Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Betreft
Algemene gegevens
Supremia B.V. 15-06-2020
1
Faillissementsnummer : C/02/20/168 F
via
Rechter-Commissaris : Mevrouw mr. A.E. de Vos
15-06-2020
1
Per 1 oktober 2024 is mr. D.J. van Dongen werkzaam bij act legal. Hij is
bereikbaar via [email protected].
10-01-2025
14
Het exploiteren van een onderneming die zich bezighoudt met onder meer de
marketing en groothandel in promotiemateriaal, relatiegeschenken en
logistieke diensten
15-06-2020
1
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Winst en verlies
Tot eind 2019 exploiteerde Supremia haar onderneming vanuit twee
vennootschappen, namelijk Supremia en Supremia Sales Promotion B.V. Eind
2019 is Supremia Sales Promotion B.V. opgegaan in Supremia. De curator zal
de gegevens van beide vennootschappen – hoewel de fusie pas eind 2019
plaatsvond – in de verslaglegging consolideren, althans samenvoegen
Balanstotaal
Tot en met eind 2019 exploiteerde Supremia haar onderneming vanuit twee
vennootschappen, namelijk Supremia en Supremia Sales Promotion B.V. Eind
2019 is Supremia Sales Promotion B.V. opgegaan in Supremia. De curator zal
de gegevens van beide vennootschappen – hoewel de fusie pas eind 2019
plaatsvond – in de verslaglegging consolideren, althans samenvoegen.
15-06-2020
1
Winsten Verlies / Balanstotaal
De curator heeft met goedkeuring van de rechter-commissaris opdracht
gegeven aan Nuijten & Nederpel om een (beknopt) onderzoek te doen naar de
financiële administratie.
05-01-2021
3
Het door Nuijten & Nederpel verrichte onderzoek naar de financiële
administratie is door de curator meegenomen in het
rechtmatighedenonderzoek. Dit onderzoek is afgewikkeld. Hiervoor wordt
verwezen naar hoofdstuk 7 van dit verslag.
07-10-2025
16
28
Toelichting
Supremia heeft 28 werknemers in dienst. De werknemers zijn betaald tot en
met april 2020. De curator heeft contact opgenomen met UWV om de
Loongarantieregeling in werking te stellen. De intake van de werknemers door
UWV heeft inmiddels plaatsgevonden.
Supremia heeft haar onderneming in 2018 en 2019 gereorganiseerd, waarbij
een deel van het werknemersbestand is afgevloeid. Er waren in de jaren
voorafgaand aan het faillissement circa 50 werknemers in dienst.
Met machtiging van de rechter-commissaris heeft de curator bij brief van 20 mei
2020 de arbeidsovereenkomsten met de werknemers opgezegd ex artikel 40
Fw. Het UWV heeft vervolgens de Loongarantieregeling in werking gesteld.
15-06-2020
1
Boedelsaldo
Verslagperiode
€ 712.804,72
15-06-2020
1
€ 833.778,53
17-09-2020
2
€ 856.070,18
05-01-2021
3
€ 909.385,82
22-04-2021
4
€ 904.461,35
22-07-2021
5
€ 791.139,10
12-11-2021
6
€ 797.561,35
04-03-2022
7
€ 762.990,66
13-09-2022
9
€ 720.298,02
23-11-2023
11
€ 724.691,68
22-02-2024
12
€ 735.845,16
25-09-2024
13
€ 764.170,75
08-07-2025
15
€ 710.600,59
07-10-2025
16
van
14-5-2020
t/m
15-6-2020
15-06-2020
1
van 17-09-2020
2
16-6-2020
t/m
17-9-2020
van
18-9-2020
t/m
5-1-2021
05-01-2021
3
van
6-1-2021
t/m
22-4-2021
22-04-2021
4
van
23-4-2021
t/m
22-7-2021
22-07-2021
5
van
23-7-2021
t/m
9-11-2021
12-11-2021
6
van
11-11-2021
t/m
3-3-2022
04-03-2022
7
van
4-3-2022
t/m
13-6-2022
13-06-2022
8
van
14-6-2022
t/m
13-9-2022
13-09-2022
9
van
14-2-2023
23-11-2023
11
Bestede uren
Toelichting bestede uren
t/m
22-11-2023
van
23-11-2023
t/m
21-2-2024
22-02-2024
12
van
22-2-2024
t/m
24-9-2024
25-09-2024
13
van
10-1-2025
t/m
7-7-2025
08-07-2025
15
VerslagperiodeBestede uren
totaal 1.282 uur 6 min
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1. Inventarisatie
Supremia B.V. (“Supremia”) is opgericht bij notariële akte van 12 november
2009. De aandelen worden gehouden door de in België gevestigde
vennootschap Supremia N.V. De bestuurders van Supremia N.V. zijn de in
België gevestigde vennootschappen Supremia Holdings N.V. en Saffelberg
Directors & Management Services B.V. (“SDMS”). Van SDMS is de heer J. Sluys
de alleen/zelfstandig bevoegde bestuurder.
De alleen/zelfstandig bevoegde bestuurder van Supremia is de besloten
vennootschap Supremia Holdings N.V., waarvan SDMS en Elleze B.V.
bestuurder zijn. Op grond van de statuten van Supremia Holding N.V. geldt dat
SDMS een gedelegeerd bestuurder is die naar Belgisch recht zelfstandig
bevoegd is om namens het bestuur van Supremia Holdings N.V. te handelen.
De heer J. Sluys is daardoor de (indirect) alleen/zelfstandig bevoegde
bestuurder van Supremia.
Supremia hield tot eind 2019 alle aandelen in het vermogen van de in
Nederland gevestigde vennootschap Supremia Sales Promotion B.V. Eind 2019
zijn Supremia Sales Promotion B.V. en Supremia gefuseerd en zijn de
gezamenlijke activiteiten voortgezet in de besloten vennootschap van
Supremia.
De Supremia-groep, bestaande uit vennootschappen in Nederland, België,
Duitsland, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk (“Supremia-groep”), werd deels
aangestuurd vanuit België. In België bevond zich het shared service center van
waaruit verschillende ICT-diensten werden gefaciliteerd en aangestuurd.
Voorts zit de Supremia-groep voor wat betreft de groepsfinanciering samen in
een cashpool van KBC Bank N.V. (België).
15-06-2020
1
Voor een toelichting op de directie en de organisatie wordt verwezen naar het
eerste openbare verslag.
17-09-2020
2
Voor zover bekend is Supremia niet betrokken bij lopende procedures. 15-06-2020
1
Afgewikkeld. Er is geen sprake van lopende procedures. 17-09-2020
2
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
Op datum faillissement beschikte de Belgische vennootschap Supremia N.V.
over een ruim pakket aan verzekeringen, onder welke polis ook Supremia was
meeverzekerd. Supremia beschikte zelf ook over verschillende verzekeringen.
Het betroffen onder meer de navolgende verzekeringen:
• Overheidsaansprakelijkheid;
• Burgerlijke aansprakelijkheid;
• Financiële risico’s;
• Verzuimverzekering;
• Inventaris/goederen/bedrijfsschade/ongevallen/personenauto;
• WEGAM verzekering
Van het bestuur van Supremia vernam de curator dat er sprake is van
uitloopdekking(en). De curator heeft dat nog niet kunnen verifiëren.
De curator heeft de polissen opgevraagd en zal de verzekeringen indien
opportuun beëindigen per datum faillissement en daarbij aanspraak maken op
premierestituties.
15-06-2020
1
Voor een overzicht van de (op datum faillissement lopende) verzekeringen
wordt verwezen naar het eerste openbare verslag.
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de lopende
verzekeringspolissen opgezegd en aanspraak gemaakt op premierestituties.
De afrekening van de verschillende polissen ziet er als volgt uit:
Factuurnummer Boekdatum Notadatum Polisnummer Openstaand bedrag
21349387 01-04-2020 01-04-2020 13878 1.837,50
21366649 11-05-2020 11-05-2020 13878 525
21401914 30-06-2020 30-06-2020 A02045301 -2.166,91
21384325 01-07-2020 01-07-2020 5431ZP001462 296,91
21402329 06-07-2020 06-07-2020 50104971 -18,75
21402548 09-07-2020 09-07-2020 MZP16590 -6.022,22
21433646 25-08-2020 25-08-2020 500124768 -550,25
-6.098,72
De curator verwacht dat de premierestitutie van € 6.098,72 op korte termijn
wordt bijgeschreven op de faillissementsrekening.
17-09-2020
2
Het bedrag van EUR 6.098,72 is inmiddels bijgeschreven op de
faillissementsrekening.
05-01-2021
3
Afgewikkeld. Verwezen wordt naar de voorgaande openbare verslagen. 22-07-2021
5
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
Supremia huurt een kantoorruimte aan de Burgemeester Stramanweg 105 E te
Amsterdam. De gehuurde kantoorruimte heeft een oppervlakte van 560 m2.
Het gehuurde doet dienst als hoofdkantoor. De jaarlijkse huurprijs bedraagt
€116.052,50, te vermeerderen met servicekosten en btw. De
huurovereenkomst is door de curator op 28 mei 2020 ex artikel 39 Fw - met
machtiging van de rechter-commissaris - opgezegd.
Het voorgaande betekent dat de curator het gehuurde uiterlijk op 28 augustus
2020 dient op te leveren. De curator heeft vernomen dat er een bankgarantie
is gesteld door KBC Bank N.V. De curator beoogt in overleg te treden met de
verhuurder om afspraken te maken over de oplevering.
Huur distributiecentrum
Voorheen huurde Supremia een locatie in Breda voor de opslag en verwerking
van voorraden, maar die huurrelatie is (kort) voor het faillissement in het kader
van de reorganisatie beëindigd. Door de Belgische entiteit(en) wordt in
Willebroek een distributiecentrum gehuurd, waarvan Supremia gebruik maakt.
Naar verluidt heeft de Belgische doorstarter de huurrelatie van het
distributiecentrum in Willebroek overgenomen.
15-06-2020
1
Voor een toelichting op de huurrelatie van de kantoorruimte aan de
Burgemeester Stramanweg 105 E te Amsterdam, en de voormalige huurrelatie
van het distributiecentrum in Brede, wordt verwezen naar het eerste openbare
verslag.
In de afgelopen verslagperiode is de huurrelatie afgewikkeld en is de
kantoorruimte in Amsterdam opgeleverd. In het kader van de oplevering heeft
de verhuurder een viertal glazen scheidingswanden en een keukenblok
overgenomen van de boedel, ter voorkoming van het ontstaan van schade
door de verwijdering van die goederen.
Met deze onderhandse verkoop is een actief van € 1.880 gerealiseerd.
17-09-2020
2
Afgewikkeld. Verwezen wordt naar de voorgaande openbare verslagen. 22-07-2021
5
De curator heeft gesproken met het bestuur van Supremia, alsmede met de
managing director. Het bestuur en de managing director verklaarden als volgt
over de activiteiten van Supremia en de oorzaken van het faillissement.
Activiteiten
Supremia houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en het vervoer van
promotiemateriaal en relatiegeschenken. Daarnaast exploiteert zij een
marketingbedrijf. Zo ontwikkelde Supremia promotiemateriaal voor grote
bedrijven zoals Unilever, Procter & Gamble, PepsiCo en KraftHeinz. Supremia
ontwikkelde bijvoorbeeld een grote hoeveelheid sjaals met een logo en/of
bedrukking erop ten behoeve van het WK voetbal. Dat materiaal wordt
grotendeels in Azië geproduceerd. Supremia begeleidt het proces van A tot Z
om de klant zo volledig te ontzorgen. Supremia zorgt ervoor dat de producten
aan alle kwaliteitseisen voldoen en verzorgt het transport vanuit Azië naar de
klant.
Supremia heeft vestigingen over de hele wereld. De entiteiten in Duitsland,
Frankrijk, België en Nederland zijn inmiddels failliet, of hebben faillissement
aangevraagd. Voor Rusland, Azië, Verenigd Koninkrijk en USA geldt
15-06-2020
1
grotendeels hetzelfde. Naar verluidt kan een faillissement van Supremia in
Zwitserland worden voorkomen. Het faillissement van Supremia België is op 20
april 2020 uitgesproken.
Oorzaken faillissement
De Supremia-groep (destijds nog Gemaco) heeft sinds 2018 een roerige
periode doorgemaakt. Tot en met begin 2018 was SDMS aandeelhouder van
de Gemaco-groep, waarvan de topholding in België gevestigd is (“Gemaco”).
Begin 2018 werd Gemaco verkocht aan een Duitse investeringsmaatschappij.
Onder leiding van de Duitse investeringsmaatschappij nam Gemaco in de
zomer van 2018 concurrent Supremia over (een van de grootst marktpartijen in
het Verenigd Koninkrijk). In de zomer van 2018 werd de oprichter van Gemaco
door de Belgische politie verdacht van financiële fraude, witwassen in het
voetbalmilieu en matchfixing. Dat zorgde voor onrust bij Gemaco en leidde tot
een groot verloop in het personeels- en managementbestand.
Begin 2019 kwamen de aandelen in Gemaco weer in handen van SDMS en ging
de groep verder onder de naam Supremia. De schuldpositie van de Supremia-
groep was op dat moment aanzienlijk, mede vanwege de vele overnames in
2018. SDMS heeft getracht te reorganiseren door het personeelsbestand te
saneren en door een nieuw management aan te stellen, maar dat bleek niet
afdoende. In 2019 werd de Supremia-groep geconfronteerd met een aantal
aanzienlijk claims uit het verleden, naar aanleiding waarvan SDMS met KBC
Bank N.V. (“KBC Bank”) in overleg is getreden over een overbruggingskrediet
van 5mio. Vanwege de Covid-19 problematiek verslechterden de
verkoopresultaten van de Supremia-groep en liepen de gesprekken met KBC
Bank vast, waardoor SDMS heeft besloten om eigen aangifte van faillissement
van de Belgische vennootschappen te doen.
Het bestuur en de managing director verklaarden dat het faillissement in België
ook een belangrijke oorzaak is geweest van het Nederlandse faillissement. De
entiteiten in Duitsland, Frankrijk, België en Nederland zitten voor wat betreft
de groepsfinanciering samen in een cashpool van KBC Bank. Naast de
groepsfinanciering werden verschillende andere diensten ook via het shared
service center aangestuurd vanuit België. Het faillissement van België heeft
ervoor gezorgd dat de Supremia-groep werd afgesneden van krediet. De
betaling van de crediteuren van de Nederlandse vennootschap werd
bijvoorbeeld gecoördineerd en uitgevoerd vanuit België. Omdat de entiteit in
België failleerde, kon Supremia haar leveranciers niet meer voldoen met als
gevolg dat opdrachten niet konden worden afgerond. De onderneming werd zo
in een houdgreep gehouden waardoor de eigen aangifte van faillissement de
enige oplossing was.
Verder had Supremia een factorovereenkomst met KBC Commercial Finance
N.V. (“KBC Commercial Finance”), op grond waarvan het debiteurenbestand
tegen een vergoeding werd voorgefinancierd. Vanwege het faillissement in
België heeft KBC Commercial Finance die factorovereenkomst begin mei
opgezegd, waardoor Supremia direct in liquiditeitsnood terecht kwam. De
betaaltermijn voor de meeste debiteuren bedroeg drie maanden. Supremia
beschikte vanwege de beëindigde cashpool niet over een eigen buffer om het
gat in de liquiditeit op te vangen.
De curator zal de door het bestuur gestelde oorzaak van het faillissement op
juistheid controleren.
Voor een toelichting op de activiteiten van Supremia en op de door het bestuur
genoemde oorzaken van het faillissement, wordt verwezen naar het eerste
openbare verslag.
17-09-2020
2
De curator zal de door het bestuur gestelde oorzaak van het faillissement op
juistheid controleren.
In de afgelopen verslagperiode is de curator begonnen aan het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek. In dat kader heeft de curator samen met Nuijten &
Nederpel een vragenlijst opgesteld, die met het bestuur is gedeeld. Het
bestuur heeft onderbouwd gereageerd op de vragen van de curator. De
curator zal de antwoorden van het bestuur in de aankomende verslagperiode
bestuderen en verwerken in het rechtmatighedenrapport.
22-04-2021
4
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator zich gericht op het oorzaken-
en rechtmatighedenonderzoek. In dat kader zijn er verschillende vragenlijsten
met het bestuur gedeeld, die deels door het bestuur zijn beantwoord.
Voorts heeft de curator zich samen met de bestuurder gericht op het
ontvlechten van de e-mailboxen. De curator heeft namelijk vastgesteld dat er
in het kader van de bedrijfsvoering (veelvuldig) gebruik is gemaakt van e-mail
extensies die toebehoren aan de bestuurder-vennootschap. De curator heeft
aanspraak gemaakt op die e-mailboxen, althans op de betreffende e-mails. In
de afgelopen verslagperiode zijn de curator en de bestuurder, met hulp van
Insolvit, overeengekomen onder welke voorwaarden de ontvlechting zal
plaatsvinden.
Zodra de betreffende e-mails ter beschikking zijn gesteld aan de curator, zal
de curator de e-mails betrekken in het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek.
22-07-2021
5
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator - met behulp van Insolvit - de
betreffende e-mails van de bestuurder veiliggesteld. Deze e-mails zijn
inmiddels ter beschikking gesteld aan de curator. In de komende
verslagperiode zal de curator de veiliggestelde e-mailboxen bestuderen en
deze betrekken in het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek.
12-11-2021
6
De curator is nog bezig met het onderzoek naar de oorzaken van het
faillissement en naar de eventuele onrechtmatigheden. In dat kader heeft de
curator reeds twee vragenbrieven gedeeld met het bestuur van Supremia,
waarop het bestuur onderbouwd heeft gereageerd. Naar aanleiding van deze
informatie heeft de curator in de afgelopen verslagperiode een derde
vragenbrief opgesteld en met het bestuur gedeeld.
De curator verwacht dat hij na beantwoording door het bestuur van de laatste
vragenbrief kan starten met het opstellen van het onderzoeksrapport.
04-03-2022
7
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de reactie van het bestuur op
de derde vragenbrief uitvoerig bestudeerd. Naar aanleiding van de
beantwoording door het bestuur is de curator gestart met het opstellen van
het onderzoeksrapport. De curator verwacht dat hij in de komende
verslagperiode zijn voorlopige bevindingen uit het onderzoeksrapport kan
delen met de rechter-commissaris.
13-06-2022
8
De curator is nog bezig met het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek. De
curator verwacht dat hij zijn voorlopige conclusies in de komende
verslagperiode kan delen met de rechter-commissaris.
13-09-2022
9
De curator is nog bezig met het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek. De
curator verwacht dat hij zijn voorlopige conclusies in de komende
verslagperiode kan delen met de rechter-commissaris.
16-02-2023
10
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
De curator heeft het rapport over het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek
afgerond, waarin zijn voorlopige conclusies zijn verwerkt. In de komende
verslagperiode zal de curator zijn voorlopige conclusies bespreken met de
rechter-commissaris.
23-11-2023
11
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator zijn voorlopige bevindingen
gepresenteerd aan de rechter-commissaris. De curator ziet geen aanleiding om
aan de door het bestuur genoemde oorzaken van het faillissement te twijfelen.
Daarmee is dit onderdeel afgewikkeld.
22-02-2024
12
2. Personeel
Personeelsleden
28
Toelichting
Supremia heeft 28 werknemers in dienst. De werknemers zijn betaald tot en
met april 2020. De curator heeft contact opgenomen met UWV om de
Loongarantieregeling in werking te stellen. De intake van de werknemers door
UWV heeft inmiddels plaatsgevonden.
15-06-2020
1
Toelichting
Afgewikkeld. Het personeel is ontslagen en de loongarantieregeling is in gang
gezet. Voor een toelichting wordt verwezen naar het eerste openbare verslag.
17-09-2020
2
Personeelsleden
50
Toelichting
Supremia heeft haar onderneming in 2018 en 2019 gereorganiseerd, waarbij
een deel van het werknemersbestand is afgevloeid. Er waren in de jaren
voorafgaand aan het faillissement circa 50 werknemers in dienst.
15-06-2020
1
Afgewikkeld. Het personeel is ontslagen en de loongarantieregeling is in gang
gezet. Voor een toelichting wordt verwezen naar het eerste openbare verslag.
17-09-2020
2
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3. Activa
Beschrijving Verkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
Failliet zou geen eigenaar van onroerende
zaken zijn; de kantoorruimte werd
gehuurd.
Afgewikkeld. Er is geen sprake van onroerende zaken. 17-09-2020
2
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Verkoopopbrengst nog niet van toepassing.
Tot de boedel van Supremia behoort een bedrijfsinventaris. De kantoorruimte
voorziet in werkplekken voor circa 40 werknemers, waarbij iedere werkplek is
uitgerust met een desktop computer en/of een laptop. Bovendien voorziet de
kantoorruimte in een fotostudio uitgerust met een 3D-printer, waarmee
Supremia in-house kon zorgen voor een deel van de sampling voor klanten. Er
rust geen pandrecht op de bedrijfsinventaris.
De curator zal de bedrijfsinventaris in de navolgende verslagperiode te gelde
maken. De curator heeft daarvoor TBAuctions (voorheen: Troostwijk & BVA
Auctions) ingeschakeld.
15-06-2020
1
Voor een toelichting op de bedrijfsinventaris wordt verwezen naar het eerste
openbare verslag.
In de afgelopen verslagperiode heeft BVAuctions de veiling van de
bedrijfsinventaris ter hand genomen. De curator heeft een viertal laptops en
een tweetal telefoons onderhands verkocht aan de doorstartende partij,
waarmee een opbrengst van € 2.275 is gerealiseerd.
Voorts vernam de curator dat zich in de loods van de Belgische entiteit van
Supremia nog een heftruck, een inpakmachine en een tweetal lopende banden
bevonden, die toebehoren aan Supremia.
BVAuctions heeft die goederen in België opgehaald en zal de veiling daarvan in
de aankomende verslagperiode ter hand nemen.
17-09-2020
2
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
Voor wat betreft de vorderingen van de Belastingdienst kan artikel 21 lid 2 jo.
22 lid 3 IW 1990 met zich meebrengen dat het fiscaal voorrecht boven het
recht van pand gaat. Nu de bedrijfsmiddelen niet zijn verpand, doet deze
situatie zich niet voor. Voor alle vorderingen van de Belastingdienst geldt het
reguliere fiscale voorrecht van artikel 21 IW 1990.
15-06-2020
1
De curator heeft op verschillende locaties voorraden aangetroffen. Het gaat om
voorraden die in opdracht van Supremia zijn geproduceerd en zijn gekocht van
leveranciers. Supremia beschikte over een distributiecentrum waar de
ingekochte voorraad werd opgeslagen. Ingevoerde en verscheepte goederen
werden tijdelijk opgeslagen bij transporteur Santova Logistics B.V. (“Santova”).
Vandaar werden de goederen vervoerd naar een eigen distributiecentrum (het
“Distributiecentrum”) van de Supremia-groep in Willebroek (België).
Voorraden België
Het overgrote merendeel van de voorraad van Supremia staat opgeslagen in
het Distributiecentrum in Willebroek en is (zo lijkt het) vrij van pandrechten.
Het Distributiecentrum wordt thans beheerd door de Belgische doorstarter, die
in overleg met de Belgische curator alle voorraden heeft overgenomen en
(naar verluidt) zorgdraagt voor de rechten van derden. Die rechten van derden
bestaan onder meer uit (i) aanspraken van Supremia en/of andere vestigingen
van de Supremia-groep en (ii) aanspraken van leveranciers met
leveranciersrechten zoals eigendomsvoorbehouden en het recht van reclame.
De voorraad bestaat grotendeels uit klantspecifieke custom made
merchandise, die door de klant “op afroep” kon worden besteld via
klantspecifieke webshop-toepassingen in beheer bij Supremia. In dat kader
waren termijncontracten gesloten met klanten, die de rechten tot afroep van
de klant en voorwaarden voor inkoop van Supremia regelden. Van belang is
dat op klanten een afnameverplichting rust aan het einde van het contract,
zodat Supremia niet met een voorraad blijft zitten die door de klant niet tijdig
is afgeroepen en/of is betaald.
De voorraad heeft een boekwaarde van circa €750.000. Ongeveer de helft van
die voorraad is voorgefinancierd door Supremia en moet aldus nog worden
betaald door de klant (wanneer de voorraad wordt afgeroepen). De andere
helft is door de klanten van Supremia voorgefinancierd/betaald en kon
(voorafgaand aan het faillissement) aldus zonder betaling via de webshops
worden afgeroepen. De curator heeft vooralsnog vastgesteld dat het
eigendomsrecht van de door de klant voorgefinancierde voorraad op datum
faillissement niet over is gegaan van Supremia op de klant, omdat de levering
op datum faillissement niet heeft plaatsgevonden. De door de klant
voorgefinancierde voorraad valt aldus onder het faillissementsbeslag. De
curator zal proberen om praktische en redelijke oplossingen te bereiken met
de betreffende klanten.
In verband met de merkrechten die rusten op deze voorraad is de verkoop en
levering onderhevig aan toestemming van de klant. Bovendien bevatten veel
termijncontracten met klanten bepalingen op grond waarvan het de curator
niet vrijstaat om klantspecifieke informatie te delen met derden en/of te
beschikken over de goederen die in opdracht van de klant zijn geproduceerd.
15-06-2020
1
Voor een toelichting op de verkoop van de voorraden, wordt verwezen naar
hoofdstuk 6.
Voorraden Santova
Op datum faillissement bevonden zich voorts voorraden onder derden, onder
wie Santova, voornamelijk in het kader van het onderhanden werk. Santova
heeft zich reeds op een retentierecht beroepen ten aanzien van de goederen
die zij houdt. Santova is een in Nederland gevestigde transporteur die diverse
diensten op het gebied van transport en opslag verleende voor Supremia.
Kort na faillissement (op 14 mei 2020) werd de curator benaderd door een
klant van Supremia die de curator een termijn stelde ten aanzien van een
partij goederen die zich bij transporteur Santova bevond. De curator werd
verzocht om uiterlijk op 18 mei 2020 te leveren. De (klantspecifieke en met
logo’s bedrukte) voorraden waren nodig voor de productie van een speciale
actie van een grote Nederlandse loterij. De overeengekomen uitleverdata
waren bindend, omdat honderden uitgiftepunten in die specifieke uitleverweek
ruimte en mankracht hebben geregeld om de stroom aan consumenten van de
loterij te kunnen verwerken. Indien de leverdatum niet zou worden gehaald,
zou de klant voor een alternatief kiezen en zou de voorraad niet meer worden
afgenomen. Dat zou tot schade voor de boedel leiden omdat de
liquidatiewaarde van die voorraad naar verwachting nihil bedraagt. Voorts zou
Santova schade lijden omdat zij met een onverkoopbare partij goederen zou
blijven zitten. De curator diende aldus snel te schakelen.
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator op 18 mei 2020
een driepartijen overeenkomst gesloten met Santova en de klant, op grond
waarvan Santova een deel van haar facturen voldaan kreeg en de boedel een
koopprijs van €60.500 (incl. btw) ontving voor de goederen.
Er bevinden zich thans nog meer voorraden onder Santova. De curator zal
steeds trachten om – in overleg met de doorstarter die het onderhanden werk
in beoordeling heeft – een oplossing te vinden. Van belang daarbij is dat het in
alle gevallen om klantspecifieke goederen gaat, die (nog afgezien van de
merkenrechtelijke obstakels bij een verkoop) op een veiling weinig tot niets op
zullen brengen.
Voorraden buiten doorstart
Een aantal klanten heeft reeds aangegeven geen toestemming te verlenen
voor de overdracht van de voorraden aan de doorstartende partij (verwezen
wordt naar hoofdstuk 6). De curator treedt met die partijen in overleg over de
levering van die voorraden. Nu het de curator niet vrijstaat om de goederen
aan een derde partij te verkopen, ligt verkoop van die goederen aan de klant
voor de hand. Hoewel in een aantal van de overeenkomsten een
opzegmogelijkheid bij faillissement is geregeld, zal de curator de klanten waar
mogelijk en redelijk aan de afnameverplichting houden (een en ander in het
licht van het Megapool-arrest).
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator
overeenstemming bereikt met een grootbank over de onderhandse verkoop en
levering van de voorraden voor een bedrag van €29.971,12, waarop nog in
mindering komt de (nog te bepalen) transportkosten die de klant voor haar
rekening neemt.
Onderhanden werk
Supremia beschikte ten tijde van het faillissement over een diverse portefeuille
van onderhanden werk. Zo bestonden er verschillende overeenkomsten om
aan klanten partijen voorraad te leveren. De curator heeft een analyse
gemaakt van het onderhanden werk op projectniveau om tot het inzicht te
kunnen komen welke projecten zich lenen voor voortzetting of overdracht.
Vanwege de verschillende botsende aanspraken, achterstallige facturen en
logistieke uitdagingen bleek dat onhaalbaar. Voorts heeft een aantal klanten
opdrachten geannuleerd vanwege het faillissement en/of vanwege
vertragingen. Bovendien speelde het feit mee dat de meeste aangetroffen
voorraden nog niet waren ingeklaard. De in Azië geproduceerde voorraden
moeten namelijk worden ingevoerd alvorens deze kunnen worden verkocht
binnen de EU. Door het faillissement kon Supremia die inklaring niet meer
verzorgen. Een derde – bijvoorbeeld een doorstartende partij – zou daartoe
nog wel kunnen overgaan.
In het kader van de doorstart heeft de curator geïnteresseerde partijen de
gelegenheid geboden om het onderhanden werk te beoordelen om zo te
onderzoeken of het opportuun is lopende orders over de nemen middels
contractsovername.
Het staat de curator echter niet vrij om zonder toestemming van de klant
informatie met een doorstartende of overnemende partij te delen. De curator
heeft in dat kader aangeboden om de klanten te benaderen met een
aankondiging en aanbeveling van de doorstartende partij, alsmede met een
verzoek om toestemming de klantinformatie (waaronder raamovereenkomsten
en/of informatie over lopende orders) te delen.
Voor een beschrijving van de projecten die worden overgedragen en worden
voortgezet, wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
Schikkingsovereenkomst FMCG-klant
Op datum faillissement liepen er bij Supremia 23 orders voor een grote FMCG-
klant. Die klant meldde zich kort na de faillietverklaring bij de curator om een
oplossing te bespreken voor de orderportefeuille. De FMCG-klant gaf al aan
niet bereid c.q. geïnteresseerd te zijn om de resultaten van de doorstart af te
wachten, omdat zij een deel van de lopende orders graag zelf wilde
onderbrengen bij een door haar gekozen preferred supplier. De curator heeft
de betreffende orderportefeuille dan ook buiten de doorstart gehouden.
De FMCG-klant heeft aangegeven 14 orders te willen annuleren, waartoe zij op
grond van de raamovereenkomst ook gerechtigd lijkt te zijn. De overige 9
orders wenste zij onder te brengen bij een door haar gekozen preferred
supplier. De curator heeft aangegeven bereid te zijn om daaraan mee te
werken, onder de voorwaarde dat de FMCG-klant een vergoeding zou betalen
voor de navolgende posten:
1. De reeds door Supremia gemaakt kosten, zoals aanbetalingen aan
fabrieken en kosten van transport;
2. De marge die Supremia zou hebben gerealiseerd voor de opdrachten;
3. De werkzaamheden van de accountmanager(s) van Supremia, die
noodzakelijk zijn om de contractsovernames in goede banen te leiden;
4. De projectinformatie, die bestaat uit talloze testrapporten, compliance-
rapporten en andere informatie die behoren tot de know how van
Supremia en die een nieuwe leverancier nodig zal hebben.
Met toestemming van de rechter-commissaris is de curator overeengekomen
dat de FMCG-klant aan de boedel een bedrag van maximaal €80.000 (incl. btw)
voldoet, waarop in mindering komt eventuele kosten van derden die buiten de
begroting van de lopende orders vallen. Daarbij kan gedacht worden aan
eventuele vertragings- en/of opslagkosten die zijn ontstaan omdat Supremia al
enige tijd niet in staat was om leveranciers te voldoen. Die kosten neemt de
FMCG-klant voor haar rekening en worden in redelijkheid in mindering gebracht
op de vergoeding die de boedel toekomt.
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
De veilingopbrengst van de verschillende kavels met kantoorinventaris is als
volgt.
Veiling 49233 (bezorgkavels);
Som startbedrag: € 1.226,-
Aantal kavels: 131 waarvan op 123 geboden
Biedingen: 889
Biedconversie: 94%
Totaal netto geboden bedrag: € 9.656,- excl. BTW
Veiling 49458 (ophaalkavels);
Som startbedrag: € 655,-
Aantal kavels: 7 waarvan op 6 geboden
Biedingen: 63
Biedconversie: 86%
Totaal netto geboden bedrag: € 1.961,- excl. BTW
De curator vernam van BVAuctions dat de veiling van de data dragende
goederen nog niet is afgerond. Naar verwachting vindt die veiling in de
aankomende verslagperiode plaats.
17-09-2020
2
In de afgelopen verslagperiode zijn alle veilingen afgerond, waarna BVAuctions
de curator heeft voorzien van een eindafrekening.
BVAuctions heeft in totaal 17 veilingen georganiseerd, waarmee een totale
opbrengst van EUR 60.963,44 (excl. btw) is gerealiseerd.
05-01-2021
3
In de afgelopen verslagperiode heeft BVAuctions een drietal (rest)betalingen
gedaan, van in totaal € 4.654,91. Daarmee komt het uiteindelijk gerealiseerde
bedrag van de executieveilingen neer op 65.618,35 (excl. btw).
22-07-2021
5
De curator heeft op verschillende locaties voorraden aangetroffen. Het gaat om
voorraden die in opdracht van Supremia zijn geproduceerd en zijn gekocht van
leveranciers. Supremia beschikte over een distributiecentrum waar de
ingekochte voorraad werd opgeslagen. Ingevoerde en verscheepte goederen
werden tijdelijk opgeslagen bij transporteur Santova Logistics B.V. (“Santova”).
Vandaar werden de goederen vervoerd naar een eigen distributiecentrum (het
“Distributiecentrum”) van de Supremia-groep in Willebroek (België).
Voorraden België
Het overgrote merendeel van de voorraad van Supremia staat opgeslagen in
het Distributiecentrum in Willebroek en is (zo lijkt het) vrij van pandrechten.
Het Distributiecentrum wordt thans beheerd door de Belgische doorstarter, die
in overleg met de Belgische curator alle voorraden heeft overgenomen en
(naar verluidt) zorgdraagt voor de rechten van derden. Die rechten van derden
bestaan onder meer uit (i) aanspraken van Supremia en/of andere vestigingen
van de Supremia-groep en (ii) aanspraken van leveranciers met
leveranciersrechten zoals eigendomsvoorbehouden en het recht van reclame.
De voorraad bestaat grotendeels uit klantspecifieke custom made
merchandise, die door de klant “op afroep” kon worden besteld via
klantspecifieke webshop-toepassingen in beheer bij Supremia. In dat kader
waren termijncontracten gesloten met klanten, die de rechten tot afroep van
de klant en voorwaarden voor inkoop van Supremia regelden. Van belang is
dat op klanten een afnameverplichting rust aan het einde van het contract,
zodat Supremia niet met een voorraad blijft zitten die door de klant niet tijdig
is afgeroepen en/of is betaald.
15-06-2020
1
De voorraad heeft een boekwaarde van circa €750.000. Ongeveer de helft van
die voorraad is voorgefinancierd door Supremia en moet aldus nog worden
betaald door de klant (wanneer de voorraad wordt afgeroepen). De andere
helft is door de klanten van Supremia voorgefinancierd/betaald en kon
(voorafgaand aan het faillissement) aldus zonder betaling via de webshops
worden afgeroepen. De curator heeft vooralsnog vastgesteld dat het
eigendomsrecht van de door de klant voorgefinancierde voorraad op datum
faillissement niet over is gegaan van Supremia op de klant, omdat de levering
op datum faillissement niet heeft plaatsgevonden. De door de klant
voorgefinancierde voorraad valt aldus onder het faillissementsbeslag. De
curator zal proberen om praktische en redelijke oplossingen te bereiken met
de betreffende klanten.
In verband met de merkrechten die rusten op deze voorraad is de verkoop en
levering onderhevig aan toestemming van de klant. Bovendien bevatten veel
termijncontracten met klanten bepalingen op grond waarvan het de curator
niet vrijstaat om klantspecifieke informatie te delen met derden en/of te
beschikken over de goederen die in opdracht van de klant zijn geproduceerd.
Voor een toelichting op de verkoop van de voorraden, wordt verwezen naar
hoofdstuk 6.
Voorraden Santova
Op datum faillissement bevonden zich voorts voorraden onder derden, onder
wie Santova, voornamelijk in het kader van het onderhanden werk. Santova
heeft zich reeds op een retentierecht beroepen ten aanzien van de goederen
die zij houdt. Santova is een in Nederland gevestigde transporteur die diverse
diensten op het gebied van transport en opslag verleende voor Supremia.
Kort na faillissement (op 14 mei 2020) werd de curator benaderd door een
klant van Supremia die de curator een termijn stelde ten aanzien van een
partij goederen die zich bij transporteur Santova bevond. De curator werd
verzocht om uiterlijk op 18 mei 2020 te leveren. De (klantspecifieke en met
logo’s bedrukte) voorraden waren nodig voor de productie van een speciale
actie van een grote Nederlandse loterij. De overeengekomen uitleverdata
waren bindend, omdat honderden uitgiftepunten in die specifieke uitleverweek
ruimte en mankracht hebben geregeld om de stroom aan consumenten van de
loterij te kunnen verwerken. Indien de leverdatum niet zou worden gehaald,
zou de klant voor een alternatief kiezen en zou de voorraad niet meer worden
afgenomen. Dat zou tot schade voor de boedel leiden omdat de
liquidatiewaarde van die voorraad naar verwachting nihil bedraagt. Voorts zou
Santova schade lijden omdat zij met een onverkoopbare partij goederen zou
blijven zitten. De curator diende aldus snel te schakelen.
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator op 18 mei 2020
een driepartijen overeenkomst gesloten met Santova en de klant, op grond
waarvan Santova een deel van haar facturen voldaan kreeg en de boedel een
koopprijs van €60.500 (incl. btw) ontving voor de goederen.
Er bevinden zich thans nog meer voorraden onder Santova. De curator zal
steeds trachten om – in overleg met de doorstarter die het onderhanden werk
in beoordeling heeft – een oplossing te vinden. Van belang daarbij is dat het in
alle gevallen om klantspecifieke goederen gaat, die (nog afgezien van de
merkenrechtelijke obstakels bij een verkoop) op een veiling weinig tot niets op
zullen brengen.
Voorraden buiten doorstart
Een aantal klanten heeft reeds aangegeven geen toestemming te verlenen
voor de overdracht van de voorraden aan de doorstartende partij (verwezen
wordt naar hoofdstuk 6). De curator treedt met die partijen in overleg over de
levering van die voorraden. Nu het de curator niet vrijstaat om de goederen
aan een derde partij te verkopen, ligt verkoop van die goederen aan de klant
voor de hand. Hoewel in een aantal van de overeenkomsten een
opzegmogelijkheid bij faillissement is geregeld, zal de curator de klanten waar
mogelijk en redelijk aan de afnameverplichting houden (een en ander in het
licht van het Megapool-arrest).
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator
overeenstemming bereikt met een grootbank over de onderhandse verkoop en
levering van de voorraden voor een bedrag van €29.971,12, waarop nog in
mindering komt de (nog te bepalen) transportkosten die de klant voor haar
rekening neemt.
Onderhanden werk
Supremia beschikte ten tijde van het faillissement over een diverse portefeuille
van onderhanden werk. Zo bestonden er verschillende overeenkomsten om
aan klanten partijen voorraad te leveren. De curator heeft een analyse
gemaakt van het onderhanden werk op projectniveau om tot het inzicht te
kunnen komen welke projecten zich lenen voor voortzetting of overdracht.
Vanwege de verschillende botsende aanspraken, achterstallige facturen en
logistieke uitdagingen bleek dat onhaalbaar. Voorts heeft een aantal klanten
opdrachten geannuleerd vanwege het faillissement en/of vanwege
vertragingen. Bovendien speelde het feit mee dat de meeste aangetroffen
voorraden nog niet waren ingeklaard. De in Azië geproduceerde voorraden
moeten namelijk worden ingevoerd alvorens deze kunnen worden verkocht
binnen de EU. Door het faillissement kon Supremia die inklaring niet meer
verzorgen. Een derde – bijvoorbeeld een doorstartende partij – zou daartoe
nog wel kunnen overgaan.
In het kader van de doorstart heeft de curator geïnteresseerde partijen de
gelegenheid geboden om het onderhanden werk te beoordelen om zo te
onderzoeken of het opportuun is lopende orders over de nemen middels
contractsovername.
Het staat de curator echter niet vrij om zonder toestemming van de klant
informatie met een doorstartende of overnemende partij te delen. De curator
heeft in dat kader aangeboden om de klanten te benaderen met een
aankondiging en aanbeveling van de doorstartende partij, alsmede met een
verzoek om toestemming de klantinformatie (waaronder raamovereenkomsten
en/of informatie over lopende orders) te delen.
Voor een beschrijving van de projecten die worden overgedragen en worden
voortgezet, wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
Schikkingsovereenkomst FMCG-klant
Op datum faillissement liepen er bij Supremia 23 orders voor een grote FMCG-
klant. Die klant meldde zich kort na de faillietverklaring bij de curator om een
oplossing te bespreken voor de orderportefeuille. De FMCG-klant gaf al aan
niet bereid c.q. geïnteresseerd te zijn om de resultaten van de doorstart af te
wachten, omdat zij een deel van de lopende orders graag zelf wilde
onderbrengen bij een door haar gekozen preferred supplier. De curator heeft
de betreffende orderportefeuille dan ook buiten de doorstart gehouden.
De FMCG-klant heeft aangegeven 14 orders te willen annuleren, waartoe zij op
grond van de raamovereenkomst ook gerechtigd lijkt te zijn. De overige 9
orders wenste zij onder te brengen bij een door haar gekozen preferred
supplier. De curator heeft aangegeven bereid te zijn om daaraan mee te
werken, onder de voorwaarde dat de FMCG-klant een vergoeding zou betalen
voor de navolgende posten:
1. De reeds door Supremia gemaakt kosten, zoals aanbetalingen aan
fabrieken en kosten van transport;
2. De marge die Supremia zou hebben gerealiseerd voor de opdrachten;
3. De werkzaamheden van de accountmanager(s) van Supremia, die
noodzakelijk zijn om de contractsovernames in goede banen te leiden;
4. De projectinformatie, die bestaat uit talloze testrapporten, compliance-
rapporten en andere informatie die behoren tot de know how van
Supremia en die een nieuwe leverancier nodig zal hebben.
Met toestemming van de rechter-commissaris is de curator overeengekomen
dat de FMCG-klant aan de boedel een bedrag van maximaal €80.000 (incl. btw)
voldoet, waarop in mindering komt eventuele kosten van derden die buiten de
begroting van de lopende orders vallen. Daarbij kan gedacht worden aan
eventuele vertragings- en/of opslagkosten die zijn ontstaan omdat Supremia al
enige tijd niet in staat was om leveranciers te voldoen. Die kosten neemt de
FMCG-klant voor haar rekening en worden in redelijkheid in mindering gebracht
op de vergoeding die de boedel toekomt.
De curator heeft op verschillende locaties voorraden aangetroffen. Die
goederen bevonden zich bij Santova Logistics B.V. (“Santova”) en in het eigen
distributiecentrum (het “Distributiecentrum”) van de Supremia-groep in
Willebroek (België). Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar het
eerste openbare verslag.
De curator van de Belgische entiteit van Supremia heeft het beheer van het
Distributiecentrum kort na faillissement overgedragen aan de Belgische
doorstarter. Medio juli sommeerde de Belgische doorstarter de curator om de
goederen van de Nederlandse entiteit van Supremia te verwijderen uit het
Distributiecentrum, omdat de ruimte aan een andere partij was verhuurd. De
curator is toen in overleg met de rechter-commissaris met de Nederlandse
doorstarter overeengekomen dat de voorraden tijdelijk worden opgeslagen in
haar distributiecentrum.
Om de belangen van de boedel en van de klanten van Supremia te
waarborgen, is een overeenkomst van bewaarneming gesloten met de
Nederlandse doorstarter.
Voorraden in het kader van de doorstart
Onder het voorbehoud van toestemming van de betreffende klanten, heeft de
curator de voorraden overgedragen aan de doorstarter. De koopprijs van die
goederen maakt onderdeel uit van de totale koopsom van de doorstart.
Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
Voorraden buiten doorstart
Een aantal klanten heeft reeds aangegeven geen toestemming te verlenen
voor de overdracht van de voorraden aan de doorstartende partij (verwezen
wordt naar hoofdstuk 6 en naar het eerste openbare verslag). Omdat het de
curator niet vrijstaat om de custom made goederen aan derden te verkopen, is
de curator in onderhandeling getreden met de betreffende klanten over de
verkoop van de voorraden.
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator
overeenstemming bereikt met een aantal klanten over de onderhandse
verkoop en levering van de voorraden. Daarmee is tot op heden een
opbrengst van € 161.608 (excl. btw) gerealiseerd.
De curator is voorts nog met een aantal klanten in overleg over de verkoop
van de voorraden. De curator verwacht de resterende voorraad in de
aankomende verslagperiode te hebben verkocht.
Onderhanden werk
17-09-2020
2
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
Voor een beschrijving van de projecten die worden overgedragen en worden
voortgezet, wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
Schikkingsovereenkomst FMCG-klant
Voor een toelichting op de schikkingsovereenkomst met een FMCG-klant,
waarmee een opbrengst van € 77.056,40 is gerealiseerd, wordt verwezen
naar het eerste openbare verslag.
Voorraden buiten doorstart:
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator met een drietal partijen
overeenstemming bereikt over de verkoop van voorraden, waarmee een
boedelactief van € 39.500 (excl. btw) is gerealiseerd.
Schikkingsovereenkomst FMCG-klant:
Het restantbedrag van € 16.056,40 dat in het kader van de bovengenoemde
schikkingsovereenkomst nog moest worden betaald, is in de afgelopen
verslagperiode voldaan op de faillissementsrekening.
05-01-2021
3
Voorraden in het kader van de doorstart
In de afgelopen verslagperiode heeft een voormalig opdrachtgever van
Supremia zich (alsnog) beroepen op een eigendomsrecht, ten aanzien van een
deel van de goederen die zich in het magazijn van Supremia bevond. De
curator heeft deze voorraden in het kader van de doorstart aan Compacon
overgedragen voor € 7.500 (excl. btw). Met toestemming van de rechter-
commissaris heeft de curator een schikkingsovereenkomst gesloten met de
voormalig opdrachtgever van Supremia, uit hoofde waarvan de boedel een
bedrag van € 3.750 (excl. btw) restitueert aan Compacon.
22-07-2021
5
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Niet van toepassing. Verwezen wordt naar het
eerste openbare verslag.
€ 670.471,12
Supremia beschikte over verschillende intellectuele eigendomsrechten, die als
volgt worden toegelicht.
Handelsnamen
Supremia voerde de handelsnamen Supremia, Jos! Premiums & Gifts, Josgifts,
YES GIFTS NL, Gemaco, Gemaco Sport, Gemaco Sales Promotion, Supremia
Sales Promotion.
Domeinnamen en merkenrechten
De curator heeft vernomen dat de website(s) en domeinnamen toebehoren
aan de Belgische vennootschap(pen) van Supremia en daardoor niet onder het
Nederlandse faillissementsbeslag vallen. Datzelfde geldt voor de
merkenrechten. Het merk “Supremia Brands Made Real” is – in Europa – het
enige geregistreerde merk dat op naam van een van de faillieten staat:
SUPREMIA BRANDS MADE REAL
15-06-2020
1
De houder is de Belgische vennootschap hetgeen betekent dat enkel de
Belgische curator over dit merk kan beschikken. Het gaat om een Europees
merkrecht hetgeen verder inhoudt dat het de curator niet vrijstaat om de
Nederlandse handelsnaam “Supremia” aan een derde over te dragen (als dit,
gelet op de beperkte mogelijkheid om handelsnamen over te dragen, al
mogelijk zou zijn).
Software rechten en/of licenties
Er zijn verschillende webshop-extensies en ICT-licenties ontwikkeld en actief
voor klanten van Supremia. Supremia heeft de (ontwikkel)kosten in dat kader
grotendeels voldaan. De Belgische curator en de Belgische doorstarter hebben
zich echter op het standpunt gesteld dat die rechten niet onder Nederlandse
faillissementsbeslag zouden vallen. De Belgische doorstarter stelt te kunnen
beschikken over die rechten en vraagt in dat kader ook stevige vergoedingen.
De curator zal dat standpunt verifiëren en zo nodig aanspraak maken op de
opbrengsten van de verkoop van die rechten aan de Belgische doorstarter.
Klantenbestand
Een onderdeel van de goodwill is het klantenbestand van Supremia. Supremia
heeft gedurende de afgelopen jaren een goede reputatie en een breed
klantenbestand opgebouwd, met circa 46 verkooprelaties met NAW-gegevens.
In verband met diverse contractuele geheimhoudingsbepalingen en de
privacywetgeving (‘AVG’) is de verkoop c.q. het ter beschikking stellen van dit
activaonderdeel onderhevig aan voorafgaande toestemming van de klant.
De curator zal deze activa te gelde maken door de activa voor zover mogelijk
te betrekken in het doorstartproces.
Verkoopopbrengst
Tot op heden:
• € 500.000 in het kader van de doorstart. Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
• € 50.000 (excl. btw) in het kader van de verkoop van de goederen onder
Santova
• € 61.000 (incl. btw) uit hoofde van schikking met FMCG-klant
• (nog te ontvangen) € 16.056,40 (incl. btw) uit hoofde van schikking met
FMCG-klant
• € 29.971,12 (excl. btw)
• € 23.759,48 (excl. btw)
• € 39.877,40 (excl. btw)
• (nog te ontvangen) € 15.000 (excl
Boedelbijdrage:
Niet van toepassing. Er is geen sprake van pandrechten.
17-09-2020
2
Verkoopopbrengst
Tot op heden:
• € 500.000 in het kader van de doorstart. Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
• € 50.000 (excl. btw) in het kader van de verkoop van de goederen onder
Santova
• € 77.056,40 (incl. btw) uit hoofde van schikking met FMCG-klant
• € 29.971,12 (excl. btw)
• € 23.759,48 (excl. btw)
• € 39.877,40 (excl. btw)
• € 12.000,= (excl. btw)
• € 20.000,= (excl. btw)
• € 7.500,= (excl. btw)
05-01-2021
3
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Voor een toelichting op de verschillende intellectuele eigendomsrechten van
Supremia, wordt verwezen naar het eerste openbare verslag.
De curator heeft activa betrokken in het doorstartproces, verwezen wordt naar
hoofdstuk 6.
17-09-2020
2
4. Debiteuren
Beschrijving OmvangOpbrengstBoedelbijdr.
Nog niet van toepassing.
Supremia heeft met KBC Commercial Finance een factoringsovereenkomst
gesloten, op grond waarvan het debiteurenbestand tegen een vergoeding
werd voorgefinancierd. De voorgefinancierde vorderingen werden vervolgens
gecedeerd aan KBC Commercial Finance. Tussen Supremia en KBC Commercial
Finance gold de afspraak dat Supremia ondanks de cessie zelf tot incasso
overging, mogelijk om geen verwarring bij klanten te veroorzaken. De
factorovereenkomst is inmiddels door KBC Commercial Finance beëindigd.
Van het bestuur vernam de curator dat op datum faillissement sprake was van
een debiteurenportefeuille van circa €3.800.000 waarvan (naar verluidt) circa
€3.000.000 al was voorgeschoten en dus gecedeerd aan de bank.
Op de vorderingen van Supremia die op datum faillissement nog niet waren
gecedeerd, heeft KBC Bank een pandrecht. Dat zou aldus om een
debiteurenportefeuille van circa €800.000 gaan. KBC Bank heeft de curator
verzocht om over te gaan tot invordering van die vorderingen, tegen
vergoeding van een nader overeen te komen boedelbijdrage.
De curator zal in de aankomende verslagperiode gezamenlijk met KBC
Commercial Finance vaststellen welke vorderingen van Supremia B.V. door
middel van cessie zijn overgedragen aan KBC Commercial Finance, zodat
vervolgens kan worden vastgesteld welke vorderingen (bezwaard met een
pandrecht van KBC Bank) in de faillissementsboedel vallen. De curator wenst te
voorkomen dat debiteuren zowel door KBC Commercial Finance als door de
curator worden aangeschreven.
Na de bovengenoemde vaststelling van de rechten van de boedel en van KBC
Commercial Finance, zal de curator overgaan tot invordering van de
debiteurenvorderingen.
15-06-2020
1
Voor een toelichting op de debiteurenportefeuille wordt verwezen naar het
eerste openbare verslag.
17-09-2020
2
In de afgelopen verslagperiode is de curator samen met KBC Commercial
Finance overgegaan tot invordering van de debiteurenvorderingen. De curator
ontvangt een vergoeding voor de verrichtte werkzaamheden in de vorm van
een boedelbijdrage.
Alle debiteuren van Supremia zijn in overleg met KBC Commercial Finance N.V.
en KBC Bank N.V. diverse malen aangeschreven. Tot op heden zijn er geen
betalingen ontvangen.
22-04-2021
4
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator een drietal
debiteurenbetalingen ontvangen van in totaal € 3.651,13. Deze vorderingen
vallen onder het pandrecht van KBC Bank N.V.
Voorts heeft de curator een betaling van € 34.434,29 ontvangen uit hoofde
van een borgsom, die Supremia voorafgaand aan het faillissement heeft
voldaan aan Bol.com. Ook deze vordering valt onder het pandrecht van KBC
Bank N.V.
22-07-2021
5
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator zich samen met KBC
Commercial Finance bezig gehouden met de invordering van enkele (aan KBC
gecedeerde) debiteurenvorderingen.
04-03-2022
7
In de afgelopen verslagperiode hebben de curator en KBC Commercial Finance
gezamenlijk een aantal vorderingen op één debiteur geïncasseerd. Er resteert
nog een aantal (aan KBC gecedeerde) vorderingen op de laatste debiteur. In
de komende verslagperiode zullen de curator en KBC zich verder richten op de
invordering van deze laatste vorderingen.
13-06-2022
8
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator namens KBC meermaals
geprobeerd de laatste vorderingen op een debiteur te incasseren. De debiteur
reageert echter op vrijwel geen berichten, hetgeen de gang van zaken
bemoeilijkt.
23-11-2023
11
De curator is er in de afgelopen verslagperiode niet in geslaagd de laatste
vorderingen te incasseren, voornamelijk omdat de debiteur niet op de
verstuurde e-mails reageert. De curator is in overleg met KBC over het vervolg.
22-02-2024
12
De curator wacht daarnaast nog steeds op de belastingteruggaaf van de
Italiaanse Belastingdienst, over de jaren 2017 en 2019. De teruggaaf is eind
2020 ingediend en bedraagt circa € 60.000. Hoewel de curator van de
Italiaanse Belastingdienst had vernomen dat de teruggaaf uiterlijk eind 2024
zou worden uitbetaald, heeft betaling nog niet plaatsgevonden. De curator kan
het faillissement daarom niet afwikkelen.
10-01-2025
14
De curator is nog steeds in afwachting op de belastingteruggaaf van de
Italiaanse Belastingdienst. Hierover is de curator doorlopend in contact met de
Italiaanse advocaat die hierbij betrokken is.
08-07-2025
15
In totaal is er een bedrag van € 70.32,28 aan openstaande vorderingen
geïnd. Onderdeel hiervan is onder andere de btw teruggave door de
Italiaanse Belastingdienst die de afgelopen verslagperiode is betaald. De
geïnde vorderingen vallen onder het pandrecht van KBC. Inmiddels is het
geïnde bedrag aan KBC afgedragen.
In de afgelopen verslagperiode is een teruggaaf van de Italiaanse
Belastingdienst ontvangen over het jaar 2017 ad € 32.227,30. Het verzoek
tot een teruggaaf over het jaar 2019 is door de Italiaanse Belastingdienst
07-10-2025
16
4.2 Werkzaamheden debiteuren
5.1 Vordering van bank(en)
afgewezen.
Dit onderdeel is hiermee afgewikkeld.
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator samen met KBC Commercial
Finance enkele vorderingen op de laatste debiteur geïncasseerd. De curator is
nog met deze debiteur in discussie over een resterend aantal openstaande
vorderingen.
13-09-2022
9
De curator heeft de laatste debiteur meermaals verzocht de openstaande
vorderingen van KBC Commercial Finance te voldoen. De curator is nog in
afwachting van een reactie op de laatste sommatiebrief.
16-02-2023
10
In de afgelopen verslagperiode is (o.a.) tijd besteed aan:
Overleg Italiaanse Belastingdienst;
Overleg KBC en afrekening.
07-10-2025
16
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
KBC Bank
Supremia is partij bij een op 7 maart 2017 gesloten Senior Facilities Agreement
met KBC Bank op grond waarvan aan Supremia en diverse andere
vennootschappen een krediet van €26.000.000 beschikbaar is gesteld. Op 7
juni 2017 is door KBC Bank een aanvullend krediet van €200.000 verstrekt.
KBC Bank heeft een vordering ingediend ter verificatie van €20.161.884,82 en
heeft zich tot zekerheid van terugbetaling van dat bedrag beroepen op een
pandrecht op vorderingen van Supremia.
KBC Commercial Finance
Supremia heeft met KBC Commercial Finance een factorovereenkomst gesloten,
uit hoofde waarvan KBC Commercial Finance een vordering heeft ingediend ter
verificatie van €1.067.249,14.
ABN AMRO Bank N.V.
Supremia bankierde tevens bij ABN AMRO Bank N.V. (“ABN AMRO”). Op datum
faillissement was sprake van een creditsaldo van EUR 156.379,14. De curator
heeft aanspraak gemaakt op dat bedrag. Voor zover de curator bekend heeft
ABN AMRO geen vordering op Supremia, waardoor van verrekening geen
sprake lijkt te zijn. Bovendien lijkt het creditsaldo niet onder het pandrecht van
KBC Bank te vallen.
ABN AMRO heeft het bedrag inmiddels voldaan op de faillissementsrekening.
15-06-2020
1
€ 4.439,32
17-09-2020
2
5.2 Leasecontracten
Toelichting vordering van bank(en)
Voor een toelichting op het kredietdossier en de juridische verhoudingen
tussen Supremia en KBC Bank, KBC Commercial Finance, en ABN AMRO Bank
N.V., wordt verwezen naar het eerste openbare verslag.
Op een dekkingsrekening van Supremia bij ABN AMRO stond een creditsaldo
van
€ 4.439,32, welk creditsaldo door ABN AMRO was aangemerkt als dekking voor
een waarborg. Omdat ABN AMRO geen informatie kon geven over die
waarborg, heeft de curator de bank gesommeerd om het creditsaldo op de
dekkingsrekening vrij te geven.
voldaan op de faillissementsrekening.
Toelichting vordering van bank(en)
Afgewikkeld. Verwezen wordt naar de voorgaande openbare verslagen.
22-07-2021
5
Met diverse partijen waren operationele en financiële leaseovereenkomsten
gesloten. Er zijn niet onmiddellijk goederen uitgeleverd omdat er tijd nodig is
voor de evaluatie van de aanspraken.
Kopieermachines
BNP Paribas Leasing Solutions N.V. (“BNP Paribas”) heeft zich op een
eigendomsrecht beroepen van een tweetal kopieermachines. Uit hoofde van
de betreffende leaseovereenkomst heeft BNP Paribas een vordering ter
verificatie ingediend van €25.076,91 (incl. btw).
Frankeermachine
Frama Nederland B.V. (“Frama”) heeft zich op een eigendomsvoorbehoud
beroepen van een frankeermachine. Uit hoofde van de betreffende
leaseovereenkomst heeft Frama een vordering ter verificatie ingediend van
€374,33 (incl. btw).
Alphabet Nederland B.V.
Supremia leasede zeven voertuigen van Alphabet Nederland B.V. (“Alphabet”)
op grond van operationele lease. De curator erkent voorshands de aanspraak
van de leasemaatschappijen. De curator verwacht dat de voertuigen op korte
termijn worden ingeleverd bij Alphabet.
Hiltermann Leases B.V.
Supremia leasede drie voertuigen van Hiltermann Lease B.V. (“Hiltermann”),
waarvan één op grond van operationele lease en twee op grond van financiële
lease. De curator erkent voorshands de aanspraak van de
leasemaatschappijen. Naar verluidt zijn de voertuigen inmiddels ingeleverd bij
Hiltermann.
De financiële leaseovereenkomsten vertegenwoordigen mogelijk een waarde:
Leaseprijs 57.045,20
Inlossingen -44.806,72
Achterstand 1.734,84
Inlossaldo 13.973,32
15-06-2020
1
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
Leaseprijs 54.389,00
Inlossingen -40.994,11
Achterstand 1.654,10
Inlossaldo 15.048,99
Met Hiltermann is afgesproken dat de voertuigen onderhands dan wel
openbaar worden verkocht, waarbij een eventueel surplus toekomt aan de
boedel van Supremia.
Met diverse partijen waren operationele en financiële leaseovereenkomsten
gesloten. Voor een toelichting op deze overeenkomsten wordt verwezen naar
het eerste openbare verslag.
De kopieermachines van BNP Paribas Leasing Solutions N.V., de
frankeermachine van Frama Nederland B.V. en de leasevoertuigen van
Alphabet Nederland B.V. en Hiltermann Lease B.V. (“Hiltermann”) zijn in de
afgelopen verslagperiode geretourneerd.
Uit hoofde van het operationele leasecontract heeft Hiltermann een
eindvordering ingediend van
€ 12.130,776. Uit hoofde van het financiële leasecontract heeft de boedel recht
op betaling van het surplus van € 1.700,38, welk bedrag inmiddels op de
faillissementsrekening is ontvangen.
17-09-2020
2
Afgewikkeld. Verwezen wordt naar de voorgaande openbare verslagen. 22-07-2021
5
KBC Commercial Finance heeft zich beroepen op een cessie van (een deel van)
de debiteurenvorderingen van Supremia. KBC Bank heeft een beroep gedaan
op haar pandrecht op (de resterende) vorderingen van Supremia. Overige
activa lijken vooralsnog niet verpand.
De curator heeft de rechtsgeldigheid van de pandrechten in onderzoek en zal
met KBC Bank indien opportuun een uitwinningsarrangement overeenkomen
op grond waarvan de curator de vorderingen ten behoeve van KBC Bank zal
invorderen tegen vergoeding van een boedelbijdrage.
15-06-2020
1
Voor een beschrijving van de zekerheden wordt verwezen naar het eerste
openbare verslag.
17-09-2020
2
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
Santova maakt als separatist aanspraak op de opbrengst van de voorraden
die zij thans voor Supremia houdt. Daarnaast maakt KBC Bank aanspraak op
de incasso-opbrengst van de vorderingen op derden.
De curator heeft de rechtsgeldigheid van de pandrechten en het beroep op het
retentierecht in onderzoek.
15-06-2020
1
Voor een beschrijving van de separatistenpositie wordt verwezen naar het
eerste openbare verslag.
17-09-2020
2
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de geïnde debiteuren
afgedragen aan KBC. Daarmee is de positie van KBC als pandhouder
afgewikkeld.
07-10-2025
16
Vooralsnog hebben 15 partijen bij de curator een beroep gedaan op
eigendomsvoorbehoud dan wel het recht van reclame ter zake goederen die
aan Supremia zijn geleverd. De curator verwacht dat dat aantal nog zal
oplopen.
De verschillende aanspraken worden momenteel geïnventariseerd en in veel
gevallen vindt overleg plaats.
15-06-2020
1
Vooralsnog hebben 15 partijen bij de curator een beroep gedaan op
eigendomsvoorbehoud dan wel het recht van reclame ter zake goederen die
aan Supremia zijn geleverd.
De curator heeft deze aanspraken in onderzoek.
17-09-2020
2
Op datum faillissement bevond zich een partij met balpennen met een waarde
van € 5.190,37 (incl. btw), bestemd voor een klant van Supremia. De
leverancier van die balpennen beriep zich op een in de algemene voorwaarden
opgenomen eigendomsvoorbehoud. De curator en de leverancier hebben
uitvoerig gediscussieerd over de geldigheid van de algemene voorwaarden,
omdat de algemene voorwaarden mogelijk niet op een juiste wijze ter hand
zijn gesteld. De leverancier verwees naar haar website en de langdurige
handelsrelatie tussen partijen. Hangende de discussie heeft de curator de
balpennen aan de klant van Supremia verkocht.
Ter voorkoming van een procedure en nadere kosten voor de boedel, heeft de
curator – met toestemming van de rechter-commissaris - een schikking bereikt
met de leverancier, op grond waarvan de boedel 40% van de factuurwaarde
aan de leverancier voldoet.
Die schikking is inmiddels afgewikkeld.
05-01-2021
3
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
Per faillissementsdatum bevonden zich nog verschillende leveranties voorraad
bij Santova, maar naar verluidt ook bij andere partijen die logistieke diensten
verleenden aan Supremia, zoals transport- of opslagdiensten. De verwachting
is dat die partijen zich nog zullen beroepen op een retentierecht.
Ook de Belgische doorstarter, die het Distributiecentrum thans in beheer heeft,
beroept zich op een retentierecht ter zake de kosten van opslag en verwerking
die zij ten behoeve van Supremia heeft gemaakt.
De curator heeft de aanspraken in onderzoek.
15-06-2020
1
Aanvankelijk heeft Santova Logistics B.V. (“Santova”) zich op een retentierecht
beroepen. De curator heeft echter ten aanzien van de voorraden die Santova
onder zich had op datum faillissement, diverse regelingen getroffen op grond
waarvan de opdrachtgever van Supremia de kosten van Santova zou dragen,
waarna Santova de goederen heeft vrijgegeven. Van een retentierecht is
thans geen sprake meer.
Ook de Belgische doorstarter, die het Distributiecentrum thans in beheer heeft,
beriep zich op een retentierecht ter zake de kosten van opslag en verwerking
die zij ten behoeve van Supremia heeft gemaakt. Met toestemming van de
rechter-commissaris heeft de curator een regeling getroffen met de Belgische
doorstarter, waarna zij de goederen heeft afgegeven.
Daarmee is dit onderdeel afgewikkeld.
17-09-2020
2
Vooralsnog hebben 15 partijen hebben bij de curator een beroep gedaan op
eigendomsvoorbehoud dan wel het recht van reclame ter zake goederen die
aan Supremia zijn geleverd. De curator verwacht dat dat aantal nog zal
oplopen.
De verschillende aanspraken worden momenteel geïnventariseerd en in veel
gevallen vindt overleg plaats.
15-06-2020
1
Vooralsnog hebben 15 partijen bij de curator een beroep gedaan op
eigendomsvoorbehoud dan wel het recht van reclame ter zake goederen die
aan Supremia zijn geleverd.
De curator heeft deze aanspraken in onderzoek.
17-09-2020
2
De posities van deze crediteuren zijn in een eerder stadium afgewikkeld. 07-10-2025
16
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
Toelichting
Nog niet van toepassing.
15-06-2020
1
Toelichting
Nog niet van toepassing.
17-09-2020
2
Toelichting
KBC Commercial Finance en KBC Bank hebben beiden een boedelbijdrage
betaald.
07-10-2025
16
In de afgelopen verslagperiode is (o.a.) tijd besteed aan:
Afwikkeling positie KBC.
07-10-2025
16
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Op 20 april 2020 werden de Belgische entiteiten failliet verklaard door de
Ondernemingsrechtbank in Mechelen. Vanaf dat moment had Supremia geen
toegang meer tot het groepskrediet, waardoor leveranciers niet meer konden
worden voldaan. Naar verluidt werden leveranciers van de Nederlandse
vennootschap al geruime tijd vóór 20 april 2020 niet meer (vanuit België)
voldaan.
Toen Supremia op 14 mei 2020 failliet werd verklaard, was er daarom al enige
tijd onrust. Niet alleen bij klanten en leveranciers, maar ook bij het personeel.
In de eerste dagen heeft de curator getracht duidelijkheid te creëren, escalatie
te voorkomen bij klanten en leverancier en om tot overzicht te komen. Zo werd
het onderhanden werk in kaart gebracht en werden de meeste spoedeisende
kwesties opgepakt.
De curator heeft zorgvuldig onderzocht of voortzetting verantwoord en
renderend was. Dat bleek niet zo te zijn, aangezien veel lopende opdrachten
nog deels moesten worden geproduceerd in Azië, nog moest worden getest op
kwaliteit en compliance, en vervolgens nog via lucht- of zeevracht naar de klant
moest worden getransporteerd. Omdat Supremia geen toegang meer had tot
het groepskrediet, konden leveranciers en transporteurs niet (meer) worden
voldaan. Daarbij is van belang dat de meeste klanten betaaltermijnen hadden
van drie maanden. Supremia verkeerde aldus in acute liquiditeitsnood.
De curator heeft daarom besloten om de activiteiten niet voort te zetten en om
op korte termijn op zoek te gaan naar een doorstartende partij die wel bereid
en in staat was om de verplichtingen in het kader van de lopende opdrachten
15-06-2020
1
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
over te nemen.
De curator heeft besloten om de activiteiten niet voort te zetten. Voor een
toelichting op die beslissing wordt verwezen naar het eerste openbare
verslag. Wel rapporteert de curator over de navolgende gesloten
overeenkomst.
Op datum faillissement was sprake van een aantal lopende orders van een
Amerikaanse klant in de farmaceutische industrie. Die Amerikaanse klant
wenste geen zaken te doen met de doorstartende partij, maar drong wel
nadrukkelijk aan op levering van de bestelde goederen. Zonder levering van
die goederen kon de klant haar medische apparatuur niet verkopen, waardoor
haar klanten mogelijk een gezondheidsrisico zouden lopen.
In overleg met de Amerikaanse klant en met goedkeuring van de rechter-
commissaris, is met de voormalig managing director van Supremia – via een
door haar opgerichte besloten vennootschap – een overeenkomst gesloten op
grond waarvan die vennootschap de opdrachtnemer wordt van alle uitstaande
orders en in dat kader ook alle risico’s en kosten draagt. In ruil voor een
exclusief gebruiksrecht op de bedrijfsinformatie, bedrijfsgeheimen en (niet-
geregistreerde) modelrechten van Supremia, ontvangt de boedel een
vergoeding van 33,3% van de nettowinst.
Die opdrachten hebben een totale orderwaarde van € 656.765 met een winst
van € 351.657, waarvan de boedel een bedrag van € 117.219 ontvangt. De
loonkosten en inkoop van specialisten van/door de opdrachtnemer worden
geheel door haar gedragen.
17-09-2020
2
In de afgelopen verslagperiode zijn alle uitstaande orders via de besloten
vennootschap van de voormalig managing director aan de Amerikaanse klant
geleverd. Naar aanleiding van een opgaaf van alle gemaakte kosten en een
(excl. btw). Dat bedrag is inmiddels voldaan op de faillissementsrekening.
Daarmee is dit onderdeel afgewikkeld.
05-01-2021
3
Nu de activiteiten niet zijn voortgezet, is dit onderdeel niet van toepassing. 15-06-2020
1
Hoewel er strikt gezien geen sprake is van voortzetting, zal de curator wel als
zodanig financieel verslag doen. De boedel realiseert een nog te ontvangen
opbrengst van € 117.219.
17-09-2020
2
Inmiddels is gebleken dat de vergoeding van de boedel een bedrag van €
110.800,25 bedroeg, welk bedrag inmiddels op de faillissementsrekening is
voldaan.
05-01-2021
3
Doorstarten onderneming
In voorbereiding op de biedingsprocedure is de managing director verzocht om
een lijst met een aantal concurrenten op te stellen. De curator heeft zelf ook
onderzoek gedaan naar de belangrijkste concurrenten van Supremia. Deze
inspanningen hebben geleid tot een lijst van een 12-tal partijen, die door de
curator per e-mail en/of telefonisch zijn benaderd. De curator heeft het
verkoopproces vervolgens in gang gezet.
Ten behoeve van de biedingsprocedure is een informatiepakket samengesteld
dat aan de gegadigden toegezonden kon worden, onder de voorwaarde van
geheimhouding. In het informatiememorandum werd informatie verschaft over
de inventaris, de voorraden, de lopende opdrachten en de goodwill van
Supremia. Uiteindelijk hebben 11 partijen de geheimhoudingsovereenkomst
ondertekend, waarna ze een informatiememorandum en biedingsprotocol
hebben ontvangen. In het biedingsprotocol zijn korte termijnen aangehouden,
omdat het voor waardebehoud van de onderneming van belang was om snel
tot overeenstemming te komen.
In het Informatiememorandum is in het bijzonder gewezen op de aard van de
onderneming en de activa van Supremia. Van belang daarbij is, dat de
voorraad grotendeels bestaat uit klantspecifieke voorraad. In verband met de
merkrechten (logo’s en slogans) die rusten op deze voorraad kan die voorraad
enkel worden overdragen met toestemming van de klant. Voorts gelden in veel
gevallen contractuele geheimhoudingsbepalingen waaraan de curator is
gebonden, die ervoor zorgen dat de curator zonder toestemming van de klant
geen informatie mag verschaffen. Als bijlage bij het informatiememorandum zijn
geanonimiseerde lijsten bijgevoegd van de beschikbare voorraden en de
lopende opdrachten, zodat geïnteresseerde partijen zich wel een beeld
konden vormen over de onderneming.
De curator heeft partijen verzocht om uiterlijk 27 mei 2020 een eerste bieding
te doen op activa en/of activiteiten van Supremia. Uiteindelijk hebben 5
partijen een bieding gedaan. De biedingen liepen behoorlijk uiteen, omdat niet
alle geïnteresseerden op dezelfde activa boden. Er is besloten om geen
tweede biedingsronde te organiseren.
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator een
overeenkomst gesloten met Compacon B.V. (“Compacon”). Compacon heeft
een bieding uitgebracht op de lopende opdrachten (inclusief alle
projectinformatie), de goodwill (inclusief het klantenbestand) en de voorraad
die is voorgefinancierd door Supremia. De curator is met Compacon een
koopprijs overeengekomen van €925.000, waarvan een bedrag van €425.000
voorwaardelijk is. Het bedrag van €425.000 zal nog verminderd worden met de
kosten die Compacon dient te maken aan derden, zoals openstaande facturen
van ICT-dienstverleners en rechten van derden zoals fabrieken en
transporteurs, die ten laste gaan van de marge van de lopende opdrachten.
De curator en Compacon zullen daarin gezamenlijk optrekken, om die kosten
zo laag mogelijk te houden. Voorts zal op het voorwaardelijk gedeelte van
€425.000 in mindering komen de voorraden die niet aan Compacon kunnen
worden overgedragen omdat klanten daarvoor geen toestemming verlenen.
In de afgelopen verslagperiode is de doorstart reeds in gang gezet. Alle
klanten van Supremia zijn door de curator en/of de accountmanagers van
Supremia benaderd. Na toestemming van de klant zorgen de accountmanagers
ervoor dat Compacon wordt voorzien van alle benodigde informatie, zodat
Compacon in staat wordt gesteld de opdrachten over te nemen.
15-06-2020
1
Voor een beschrijving van (en een toelichting op) de doorstart wordt verwezen
naar het eerste openbare verslag.
In de afgelopen verslagperiode zijn de doorstarter en de curator druk bezig
17-09-2020
2
6.5 Verantwoording
geweest om alle klanten van Supremia te benaderen, met het verzoek om
toestemming te geven voor het overdragen van lopende orders, voorraden en
klantinformatie. Zodra de klant toestemming gaf, diende de curator alle
informatie aan de doorstarter te verschaffen die voor haar van belang was.
Omdat de curator gebonden is aan geheimhoudingsbepalingen en
privacyregelgeving, stond het de curator niet vrij om de doorstarter een
integrale toegang te geven tot de administratie van Supremia. Er diende aldus
per klant een op maat gemaakte oplossing gevonden te worden, om er zo voor
te zorgen dat er geen klantinformatie van klanten bij de doorstartende partij
terecht kwam die daarvoor geen toestemming hebben gegeven. De curator is
in dat kader geassisteerd door Insolvit.
In de doorstartovereenkomst was opgenomen dat de betaling van het
variabele deel van de koopsom uiterlijk op 31 augustus 2020 zou plaatsvinden.
De overdracht van de lopende orders was arbeidsintensief en verliep stroef.
Om die reden kon een finale afrekening uit hoofde van de
doorstartovereenkomst nog niet plaatsvinden.
De curator verwacht in de aankomende verslagperiode tot een finale
afrekening te komen, waarover in het derde openbare verslag zal worden
gerapporteerd.
De curator is in de afgelopen verslagperiode niet tot een finale afrekening
gekomen. De curator verwacht dat dit in de aankomende verslagperiode
afgerond kan worden.
05-01-2021
3
De curator is in de afgelopen verslagperiode met de doorstartende partij tot
een finale afrekening gekomen, waaraan de rechter-commissaris haar
goedkeuring heeft verleend. Van belang daarbij is dat de curator en de
doorstartende partij afspraken dat de activa en activiteiten van Supremia voor
een bedrag van € 925.000 werden overgenomen, waarvan een deel van €
425.000 als voorwaardelijk te gelden had. Voorts komen op de koopprijs in
mindering de kosten van derden die moesten worden gemaakt om de
doorstart mogelijk te maken. Ten slotte komt op de koopprijs in mindering de
waarde van de voorraden én van het onderhanden werk, van klanten die niet
met de doorstartende partij in zee willen.
Nadien werd duidelijk dat – vanwege de rommelige voorraadadministratie van
Supremia - de door de curator gepresenteerde waarde van de voorraden te
hoog was. De gepresenteerde waarde betrof namelijk de verkoopwaarde van
de voorraden, met daarin begrepen de te realiseren marge. Voorts zaten de
kosten voor opslag en verwerking in de waarde begrepen. Met goedkeuring
van de rechter-commissaris is de koopprijs van de voorraden achteraf
verlaagd.
De totale waarde van de overgenomen activa en activiteiten kwam daardoor
uit op een bedrag van € 489.359,91. Omdat van de koopprijs van € 925.000
een deel van € 500.000 onvoorwaardelijk was, heeft de doorstartende partij
geen restitutie ontvangen.
Daarmee is dit onderdeel afgewikkeld.
22-04-2021
4
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
Zie 6.3. 15-06-2020
1
Zie 6.3. 17-09-2020
2
€ 500.000,00
Toelichting
Het onvoorwaardelijke deel van de koopprijs van €500.000 is inmiddels
voldaan op de faillissementsrekening.
De curator heeft met Compacon afgesproken dat het voorwaardelijke en
daarmee variabele deel van de koopsom van maximaal €425.000 uiterlijk 31
augustus 2020 wordt voldaan.
15-06-2020
1
€ 500.000,00
Toelichting
Het onvoorwaardelijke deel van de koopprijs van €500.000 is inmiddels
voldaan op de faillissementsrekening. Het variabele deel van de koopsom zal in
de aankomende verslagperiode worden voldaan.
17-09-2020
2
Toelichting
Niet van toepassing. Er is geen sprake van pandrechten.
15-06-2020
1
Toelichting
Niet van toepassing. Er is geen sprake van pandrechten.
17-09-2020
2
7. Rechtmatigheid
In onderzoek. De curator heeft een deel van de boekhouding van het bestuur
ontvangen. De curator heeft met toestemming van de rechter-commissaris
Insolvit ingeschakeld voor IT-ondersteuning bij het onafhankelijk
inventariseren, veiligstellen en inzichtelijk maken van data uit insolvente
vennootschappen.
15-06-2020
1
Insolvit heeft de boekhouding, waaronder ook begrepen een deel van de e-
mailboxen, inmiddels veiliggesteld en online toegankelijk gemaakt voor de
curator. De curator heeft vooralsnog geen toegang tot de e-mailboxen van de
betrokkenen bij SDMS. De curator meent op die informatie wel recht te hebben,
nu SDMS bestuurder is van Supremia.
De curator zal in de komende periode een aanvang maken met het oorzaken-
en rechtmatighedenonderzoek.
In onderzoek. De boekhouding is veiliggesteld en inzichtelijk gemaakt.
Verwezen wordt naar het eerste openbare verslag.
Met toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator een forensisch
accountant van Nuijten & Nederpel ingeschakeld om een financieel
boekenonderzoek te doen. De curator verwacht in de aankomende
verslagperiode te kunnen rapporteren over de uitkomsten daarvan.
17-09-2020
2
In de afgelopen verslagperiode is de curator begonnen aan het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek. In dat kader heeft de curator samen met Nuijten &
Nederpel een vragenlijst opgesteld, die met het bestuur is gedeeld. Het
bestuur heeft onderbouwd gereageerd op de vragen van de curator. De
curator zal de antwoorden van het bestuur in de aankomende verslagperiode
bestuderen en verwerken in het rechtmatighedenrapport.
22-04-2021
4
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator zich gericht op het oorzaken-
en rechtmatighedenonderzoek. In dat kader zijn er verschillende vragenlijsten
met het bestuur gedeeld, die deels door het bestuur zijn beantwoord.
Voorts heeft de curator zich samen met de bestuurder gericht op het
ontvlechten van de e-mailboxen. De curator heeft namelijk vastgesteld dat er
in het kader van de bedrijfsvoering (veelvuldig) gebruik is gemaakt van e-mail
extensies die toebehoren aan de bestuurder-vennootschap. De curator heeft
aanspraak gemaakt op die e-mailboxen, althans op de betreffende e-mails. In
de afgelopen verslagperiode zijn de curator en de bestuurder, met hulp van
Insolvit, overeengekomen onder welke voorwaarden de ontvlechting zal
plaatsvinden.
Zodra de betreffende e-mails ter beschikking zijn gesteld aan de curator, zal
de curator de e-mails betrekken in het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek.
22-07-2021
5
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator - met behulp van Insolvit - de
betreffende e-mails van de bestuurder veiliggesteld. Deze e-mails zijn
inmiddels ter beschikking gesteld aan de curator. In de komende
verslagperiode zal de curator de veiliggestelde e-mailboxen bestuderen en
deze betrekken in het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek.
12-11-2021
6
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de veiliggestelde e-mailboxen
bestudeerd. De curator zal dit verder betrekken in het onderzoeksrapport.
13-06-2022
8
In het onderzoek heeft de curator geconcludeerd dat het bestuur de
administratieplicht heeft geschonden, voornamelijk op het punt van de
debiteuren- en voorraadadministratie. Het bestuur heeft voldoende
onderbouwd dat het faillissement is veroorzaakt door andere omstandigheden,
niet zijnde de schending van de administratieplicht. De curator heeft aldus
vastgesteld dat de schending van de administratieplicht geen belangrijke
oorzaak is van het faillissement van Supremia. Daarmee is dit onderdeel
afgerond.
22-02-2024
12
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
De jaarrekleningen van Supremia zijn op de navolgende data gedeponeerd:
Jaar Deponeringsdatum Beoordeling
2018 18-mrt-20 te laat
2017 5-jul-19 te laat
2016 30-mei-17 tijdig
2015 8-nov-16 tijdig
2014 1-feb-17 tijdig
De jaarrekeningen over 2017 en 2018 zijn derhalve te laat gedeponeerd. De
curator zal die omstandigheid meenemen in het rechtmatighedenonderzoek.
15-06-2020
1
Voor toelichting verwijs ik u naar het eerste openbare verslag. 17-09-2020
2
In onderzoek 22-07-2021
5
Het bestuur heeft voldoende onderbouwd dat het faillissement is veroorzaakt
door andere omstandigheden, niet zijnde de schending van de
deponeringsplicht. De curator heeft aldus vastgesteld dat de schending van de
deponeringsplicht geen belangrijke oorzaak is van het faillissement van
Supremia. Daarmee is dit onderdeel afgerond.
22-02-2024
12
De curator beschikt over de jaarrekeningen van Supremia en Supremia Sales
Promotion B.V. over het jaar 2018. Over eerdere jaarrekeningen beschikt de
curator nog niet. Die stukken zijn opgevraagd bij het bestuur.
De jaarrekeningen over 2018 zijn opgesteld en goedgekeurd door HLB Den
Hartog Accountants & Consultants (“HLB Den Hartog”). In beide
jaarrekeningen zijn goedkeurende verklaringen opgenomen en heeft HLB Den
Hartog aangegeven dat de stukken een getrouw en eerlijk beeld geven van de
financiële positie van Supremia in 2018.
HLB Den Hartog maakt in beide jaarrekeningen weliswaar een opmerking over
de materiele onzekerheid over de continuïteit.
Supremia Sales Promotion B.V.
Materiële onzekerheid over de continuïteit
Wij vestigen de aandacht op punt 4.2 in de toelichting van de jaarrekening,
waarin uiteengezet is dat over 2018 een negatief resultaat is gerealiseerd. Als
gevolg van het behaalde verlies resteert ultimo 2018 een negatief vermogen
van € 1.1 miljoen.Voor de komende jaren worden - net als in de jaren 2015 t/m
2017 - positieve resultaten verwacht. Deze condities duiden op het bestaan
van een onzekerheid van materieel belang op grond waarvan gerede twijfel
zou kunnen bestaan over de continuiteitsveronderstelling van de entiteit. Deze
situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Supremia B.V.
Materiële onzekerheid over de continuïteit
15-06-2020
1
7.4 Stortingsverplichting aandelen
Wij vestigen de aandacht op 4.2. in de toelichting van de jaarrekening, waarin
uiteengezet is dat over 2018 mede vanwege een omvangrijke
reorganisatielast een negatief resultaat is gerealiseerd. Als gevolg van de
behaalde verliezen resteert ultimo 2017 een negatief eigen vermogen van € 2
miljoen. Voor de komende jaren worden - net als in de jaren 2015 en 2016 -
positieve resultaten verwacht. Deze condities duiden op het bestaan van een
onzekerheid van materieel belang op grond waarvan gerede twijfel zou
kunnen bestaan over de continuiteitsveronderstelling van de entiteit. Deze
situatie doet geen afbreuk aan ons oordeel.
Beide jaarrekeningen zijn opgemaakt op basis van een
continuïteitsveronderstelling.
De curator zal onderzoek doen, of aan alle formele eisen, zoals vastgelegd in
artikel 2:393 sub 5 lid e en f BW, artikel 2:392 sub 1 lid b-h BW en artikel 2:391
sub 4 BW is voldaan.
Voor een toelichting op de goedkeurende verklaring van accountant wordt
verwezen naar het eerste openbare verslag.
De curator zal onderzoek doen, of aan alle formele eisen, zoals vastgelegd in
artikel 2:393 sub 5 lid e en f BW, artikel 2:392 sub 1 lid b-h BW en artikel 2:391
sub 4 BW is voldaan.
17-09-2020
2
In onderzoek 22-07-2021
5
Het onderzoek naar de formele eisen is afgerond. 07-10-2025
16
Door de directe werking van de Wet Flex-BV is het gebruikelijk onderzoek naar
de voldoening aan de volstortingsplicht nog slechts beperkt relevant. Het
overgangsrecht bepaalt wel, dat schade die is ontstaan vóór inwerkingtreding
van de Wet Flex-BV (op 1 oktober 2012), naar het oude BV-recht moet worden
bepaald. De gefailleerde vennootschappen zijn vóór de invoering van de Wet
Flex-BV, opgericht.
De curator zal nader onderzoek doen.
15-06-2020
1
Door de directe werking van de Wet Flex-BV is het gebruikelijk onderzoek naar
de voldoening aan de volstortingsplicht nog slechts beperkt relevant. Het
overgangsrecht bepaalt wel, dat schade die is ontstaan vóór inwerkingtreding
van de Wet Flex-BV (op 1 oktober 2012), naar het oude BV-recht moet worden
bepaald. De gefailleerde vennootschappen zijn vóór de invoering van de Wet
Flex-BV, opgericht.
De curator zal nader onderzoek doen.
17-09-2020
2
In onderzoek 22-07-2021
5
Uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat de aandelen in
Supremia zijn volgestort. Daarmee is aan de stortingsverplichting voldaan.
13-06-2022
8
7.5 Onbehoorlijk bestuur
Toelichting
In onderzoek.
15-06-2020
1
Toelichting
In onderzoek.
17-09-2020
2
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode is de curator begonnen aan het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek. In dat kader heeft de curator samen met Nuijten &
Nederpel een vragenlijst opgesteld, die met het bestuur is gedeeld. Het
bestuur heeft onderbouwd gereageerd op de vragen van de curator. De
curator zal de antwoorden van het bestuur in de aankomende verslagperiode
bestuderen en verwerken in het rechtmatighedenrapport.
22-04-2021
4
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator zich gericht op het oorzaken-
en rechtmatighedenonderzoek. In dat kader zijn er verschillende vragenlijsten
met het bestuur gedeeld, die deels door het bestuur zijn beantwoord.
Voorts heeft de curator zich samen met de bestuurder gericht op het
ontvlechten van de e-mailboxen. De curator heeft namelijk vastgesteld dat er
in het kader van de bedrijfsvoering (veelvuldig) gebruik is gemaakt van e-mail
extensies die toebehoren aan de bestuurder-vennootschap. De curator heeft
aanspraak gemaakt op die e-mailboxen, althans op de betreffende e-mails. In
de afgelopen verslagperiode zijn de curator en de bestuurder, met hulp van
Insolvit, overeengekomen onder welke voorwaarden de ontvlechting zal
plaatsvinden.
Zodra de betreffende e-mails ter beschikking zijn gesteld aan de curator, zal
de curator de e-mails betrekken in het oorzaken- en
rechtmatighedenonderzoek.
22-07-2021
5
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator - met behulp van Insolvit - de
betreffende e-mails van de bestuurder veiliggesteld. Deze e-mails zijn
inmiddels ter beschikking gesteld aan de curator. In de komende
verslagperiode zal de curator de veiliggestelde e-mailboxen bestuderen en
deze betrekken in het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek.
12-11-2021
6
Toelichting
De curator is nog bezig met het onderzoek naar de oorzaken van het
faillissement en naar de eventuele onrechtmatigheden. In dat kader heeft de
curator reeds twee vragenbrieven gedeeld met het bestuur van Supremia,
waarop het bestuur onderbouwd heeft gereageerd. Naar aanleiding van deze
informatie heeft de curator in de afgelopen verslagperiode een derde
vragenbrief opgesteld en met het bestuur gedeeld.
De curator verwacht dat hij na beantwoording door het bestuur van de laatste
vragenbrief kan starten met het opstellen van het onderzoeksrapport.
04-03-2022
7
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator de reactie van het bestuur op
de derde vragenbrief uitvoerig bestudeerd. Naar aanleiding van de
beantwoording door het bestuur is de curator gestart met het opstellen van
het onderzoeksrapport. De curator verwacht dat hij in de komende
verslagperiode zijn voorlopige bevindingen uit het onderzoeksrapport kan
delen met de rechter-commissaris.
13-06-2022
8
Toelichting
De curator is nog bezig met het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek. De
curator verwacht dat hij zijn voorlopige conclusies in de komende
verslagperiode kan delen met de rechter-commissaris.
13-09-2022
9
Toelichting
De curator is nog bezig met het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek. De
curator verwacht dat hij zijn voorlopige conclusies in de komende
verslagperiode kan delen met de rechter-commissaris.
16-02-2023
10
Toelichting
De curator heeft het rapport over het oorzaken- en rechtmatighedenonderzoek
afgerond, waarin zijn voorlopige conclusies zijn verwerkt. In de komende
verslagperiode zal de curator zijn voorlopige conclusies bespreken met de
rechter-commissaris.
23-11-2023
11
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode heeft de curator het oorzaken- en
rechtmatigheden afgerond en de uitkomsten daarvan aan de rechter-
commissaris gepresenteerd. De curator heeft niet kunnen vaststellen dat er
sprake is van onbehoorlijk bestuur en ziet geen aanleiding om verder
onderzoek te doen.
22-02-2024
12
Toelichting
In onderzoek.
15-06-2020
1
Toelichting
In onderzoek.
17-09-2020
2
Toelichting
De curator heeft geen rechtshandelingen aantroffen die als paulianeus
kwalificeren.
22-02-2024
12
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8. Crediteuren
Toelichting
Crediteuren kunnen hun vordering schriftelijk en onderbouwd met
bewijsstukken bij de curator indienen. Dat geschiedt bij voorkeur via het
emailadres [email protected].
Een eventuele aanspraak op een voorrecht, retentierecht,
eigendomsvoorbehoud en/of enig ander recht dient expliciet en gemotiveerd te
worden vermeld.
Het salaris van de curator (p.m.) is een boedelvordering.
15-06-2020
1
Toelichting
Het salaris van de curator (p.m.) is een boedelvordering.
Het UWV heeft een boedelvordering ingediend van € 294.873,14.
Door verhuurder NSI (HNK) is een boedelvordering van € 31.520,43 ingediend.
17-09-2020
2
Toelichting
Het salaris van de curator (p.m.) is een boedelvordering.
Het UWV heeft een boedelvordering ingediend ad. € 306.816,64.
Door verhuurder NSI (HNK) is een boedelvordering van € 31.520,43 ingediend.
05-01-2021
3
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
€ 225.014,00
Toelichting
De Belastingdienst heeft een vordering ingediend ad € 225.014,-- uit hoofde
van Omzetbelasting en Loonheffing.
15-06-2020
1
€ 593.460,00
Toelichting
De Belastingdienst heeft een vordering ingediend ad € 593.460,-- uit hoofde
van Omzetbelasting en Loonheffing.
17-09-2020
2
€ 736.641,00
Toelichting
De Belastingdienst heeft een vordering ingediend ad. € 736.641,-- uit hoofde
van Omzetbelasting en Loonheffing.
05-01-2021
3
€ 618.706,00
22-07-2021
5
€ 469.014,94
12-11-2021
6
€ 474.528,94
Toelichting
De Belastingdienst heeft een vordering ingediend ad. € 474.528,94 uit hoofde
van Omzetbelasting en Loonheffing.
23-11-2023
11
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
Toelichting
Nog niet bekend.
15-06-2020
1
€ 251.587,94
Toelichting
Het UWV heeft een vordering ingediend van € 156.354,94.
Het UWV (intrekking NOW) heeft een vordering ingediend van € 95.233,--.
17-09-2020
2
€ 254.113,91
Toelichting
Het UWV heeft een preferente vordering ingediend ad. € 158.880,91.
Het UWV (intrekking NOW) heeft een vordering ingediend van € 95.233,--.
05-01-2021
3
€ 4.514,30
Toelichting
Voormalig werknemer de heer R. Jongste heeft een preferente vordering van
€ 4.514,30 ingediend.
15-06-2020
1
Toelichting
Voormalig werknemer de heer R. Jongste heeft een preferente vordering van
€ 4.514,30 ingediend.
17-09-2020
2
Toelichting
Voormalig werknemer de heer K. Riemer heeft een preferente vordering
ingediend van € 34.430,04.
22-07-2021
5
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
117
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 117 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van € 1.833.279,72.
15-06-2020
1
141
Toelichting
Tot nu toe hebben zich circa 141 crediteuren gemeld met vorderingen voor een
totaalbedrag van
€ 2.166.510,47.
17-09-2020
2
148
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 148 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van € 2.625.490,10.
05-01-2021
3
155
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 155 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
22-07-2021
5
158
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 158 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van € 2.823.666,91.
12-11-2021
6
160
04-03-2022
7
160
Toelichting
Tot nu toe hebben zich om de nabij 160 concurrente crediteuren gemeld met
13-09-2022
9
€ 1.833.279,72
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 117 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van
€ 1.833.279,72.
15-06-2020
1
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
€ 2.166.510,47
Toelichting
Tot nu toe hebben zich circa 141 crediteuren gemeld met vorderingen voor een
totaalbedrag van
€ 2.166.510,47.
17-09-2020
2
€ 2.625.490,10
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 148 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van
€ 2.625.490,10.
05-01-2021
3
€ 2.686.971,49
Toelichting
Tot nu toe hebben zich nabij 150 concurrente crediteuren gemeld met
vorderingen voor een totaalbedrag van € 2.686.971,49.
22-04-2021
4
€ 2.786.019,90
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 155 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van € 2.786.019,90.
22-07-2021
5
€ 2.823.666,91
Toelichting
Tot nu toe hebben zich 158 concurrente crediteuren gemeld met vorderingen
voor een totaalbedrag van € 2.823.666,91.
12-11-2021
6
€ 2.826.535,11
04-03-2022
7
€ 2.841.321,63
Toelichting
Tot nu toe hebben zich om de nabij 160 concurrente crediteuren gemeld met
13-09-2022
9
€ 2.936.554,63
Toelichting
Tot nu toe hebben zich om de nabij 162 concurrente crediteuren gemeld met
vorderingen voor een totaalbedrag van € 2.936.554,63.
23-11-2023
11
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
Het faillissement van Supremia B.V. zal worden voorgedragen voor
vereenvoudigde afwikkeling ex artikel 137a Fw, waarbij er een gedeeltelijke
uitkering kan plaatsvinden aan de hoog-preferente crediteuren.
07-10-2025
16
9. Procedures
Voor zover bekend is Supremia niet betrokken bij procedures. 15-06-2020
1
Afgewikkeld. Er is geen sprake van lopende procedures. 05-01-2021
3
Afgewikkeld. Er is geen sprake van lopende procedures. 17-09-2020
2
10. Overig
Nog steeds dienen zich met regelmaat kwesties aan die acute aandacht
verdienen. Het is de verwachting dat de intensiteit daarvan langzaamaan
afneemt.
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Het verkrijgen van de volledige boekhouding van Supremia;
• Het afronden van de doorstart;
• Het overeenkomen van een uitwinningsarrangement met KBC Bank;
• Verkopen van de goederen die niet in de doorstart betrokken zijn;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
15-06-2020
1
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Het afronden van de doorstart;
17-09-2020
2
• Verkopen van de goederen die niet in de doorstart betrokken zijn;
• Een aanvang maken met het onderzoek naar de oorzaken van het
faillissement;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Het afronden van de doorstart;
• Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken van het faillissement;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
05-01-2021
3
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken van het faillissement;
• Debiteurenincasso;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
22-04-2021
4
• Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken van het faillissement;
• Debiteurenincasso;
22-07-2021
5
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken en eventuele
onrechtmatigheden van het faillissement;
• Debiteurenincasso;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
12-11-2021
6
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
• Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken en eventuele
onrechtmatigheden van het faillissement;
• Debiteurenincasso;
• Contact met crediteuren;
• Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
04-03-2022
7
Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken en eventuele
onrechtmatigheden van het faillissement;
Debiteurenincasso;
Contact met crediteuren;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
13-06-2022
8
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken en eventuele
onrechtmatigheden van het faillissement;
Debiteurenincasso;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
13-09-2022
9
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
Uitvoeren van het onderzoek naar de oorzaken en eventuele
onrechtmatigheden van het faillissement;
Incasso laatste openstaande vorderingen;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
16-02-2023
10
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Bijlagen
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
Bespreken voorlopige conclusies onderzoek met de rechter-commissaris;
Debiteurenincasso;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
23-11-2023
11
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
Overleg KBC over debiteurenincasso;
Belastingteruggaaf Italiaanse Fiscus;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
22-02-2024
12
De curator zal zich in de komende verslagperiode in ieder geval richten op:
Belastingteruggaaf Italiaanse Fiscus;
Overige beheers- en vereffeningswerkzaamheden.
25-09-2024
13
De curator zal zich in de aankomende verslagperiode richten op:
Belastingteruggaaf Italiaanse Fiscus
Afwikkeling
10-01-2025
14
De curator zal zich in de aankomende verslagperiode richten op:
Afwikkeling van het faillissement.
07-10-2025
16
Nog niet bekend. 15-06-2020
1
Nog niet bekend. 17-09-2020
2
Op korte termijn. De curator heeft het faillissement bij de rechtbank
Amsterdam voorgedragen voor vereenvoudigde afwikkeling.
07-10-2025
16
Bijlagen