Overzicht met bedrijven in Nederland
Terug naar faillissement

Verslag: 30-06-2024

Onbekend bedrijf · KVK 08224925 ·F.08/15/1
Verslagdatum
30-06-2024
Procedure
Faillissement
Status
Actief
Rechtbank
Rechtbank Overijssel

Platte tekst van het verslag

Documentkenmerk: 08_ove_15_1_F_V_17 ·Tekst verwerkt op 28-09-2026 12:19

Openbaar faillissementsverslag

rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)

Naam onderneming

Gegevens onderneming

Activiteiten onderneming

Financiële gegevens

Toelichting financiële gegevens

Gemiddeld aantal personeelsleden

Betreft

Algemene gegevens

Nijhof Groep Accountants & Belastingadviseurs (hierna te noemen: Nijhof

Groep)

22-03-2019

8

Volgens de omschrijving in het handelsregister: registeraccountants. In de

praktijk houdt Nijhof Groep zich bezig met dienstverlening op het gebied van

accountancy, administratie, fiscale advisering en loonadministratie.

22-03-2019

8

Jaar Omzet Winst / verlies Balanstotaal
2011 € 5.121.230,00 € 451.788,00 € 4.893.677,00
2012 € 4.464.320,00 € -291.860,00 € 3.574.371,00
2013 € 3.744.967,00 € 143.893,00 € 3.351.728,00

2014

De financiële gegevens over 2014 zijn niet bekend. 22-03-2019

8

Verslagnummer 12

Datum verslag 30-06-2024

Insolventienummer F.08/15/1

Toezichtzaaknummer NL:TZ:0000015504:F001

Datum uitspraak 05-01-2015

R-C mr. M.M. Verhoeven

Curator mr J.T. Stekelenburg

Gemiddeld aantal personeelsleden

Boedelsaldo

Verslagperiode

29

22-03-2019

8

€ 167.231,94

22-03-2019

8

€ 158.473,86

17-12-2021

9

€ 96.079,05

15-06-2022

10

€ 96.079,05

13-03-2023

11

€ 54.116,56

Toelichting

Het saldo is in de voorbije verslagperiode gewijzigd door de betaling van

faillissementskosten (welke kosten onder meer zien op de procedure gevoerd

tegen de familieleden van de UBO) en de ontvangst van een (klein) bedrag

aan proceskosten waartoe de familie is veroordeeld (zie hierover hoofdstuk

9, Procedures).

30-06-2024

12

Verslagperiode

Bestede uren

Toelichting bestede uren

van

23-6-2017

t/m

21-3-2019

22-03-2019

8

van

22-3-2019

t/m

14-12-2021

17-12-2021

9

van

15-12-2021

t/m

12-6-2022

15-06-2022

10

van

13-6-2022

t/m

8-3-2023

13-03-2023

11

van

9-3-2023

t/m

28-6-2024

30-06-2024

12

VerslagperiodeBestede uren

8 504 uur 24 min
9 102 uur 54 min
10 21 uur 0 min
11 99 uur 18 min
12 10 uur 0 min
Totaal 737 uur 36 min

Toelichting bestede uren

1.1 Directie en organisatie

1.2 Lopende procedures

De uren genoemd onder "Verslagperiode 8" "Bestede uren" betreffen het

totaal aantal bestede uren tot en met verslagperiode 8.

Disclaimer

Dit verslag strekt er toe een globaal inzicht te geven over (de stand van

afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording

van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door de curator. De curator legt

aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de

vereffening van de boedel.

Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld. Desondanks staat de curator

niet in voor de volledigheid, noch voor de juistheid van het verslag. Dit verslag

betreft een momentopname. Het is mogelijk dat informatie op het moment van

publiceren nog niet beschikbaar is, dan wel niet geopenbaard kan worden, of

dat in het verslag weergegeven informatie achteraf dient te worden bijgesteld.

Uiteraard kan dit ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de

eventueel aangehechte bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de

weergegeven vooruitzichten voor crediteuren, waar het betreft de rangorde,

het aantal, de omvang en de kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag

(inclusief eventuele bijlagen) kunnen geen rechten worden ontleend.

22-03-2019

8

1. Inventarisatie

De rechtsvorm van Nijhof Groep is een maatschap met besloten

vennootschappen als maten. De maten zijn: Steilhul B.V., NQ B.V., HBA B.V.,

Nixamo Accountants B.V., Van Dijken Belastingadviseurs B.V. en Alex Audit B.V.

Gelijktijdig met de uitspraak van het faillissement van de maatschap zijn ook

de maten door de Rechtbank Overijssel failliet verklaard met aanstelling van

mr. J.T. Stekelenburg als curator. De faillissementen van de afzonderlijke maten

zijn bij de Rechtbank Overijssel bekend onder de volgende nummers:

Steilhul B.V. (C/08/15/2F)

NQ B.V. (C/08/15/3F) HBA B.V. (C/08/15/4F)

Nixamo Accountants B.V. (C/08/15/5F)

Van Dijken Belastingadviseurs B.V. (C/08/15/6F)

Alex Audit B.V. (C/08/15/7F)

Van de afzonderlijke faillissementen van de maten wordt door de curator

apart verslag gedaan.

22-03-2019

8

Verslagperiode 1 t/m 7:

Ten tijde van de faillietverklaring liep er een aantal procedures. In de meeste

gevallen gaat het daarbij om procedures tegen debiteuren die weigeren te

betalen.

In één geval gaat het daarbij om een hoger beroepsprocedure die door Nijhof

Groep vóór datum faillissement is aangespannen, nadat zij in eerste aanleg tot

betaling was veroordeeld. De curator onderzoekt nog de vraag hoe met de

22-03-2019

8

1.3 Verzekeringen

diverse procedures om te gaan. Hangende de discussie met de ING Bank N.V.

over de vraag of er al dan niet sprake is van een rechtsgeldige verpanding van

(onder meer) de debiteuren (zie hierna, punt 5), probeert de curator met ING

tot afspraken te komen over de voorwaarden waaronder, op naam van de

boedel, de diverse procedures tegen debiteuren kunnen worden voortgezet.

Vooralsnog zijn deze procedures tot eind juni geschorst om de curator in de

gelegenheid te stellen zich uit te laten over de voortzetting van de procedures.

Ten tijde van het leggen van het tweede verslag bestaat er tussen de curator

en ING nog geen overeenstemming over genoemde voorwaarden. De curator

is, ten aanzien van het eventuele voort procederen en de voorwaarden

waaronder dit zal geschieden, nog in overleg met ING. ING heeft derden

opdracht gegeven onderzoek te doen naar de slagingskansen in deze

procedures en de met de procedures gepaard gaande kosten.

Ten tijde van het leggen van het vijfde verslag is de uitkomst van het

onderzoek van de door ING ingeschakelde derde nog niet bekend. De curator

verwacht dat deze uitkomst in de komende (zesde) verslagperiode bekend zal

worden.

In verslagperiode 6 heeft de door de ING ingeschakelde derde bericht dat de

slagingskans in deze procedure en met name de kans op verhaal na afloop van

de procedure beperkt zijn. Om die reden alsmede omdat er met de procedure

hoge kosten en risico's gepaard gaan, heeft de curator in overleg met de ING

deze procedures laten doorhalen.

Voor wat betreft de hoger beroepsprocedure die ten tijde van de

faillietverklaring liep geldt dat deze inmiddels is geschorst. Deze procedure zal

slechts dan worden voortgezet indien ter gelegenheid van de

verificatievergadering de vordering op de Nijhof Groep, welke vordering de

inzet vormt van de hoger beroepsprocedure, wordt betwist. Ondertussen is

het de curator gebleken dat er een bedrag van € 10.955,60 staat geparkeerd

op een derdengeldrekening van een advocatenkantoor, welk bedrag verband

houdt met het geschil dat ten grondslag ligt aan de procedure waarvan ten

tijde van de faillietverklaring van de Nijhof Groep het hoger beroep liep. De

curator onderzoekt de mogelijkheid om hangende het (geschorste) hoger

beroep aanspraak te kunnen maken op genoemd bedrag.

In verslagperiode 3 is de curator in overleg met de Rabobank en de curator

van Emparata getreden over uitkering/verdeling van het depotbedrag dat op

de derdengeldrekening staat geparkeerd. Tussen de diverse betrokkenen

bestaat discussie over de vraag wie tot het depotbedrag gerechtigd is.

Deze discussie heeft in verslagperiode 4 nog niet tot een regeling geleid.

De curator heeft in verslagperiode 5, na verkregen toestemming van de

rechter-commissaris, met de curator van Emparata een regeling getroffen over

de uitkering én verdeling van het depotbedrag: ieder ontvangt de helft van

genoemd depotbedrag. De Rabobank heeft te kennen gegeven met deze

verdeling in te stemmen, waarna de depothouder tot uitkering aan curatoren is

overgegaan. Een ieder heeft € 5.477,80 ontvangen. De curator heeft dit

bedrag, onder aftrek van de overeengekomen boedelbijdrage (12%), aan de

pandhouder (ING) doorbetaald. Het gaat daarbij om een bedrag van €

4.814,99.

Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:

Er zijn, waar het de lopende procedures betreft, geen nieuwe ontwikkelingen

te melden.

1.3 Verzekeringen

1.4 Huur

1.5 Oorzaak faillissement

Verslagperiode 1 t/m 7:

Ten tijde van de faillietverklaring van Nijhof Groep liep er een groot aantal

verzekeringen. Deze zijn inmiddels allemaal opgezegd.

Alvorens tot opzegging van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering over te

gaan, heeft de curator met de desbetreffende verzekeraar afgesproken dat

het uitlooprisico voor een periode van twee jaar, gerekend vanaf de datum

faillietverklaring, wordt gedekt. Met de natuurlijke personen, die schuilgaan

achter de maten-rechtspersonen, zijn afspraken gemaakt over een financiële

bijdrage door betrokkenen ten aanzien van de daarmee verband houdende

premiekosten.

In verslagperiode 7 is de hiervoor genoemde termijn van twee jaar verstreken

(medio januari 2017). De curator heeft in overleg met de natuurlijke personen

die schuilgaan achter de maten-rechtspersonen de verzekering/het

uitlooprisico met een jaar verlengd.

Ten aanzien van de inventariszaken merkt de curator op dat deze vallen onder

de dekking van de verzekering van Troostwijk Veilingen B.V., die in opdracht

van de curator genoemde zaken zal gaan veilen (zie hierna, punt 3.5).

Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:

In overleg met de natuurlijke personen die schuilgaan achter de maten-

rechtspersonen is de verzekering/het uitlooprisico betreffende de

beroepsaansprakelijkheidsverzekering opnieuw met een jaar verlengd.

22-03-2019

8

Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:

In overleg met de natuurlijke personen die schuilgaan achter de maten-

rechtspersonen is de verzekering/het uitlooprisico betreffende de

beroepsaansprakelijkheidsverzekering opnieuw met een jaar verlengd. De

verzekeraar heeft aangegeven na afloop niet opnieuw bereid te zijn om het

uitlooprisico nogmaals te verlengen.

17-12-2021

9

De onderneming wordt gedreven vanuit een huurpand, gelegen te Deventer

aan de Hanzeweg 1. Na verkregen machtiging van de rechter-commissaris is

de huur opgezegd. Nadat de veiling van de inventariszaken in verslagperiode

twee was afgerond (zie hierna, punt 3.6), is de curator overgegaan tot

oplevering van het gehuurde aan de verhuurder.

In het verleden huurde Nijhof Groep ook nog een pand in Lochem. Reeds vóór

datum faillissement was de huur daarvan opgezegd. Ten tijde van de

faillietverklaring werden er vanuit Lochem geen activiteiten meer gedreven.

Daarnaast bezat Nijhof Groep een aantal leaseauto's en leaseapparatuur (m.n.

multifunctionals). Na controle van de daaraan ten grondslag liggende

overeenkomsten, waarbij door de curator is vastgesteld dat er sprake is van

huur, zijn de overeenkomsten, na verkregen machtiging van de rechter-

commissaris, opgezegd en zijn de leasemaatschappijen in de gelegenheid

gesteld de hen in eigendom toebehorende zaken op te halen. In een enkel

geval zijn leasevoertuigen overgenomen door degene die een deel van de

activiteiten heeft overgenomen (zie hierna, punt 6).

22-03-2019

8

1.5 Oorzaak faillissement

2.1 Aantal ten tijde van faillissement

2.2 Aantal in jaar voor faillissement

2.3 Ontslagaanzegging

2.4 Werkzaamheden personeel

De oorzaak van het faillissement is gelegen in prijsdruk (dalende marges), het

verlies van klanten (mede als gevolg van faillissementen), in combinatie met

(te) hoge personele, huisvestings- en financieringslasten. Uiteindelijk restte de

maten geen andere keuze dan te besluiten om eigen aangifte te doen van het

faillissement van Nijhof Groep.

22-03-2019

8

2. Personeel

Personeelsleden

27

22-03-2019

8

Personeelsleden

29

22-03-2019

8

Datum AantalToelichting

21-5-2019

totaal 0

2.4 Werkzaamheden personeel

3.1 Onroerende zaken

De curator heeft na verkregen machtiging van de rechter-commissaris en na

raadpleging van de vakbonden, de arbeidsovereenkomsten opgezegd.

De curator heeft vervolgens samen met het UWV een bijeenkomst voor het

personeel georganiseerd, welke bijeenkomst ten doel had de aanspraken van

het personeel in de richting van het UWV zo snel mogelijk veilig te stellen.

Complicerende factor in het geheel vormde het feit dat een zevental

werknemers ten tijde van de faillietverklaring was vrijgesteld van het

verrichten van werkzaamheden. Een en ander hield verband met een mislukt

overnametraject in de maanden voor de failliet-verklaring, waarbij,

vooruitlopende op de overname van de activiteiten van Nijhof Groep door een

ander accountantskantoor, met genoemde personen een ontslagregeling was

getroffen. Niet in alle gevallen hadden degenen die bij genoemde regeling

waren betrokken, voor het moment van de faillietverklaring de daartoe

bestemde vaststellingsovereenkomst getekend. Voor de groep werknemers

die ten tijde van de faillietverklaring reeds was vrijgesteld van het verrichten

van werkzaamheden heeft de curator samen met het UWV een aparte

bijeenkomst georganiseerd, omdat deze groep een andere problematiek kent

dan de groep werknemers die ten tijde van de faillietverklaring nog werkzaam

was. Met enkele werknemers die waren vrijgesteld van het verrichten van

werkzaamheden heeft de curator op individueel niveau gesprekken gevoerd,

zulks gegeven de lastige financiële situaties waarin betrokkenen zijn komen te

verkeren, als gevolg van het feit dat door het faillissement nakoming van de in

de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraken niet meer mogelijk is. In

de kantlijn merkt de curator op de oorzaak van het mislukken van de overname

te zullen onderzoeken. In verslagperiode twee heeft de curator onderzoek

gedaan naar het mislukken van de overname. Naar aanleiding daarvan heeft

hij een aantal gerichte vragen gesteld aan de voormalige maten van de Nijhof

Groep.

Mede aan de hand van hun input zal de curator zich een definitief oordeel

vormen over de oorzaak van het mislukken van de overname. De curator

verwacht in verslagperiode 4 een definitief oordeel te kunnen vellen over het

mislukken van de overname.

In verslagperiode 5 heeft de curator zijn onderzoek naar het mislukken van de

overname afgerond. Alvorens de uitkomst hiervan in het openbaar verslag op

te nemen, wenst de curator diens conclusies te delen met de voormalige

maten van Nijhof. Dit betekent dat de uitkomst van het onderzoek eerst in het

volgende (zesde) verslag zal worden vermeld. Uit een door de curator verricht

onderzoek blijkt dat, op basis van de thans bekende gegevens, er geen

aanleiding is om actie te ondernemen in de richting van de partij die de

betrokken is geweest bij de mislukte overname. Vooralsnog zal de curator dit

punt verder laten rusten.

22-03-2019

8

3. Activa

BeschrijvingVerkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.

N.v.t.

totaal € 0,00 € 0,00

Toelichting onroerende zaken

3.2 Werkzaamheden onroerende zaken

3.3 Bedrijfsmiddelen

Toelichting bedrijfsmiddelen

3.4 Bodemvoorrecht fiscus

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

Geen (de onderneming werd gedreven vanuit een huurpand; zie hiervoor, punt

1.6).

22-03-2019

8

Kadastrale recherche 22-03-2019

8

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Kantoorinventaris (bureaus, stoelen, kasten,

computer-apparatuur, plantenbakken etc.)

€ 21.027,33

totaal € 21.027,33 € 0,00

Verslagperiode 1 t/m 7:

In aanvang (het einde van de eerste verslagperiode) bedroeg de opbrengst: €

1.590,--.

Na verkregen toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator in

verslagperiode twee besloten om de kantoorinventaris, voor zover niet

betrokken bij de doorstart, te laten veilen. De veiling van de inventaris is

inmiddels afgerond. De opbrengst van de veiling bedraagt, onder aftrek van de

daarmee verband houdende veilingkosten, € 19.437,33. Dit bedrag is in

verslagperiode twee op de faillissementsrekening bijgeschreven. De totale

verkoopopbrengst van de kantoorinventaris komt daarmee uit op € 21.027,33.

Daarmee is deze kwestie afgedaan.

Toelichting boedelbijdrage:

Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt

5.3) prevaleert, waar het bodemzaken betreffen, het voorrecht van de fiscus,

zulks gegeven het feit dat er een aanmerkelijke fiscale vordering bestaat (zie

hierna, punt 8.2). De curator heeft vastgesteld dat een beperkt deel van de

kantoorinventaris (te weten: laptops) is aan te merken als zijnde niet-

bodemzaken. Het gaat hierbij om zaken met een waarde van € 1.034,--. Voor

zover deze zaken verpand mochten zijn aan de ING Bank N.V. is de curator met

de bank een gestaffelde boedelbijdrage overeengekomen (zie hierna, punt

3.11).

22-03-2019

8

Ja (zie hiervoor, punt 3.7) 22-03-2019

8

3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen

3.6 Voorraden / onderhanden werk

Toelichting voorraden / onderhanden werk

Verslagperiode 1 t/m 7:

Verslagperiode 1:

Zoals te doen gebruikelijk, heeft de curator geprobeerd om de inventariszaken,

in het kader van de doorstart, mee te verkopen, hetgeen slechts in beperkte

mate is gelukt. De curator heeft besloten om het restant van de

inventariszaken middels een veiling te verkopen. Daartoe heeft de curator, na

verkregen toestemming van de rechter-commissaris, Troostwijk Veilingen B.V.

ingeschakeld. De veiling zal de aankomende verslagperiode plaatsvinden.

Verslagperiode 2:

In verslagperiode twee heeft de curator de nodige contacten onderhouden

met het veilingbureau, welk bureau belast is met de veiling van de

kantoorinventaris. Uiteindelijk is de inventaris in genoemde verslagperiode

geveild.

Daarmee is deze kwestie afgerond.

22-03-2019

8

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Verkoop OHW € 133.000,00
totaal € 133.000,00 € 0,00

Toelichting voorraden / onderhanden werk

3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk

3.8 Andere activa

Verslagperiode 1 t/m 7:

Verslagperiode 1:

Ten tijde van de faillietverklaring stond er, volgens de administratie van Nijhof

Groep, voor een bedrag van € 347.590,-- aan onderhanden werk uit. Daarvan

ziet een bedrag van € 18.938,-- op de fiscale adviespraktijk, welke praktijk niet

is verkocht en welk onderhanden werk alsnog door de curator zal worden

gedeclareerd / zal worden geïncasseerd.

Verslagperiode 2:

In verslagperiode twee heeft de curator de partij die een deel van de

activiteiten is doorgestart, gevraagd om het onderhanden werk van de fiscale

adviespraktijk, voor zover dat nog niet was gedeclareerd, alsnog uit te

declareren. Aan de hand van de verkregen declaraties zal de curator, in

overleg met ING Bank N.V., overgaan tot het incasseren van de daarmee

verband houdende vorderingen.

Verslagperiode 3:

In verslagperiode 3 is de curator gestart met het uitfactureren van het

onderhanden werk, voor zover dat in het verleden nog niet gebeurd was.

Verslagperiode 4:

Deze werkzaamheden zijn in verslagperiode 4 voortgezet en inmiddels is er

een beperkt bedrag geïncasseerd. In verslagperiode 7 zijn deze

werkzaamheden afgerond. Het geïncasseerde bedrag (dat ook samenhing met

de debiteuren) is onder punt 4.2 genoemd. Het restant wordt op basis van de

huidige stand van zaken als niet inbaar aangemerkt.

Toelichting verkoopopbrengst:

€ 60.000,-- (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de

samenstelpraktijk);

€ 73.000,-- (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de

controlepraktijk).

€ 7.084,61 (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de fiscale

adviespraktijk).

Toelichting boedelbijdrage:

Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt

5.3), is de curator met de bank het volgende overeengekomen: Voor zover aan

de bank verpande activa, als onderdeel van de doorstart, als geheel worden

verkocht, ontvangt de curator over de eerste € 100.000,-- die aan de bank

toekomt een boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw; over al

hetgeen de bank boven de € 100.000,--ontvangt, ontvangt de curator een

boedelbijdrage van 8%, te vermeerderen met btw. Over de los te incasseren

debiteuren ontvangt de curator voor diens pogingen om te komen tot

buitengerechtelijk incasseren van genoemde debiteuren (wederom) een

boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw.

22-03-2019

8

Zie hierna, punt 6.3. 22-03-2019

8

3.8 Andere activa

Toelichting andere activa

3.9 Werkzaamheden andere activa

4.1 Debiteuren

Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage

Goodwill € 120.000,00
controlepraktijk € 45.000,00
totaal € 165.000,00 € 0,00

Verslagperiode 1 t/m 7:

Goodwill, bestaande uit handelsnaam, domeinnaam, telefoonnummers,

klanten/relatiebestand, website, lopende/nog uit te voeren opdrachten,

alsmede een vergoeding voor het afstand doen door de curator van de rechten

uit het maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding, waar het

degenen betreft die betrokken zijn bij de overname van de samenstelpraktijk

resp. controlepraktijk. Ter toelichting op laatstgenoemde vergoeding merkt de

curator het volgende op: de curator stelt zich in de richting van de natuurlijke

personen, die schuilgaan achter de maten-rechtspersonen, op het standpunt

dat zij gebonden zijn aan het concurrentiebeding, zoals dat is opgenomen in

het maatschapscontract. De curator heeft zich ten opzichte van degenen die

de samenstelpraktijk, resp. controlepraktijk hebben overgenomen, bereid

verklaard om tegen betaling van een vergoeding door betrokkenen afstand te

zullen doen van mogelijke rechten/(schade)aanspraken die voor Nijhof Groep,

althans de curator, voortvloeien uit het maatschapscontract, voor zover het

daarbij gaat om het concurrentiebeding en voor zover het daarbij gaat om de

natuurlijke personen die betrokken zijn bij de overname van de

samenstelpraktijk, resp. controle-praktijk. Uiteindelijk heeft de curator kans

gezien om de goodwill van Nijhof Groep te verkopen aan degene die de

activiteiten van de samenstelpraktijk heeft overgenomen, waarvan onderdeel

uitmaakt het afstand doen door de curator van de rechten uit het

maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding. Met degene die de

controlepraktijk heeft overgenomen is eveneens een regeling getroffen, op

basis waarvan de curator bereid is geweest afstand te doen van de rechten uit

het maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding.

22-03-2019

8

Zie hierna, punt 6. 22-03-2019

8

4. Debiteuren

BeschrijvingOmvangOpbrengst Boedelbijdr.

€ 194.875,38

totaal € 0,00 € 194.875,38 € 0,00

Toelichting debiteuren

4.2 Werkzaamheden debiteuren

Verslagperiode 1 t/m 7:

Voor zover debiteuren, in het kader van de doorstart, niet zijn overgedragen,

stond op datum faillissement aan overige debiteuren nog uit: € 576.194,88.

Van genoemd bedrag is € 243.711,87 aan te merken als lastig

incasseerbaar/deels oninbaar.

Daarnaast is er nog een bedrag van (nominaal) € 66.527,81 dat ziet op de

fiscale adviespraktijk, welke praktijk niet is verkocht en door de curator om die

reden alsnog geïncasseerd gaat worden.

Toelichting opbrengst:

€ 160.000,-- (voor zover het debiteuren betreffen die zien op de

samenstelpraktijk);

€ 3.000,-- (voor zover het debiteuren betreffen die zien op de controlepraktijk).

€ 17.047,59 (overige debiteuren: inclusief vordering Emparata, zie hiervoor

punt 1.4).

In verslagperiode 6 is nog een bedrag ad € 1.500,-- ontvangen via de

deurwaarder die op verzoek van de Nijhof Groep in het verleden vorderingen

heeft geïncasseerd.

In verslagperiode 7 is de incasso van de debiteuren afgerond. Er is nog een

bedrag van € 2.739,86 geïncasseerd. Met enkele debiteuren is een regeling

getroffen, welke regeling in verslagperiode 8 dient te worden nagekomen door

de debiteuren. Hier zal de curator op toezien.

Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:

In de voorbije verslagperiode is nog voor een bedrag van € 10.587,93 aan

debiteuren geïncasseerd. Daarmee zijn alle debiteuren, ook hen met wie de

curator een betalingsregeling was overeengekomen, geïnd.

Toelichting boedelbijdrage:

Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt

5.3) is de curator met de bank het volgende overeengekomen. Voor zover aan

de bank verpande activa, als onderdeel van de doorstart als geheel worden

verkocht, ontvangt de curator over de eerste € 100.000,-- die aan de bank

toekomt een boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw.

Over al hetgeen de bank boven de € 100.000,--ontvangt, ontvangt de curator

een boedelbijdrage van 8%, te vermeerderen met btw. Over de los te

incasseren debiteuren ontvangt de curator voor diens pogingen om te komen

tot buitengerechtelijk incasseren van genoemde debiteuren (wederom) een

boedelbijdrage van 10% te vermeerderen met btw.

22-03-2019

8

Correspondentie met diverse debiteuren. 22-03-2019

8

5. Bank / Zekerheden

5.1 Vordering van bank(en)

5.2 Leasecontracten

5.3 Beschrijving zekerheden

5.4 Separatistenpositie

5.5 Eigendomsvoorbehoud

€ 2.077.763,23

Toelichting vordering van bank(en)

De huisbankier van Nijhof Groep is ING Bank N.V. ING Bank N.V. heeft per

datum faillissement een vordering van € 2.077.763,23. Daarnaast bankiert

Nijhof Groep bij ABN Amro bank N.V. Deze bank heeft per datum faillissement

geen bedrag van Nijhof Groep te vorderen.

22-03-2019

8

Zie hiervoor, punt 1.6 22-03-2019

8

Verslagperiode 1 t/m 7:

Verslagperiode 1:

ING Bank N.V. stelt de volgende zekerheden te hebben: pandrecht op alle

vorderingen van Nijhof Groep (inclusief het onderhanden werk, voor zover

reeds verricht, maar nog niet gefactureerd); pandrecht op de roerende zaken.

De curator moet de (zekerheden)positie van ING Bank N.V. nog onderzoeken.

Verslagperiode 2:

In verslagperiode twee heeft de curator onderzoek gedaan naar de

zekerhedenpositie van ING Bank N.V. Dit heeft geleid tot een groot aantal

vragen aan het adres van ING. Vlak voor het leggen van het tweede verslag

heeft ING de door de curator gestelde vragen beantwoord.

Verslagperiode 3:

De antwoorden van de bank hebben geleid tot nieuwe vragen van de zijde van

de curator, welke vragen in verslagperiode 3 zijn beantwoord. Aan de hand

daarvan zal de curator in verslagperiode 4 een definitief oordeel vellen over de

zekerhedenpositie van ING.

Verslagperiode 4:

In verslagperiode 4 heeft de curator de zekerhedenpositie van de ING verder

onderzocht en daarbij meegenomen de nader door ING gegeven antwoorden

op eerdere vragen en nader verstrekte informatie. De curator heeft, op basis

van de thans bij hem bekende feiten, het pandrecht van de ING erkend.

Conform de in het verleden gemaakte afspraken omtrent de boedelbijdrage

heeft er een afrekening met de ING plaatsgevonden. Onder aftrek van de door

de ING te betalen boedelbijdrage is aan de bank een bedrag van € 233.368,13

voldaan. De ING is verzocht haar aangepaste vordering in het faillissement aan

te melden, zodat deze vordering geplaatst kan worden op de lijst met

ingediende schuldvorderingen.

22-03-2019

8

N.v.t. 22-03-2019

8

5.5 Eigendomsvoorbehoud

5.6 Retentierechten

5.7 Reclamerechten

5.8 Boedelbijdragen

5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden

6.1 Exploitatie / zekerheden

6.2 Financiële verslaglegging

6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming

Een beperkt aantal leveranciers heeft een beroep gedaan op

eigendomsvoorbehoud.

De daarmee verband houdende aanspraken zijn beoordeeld en afgewikkeld.

22-03-2019

8

Geen 22-03-2019

8

Geen 22-03-2019

8

Toelichting

Zie hiervoor, punten 3.11 en 4.3

22-03-2019

8

Correspondentie met de bank over laatste debiteurenposten 22-03-2019

8

6. Voortzetten / doorstart onderneming

Voortzetten onderneming

N.v.t. 22-03-2019

8

N.v.t. 22-03-2019

8

Geen 22-03-2019

8

Doorstarten onderneming

6.4 Beschrijving

6.5 Verantwoording

6.6 Opbrengst

6.7 Boedelbijdrage

6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming

7.1 Boekhoudplicht

Overname beschrijving:

Kort na diens aanstelling heeft de curator bemerkt dat er uit de markt

belangstelling bestaat voor de overname van de samenstelpraktijk, dan wel de

controlepraktijk, dan wel beide praktijken. Om die reden heeft de curator

besloten een biedingsprocedure te volgen, waarbij de diverse

belangstellenden de gelegenheid is geboden om op basis van

(geanonimiseerde) gegevens van Nijhof Groep een bieding uit te brengen.

Uiteindelijk is in overleg met ING Bank N.V. en de rechter-commissaris besloten

om de activiteiten in delen te verkopen, op de wijze als hiervoor is beschreven.

Feitelijk komt het erop neer dat er een partij is die de activiteiten van de

samenstel-praktijk heeft overgenomen en er een partij is die de activiteiten

van de controlepraktijk heeft overgenomen.

22-03-2019

8

Verantwoording overname:

De curator heeft, na verkregen toestemming van de rechter-commissaris, zich

tijdens de onderhandelingen laten bijstaan door een registeraccountant,

voormalig partner bij een groot accountantskantoor, die de curator tevens

behulpzaam is geweest bij de waardering van de debiteuren en het

onderhanden werk.

22-03-2019

8

Toelichting

Opbrengst overname:

Zie hiervoor, punten 3.10, 3.13 en 4.2

22-03-2019

8

Toelichting

Boedelbijdrage overname:

Zie hiervoor, punten 3.11 en 4.3

22-03-2019

8

Werkzaamheden overname:

Geen

22-03-2019

8

7. Rechtmatigheid

Voor zover bekend: ja 22-03-2019

8

7.2 Depot jaarrekeningen

7.3 Goedkeuringsverklaring accountant

7.4 Stortingsverplichting aandelen

7.5 Onbehoorlijk bestuur

7.6 Paulianeus handelen

7.7 Toelichting rechtmatigheid

7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid

8.1 Boedelvorderingen

N.v.t. 22-03-2019

8

N.v.t. 22-03-2019

8

N.v.t. 22-03-2019

8

Nee

Toelichting

Verslagperiode 1 t/m 7:

Dit onderzoek is in verslagperiode 6 opgestart en zal in de volgende

verslagperiode worden voortgezet. Er zijn vragen gesteld aan de maten. De

curator is thans in afwachting van een antwoord op deze vragen.

In verslagperiode 7 heeft de curator het onderzoek afgerond. De curator ziet

op basis van de thans bekende gegevens geen aanleiding om de bestuurder

aansprakelijk te stellen voor onbehoorlijk bestuur.

22-03-2019

8

Nee

Toelichting

Van paulianeus handelen is tot nu toe niet gebleken. In verslagperiode 7 is dit

onderzoek afgerond. De curator ziet op basis van de thans bekende gegevens

geen aanleiding om bepaalde betalingen als paulianeuze rechtshandeling aan

te merken.

22-03-2019

8

8. Crediteuren

€ 164.446,99

Toelichting

€ 88.464,90 (huur) € 75.982,09 (UWV)

22-03-2019

8

€ 164.446,99

17-12-2021

9

€ 164.446,99

15-06-2022

10

€ 164.446,99

Toelichting

Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2024:

De curator heeft bij controle van de door het UWV ingediende

boedelvordering geconstateerd dat deze op het eerste gezicht te hoog lijkt

te zijn. Een en ander houdt verband met het volgende: het UWV heeft een

boedelvordering aangemeld, welke vordering ziet op de door het UWV

overgenomen loondoorbetalingsverplichtingen van na datum faillissement. Uit

de door het UWV aangeleverde specificatie blijkt dat die vordering ziet op

een periode van 6 weken, gerekend vanaf 5 januari 2015 (de datum van het

faillissement). De periode van 6 weken is de maximale termijn/periode

waarover het UWV de loondoorbetalingsverplichting overneemt. Het UWV is

gerechtigd de daarmee verband houdende vordering als boedelvordering aan

te melden. Echter, de Hoge Raad heeft enige tijd geleden in het arrest

Herstel q.q. / UWV bepaald dat ingeval er in de tussenliggende periode een

doorstart plaatsvindt waarbij het personeel tegen (tenminste) vergelijkbare

arbeidsvoorwaarden bij de doorstarter in dienst treedt, de personeelsleden

die het betreft, vanaf het moment van indiensttreding, geacht worden niet

langer beschikbaar te zijn om nog langer de met de failliet de

overeengekomen werkzaamheden (in dit geval: Nijhof) te verrichten. Dit

heeft tot gevolg dat het UWV die personeelsleden niet langer hoeft te

betalen en de boedelvordering van het UWV ten aanzien van die

personeelsleden beperkt is tot periode datum faillissement - datum

indiensttreding bij de doorstarter. Voor zover het UWV de desbetreffende

personeelsleden langer heeft doorbetaald is dat iets tussen het UWV en de

personeelsleden die het betreft. Het UWV kan, ten aanzien van genoemde

personeelsleden, in het faillissement slechts als boedelvordering aanmelden

voor de door het UWV aan meergenoemde personeelsleden betaalde gelden

over de periode datum faillissement - datum indiensttreding bij de

doorstarter. Voor personeelsleden die niet betrokken zijn bij de doorstart (in

het geval van Nijhof: op het eerste gezicht 10 personen) kan het UWV

daarentegen wel hetgeen zij over de gehele periode van 6 weken heeft

betaald als boedelvordering aanmelden.

In het geval van Nijhof heeft er tot twee keer toe een doorstart

plaatsgevonden: die van de samenstelpraktijk en die van de controlepraktijk.

In het geval van de controlepraktijk heeft de doorstarter gegarandeerd dat

zij 4 personeelsleden van Nijhof de kans zou bieden om per 16 januari 2015

bij haar in dienst te treden; bij de samenstelpraktijk is met de doorstarter

van die praktijk een vergelijkbare afspraak gemaakt maar dan voor 13

personeelsleden. Dit betekent dat (naar de curator verondersteld) de

aanspraak van het UWW ten aanzien van 17 personeelsleden beperkt moet

zijn tot een periode van 10 dagen (namelijk: 5 januari 2015 (datum

30-06-2024

12

8.2 Pref. vord. van de fiscus

8.3 Pref. vord. UWV

faillissement) - 16 januari 2015 (datum indiensttreding doorstarter). Het UWV

heeft echter een boedelvordering aangemeld die ziet op de gehele periode

van 6 weken en betrekking heeft op alle personeelsleden (27 personen).

Omdat de boedelvordering van het UWV een preferent karakter kent en dus

in rang gaat boven de boedelvordering van de verhuurder van het pand zal

de acceptatie door de curator van de huidige, mogelijk te hoge vordering van

het UWV ertoe leiden dat andere crediteuren (in dit geval: de verhuurder van

het pand) benadeeld worden. De curator ontkomt er dan ook niet aan om

een en ander uit te zoeken.

Niet zonder meer gezegd is dat de vordering van het UWV te hoog is. Dit zal

afhangen van het antwoord op de vraag of en in hoeverre personeelsleden

betrokken bij de beide doorstarts, tegen ten minste vergelijkbare

arbeidsvoorwaarden bij de doorstarters in dienst zijn getreden. Bovendien

zal uitgezocht moeten worden hoeveel van de 17 personeelsleden

daadwerkelijk op 16 januari 2015 bij één van de doorstarters in dienst zijn

getreden. Dat kunnen er minder zijn als personeelsleden een aanbod van

een doorstarter hebben afgeslagen.

Dat zal de aankomende verslagperiode uitgezocht moeten gaan worden.

De ervaring in andere faillissementen leert dat discussies met het UWV

hierover moeizaam verlopen en dat als eenmaal is vastgesteld dat de

boedelvordering van het UWV te hoog is, het lang duurt voordat het UWV in

staat is om de aangepaste vordering aan te melden. De kans bestaat dan

ook dat het nog geruime tijd kan duren voordat deze kwestie is opgelost het

faillissement kan worden afgewikkeld.

€ 650.282,00

Toelichting

€ 650.282,-- (opgemerkt wordt dat daarvan onderdeel uitmaken ambtshalve

opgelegde aanslagen, ten aanzien waarvan de curator de belastingdienst

inmiddels heeft verzocht een correctie te plegen/pro forma bezwaar is

ingediend). Een deel van de aanslagen zijn inmiddels gecorrigeerd. De omvang

van de preferente vordering van de fiscus is naar beneden bijgesteld.

22-03-2019

8

€ 650.282,00

17-12-2021

9

€ 650.282,00

15-06-2022

10

8.3 Pref. vord. UWV

8.4 Andere pref. crediteuren

8.5 Aantal concurrente crediteuren

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

€ 128.774,19

22-03-2019

8

€ 128.774,19

17-12-2021

9

€ 128.774,19

15-06-2022

10

€ 129.642,61

22-03-2019

8

€ 129.642,61

17-12-2021

9

€ 129.642,61

15-06-2022

10

39

Toelichting

Ten opzichte van het vorige verslag is het aantal concurrente crediteuren met

1 crediteur afgenomen. Deze afname ziet op de vordering van de curatoren

van Eurocommerce. Zij hebben, om hen moverende redenen, hun vordering

ingetrokken. Een en ander houdt verband met de verzekeringskwestie (zie

hierna, punt 9).

22-03-2019

8

39

17-12-2021

9

39

15-06-2022

10

8.6 Bedrag concurrente crediteuren

8.7 Verwachte wijze van afwikkeling

8.8 Werkzaamheden crediteuren

9.1 Naam wederpartijen

9.2 Aard procedures

€ 270.898,85

Toelichting

(excl. vordering ING Bank N.V.)

22-03-2019

8

€ 270.898,85

Toelichting

(excl. vordering ING Bank N.V.)

17-12-2021

9

€ 270.898,85

Toelichting

(excl. vordering ING Bank N.V.)

15-06-2022

10

N.n.b. 22-03-2019

8

Correspondentie met diverse crediteuren. 22-03-2019

8

Correspondentie met diverse crediteuren. 17-12-2021

9

Beoordeling vordering UWV, overleg met de rechter-commissaris. 30-06-2024

12

9. Procedures

1. Rabobank Graafschap Midden

2. Curatoren Eurocommerce

3. Rabobank Apeldoorn en Omstreken / FGH Bank N.V. / Friesland Bank N.V.

22-03-2019

8

Ad 4. Familieleden (en hun vennoostschappen) van de UBO van Eurocommerce

Ad 5. Curatoren van Eurocommerce

15-06-2022

10

9.2 Aard procedures

9.3 Stand procedures

Ad 1: het geschil met de Rabobank ziet op een, naar het

oordeel van Emparata B.V., onregelmatige beëindiging van een overeenkomst

door Nijhof Groep, waardoor Emparata B.V. stelt schade te hebben geleden.

De daarmee verband houdende vordering zou verpand zijn aan de Rabobank.

De Rabobank is om die reden tegen Nijhof Groep gaan procederen en heeft in

eerste aanleg gewonnen. Vóór datum faillissement is Nijhof Groep in hoger

beroep gekomen.

Ad 2 en 3: het betreffen hier claims die verband houden met het optreden van

een partner en medewerker van Nijhof Groep, in het kader van het verstrekken

van een goedkeurende verklaring ten aanzien van de geconsolideerde

jaarrekening van Eurocommerce Holding B.V. en de aan deze vennootschap

gelieerde vennootschappen, welke enige tijd geleden failliet zijn gegaan.

Vooralsnog is de curator niet bekend met de hoogte van de bedragen die met

deze claims gemoeid zijn.

22-03-2019

8

Ad 4: Een bodemprocedure, aangespannen door diverse familieleden (en hun

vennootschappen) van de UBO van Eurocommerce.

Ad 5: Een drietal renvooi-procedures tegen de curatoren van Eurocommerce.

15-06-2022

10

Ad 1: Nijhof Groep stond ten tijde van de faillietverklaring voor antwoord in

incidenteel appel. Zie voor wat betreft de ontwikkelingen ten aanzien van deze

procedure wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder punt 1.4 is vermeld.

Ad 2 en 3: er is geen sprake van aanhangige procedures. Wel is het de curator

bekend dat de curatoren van Eurocommerce en de Rabobank Apeldoorn en

Omstreken / FGH Bank N.V. / Friesland Bank N.V. klachten hebben ingediend bij

de Accountantskamer tegen (ingeval van curatoren Eurocommerce) de

desbetreffende partner en (ingeval van de andere betrokkenen) de partner en

de medewerker. De curator heeft de desbetreffende claims, voor zover deze

nog niet waren aangemeld, alsnog voor de zekerheid gemeld bij de

beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.

In verslagperiode twee zijn ten aanzien van deze claims geen ontwikkelingen

te melden.

In verslagperiode 3 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden van

de klachtzaken, die door de curatoren van Eurocommerce en de Rabobank zijn

aangespannen tegen de partner en, in het geval van de Rabobank, de partner

én de medewerker. De uitkomst van de klachtprocedures is nog niet bekend.

De accountantskamer heeft op 30 november 2015 uitspraak gedaan en de

inschrijving van de desbetreffende partner doorgehaald in het

accountantsregister. De termijn van niet inschrijving is bepaald op 6 maanden.

De betrokken medewerker heeft als maatregel een waarschuwing opgelegd

gekregen door de accountantskamer.

Voor zover de curator bekend, zijn er ten aanzien van de beide kwesties in de

voorbije verslagperiode (7) geen ontwikkelingen te melden.

In verslagperiode 8 is de curator gebleken dat de banken en de curatoren van

Eurocommerce, gecedeerd in de rechten van de partner ten opzichte van de

beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, een procedure zijn gestart tegen

genoemde verzekeraar. De curator noch Nijhof zijn in genoemde procedure

betrokken. De banken en curatoren van Eurocommerce hebben, naar de

curator veronderstelt, voor deze aanpak gekozen, in een poging aanspraak te

22-03-2019

8

kunnen maken op een uitkering onder de verzekering zonder daarbij bij te

hoeven dragen in de omslag van de algemene faillissementskosten. Dit laatste

zou normaal gesproken wel het geval zijn geweest, indien de banken en de

curatoren van Eurocommerce, de curator, althans Nijhof, in een procedure tot

betaling hadden aangesproken en de daarmee verband houdende aanspraak

met succes hadden doorgeschoven naar de verzekeraar. De curator beraadt

zich op de vraag of de door de banken en curatoren van Eurocommerce

gekozen insteek, gezien het effect (namelijk: het ontlopen van bedoelde

omslag), wel is toegestaan.

Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:

De curator heeft, nadat hij in overleg met de rechter-commissaris extern advies

had ingewonnen, op basis van dit advies besloten om de verzekeringskwestie

verder te laten rusten.

Verder is de curator in de voorbije verslagperiode betrokken geraakt bij een

tweetal procedures, die verband houden met het faillissement van

Eurocommerce.

De eerste procedure betrof een kort geding, aangespannen door mr. Looijen,

in zijn hoedanigheid van curator van de UBO van Eurocommerce. De inzet van

deze procedure betrof het verkrijgen door mr. Looijen van informatie over

betrokkene en vennootschappen waarmee hij was verbonden (personal

holdings), welke informatie (deels) in het bezit van Nijhof was. De curator

heeft, in overleg met de rechter-commissaris, besloten om verweer te voeren.

Dit is gedaan omdat er andere belanghebbenden waren die zich tegen vrijgave

van genoemde informatie verzetten. In het kort geding is de UBO

tussengekomen. Zijn inzet was eveneens gericht op het verkrijgen van

informatie. De vorderingen van de UBO zijn door de voorzieningenrechter

afgewezen; die van mr. Looijen toegewezen. De curator heeft de informatie

vervolgens binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn aan mr.

Looijen ter beschikking gesteld. De curator en de UBO zijn van het vonnis in

kort geding niet in hoger beroep gekomen. Daarmee is deze kwestie afgedaan.

Vervolgens zijn familieleden van de UBO korte tijd later een bodemprocedure

gestart tegen de curator, de curatoren van Eurocommerce en Rabobank. De

inzet van deze procedure is het verkrijgen van informatie aangaande

Eurocommerce welke informatie de gedaagde partijen (volgens de

familieleden) onder zich zouden hebben. De bodemprocedure is net gestart.

Gedaagde partijen hebben een incident opgeworpen met als doel op voorhand

zekerheid te verkrijgen voor de proceskosten, indien de procedure door de

eisende partijen wordt verloren. Een en ander houdt verband met het feit dat

twee van de eisende partijen in Monaco wonen. De rechtbank heeft deze twee

partijen uitgenodigd om te reageren op het verzoek om zekerheidstelling.

Tijdens het leggen van dit verslag moet dat nog gebeuren.

17-12-2021

9

Verslagperiode 10 - d.d. 15 juni 2022:

Voor wat betreft de door de familieleden van de UBO aangespannen

bodemprocedure geldt dat dat zij die in Monaco woonachtig zijn op vordering

van gedaagden, waartoe gerekend de curator, zijn veroordeeld tot het stellen

van zekerheid, bij gebreke waarvan zij niet ontvankelijk zullen worden

verklaard. De termijn om zekerheid te stellen loopt nog. De zekerheid is nog

niet gesteld. De zaak is ondertussen verwezen naar de rol van eind juni 2022.

Op dat moment dienen de gedaagden, waaronder de curator, door middel van

een conclusie van antwoord te reageren in de hoofdzaak.

15-06-2022

10

Er zijn in de voorbije verslagperiode door de curator een drietal renvooi-

procedures aangespannen tegen de curatoren van Eurocommerce. Een en

ander hield verband met het feit dat de curatoren van Eurocommerce alle

vorderingen die door Nijhof waren ingediend in de faillissementen van diverse

Eurocommerce vennootschappen hadden geplaatst op de lijst van de betwiste

schuldvorderingen, welke betwistingen door de curatoren van Eurocommerce

ter gelegenheid van de verificatievergaderingen zijn gehandhaafd. Op basis

van nieuw verkregen informatie heeft de curator in twee van de drie renvooi-

procedures zijn vordering laten varen. In één procedure heeft de curator zijn

vordering gehandhaafd, welke vordering door de curatoren van Eurocommerce

alsnog is erkend. Het gaat daarbij om een bedrag van EUR 4.013. Met

toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator met de curatoren

van Eurocommerce een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin één en

ander is vastgelegd. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer

overeenkomen dat in alle renvooi-procedures, ook die waarin de curator zijn

vordering heeft laten varen, partijen hun eigen kosten zullen dragen. Er vinden

dus geen proceskostenveroordelingen plaats. De uitkomst is dat in één

faillissement van Eurocommerce, te weten Eurocommerce Projectontwikkeling

B.V., genoemde vordering van EUR 4.031 alsnog wordt geplaatst op de lijst

van erkende concurrente crediteuren, zodat daarop (op termijn) een uitkering

zal plaatsvinden.

Verslagperiode 11 - d.d. 13 maart 2023:

In de voorbije verslagperiode hebben zich in de door de familieleden van de

UBO tegen onder meer de curator aangespannen procedure de navolgende

ontwikkelingen voorgedaan:

er is door gedaagden, waartoe gerekend de curator, geconcludeerd voor

antwoord;

vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat er een comparitie van

partijen dient plaats te vinden;

in eerste instantie stond die comparatie gepland voor 13 december 2022;

voor de comparitie heeft de advocaat van de familieleden van de UBO

zich aan de zaak onttrokken;

een nieuwe advocaat zich vervolgens namens de familieleden van de

UBO gemeld/als opvolgend advocaat in de procedure gesteld;

als gevolg van genoemde ontwikkeling heeft, ondanks protest van de

zijde van gedaagden, de comparitie geen doorgang gevonden;

er is vervolgens een nieuwe datum voor de comparitie bepaald, te weten

21 februari 2023;

er is door hen die daartoe door de rechtbank waren veroordeeld geen

zekerheid gesteld ten gunste van de curator;

ter gelegenheid van de comparitie van partijen van 21 februari 2023

heeft de advocaat van de curator, in lijn van de eerdere uitspraak van de

rechtbank, ten aanzien van hen die door de rechtbank veroordeeld

waren tot het stellen van zekerheid maar die daartoe niet zijn

overgegaan, geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid;

ter gelegenheid van de comparatie is men er niet in geslaagd om tot een

regeling te komen;

de rechtbank heeft bepaald dat op een termijn van zes weken, gerekend

vanaf 21 februari 2023, vonnis gewezen wordt;

afgewacht dient te worden of tegen die tijd ook daadwerkelijk vonnis

gewezen wordt of dat de uitspraak wordt aangehouden/uitgesteld.

Mocht vonnis gewezen worden dient afgewacht te worden hoe dit vonnis

luidt.

13-03-2023

11

Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2024: 30-06-2024

9.4 Werkzaamheden procedures

In de voorbije verslagperiode is de door de familieleden van de UBO tegen

(onder meer) de curator aangespannen procedure voor genoemde

familieleden verloren gegaan. De rechtbank Amsterdam heeft al de

vorderingen van meergenoemde familieleden afgewezen en hen veroordeeld

in de kosten van de procedure.

Vervolgens hebben de familieleden nagelaten om de

proceskostenveroordeling aan de curator te betalen.

Om die reden heeft de curator in overleg met de rechter-commissaris

besloten om het faillissement van één van de bij de procedure betrokken

partijen aan te vragen, daarin gesteund door de curator van Eurocommerce

die ook nog een vordering op de desbetreffende partij had. Onder druk van

de faillissementsaanvraag zijn alsnog de proceskosten ten bedrage van EUR

1.1717,83 betaald. Verzuimd is echter om de door de curator gemaakte

kosten, gemoeid met de faillissementsaanvraag, te betalen. In overleg met

de curator van Eurocommerce (wiens (steun)vordering inmiddels ook was

betaald), is besloten om, ondanks het feit dat de genoemde kosten niet zijn

betaald, de faillissementsaanvraag in te trekken, waarbij de curator met de

curator van Eurocommerce heeft afgesproken dat de door de curator

gemaakte kosten, gemoeid met de faillissementsaanvraag, voor de helft door

de curator van Eurocommerce worden betaald. Om die reden heeft de curator

de voorbije verslagperiode een bedrag van EUR 677,38 op de

faillissementsrekening ontvangen.

Omdat de familieleden niet in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van

de rechtbank Amsterdam, is deze kwestie daarmee afgedaan.

12

9.4 Werkzaamheden procedures

10.1 Plan van aanpak

Correspondentie met de aangesproken partner, de

beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en de advocaten van de banken, de

partner en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.

22-03-2019

8

Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:

Voor wat betreft de verzekeringskwestie: correspondentie met rechter-

commissaris en met de partij die de curator geadviseerd heeft over deze

kwestie.

Voor wat betreft het kort geding: correspondentie met de rechter-commissaris,

het opstellen van processtukken, het bijwonen van de zitting.

Voor wat betreft de bodemprocedure: correspondentie met de rechter-

commissaris, het opstellen van processtukken.

17-12-2021

9

Verslagperiode 10 - d.d. 15 juni 2022:

Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:

diverse werkzaamheden.

Voor wat betreft de renvooi-procedures: opstellen akte tot verificatie,

correspondentie met de rechter-commissaris, de curatoren van Eurocommerce

en de rechtbank; opstellen vaststellingsovereenkomst.

15-06-2022

10

Verslagperiode 11 - d.d. 13 maart 2023:

Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:

diverse werkzaamheden, waaronder het voorbereiden en bijwonen van de

comparitie van partijen.

13-03-2023

11

Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2023:

Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:

diverse werkzaamheden, waaronder het bestuderen van het vonnis van de

rechtbank Amsterdam, het vorderen van de betaling van de proceskosten,

het voeren van overleg met de rechter-commissaris en de curator van

Eurocommerce over de faillissementsaanvraag van één van de partijen,

betrokken bij de procedure, het opstellen van een verzoekschrift tot

faillietverklaring.

30-06-2024

12

10. Overig

De afwikkeling van dit faillissement zit vast op de verzekeringskwestie (zie

hiervoor, punt 9). De aankomende verslagperiode zal de curator, in overleg

met de rechter-commissaris, bepalen hoe met deze kwestie verder om te gaan.

22-03-2019

8

De afwikkeling van dit faillissement leek lange tijd vast te zitten op de

verzekeringskwestie (zie hiervoor, punt 9). Hoewel deze kwestie inmiddels is

afgewikkeld kan toch nog niet tot afwikkeling worden overgegaan omdat er

17-12-2021

9

10.2 Termijn afwikkeling faillissement

10.3 Indiening volgend verslag

10.4 Werkzaamheden overig

inmiddels een procedure loopt over de vrijgave van informatie (zie opnieuw

hiervoor, punt 9). Als gevolg van deze nieuwe ontwikkeling zal nog geruime tijd

duren voordat het faillissement kan worden afgewikkeld.

De afwikkeling zit vast op de uitkomst van de door de familieleden van de UBO

aangespannen bodemprocedure. Zie hierover, hoofdstuk 9, Procedures.

15-06-2022

10

De afwikkeling zit nog steeds vast op de uitkomst van de door de familieleden

van de UBO aangespannen bodemprocedure. Zie hierover, hoofdstuk 9,

Procedures.

13-03-2023

11

In het vorige verslag d.d. 13 maart 2023 werd vermeld dat de afwikkeling van

het faillissement vastzit op de uitkomst van de door de familieleden van de

UBO aangespannen procedure. Nu die procedure teneinde is (zie hierover

hoofdstuk 9, Procedures), is de curator de voorbije verslagperiode begonnen

met de afwikkeling, in welk kader hij de in de loop der tijd ingediende

vorderingen inhoudelijk heeft beoordeeld. Daarbij heeft hij, bij controle van

de door het UWV ingediende boedelvordering, geconstateerd dat die

vermoedelijk te hoog is (zie hierover hoofdstuk 8, Crediteuren). Pas als de

juiste vordering van het UWV is vastgesteld kan tot verdere afwikkeling van

dit faillissement gekomen worden.

30-06-2024

12

N.n.b. 22-03-2019

8

N.n.b. 13-03-2023

11

N.n.b. 30-06-2024

12

30-9-2024 30-06-2024

12

Opstellen (financieel) verslag. 22-03-2019

8

Opstellen (financieel) verslag. 15-06-2022

10

Opstellen (financieel) verslag. 13-03-2023

11

Opstellen (financieel) verslag. 30-06-2024

12

Bijlagen

Bijlagen