Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Betreft
Algemene gegevens
Nijhof Groep Accountants & Belastingadviseurs (hierna te noemen: Nijhof
Groep)
22-03-2019
8
Volgens de omschrijving in het handelsregister: registeraccountants. In de
praktijk houdt Nijhof Groep zich bezig met dienstverlening op het gebied van
accountancy, administratie, fiscale advisering en loonadministratie.
22-03-2019
8
2014
De financiële gegevens over 2014 zijn niet bekend. 22-03-2019
8
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Verslagperiode
29
22-03-2019
8
€ 167.231,94
22-03-2019
8
€ 158.473,86
17-12-2021
9
€ 96.079,05
15-06-2022
10
€ 96.079,05
13-03-2023
11
€ 54.116,56
Toelichting
Het saldo is in de voorbije verslagperiode gewijzigd door de betaling van
faillissementskosten (welke kosten onder meer zien op de procedure gevoerd
tegen de familieleden van de UBO) en de ontvangst van een (klein) bedrag
aan proceskosten waartoe de familie is veroordeeld (zie hierover hoofdstuk
9, Procedures).
30-06-2024
12
Verslagperiode
Bestede uren
Toelichting bestede uren
van
23-6-2017
t/m
21-3-2019
22-03-2019
8
van
22-3-2019
t/m
14-12-2021
17-12-2021
9
van
15-12-2021
t/m
12-6-2022
15-06-2022
10
van
13-6-2022
t/m
8-3-2023
13-03-2023
11
van
9-3-2023
t/m
28-6-2024
30-06-2024
12
VerslagperiodeBestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
De uren genoemd onder "Verslagperiode 8" "Bestede uren" betreffen het
totaal aantal bestede uren tot en met verslagperiode 8.
Disclaimer
Dit verslag strekt er toe een globaal inzicht te geven over (de stand van
afwikkeling van) de boedel. Dit verslag vormt geen volledige verantwoording
van de (wijze van) afwikkeling van de boedel door de curator. De curator legt
aan de rechter-commissaris verantwoording af omtrent het beheer en de
vereffening van de boedel.
Dit verslag is met de nodige zorg samengesteld. Desondanks staat de curator
niet in voor de volledigheid, noch voor de juistheid van het verslag. Dit verslag
betreft een momentopname. Het is mogelijk dat informatie op het moment van
publiceren nog niet beschikbaar is, dan wel niet geopenbaard kan worden, of
dat in het verslag weergegeven informatie achteraf dient te worden bijgesteld.
Uiteraard kan dit ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag en in de
eventueel aangehechte bijlagen gedane vermeldingen alsmede voor de
weergegeven vooruitzichten voor crediteuren, waar het betreft de rangorde,
het aantal, de omvang en de kans op (gedeeltelijke) uitkering. Aan dit verslag
(inclusief eventuele bijlagen) kunnen geen rechten worden ontleend.
22-03-2019
8
1. Inventarisatie
De rechtsvorm van Nijhof Groep is een maatschap met besloten
vennootschappen als maten. De maten zijn: Steilhul B.V., NQ B.V., HBA B.V.,
Nixamo Accountants B.V., Van Dijken Belastingadviseurs B.V. en Alex Audit B.V.
Gelijktijdig met de uitspraak van het faillissement van de maatschap zijn ook
de maten door de Rechtbank Overijssel failliet verklaard met aanstelling van
mr. J.T. Stekelenburg als curator. De faillissementen van de afzonderlijke maten
zijn bij de Rechtbank Overijssel bekend onder de volgende nummers:
Steilhul B.V. (C/08/15/2F)
NQ B.V. (C/08/15/3F) HBA B.V. (C/08/15/4F)
Nixamo Accountants B.V. (C/08/15/5F)
Van Dijken Belastingadviseurs B.V. (C/08/15/6F)
Alex Audit B.V. (C/08/15/7F)
Van de afzonderlijke faillissementen van de maten wordt door de curator
apart verslag gedaan.
22-03-2019
8
Verslagperiode 1 t/m 7:
Ten tijde van de faillietverklaring liep er een aantal procedures. In de meeste
gevallen gaat het daarbij om procedures tegen debiteuren die weigeren te
betalen.
In één geval gaat het daarbij om een hoger beroepsprocedure die door Nijhof
Groep vóór datum faillissement is aangespannen, nadat zij in eerste aanleg tot
betaling was veroordeeld. De curator onderzoekt nog de vraag hoe met de
22-03-2019
8
1.3 Verzekeringen
diverse procedures om te gaan. Hangende de discussie met de ING Bank N.V.
over de vraag of er al dan niet sprake is van een rechtsgeldige verpanding van
(onder meer) de debiteuren (zie hierna, punt 5), probeert de curator met ING
tot afspraken te komen over de voorwaarden waaronder, op naam van de
boedel, de diverse procedures tegen debiteuren kunnen worden voortgezet.
Vooralsnog zijn deze procedures tot eind juni geschorst om de curator in de
gelegenheid te stellen zich uit te laten over de voortzetting van de procedures.
Ten tijde van het leggen van het tweede verslag bestaat er tussen de curator
en ING nog geen overeenstemming over genoemde voorwaarden. De curator
is, ten aanzien van het eventuele voort procederen en de voorwaarden
waaronder dit zal geschieden, nog in overleg met ING. ING heeft derden
opdracht gegeven onderzoek te doen naar de slagingskansen in deze
procedures en de met de procedures gepaard gaande kosten.
Ten tijde van het leggen van het vijfde verslag is de uitkomst van het
onderzoek van de door ING ingeschakelde derde nog niet bekend. De curator
verwacht dat deze uitkomst in de komende (zesde) verslagperiode bekend zal
worden.
In verslagperiode 6 heeft de door de ING ingeschakelde derde bericht dat de
slagingskans in deze procedure en met name de kans op verhaal na afloop van
de procedure beperkt zijn. Om die reden alsmede omdat er met de procedure
hoge kosten en risico's gepaard gaan, heeft de curator in overleg met de ING
deze procedures laten doorhalen.
Voor wat betreft de hoger beroepsprocedure die ten tijde van de
faillietverklaring liep geldt dat deze inmiddels is geschorst. Deze procedure zal
slechts dan worden voortgezet indien ter gelegenheid van de
verificatievergadering de vordering op de Nijhof Groep, welke vordering de
inzet vormt van de hoger beroepsprocedure, wordt betwist. Ondertussen is
het de curator gebleken dat er een bedrag van € 10.955,60 staat geparkeerd
op een derdengeldrekening van een advocatenkantoor, welk bedrag verband
houdt met het geschil dat ten grondslag ligt aan de procedure waarvan ten
tijde van de faillietverklaring van de Nijhof Groep het hoger beroep liep. De
curator onderzoekt de mogelijkheid om hangende het (geschorste) hoger
beroep aanspraak te kunnen maken op genoemd bedrag.
In verslagperiode 3 is de curator in overleg met de Rabobank en de curator
van Emparata getreden over uitkering/verdeling van het depotbedrag dat op
de derdengeldrekening staat geparkeerd. Tussen de diverse betrokkenen
bestaat discussie over de vraag wie tot het depotbedrag gerechtigd is.
Deze discussie heeft in verslagperiode 4 nog niet tot een regeling geleid.
De curator heeft in verslagperiode 5, na verkregen toestemming van de
rechter-commissaris, met de curator van Emparata een regeling getroffen over
de uitkering én verdeling van het depotbedrag: ieder ontvangt de helft van
genoemd depotbedrag. De Rabobank heeft te kennen gegeven met deze
verdeling in te stemmen, waarna de depothouder tot uitkering aan curatoren is
overgegaan. Een ieder heeft € 5.477,80 ontvangen. De curator heeft dit
bedrag, onder aftrek van de overeengekomen boedelbijdrage (12%), aan de
pandhouder (ING) doorbetaald. Het gaat daarbij om een bedrag van €
4.814,99.
Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:
Er zijn, waar het de lopende procedures betreft, geen nieuwe ontwikkelingen
te melden.
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
Verslagperiode 1 t/m 7:
Ten tijde van de faillietverklaring van Nijhof Groep liep er een groot aantal
verzekeringen. Deze zijn inmiddels allemaal opgezegd.
Alvorens tot opzegging van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering over te
gaan, heeft de curator met de desbetreffende verzekeraar afgesproken dat
het uitlooprisico voor een periode van twee jaar, gerekend vanaf de datum
faillietverklaring, wordt gedekt. Met de natuurlijke personen, die schuilgaan
achter de maten-rechtspersonen, zijn afspraken gemaakt over een financiële
bijdrage door betrokkenen ten aanzien van de daarmee verband houdende
premiekosten.
In verslagperiode 7 is de hiervoor genoemde termijn van twee jaar verstreken
(medio januari 2017). De curator heeft in overleg met de natuurlijke personen
die schuilgaan achter de maten-rechtspersonen de verzekering/het
uitlooprisico met een jaar verlengd.
Ten aanzien van de inventariszaken merkt de curator op dat deze vallen onder
de dekking van de verzekering van Troostwijk Veilingen B.V., die in opdracht
van de curator genoemde zaken zal gaan veilen (zie hierna, punt 3.5).
Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:
In overleg met de natuurlijke personen die schuilgaan achter de maten-
rechtspersonen is de verzekering/het uitlooprisico betreffende de
beroepsaansprakelijkheidsverzekering opnieuw met een jaar verlengd.
22-03-2019
8
Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:
In overleg met de natuurlijke personen die schuilgaan achter de maten-
rechtspersonen is de verzekering/het uitlooprisico betreffende de
beroepsaansprakelijkheidsverzekering opnieuw met een jaar verlengd. De
verzekeraar heeft aangegeven na afloop niet opnieuw bereid te zijn om het
uitlooprisico nogmaals te verlengen.
17-12-2021
9
De onderneming wordt gedreven vanuit een huurpand, gelegen te Deventer
aan de Hanzeweg 1. Na verkregen machtiging van de rechter-commissaris is
de huur opgezegd. Nadat de veiling van de inventariszaken in verslagperiode
twee was afgerond (zie hierna, punt 3.6), is de curator overgegaan tot
oplevering van het gehuurde aan de verhuurder.
In het verleden huurde Nijhof Groep ook nog een pand in Lochem. Reeds vóór
datum faillissement was de huur daarvan opgezegd. Ten tijde van de
faillietverklaring werden er vanuit Lochem geen activiteiten meer gedreven.
Daarnaast bezat Nijhof Groep een aantal leaseauto's en leaseapparatuur (m.n.
multifunctionals). Na controle van de daaraan ten grondslag liggende
overeenkomsten, waarbij door de curator is vastgesteld dat er sprake is van
huur, zijn de overeenkomsten, na verkregen machtiging van de rechter-
commissaris, opgezegd en zijn de leasemaatschappijen in de gelegenheid
gesteld de hen in eigendom toebehorende zaken op te halen. In een enkel
geval zijn leasevoertuigen overgenomen door degene die een deel van de
activiteiten heeft overgenomen (zie hierna, punt 6).
22-03-2019
8
1.5 Oorzaak faillissement
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
De oorzaak van het faillissement is gelegen in prijsdruk (dalende marges), het
verlies van klanten (mede als gevolg van faillissementen), in combinatie met
(te) hoge personele, huisvestings- en financieringslasten. Uiteindelijk restte de
maten geen andere keuze dan te besluiten om eigen aangifte te doen van het
faillissement van Nijhof Groep.
22-03-2019
8
2. Personeel
Personeelsleden
27
22-03-2019
8
Personeelsleden
29
22-03-2019
8
Datum AantalToelichting
21-5-2019
totaal 0
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
De curator heeft na verkregen machtiging van de rechter-commissaris en na
raadpleging van de vakbonden, de arbeidsovereenkomsten opgezegd.
De curator heeft vervolgens samen met het UWV een bijeenkomst voor het
personeel georganiseerd, welke bijeenkomst ten doel had de aanspraken van
het personeel in de richting van het UWV zo snel mogelijk veilig te stellen.
Complicerende factor in het geheel vormde het feit dat een zevental
werknemers ten tijde van de faillietverklaring was vrijgesteld van het
verrichten van werkzaamheden. Een en ander hield verband met een mislukt
overnametraject in de maanden voor de failliet-verklaring, waarbij,
vooruitlopende op de overname van de activiteiten van Nijhof Groep door een
ander accountantskantoor, met genoemde personen een ontslagregeling was
getroffen. Niet in alle gevallen hadden degenen die bij genoemde regeling
waren betrokken, voor het moment van de faillietverklaring de daartoe
bestemde vaststellingsovereenkomst getekend. Voor de groep werknemers
die ten tijde van de faillietverklaring reeds was vrijgesteld van het verrichten
van werkzaamheden heeft de curator samen met het UWV een aparte
bijeenkomst georganiseerd, omdat deze groep een andere problematiek kent
dan de groep werknemers die ten tijde van de faillietverklaring nog werkzaam
was. Met enkele werknemers die waren vrijgesteld van het verrichten van
werkzaamheden heeft de curator op individueel niveau gesprekken gevoerd,
zulks gegeven de lastige financiële situaties waarin betrokkenen zijn komen te
verkeren, als gevolg van het feit dat door het faillissement nakoming van de in
de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraken niet meer mogelijk is. In
de kantlijn merkt de curator op de oorzaak van het mislukken van de overname
te zullen onderzoeken. In verslagperiode twee heeft de curator onderzoek
gedaan naar het mislukken van de overname. Naar aanleiding daarvan heeft
hij een aantal gerichte vragen gesteld aan de voormalige maten van de Nijhof
Groep.
Mede aan de hand van hun input zal de curator zich een definitief oordeel
vormen over de oorzaak van het mislukken van de overname. De curator
verwacht in verslagperiode 4 een definitief oordeel te kunnen vellen over het
mislukken van de overname.
In verslagperiode 5 heeft de curator zijn onderzoek naar het mislukken van de
overname afgerond. Alvorens de uitkomst hiervan in het openbaar verslag op
te nemen, wenst de curator diens conclusies te delen met de voormalige
maten van Nijhof. Dit betekent dat de uitkomst van het onderzoek eerst in het
volgende (zesde) verslag zal worden vermeld. Uit een door de curator verricht
onderzoek blijkt dat, op basis van de thans bekende gegevens, er geen
aanleiding is om actie te ondernemen in de richting van de partij die de
betrokken is geweest bij de mislukte overname. Vooralsnog zal de curator dit
punt verder laten rusten.
22-03-2019
8
3. Activa
BeschrijvingVerkoopopbr.HypotheekBoedelbijdr.
N.v.t.
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
Geen (de onderneming werd gedreven vanuit een huurpand; zie hiervoor, punt
1.6).
22-03-2019
8
Kadastrale recherche 22-03-2019
8
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Kantoorinventaris (bureaus, stoelen, kasten,
computer-apparatuur, plantenbakken etc.)
€ 21.027,33
Verslagperiode 1 t/m 7:
In aanvang (het einde van de eerste verslagperiode) bedroeg de opbrengst: €
1.590,--.
Na verkregen toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator in
verslagperiode twee besloten om de kantoorinventaris, voor zover niet
betrokken bij de doorstart, te laten veilen. De veiling van de inventaris is
inmiddels afgerond. De opbrengst van de veiling bedraagt, onder aftrek van de
daarmee verband houdende veilingkosten, € 19.437,33. Dit bedrag is in
verslagperiode twee op de faillissementsrekening bijgeschreven. De totale
verkoopopbrengst van de kantoorinventaris komt daarmee uit op € 21.027,33.
Daarmee is deze kwestie afgedaan.
Toelichting boedelbijdrage:
Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt
5.3) prevaleert, waar het bodemzaken betreffen, het voorrecht van de fiscus,
zulks gegeven het feit dat er een aanmerkelijke fiscale vordering bestaat (zie
hierna, punt 8.2). De curator heeft vastgesteld dat een beperkt deel van de
kantoorinventaris (te weten: laptops) is aan te merken als zijnde niet-
bodemzaken. Het gaat hierbij om zaken met een waarde van € 1.034,--. Voor
zover deze zaken verpand mochten zijn aan de ING Bank N.V. is de curator met
de bank een gestaffelde boedelbijdrage overeengekomen (zie hierna, punt
3.11).
22-03-2019
8
Ja (zie hiervoor, punt 3.7) 22-03-2019
8
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
Verslagperiode 1 t/m 7:
Verslagperiode 1:
Zoals te doen gebruikelijk, heeft de curator geprobeerd om de inventariszaken,
in het kader van de doorstart, mee te verkopen, hetgeen slechts in beperkte
mate is gelukt. De curator heeft besloten om het restant van de
inventariszaken middels een veiling te verkopen. Daartoe heeft de curator, na
verkregen toestemming van de rechter-commissaris, Troostwijk Veilingen B.V.
ingeschakeld. De veiling zal de aankomende verslagperiode plaatsvinden.
Verslagperiode 2:
In verslagperiode twee heeft de curator de nodige contacten onderhouden
met het veilingbureau, welk bureau belast is met de veiling van de
kantoorinventaris. Uiteindelijk is de inventaris in genoemde verslagperiode
geveild.
Daarmee is deze kwestie afgerond.
22-03-2019
8
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Verslagperiode 1 t/m 7:
Verslagperiode 1:
Ten tijde van de faillietverklaring stond er, volgens de administratie van Nijhof
Groep, voor een bedrag van € 347.590,-- aan onderhanden werk uit. Daarvan
ziet een bedrag van € 18.938,-- op de fiscale adviespraktijk, welke praktijk niet
is verkocht en welk onderhanden werk alsnog door de curator zal worden
gedeclareerd / zal worden geïncasseerd.
Verslagperiode 2:
In verslagperiode twee heeft de curator de partij die een deel van de
activiteiten is doorgestart, gevraagd om het onderhanden werk van de fiscale
adviespraktijk, voor zover dat nog niet was gedeclareerd, alsnog uit te
declareren. Aan de hand van de verkregen declaraties zal de curator, in
overleg met ING Bank N.V., overgaan tot het incasseren van de daarmee
verband houdende vorderingen.
Verslagperiode 3:
In verslagperiode 3 is de curator gestart met het uitfactureren van het
onderhanden werk, voor zover dat in het verleden nog niet gebeurd was.
Verslagperiode 4:
Deze werkzaamheden zijn in verslagperiode 4 voortgezet en inmiddels is er
een beperkt bedrag geïncasseerd. In verslagperiode 7 zijn deze
werkzaamheden afgerond. Het geïncasseerde bedrag (dat ook samenhing met
de debiteuren) is onder punt 4.2 genoemd. Het restant wordt op basis van de
huidige stand van zaken als niet inbaar aangemerkt.
Toelichting verkoopopbrengst:
€ 60.000,-- (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de
samenstelpraktijk);
€ 73.000,-- (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de
controlepraktijk).
€ 7.084,61 (voor zover het onderhanden werk betreft dat ziet op de fiscale
adviespraktijk).
Toelichting boedelbijdrage:
Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt
5.3), is de curator met de bank het volgende overeengekomen: Voor zover aan
de bank verpande activa, als onderdeel van de doorstart, als geheel worden
verkocht, ontvangt de curator over de eerste € 100.000,-- die aan de bank
toekomt een boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw; over al
hetgeen de bank boven de € 100.000,--ontvangt, ontvangt de curator een
boedelbijdrage van 8%, te vermeerderen met btw. Over de los te incasseren
debiteuren ontvangt de curator voor diens pogingen om te komen tot
buitengerechtelijk incasseren van genoemde debiteuren (wederom) een
boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw.
22-03-2019
8
Zie hierna, punt 6.3. 22-03-2019
8
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Beschrijving VerkoopopbrengstBoedelbijdrage
Verslagperiode 1 t/m 7:
Goodwill, bestaande uit handelsnaam, domeinnaam, telefoonnummers,
klanten/relatiebestand, website, lopende/nog uit te voeren opdrachten,
alsmede een vergoeding voor het afstand doen door de curator van de rechten
uit het maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding, waar het
degenen betreft die betrokken zijn bij de overname van de samenstelpraktijk
resp. controlepraktijk. Ter toelichting op laatstgenoemde vergoeding merkt de
curator het volgende op: de curator stelt zich in de richting van de natuurlijke
personen, die schuilgaan achter de maten-rechtspersonen, op het standpunt
dat zij gebonden zijn aan het concurrentiebeding, zoals dat is opgenomen in
het maatschapscontract. De curator heeft zich ten opzichte van degenen die
de samenstelpraktijk, resp. controlepraktijk hebben overgenomen, bereid
verklaard om tegen betaling van een vergoeding door betrokkenen afstand te
zullen doen van mogelijke rechten/(schade)aanspraken die voor Nijhof Groep,
althans de curator, voortvloeien uit het maatschapscontract, voor zover het
daarbij gaat om het concurrentiebeding en voor zover het daarbij gaat om de
natuurlijke personen die betrokken zijn bij de overname van de
samenstelpraktijk, resp. controle-praktijk. Uiteindelijk heeft de curator kans
gezien om de goodwill van Nijhof Groep te verkopen aan degene die de
activiteiten van de samenstelpraktijk heeft overgenomen, waarvan onderdeel
uitmaakt het afstand doen door de curator van de rechten uit het
maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding. Met degene die de
controlepraktijk heeft overgenomen is eveneens een regeling getroffen, op
basis waarvan de curator bereid is geweest afstand te doen van de rechten uit
het maatschapscontract betreffende het concurrentiebeding.
22-03-2019
8
Zie hierna, punt 6. 22-03-2019
8
4. Debiteuren
BeschrijvingOmvangOpbrengst Boedelbijdr.
€ 194.875,38
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
Verslagperiode 1 t/m 7:
Voor zover debiteuren, in het kader van de doorstart, niet zijn overgedragen,
stond op datum faillissement aan overige debiteuren nog uit: € 576.194,88.
Van genoemd bedrag is € 243.711,87 aan te merken als lastig
incasseerbaar/deels oninbaar.
Daarnaast is er nog een bedrag van (nominaal) € 66.527,81 dat ziet op de
fiscale adviespraktijk, welke praktijk niet is verkocht en door de curator om die
reden alsnog geïncasseerd gaat worden.
Toelichting opbrengst:
€ 160.000,-- (voor zover het debiteuren betreffen die zien op de
samenstelpraktijk);
€ 3.000,-- (voor zover het debiteuren betreffen die zien op de controlepraktijk).
€ 17.047,59 (overige debiteuren: inclusief vordering Emparata, zie hiervoor
punt 1.4).
In verslagperiode 6 is nog een bedrag ad € 1.500,-- ontvangen via de
deurwaarder die op verzoek van de Nijhof Groep in het verleden vorderingen
heeft geïncasseerd.
In verslagperiode 7 is de incasso van de debiteuren afgerond. Er is nog een
bedrag van € 2.739,86 geïncasseerd. Met enkele debiteuren is een regeling
getroffen, welke regeling in verslagperiode 8 dient te worden nagekomen door
de debiteuren. Hier zal de curator op toezien.
Verslagperiode 8 - d.d. 22 maart 2019:
In de voorbije verslagperiode is nog voor een bedrag van € 10.587,93 aan
debiteuren geïncasseerd. Daarmee zijn alle debiteuren, ook hen met wie de
curator een betalingsregeling was overeengekomen, geïnd.
Toelichting boedelbijdrage:
Voor zover er sprake is van een pandrecht van ING Bank N.V. (zie hierna, punt
5.3) is de curator met de bank het volgende overeengekomen. Voor zover aan
de bank verpande activa, als onderdeel van de doorstart als geheel worden
verkocht, ontvangt de curator over de eerste € 100.000,-- die aan de bank
toekomt een boedelbijdrage van 10%, te vermeerderen met btw.
Over al hetgeen de bank boven de € 100.000,--ontvangt, ontvangt de curator
een boedelbijdrage van 8%, te vermeerderen met btw. Over de los te
incasseren debiteuren ontvangt de curator voor diens pogingen om te komen
tot buitengerechtelijk incasseren van genoemde debiteuren (wederom) een
boedelbijdrage van 10% te vermeerderen met btw.
22-03-2019
8
Correspondentie met diverse debiteuren. 22-03-2019
8
5. Bank / Zekerheden
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
€ 2.077.763,23
Toelichting vordering van bank(en)
De huisbankier van Nijhof Groep is ING Bank N.V. ING Bank N.V. heeft per
datum faillissement een vordering van € 2.077.763,23. Daarnaast bankiert
Nijhof Groep bij ABN Amro bank N.V. Deze bank heeft per datum faillissement
geen bedrag van Nijhof Groep te vorderen.
22-03-2019
8
Zie hiervoor, punt 1.6 22-03-2019
8
Verslagperiode 1 t/m 7:
Verslagperiode 1:
ING Bank N.V. stelt de volgende zekerheden te hebben: pandrecht op alle
vorderingen van Nijhof Groep (inclusief het onderhanden werk, voor zover
reeds verricht, maar nog niet gefactureerd); pandrecht op de roerende zaken.
De curator moet de (zekerheden)positie van ING Bank N.V. nog onderzoeken.
Verslagperiode 2:
In verslagperiode twee heeft de curator onderzoek gedaan naar de
zekerhedenpositie van ING Bank N.V. Dit heeft geleid tot een groot aantal
vragen aan het adres van ING. Vlak voor het leggen van het tweede verslag
heeft ING de door de curator gestelde vragen beantwoord.
Verslagperiode 3:
De antwoorden van de bank hebben geleid tot nieuwe vragen van de zijde van
de curator, welke vragen in verslagperiode 3 zijn beantwoord. Aan de hand
daarvan zal de curator in verslagperiode 4 een definitief oordeel vellen over de
zekerhedenpositie van ING.
Verslagperiode 4:
In verslagperiode 4 heeft de curator de zekerhedenpositie van de ING verder
onderzocht en daarbij meegenomen de nader door ING gegeven antwoorden
op eerdere vragen en nader verstrekte informatie. De curator heeft, op basis
van de thans bij hem bekende feiten, het pandrecht van de ING erkend.
Conform de in het verleden gemaakte afspraken omtrent de boedelbijdrage
heeft er een afrekening met de ING plaatsgevonden. Onder aftrek van de door
voldaan. De ING is verzocht haar aangepaste vordering in het faillissement aan
te melden, zodat deze vordering geplaatst kan worden op de lijst met
ingediende schuldvorderingen.
22-03-2019
8
N.v.t. 22-03-2019
8
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
Een beperkt aantal leveranciers heeft een beroep gedaan op
eigendomsvoorbehoud.
De daarmee verband houdende aanspraken zijn beoordeeld en afgewikkeld.
22-03-2019
8
Geen 22-03-2019
8
Geen 22-03-2019
8
Toelichting
Zie hiervoor, punten 3.11 en 4.3
22-03-2019
8
Correspondentie met de bank over laatste debiteurenposten 22-03-2019
8
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
N.v.t. 22-03-2019
8
N.v.t. 22-03-2019
8
Geen 22-03-2019
8
Doorstarten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
Overname beschrijving:
Kort na diens aanstelling heeft de curator bemerkt dat er uit de markt
belangstelling bestaat voor de overname van de samenstelpraktijk, dan wel de
controlepraktijk, dan wel beide praktijken. Om die reden heeft de curator
besloten een biedingsprocedure te volgen, waarbij de diverse
belangstellenden de gelegenheid is geboden om op basis van
(geanonimiseerde) gegevens van Nijhof Groep een bieding uit te brengen.
Uiteindelijk is in overleg met ING Bank N.V. en de rechter-commissaris besloten
om de activiteiten in delen te verkopen, op de wijze als hiervoor is beschreven.
Feitelijk komt het erop neer dat er een partij is die de activiteiten van de
samenstel-praktijk heeft overgenomen en er een partij is die de activiteiten
van de controlepraktijk heeft overgenomen.
22-03-2019
8
Verantwoording overname:
De curator heeft, na verkregen toestemming van de rechter-commissaris, zich
tijdens de onderhandelingen laten bijstaan door een registeraccountant,
voormalig partner bij een groot accountantskantoor, die de curator tevens
behulpzaam is geweest bij de waardering van de debiteuren en het
onderhanden werk.
22-03-2019
8
Toelichting
Opbrengst overname:
Zie hiervoor, punten 3.10, 3.13 en 4.2
22-03-2019
8
Toelichting
Boedelbijdrage overname:
Zie hiervoor, punten 3.11 en 4.3
22-03-2019
8
Werkzaamheden overname:
Geen
22-03-2019
8
7. Rechtmatigheid
Voor zover bekend: ja 22-03-2019
8
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
N.v.t. 22-03-2019
8
N.v.t. 22-03-2019
8
N.v.t. 22-03-2019
8
Nee
Toelichting
Verslagperiode 1 t/m 7:
Dit onderzoek is in verslagperiode 6 opgestart en zal in de volgende
verslagperiode worden voortgezet. Er zijn vragen gesteld aan de maten. De
curator is thans in afwachting van een antwoord op deze vragen.
In verslagperiode 7 heeft de curator het onderzoek afgerond. De curator ziet
op basis van de thans bekende gegevens geen aanleiding om de bestuurder
aansprakelijk te stellen voor onbehoorlijk bestuur.
22-03-2019
8
Nee
Toelichting
Van paulianeus handelen is tot nu toe niet gebleken. In verslagperiode 7 is dit
onderzoek afgerond. De curator ziet op basis van de thans bekende gegevens
geen aanleiding om bepaalde betalingen als paulianeuze rechtshandeling aan
te merken.
22-03-2019
8
8. Crediteuren
€ 164.446,99
Toelichting
€ 88.464,90 (huur) € 75.982,09 (UWV)
22-03-2019
8
€ 164.446,99
17-12-2021
9
€ 164.446,99
15-06-2022
10
€ 164.446,99
Toelichting
Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2024:
De curator heeft bij controle van de door het UWV ingediende
boedelvordering geconstateerd dat deze op het eerste gezicht te hoog lijkt
te zijn. Een en ander houdt verband met het volgende: het UWV heeft een
boedelvordering aangemeld, welke vordering ziet op de door het UWV
overgenomen loondoorbetalingsverplichtingen van na datum faillissement. Uit
de door het UWV aangeleverde specificatie blijkt dat die vordering ziet op
een periode van 6 weken, gerekend vanaf 5 januari 2015 (de datum van het
faillissement). De periode van 6 weken is de maximale termijn/periode
waarover het UWV de loondoorbetalingsverplichting overneemt. Het UWV is
gerechtigd de daarmee verband houdende vordering als boedelvordering aan
te melden. Echter, de Hoge Raad heeft enige tijd geleden in het arrest
Herstel q.q. / UWV bepaald dat ingeval er in de tussenliggende periode een
doorstart plaatsvindt waarbij het personeel tegen (tenminste) vergelijkbare
arbeidsvoorwaarden bij de doorstarter in dienst treedt, de personeelsleden
die het betreft, vanaf het moment van indiensttreding, geacht worden niet
langer beschikbaar te zijn om nog langer de met de failliet de
overeengekomen werkzaamheden (in dit geval: Nijhof) te verrichten. Dit
heeft tot gevolg dat het UWV die personeelsleden niet langer hoeft te
betalen en de boedelvordering van het UWV ten aanzien van die
personeelsleden beperkt is tot periode datum faillissement - datum
indiensttreding bij de doorstarter. Voor zover het UWV de desbetreffende
personeelsleden langer heeft doorbetaald is dat iets tussen het UWV en de
personeelsleden die het betreft. Het UWV kan, ten aanzien van genoemde
personeelsleden, in het faillissement slechts als boedelvordering aanmelden
voor de door het UWV aan meergenoemde personeelsleden betaalde gelden
over de periode datum faillissement - datum indiensttreding bij de
doorstarter. Voor personeelsleden die niet betrokken zijn bij de doorstart (in
het geval van Nijhof: op het eerste gezicht 10 personen) kan het UWV
daarentegen wel hetgeen zij over de gehele periode van 6 weken heeft
betaald als boedelvordering aanmelden.
In het geval van Nijhof heeft er tot twee keer toe een doorstart
plaatsgevonden: die van de samenstelpraktijk en die van de controlepraktijk.
In het geval van de controlepraktijk heeft de doorstarter gegarandeerd dat
zij 4 personeelsleden van Nijhof de kans zou bieden om per 16 januari 2015
bij haar in dienst te treden; bij de samenstelpraktijk is met de doorstarter
van die praktijk een vergelijkbare afspraak gemaakt maar dan voor 13
personeelsleden. Dit betekent dat (naar de curator verondersteld) de
aanspraak van het UWW ten aanzien van 17 personeelsleden beperkt moet
zijn tot een periode van 10 dagen (namelijk: 5 januari 2015 (datum
30-06-2024
12
8.2 Pref. vord. van de fiscus
8.3 Pref. vord. UWV
faillissement) - 16 januari 2015 (datum indiensttreding doorstarter). Het UWV
heeft echter een boedelvordering aangemeld die ziet op de gehele periode
van 6 weken en betrekking heeft op alle personeelsleden (27 personen).
Omdat de boedelvordering van het UWV een preferent karakter kent en dus
in rang gaat boven de boedelvordering van de verhuurder van het pand zal
de acceptatie door de curator van de huidige, mogelijk te hoge vordering van
het UWV ertoe leiden dat andere crediteuren (in dit geval: de verhuurder van
het pand) benadeeld worden. De curator ontkomt er dan ook niet aan om
een en ander uit te zoeken.
Niet zonder meer gezegd is dat de vordering van het UWV te hoog is. Dit zal
afhangen van het antwoord op de vraag of en in hoeverre personeelsleden
betrokken bij de beide doorstarts, tegen ten minste vergelijkbare
arbeidsvoorwaarden bij de doorstarters in dienst zijn getreden. Bovendien
zal uitgezocht moeten worden hoeveel van de 17 personeelsleden
daadwerkelijk op 16 januari 2015 bij één van de doorstarters in dienst zijn
getreden. Dat kunnen er minder zijn als personeelsleden een aanbod van
een doorstarter hebben afgeslagen.
Dat zal de aankomende verslagperiode uitgezocht moeten gaan worden.
De ervaring in andere faillissementen leert dat discussies met het UWV
hierover moeizaam verlopen en dat als eenmaal is vastgesteld dat de
boedelvordering van het UWV te hoog is, het lang duurt voordat het UWV in
staat is om de aangepaste vordering aan te melden. De kans bestaat dan
ook dat het nog geruime tijd kan duren voordat deze kwestie is opgelost het
faillissement kan worden afgewikkeld.
€ 650.282,00
Toelichting
€ 650.282,-- (opgemerkt wordt dat daarvan onderdeel uitmaken ambtshalve
opgelegde aanslagen, ten aanzien waarvan de curator de belastingdienst
inmiddels heeft verzocht een correctie te plegen/pro forma bezwaar is
ingediend). Een deel van de aanslagen zijn inmiddels gecorrigeerd. De omvang
van de preferente vordering van de fiscus is naar beneden bijgesteld.
22-03-2019
8
€ 650.282,00
17-12-2021
9
€ 650.282,00
15-06-2022
10
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
€ 128.774,19
22-03-2019
8
€ 128.774,19
17-12-2021
9
€ 128.774,19
15-06-2022
10
€ 129.642,61
22-03-2019
8
€ 129.642,61
17-12-2021
9
€ 129.642,61
15-06-2022
10
39
Toelichting
Ten opzichte van het vorige verslag is het aantal concurrente crediteuren met
1 crediteur afgenomen. Deze afname ziet op de vordering van de curatoren
van Eurocommerce. Zij hebben, om hen moverende redenen, hun vordering
ingetrokken. Een en ander houdt verband met de verzekeringskwestie (zie
hierna, punt 9).
22-03-2019
8
39
17-12-2021
9
39
15-06-2022
10
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
8.8 Werkzaamheden crediteuren
9.1 Naam wederpartijen
9.2 Aard procedures
€ 270.898,85
Toelichting
(excl. vordering ING Bank N.V.)
22-03-2019
8
€ 270.898,85
Toelichting
(excl. vordering ING Bank N.V.)
17-12-2021
9
€ 270.898,85
Toelichting
(excl. vordering ING Bank N.V.)
15-06-2022
10
N.n.b. 22-03-2019
8
Correspondentie met diverse crediteuren. 22-03-2019
8
Correspondentie met diverse crediteuren. 17-12-2021
9
Beoordeling vordering UWV, overleg met de rechter-commissaris. 30-06-2024
12
9. Procedures
1. Rabobank Graafschap Midden
2. Curatoren Eurocommerce
3. Rabobank Apeldoorn en Omstreken / FGH Bank N.V. / Friesland Bank N.V.
22-03-2019
8
Ad 4. Familieleden (en hun vennoostschappen) van de UBO van Eurocommerce
Ad 5. Curatoren van Eurocommerce
15-06-2022
10
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
Ad 1: het geschil met de Rabobank ziet op een, naar het
oordeel van Emparata B.V., onregelmatige beëindiging van een overeenkomst
door Nijhof Groep, waardoor Emparata B.V. stelt schade te hebben geleden.
De daarmee verband houdende vordering zou verpand zijn aan de Rabobank.
De Rabobank is om die reden tegen Nijhof Groep gaan procederen en heeft in
eerste aanleg gewonnen. Vóór datum faillissement is Nijhof Groep in hoger
beroep gekomen.
Ad 2 en 3: het betreffen hier claims die verband houden met het optreden van
een partner en medewerker van Nijhof Groep, in het kader van het verstrekken
van een goedkeurende verklaring ten aanzien van de geconsolideerde
jaarrekening van Eurocommerce Holding B.V. en de aan deze vennootschap
gelieerde vennootschappen, welke enige tijd geleden failliet zijn gegaan.
Vooralsnog is de curator niet bekend met de hoogte van de bedragen die met
deze claims gemoeid zijn.
22-03-2019
8
Ad 4: Een bodemprocedure, aangespannen door diverse familieleden (en hun
vennootschappen) van de UBO van Eurocommerce.
Ad 5: Een drietal renvooi-procedures tegen de curatoren van Eurocommerce.
15-06-2022
10
Ad 1: Nijhof Groep stond ten tijde van de faillietverklaring voor antwoord in
incidenteel appel. Zie voor wat betreft de ontwikkelingen ten aanzien van deze
procedure wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder punt 1.4 is vermeld.
Ad 2 en 3: er is geen sprake van aanhangige procedures. Wel is het de curator
bekend dat de curatoren van Eurocommerce en de Rabobank Apeldoorn en
Omstreken / FGH Bank N.V. / Friesland Bank N.V. klachten hebben ingediend bij
de Accountantskamer tegen (ingeval van curatoren Eurocommerce) de
desbetreffende partner en (ingeval van de andere betrokkenen) de partner en
de medewerker. De curator heeft de desbetreffende claims, voor zover deze
nog niet waren aangemeld, alsnog voor de zekerheid gemeld bij de
beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.
In verslagperiode twee zijn ten aanzien van deze claims geen ontwikkelingen
te melden.
In verslagperiode 3 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden van
de klachtzaken, die door de curatoren van Eurocommerce en de Rabobank zijn
aangespannen tegen de partner en, in het geval van de Rabobank, de partner
én de medewerker. De uitkomst van de klachtprocedures is nog niet bekend.
De accountantskamer heeft op 30 november 2015 uitspraak gedaan en de
inschrijving van de desbetreffende partner doorgehaald in het
accountantsregister. De termijn van niet inschrijving is bepaald op 6 maanden.
De betrokken medewerker heeft als maatregel een waarschuwing opgelegd
gekregen door de accountantskamer.
Voor zover de curator bekend, zijn er ten aanzien van de beide kwesties in de
voorbije verslagperiode (7) geen ontwikkelingen te melden.
In verslagperiode 8 is de curator gebleken dat de banken en de curatoren van
Eurocommerce, gecedeerd in de rechten van de partner ten opzichte van de
beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, een procedure zijn gestart tegen
genoemde verzekeraar. De curator noch Nijhof zijn in genoemde procedure
betrokken. De banken en curatoren van Eurocommerce hebben, naar de
curator veronderstelt, voor deze aanpak gekozen, in een poging aanspraak te
22-03-2019
8
kunnen maken op een uitkering onder de verzekering zonder daarbij bij te
hoeven dragen in de omslag van de algemene faillissementskosten. Dit laatste
zou normaal gesproken wel het geval zijn geweest, indien de banken en de
curatoren van Eurocommerce, de curator, althans Nijhof, in een procedure tot
betaling hadden aangesproken en de daarmee verband houdende aanspraak
met succes hadden doorgeschoven naar de verzekeraar. De curator beraadt
zich op de vraag of de door de banken en curatoren van Eurocommerce
gekozen insteek, gezien het effect (namelijk: het ontlopen van bedoelde
omslag), wel is toegestaan.
Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:
De curator heeft, nadat hij in overleg met de rechter-commissaris extern advies
had ingewonnen, op basis van dit advies besloten om de verzekeringskwestie
verder te laten rusten.
Verder is de curator in de voorbije verslagperiode betrokken geraakt bij een
tweetal procedures, die verband houden met het faillissement van
Eurocommerce.
De eerste procedure betrof een kort geding, aangespannen door mr. Looijen,
in zijn hoedanigheid van curator van de UBO van Eurocommerce. De inzet van
deze procedure betrof het verkrijgen door mr. Looijen van informatie over
betrokkene en vennootschappen waarmee hij was verbonden (personal
holdings), welke informatie (deels) in het bezit van Nijhof was. De curator
heeft, in overleg met de rechter-commissaris, besloten om verweer te voeren.
Dit is gedaan omdat er andere belanghebbenden waren die zich tegen vrijgave
van genoemde informatie verzetten. In het kort geding is de UBO
tussengekomen. Zijn inzet was eveneens gericht op het verkrijgen van
informatie. De vorderingen van de UBO zijn door de voorzieningenrechter
afgewezen; die van mr. Looijen toegewezen. De curator heeft de informatie
vervolgens binnen de door de voorzieningenrechter gestelde termijn aan mr.
Looijen ter beschikking gesteld. De curator en de UBO zijn van het vonnis in
kort geding niet in hoger beroep gekomen. Daarmee is deze kwestie afgedaan.
Vervolgens zijn familieleden van de UBO korte tijd later een bodemprocedure
gestart tegen de curator, de curatoren van Eurocommerce en Rabobank. De
inzet van deze procedure is het verkrijgen van informatie aangaande
Eurocommerce welke informatie de gedaagde partijen (volgens de
familieleden) onder zich zouden hebben. De bodemprocedure is net gestart.
Gedaagde partijen hebben een incident opgeworpen met als doel op voorhand
zekerheid te verkrijgen voor de proceskosten, indien de procedure door de
eisende partijen wordt verloren. Een en ander houdt verband met het feit dat
twee van de eisende partijen in Monaco wonen. De rechtbank heeft deze twee
partijen uitgenodigd om te reageren op het verzoek om zekerheidstelling.
Tijdens het leggen van dit verslag moet dat nog gebeuren.
17-12-2021
9
Verslagperiode 10 - d.d. 15 juni 2022:
Voor wat betreft de door de familieleden van de UBO aangespannen
bodemprocedure geldt dat dat zij die in Monaco woonachtig zijn op vordering
van gedaagden, waartoe gerekend de curator, zijn veroordeeld tot het stellen
van zekerheid, bij gebreke waarvan zij niet ontvankelijk zullen worden
verklaard. De termijn om zekerheid te stellen loopt nog. De zekerheid is nog
niet gesteld. De zaak is ondertussen verwezen naar de rol van eind juni 2022.
Op dat moment dienen de gedaagden, waaronder de curator, door middel van
een conclusie van antwoord te reageren in de hoofdzaak.
15-06-2022
10
Er zijn in de voorbije verslagperiode door de curator een drietal renvooi-
procedures aangespannen tegen de curatoren van Eurocommerce. Een en
ander hield verband met het feit dat de curatoren van Eurocommerce alle
vorderingen die door Nijhof waren ingediend in de faillissementen van diverse
Eurocommerce vennootschappen hadden geplaatst op de lijst van de betwiste
schuldvorderingen, welke betwistingen door de curatoren van Eurocommerce
ter gelegenheid van de verificatievergaderingen zijn gehandhaafd. Op basis
van nieuw verkregen informatie heeft de curator in twee van de drie renvooi-
procedures zijn vordering laten varen. In één procedure heeft de curator zijn
vordering gehandhaafd, welke vordering door de curatoren van Eurocommerce
alsnog is erkend. Het gaat daarbij om een bedrag van EUR 4.013. Met
toestemming van de rechter-commissaris heeft de curator met de curatoren
van Eurocommerce een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin één en
ander is vastgelegd. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer
overeenkomen dat in alle renvooi-procedures, ook die waarin de curator zijn
vordering heeft laten varen, partijen hun eigen kosten zullen dragen. Er vinden
dus geen proceskostenveroordelingen plaats. De uitkomst is dat in één
faillissement van Eurocommerce, te weten Eurocommerce Projectontwikkeling
B.V., genoemde vordering van EUR 4.031 alsnog wordt geplaatst op de lijst
van erkende concurrente crediteuren, zodat daarop (op termijn) een uitkering
zal plaatsvinden.
Verslagperiode 11 - d.d. 13 maart 2023:
In de voorbije verslagperiode hebben zich in de door de familieleden van de
UBO tegen onder meer de curator aangespannen procedure de navolgende
ontwikkelingen voorgedaan:
er is door gedaagden, waartoe gerekend de curator, geconcludeerd voor
antwoord;
vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat er een comparitie van
partijen dient plaats te vinden;
in eerste instantie stond die comparatie gepland voor 13 december 2022;
voor de comparitie heeft de advocaat van de familieleden van de UBO
zich aan de zaak onttrokken;
een nieuwe advocaat zich vervolgens namens de familieleden van de
UBO gemeld/als opvolgend advocaat in de procedure gesteld;
als gevolg van genoemde ontwikkeling heeft, ondanks protest van de
zijde van gedaagden, de comparitie geen doorgang gevonden;
er is vervolgens een nieuwe datum voor de comparitie bepaald, te weten
21 februari 2023;
er is door hen die daartoe door de rechtbank waren veroordeeld geen
zekerheid gesteld ten gunste van de curator;
ter gelegenheid van de comparitie van partijen van 21 februari 2023
heeft de advocaat van de curator, in lijn van de eerdere uitspraak van de
rechtbank, ten aanzien van hen die door de rechtbank veroordeeld
waren tot het stellen van zekerheid maar die daartoe niet zijn
overgegaan, geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid;
ter gelegenheid van de comparatie is men er niet in geslaagd om tot een
regeling te komen;
de rechtbank heeft bepaald dat op een termijn van zes weken, gerekend
vanaf 21 februari 2023, vonnis gewezen wordt;
afgewacht dient te worden of tegen die tijd ook daadwerkelijk vonnis
gewezen wordt of dat de uitspraak wordt aangehouden/uitgesteld.
Mocht vonnis gewezen worden dient afgewacht te worden hoe dit vonnis
luidt.
13-03-2023
11
Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2024: 30-06-2024
9.4 Werkzaamheden procedures
In de voorbije verslagperiode is de door de familieleden van de UBO tegen
(onder meer) de curator aangespannen procedure voor genoemde
familieleden verloren gegaan. De rechtbank Amsterdam heeft al de
vorderingen van meergenoemde familieleden afgewezen en hen veroordeeld
in de kosten van de procedure.
Vervolgens hebben de familieleden nagelaten om de
proceskostenveroordeling aan de curator te betalen.
Om die reden heeft de curator in overleg met de rechter-commissaris
besloten om het faillissement van één van de bij de procedure betrokken
partijen aan te vragen, daarin gesteund door de curator van Eurocommerce
die ook nog een vordering op de desbetreffende partij had. Onder druk van
de faillissementsaanvraag zijn alsnog de proceskosten ten bedrage van EUR
1.1717,83 betaald. Verzuimd is echter om de door de curator gemaakte
kosten, gemoeid met de faillissementsaanvraag, te betalen. In overleg met
de curator van Eurocommerce (wiens (steun)vordering inmiddels ook was
betaald), is besloten om, ondanks het feit dat de genoemde kosten niet zijn
betaald, de faillissementsaanvraag in te trekken, waarbij de curator met de
curator van Eurocommerce heeft afgesproken dat de door de curator
gemaakte kosten, gemoeid met de faillissementsaanvraag, voor de helft door
de curator van Eurocommerce worden betaald. Om die reden heeft de curator
de voorbije verslagperiode een bedrag van EUR 677,38 op de
faillissementsrekening ontvangen.
Omdat de familieleden niet in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van
de rechtbank Amsterdam, is deze kwestie daarmee afgedaan.
12
9.4 Werkzaamheden procedures
10.1 Plan van aanpak
Correspondentie met de aangesproken partner, de
beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en de advocaten van de banken, de
partner en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar.
22-03-2019
8
Verslagperiode 9 - d.d. 17 december 2021:
Voor wat betreft de verzekeringskwestie: correspondentie met rechter-
commissaris en met de partij die de curator geadviseerd heeft over deze
kwestie.
Voor wat betreft het kort geding: correspondentie met de rechter-commissaris,
het opstellen van processtukken, het bijwonen van de zitting.
Voor wat betreft de bodemprocedure: correspondentie met de rechter-
commissaris, het opstellen van processtukken.
17-12-2021
9
Verslagperiode 10 - d.d. 15 juni 2022:
Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:
diverse werkzaamheden.
Voor wat betreft de renvooi-procedures: opstellen akte tot verificatie,
correspondentie met de rechter-commissaris, de curatoren van Eurocommerce
en de rechtbank; opstellen vaststellingsovereenkomst.
15-06-2022
10
Verslagperiode 11 - d.d. 13 maart 2023:
Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:
diverse werkzaamheden, waaronder het voorbereiden en bijwonen van de
comparitie van partijen.
13-03-2023
11
Verslagperiode 12 - d.d. 28 juni 2023:
Voor wat betreft de bodemprocedure tegen de familieleden van de UBO:
diverse werkzaamheden, waaronder het bestuderen van het vonnis van de
rechtbank Amsterdam, het vorderen van de betaling van de proceskosten,
het voeren van overleg met de rechter-commissaris en de curator van
Eurocommerce over de faillissementsaanvraag van één van de partijen,
betrokken bij de procedure, het opstellen van een verzoekschrift tot
faillietverklaring.
30-06-2024
12
10. Overig
De afwikkeling van dit faillissement zit vast op de verzekeringskwestie (zie
hiervoor, punt 9). De aankomende verslagperiode zal de curator, in overleg
met de rechter-commissaris, bepalen hoe met deze kwestie verder om te gaan.
22-03-2019
8
De afwikkeling van dit faillissement leek lange tijd vast te zitten op de
verzekeringskwestie (zie hiervoor, punt 9). Hoewel deze kwestie inmiddels is
afgewikkeld kan toch nog niet tot afwikkeling worden overgegaan omdat er
17-12-2021
9
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
inmiddels een procedure loopt over de vrijgave van informatie (zie opnieuw
hiervoor, punt 9). Als gevolg van deze nieuwe ontwikkeling zal nog geruime tijd
duren voordat het faillissement kan worden afgewikkeld.
De afwikkeling zit vast op de uitkomst van de door de familieleden van de UBO
aangespannen bodemprocedure. Zie hierover, hoofdstuk 9, Procedures.
15-06-2022
10
De afwikkeling zit nog steeds vast op de uitkomst van de door de familieleden
van de UBO aangespannen bodemprocedure. Zie hierover, hoofdstuk 9,
Procedures.
13-03-2023
11
In het vorige verslag d.d. 13 maart 2023 werd vermeld dat de afwikkeling van
het faillissement vastzit op de uitkomst van de door de familieleden van de
UBO aangespannen procedure. Nu die procedure teneinde is (zie hierover
hoofdstuk 9, Procedures), is de curator de voorbije verslagperiode begonnen
met de afwikkeling, in welk kader hij de in de loop der tijd ingediende
vorderingen inhoudelijk heeft beoordeeld. Daarbij heeft hij, bij controle van
de door het UWV ingediende boedelvordering, geconstateerd dat die
vermoedelijk te hoog is (zie hierover hoofdstuk 8, Crediteuren). Pas als de
juiste vordering van het UWV is vastgesteld kan tot verdere afwikkeling van
dit faillissement gekomen worden.
30-06-2024
12
N.n.b. 22-03-2019
8
N.n.b. 13-03-2023
11
N.n.b. 30-06-2024
12
30-9-2024 30-06-2024
12
Opstellen (financieel) verslag. 22-03-2019
8
Opstellen (financieel) verslag. 15-06-2022
10
Opstellen (financieel) verslag. 13-03-2023
11
Opstellen (financieel) verslag. 30-06-2024
12
Bijlagen
Bijlagen