende mate tijd gestoken, naast het inventariseren van
de boedel, in het beoordelen van het al dan niet gecontroleerd kunnen
beëindigen van het productieproces en het kunnen terugbrengen van het
energieverbruik.
Curatoren werden tevens geconfronteerd met enorme
belangentegenstellingen. De ene bij de onderneming betrokken partij had
belang bij het direct staken van de productie (de toeleveranciers), andere
partijen hadden juist belang bij voortzetting van de productie
(zekerheidsgerechtigden alsook het bedrijfseconomische belang gelegen in het
verwerken van de vloeibare aluminium in de ovens), terwijl bovendien TenneT
benadrukte dat de energie niet ineens kon worden afgezet, zodat curatoren al
snel duidelijk werd dat behoudens een zeer snelle al dan niet tijdelijke
doorstart met bijbehorende financiering en garantstelling de fabriek in overleg
met TenneT/de energieleveranciers, de Veiligheidsregio, de Provincie en de
Arbeidsinspectie zou moeten worden stilgelegd. Ook daarvoor geldt, zoals ook
door de energieleveranciers aangegeven, dat de fabriek niet ineens kan
worden stilgelegd al was het maar omdat het energieverbruik daarop
gefaseerd moet worden aangepast. Bovendien hadden curatoren uiteraard de
tijd nodig zich de problematiek enigszins eigen te maken en in de markt de
alternatieven te onderzoeken.
Na uiterst intensieve onderhandelingen met afnemer en als deelfinancier
betrokken partij Glencore hebben curatoren in afstemming met de rechter-
commissaris uiteindelijk moeten besluiten tot een gecontroleerde noodstop (1
à 3 dagen) in plaats van een gecontroleerde afbouw (circa 36 dagen). De
gecontroleerde noodstop heeft ertoe geleid dat op een termijn van twee/drie
dagen het fabricageproces is stilgelegd en het vloeibare aluminium in de ovens
is gestold daar waar bij een meer gefaseerde afbouw de ovens leeggemaakt
hadden kunnen worden. Aan beide scenario’s kleefden voordelen en nadelen.
Echter, gezien het ontbreken van de vereiste liquiditeit voor de gecontroleerde
stillegging en de eis van de energieleveranciers aanmerkelijke (bank)garanties
te stellen en betalingsgaranties te verstrekken heeft de boedel geen andere
kans gehad dan staking van het productieproces door middel van een
noodstop.
Gezien de omvang van de onderneming en de betrokkenheid van derden bij de
onderneming zijn curatoren aansluitend geplaatst voor een aanmerkelijke
operatie met betrekking tot ontslag van het personeel, begeleiding van het
UWV zodat zeker gezien het jaargetijde ten spoedigste bevoorschotting van
het personeel qua uitkering kon plaatsvinden, overleg met de Gemeente en
Provincie en overleg met betrokken partijen en juridische belanghebbenden
met betrekking tot een ieders juridische (zekerheids-) positie, niet in de laatste
plaats beoordeling van eigendommen door derden ten behoeve van
werkzaamheden op het terrein beschikbaar gesteld en door leveranciers
geclaimde eigendomsvoorbehouden en overige eigendomsrechten,
retentierechten en reclamerechten.
Direct vanaf week 51 is met het vaststellen van positie van derden een
aanvang genomen en aan uitlevering gevolg gegeven. Vanuit de boedel zal de
komende verslagperiode met name aandacht uitgaan naar het verder
uitwinnen van deze posities. De eerste anderhalve week heeft namelijk zoals
hiervoor aangegeven in overwegende mate in het teken gestaan bij het in
kaart brengen van en het verder in besprekingen beoordelen van
bovengenoemde (juridische) posities en het op gang brengen van
onderhandelingen tot verkoop van de fabriek als geheel danwel in onderdelen.
De inhoud en aard van dit openingsverslag leent zich er niet voor hier thans
nader inhoudelijk op in te gaan.
In de komende verslagperiode zal met name moeten worden beoordeeld in
hoeverre tot een doorstart kan worden gekomen.
Uiteraard is vanuit het perspectief van de boedel gezien primair ingezet op
verkoop van het geheel van de onderneming, dan wel subsidiair onderdelen
daarvan en dan met name de anodefabriek en de gieterij.
Nadat in de periode van 13 december tot 23 december 2011 met name werd
gewerkt aan het treffen van ordemaatregelen, energievoorziening en de
uiteindelijk noodgedwongen stillegging van het productieproces, is aansluitend
aandacht besteed aan waardering van het actief en het opmaken van een
bidbook ten behoeve van verkoop van het actief. Parallel daaraan is veel
aandacht besteed aan uitwinning van eigendom door derden voor zover aan
de orde en met in achtneming van de afkoeling als gelast.
Met betrekking tot het verkooptraject is uiteraard al direct bij aanvang van het
faillissement aandacht besteed aan de positie van de zekerheidsgerechtigden
waaronder Zeeland Seaports. Aan Zeeland Seaports komt echter ook nog een
andere positie toe, te weten die van grondeigenaar/verpachter. Om die reden
heeft op 2 januari 2012 ten kantore van Zeeland Seaports met haar advocaat
Mr. Platteeuw en de heer Pater overleg plaatsgevonden en is de vraag
voorgelegd in hoeverre Zeeland Seaports de bereidheid heeft het
erfpachtrecht mogelijk in onderdelen per activiteit te splitsen. Aangegeven is
dat als verkoop van de fabriek als geheel niet tot de mogelijkheden blijkt te
behoren, toch tenminste goede kansen worden gezien met betrekking tot de
gieterij en de anodefabriek. Tevens is toen de aanbiedingsbrief met Zeeland
Seaports voor wat betreft haar positie afgestemd.
Vervolgens kon 3 januari 2012 het bidbook worden afgerond die aansluitend
beschikbaar is gesteld aan geselecteerde potentiële kopers. Aan deze
potentiële kopers is gelegenheid geboden de situatie in ogenschouw te
nemen, vragen te stellen, onderzoek te doen en tot een eerste initiële bieding
te komen. De termijn daartoe sloot op 11 januari 2012.
De biedingen zijn 13 januari 2012 besproken met externe deskundigen en de
rechter-commissaris op grond waarvan één zeer gegoede partij werd
geselecteerd. Deze partij is niet alleen kapitaal krachtig maar staat ook bekend
als degelijk (een man een man een woord een woord) en is bekend met de
sector. Niet alleen werd een aanmerkelijk initieel bod deed op de gieterij en de
anodefabriek gedaan, maar tevens werd aangegeven mogelijk ook onderdelen
van de smelterij over te nemen.
Daartoe is aansluitend deze partij in de gelegenheid gesteld in een korte
periode van exclusiviteit een technische en juridische due diligence te doen. In
die procedure is ook Zeeland Seaports verzocht te participeren en meer
concreet te maken onder welke voorwaarden en op welke wijze het erfpacht
gedeeld zou kunnen worden. Omdat Zeeland Seaports geen inzicht had in de
infrastructuur van het terrein is in diezelfde periode met Zeeland Seaports en
medewerkers van Zalco NV gewerkt aan het in kaart brengen van alle
infrastructurele aspecten zodat Zeeland Seaports in staat zou zijn haar
voorwaarden voor erfpacht te formuleren. Woensdag 18 januari presenteerde
Zeeland Seaports haar voorwaarden voor een gedeeltelijke pacht aan
curatoren en werd dit direct kenbaar gemaakt aan de juridische adviseurs van
de koper, zodat directe afstemming zou kunnen plaats vinden over deze
voorwaarden.
Uiteindelijk werden curatoren uitgenodigd voor een nadere bespreking tot het
doen van een nader bod op donderdag 26 januari. Dit heeft erin geresulteerd
dat er alleen een finaal bod werd gedaan op de anodefabriek onder afwijzing
van de door Zeeland Seaports gestelde voorwaarden (term sheet), maar
onder aanvaarding van marktconforme reguliere voorwaarden.
Curatoren hebben geconstateerd dat er een discrepantie optrad tussen
maatschappelijke belangen (behoud van werkgelegenheid) en commerciële
belangen. Derhalve hebben curatoren de betrokken en verantwoordelijke
overheden 27 januari geïnformeerd over het proces en uitgenodigd actief te
participeren. De uitnodiging daartoe voor 30 januari is onbeantwoord
gebleven. Dat wil zeggen dat de overheden van een reactie hebben afgezien
en niet op uitnodiging zijn verschenen voor nader overleg.
Uiteraard dienen curatoren acht te slaan op wettelijke kaders en daaruit
voortvloeiende juridische posities van de grondeigenaar enerzijds en
zekerheidsgerechtigden (hypotheekhouders en pandhouders) anderzijds. In
dit proces speelt ook als complicerende factor het pandrecht op het
aluminium/work in progress en de in dat verband in de ovens aanwezige
gestolde aluminium.
Om alle partijen recht te doen hebben curatoren de betrokken rechthebbenden
uitgenodigd met elkaar tot afspraken te komen ter zake de wederzijdse en op
onderdelen strijdige juridische posities en daarmee de weg vrij te maken voor
voortzetting van inhoudelijke onderhandelingen met de initiële betrokken
potentiële kopers om zo door middel van mogelijke combinaties tot een
mogelijke doorstart te komen. Dit heeft er ook in geresulteerd dat aan Zeeland
Seaports is gevraagd vanuit haar rechtspositie als grondeigenaar/verpachter
met de betrokken partijen zelfstandig te spreken. Nader overleg vond plaats
op 1 februari. Zeeland Seaports heeft in dat proces aangeven zelf met
potentiële kopers te willen spreken over haar posities als erf-verpachter.
Dit proces heeft ertoe geleid dat gezocht wordt naar een combinatie van
meerdere opties. Daartoe wordt verwezen naar de hierna volgende paragraaf
betreffende een mogelijke doorstart. Daarbij nemen curatoren in ogenschouw
dat alle betrokken belanghebbenden uiteraard handelen vanuit hun positie
rechtens, en hebben curatoren die posities ook te respecteren.
Omdat uit het voorgaande wel duidelijk moge zijn dat het proces en de
betrokken belangen omvangrijk zijn, is in overleg met de rechter-commissaris
gevraagd de periode voor de afkoeling voor twee maanden te verlengen en is
daarin voorzien. Als gevolg daarvan loopt de afkoeling thans tot en met
uiterlijk 13 april 2012 dan wel zoveel korter als nodig mocht blijken te zijn en
zullen curatoren met de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen
omzichtig omgaan.
Medio februari zijn de onderhandelingen met met name Alumet
Handelsgesellschaft MbH sterk geïntensiveerd. Daarbij pretendeerde Alumet
zelf afspraken te hebben gemaakt met Century Anode B.V., die al vanaf
aanvang geïnteresseerd is in de anodefabriek en met Glencore in verband met
het vermeende pandrecht op het gestolde aluminium in de ovens. Hiermee
zouden aanmerkelijke problemen, die de verkoop compliceren, worden
weggenomen en onderhandelaars uit handen worden genomen.
Na zeer intensieve onderhandelingen kon op 29 februari 2012 een
handgeschreven document worden bereikt onder de titel Head of Agreements
waarin tussen Zeeland Seaports, curatoren, Nationale Borg en Alumet werd
vastgelegd op welke wijze een verkoop en doorstart zou moeten plaatsvinden,
waarbij werd voorzien dat Alumet de gieterij zou voortzetten en van de
elektrolyse een warehouse zou maken en Century de anode zou voortzetten.
Daarmee zou het gehele terrein weer in erfpacht kunnen worden uitgegeven
hetgeen voor Zeeland Seaports een belangrijk gegeven vormde.
Het ‘s avonds op 29 februari jl. bereikte akkoord werd zoals gezegd
vastgelegd in een handgeschreven document en alleen voor gezien getekend,
omdat alle partijen nog met bevoegden op de achtergrond moesten
afstemmen en ook nog een voorbehoud werd gemaakt ter zake toestemming
mededingingsautoriteiten. Daarbij werd de afspraak gemaakt begin maart te
komen tot definitieve ondertekening van een definitieve overeenkomst die
aansluitend zou worden opgemaakt in opdracht van Zeeland Seaports als
meest belanghebbende partij ter zake de contractvoorwaarden, meer in het
bijzonder erfpacht en opstalvoorwaarden.
Zoals hiervoor geduid werd in de Head of Agreements bepaald dat het een
document was door partijen voor gezien getekend en dat partijen eerst
gebonden zouden zijn bij het opmaken van een definitieve overeenkomst. Dit
in verband met de complexheid van de materie en de intensiteit van de
gevoerde onderhandelingen.
Direct op 1 maart zijn ook al de nodige handelingen verricht om te komen tot
uitvoering van de door alle partijen gewenste en verwachte overeenkomst.
Uiteindelijk vroeg Alumet ondertekening van de overeenkomst te mogen
uitstellen tot eind maart, in verband met de mededingingsproblematiek die
zowel beoordeeld zou moeten worden in Nederland, in Duitsland als ook in
Oostenrijk. Hiermee werd ingestemd met de afspraak dat partijen er dan voor
zouden zorgdragen dat uiterlijk 1 april 2012 de verantwoordelijkheid van de
plant zou overgaan naar koper.
In dit hele traject was overigens van belang dat Alumet de anodefabriek zou
doorverkopen aan Century, daar waar Century vervolgens aangaf direct en
zelfstandig met Zeeland Seaports een overeenkomst te willen sluiten ter zake
een nieuwe erfpachtrelatie. In de maand april heeft Century ter definitieve
beoordeling van haar positie nog een uitgebreid nader due dilligence
onderzoek gedaan. In deze periode is ook intensief overleg gepleegd met de
overheden/toezichthouders en vergunning instellingen.
Eind maart was nog niet volledige overeenstemming bereikt tussen Alumet,
Century en Glenncore. Dit laatste voor wat betreft het uitnemen en verwerken
van het aluminium uit de ovens. Dit valt Alumet te verwijten nu Alumet
uitdrukkelijk in de onderhandelingen had aangegeven (en dit ook door
Glencore en Century was bevestigd) dat zij met deze beide partijen afspraken
had gemaakt. Het bleek dat er wel afspraken waren gemaakt, maar geen
definitieve en goedgekeurde afspraken.
Om de algehele doorstart van de fabriek toch een goede kans te geven is
besloten Alumet en Century nog enige tijd uitstel te verlenen onder
voorwaarde dat de kosten tot beheer en behoud van de plant over de maand
april zouden worden gedragen door Alumet en Century. Daarnaast was
voorwaarde dat een deel van de erfpachtcanon over de maand april aan
Zeeland Seaports zou worden betaald. Ondertekening van de definitieve
overeenkomst werd ook in april een paar keer uitgesteld maar uiteindelijk
werd een absolute deadline opgesteld te weten 20 april 2012.
Vanuit de boedel is in de maand april volledige medewerking gegeven aan
alles wat nodig is om tot een succesvolle opstart van de fabriek te komen. Zo
is zowel Alumet als ook Century volledig geïnformeerd over het
personeelsbestand en de nog aanwezige personeelsleden en hetgeen bij het
opstarten van beide activiteiten noodzakelijk is, zijn nadere contacten gelegd
en gestimuleerd met overheidsinstellingen/vergunnings-voorschriften, in
Century tot een nader due dilligence onderzoek toegelaten en is daaraan
volledige medewerking verleend, zijn Alumet alle door hen gevraagde en
noodzakelijk geachte informaties aanvullend verschaft en is uiteindelijk zelfs
ten behoeve van Alumet en Century een plan van aanpak opgemaakt welke
aandachtspunten invulling behoeven, hoe de arbeidsvoorwaarden er bij Zalco
hebben uitgezien, hoe de regionale arbeidsvoorwaarden eruit zien en wat de
minimale CAO-vereisten zijn.
Uiteindelijk kwam de verrassende mededeling van de zijde van Alumet dat men
alleen nog een in sterke mate neerwaarts aangepaste overeenkomst wilde
sluiten, in eerste instantie door een forse korting op de overeengekomen
koopsom, maar later met de mededeling dat Alumet niet langer samen zou
optrekken met Century, alleen de gieterij wilde afnemen en ook het terrein van
de elektrolyse niet zou willen verwerven ten behoeve van op- en overslag,
zoals dat oorspronkelijk in haar bedoeling lag. Aansluitend gaf Century te
kennen ook van haar zijde de overeengekomen koopsom neerwaarts te willen
bijstellen in verband met hetgeen het aanvullend due dilligence onderzoek aan
het licht zou hebben gebracht.
Het wijzigen van de condities van de overeenkomst, althans de mededeling
niet langer bereid te zijn de oorspronkelijke voorwaarden te aanvaarden,
maakte de overeenkomst in de onderlinge relatie tussen Zeeland Seaports en
Nationale Borg als hypotheekhouders en Zeeland Seaports in haar positie als
grondeigenaar/verpachter onaanvaardbaar.
Curatoren hebben in een uiterste poging alsnog tot een finale oplossing te
komen, een finale aanbieding gedaan d.d. 25 april 2012 aan Alumet en Century
en de inmiddels ook in de onderhandelingen betrokken partij UTB, die eerder al
had aangegeven belangstelling te hebben voor de gieterij en sloop van de
elektrolyse.
Daar waar in de oorspronkelijk voorziene overeenkomst Zeeland Seaports het
gehele terrein van Zalco opnieuw en ten minste in haar onderdelen voor enige
tijd in erfpacht zou kunnen uitgeven en thans de elektrolyse daaruit zou
wegvallen in verband met sloop van dit onderdeel en bovendien de prijs
neerwaarts werd bijgesteld, gaf dit een ernstig probleem in de onderlinge
relatie tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg Maatschappij
anderzijds met betrekking tot het kunnen verdelen van de opbrengst. De
overeenkomst met Alumet was in die zin geheel in balans uitonderhandeld dat
daarmee een prijs werd gerealiseerd en gronden in erfpacht werden
uitgegeven die maakten dat zowel Zeeland Seaports daarin voldoende kon
worden bediend, maar ook Nationale Borg een zodanige betaling zou
ontvangen dat, mede met in acht neming van een stuk herverzekering, ook
voor haar die koopprijs aanvaardbaar was. Doordat niet alleen de koopprijs
met een aantal miljoenen omlaag ging maar ook de in erfpacht uit te geven
gronden en daarmee de erfpachtcanon fors werd verkleind, betekende dit dat
Zeeland Seaports als gevolg daarvan naar schatting 7 tot 11 miljoen minder
zou ontvangen, met als gevolg dat Zeeland Seaports een andere verdeling van
de koopsom verlangt met Nationale Borg en het ook in de rede ligt dat nu de
totaalopbrengst zou afnemen Nationale Borg ook met een lager bedrag
genoegen zou moeten nemen.
Nationale Borg heeft echter aangegeven, tenminste in eerste instantie, daar
geen genoegen mee te nemen. Dit heeft geleid tot een kort gedingprocedure
d.d. 25 april 2012 tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg
anderzijds, geïnitieerd door Zeeland Seaports om daarmee Nationale Borg te
dwingen aan de ultieme verkooppoging medewerking te verlenen en eerst na
verkoop realisatie de koopsom in een onderlinge verhouding te verdelen als
hypotheekhouders en erfpachtgerechtigde. Omdat op het moment van het
voeren van deze procedure een ultimatum was gesteld aan Alumet en Century
en een gelijke aanbieding was gedaan aan UTB, maar nog geen der partijen
daarop had gereageerd in positieve zin, werd behandeling van het kort geding
aangehouden totdat partijen zich over de finale aanbieding zouden hebben
uitgesproken.
Zowel Century als Alumet als UTB hebben de finale aanbieding van curatoren in
een poging het wankele evenwicht tussen alle belanghebbenden te herstellen
niet aanvaard. Als gevolg daarvan hebben curatoren zich genoodzaakt gezien
donderdag 26 april 2012 termijnen te stellen aan Nationale Borg, Zeeland
Seaports en Glencore ter zake uitwinning van hun hypotheekrecht en
pandrecht, met als deadline 16 juni 2012.
Voor de periode tot 1 juli 2012 hebben curatoren in nauw overleg met de
rechtbank (rechter-commissaris) en het UWV met 16 van de op dat moment
nog aanwezige 24 personeelsleden afspraken kunnen maken, zodat beheer
en behoud van de plant tot en met eind juni kan worden gezekerd. Hieraan is
ook de gestelde termijn gekoppeld, nu voor eind juni curatoren tot een
zodanige afwikkeling moeten zijn gekomen van de boedel, dat ofwel de
deelactiviteiten zijn verkocht ofwel de deelactiviteiten in een zodanige
toestand zijn gebracht dat voor het beheer daarvan geen aanmerkelijke
energie en personeelskosten meer noodzakelijk zijn.
Reeds begin februari hebben curatoren, mede met het oog op een mogelijke
afwikkeling van het faillissement door middel van executie van vermogens-
bestanddelen, een draaiboek opgemaakt welk draaiboek van dag tot dag
wordt bijgehouden en waarin staat vermeld welke activiteiten zijn ontplooid en
welke activiteiten aandacht vragen, meer in het bijzonder op welke wijze
invulling wordt gegeven aan risicobeheer voor wat betreft de plant ook voor
het geval voor het beheer daarvan geen beroep meer kan worden gedaan op
het bestaande gekwalificeerde personeel.
Tevens hebben curatoren begin mei stappen gezet om te komen tot het
executeren/-verkopen/veilen van op het terrein aanwezige roerende
goederen. Daarvoor werd ook opdracht verstrekt aan Troostwijk om in
voorbereiding op een veiling de roerende goederen nader te inventariseren en
te verkavelen. Aan deze werkzaamheden werd feitelijk uitvoering gegeven
vanaf maandag 14 mei 2012. Voor wat betreft het verkopen van roerende
goederen doet zich de complicerende situatie voor dat veel zaken die op het
eerste gezicht roerend lijken, in gevolge de geldende jurisprudentie niet als
roerend kunnen worden aangemerkt, te weten een onlosmakelijk onderdeel
vormen van de installaties van de deelactiviteiten van Zalco, dat deze op het
eerste gezicht roerende zaken door bestemming onroerend zijn geworden.
Ook deze complicerende factor was in de overeenkomst zoals beoogd met
Alumet en Century tot een oplossing gebracht.
Daarnaast speelt nog de complicerende factor rechten derden. Ik kom daar
nog nader op terug in het kader van het bespreken van de zekerheidsrechten.
Nu Nationale Borg de veiling had aangekondigd (evenals Zeeland Seaports,
doch Nationale Borg als eerste hypotheekhouder de veiling zou overnemen)
van hetgeen aan haar in hypotheek is gegeven, is Nationale Borg gehouden
vanaf medio april (einde van de afkoelings-periode) de kosten tot beheer en
behoud van de plant ten behoeve van een verkoop te dragen. Nationale Borg
heeft onderkend hierin verantwoordelijkheid te hebben, maar heeft vervolgens
structureel geweigerd in financiële zin daar ook invulling aan te geven.
Daarnaast is Zeeland Seaports in staat gebleken met UTB en Century haar
conveniërende afspraken te maken omtrent voortzetting van de gieterij en de
anodefabriek en het ontmantelen van de elektrolyse. De condities en de
koopprijs zijn echter van dien aard dat nieuwe afspraken gemaakt moesten
worden tussen Zeeland Seaports enerzijds en Nationale Borg anderzijds ter
zake verdeling van die koopsom. Nationale Borg heeft lange tijd zich daarover
niet uitgelaten en aanbiedingen van Zeeland Seaports om op dat gebied tot
een oplossing te komen onbeantwoord gelaten, althans afgewezen.
Een en ander betekende dat curatoren zich geplaatst zagen voor de situatie
dat er een koper is voor de gieterij, er een koper is voor de anodefabriek,
afspraken gemaakt kunnen worden ter zake ontmanteling van de elektrolyse,
maar deze transactie niet gerealiseerd zien in verband met een conflict tussen
Nationale Borg enerzijds en Zeeland Seaports anderzijds omtrent de
rechtmatige verdeling van de opbrengst.
Niettegenstaande het feit dat de termijnstelling ertoe heeft bijgedragen dat de
belanghebbenden versneld met elkaar in onderhandeling zijn gegaan en als
gevolg daarvan alsnog overeenstemming is bereikt tussen Zeeland Seaports
enerzijds en UTB en Century anderzijds en de boedel enerzijds en UTB
anderzijds, doet niet af aan het feit dat een uiteindelijke effectuering van een
en ander volledig afhankelijk is van overeenstemming tussen Nationale Borg
en Zeeland Seaports en dit leek te blokkeren. Als een doorstart niet tot stand
komt, zal dit onherroepelijk tot gevolg hebben dat een doorstart geen kans
van slagen meer heeft en het gehele complex zal moeten worden gesloopt,
waarbij de raming is dat de daaraan verbonden kosten hoger zijn dan de
daaruit te realiseren baten. Derhalve niet alleen een verlies voor voortgezette
werkgelegenheid, maar ook een verlies voor alle betrokken partijen, omdat in
dat geval de boedel geen waarde vertegenwoordigt, ook niet voor de meest
preferente schuldeisers naar hun hoedanigheid.
Curatoren hebben zich vanaf dat moment, meer in het bijzonder vanaf de
week van 14 mei 2012, intensief gemengd in de discussie tussen partijen in
een uiterste poging alsnog een ieder tot elkaar te brengen. Op donderdag 17
mei tekenden zich de contouren af voor het alsnog bereiken van een akkoord
en zijn de verkavelings-werkzaamheden opgedragen aan Troostwijk
opgeschort.
Dinsdag 22 mei kon alsnog overeenstemming worden bereikt ten aanzien van
een doorstart voor wat betreft de anodefabriek en de gieterij en ontmanteling
van de elektrolyse en verkoop van de roerende zaken. Uiteraard vergt
afstemming en ondertekening van de overeenkomst nog de nodige aandacht.
Bovendien moest de board van Century nog instemming betuigen. De board
van Century heeft inmiddels woensdag 30 mei 2012 instemming betuigd zodat
de stukken thans ter ondertekening en ter finale afstemming worden afgerond
ook voor wat betreft de verhoudingen tussen Century enerzijds en UTB
anderzijds.
N.B.:
In het 21ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.
Vervolg tekst vanaf 20ste verslag:
Nog geen overeenstemming kon worden bereikt met betrekking tot de kwestie
Glencore en het vermeende pandrecht en de strijdige aanspraken
dienaangaande tussen ZSP en Nationale Borg als hypotheekhouders en
Glencore als derde pandhouder. Deze problematiek is thans gesepareerd,
evenals de discussie rondom de anode en anodestangen die aan elkaar
verbonden zijn en het daarop conflicterend recht dat gepretendeerd wordt
door Lassan als pandhouder en Zeeland Seaports als hypotheekhouder.
Glencore heeft een termijnverlenging gevraagd voor wat betreft de door
curatoren gestelde termijn tot uitwinning van haar zekerheidsrecht. Op
13-06-2022
21
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
verzoek van Glencore zal een hoorzitting plaatsvinden op dinsdag 5 juni 2012
‘s morgens om 11.00 uur op de Rechtbank Breda. In het volgende verslag zal
hier verder aandacht aan worden besteed.
Voor wat betreft de bijkomende complicaties betreffende zekerheidsrechten
van derden wordt verwezen naar de paragraaf betreffende hypotheek en
pandrechten (3.4).
De effectuering van de verkoopafspraken heeft na enige discussie plaats
gevonden d.d. 11 juni 2012 door middel van ondertekening van de
overeenkomsten. De notariële levering vond plaats bij akte d.d. 15 juni 2012.
Daarmee is het erfpachtrecht en opstalrecht verkocht door middel van splitsing
in drie delen ten behoeve van UTB, Century en ZSP. De rechten met betrekking
tot het aluminium in de ovens is gesepareerd en voorbehouden. De opbrengst
voor de boedel was € 500.001,-- als boedelbijdrage voor het erfpachtrecht en
opstalrecht. Daarnaast heeft de boedel van UTB voor de roerende activa
ontvangen € 975.000,--. Daarmee is verkoop van het actief (roerende zaken
en boedelbijdrage hypotheekhouders) uitgekomen op € 1.475.001,--. Uiteraard
exclusief voorbehouden grondstoffen, verkochte en tijdens het faillissement
vervaardigde voorraden alsmede debiteuren en restituties. De opbrengst als
gerealiseerd is in het financieel verslag opgenomen.
De verdere gang van zaken met betrekking tot het verloop van de
boedelvereffening wordt nader beschreven onder paragraaf 6.3 voor wat
betreft de rechtsposities van Glencore, Zeeland Seaports, Nationale Borg, UTB
en de boedel rond met name het aluminium en de ovens en de afdoening
daarvan.
Lopende procedures (bij aanvang faillissment)
Er is een procedure bij de Kantonrechter aangetroffen aangaande de
ontbinding van een arbeidsovereenkomst. In verband met het faillissement en
het ontslag van de werknemers naar aanleiding van het faillissement is
besloten om deze procedure in te trekken.
Naast de eerder genoemde procedure bij de kantonrechter bleek tevens dat
TenneT appèl had aangetekend tegen het vonnis in kort-geding gewezen d.d.
18 november 2011, waarin kort gezegd TenneT was veroordeeld de levering
van energie niet te mogen afsluiten. Het ingestelde appèl heeft gegeven de
huidige faillissementssituatie en de met TenneT gemaakte afspraken hangende
het faillissement tot beschikbaarstelling van infrastructuur tot het ontvangen
van energie geen zelfstandige betekenis, zodat TenneT heeft besloten het
ingestelde appèl in te trekken.
Ten slotte is er een geschil met betrekking tot een gezonken schip met als
stelling name dat Zalco daarvoor verantwoordelijk is in verband met het
verkeerd beladen. Dit is een verzekeringskwestie en lijkt de boedel als zodanig
niet te raken.
15-12-2021
20
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
Ten tijde van het faillissement is direct contact opgenomen met AON. Aldaar
zouden de activiteiten verzekerd zijn. Al snel bleek dat niet eenvoudig kon
worden vastgesteld hoe het er met de verzekeringspolissen voor stond. Dit
heeft onder andere te maken met het feit dat meerdere polissen door of in
naam van of in opdracht van BaseMet zijn afgesloten mede ten behoeve van
de overige vennootschappen terwijl facturen werden betaald via de
administratie van ZALCO. Enerzijds werd meegedeeld dat ten aanzien van alle
verzekeringen volledige dekking aanwezig was, al snel daarop werd
meegedeeld dat dit mogelijk niet zo was en aansluitend moest na enig overleg
en administratief onderzoek worden vastgesteld dat kennelijk BaseMet bij de
verzekeraar opdracht had gegeven nà faillissement meerdere polissen te
royeren kennelijk stellende dat de polissen door BaseMet waren gesloten en
kennelijk met het oogmerk dat daarmee royementsvergoedingen aan BaseMet
zouden toevloeien. Inmiddels is met AON afgestemd dat geen verzekeringen
mogen worden geannuleerd/doorgehaald/geroyeerd en dat op een gering
bedrag na alle polissen zijn betaald. Aan de advocaat van BaseMet is gevraagd
opheldering te verschaffen over voornoemde gang van zaken. Vervolgens is
aangegeven dat inderdaad om royement was gevraagd met de bedoeling
restituties te ontvangen. Aan AON is verzocht alle verzekeringen actueel te
houden en geen daarvan te royeren nu evident is dat de premies op een zeer
gering bedrag na, dat nog nader moet worden beoordeeld, zijn betaald. Het
gaat om een totale premie van meer dan
€ 500.000,--. Vooralsnog is dekking door AON toegezegd tot 31 januari 2012.
In de komende verslagperiode zal nader onderzoek moeten plaatsvinden met
betrekking tot de vraag hoe een en ander zich verhoudt.
AON heeft toegezegd de verzekering van het object ten minste in stand te
houden en niet te beëindigen dan eerst na overleg daartoe met de curatoren.
AON heeft de verzekeringen in stand gehouden, in overleg met partijen op een
lager financieel niveau, tot eind juni 2012. Derhalve moet ook uit
verzekeringsoptiek voor
1 juli 2012 overdracht van het actief plaatsvinden. Het ziet er naar uit dat dit
ruimschoots op tijd zal kunnen slagen.
Inmiddels zijn de verzekeringen opgezegd. De boedel heeft immers geen actief
meer in beheer. Er is sprake van een premierestitutie van circa € 80.000,--. Er
is discussie met AON gerezen wie die restitutie toekomt. De boedel (die de
premie betaalde en verzekerde is) of BaseMet BV (op wiens naam de polis was
gesteld). De curator van BaseMet BV (Mr. R. Mulder Pot/Jonker/Seunke
Advocaten te Haarlem) is van oordeel dat de restitutie toekomt aan wie
gefactureerde was. AON heeft inmiddels kenbaar gemaakt dat dit BaseMet BV
is geweest en dat de restitutie is verrekend met vorderingen op BaseMet BV
van grotere omvang. Er heeft geen uitkering meer plaats gevonden. Daarmee
lijkt deze discussie te zijn afgedaan.
15-12-2021
20
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
De bedrijfsvoering vindt plaats vanuit een erfpacht/opstalconstructie. Daarbij
heeft te gelden dat ZALCO in 2007 de gronden waarop haar bedrijf is
gevestigd heeft verkocht aan Zeeland Seaports en van Zeeland Seaports terug
pacht. De akte van levering bevat tevens de akte van erfpacht en de akte van
opstal. Er is een pachtachterstand van naar stelling van Zeeland Seaports €
4.355.907,-- berekend tot en met 31 december 2011 en behoudens overige
plichten conform de erfpacht- en opstalakte. Dit exclusief ruim € 716.396,-- aan
rente over de achterstallige betalingen. Overigens heeft Zeeland Seaports
aangegeven dat BaseMet een zekerheidsstelling heeft afgegeven voor een
drietal kwartaal factuurtermijnen van de erfpacht. De omvang van deze
garantstelling zou thans door BaseMet worden betwist. Het gaat om
substantiële bedragen zodat het inroepen van deze garantie voor de verdere
afwikkeling van de boedel van belang kan zijn.
Zeeland Seaports heeft een eerste hypotheekrecht op het energiestation op
het terrein aanwezig en een tweede hypotheekrecht op de opstallen. Een
eerste hypotheekrecht op de opstallen is verleend aan de Nationale Borg-
Maatschappij N.V.. De Nationale Borg-Maatschappij is betrokken in het
faillissement tot een bedrag van maximaal € 12.000.000. De exacte vordering
van de Nationale Borg-Maatschappij moet nog worden vastgesteld en is
afhankelijk van ingeroepen borgstellingen door energiemaatschappijen
waartoe de Nationale Borg-Maatschappij zich zeker heeft gesteld. De omvang
van de hypotheek is effectief € 9.000.000,--, omdat er een bedrag van €
3.000.000,-- in contanten is gestort in ruil waarvoor de Nationale Borg-
Maatschappij pandrechten heeft prijsgegeven ten behoeve van door Glencore
aan BaseMet en Panther verleende financieringen. Daarbij heeft ZALCO een
derde zekerheid gevestigd waartoe ZALCO in de maand november 2011 haar
statuten heeft doen laten wijzigen nu de statuten van ZALCO een zodanige
zekerheidstelling niet toestond.
15-12-2021
20
De directe oorzaak van het faillissement is in hoofdzaak gelegen in de
onbalans tussen enerzijds de kosten en anderzijds de baten en de enorme
kloof daartussen en het feit dat die niet op korte termijn kon worden
overbrugd. De verdere omstandigheden waaronder besloten is tot het
faillissement en de wijze waarop daarin ook verantwoordelijkheid toekomt aan
BaseMet is onderwerp van nader onderzoek.
In de achterliggende periode is het curatoren meer dan duidelijk geworden dat
Zalco te kampen heeft gehad met enerzijds een teruglopende opbrengst door
dalende lme-prijzen en anderzijds stijgende kosten door toenemende
energiekosten. Het wankele evenwicht wat er in de onderneming was (de
onderneming stond er al niet sterk voor) is hierdoor ernstig verstoord geraakt.
In hoeverre aan BaseMet daarin ook zelfstandige verantwoordelijkheid
toekomt, is thans nog niet te beoordelen en onderwerp van nader onderzoek.
15-12-2021
20
Afgedaan 26-11-2025
27
2. Personeel
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
Personeelsleden
628
Toelichting
Ten tijde van het faillissement waren er 478 personeelsleden in dienst bij
ZALCO en werden er circa 150 personeelsleden ingeleend. Gezien de financiële
toestand kon de salarisbetaling aan het personeel niet worden gegarandeerd
zodat op 15 december tot ontslagaanzegging is overgegaan opdat het UWV
zou kunnen worden ingezet tot het opstarten van de faillissementsuitkeringen.
Daartoe is intensief overleg gepleegd met het UWV vanuit de curatoren.
Curatoren zijn er in geslaagd met het UWV afspraken te maken dat het
personeel bij voorrang en zelfs nog voor de kerst een bevoorschotting heeft
ontvangen mede gezien de omvang van het aantal werknemers. Uiteraard zal
achteraf de juistheid van betalingen worden gecontroleerd en in de
eindafrekening worden betrokken.
Ook de overheden, met name de Provincie, zet zich in voor begeleiding van
ontslagen personeel naar nieuw werk voor zover noodzakelijk.
Omdat ook het uitzendpersoneel niet kon worden betaald heeft na een aantal
dagen het uitzendbureau (voor curatoren overigens begrijpelijk) besloten het
uitzendpersoneel terug te roepen.
Ten aanzien van 24 personeelsleden is in overleg met en nader verkregen
toestemming van de rechter-commissaris en het UWV een afspraak gemaakt
door middel van een tijdelijk dienstverband ten behoeve van het mogelijk
maken van een doorstart bij ZALCO betrokken te blijven tot uiterlijk eind
februari 2012 en in afwachting van nadere ontwikkelingen. Curatoren zullen
met medewerking van het UWV deze termijn verlengen met de maand maart.
Curatoren spreken bewondering uit voor de inzet van het personeel.
Het personeel is voor zover noodzakelijk tot en met 15 juni in dienst gebleven
en daarna bij kopers in dienst getreden. De overgangsperiode is met de
kopers afgerekend. Niet onvermeld mag blijven dat een groot deel van het
personeel inmiddels weer werk heeft kunnen vinden dankzij inzet van het
opgerichte mobiliteitscentrum.
15-12-2021
20
Personeelsleden
480
Toelichting
Circa 480 personeelsleden
15-12-2021
20
Datum AantalToelichting
15-12-2011628
totaal 628
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
De werknemers zijn betaald tot en met november 2011. Het loon over de
maand december hadden de werknemers nog niet ontvangen. Het UWV, dat in
het kader van de loongarantieregeling de loonbetaling van december zou
overnemen (en uiteraard ook eventuele ander achterstallig loon en
vakantiegeld alsmede loon c.a. over de opzegtermijn) is onmiddellijk
ingeschakeld.
Er zijn een aantal personeelsbijeenkomsten georganiseerd waarbij onder
andere ook het UWV een nadere toelichting heeft gegeven. Het UWV heeft
gekozen voor een verkorte procedure waarbij na intensief overleg tussen
curatoren, de afdeling HRM van Zalco en het UWV reeds voor de kerst
voorschotten aan het personeel zijn uitbetaald.
Voor zover curatoren bekend heeft het UWV in samenhang met het ingerichte
mobiliteitscentrum de werknemers inmiddels een adres geboden voor
persoonlijke begeleiding met betrekking tot hun werkloosheidssituatie, hun
kansen op de arbeidsmarkt en betaling van de in voorkomend geval
toekomende uitkering. Circa 50 mensen zijn bemiddeld naar ander werk.
afgehandeld
15-12-2021
20
Afgedaan 26-11-2025
27
3. Activa
BeschrijvingVerkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
zie toelichting
In 2007 heeft ZALCO de ondergrond verkocht aan Zeeland Seaports, om daar
vervolgens recht van erfpacht en opstalrecht op te laten vestigen ten behoeve
van die opstallen.
Voor wat betreft de waarde van dit erfpachtrecht met opstalrecht is thans
geen taxatie voor handen. Verkoop van dit recht is onderworpen aan een
hypotheekrecht en een vordering van Zeeland Seaports op openstaande
erfpachttermijnen. Dit maakt dat nader overleg noodzakelijk is met de
Nationale Borg-Maatschappij, Zeeland Seaports en curatoren met betrekking
tot de verkoopbaarheid van het actief. Het voert in dit openingsverslag te ver
alle in and outs daarvan thans de behandelen. Een eerste overleg heeft reeds
plaatsgevonden en bij een eventuele verkoop zal Zeeland Seaports daar ook
zelf een positie in innemen voor wat betreft het te verlenen erfpachtrecht aan
een potentiële koper.
Zoals in het voorgaande ook reeds benoemd heeft Zeeland Seaports als
erfverpachter een centrale positie ten opzichte van een potentiële koper.
Zeeland Seaports heeft daarmee een sleutelrol ingenomen en heeft de
15-12-2021
20
onderhandelingen met door curatoren betrokken potentiële kopers naar zich
toe getrokken. Dit heeft geleidt tot een nieuwe dynamiek in de
onderhandelingen.
Taxaties
Er zijn thans geen taxaties voorhanden. Wel is er een taxatie voorhanden voor
wat betreft de sloopwaarde van de fabriek. Deze taxatie is in 2011 in opdracht
van de directie opgemaakt. Een vrije verkoopwaarde laat zich niet eenvoudig
bepalen, omdat de verkoopwaarde onmiddellijk samenhangt met een nieuw
erfpacht- en opstalrecht-contract met Zeeland Seaports en exploitatiewaarde
van het onroerend goed in het kader van de beoogde bedrijfsvoering.
Inmiddels is door middel van een taxatie van Troostwijk meer zicht gekregen
op de waarde van de roerende zaken. De waarde van de fabriek zelf is sterk
afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de economische
waardering die daaruit voortvloeit. Daartoe wordt in voorkomend geval gebruik
gemaakt van externe deskundigheid.
Verkoopopbrengst
De verkoopopbrengst is inmiddels gerealiseerd voor wat betreft de roerende
zaken en een boedelbijdrage onroerende zaken. In discussie is nog de
kwaliteit en de omvang en de waarde van het aluminium in de ovens en de
vraag wie tot welk bedrag daartoe gerechtigde is.
De discussie in de voorgaande alinea vernoemd is nog actueel en in
behandeling. Dit is onderwerp van diverse procedures.
Het verdere verloop wordt besproken onder paragraaf 6.3.
Hoogte hypotheek
Nog niet van toepassing.
Nationale Borg heeft een hypotheekvordering ingediend van circa 12 miljoen
Zeeland Seaports van circa 6 miljoen. De posities zijn nog niet definitief
vastgesteld.
Glencore heeft ten behoeve van door haar geleverde aluinaarde via Panther
A.G. en door haar geleverde financiering van het opstarten van de b-lijn via
BaseMet B.V. een aanmerkelijke vordering op Panther A.G. en BaseMet B.V. van
meer dan 20 miljoen euro. Ter zekerheidsstelling heeft Glencore daartoe een
derde pandrecht gevestigd op kort gezegd het aluminium van Zalco en in
eigendom behouden op de geleverde aluinaarde.
De aluinaarde die nog aanwezig was na het stilleggen van het productieproces
is door Glencore uitgenomen. De waarde daarvan kan worden geschat op €
3.000.000,-- uitgaande van een uitgenomen voorraad van 14.487 ton.
Daarnaast heeft Glencore haar pandrecht op het aanwezige aluminium ten
tijde van het faillissement uitgewonnen. De daaraan verbonden waarde
bedraagt $ 3.844.182,-- en € 1.519.928,--.
Als gevolg van een en ander heeft Glencore nog immer een vordering waarvoor
zekerheidsrechten zijn gevestigd door middel van een derde pandrecht, welke
discussie zich thans in hoofdzaak beperkt tot het aluminium in de ovens.
Glencore is uiteindelijk niet in staat gebleken in het verleden met Alumet en
thans met UTB en/of Zeeland Seaports en/of curatoren afspraken te maken
over dit vermeende pandrecht en een oplossing te vinden voor de
problematiek die als gevolg van het stollen van het aluminium is ontstaan, te
weten dat hypotheekhouders stellen dat het aluminium door natrekking onder
het hypotheekrecht valt, daar waar Glencore stelt dat het aluminium in
pandrecht aan haar toebehoort. Ook Glencore is in dat verband een termijn
gesteld tot 15 juni, daar waar Glencore een termijnverlening heeft gevraagd.
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Glencore stelt daartoe dat curatoren haar geen termijn mogen stellen, althans
dat de gestelde termijn onvoldoende is om het aluminium uit te nemen en uit
te winnen.
In het kader van de beoogde verkoop en doorstart van de gieterij en de
anodefabriek en het ontmantelen van de elektrolyse hebben curatoren erop
aangedrongen de positie van Glencore te separeren. Gezien het juridische
kader en gezien het financiële belang is immers voorzienbaar dat met
betrekking tot deze kwestie nog de nodige juridische knopen moeten worden
doorgehakt. Inmiddels hebben Zeeland Seaports en Nationale Borg hiermee
ingestemd en is het aluminium in de ovens geen onderdeel van een verkoop.
Wel blijft het aluminium in de ovens onderdeel van een juridische discussie
waar Zeeland Seaports en Nationale Borg stellen dat door natrekking dit
aluminium aan de hypotheekhouders toebehoort, althans aan de
grondeigenaar (lees: Zeeland Seaports), daar waar curatoren ter discussie
stellen dat ten gevolge van het fixatiebeginsel ten tijde van het faillissement
en het toen buiten discussie roerend zijn van het aluminium in de ovens, het
aluminium in de ovens ook thans in de juridische verhouding tussen partijen
als roerend moet worden aangemerkt. Alleen in het laatste geval kan Glencore
onder omstandigheden daar een derde pandrecht op hebben gevestigd,
waarbij overigens Zeeland Seaports en Nationale Borg ook de rechtsgeldigheid
van dit pandrecht betwisten. Kortom een discussie met nog de nodige inhoud
en de nodige financiële relevantie. Dinsdag 5 juni 2012 vindt een hoorzitting
plaats op verzoek van Glencore met betrekking tot de door curatoren gestelde
termijn en door Glencore gevraagde verlenging daarvan.
Daarnaast is er nog een actuele discussie met Lassan Holding Ltd die
eveneens Zalco in het verleden heeft gefinancierd en daartoe een pandrecht
heeft verworven op de anode (van grondstof tot restproduct). Lassan is in de
gelegenheid gesteld haar pandrecht uit te winnen, behoudens de aanwezige
anodes verbonden aan Zalco anodestangen. Zeeland Seaports meent dat
deze anodestangen behoren tot de installaties van Zalco en als zodanig naar
bestemming ofwel onroerend zijn ofwel roerend maar aan Zeeland Seaports
(en Nationale Borg) verpand met een ouder recht, daar waar Lassan stelt dat
door de aan de stangen verbonden anodeblokken door natrekking de stangen
ook door Lassan kunnen worden uitgewonnen. Ook deze kwestie is thans
gesepareerd en niet tot onderdeel gemaakt van verkoop van roerende activa.
Naar het huidig inzicht van curatoren heeft Lassan een vordering, met
pandrecht gedekt groot circa € 11.500.000,-- en heeft Lassan aan
uitgewonnen pandrecht ontvangen naar schatting € 7.000.000,--, zodat
Lassan nog immer een vordering heeft met pandrecht gedekt en deze
discussie actualiteit toekomt. De discussie wordt gecompliceerd door het feit
dat zowel Lassan als Zeeland Seaports over en weer beslag hebben gelegd op
de nog aanwezige anodes bevestigd aan stangen. Ook dit aspect zal nog in de
onderlinge verhouding tussen Nationale Borg en Zeeland Seaports enerzijds
en Lassan anderzijds tot een oplossing moeten worden gebracht.
Boedelbijdrage
Er is een boedelbijdrage betaald van € 500.001 ter zake uitwinning
hypotheken. Daarnaast zijn een aantal betalingen ontvangen in verband met
uitwinning van de pandrechten zijdens Lassan en Glencore. Dit wordt verwerkt
in de financiële verantwoording.
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
zie toelichting
Er zal nog een nadere inventarisatie moeten plaatsvinden van bedrijfsmiddelen
die na uitwinning van eigendommen van derden tot de boedel behoren en in
hoeverre deze bedrijfsmiddelen al dan niet op grond van zekerheidstelling
dienen te worden verkocht. In een later verslag zal hierop worden
teruggekomen. Curatoren hebben Troostwijk. ingeschakeld curatoren in dit
proces van advies te voorzien en te begeleiden.
In de achterliggende periode is nog intensief aandacht besteed aan rechten
van derden en zijn deze rechten goeddeels uitgewonnen. Er zijn nog enkele
rechten uit te winnen en hierover zullen met kopers afspraken worden
gemaakt in voorkomend geval ter bescherming van deze rechtspositie.
De rechten van derden zijn afgewikkeld, waaronder niet te begrijpen het
aluminium in de ovens.
De discussie in de laatste alinea voornoemd is nog actueel en in behandeling.
Dit is onderwerp van diverse procedures.
Ook voor dit aspect wordt verwezen naar het betoog onder paragraaf 6.3.
Taxaties
Aan Troostwijk is gevraagd een taxatie te maken van de roerende zaken.
Troostwijk heeft inmiddels een taxatie gemaakt. Deze taxatie is curatoren
dienstbaar bij de verdere werkzaamheden.
Verkoopopbrengst
UTB heeft de roerende zaken gekocht voor € 975.000. Daarnaast zijn
voorraden en grondstoffen door de boedel zelfstandig verkocht. De opbrengst
daarvan wordt verwerkt in de financiële verantwoording.
Boedelbijdrage
Nog niet van toepassing.
15-12-2021
20
Ten tijde van het uitspreken van het faillissement is er geen fiscale schuld,
maar is er een BTW-vordering op de Belastingdienst. Door het faillissement zal
er mogelijk een Belastingschuld ontstaan niet alleen in het kader van
loonheffing, maar ook in het kader van de artikel 29 lid 2 BTW-problematiek.
Overigens vormde de gefailleerde vennootschap een fiscale eenheid met
BaseMet zodat mogelijke de artikel 29 lid 2 vordering ten laste van BaseMet zal
worden gebracht. Dit zal verder in de behandeling van het faillissement
moeten worden beoordeeld.
De Belastingdienst heeft inmiddels te kennen gegeven dat er aanmerkelijke
BTW-vorderingen zijn en heeft uit dien hoofde de BTW-teruggave ook
opgeschort/in verrekening gebracht.
De positie van de fiscus zal te zijner tijd nader moeten worden vastgesteld.
15-12-2021
20
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
zie toelichting
De voorraad bij ZALCO bestaat met name uit onbewerkte grondstoffen,
grondstoffen in bewerking en gereed product. Hiervan namen de eerste twee
het merendeel van de boekwaarde (€ 38.318.000,--) voor hun rekening. Op de
voorraden zijn pandrechten gevestigd. Gedurende enkele dagen na het
faillissement is nog doorgeproduceerd, waardoor verkoopbaar eindproduct is
gecreëerd. Op het eindproduct dat na faillissement is geproduceerd rust geen
pandrecht.
Inmiddels hebben curatoren pandrechten erkend van Lassan met betrekking
tot kort gezegd de anode en Glencore met betrekking tot kort gezegd het
aluminium.
Taxaties Nog niet van toepassing.
Verkoopopbrengst
Het na faillissementsdatum geproduceerde eindproduct werd verkocht. De
rekensom moet nog worden gemaakt, maar de boedel zal daar circa € 1,5 tot €
2 miljoen euro aan over houden.
In dit verband wordt thans verkort verwezen naar de financiële
verantwoording. De boedel heeft diverse voorraden verkocht die vrij aan de
boedel toekwamen, voorraden verkocht die waren verpand tegen een
boedelbijdrage en overigens een boedelbijdrage verworven ten aanzien van
diverse uitleveringen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt met betrekking tot in
hoofdzaak energieleveranciers en zijn in dat verband reeds meerdere
betalingen gedaan.
De boedel heeft inmiddels een aanmerkelijk actief verworven door middel van
verkoop van aluminium, grondstoffen en roerende zaken. Een en ander is in
het financieel verslag weergegeven.
Boedelbijdrage
In meerdere opzichten is een boedelbijdrage gevraagd met betrekking tot het
verlenen van medewerking aan het doen van uitlevering van eigendom en
uitwinning van zekerheid, een en ander is in het hiervoor genoemde financieel
verslag verwerkt.
15-12-2021
20
BeschrijvingVerkoopopbrengstBoedelbijdrage
zie toelichting
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Andere activa Vooralsnog niet bekend
Taxaties Nog niet van toepassing
Verkoopopbrengst Nog niet van toepassing
15-12-2021
20
Afgedaan 26-11-2025
27
4. Debiteuren
BeschrijvingOmvangOpbrengstBoedelbijdr.
zie toelichting
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
Omvang debiteuren
De positie van debiteuren was ten tijde van het faillissement overzichtelijk te
noemen. Er zijn vier grote debiteuren waar thans intensief overleg mee plaats
vindt. in een volgend verslag nader zal worden ingegaan op de
debiteurenpositie.
Inschatting incasso
De debiteuren zijn grotendeels ingevorderd. Er staat nog één debiteur van
substantiële omvang open, te weten een vordering op de zustervennootschap
Voerdal GmbH. Ten aanzien van deze vennootschap is recentelijk een
surseance verleend. Voor zover curatoren bekend wordt thans onderzocht of
Voerdal nog kans van overleven heeft of ook definitief zal failleren. Ten minste
zal de vordering op Voerdal ter grootte van € 206.801,14 voor dit moment als
dubieus moeten worden gezien.
Voerdal heeft als laatste debiteur van betekenis nog niet aan haar verplichting
voldaan. Er werd na eerdere betwisting van de voedering alsnog een
betalingsregeling aangeboden maar voor effect werd voerdal naar Duits recht
in insolventie gebracht. Onduidelijk is wat de kans van betalen is van deze
vordering. Dat zal nader worden onderzocht.
Voerdal heeft geen betaling meer aan de boedel gedaan en is inmiddels ook
zelf door faillissement getroffen.
Opbrengst
De opbrengst zal later worden verantwoord.
De debiteuren die zijn aangeschreven hebben inmiddels deels betaald. De
debiteuren die nog niet hebben betaald zullen worden gerappelleerd. De
opbrengst is in het financieel overzicht verwerkt.
Boedelbijdrage
Nog niet van toepassing.
15-12-2021
20
Afgedaan 26-11-2025
27
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
Vordering van de bank(en)
ZALCO werd niet door een externe bank gefinancierd. ZALCO werd
hoofdzakelijk gefinancierd vanuit BaseMet, vanuit toeleveranciers en afnemers.
Dit is thans nader onderwerp van onderzoek.
ZALCO had geen bankfinancieringen. In het verleden heeft zij wel een
bankfinanciering bij de ING gehad, maar deze is medio 2011 geheel afgelost.
Dochteronderneming BaseMet AG had wel een bankfinanciering (bij Banque
15-12-2021
20
5.2 Leasecontracten
BNP Paribas), maar deze was volledig afgedekt door gegarandeerde
betalingstoezeggingen van de afnemers van BaseMet: BNP bevoorschotte die
vooruitbetalingen volledig, welke bevoorschotting vervolgens “afgelost” werd
door de nadien ontvangen betalingen door haar debiteuren. Per saldo heeft
BNP derhalve geen vorderingen en dus, althans voor zover bekend, evenmin
zekerheden.
Niettemin waren er wel andere partijen met substantiële leningen en
zekerheden:
de Nationale Borg-Maatschappij had een faciliteit van € 12.000.000,--, deze
faciliteit kon door ZALCO (en door gelieerde vennootschappen ) gebruikt
worden voor bankgaranties voor bijvoorbeeld elektriciteit of anderszins.
Voor deze faciliteit had Nationale Borg een (eerste) hypotheekrecht op het
recht van erfpacht met opstalrecht van ZALCO, alsmede een pandrecht van
een onder haar gestald deposito ad 3 Mln van Zalco. Het exacte debetsaldo
bij de Nationale Borg-Maatschappij is nog niet bekend.
Zeeland Seaports heeft een vordering van circa € 5.000.000,- op ZALCO. Zij
heeft een tweede hypotheekrecht op het recht van erfpacht met
opstalrecht. Daarbij heeft zij wel bedongen dat, indien de eerste
hypotheekhouder tot verkoop overgaat, eerst de achterstallige
erfpachtcanon voldaan dient te worden. Dit is een substantieel bedrag.
Daarnaast hadden ZALCO en Zeeland Seaports kort vóór het faillissement
nog afgesproken een deel van de grond die in 2007 niet verkocht was,
alsnog nog aan Zeeland Seaports overgedragen zou worden onder
verrekening van haar vordering op ZALCO. Dit is echter verder notarieel niet
meer afgewikkeld. Thans vindt overleg plaats met Zeeland Seaports en
Nationale Borg-Maatschappij N.V. (die op deze kavel een hypotheekrecht
heeft) omtrent het mogelijk alsnog leveren van dit gedeelte onroerend
goed aan Zeeland Seaports, te meer omdat het gaat om een locatie waar
aanmerkelijke vervuiling is aangetroffen. Dit was ook in het verleden reden
voor Zeeland Seaports om dit gedeelte niet direct af te nemen.
Lassan Holding Limited: dit is een personal holding van de uiteindelijke
aandeelhouder Klesch. Deze heeft een vordering van € 13.500.000,-- en
heeft daarvoor bedongen verpanding voorraden (in casu van de
zogenaamde anodes en petcokes) en van BTW-restitutie.
Op de bij BNP Paribas aangehouden bankrekening is (na compensatie) een
creditsaldo aangetroffen van € 313.000 afgerond. Het bedrag is aan de boedel
voldaan onder een depotinhouding voor bankkosten. Verwezen wordt naar het
financieel verslag.
Er zijn nog enkele betalingen ontvangen via de BNP Paribas hetgeen is
verwerkt in het financieel verslag.
Het wagenpark werd geleased, zo ook het overige rollend materieel. Deze
voertuigen zijn inmiddels – voor zover niet meer benodigd voor de afwikkeling
van het faillissement – opgehaald door de eigenaren.
Ten tijde van het uitbrengen van dit boedelverslag verblijft onder de boedel
nog één leaseauto die wordt gebruikt door de heer Joop de Ridder. De
daaraan verbonden kosten worden door de boedel gedragen als zijnde
noodzakelijke kosten tot behoud, zodat de heer De Ridder in staat is zijn
werkzaamheden te verrichten overeenkomstig zijn arbeidsvoorwaarden.
De laatste lease auto is afgewikkeld.
15-12-2021
20
5.3 Beschrijving zekerheden
Lassan, een vennootschap van Klesch, heeft gelden gefourneerd en daartoe
zekerheid gevestigd op kort gezegd de anodefabriek voor wat betreft de
noodzakelijke grondstof tot het eindproduct. Daarnaast heeft Lassan een
pandrecht gevestigd op de BTW-vordering van ZALCO. Curatoren hebben met
Lassan terzake haar pandrecht afspraken gemaakt.
Bij verkoop van de roerende zaken zijn de rechten van Lassan nadrukkelijk
uitgezonderd van het geleverde. Er was een dispuut gaande tussen Lassan en
ZSP met betrekking tot de vraag wie eigenaar zou kunnen zijn van de anodes
aan stang en welke gevolgen dit heeft voor de uitwinning door natrekking.
Deze discussie is inmiddels uitgemond in een kort geding tussen UTB als koper
en Lassan. Daarbij is bij vonnis d.d. 10 september jl. UTB in het ongelijk
gesteld wat betreft haar stelling dat de stangen de anodes hebben
nagetrokken., Naar het voorlopig oordeel in Kort geding trekken de anodes de
stangen na. Daarmee is aan Lassan het recht van uitwinning gegeven. UTB
heeft daarop inmiddels nogmaals een kort geding gevoerd (een
executiegeschil) en deze (wederom) verloren. Daarop heeft UTB thans gesteld
dat het Lassan niet mogelijk is haar rechten uit te winnen omdat daarvoor de
medewerking van UTB vereist is. Die strijd is ten tijde van dit verslag nog
gaande. Tevens heeft UTB appel aangetekend tegen de Kort geding beslissing.
Daarbij valt te betreuren dat UTB een deel van het actief onder pandrecht naar
zeggen abusievelijk heeft weggenomen en daarmee aan het pandrecht van
Lassan onttrokken. UTB heeft dit erkend en aangeboden Lassan daarvoor
schadeloos te stellen. De resultaten zijn nog niet bekend.
UTB heeft meegedeeld met Lassan een regeling te hebben getroffen. Lassan
heeft zulks nog niet bevestigd.
De boedel is over deze kwestie verder niet meer geïnformeerd en heeft geen
vorderingen meer ontvangen door een der partijen zodat dit als afgedaan kan
worden gezien.
Glencore heeft een pandrecht gevestigd kort voor faillissement ten behoeve
van haar vordering op BaseMet en Panther. Met Glencore zijn terzake haar
pandrecht afspraken gemaakt.
BaseMet en Panther stellen gerechtigd te zijn tot de grondstof aluinaarde doch
hebben inmiddels schriftelijk daarvan afstand gedaan. Een en ander ten
behoeve van Glencore die de aluinaarde heeft geleverd en die de aluinaarde
heeft opgeëist. Hiertoe zijn met Glencore inmiddels afspraken gemaakt.
Tenslotte zijn er hypotheekrechten gevestigd door de Nationale Borg-
Maatschappij en Zeeland Seaports zoals hiervoor reeds beschreven.
Uit overleg op diverse momenten en met diverse belanghebbenden blijkt dat
Zeeland Seaports als erfverpachter een positie inneemt die in effect lijkt te
prevaleren boven de hypotheekinschrijvingen. Immers, de hypotheekhouders
kunnen slechts executie plegen op het hypotheekrecht, te weten het
erfpachtrecht en het (daarop) gevestigde opstalrecht.
De hypotheek houders verschillen van mening over de vraag of het gevestigde
opstalrecht een afhankelijk recht is of een onafhankelijk recht.
Indien sprake is van een afhankelijk opstalrecht zou dit volgens de literatuur
en jurisprudentie onder omstandigheden de rechtmatigheid van het
hypotheekrecht op het opstalrecht kunnen treffen. Dan blijft voor zowel
Nationale Borg als voor Zeeland Seaports een hypotheekrecht op het
erfpachtrecht over.
Het erfpachtrecht kan geëxecuteerd worden, maar dan zal de koper het
erfpachtrecht moeten nemen zo het is, inclusief alle daarbij behorende lusten
en lasten en contractuele verplichtingen. Daaruit vloeit voort dat een koper
15-12-2021
20
zich te allen tijde zich met Zeeland Seaports als erfverpachter zal hebben te
verstaan, nu dit uit het wettelijk systeem voortvloeit. Curatoren hebben in de
achterliggende periode zich beijverd de zekerheidsgerechtigden waaronder
ook Glencore met betrekking tot een pandrecht op het aluminium/work in
progress als aanwezig in de ovens met elkaar in contact te brengen en tijdens
meerdere ontmoetingen te stimuleren met elkaar tot regelingen te komen,
zodat tegengestelde belangen op dat terrein een doorstart van ZALCO al dan
niet in onderdelen niet behoeft te blokkeren.
Als het opstalrecht zelfstandig kan worden geëxecuteerd kan dit een
opbrengst met zich brengen die mogelijk niet wordt belast (lees beperkt) met
het erfpachtrecht.
De discussie spitst zich toe op de vraag of er wel een koper gevonden zal
worden bij executie van het geheel en of dat niet feitelijk betekent dat Zeeland
Seaports het recht op de veiling zal “inkopen” tegen een symbolische prijs en
dan de nieuwe eigenaar wordt van het actief (opstallen) en daar dan
zelfstandig in kan handelen ten aanzien van derden en / of sloop. Daarmee
zou Nationale Borg geen opbrengst genieten uit verkoop van het actief
ondanks haar positie als 1ste hypotheekhouder. Hier ligt een strijdpunt tussen
beide hypotheekhouders.
Curatoren hebben in deze (nog) geen standpunt bepaald of het opstalrecht
(on)afhankelijk is en evenmin welke rechten daar al dan niet uit voort vloeien.
Het is zaak dat de hypotheekhouders eerst zelf daar over spreken en mogelijk
een oplossing vinden.
Vrijdag 17 februari heeft Nationale Borg de executie aangezegd van het
opstalrecht en heeft aansluitend Zeeland Seaports aangezegd het erfpacht en
opstalrecht te willen executeren. Glencore heeft aangekondigd eventueel in
kort geding positie op te eisen met betrekking tot het aluminium in de ovens.
Inmiddels is er een aanmerkelijke discussie gaande ter zake het pandrecht van
Glencore op met name het aluminium in de ovens, de vraag of dit inmiddels als
roerend of ontroerend moet worden gezien (in kort geding voorlopig als
onroerend aangemerkt) en wat de gevolgen daarvan zijn. Dit alles heeft geleid
tot diverse vorderingen in kort geding tussen belanghebbenden en een
beoordeling van de artikel 58-termijnstelling door curatoren, tijdige executie en
een verbod daarop alsmede een artikel 69 aanwijzing tot nadere beoordeling
van de rechtsgeldigheid van het pandrecht van Glencore op het aluminium welk
laatste verzoek is afgewezen. NB is daar van in beroep gekomen. Glencore
heeft cassatie aangekondigd met betrekking tot de termijnstelling (afwijzing
van verzoek tot verlenging) Waar aan de orde zal op een en ander in latere
verslaglegging worden teruggekomen. Zie ook hierna.
In de achterliggende periode heeft Glencore haar cassatieverzoek ingediend
en hebben curatoren dit verder in behandeling genomen. Tevens is het beroep
van NB ex artikel 69 Fw afgewezen door de rechtbank Breda en heeft NB
daarvan cassatie ingesteld. Ook dit is door curatoren verder in behandeling
genomen. Tevens heeft Glencore een bodemprocedure aanhangig gemaakt
tegen ZSP, NB, UTB en curatoren. In de kern ziet het geschil op de kwalificatie
van het aluminium in de ovens te weten of dit roeren dan wel onroerend is en
eenzijdige handelingen tot toe-eigening gepleegd door ZSP en NB in hun
relatie tot UTB.
Met betrekking tot de zekerheden en de afwikkeling van de boedelverkopen
lopen er een aantal geschillen. Zo loopt er bij de Rechtbank Amsterdam een
geschil waarbij inzet is de vraag of het aluminium in de ovens door stolling is
nagetrokken en of het de kwaliteit onroerend heeft verkregen dan wel de
kwaliteit roerend heeft behouden. Van daar uit is het de vraag aan wie het
aluminium toekomt in feitelijke zin en wie aan wie welke vergoeding zal
hebben te betalen voor de waarde daarvan. Deze zaak staat (voor de tweede
keer) voor incidenteel vonnis en het verdere verloop van deze zaak zal moeten
worden afgewacht. De boedel is actieve procespartij in deze zaak en heeft een
eigen financieel belang. Inmiddels is bij incidenteel vonnis een vordering van
Glencor tot afgifte van vertrouwelijke stukken geweigerd en is na verdere
conclusiewisseling een comparitie gelast bij de rechtbank Amsterdam,
meervoudige kamer, 23 januari 2014. Het verdere verloop daarvan moet thans
worden afgewacht.
Daarnaast en in samenhang daarmee is bij het Hof in Den Bosch een appel
aanhangig van een kort geding die zich met name afspeelt in de relatie tussen
de zekerheidspartijen en waar de boedel slechts in observeert. Beide zaken
staan in oktober voor pleidooi. De boedel zal het verloop van deze zaken
volgen. Curatoren hebben zich niet in de procedure gesteld maar hebben de
procedure wel gevolgd. Het gerechtshof heeft d.d. 5 november 2013 arrest
gewezen. Het gerechtshof heeft twee appelzaken tezamen afgedaan.
Allereerst het oordeel van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-
West-Brabant d.d. 10 september 2012 (waarbij Glencore werd verboden het
aluminium in de ovens te executeren) en tegen het vonnis van 11 september
2012 (waarin kort gezegd werd bepaald dat Glencore niet meer over het
aluminium in de ovens zou kunnen beschikken wegens natrekking) en heeft
het Hof in een gecombineerd arrest beide vonnissen onder aanvulling en
verbetering van de gronden daartoe bekrachtigd. Inmiddels heeft Glencore bij
exploot d.d. 30 december 2013 tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s
Hertogenbosch d.d. 5 november 2013 cassatie aangetekend.
Deze kwestie is nog bij de Hoge Raad in behandeling. Curatoren zijn in deze
cassatieprocedure niet verschenen nu het belang van de boedel zulks niet
vereist. Ook ten tijde van het 9de verslag is er nog geen uitsluitsel in deze
zaak naar curatoren hebben begrepen.
De Hoge Raad heeft zich inmiddels uitgesproken bij arrest d.d. 14 augustus
2015. Ter verdere beoordeling is de zaak inhoudelijk verwezen naar het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Wel heeft de Hoge Raad belangrijke
overwegingen meegegeven. De Hoge Raad heeft overwogen: “Voor het geval
dat geen van de zaken als hoofdzaak kan worden aangewezen, bepaalt art.
5:14 lid 2 BW dat een nieuwe zaak ontstaat.
N.B.:
In het 21ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.
Vervolg tekst vanaf 20ste verslag:
Art. 5:15 brengt in verbinding met art. 5:14 BW in een zodanig geval mee dat
van rechtswege een nieuw pandrecht ontstaat op een aandeel in de nieuwe
zaak ten behoeve van degene die het pandrecht op de door de vermenging
tenietgegane zaak had gevestigd. Weliswaar is dit niet met zoveel woorden in
de genoemde artikelen geregeld, maar het strookt met de inhoud en strekking
van die bepalingen dat zij ook het hier aan de orde zijnde geval bestrijken van
vermenging van soortgelijke zaken, op één waarvan een pandrecht rust.”.
Aldus heeft de Hoge Raad verworpen de overweging van het Gerechtshof Den
Bosch dat het pandrecht door vermenging is teniet gegaan. Na verwijzing zal
blijken tot welk nader oordeel het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal komen.
In hoeverre dit echter betekenis zal hebben voor de afdoening van het
onderhavige debat tussen partijen is niet vooraf te beoordelen gezien de
huidige stand van de hoofdprocedure.
De Rechtbank Amsterdam heeft in de hoofdzaak bij vonnis d.d. 15 juli 2015
geoordeeld. De rechtbank heeft tot uitgangspunt genomen dat het aluminium
ook na stolling als roerend is aan te merken waarop het pandrecht is blijven
13-06-2022
21
rusten. De rechtbank is niet toegekomen aan de vraag of het pandrecht door
vermenging en/of zaaksvorming is komen te vervallen. De rechtbank heeft
geoordeeld dat hieraan geen betekenis toekomt gezien de tussen curatoren
en Glencore gesloten vaststellingsovereenkomst. Dit vonnis zal hierna nog
nader worden toegelicht.
De onderhavige procedure bij de Hoge Raad heeft betrekking op een eerder
oordeel van de Rechtbank Middelburg dat aan Glencore wegens natrekking
geen pandrecht toekwam en als gevolg daarvan niet tot executie mocht
overgaan toen de door curatoren gestelde termijn ex Art. 58 Fw nog niet was
verstreken. Het Hof Den Bosch heeft als hiervoor aangegeven overwogen dat
aan Glencore geen executierecht toekwam omdat het pandrecht wegens
vermenging was teniet gegaan. Dit laatste oordeel wordt nu door de Hoge rad
verworpen waarmee het verwijzingshof alsnog ook de discussie rondom de
natrekking zal hebben te beslissen. Aan dit debat kwam de Hoge Raad gezien
de beslissing van het hof niet toe.
Er vanuit gaande dat het verwijzingshof zich zal uitlaten over natrekking kan
dit aspect mogelijk in de bodemprocedure van betekenis zijn.
Er is nog geen uitspraak gedaan naar curatoren bekend door het
verwijzingshof.
Ten slotte zijn er twee zaken aanhangig bij de Hoge Raad ter zake kort
gezegd het besluit van curatoren termijnen te stellen en ter zake de vraag of
nader onderzoek gedaan moet worden ter zake het pandrecht als verleend
aan Glencore door Zalco. Tot heden heeft de rechtbank het beleid van
curatoren in deze gevoerd juist geacht. De Hoge Raad heeft in navolging van
de conclusie van de A-G mr. A. Hammerstein het ingestelde beroep verworpen
en daarmee het handelen van curatoren en het tot op heden gevoerde beleid
bekrachtigd.
Inmiddels zijn aan voornoemde procedures nog meer procedures toegevoegd.
Zo heeft Glencore na het arrest van het gerechtshof voornoemd beslag gelegd
strekkende tot afgifte van het aluminium uit de ovens en heeft Glencore
verhaalsbeslag gelegd. Het beslag tot afgifte is afgewezen ook met verwijzing
naar de cassatie bij de Hoge Raad in het kader van de artikel 58
Faillisementswet procedure, daar waar het verhaalsbeslag is gehonoreerd.
Glencore is van deze uitspraak inmiddels bij appeldagvaarding in beroep
gekomen.
Deze kwestie is inmiddels in appel bepleit en partijen zijn in afwachting van het
arrest. Het arrest is tot heden steeds aangehouden. Laatstelijk tot 14 april
2015.
Ook in deze zaak is inmiddels uitspraak gedaan door het Gerechtshof
Amsterdam d.d. 14 juli 2015. Voor lag onder meer de vraag of het curatoren in
afwachting van een beslissing in de hoofdzaak vrij stond in het kader van het
incidenteel vonnis het aluminium dat was gestold in de ovens te verkopen. Het
Gerechtshof Amsterdam heeft kort gezegd overwogen dat het curatoren in
afwachting van de beslissing in de hoofdzaak niet vrij staat tot opeising en
verkoop van het aluminium uit de ovens te komen. Daarmee werd afstand
genomen van het eerdere oordeel van de rechtbank.
Deze uitspraak heeft d.d. 15 juli 2015 haar werking reeds verloren door de
uitspraak in de hoofdzaak waarin de Rechtbank Amsterdam curatoren
(wederom) bevoegd acht te komen tot verkoop van het aluminium uit de
ovens. Zie hierna.
Van de beslissing van het Hof is geen cassatie ingesteld zodat deze beslissing
in kracht van gewijsde is gegaan, een en ander voor zover aan deze beslissing
in kort geding nog enige betekenis toekwam.
Daarnaast heeft Glencore bewijsbeslag gelegd onder curatoren en UTB/Zalco
B.V. en in kort geding afgifte van de in beslag genomen documenten gevorderd
waartoe kort gezegd de Rechtbank Zeeland-West-Brabant bij kort geding
vonnis d.d. 20 december 2013 heeft bepaald dat curatoren moeten gehengen
en gedogen dat aan Glencore door tussenkomst van een forensische IT-
specialist gegevens beschikbaar zullen worden gesteld met betrekking tot kort
gezegd productiegegevens uit de oude bestanden van de gefailleerde voor
zover beschikbaar en bijgehouden tot en met 19 december 2011, zijnde het
tijdstip waarop de productie definitief tot stilstand kwam. Alle overige
gevorderde stukken ter zake kort gezegd de boedelbehandeling zijn niet voor
afgifte geschikt verklaard.
Zolang voornoemde procedures voort duren kan de boedel niet tot een
afwikkeling worden gebracht.
De hiernavolgende informatie beoogt een verkorte weergave te zijn van de
huidige stand van zaken voor wat betreft de procedures waarin de boedel is
betrokken zijdens Glencore. Met deze weergave beogen curatoren geen
standpunt in te nemen ten aanzien van hetgeen nog onder de rechter is maar
louter te behoeve van de schuldeisers inzicht te geven in de procedures zoals
die thans aanhangig zijn.
De dato 15 januari 2014 heeft Glencore in de bodemprocedure een akte
genomen tot wijziging van eis. Curatoren beperken zich in deze weergave tot
hetgeen ten laste van de boedel wordt gevorderd.
Ten laste van de boedel luidt de vordering in de bodemprocedure thans dat de
rechtbank zal verklaren voor recht dat het aluminium dat door stolling in de
ovens is achtergebleven geen bestanddeel is geworden van het elektrolyse-
fabrieksgebouw, het daarop gevestigde pandrecht door Glencore door deze
stolling niet is vervallen, dat enige overdracht of bezwaring van dit aluminium
jegens Glencore niet rechtsgeldig is en het pandrecht in stand is gebleven
niettegenstaande een eventuele verkoop, overdracht of bezwaring van dit
aluminium alsmede dat curatoren niet bevoegd zijn het aluminium
overeenkomstig artikel 58 Faillissementsweg op te eisen en te verkopen
danwel Glencore bij een verkoop aanspraak zal hebben op de volledige
onbelaste opbrengst en voorts te verklaren voor recht dat de boedel
onrechtmatig heeft gehandeld jegens Glencore, kort gezegd door de
ingeroepen termijnstelling en opeising/verkoop van het aluminium en het
zonder toestemming van Glencore beweerdelijk brengen van het aluminium in
de feitelijke macht van ZSP met veroordeling van de boedel jegens Zalco door
deze gepretendeerde onrechtmatige daad geleden schade althans met
vergoeding van hetgeen de boedel heeft verworven uit hoofde van
ongerechtvaardigde verrijking een en ander onder veroordeling van de boedel
in de proceskosten. De dato 23 januari 2014 heeft een comparitie van partijen
plaatsgevonden feitelijk zijnde een regiezitting tijdens welke zitting verdere
processuele afspraken zijn gemaakt gezien de omvang en complexiteit van het
geschil jegens curatoren, NB, ZSP en UTB.
Tevens heeft Glencore de dato 15 januari 2014 een incidentele vordering ex
artikel 843 Rv ingesteld tegen curatoren niettegenstaande het feit dat
eenzelfde vordering reeds in kort geding door de voorzieningenrechter van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabant reeds was afgedaan bij vonnis de dato 20
december 2013. Tevens stelt Glencore op 15 januari 2014 een incidentele
vordering ex artikel 223 Rv in jegens curatoren houdende een verzoek
curatoren te verbieden het aluminium uit de ovens op te eisen en te verkopen.
Door een incident tot voeging zijn alle partijen in deze incidenten betrokken.
De dato 16 juli 2014 heeft de Rechtbank Amsterdam de incidenten afgewezen.
Daarin heeft de voorzieningenrechter voorshands geoordeeld dat Glencore
onvoldoende nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd voor “het
door haar gestelde onrechtmatig handelen van curatoren (…)” en heeft de
rechtbank voorshands geoordeeld dat de stellingen van Glencore onvoldoende
zijn enig onrechtmatig handelen van de curatoren aannemelijk te maken. Ook
overigens oordeelt de rechtbank voorshands bij vonnis in kort geding dat de
stellingen en overwegingen van Glencore te vaag en onvoldoende
onderbouwd zijn om de gestelde onrechtmatige daad aannemelijk te maken
terwijl er overigens onvoldoende gronden worden aangenomen om tot
toewijzing te komen van de gevorderde incidenten waarbij ten aanzien van
het artikel 843a Rv incident aanvullend is overwogen dat gegeven de feiten en
omstandigheden er anders sprake zou zijn van een fishing expedition
waarvoor deze regeling niet is bedoeld.
Hangende de voornoemde incidenten heeft Glencore ook een verzoekschrift
ingediend tot het houden van een voorlopige getuigenverhoor wederom ten
bewijze van onrechtmatig handelen althans het verkrijgen van verklaringen in
plaats van de gevraagde stukken. De zaak is bepleit en is thans ter beslissing
aan de rechtbank.
In de bodemprocedure zal 10 oktober 2014 een conclusie van dupliek worden
genomen door de gedaagde partijen.
N.B.:
In het 22ste verslag wordt de verdere tekst ingevoerd.
vervolg tekst vanaf 20ste verslag:
Het onderhavige verslag is thans niet de plaats om verder op de inhoud
daarvan en het verdere verloop daarvan vooruit te lopen. Met voornoemde
uiteenzetting moge duidelijk zijn dat de boedel nog betrokken is en voorlopig
betrokken blijft in een omvangrijk juridisch relevant geschil waarvan de
uitkomst mede bepalend is voor de wijze waarop de onderhavige boedel tot
een afwikkeling kan worden gebracht.
In de hoofdzaak is pleidooi voorzien d.d. dinsdag 09 juni 2015. In het incident
is pleidooi voorzien d.d. 18 mei 2015.
Er heeft een getuigenverhoor plaats gevonden op een enkele deelvraag te
weten wetenschap rond de inhoud van de ovens. Voor het overige is de
(afwijzende) beslissing op het verzoek gelijk aan de eerdere beslissingen rond
de exhibitieplicht. Dit getuigenverhoor heeft plaats gevonden dd 20 januari
2015 en zal verder in het pleidooi in de hoofdzaak worden betrokken.
Nogmaals zal verder hangende de procedure in het verslag niet inhoudelijk
daarop worden vooruitgelopen.
Zoals hiervoor reeds geduid is de Rechtbank Amsterdam gekomen tot een
eindoordeel in de bodemzaak. Voor zover ten aanzien van de positie van de
boedel thans van belang heeft de rechtbank overwogen: “Anders dan Glencore
heeft betoogd is de rechtbank echter van oordeel dat Glencore haar
separatistenpositie vanaf 11 september 2012 definitief heeft verloren en dat
de bevoegdheid tot verkoop van het aluminium daarna definitief en exclusief in
handen van de curatoren is.”.
De rechtbank heeft tevens geoordeeld dat curatoren geen misbruik van recht
kan worden verweten met betrekking tot de termijnstelling, opeising en de
verkoop noch dat curatoren overigens onrechtmatig hebben gehandeld.
Curatoren zijn thans doende met het verder in kaart brengen van het
07-02-2023
22
5.4 Separatistenpositie
aluminium als aanwezig in voorbereiding op verkoop daarvan. Daartoe worden
ook alle betrokken procespartijen door curatoren gehoord.
Inmiddels zijn zowel Glencore alsook Nationale Borg en Zeeland Seaports in
appel gekomen. Voor verdere lezing van de uitspraak van de rechtbank wordt
verwezen naar die uitspraak van 15 juli 2015 onder kenmerk HA ZA 12-1524.
Omwille van het debat in appel wordt nu niet verder op de zaak ingegaan.
In appel herhaald zich hetzelfde beeld als in eerste aanleg. Alle middelen die
de wet partijen geeft worden benut. Glencore heeft incidenteel gevraagd om
de tenuitvoerlegging van de veroordeling aan het adres van ZSP en NB. Daar
verzet ZSP en NB zich tegen. Inmiddels is pleidooi gevraagd door Glencore
hetgeen na bezwaar is gehonoreerd door het Hof en inmiddels een pleitdatum
is bepaald te weten 5 december 2016. Daardoor blijft het appel in de
hoofdzaak liggen en zijn partijen in afwachting van de door Glencore nog te
nemen memorie van grieven.
Daarnaast hebben Glencore en ZSP / NB een procedurele regeling getroffen in
dier voege dat wederzijdse grieven tegen de beslissing van de Rechtbank
Amsterdam kort gezegd in één procedure wordt afgedaan daar waar
oorspronkelijk Glencore van haar zijde en ZSP en NB van hun zijde zelfstandig
in appel zijn gekomen. ZSP en NB waren zelfstandig in appel gekomen om te
voorkomen dat als Glencore het appel van haar zijde zou intrekken er niet
incidenteel gegriefd zou kunnen worden.
In appel hebben partijen pleidooi gehouden in het incident tot
tenuitvoerlegging bij voorraad. Het Hof heeft het vonnis alsnog uitvoerbaar bij
voorraad verklaard ten gunste van Glencore. De zaak is nu verdaagd in de
hoofdzaak zijdens Glencore voor memorie van grieven d.d. 14 februari 2017.
Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:
Partijen hebben over en weer nader geconcludeerd en de zaak staat nu voor
pleidooi. Vermoedelijk zal pleidooi in het voorjaar van 2018 gaan plaats vinden.
De datum wordt nog vastgesteld.
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
In een volgend boedelverslag zal nader inzicht worden gegeven in de
afwikkeling van de separatistenposities.
De posities van Nationale Borg en Zeeland Seaports zijn betrokken in de
verkoop van het erfpachtrecht en opstalrecht als voorzien in de overeenkomst
van 11 juni. Daarbij heeft te gelden dat de vordering door ZSP bij benadering
werd begroot op 17,5 miljoen euro maar niet nader is vastgesteld in detail. Dit
hangt samen met de schadeplicht die voortvloeit uit afdoening van het 100-
jarige erfpachtrecht en de daarin gelegen slooplicht en saneringsplicht van
Zalco NV. Deze aspecten vallen onder de verplichtingen uit de erfpacht en
opstalovereenkomst en vertalen zich in een verplichting die valt onder het
hypotheekrecht als gevestigd ten laste van Zalco NV op het onroerende actief.
Dit heeft geleidt tot onder meer een discussie met NB over de verdeling van de
opbrengst. ZSP en NB hebben (na een eerdere discussie in kort geding over
die verdeling) kennelijk een onderlinge regeling getroffen (buiten de boedel om
en waarin de boedel ook verder niet is gekend) die met zich brengt dat de
eerste en tweede hypotheekhouder hebben kunnen instemmen met de
verkoop van het actief en afrekening van wederzijdse hypotheekrechten.
NB heeft ontvangen € 2.500.000,-- en ZSP heeft ontvangen € 8.525.000,--.
Beide partijen hebben daarmee hun hypotheekrechten prijs gegeven. NB heeft
aangegeven daarmee als concurrente crediteur nog betrokken te blijven bij de
afwikkeling van de boedel voor zover er een uitkering volgt. ZSP heeft tot
heden geen nadere vordering ingediend.
Glencore heeft onder haar pandrecht een aantal voorraden uitgeleverd
gekregen tegen een waarde van € 1.519.928,-- en $ 3.844.182. Daar staat
tegenover een boedelbijdrage van ruim € 218.000,--, een directe
energiebetaling van circa
€ 200.000,-- aan EON en een onbelast verkochte voorraad voor directe
energiekosten van € 899.371,32. De overige zaken van belang zijn verwerkt in
het financieel verslag.
Ten tijde van het uitbrengen van dit verslag is er een aanmerkelijke juridificatie
aan de orde wat betreft rechten van separatisten, koper en ZSP/NB ter zake
met name de waarde van het aluminium in de ovens. De bevoegdheid van
Glencore tot uitwinning van haar pandrecht is verstreken door termijnstelling
en een verbod in Kort Geding gegeven. Appel en cassatie is ingesteld.
Curatoren hebben aangedrongen op een Mediation tussen alle betrokkenen.
Partijen zijn niet tot een Mediation gekomen maar hebben nieuwe posities
betrokken in cassatieprocedures en een bodemprocedure. Curatoren blijven
zich inspannen te komen tot een voor ieder aanvaardbare regelingen maar
zullen tevens waar nodig en aan de orde in rechte optreden. Het onderhavige
openbare verslag leent zich niet voor het innemen van verdere standpunten in
verband met de diverse procedures een de daar in te nemen stellingen in het
belang van de boedel.
Voor het overige wordt verwezen naar de uiteenzetting onder paragraaf 5.3.
15-12-2021
20
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
Het eigendomsvoorbehoud is thans onderwerp van beoordeling door curatoren
in het kader van bedongen eigendomsvoorbehoud, de algemene
inkoopvoorwaarden van ZALCO en overige omstandigheden van het geval.
In overwegende mate is de positie van crediteuren met betrekking tot een
eigendomsvoorbehoud in kaart gebracht. Deze kwestie is te omvangrijk om
nader in detail in dit verslag te bespreken. Met de betreffende crediteuren zijn
rechten afgestemd.
Atlas Copco B.V. heeft een vordering ingesteld ten laste van de boedel en
curatoren ter zake doorlopende huurpenningen in de afkoelingsperiode die
naar haar oordeel een boedelvordering is althans een persoonlijke verplichting
van curatoren. Deze kwestie is thans in behandeling onder de Rechtbank
Zeeland-West-Brabant. Er is gemotiveerd verweer gevoerd. De zaak staat voor
pleidooi op verzoek van Atlas Copco B.V..
De Rechtbank heeft bij vonnis d.d. 3 december 2014 de vorderingen
afgewezen. Na een aankondiging van appel heeft Atlas Copco de appeltermijn
ongebruikt laten verstrijken en zijn de proceskosten inmiddels betaald.
Daarmee is deze kwestie afgedaan. Vorderingen zullen te zijner tijd nader
worden betrokken in de afwikkeling van het faillissement.
15-12-2021
20
Er zijn door een aantal crediteuren retentierechten ingeroepen. Deze rechten
worden thans onderzocht. In een volgende verslag zal hier nader op in worden
gegaan.
In voorkomend geval is de positie van crediteuren met betrekking tot een
retentierecht in kaart gebracht. Met de betreffende crediteuren zijn rechten
afgestemd.
15-12-2021
20
Er zijn door een aantal crediteuren reclamerechten ingeroepen. Deze rechten
worden thans onderzocht. In een volgende verslag zal hier nader op in worden
gegaan.
In overwegende mate is de positie van crediteuren met betrekking tot een
reclamerechten in kaart gebracht. Met de betreffende crediteuren zijn rechten
afgestemd.
15-12-2021
20
Toelichting
In aansluiting op het hiervoor gemelde onder 6.4 zal dan tevens nader inzicht
worden gegeven in de bedongen boedelbijdragen.
15-12-2021
20
Afgedaan 26-11-2025
27
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
De fabriek is gecontroleerd stil gelegd. Curatoren voeren thans overleg met
meerdere partijen omtrent gehele of gedeeltelijke voortzetting van de
activiteiten. Het is thans te vroeg om daar een standpunt op in te nemen.
Verwezen wordt naar 1.1 en hetgeen hierna onder 6.3 is beschreven.
15-12-2021
20
Verwezen wordt naar het tussentijds financieel verslag zoals gehecht aan dit
verslag.
In de achterliggende verslagperiode zijn er de nodige financiële mutaties
geweest. Een en ander wordt opgenomen in de financiële verantwoording.
Kort gezegd zijn er de nodige grondstoffen en voorraden verkocht die tot
baten hebben geleid, zijn er bijdragen ontvangen van Alumet en Century als
ook Lassan en zijn er uitgaven gedaan ter zake energie, personeel en overige
kosten tot behoud, waaronder in het bijzonder ten behoeve van de veiligheid
op het terrein en in stand houding van installaties materialen die noodzakelijk
waren voor onderhoudswerkzaamheden. Voor het overige wordt verwezen
naar het financieel verslag. In een volgend verslag zal meer uitvoerig op de
financiële stand van zaken worden ingegaan. Alsdan zal naar verwachting ook
de doorstart zijn gerealiseerd en kan ook de opbrengst daarvan en het effect
daarvan in het financiële verslag worden betrokken.
De financiële positie van de boedel blijkt uit de aangehechte financiële
verantwoording. Meer in het algemeen kan het volgende worden opgemerkt.
opgeleverd.
• De afdoening van de verkoop van de roerende (inboedel)zaken heeft de
boedel € 975.000,-- opgeleverd.
• De afdoening van pandrechten heeft de boedel een aanzienlijke
boedelbijdrage opgeleverd.
• De grondstoffen als aangetroffen zijn door de boedel verkocht.
• Diverse boedelbijdragen zijn betaald bij uitwinningen eigendomsrechten.
• De debiteuren zijn in hoofdzaak uitgewonnen.
Daarnaast heeft de boedel aanmerkelijke kosten gemaakt tot beheer van de
plant die uit deze opbrengsten we(o)rden betaald omwille van het
eindresultaat, verkoop van de rechten en behoudt van werkgelegenheid.
Daarnaast zal nog moeten worden beoordeelt welke boedelcrediteuren er zijn
vast te stellen gerelateerd aan de afkoelingsperiode.
15-12-2021
20
Doorstarten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
Curatoren voeren thans overleg met meerdere partijen omtrent gehele of
gedeeltelijke voortzetting van de activiteiten. Het is thans te vroeg om daar
een standpunt op in te nemen. Wel staat vast dat een gehele of gedeeltelijke
doorstart enkel kan plaatsvinden indien Zeeland Seaports daaraan haar
medewerking geeft. Dit in verband met de erfpacht- en opstalvoorwaarden op
grond waarvan Zeeland Seaports volledige betaling verlangt van achterstallige
erfpacht en retributies (t/m eind 2011 begroot op circa
€ 5 miljoen). Vooralsnog wenst zij van dit recht geen afstand te doen.
Zoals in de aanhef van dit verslag aangegeven (1.1) hebben curatoren zich
beijverd te komen tot een doorstart van ZALCO als geheel of in onderdelen. Er
bestaat nadrukkelijk belangstelling met name voor de anodefabriek en de
gieterij. Of deze belangstelling kan worden omgebogen tot een daadwerkelijke
doorstart, is afhankelijk van het evenwicht dat de diverse betrokken
belanghebbenden te weten Zeeland Seaports en zekerheidsgerechtigden
kunnen bereiken ten opzichte van initiële kopers en hun wensen. (zie ook 6.3)
Er is een doorstart gerealiseerd voor de Gieterij (UTB) en de anodeplant
(Century). De elektrolyse zal worden gesloopt en is terug gekeverd aan ZSP
die een sloopopdracht heeft verstrekt aan UTB. De directe werkgelegenheid zal
op korte termijn groeien naar circa 80 werkplaatsen. Inmiddels is de Gieterij
weer opgestart.
Inmiddels is ook de Anode fabriek weer opgestart na een investering tot
ombouw van de fabriek na substantiële investeringen in een ombouw van de
fabriek.
15-12-2021
20
Nog niet van toepassing 15-12-2021
20
Toelichting
Nog niet van toepassing
15-12-2021
20
Toelichting
Nog niet van toepassing
15-12-2021
20
AFGEDAAN 26-11-2025
27
7. Rechtmatigheid
7.1 Boekhoudplicht
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
Ten tijde van het faillissement is door curatoren nog geen concrete
bestuurdersaansprakelijkheid vastgesteld doch daaraan kunnen geen rechten
worden ontleend en behouden curatoren zich alle rechten voor.
In de achterliggende verslagperiode is een boekenonderzoek uitgevoerd. De
effecten daarvan zullen in een volgend verslag worden benoemd.
Het onderzoek in de voorgaande alinea voornoemd is nog actueel.
15-12-2021
20
Dit dient nog te worden onderzocht. In een volgend verslag zal hier nader op
in worden gegaan.
15-12-2021
20
Nog niet van toepassing.
Tot en met boekjaar 2010 zijn er goedkeuringsverklaringen aanwezig.
15-12-2021
20
zie 7.2 15-12-2021
20
Toelichting
zie 7.2
15-12-2021
20
Nee
Toelichting
Ten tijde van het faillissement zijn door curatoren nog geen concrete
paulianeuze handelingen vastgesteld doch daaraan kunnen geen rechten
worden ontleend en behouden curatoren zich alle rechten voor.
15-12-2021
20
Naar de huidige stand van zaken lijkt de administratie ordelijk. In het verdere
verloop van het faillissement zal dit onderwerp van onderzoek zijn.
De administratie zal later aan onderzoek worden onderworpen. Reeds thans
wordt de deugdelijkheid van de administratie onderzocht.
15-12-2021
20
AFGEDAAN 26-11-2025
27
8.1 Boedelvorderingen
8. Crediteuren
€ 20.427.100,77
Toelichting
Glencore heeft een super preferente boedelvordering ingediend in verband
met in het bijzonder haar (vermeende) pandrecht op het aluminium in de ovens
van
€ 8.250.000,-- en ten aanzien van verbruikte aluinaarde € 731.725,49 alsmede
naar haar beoordeling niet aangetroffen voorraad eindproduct ter waarde van
€ 2.875.287,36. Deze is onderwerp van een bodemprocedure.
In totaal zijn 44 boedelvorderingen ingediend voor een totaalbedrag van €
20.432.313,98.
Het UWV zal uiteraard vorderingen indienen voor loon c.a. van voor datum
faillissement en boedelvorderingen voor betaald loon c.a. over de periode
daarna. De vorderingen zijn nog niet ingediend maar zullen aanmerkelijk zijn
gelet op het aantal personeelsleden.
Het UWV heeft inmiddels een eerste vordering ingediend met betrekking tot
Het UWV heeft haar boedelvordering nader bepaald op € 5.081.783,79.
Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:
Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden.
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:
Zie bijgaande lijst van boedel schuldvorderingen.
15-12-2021
20
Toelichting
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.
13-06-2022
21
Toelichting
Glencore stelt een super preferente boedelvordering geldend te kunnen
maken. De oorzaak daarvan is gelegen in de verkregen titel jegens curatoren
en bij aanvang van het faillissement verbruikte aluinaarde. Curatoren hebben
dit betwist. Met Glencore zal overleg plaats vinden.
05-09-2023
23
Toelichting
Met Glencore heeft overleg plaats gevonden. Glencore heeft een juridische
opinie ingebracht ter zake de vermeende super preferentie van meerdere
vorderingen en de boedel zal daar een (contra) opinie in laten opstellen. Dit
proces loopt.
05-04-2024
24
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
Toelichting
Het verschil van inzicht is afgedaan door middel van een VSO. De uitvoering
daarvan loopt.
26-11-2025
27
€ 461.010,00
Toelichting
De Belastingdienst heeft thans geen vordering, maar zal in verband met de
afwikkeling tot vorderingen komen.
De Belastingdienst heeft nog geen verdere vordering ingediend. De
verwachting is gezien de toestand van de crediteuren dat de Belastingdienst
per saldo nog een aanmerkelijke vordering zal hebben. Over de omvang
daarvan kunnen curatoren zicht thans nog niet uitlaten.
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:
De Belastingdienst heeft haar vorderingen ingediend voor een totaalbedrag
van € 461.010,--, zie bijgaande lijst van preferente schuldvorderingen.
15-12-2021
20
Toelichting
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.
13-06-2022
21
Toelichting
er zal een eindverantwoording BTW gedaan worden ter afwikkeling van de
boedel btw. Verder mutaties zijn niet aan de orde.
26-11-2025
27
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
€ 974.748,77
Toelichting
Het UWV zal uiteraard (preferente) vorderingen indienen voor loon c.a. van
voor datum
faillissement. De vorderingen zijn nog niet ingediend maar zullen aanmerkelijk
zijn gelet op het aantal personeelsleden.
Het UWV heeft inmiddels een eerste vordering ingediend met betrekking tot
overgenomen loonverplichtingen. Deze vordering bedraagt € 974.748,77; €
918.086,02 zijnde preferent en € 56.662,75 gelijk aan de rangorde van de
fiscus
15-12-2021
20
Toelichting
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.
13-06-2022
21
Toelichting
Met het UWV is overeenstemming bereikt ter zake haar preferentie.
26-11-2025
27
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
€ 12.420.339,55
Toelichting
Tot op heden werd door 24 schuldeisers voor in totaal € 13.395.088,32 aan
preferente vorderingen ingediend. Over de juistheid van deze preferentie
hebben de curatoren nog geen standpunt ingenomen. Het bedrag aan
preferente vorderingen zal nog substantieel oplopen, bijvoorbeeld in verband
met de te verwachten vorderingen van het UWV uit hoofde van de
loongarantieregeling en de fiscus, bijvoorbeeld ter zake de 29 lid OB-
vordering).
De omvang van de preferente crediteuren is voorlopig beoordeeld en geeft aan
dat na betaling van de boedelschulden de omvang van de preferente schulden
zodanig is dat aan de concurrente crediteuren geen uitbetaling wordt voorzien.
Definitieve vaststellingen van de kwaliteit van de vorderingen heeft eerst zin
als de omvang van de boedel en de omvang van de boedelschulden is
bepaald. Daar kan thans nog geen sprake van zijn. Voor dit moment blijft dit
aspect dan ook rusten in afwachting van de lopende geschillen.
Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:
Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd. Zie ook concurrente
crediteuren.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden. Daarnaast moet
vermeld worden dat NB een (mogelijke) vordering uit regres heeft neergelegd
bij de boedel op grond van het arrest van het Hof Amsterdam als in cassatie
voorgelegd, zonder deze vordering verder te specificeren. Of en zo ja welke
(regres)vordering aan de orde kan of zal zijn, is afhankelijk van de afwikkeling
in cassatie en een mogelijke verwijzing
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:
Zie bijgaande lijst van preferente schuldvorderingen.
15-12-2021
20
Toelichting
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.
13-06-2022
21
Toelichting
Verdere mutaties zijn niet aan de orde en overigens door opheffing wegens
gebrek aan baten niet relevant.
26-11-2025
27
270
Toelichting
Er zijn thans 270 concurrente crediteuren.
15-12-2021
20
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
€ 95.586.826,73
Toelichting
Gezien de omvang van het faillissement kan de crediteurenpositie nog niet
definitief worden bepaald. Omtrent de verdere kwaliteit van deze vorderingen
en de juistheid van deze vorderingen worden thans alle rechten
voorbehouden.
In de achterliggende verslagperiode zijn de nodige crediteuren aanvullend
ingediend. Vooralsnog hebben curatoren volstaan met het noteren van
vorderingen zonder daarover een uitspraak te doen. Immers, verdere
beoordeling van de ingediende vorderingen zal eerst relevantie krijgen als de
toestand van de boedel ertoe aanleiding geeft aan de concurrente crediteuren
tot een betaling te komen. Naar de huidige stand van de boedel is die
verwachting niet aanwezig.
Er zijn thans 270 concurrente crediteuren met een totale vordering van €
95.587.552.
Er zal in de komende periode een nader onderscheidt gemaakt gaan worden
voor wat betreft de crediteuren naar hun positie als boedelcrediteuren en pre-
faillissement-crediteuren. Dit is thans nog actueel.
Vooralsnog zijn er geen substantiële mutaties in de positie van de crediteuren
die thans andere bespreking behoeven.
Toevoeging 15de verslag 5 augustus 2019:
Er zijn geen substantiële wijzigingen genoteerd. Verdere vaststelling van de
crediteuren wordt aangehouden totdat de afwikkeling aan de orde is en ook
duidelijk is of er sprake zal zijn van een verificatiedatum.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
Er zijn geen mutaties van betekenis in de crediteurenstanden.
Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:
Er zijn geen mutaties van betekenis.
Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:
Er zijn geen mutaties van betekenis
Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:
Er zijn geen mutaties van betekenis.
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:
Zie bijgaande lijst van concurrente schuldvorderingen.
15-12-2021
20
Toelichting
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Er zijn geen mutaties van betekenis op de vorderingen.
13-06-2022
21
Op welke wijze het faillissement wordt afgewikkeld is geheel afhankelijk van
de verkoopopbrengst. Hierover valt thans nog geen standpunt in te nemen.
15-12-2021
20
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
Er zijn momenteel geen mutaties van betekenis in het kader van de ingediende
en te verifiëren crediteuren.
16-12-2024
25
Er zijn geen mutaties van betekenis op de crediteuren. Curatoren zijn doende
de boedelschulden op juiste wijze te bepalen en af te doen. Hier vind overleg
over plaats. Er zal sprake zijn van een opheffing wegens gebrek aan baten nu
de boedelschulden hoger zijn dan het uitkeerbare bedrag.
27-05-2025
26
De positie van alle crediteuren valt weg tegen de bereikte overeenstemming
ter zake de boedelschulden die resulteren in een opheffing wegens gebrek
aan baten zonder enige verdere uitkering aan de preferente en concurrente
crediteuren.
26-11-2025
27
9. Procedures
afgedaan 26-11-2025
27
10. Overig
In de komende periode zal nader onderhandeld moeten worden omtrent een
mogelijke doorstart van het geheel of van onderdelen, zullen posities in kaart
moeten worden gebracht van zekerheidsgerechtigden en zal tot verkoop
moeten worden gekomen van het vrije actief en het gebonden actief voor
zover gebonden en in overleg met zekerheidsgerechtigden. Thans kan slechts
worden vastgesteld dat dit een omvangrijke operatie zal zijn.
Curatoren zetten in de komende verslagperiode hun werkzaamheden voort
met betrekking tot een mogelijke (al dan niet gehele) doorstart, dan wel
executie van het actief.
De aandacht gaat thans met name uit naar afwikkeling pandrechten en
afwikkeling inhoud ovens. Curatoren hebben de belanghebbenden uitgenodigd
deel te nemen aan een Mediation, om te voorkomen dat partijen verzanden in
15-12-2021
20
een jarenlange juridische strijd waarmee een spoedige afwikkeling van de
boedel wordt belemmerd. Daarnaast zal de positie van de (boedel)crediteuren
worden bepaald.
De afwikkeling van de boedel kenmerkt zich met name door het geschil tussen
Glencore en ZSP/NB ter zake de afdoening van pandrechten en de kwaliteit
van het aluminium in de ovens. Dit is onderworpen aan meerdere lopende
procedure als hiervoor vermeldt.
Daarnaast vinden gesprekken plaats rond verkoop van het gestolde aluminium
zover daartoe aan curatoren bevoegdheid toekomt en dit roerend zal zijn.
Curatoren hebben naar aanleiding van het oordeel van de Rechtbank
Amsterdam in afstemming met de rechter-commissaris een plan van aanpak
opgemaakt, belanghebbenden daaromtrent gehoord en inmiddels stappen
gezet met betrekking tot verdere kwalificeren en kwantificering van het
aluminium als in de ovens gestold in voorbereiding op verkoop daarvan. Dit zal
in de komende verslagperiode verder een vervolg krijgen.
Curatoren hebben overeenkomstig de gezochte afstemming met de
belanghebbenden een onderzoek laten doen naar de kwaliteit van het
aluminium om bij verkoop een juiste beoordeling te kunnen maken van
hetgeen wordt verkocht. SGS is als door alle partijen aanvaarde deskundige
gevraagd dit onderzoek te doen. Een eindrapport is beschikbaar gesteld d.d.
18 april 2016. Daarop hebben curatoren aan alle belanghebbenden de te
hanteren verkoopvoorwaarden voorgelegd. Van de zijde van alle partijen is
daarop gereageerd met uiteenlopende punten van aanpassing. Echter is
tevens aangeven door alle belanghebbende dat zij niet instemmen met
verkoop zolang er geen duidelijkheid is over de inhoud van een Escrow
overeenkomst waarin de verkoopwaarde zou moeten worden gedeponeerd
daar waar tevens door partijen bezwaar wordt gemaakt tegen het moment
van verkoop en de kwaliteit van het SGS rapport. Tevens weigert UTB op
voorhand afgifte van het aluminium zolang er geen duidelijke toezegging is
gedaan omtrent erkenning van het door haar ingeroepen retentierecht ter
zake kort gezegd kosten van uitneming en opslag. Curatoren hebben
(overigens met Glencore) dit retentierecht betwist. Het Retentierecht is tot
heden niet nader onderbouwd. Er is een procedure aanhangig bij de
Rechtbank Zeeland–West–Brabant locatie Middelburg tot kort gezegd afgifte
van het aluminium. In deze procedure tussen Boedel en UTB verzoekt Glencore
tussenkomst en voeging, waartegen verweer is gevoerd. In dit incident is een
pleidooi gevraag door Glencore en zal worden gehouden op 13 september
2016.
Glencore is bij vonnis d.d. 26 oktober 2016 toegelaten tussen te komen. De
zaak staat nu voor conclusie van eis na tussenkomst aan de zijde van
Glencore.
Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:
De zaak staat voor tussenvonnis incident. De verdere afhandeling van de zaak
is mede afhankelijk van de lopende mediation. Zie hierna.
Daarnaast is bij de RC een 69 Fw verzoek gedaan door ZSP/NB en Glencore
curatoren te verbieden het kort geding medewerking te verlenen tot verkoop
van het aluminium voort te zetten. Na mondelinge behandeling en omwille van
minnelijk overleg is de behandeling van dit kort geding door Curatoren
aangehouden.
Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:
De geschillen van partijen liggen voor in een mediation waarover naar de aard
daarvan geen mededelingen kunnen worden gedaan.
Om procedurele redenen wordt thans volstaan met deze beschrijving daar
waar inhoudelijk de beoordeling moet worden afgewacht van de rechter.
Toevoeging 14de verslag 12 februari 2019:
In het kader van de mediation zoals die is gevoerd tussen partijen en
waarover uit de aard van mediation verder geen mededelingen kunnen en
mogen worden gedaan, is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen
Glencore, UTB c.s. en de boedel om te komen tot verkoop van het aluminium
door middel van een onderling procedureel afgestemde veiling en het plaatsen
van de opbrengst in escrow. Daar is december 2017 / januari 2018 uitvoering
aan gegeven. De opbrengst als gerealiseerd na aftrek van gemaakte kosten
en overeengekomen kosten groot USD 6.034.096,18 is in escrow geplaatst.
Partijen hebben de procedure voortgezet waarbij de vorderingen niet langer
zien op verkoop van het aluminium maar op toedeling van de
verkoopopbrengst. Pleidooi ten overstaan van het Hof Amsterdam heeft plaats
gevonden d.d. 16 april 2018. Kort gezegd (alle nuance weglatende) diende de
opbrengst toe te komen aan de boedel als de termijnstelling evenals in eerste
aanleg ook in hoger beroep zou worden gehonoreerd en zou toekomen aan
Glencore als in tegenstelling tot eerste aanleg de termijnstelling niet zou
worden gehonoreerd althans een beroep op de termijnstelling als misbruik van
recht zou kwalificeren.
Het Hof heeft aansluitend uitspraak gedaan bij arrest d.d. 16 oktober 2018.
Het Hof heeft voor wat betreft de boedel bepaald dat de opbrengst van het
verkochte aluminium als geplaats in escrow aan Glencore diende toe te komen
omdat, zeer verkort gezegd, het inroepen van de termijnstelling zou
kwalificeren als misbruik van recht althans onrechtmatig handelen van de
boedel.
Curatoren hebben met toestemming van de RC een cassatieadvies doen laten
uitbrengen door en Banning Advocaten en Resor Advocaten op grond van welk
advies de rechter commissaris toestemming heeft verleend cassatie in te
stellen waartoe is over gegaan.
De Hoge Raad heeft geen reden gezien het cassatieverzoek af te doen op
grond van artikel 81 RO en zal de zaak derhalve verder behandelen. Ook
NB/ZSP en UTB c.s. zijn in cassatie gegaan. De zaak ligt derhalve nu voor bij de
Hoge Raad.
Omdat de zaak onder de rechter is zal thans niet verder op de inhoud worden
ingegaan. Verwezen wordt voor de uitspraak van het Hof Amsterdam naar die
uitspraak van 16 oktober 2018 als gepubliceerd.
Toevoeging 15de verslag d.d. 5 augustus 2019:
In aansluiting op het positieve cassatieadvies is cassatie ingesteld. De zaak
ligt nu voor een nader schriftelijke toelichting (september aanstaande) bij de
betrokken partijen. Ook UTB en NB/ZSP zijn in cassatie gegaan. Glencore heeft
geen zelfstandig cassatieverzoek ingediend.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde
aluminium is nog onder de rechter. De uitkomst moet afgewacht worden.
Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:
De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde
aluminium is nog onder de rechter. De AG heeft inmiddels geconcludeerd en de
HR zal tot een beslissing moeten komen in het najaar (rol 30 oktober 2020). De
uitkomst moet afgewacht worden.
Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:
De Hoge Raad heeft het arrest van het Hof jegens curatoren in overwegende
mate in stand gelaten op een kleine correctie na wat betreft de
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
renteberekening. De zaken die hieraan parallel lopen tussen UTB, ZSP en NB
zijn verwezen. De afwikkeling is daarvan afhankelijk. Curatoren beraden zich
nog over de uitspraak van de HR.
Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:
Curatoren zijn in afwachting van de uitspraak van het verwijzingshof.
Curatoren zijn niet als partij betrokken maar wel als belanghebbende
afhankelijk van die afdoening.
Toevoeging 20ste verslag d.d. 15-12-2021:
In verband met de verwijzing naar het verwijzingshof Arnhem/Leeuwarden ligt
de afhandeling van het faillissement stil in afwachting van de uitkomst daarvan
over de vraag of het aluminium in de ovens nu roerend of onroerend is. Daarna
zal vastgesteld kunnen worden hoe die beslissing doorwerkt in de afwikkeling
van de positie van de boedel. Pleidooi staat in februari 2022. Derhalve kunnen
er geen verdere zaken voor nu worden gerapporteerd.
Toevoeging 21ste verslag d.d. 13 juni 2022:
Pleidooi heeft plaatsgevonden. De actuele stand van de zaak is vooralsnog
niet bekend. Curatoren zijn geen partij in de verwijzingszaak en moeten de
stappen van de anderen afwachten. Wel zijn preventief de lopende mogelijke
aanspraken gestuit wat betreft mogelijke verjaring.
13-06-2022
21
Toevoeging 22e verslag d.d. 13-01-2023:
Curatoren zijn in afwachting van de beslissing van het verwijzingshof Den
Haag. Deze heeft het arrest aangehouden tot maart 2023. De verdere
afwikkeling van de boedel is hiervan afhankelijk.
07-02-2023
22
Het verwijzingshof heeft uitspraak gedaan en bepaald dat het aluminium niet
kwalificeert als roerend maar als onroerend, zodat Glencore geen pandrecht
toekomt en Glencore geen aanspraak kan maken op de verkoopwaarde van
het aluminium. Curatoren voeren met Glencore overleg nu eerder is bepaald
dat Curatoren onrechtmatig hebben gehandeld ter zake het verhinderen van
Glencore in de uitwinning van haar pandrecht, dat thans als niet bestaand
moet worden gezien.
05-09-2023
23
Nadat Glencore een opinie heeft ingebracht over de super preferentie van
meerdere vorderingen zal de boedel daar een (contra) opinie over laten
opmaken. Dit proces loopt.
05-04-2024
24
Er is een opinie ontvangen door de boedel die is gedeeld met het UWV en
Glencore. Er is op basis daarvan nog geen duidelijkheid over de afwikkeling
van het faillissement. Ter voorkoming van nieuwe geschillen en procedures
wordt nu minnelijk overleg gevoerd.
16-12-2024
25
De elkaar tegensprekende opinies zijn besproken met de betrokkenen en er is
een voorstel tot afdoening dat nu voorligt.
27-05-2025
26
Er heeft overleg plaats gevonden met de betrokken partijen en hun
adviseurs ne dit heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst ter afdoening
van de geschillen, uiteraard onder goedkeuring RC.
26-11-2025
27
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Thans is nog onduidelijk op welke termijn deze boedel kan worden
afgewikkeld.
15-12-2021
20
Curatoren willen de boedel afdoen wegens gebrek aan baten gezien het actief
en de omvang van de boedelschuld van het UWV, die het actief overtreft. Aan
deze afwikkeling staat in de weg de stalling van Glencore dat haar een super
preferente boedelvordering toekomt.
05-09-2023
23
Zolang de positie van Glencore uit super preferentie niet is vastgesteld kan de
boedel niet worden afgewikkeld. In afstemming met de RC vind nader
onderzoek plaats.
05-04-2024
24
Op basis van nader ingewonnen opinies door beide partijen is aan het UWV
gevraagd tot een overleg te komen en een standpunt te bepalen. Het UWV
moet in deze een terugkoppeling geven.
16-12-2024
25
Het UWV heeft zich over de opinies uitgesproken en een voorstel gedaan tot
afdoening van ieders positie. Dit is nu bij partijen in beraad.
27-05-2025
26
Er is uitvoering gegeven aan de gemaakte afspraken op basis waarvan thans
de afwikkeling van de boedel voorligt. Afwikkeling wacht op de finale fiscale
(BTW) afdoening. Daarna zal het mogelijk resterende saldo cfr de VSO
worden afgedaan en zal de bedoel worden opgeheven wegens gebrek aan
baten.
Dit verslag is daarmee tevens het EINDVERSLAG.
26-11-2025
27
In de komende verslagperiode hopen curatoren te komen tot naar zij hopen
verkoop van het actief, maar, zo dit niet mogelijk zal blijken te zijn, verdere
afwikkeling van het actief door middel van executie van
vermogensbestanddelen. Tevens zullen daarin de posities van de
zekerheidsgerechtigden nader vorm moeten krijgen. Eerst na afwikkeling van
deze posities kan ook nader zicht worden verkregen op de totale toestand van
de boedel en in hoeverre de boedel daarin voor de crediteuren iets kan
betekenen.
In de komende periode hopen curatoren meer zicht te krijgen op de
afwikkeling van de pandrechten en het aluminium in de ovens. Daarnaast zal
een aanvang worden gemaakt met het kwalificeren van de crediteuren. Dit met
name voor wat betreft tijdens het faillissement gemaakte kosten.
De procedurele werkzaamheden duren nog voort. Afwikkeling van de boedel is
afhankelijk van afwikkeling van het lopende geschil.
In de komende verslagperiode zullen curatoren tot verdere uitwerking komen
van het plan van aanpak tot verkoop van het in de ovens gestolde aluminium.
Daaronder begrepen de procedure tot vrijgave van het aluminium.
Daarnaast zullen curatoren zich voorbereiden op en in de appelprocedure in de
bodemzaak zoals ingesteld door zowel Glencore alsook Nationale Borg en
Zeeland Seaports.
Curatoren voeren minnelijk overleg met partijen omtrent verkoop van het
15-12-2021
20
aluminium.
Behandeling van de diverse lopende zaken wordt voortgezet. Aanhangig zijn
naast een 69-verzoek (RC Breda), de appel procedure in de hoofdzaak (Hof
Amsterdam), een bodemprocedure tot verkoop van het aluminium (Rechtbank
Zeeland-West-Brabant locatie Middelburg), een aangehouden kort geding tot
verkoop van het aluminium (Rechtbank Zeeland-West-Brabant locatie
Middelburg), alsmede een verwijzingsprocedure tussen ZSP/NB en Glencore en
UTB cs na verwijzing door de Hoge Raad (Hof Arnhem-Leeuwarden) .
Toevoeging 13de verslag 3 oktober 2017:
Naast de lopende procedure in appel in kort geding (staat voor arrest) en in de
hoofdzaak (staat voor pleidooi) en het geschil afgifte aluminium en
medewerking veiling (mediation) zijn er voor nu geen openbare mededelingen
te doen.
In overleg met de RC is verslaglegging aangehouden tot 30 september omdat
er geen wezenlijke informaties openbaar gedeeld kunnen worden. Het
volgende verslag zal plaats vinden over 6 maanden dan wel op een termijn als
met de RC af te stemmen.
Toevoeging 16de verslag d.d. 3 februari 2020:
De boedel is in afwachting van de uitkomst van de cassatieprocedure. De AG
zal
6 maart a.s. concluderen.
Toevoeging 17de verslag d.d. 6 juli 2020:
De cassatieprocedure in de bodemzaak in het geschil rond het gestolde
aluminium is nog onder de rechter. De AG heeft inmiddels geconcludeerd en de
HR zal tot een beslissing moeten komen in het najaar. De uitkomst moet
afgewacht worden.
Toevoeging 18de verslag d.d. 4 januari 2021:
Curatoren beraden zich over de stappen na de uitspraak van de HR in de
bodemzaak.
Toevoeging 19de verslag d.d. 18 juni 2021:
Als gezegd kunnen we nu even niet verder zolang het verwijzingshof de zaak
onder zich heeft. Daarna kunnen verdere stappen worden beoordeeld. Voor nu
zijn rechten voldoende in kaart gebracht.
Bijlagen:
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST
tussentijds financieel verslag
lijst van schuldvorderingen (boedel-, preferent- en concurrente lijsten)
afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)
Bijlagen:
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST
tussentijds financieel verslag
afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)
N.B. de lijsten van schuldvorderingen zijn reeds bij het 20ste verslag
geüpload.
13-06-2022
21
Bijlagen:
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode VLDW
tijdregistratie en urenverantwoording verslagperiode RST
tussentijds financieel verslag (TOEZICHT)
afschrift boedelrekeningen (Caceis en ING)
07-02-2023
22
Bijlagen
N.B. de lijsten van schuldvorderingen zijn reeds bij het 20ste verslag
geüpload.
Bijlagen