Platte tekst van het verslag
Openbaar faillissementsverslag
rechtspersoon (ex art. 73A Fw.)
Naam onderneming
Gegevens onderneming
Activiteiten onderneming
Financiële gegevens
Toelichting financiële gegevens
Betreft
Algemene gegevens
Paperlinx B.V. 05-07-2024
21
De besloten vennootschap Paperlinx B.V. (verder te noemen: PPX) was
statutair gevestigd te (7202 BV) Zutphen aan de Pollaan 1, handelende tevens
onder de namen: BührmannUbbens Packaging, Velpa, Velpa Enveloppen,
Proburo, Proost en Brandt Groep Industrieel Papier, Papiergroothandel Gebr.
Jacobs, Hamex, Store Office Paper, BührmannUbbens, Proost en Brandt,
Brievenbusdoosje en Paperlinx Benelux.
05-07-2024
21
De activiteiten van PPX bestonden uit de vervaardiging van papier en karton
voor verpakking, groothandel in papier- en papierwaren, karton en
verpakkingsmateriaal en de fabricage van enveloppen.
05-07-2024
21
mr G.J. Koers
Toelichting financiële gegevens
Gemiddeld aantal personeelsleden
Boedelsaldo
Verslagperiode
Bestede uren
Het boekjaar van PPX liep van 1 juli tot en met 30 juni. Bovenstaande
financiële gegevens volgen uit de laatste jaarrekening 2013/2014 die
geconsolideerd met PaperlinX Netherlands BV (verder PPX Netherlands) is
opgesteld. Hoewel het geconsolideerde cijfers betreft, is van belang te
vermelden dat het eigen vermogen van PPX ruim 98% uitmaakte van het
verantwoorde eigen vermogen van PPX Netherlands.
05-07-2024
21
550
05-07-2024
21
€ 5.484.713,58
05-07-2024
21
€ 5.423.733,79
19-12-2024
22
€ 5.163.666,59
04-09-2025
23
van
1-12-2023
t/m
31-5-2024
05-07-2024
21
van
1-6-2024
t/m
30-11-2024
19-12-2024
22
van
1-12-2024
t/m
31-5-2025
04-09-2025
23
Bestede uren
Toelichting bestede uren
1.1 Directie en organisatie
1.2 Lopende procedures
VerslagperiodeBestede uren
totaal 1.548 uur 30 min
Conform beleid van de rechtbank Gelderland hebben curatoren door middel
van een separaat vetrouwelijk bericht de rechter-commissaris geïnformeerd
over de belangrijkste gedurende deze verslagperiode verrichte
werkzaamheden alsmede een toelichting verstrekt op de bestede tijd.
05-07-2024
21
Overeenkomstig het ter zake geldende beleid van de rechtbank Gelderland
hebben curatoren de rechter-commissaris in de vorm van een separaat
vertrouwelijk bericht geïnformeerd omtrent de relevante en actuele
rechtmatigheidskwesties en de stand van zaken en verder plan van aanpak
met betrekking tot de civiele aansprakelijkheid van KPMG c.s. in het bijzonder.
Tevens hebben curatoren daarbij de belangrijkste gedurende de afgelopen
verslagperiode verrichte werkzaamheden beschreven en een toelichting
verstrekt op de in dit tijdvak bestede tijd. Gelet op de aard van deze informatie
en relevantie voor de in het vervolg te nemen (rechts)maatregelen worden
hieromtrent in deze openbare verslaglegging verder geen mededelingen
gedaan.
19-12-2024
22
In een separaat (vertrouwelijk) bericht hebben curatoren ingevolge het ter
zake geldende beleid van de rechtbank Gelderland de belangrijkste
gedurende de afgelopen verslagperiode verrichte werkzaamheden
beschreven en een toelichting verstrekt op de in dit tijdvak bestede tijd,
alsmede de aard, omvang en noodzaak daarvan.
Daarin hebben curatoren de rechter-commissaris tevens nader geïnformeerd
omtrent de actuele, relevante (rechtmatigheids-)kwesties en in het bijzonder
de stand van zaken en voorgenomen aanpak met betrekking tot de civiele
aansprakelijkheid van KPMG c.s.
Gelet op de aard van de verstrekte informatie en relevantie voor de in het
vervolg te nemen (rechts)maatregelen worden hieromtrent in deze openbare
verslaglegging verder geen mededelingen gedaan.
04-09-2025
23
1. Inventarisatie
Voor de beschrijving van directie en organisatie wordt verwezen naar het
eerste openbare verslag.
05-07-2024
21
1.2 Lopende procedures
1.3 Verzekeringen
1.4 Huur
1.5 Oorzaak faillissement
Ten tijde van het uitspreken van het onderhavige faillissement waren er geen
gerechtelijke procedures aanhangig. Ten ijde van het opstellen van het
onderhavige verslag evenmin. Er zijn diverse gerechtelijke procedures
gevoerd, waarvoor curatoren verwijzen naar voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar het 17e openbaar verslag i.c.m. de onderdelen
7.3 en 9.1 van het onderhavige verslag.
19-12-2024
22
Ten tijde van het uitbrengen van het onderhavige verslag is (nog) geen
procedure aanhangig. Voor de stand van zaken met betrekking tot de
kwestie betreffende de civiele aansprakelijkheid van KPMG c.s. verwijzen
curatoren naar de onderdelen 7.3 en 9.1 van het onderhavige verslag.
04-09-2025
23
Hiervoor wordt verwezen naar het vijfde verslag. 05-07-2024
21
De huurovereenkomsten met betrekking tot de locaties te Zutphen,
Zwijndrecht, Diemen, Wormerveer en Lier (B) en Kapellen (B) zijn in 2015
beëindigd en afgewikkeld. De curatoren verwijzen hiervoor naar voorgaande
verslagen.
Hieronder volgt per relevante locatie een korte beschrijving van de actuele
stand van zaken.
Zutphen
Hiervoor wordt verwezen naar het 15e verslag. Deze kwestie is genoegzaam
afgewikkeld.
Zwijndrecht
Hiervoor wordt verwezen naar het 17e verslag. Deze kwestie is genoegzaam
afgewikkeld.
05-07-2024
21
Dit onderdeel is genoegzaam afgewikkeld. 19-12-2024
22
In het kader van het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide feiten-
en oorzaken onderzoek door forensisch accountantskantoor Grant Thornton
(hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog gedurende de afgelopen
verslagperiode aandacht besteed aan enkele relevante onderwerpen en
kwesties. De curatoren zullen de in het definitief eindverslag van het forensisch
onderzoek door GT aan hen gerapporteerde uitkomsten betrekken bij hun
eigen, meer aspecten omvattende rechtmatigheidsonderzoek.
De curatoren hadden reeds eerder met bijstand van hun advocaten in dat
kader een eerste analyse gemaakt in verband met de vraag welke feiten en
omstandigheden in belangrijke mate aanleiding en oorzaak zijn geweest voor
het onderhavige faillissement en welke grondslagen voor (eventuele)
aansprakelijkheid jegens betrokkenen in verband daarmee zouden zijn te
onderkennen.
De rechter-commissaris is ook in de afgelopen (verslag)periode nader
vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand van zaken betreffende het
05-07-2024
21
voortdurende rechtmatigheidsonderzoek en enkele relevante kwesties in het
bijzonder. Daarbij wordt ook het oordeel van CBb blijkens zijn uitspraak in de
tuchtrechtelijke hoger beroepsprocedure inzake de als onjuist gekwalificeerde
wijze van verantwoording van het securitisatieprogramma in de
jaarrekeningen betrokken. De curatoren streven ernaar om in de komende
periode tot een nadere standpuntbepaling te komen.
Op dit moment is nog niet aan te geven op welke termijn de curatoren hun
definitieve standpunt ter zake zullen hebben bepaald. Curatoren zullen op
basis van hun nadere en definitieve conclusie(s) met de rechter-commissaris
een plan van aanpak afstemmen voor de eventuele vervolgstappen na
afronding van het rechtmatigheidsonderzoek.
Gelet op aard en karakter van dit onderzoek zullen over de (nadere)
bevindingen en conclusies van curatoren alsmede andere inhoudelijke
aspecten van het rechtmatigheidsonderzoek in deze openbare verslaglegging
verder geen inhoudelijke mededelingen worden gedaan. De rechter-
commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk en/of mondeling
vertrouwelijk door de curatoren geïnformeerd over de stand van zaken, de
relevante ontwikkelingen en (nadere) bevindingen in het kader van het
onderzoek.
In het kader van het lopende rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het
voltooide feiten- en oorzakenonderzoek door forensisch accountantskantoor
Grant Thornton (hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog
gedurende de afgelopen verslagperiode aandacht besteed aan enkele
relevante onderwerpen en kwesties.
Deze hebben met name betrekking op de rechtmatigheidsaspecten
betreffende het securitisation-programma, de cashpool-problematiek alsmede
de continuïteitsveronderstelling, welke thema's (ook) een belangrijke rol
spelen bij de (eventuele) civiele aansprakelijkheid van het bestuur van PPX
alsmede KPMG en de betrokken accountants.
De rechter-commissaris is nader vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand
van zaken betreffende het voortdurende rechtmatigheidsonderzoek en enkele
relevante kwesties in het bijzonder. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht
besteed aan het tuchtrechtelijke oordeel van CBb omtrent de als onjuist
gekwalificeerde wijze van verantwoording van het securitisatie-programma in
de jaarrekeningen welke verantwoordelijkheid bij het bestuur van de
vennootschap berust alsmede de controle daarop en afgifte van een
goedkeurende verklaring door de betrokken accountants. De curatoren streven
ernaar om in de komende periode tot een nadere standpuntbepaling te
komen. Ten aanzien van de civiele aansprakelijkheid van KPMG en de
betrokken accountants hebben curatoren inmiddels verdere maatregelen
genomen. Zij verwijzen daarvoor naar onderdeel 7.3.
Thans is nog niet aan te geven op welke termijn de curatoren hun definitieve
standpunt ter zake de overige rechtmatigheidsaspecten zullen hebben
bepaald. Curatoren zullen op basis van hun definitieve conclusie(s) met de
rechter-commissaris een plan van aanpak afstemmen voor de eventuele
andere vervolgstappen na afronding van het rechtmatigheidsonderzoek.
Gelet op aard en karakter van dit onderzoek zullen over de (nadere)
bevindingen en conclusies van curatoren alsmede andere inhoudelijke
aspecten van het rechtmatigheidsonderzoek in deze openbare verslaglegging
verder geen inhoudelijke mededelingen worden gedaan. De rechter-
commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk en/of mondeling
19-12-2024
22
2.1 Aantal ten tijde van faillissement
vertrouwelijk door de curatoren geïnformeerd over de stand van zaken, de
relevante ontwikkelingen en (nadere) bevindingen in het kader van het
onderzoek.
Het meerjarige rechtmatigheidsonderzoek van curatoren, waarvan het reeds
eerder voltooide feiten- en oorzakenonderzoek door forensisch
accountantskantoor Grant Thornton (hierna: GT) deel uitmaakte, kan als
zodanig als afgerond worden beschouwd. Wel hebben curatoren gedurende
de afgelopen verslagperiode nog de nodige aandacht besteed aan enkele
daarin opgekomen relevante rechtmatigheidsaspecten betreffende het
securitisation-financieringsprogramma, de cashpool-funding alsmede de in de
jaarrekeningen als uitgangspunt genomen continuïteitsveronderstelling,
aangezien deze thema's essentieel zijn voor de (rechterlijke) beoordeling van
de getrouwheid van de gedurende de jaartijdvakken 2009/2010 t/m
2013/2014 opgestelde, goedgekeurde en uitgebrachte jaarrekeningen.
Curatoren betrekken deze aspecten bij de civiele aansprakelijkheid van KPMG
en de betrokken accountants alsmede de (eventuele)
bestuurdersaansprakelijkheid van directie en/of leidinggevenden.
Daarbij hebben zij ook nog aandacht besteed aan de reikwijdte en relevantie
van het tuchtrechtelijk oordeel van CBb omtrent de als onjuist
gekwalificeerde wijze van verantwoording van het securitisatie-programma in
de respectievelijke jaarrekeningen alsmede de (onjuiste) controle daarop en
afgifte van een goedkeurende verklaring door de betrokken accountants.
De rechter-commissaris is eveneens nader (vertrouwelijk) geïnformeerd
omtrent deze relevante kwesties in het bijzonder. Curatoren zullen op basis
van hun definitieve conclusie(s) in voorkomend geval met de rechter-
commissaris een definitief plan van aanpak afstemmen voor de
vervolgstappen met betrekking tot andere in het rechtmatigheidsonderzoek
opgekomen kwesties.
Ten aanzien van de civiele aansprakelijkheid van KPMG en de betrokken
accountants hebben curatoren inmiddels verdere maatregelen genomen. Zij
verwijzen daarvoor naar onderdeel 7.3.
Gelet op de vertrouwelijke aard en karakter van de (nadere) bevindingen en
conclusies van curatoren ten aanzien van de hiervoor genoemde
rechtmatigheidsaspecten en -kwesties zullen hierover in deze openbare
verslaglegging verder geen inhoudelijke mededelingen worden gedaan. De
rechter-commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk en/of
mondeling (vertrouwelijk) door de curatoren geïnformeerd over de stand van
zaken, de relevante ontwikkelingen en (nadere) bevindingen in dezen.
04-09-2025
23
2. Personeel
Personeelsleden
463
Toelichting
05-07-2024
21
2.2 Aantal in jaar voor faillissement
2.3 Ontslagaanzegging
2.4 Werkzaamheden personeel
Ten tijde van het faillissement waren er 463 werknemers bij PPX werkzaam,
waarvan 50 werknemers in België en de overige in Nederland. Daarnaast
waren er nog 19 uitzendkrachten werkzaam.
Personeelsleden
550
Toelichting
In het jaar voorafgaand aan het faillissement waren er gemiddeld 550
werknemers in dienst bij PPX. Een groot aantal van deze werknemers is na
een reorganisatie eind 2014 uit dienst gegaan waardoor uiteindelijk het aantal
is overgebleven zoals hierboven onder 2.1 vermeld. Enkele jaren voor
faillissementsdatum waren binnen PPX Benelux nog circa 880 werknemers
werkzaam.
05-07-2024
21
Datum AantalToelichting
20-4-2015463
totaal 463
2.4 Werkzaamheden personeel
3.1 Onroerende zaken
Toelichting onroerende zaken
3.2 Werkzaamheden onroerende zaken
3.3 Bedrijfsmiddelen
Toelichting bedrijfsmiddelen
Kernteam
In de voorgaande verslagen is uitvoerig omschreven welke werkzaamheden
door Finance van PPX in het kader van de afwikkeling van het faillissement en
in het belang van de boedel gedurende de afgelopen jaren zijn verricht. Er zijn
destijds met Finance afspraken gemaakt om per 2021 op oproepbasis voor de
curatoren werkzaam te blijven. Gedurende de afgelopen verslagperiode is
Finance niet actief voor de curatoren werkzaam geweest. Finance blijft echter
beschikbaar en inzetbaar om zo nodig in de toekomst voor curatoren
werkzaamheden te verrichten voor zover dat in het belang van de afwikkeling
van het faillissement noodzakelijk wordt geacht.
05-07-2024
21
Gedurende de afgelopen verslagperiode heeft Finance van PPX de curatoren
nog ondersteund en (nader) gedocumenteerd ten behoeve van de
onderbouwing van de aansprakelijkstellling van KPMG c.s. en de (eventuele)
verder te nemen (gerechtelijke) stappen. Als voorheen blijft Finance
beschikbaar om ook in het vervolg voor curatoren werkzaamheden te
verrichten voor zover dat in het belang van de afwikkeling van het faillissement
en de actuele rechtmatigheidskwesties in het bijzonder noodzakelijk wordt
geacht.
19-12-2024
22
Ook gedurende de afgelopen verslagperiode heeft Finance van PPX de
curatoren nog ondersteund en (nader) geïnformeerd omtrent enkele
opgekomen vragen en aspecten in het kader van de civiele
aansprakelijkstelling van KPMG c.s. en de (eventuele) verder te nemen
(gerechtelijke) stappen.
Als voorheen blijft Finance beschikbaar om ook in het vervolg de curatoren zo
nodig te ondersteunen waar dat in het belang van de afwikkeling van het
faillissement en in het bijzonder de actuele aansprakelijkheidskwestie
noodzakelijk wordt geacht.
04-09-2025
23
3. Activa
PPX had geen onroerende zaken in eigendom. Hiervoor wordt verwezen naar
voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Toelichting bedrijfsmiddelen
3.4 Bodemvoorrecht fiscus
3.5 Werkzaamheden bedrijfsmiddelen
3.6 Voorraden / onderhanden werk
Toelichting voorraden / onderhanden werk
3.7 Werkzaamheden voorraden / onderhanden werk
3.8 Andere activa
Toelichting andere activa
Voor een uitvoerige beschrijving van de in de boedel aangetroffen materiële en
immateriële activa verwijzen de curatoren naar hun eerste verslag.
Zoals reeds vermeld in het eerste openbaar verslag is de totale opbrengst van
de aangetroffen materiële activa bij gebreke van enig daarop gevestigd
zekerheidsrecht als vrij actief in de onderhavige boedel te beschouwen
05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen en hiervoor onderdeel
3.3.
05-07-2024
21
De curatoren dienen op grond van het bepaalde in artikel 57 lid 3 Fw de
belangen van de belastingdienst als bevoorrechte schuldeiser te behartigen
tot het bedrag van de (te formaliseren) bodembelastingschulden wegens
Loonheffing en Omzetbelasting. Bij het onderhavige faillissement is de bank
noch andere financier met een bezitloos pandrecht op (bodem-)zaken
betrokken, zodat er voor de curatoren geen grond was om diens positie als
zekerheidsgerechtigde in te korten.
19-12-2024
22
Voor de curatoren is in het onderhavige faillissement geen taak weggelegd
om op de voet van art. 57 lid 3 Fw jegens een pandhouder de belangen van
de belastingdienst als bevoorrechte schuldeiser te behartigen tot het bedrag
van de (te formaliseren) bodembelastingschulden wegens loonheffing en/of
omzetbelasting, aangezien bij het onderhavige faillissement geen
zekerheidsgerechtigde met een bezitloos pandrecht op (bodem-)zaken is
betrokken.
Voor de hoogte van de (materiële) fiscale vordering op grond van art. 29 lid 7
Wet OB wordt verwezen naar onderdeel 8.2.
04-09-2025
23
Voor een uitvoerige beschrijving van de tot de boedel behorende, qua omvang
en (opbrengst)-waarde aanzienlijke hoeveelheden voorraden papier en
verpakkingsmaterialen (ca. 12.000 ton) verwijzen de curatoren naar hun
eerste verslag.
Aangezien de voorraden niet waren verpand maar als vrij eigendom aan de
boedel van PPX toebehoorden, was betaling van een boedelbijdrage aan enige
zekerheidsgerechtigde niet aan de orde.
05-07-2024
21
Toelichting andere activa
3.9 Werkzaamheden andere activa
4.1 Debiteuren
Toelichting debiteuren
Voor een beschrijving van de overige tot de boedel van PPX te rekenen
materiële en immateriële activa alsmede de werkzaamheden die aan de
uitwinning van de betreffende goederen zijn besteed, verwijzen curatoren
naar de voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Voor een beschrijving van de overige tot de boedel van PPX te rekenen
materiële en immateriële activa alsmede de werkzaamheden die aan de
uitwinning van de betreffende goederen zijn besteed, verwijzen curatoren
naar de voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
4. Debiteuren
Toelichting debiteuren
4.2 Werkzaamheden debiteuren
Omvang debiteuren
Volgens de administratie van de vennootschap bedroeg de
debiteurenportefeuille per faillissementsdatum een bedrag van nominaal ruim €
36,7M, bestaande uit ca. 5.900 debiteuren in binnen- en buitenland en circa
40.000 openstaande facturen. De debiteurenincasso betreffende deze
portefeuille door CreditManagement en Finance van PPX tezamen met
curatoren is enige tijd geleden genoegzaam afgehandeld. De ten name van
FinlinX gestelde collections account is vervolgens gesloten.
In het kader van de in onderdeel 4.4 beschreven afrekening en afwikkeling van
het securitisatie-programma zijn de nog resterende (openstaande) debiteuren
door FinlinX formeel overgedragen aan de curator van PPX Holdings door
middel van een tussen hen gesloten Deed of Re-assignment of Purchased Euro
Receivables. Deze posten vertegenwoordigden echter naar de curatoren in
overleg met Finance van PPX reeds hadden vastgesteld op dat moment geen
waarde meer voor de boedel(s). De daarop betrekking hebbende informatie
hebben curatoren ook met de curator van PPX Holdings gedeeld die daarom
ook geen invorderingsmaatregelen meer heeft ondernomen.
Opbrengst
De gerealiseerde opbrengst van de sedert inlossing van ING Bank per juli 2015
geïncasseerde FinlinX-debiteuren berustte onder FinlinX op de door haar bij
ING Bank aangehouden collections account. Het uit hoofde van de
debiteurenincasso geaccumuleerde creditsaldo van ruim € 8,45M is onder
inhouding van een tweetal posten voor kostenreserveringen vervolgens in
februari 2022 uitbetaald aan de boedel van PPX Holdings, die daarop
krachtens een uitgebracht bindend eindadvies van de Commissie van
Deskundigen d.d. 3 april 2019 gerechtigd was.
Boedelbijdrage
De van boedeldebiteuren ontvangen betalingen zijn als vrij actief in de
onderhavige boedel te be-schouwen, zodat betaling van een boedelbijdrage
door enige zekerheidsgerechtigde niet aan de orde is. Voor de
werkzaamheden van curatoren en het KT in het kader van de incasso van de
aan de boedel van PPX Holdings toekomende debiteurenbetalingen, was reeds
bij aanvang van die werkzaamheden een boedelbijdrage van de curator van
PPX Holdings bedongen. Deze bijdrage betrof een vergoeding voor alle door
curatoren en KT in dit kader gemaakte kosten. Enige tijd na afronding van die
werkzaamheden is deze betaling aan de onderhavige boedel voldaan.
05-07-2024
21
Onder verwijzing naar vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de
incasso door curatoren van de gesecureerde prefaillissementsdebiteuren
alsmede de boedeldebiteuren definitief is afgewikkeld.
19-12-2024
22
Afwikkeling securitisationprogramma
Voor een uitvoerige beschrijving van de juridische en financiële afwikkeling van
het securitisatie-financieringsprogramma tussen alle daarbij betrokken
(oorspronkelijke) contractspartijen verwijzen curatoren naar het 17e openbare
verslag. Ingevolge de Termination Agreement d.d. 2 februari 2022 is van het
totale onder ING Bank berustende, ten name van FinlinX gestelde creditsaldo
(ca. € 8,45M) een bedrag van ruim € 8M door FinlinX/ING Bank rechtstreeks aan
de boedel van PPX Holdings voldaan, die daartoe uit hoofde van het destijds
uitgebrachte definitief bindend eindadvies gerechtigd was.
Hierna is het financieringsprogramma formeel geëindigd en is tussen alle
partijen kwijting verleend voor de afrekening en financiële en juridische
05-07-2024
21
afwikkeling van het financieringsprogramma als zodanig, als gevolg waarvan
ook de sedert faillissementsdatum doorlopende substantiële, deels forfaitaire
kosten van het programma uiteindelijk zijn gestopt.
Vervolgens resteerde nog de afrekening van een tweetal in de Termination
Agreement voorziene kostenreserveringen ad € 150K resp. € 300K, welke
bedragen tot nader order in escrow waren gestort. Genoemde bedragen
dienden ter dekking van de afwikkelingskosten van het
financieringsprogramma e.a. respectievelijk de (proces-)kosten van ING Bank
welke zouden kunnen ontstaan als gevolg van een eventuele claim c.q.
gerechtelijke procedure van curatoren jegens de bank c.s. uit hoofde van het
financieringsprogramma of de (gewijzigde) cashpool-arrangementen.
In de vorige verslagperiode heeft ING Bank de beide hiervoor gereserveerde
bedragen uitbetaald aan de boedel van PPX Holdings, reeds voordat de
curatoren hun definitieve standpunt hadden kenbaar gemaakt omtrent
eventuele (rechts)maatregelen jegens de bank. Aldus is op een praktische en
minder formele wijze uitvoering gegeven aan de destijds in de Termination
Agreement voor afwikkeling opgenomen regeling en specifieke voorwaarden.
Dientengevolge is hiermee de formeel-juridische en financiële ontmanteling van
het financierings-programma definitief afgerond.
De curatoren hebben in de vorige verslagperiode hun definitieve standpunt
bepaald ten aanzien van de verschillende in het kader van de financiering door
hen onderzochte rechtmatigheidskwesties. In dat verband hebben zij
geconcludeerd dat het op grond van alle daarbij te betrekken juridische
aspecten niet in het belang van de boedel is noch op grond van andere
overwegingen opportuun is om ter zake verdere (rechts)maatregelen te
treffen. Daarmee kan deze rechtmatigheidskwestie als afgedaan worden
beschouwd.
Vordering vs PPX Holdings
De oorspronkelijke intercompany-vordering (in rekening-courant) van PPX op
PPX Holdings was in overleg met de curator van PPX Holdings erkend voor een
bedrag ad ruim € 53M. Na een eerste tussentijdse uitdeling aan de boedel van
PPX per 3 december 2018 ten bedrage van 6,55% bedroeg de vordering van
PPX per saldo nog ruim € 49,7M.
Nadat het grootste deel van het onder ING Bank berustende creditsaldo
(minus voorziene kosten-reserveringen) van ruim € 8M in de boedel van PPX
Holdings was ontvangen, heeft de curator van PPX Holdings een tweede
tussentijdse uitdeling aan de geverifieerde concurrente schuldeisers gedaan
ten bedrage van een uitkeringspercentage van 7,2%. Uit hoofde daarvan
ontving de boedel van PPX op 12 mei 2022 een uitkering ad € 3.815.697,74.
Nu tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-UK-
groep inmiddels overeenstemming is bereikt over de finale afrekening en de
uitdelingen tussen PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-vennootschappen
anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn. Waterfall, zal volgens
recente informatie van de curator van PPX Holdings op zeer korte termijn de
derde en laatste (slot)uitdeling aan de boedel van PPX plaatsvinden ter hoogte
van circa 0,36% van de geverifieerde concurrente vordering. Omtrent de
precieze hoogte van deze slotuitkering en de termijn waarop deze
daadwerkelijk zal worden uitbetaald, kan op dit moment nog geen uitsluitsel
worden gegeven.
Hierdoor zal dan het volledige resterende boedelactief van PPX Holdings aan
crediteuren zijn uitgekeerd.
Vordering vs PPX-UK
De boedel van PPX is betrokken bij het faillissement van The Paper Company
Limited (TPC) met een erkende handelsvordering ad GBP 1.289.281,92. Deze
vennootschap maakt onderdeel uit van de PaperlinX UK-groep. Alle tot de
PaperlinX-UK groep behorende vennootschappen verkeren sedert 1 april 2015
in Administration.
In het “Annual Progess Report to creditors” van de Joint Liquidators van PPX-
UK/TPC e.a. (voorheen verbonden aan Deloitte UK, thans geheten TENEO
welke organisatie per 21 december 2021 de benoemingen en
rechtsverhouding betreffende de Administration met goedkeuring van de
Engelse rechtbank heeft overgenomen) en daaropvolgend bericht van de
Administrator van TPC was reeds aangekondigd dat aan de opkomende niet-
bevoorrechte vorderingen nog een derde en laatste (slot)uitkering zou worden
gedaan.
Nadat tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-UK-
groep overeenstemming was bereikt over de finale afrekening en de
uitdelingen tussen PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-vennootschappen
anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn. Waterfall, heeft in de
afgelopen verslagperiode vanuit de boedel van TPC aan de boedel van PPX de
derde en laatste (slot)uitdeling plaatsgevonden ter hoogte van 19,6% van de
erkende concurrente vordering. Uit hoofde daarvan ontving de boedel van PPX
op 9 april 2024 een uitkering ten bedrage van (omgerekend) € 294.340,59. In
totaal werd aldus 74,6% van de erkende vordering uitbetaald.
Incasso debiteuren FinlinX
Voor een uitvoerige beschrijving van de juridische en financiële afwikkeling van
het securitisatie-financieringsprogramma tussen alle daarbij betrokken
(oorspronkelijke) contractspartijen verwijzen curatoren naar het 17e openbare
verslag alsmede hetgeen hiervoor is beschreven in het (sub-)onderdeel
'Afwikkeling securitisatieprogramma'. De formeel-juridische afwikkeling en
financiële ontmanteling van het financieringsprogramma is daarmee definitief
afgerond.
Afwikkeling securitisationprogramma
Zoals de curatoren in de vorige verslaglegging hebben aangegeven, was de
formeel-juridische en financiële ontmanteling van het financierings-programma
tussen de curatoren van PPX Holdings en PPX alsmede de betrokken financiers
definitief afgerond. Curatoren hebben vervolgens hun definitieve standpunt
bepaald ten aanzien van de vraag of de financier(s) paulianeus handelen kon
worden verweten met betrekking tot de op haar instigatie gewijzigde
cashpoolovereenkomst.
Naar aanleiding van het eerder beschreven onderzoek en oordeelsvorming
over alle relevante financiële aspecten en juridische merites van de destijds
ingeroepen actio Pauliana hebben de curatoren geconcludeerd dat het met
inachtneming van alle bij die afweging te betrekken aspecten niet in het
belang van de boedel is noch op grond van andere overwegingen opportuun is
om ter zake verdere (rechts)maatregelen te treffen. Daarmee is deze
rechtmatigheidskwestie definitief afgedaan.
Vordering vs PPX Holdings
Nadat tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-UK-
groep overeenstemming was bereikt over de finale afrekening en de
uitdelingen tussen de boedels van PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-
vennootschappen anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn.
Waterfall, heeft in de afgelopen verslagperiode vanuit de boedel van PPX
Holdings de derde, tevens laatste (slot)uitdeling aan de boedel van PPX
plaatsgevonden ter hoogte van 0,35% van de destijds in dat faillissement
19-12-2024
22
geverifieerde concurrente vordering. Uit hoofde daarvan ontving de boedel van
PPX op 31 oktober 2024 een bedrag van € 186.724,80. In totaal werd aldus
14,1% van de erkende vordering ad € 53.012.676,- uitbetaald.
Nadat in het faillissement van PPX Holdings de gedeponeerde slotuitdelingslijst
op 18 oktober 2024 verbindend was geworden, is als gevolg daarvan per
diezelfde datum het faillissement van PPX Holdings van rechtswege geëindigd.
Het faillissement van PPX Netherlands is tot dusver nog niet beëindigd. Op dit
moment is nog niet duidelijk op welke wijze en wanneer dat faillissement zal
eindigen. Tussen de boedels van PPX Netherlands en PPX
bestaat geen schuldverhouding meer nadat tussen de curatoren in deze
faillissementen een finale regeling is getroffen ten aanzien van de over en
weer bestaande (pretense) vorderingen.
Vordering vs PPX-UK
Nadat tussen de curator van PPX Holdings en de Administrator van de PPX-UK-
groep overeenstemming was bereikt over de finale afrekening en de
uitdelingen tussen de boedels van PPX Holdings enerzijds en de PPX-UK-
vennootschappen anderzijds over en weer langs de lijnen van de zgn.
Waterfall, heeft in de vorige verslagperiode vanuit de boedel van TPC aan de
boedel van PPX de derde en laatste (slot)uitdeling plaatsgevonden ter hoogte
van 19,6% van de erkende concurrente vordering. Uit hoofde daarvan ontving
de boedel van PPX destijds op 9 april 2024 een uitkering ten bedrage van
(omgerekend) € 294.340,59. In totaal werd aldus 74,6% van de erkende
vordering uitbetaald.
Incasso debiteuren FinlinX
Onder verwijzing naar de eerdere beschrijving in onderdeel 11 van het 17e en
20e openbaar verslag en onderdeel 4.2 van het onderhavige verslag kan
worden geconcludeerd dat de incasso van de boedeldebiteuren alsmede de
gesecuritiseerde prefaillissementsdebiteuren door de curatoren genoegzaam is
afgewikkeld.
Financieringsprogramma Securitisation en Cashpool
Onder verwijzing naar hetgeen curatoren in de vorige verslaglegging
hieromtrent hebben uiteengezet, is
de formeel-juridische en financiële ontmanteling van het
financieringsprogramma definitief afgerond.
Ten aanzien van de vraag of de financiers paulianeus handelen kon worden
verweten met betrekking tot de op hun instigatie gewijzigde en conform hun
wensen ingerichte cashpoolovereenkomst hebben curatoren met
inachtneming van alle relevante financiële aspecten en juridische merites ten
aanzien van de destijds ingeroepen actio Pauliana geconcludeerd dat het
niet in het belang van de boedel is noch op grond van andere aspecten en
overwegingen opportuun is om ter zake verdere (rechts)maatregelen te
treffen. Daarmee kan ook deze rechtmatigheidskwestie als afgewikkeld
worden beschouwd.
Faillissement PPX Holdings en PPX Netherlands
Het faillissement van PPX Holdings is inmiddels per 18 oktober 2024 van
rechtswege geëindigd als gevolg van het verbindend worden van de
gedeponeerde slotuitdelingslijst.
Het faillissement van PPX Netherlands is tot dusver niet geëindigd. Op 24
maart 2025 is daarover gepubliceerd dat dit faillissement zal eindigen door
middel van vereenvoudigde afwikkeling. Blijkens het laatste openbaar verslag
zal het resterende boedelactief (pro rata) worden uitgekeerd aan de in dat
faillissement opkomende preferente crediteuren, t.w. UWV met een
preferente loonvordering en de belastingdienst met een preferente vordering
uit hoofde van loonbelasting.
Tussen de boedels van PPX en PPX Netherlands bestond inmiddels geen
04-09-2025
23
5.1 Vordering van bank(en)
5.2 Leasecontracten
5.3 Beschrijving zekerheden
schuldverhouding meer nadat tussen de curatoren in deze faillissementen
een finale regeling was getroffen, inhoudende dat over en weer werd
afgezien van het geldend maken van enige claim jegens de andere boedel.
Incasso debiteuren
De incasso door curatoren van de aan FinlinX gesecuritiseerde
prefaillissementsdebiteuren alsmede de boedeldebiteuren is gelet op de
inlossing uit hoofde daarvan van ING Belgium alsmede het daarboven
gerealiseerde aanzienlijke surplus ten bedrage van het creditsaldo ad ca. €
8,5M, waarmee onder moeilijke omstandigheden een hoog inningspercentage
is bereikt, naar tevredenheid afgewikkeld.
5. Bank / Zekerheden
Toelichting vordering van bank(en)
Voor de positie van de bij de vennootschap van PPX en verbonden
groepsvennootschappen betrokken banken en financieringswijze van de PPX-
groep en in dar verband verstrekte zekerheden wordt verwezen naar
voorgaande verslagen.
De complexe materie van het door PPX met ING Belgium aangegane
securitisatieprogramma, alsmede de (vele) wijzigingen welke zich ten aanzien
van securitisatie- i.c.m. cashpoolfinanciering sedert de aanvang van de
financiering in 2010 hebben voorgedaan alsmede de verweven geldstromen
binnen beide programma’s tussen alle verbonden entiteiten over en weer,
hebben deel uitgemaakt van het rechtmatigheidsonderzoek. Gelet op het
vertrouwelijke karakter van dit onderzoek worden daarover in dit openbaar
verslag geen inhoudelijke mededelingen gedaan. Voor het overige wordt
verwezen naar onderdelen 4.2 en 7.6.
05-07-2024
21
Toelichting vordering van bank(en)
Voor wat betreft de definitieve standpuntbepaling van de curatoren ten
aanzien van de rechtmatigheidsaspecten betreffende de cashpoolfinanciering
e.a. wordt verwezen naar onderdelen 4.2 en 7.6 van het onderhavige verslag.
19-12-2024
22
Toelichting vordering van bank(en)
Voor wat betreft de afwikkeling van het securitisationprogramma en de
definitieve standpuntbepaling van de curatoren ten aanzien van de
rechtmatigheidsaspecten betreffende de cashpoolfinanciering e.a. wordt
verwezen naar onderdelen 4.2 en 7.6 van het vorige en onderhavige verslag.
04-09-2025
23
Hiervoor wordt verwezen naar het achtste verslag. 05-07-2024
21
5.3 Beschrijving zekerheden
5.4 Separatistenpositie
5.5 Eigendomsvoorbehoud
5.6 Retentierechten
5.7 Reclamerechten
5.8 Boedelbijdragen
5.9 Werkzaamheden bank / zekerheden
6.1 Exploitatie / zekerheden
6.2 Financiële verslaglegging
Voor de positie van de bij de vennootschap van PPX en verbonden
groepsvennootschappen betrokken banken en financieringswijze van de PPX-
groep en in dar verband verstrekte zekerheden wordt verwezen naar
voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar het zesde verslag. 05-07-2024
21
De rechten van eigendomsvoorbehoud zijn volledig afgewikkeld. Zie daarvoor
voorgaande verslagen. Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.
05-07-2024
21
Geclaimde retentierechten zijn volledig afgewikkeld. Hiervoor wordt verwezen
naar het zesde verslag. Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.
05-07-2024
21
De geclaimde reclamerechten zijn volledig afgewikkeld. Hiervoor wordt
verwezen naar het zesde verslag.
Curatoren beschouwen dit onderdeel als afgerond.
05-07-2024
21
Voor een omschrijving van de werkzaamheden verwijzen de curatoren naar
hetgeen hiervoor is vermeld.
05-07-2024
21
6. Voortzetten / doorstart onderneming
Voortzetten onderneming
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
6.2 Financiële verslaglegging
6.3 Werkzaamheden voortzetten onderneming
6.4 Beschrijving
6.5 Verantwoording
6.6 Opbrengst
6.7 Boedelbijdrage
6.8 Werkzaamheden doorstarten onderneming
7.1 Boekhoudplicht
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
Doorstarten onderneming
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
Toelichting
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Toelichting
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen.
05-07-2024
21
Hiervoor wordt verwezen naar voorgaande verslagen. 05-07-2024
21
7. Rechtmatigheid
In het kader van het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide feiten-
en oorzakenonderzoek door forensisch accountantskantoor Grant Thornton
(hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog gedurende de afgelopen
verslagperiode aandacht besteed aan enkele relevante onderwerpen en
kwesties
05-07-2024
21
Onderdeel van het aanhangige rechtmatigheidsonderzoek is voor wat dit
specifieke onderdeel betreft onder andere de vraag of in het onderhavige
faillissement door de bestuurders van PPX is voldaan aan de boekhoud- en
administratieplicht. Daarbij is ook het oordeel van CBb in zijn uitspraak in hoger
beroep in de tuchtrechtzaak relevant. De curatoren zullen tevens de in het
definitief eindverslag van het forensisch onderzoek de door GT aan hen
gerapporteerde uitkomsten betrekken bij hun eigen, meer aspecten
omvattende rechtmatigheidsonderzoek.
Voor een beschrijving van de werkwijze van curatoren met betrekking tot de
omvangrijke digitale en nadien gedigitaliseerde relevante administratie van
PPX van alle vestigingen in Nederland en België alsmede de wijze waarop de
curatoren hun eigen cloud-omgeving en data-opslag hebben ingericht en
toegankelijk houden, verwijzen de curatoren kortheidshalve naar het 20e
verslag. Verder wordt verwezen naar onderdeel 1.5 van dit verslag.
In het kader van het lopende rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het
voltooide feiten- en oorzaken-onderzoek door forensisch accountantskantoor
Grant Thornton (hierna: GT) deel uitmaakt, hebben curatoren ook nog
gedurende de afgelopen verslagperiode aandacht besteed aan enkele
relevante onderwerpen en kwesties.
Deze hebben met name betrekking op de rechtmatigheidsaspecten
betreffende het securitisation-programma, de cashpool-problematiek alsmede
de continuïteitsveronderstelling, welke thema's zowel (ook) een belangrijke rol
spelen bij de (eventuele) civiele aansprakelijkheid van het bestuur van PPX als
van KPMG en de betrokken accountants.
De rechter-commissaris is nader vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand
van zaken betreffende het voortdurende rechtmatigheidsonderzoek en enkele
relevante kwesties in het bijzonder. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht
besteed aan het tuchtrechtelijk oordeel van CBb omtrent de als onjuist
gekwalificeerde wijze van verantwoording van het securitisatie-programma in
de jaarrekeningen welke verantwoordelijkheid bij het bestuur van de
vennootschap berust alsmede de controle daarop en afgifte van een
goedkeurende verklaring door de betrokken accountants.
Relevant voor het rechtmatigheidsonderzoek omtrent specifiek de boekhoud-
en administratieplicht van het (middellijk) bestuur van de vennootschap is met
name de wijze van inrichting van de jaarrekening waar het de verantwoording
op de balans betreft van de securitisatie van (handels)debiteuren en de
cashpoolfinanciering als zgn. vrij beschikbare geldmiddelen c.q. aanspraken
van PPX vs. PPX Holdings uit hoofde daarvan. Daarvoor is het oordeel van CBb
in zijn uitspraak in hoger beroep in de tuchtrechtzaak relevant van belang.
Verder is nog onderwerp van onderzoek de door het bestuur van PPX in de
jaarrekening(en) als uitgangspunt gehanteerde continuïteitsveronderstelling.
De curatoren zullen tevens de in het definitief eindverslag van het forensisch
onderzoek door GT aan hen gerapporteerde uitkomsten betrekken bij hun
eigen, meer aspecten omvattende rechtmatigheidsonderzoek.
19-12-2024
22
Het meerjarige rechtmatigheidsonderzoek van curatoren, waarvan het reeds
eerder voltooide feiten- en oorzakenonderzoek door forensisch
accountantskantoor Grant Thornton (hierna: GT) deel uitmaakte, kan als
zodanig als afgerond worden beschouwd.
Wel hebben curatoren gedurende de afgelopen verslagperiode nog de
nodige aandacht besteed aan enkele relevante rechtmatigheidsaspecten
betreffende het door middel van securitisation vormgegeven
financieringsprogramma, de cashpool-funding alsmede de in de
jaarrekeningen als uitgangspunt genomen continuïteitsveronderstelling,
aangezien deze thema's essentieel zijn voor de (rechterlijke) beoordeling van
04-09-2025
23
7.2 Depot jaarrekeningen
7.3 Goedkeuringsverklaring accountant
de getrouwheid van de gedurende de jaartijdvakken 2009/2010 t/m
2013/2014 opgestelde, goedgekeurde en uitgebrachte jaarrekeningen.
Curatoren betrekken deze aspecten bij de civiele aansprakelijkheid van KPMG
en de betrokken accountants alsmede de (eventuele)
bestuurdersaansprakelijkheid van directie en/of leidinggevenden.
Verder hebben zij ook nog aandacht besteed aan de reikwijdte en relevantie
van het tuchtrechtelijk oordeel van het CBb omtrent de als onjuist
gekwalificeerde wijze van verantwoording van het securitisatie-programma in
de respectievelijke jaarrekeningen alsmede de onjuiste controle daarop en
afgifte van een goedkeurende verklaring door de betrokken accountants.
Voor de oordeelsvorming ten aanzien van specifiek de boekhoud- en
administratieplicht van het (middellijk) bestuur van de vennootschap hebben
curatoren met name aandacht besteed aan de (primair) door het bestuur
gekozen wijze van inrichting van de jaarrekening betreffende de activering
op de balans van de gesecuritiseerde (handels)debiteuren en
verantwoording van de cashpoolfinanciering als zgn. vrij beschikbare
geldmiddelen c.q. aanspraken van PPX vs. PPX Holdings. Daarvoor wordt ook
het kwalificerende oordeel van het CBb in zijn uitspraak in hoger beroep in de
tuchtrechtzaak betrokken. Verder zullen curatoren nog hun oordeel vormen
over de door het bestuur in de jaarrekening(en) als uitgangspunt
gehanteerde en door de betrokken accountants goedgekeurde
continuïteitsveronderstelling.
De rechter-commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk en/of
mondeling (vertrouwelijk) door de curatoren geïnformeerd over de stand van
zaken, de relevante ontwikkelingen en (nadere) bevindingen in dezen.
Curatoren zullen op basis van hun definitieve conclusie(s) in voorkomend
geval met de rechter-commissaris een definitief plan van aanpak afstemmen
voor vervolgstappen met betrekking tot andere in het
rechtmatigheidsonderzoek opgekomen kwesties.
Ten aanzien van de civiele aansprakelijkheid van KPMG en de betrokken
accountants hebben curatoren inmiddels verdere actie(s) en maatregelen
genomen. Zij verwijzen daarvoor naar onderdeel 7.3.
Gelet op de vertrouwelijke aard en karakter van de (nadere) bevindingen en
conclusies van curatoren ten aanzien van de hiervoor genoemde
rechtmatigheidsaspecten en -kwesties zullen hierover in deze openbare
verslaglegging verder geen inhoudelijke mededelingen worden gedaan.
De jaarrekeningen over de drie jaren voorafgaand aan het faillissement zijn
tijdig gepubliceerd.
05-07-2024
21
In de vorige openbare verslagen hebben de curatoren uitvoerig het verloop
beschreven van de tegen de betrokken accountants van KPMG ten overstaan
van de Accountantskamer in eerste aanleg aanhangig gemaakte
tuchtklachtprocedure en daarin naar voren gebrachte klachtonderdelen. Voor
een goed begrip van deze in opvolgende openbare verslagen terugkerende
materie en gelet op het belang van deze kwestie voor het onderhavige
faillissement volgt daarvan hieronder een samenvatting.
De ingediende klachten van de curatoren tegen de betrokken accountants van
KPMG betroffen de volgende onderdelen:
05-07-2024
21
(1) Het ten onrechte geven van een goedkeurende verklaring bij de
jaarrekeningen 2011/2012 e.v. wegens de onjuiste verantwoording van het
securitisatieprogramma,
(2) Idem voor wat betreft de (gewijzigde) cashpool-agreements,
(3) Het ten onrechte niet opnemen van een continuïteitsparagraaf in de laatste
goedkeurende verklaring bij de jaarrekening 2013/2014, en
(4) De categorische weigering van de laatstelijk betrokken accountant om
medewerking te verlenen aan het onderzoek van curatoren c.q. informatie te
verstrekken over de in concreto door hem verrichte (controle-)werkzaamheden.
De Accountantskamer heeft in de uitspraak van 6 september 2019
klachtonderdelen (1) en (4) toegewezen en geoordeeld dat de betrokken
accountants klachtwaardig hebben gehandeld.
In verband met de aard en ernst van het onzorgvuldig handelen en
tekortkoming ten aanzien van de controle van de jaarrekening van de
betrokken accountants op genoemde punten is aan hen de maatregel van
waarschuwing respectievelijk berisping opgelegd.
Nadat zowel curatoren als de betrokken accountants hoger beroep hadden
ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) voor wat
betreft hun door de Accountantskamer (deels) afgewezen klachtonderdelen,
hebben beide partijen ten overstaan van dit College beroep- en
verweerschriften ingediend. Voor een beschrijving van de daarop volgende
ontwikkelingen wordt verwezen naar onderdeel 7.3 van het 16e openbaar
verslag.
Op 31 januari 2023 heeft het CBb in beide hoger beroepszaken uitspraak
gedaan (vindplaats ECLI:NL:CBB:2023:44 via www.rechtspraak.nl). In deze
uitspraak heeft het College voornoemde uitspraak van de Accountantskamer
bevestigd en de daartegen door beide partijen ingestelde hoger beroepen
ongegrond verklaard.
Het College heeft geoordeeld dat de door de directie van PPX (Netherlands) in
de jaarrekeningen gekozen wijze van verantwoording van de gesecuritiseerde
handelsdebiteuren welke door de betrokken accountants aanvaardbaar is
geacht, onvoldoende inzicht geeft in de gevolgen van het
securitisatieprogramma.
Zowel op het punt van de economische risico’s als de economische voordelen
was volgens CBb sprake van diverse factoren die duid(d)en op een zodanige
wijziging dan wel verschuiving van vermogen van PPX naar PPX Holdings als
gevolg van de securitisatie van handelsvorderingen, dat het niet in de rede lag
dat de handelsvorderingen die onderdeel waren van het securitisatie-
programma nog langer op de balans van PPX geactiveerd konden blijven. Het
in de jaarrekeningen geschetste beeld dat de handelsdebiteurenportefeuille
deel uitmaakte van het (geconsolideerd) vermogen van PPX (Netherlands) ten
aanzien waarvan PPX recht zou hebben op de opbrengsten en waarvan zij het
risico droeg, is naar het oordeel van CBb daarom onjuist.
Verder heeft CBb geoordeeld dat, hoewel voor een accountant als
opdrachtnemer geen algemene en onbeperkte verantwoordingsplicht bestaat
in de vorm van het afgeven van (afschriften van) stukken uit zijn dossier aan
zijn opdrachtgever, een accountant in beginsel bereid moet zijn om aan zijn
opdrachtgever en aan de curator in het faillissement van die opdrachtgever op
diens verzoek in algemene zin informatie te verstrekken over de door hem ter
uitvoering van zijn opdracht verrichte werkzaamheden. Zoals de
Accountantskamer ook reeds had overwogen, had de accountant vervolgens
alsnog terughoudendheid kunnen betrachten indien tegenstrijdige belangen
daartoe hadden genoopt.
Die verantwoordingsplicht impliceert derhalve een tuchtrechtelijke
verantwoordelijkheid. In dit concrete geval valt de betrokken accountant te
verwijten dat hij zich onvoldoende bereid heeft getoond tot overleg met de
curatoren. Dientengevolge heeft hij in strijd gehandeld met het fundamentele
beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, aldus het CBb.
De door curatoren in deze procedures aangevoerde klachtonderdelen
betreffende cashpool, securitisatie en continuïteit spelen eveneens een
belangrijke rol in het rechtmatigheidsonderzoek. Het beschreven oordeel c.q.
(dis)kwalificatie van CBb in hoogste instantie met betrekking tot de
verantwoording van het securitisatieprogramma wordt (ook) betrokken bij de
(definitieve) standpuntbepaling van curatoren ten aanzien van de inrichting en
getrouwheid van de jaarrekening(en) en het vervolg van het
rechtmatigheidsonderzoek.
In de afgelopen verslagperiode hebben curatoren na daartoe van de rechter-
commissaris verkregen toestemming KPMG alsmede de beide betrokken
accountants in privé formeel (hoofdelijk) aansprakelijk gesteld voor de schade
als gevolg van hun handelwijze.
De curatoren stellen zich op het standpunt dat de accountants ten onrechte
een goedkeurende accountantsverklaring bij de jaarrekeningen van PPX
(Netherlands) over de jaren 2009/2010 tot en met 2013/2014 hebben
afgegeven omdat zij ten onrechte de onjuiste verantwoording van het se-
curitisatieprogramma door het bestuur van PPX aanvaardbaar hebben geacht.
Ook houden de curatoren KPMG c.s. aansprakelijk voor de schade wegens het
niet voldoen aan de informatieplicht jegens curatoren.
De curatoren vorderen daarbij (1) de schade die de gezamenlijke schuldeisers
hebben geleden ten bedrage van het totaal van hun vorderingen dat niet door
een uitkering uit de boedel wordt gedekt alsmede (2) de schade aan de zijde
van de boedel die niet zou zijn geleden indien KPMG c.s. direct aan de
informatieplicht zou hebben voldaan. Deze schadepost bestaat uit de kosten
die door de curatoren dienden te worden gemaakt voor het op andere wijze
verkrijgen van die informatie. De totale schade bedraagt aldus ca € 11,5M
(exclusief rente en kosten).
Indien geen betaling plaatsvindt of op korte termijn een acceptabele minnelijke
regeling tot stand komt, zijn de curatoren voornemens om KPMG en de beide
accountants in privé in rechte te betrekken.
De door curatoren in de tuchtrechtelijke procedures aangevoerde
klachtonderdelen betreffende securitisatie, cashpool en
continuïteitsveronderstelling spelen een belangrijke rol in het
rechtmatigheidsonderzoek en verder te nemen (rechts)maatregelen. Het
beschreven oordeel c.q. (dis)kwalificatie van CBb in hoogste instantie met
betrekking tot de verantwoording van het securitisatieprogramma wordt (ook)
betrokken bij de (definitieve) standpuntbepaling van curatoren ten aanzien
van de inrichting en getrouwheid van de jaarrekening(en) door het bestuur
van PPX, alsmede de vervolgstappen vs. KPMG en betrokken accountants die
naar aanleiding van hun controle deze wijze van inrichting aanvaardbaar
hebben bevonden en de jaarrekening(en) van een goedkeurende verklaring
hebben voorzien.
Op 3 mei 2024 hebben curatoren na daartoe van de rechter-commissaris
verkregen toestemming KPMG alsmede de beide betrokken accountants in
privé formeel (hoofdelijk) aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van
hun onrechtmatige handelwijze. De totale schade die door de gezamenlijke
crediteuren alsmede de boedel van PPX is geleden op basis van de hiervoor
genoemde juridische grondslagen wordt door curatoren in hun
aansprakelijkstelling becijferd op € 11,5 mio (exclusief rente en kosten).
19-12-2024
22
In reactie op deze aansprakelijkstelling heeft KPMG c.s. om een nadere
juridische en financiële onderbouwing van bedoelde claims van curatoren
verzocht. De curatoren hebben daarop de grondslagen en omvang van hun
vorderingen nader uiteengezet.
In een vervolgreactie stelt KPMG c.s. op grond van een meer inhoudelijke
uiteenzetting van haar standpunt dat (1) zij niet onrechtmatig heeft gehandeld
jegens de gezamenlijke crediteuren en (2) KPMG niet gehouden is om de
schade aan de boedel, bestaande uit de kosten die door de curatoren, hun
adviseurs en advocaten dienden te worden gemaakt wegens het niet voldoen
door de betrokken accountant aan zijn informatie- en medewerkingsplicht, te
vergoeden. Vervolgens is tussen partijen overlegd of een minnelijke regeling
tot de reële mogelijkheden zou behoren en wat in aanloop daar naartoe nog
aan voorwaarden zou dienen te worden ingevuld. Het voornemen is thans om
op korte termijn een bespreking te arrangeren tussen KPMG c.s. en curatoren
in het bijzijn van de betrokken advocaten.
Indien geen betaling plaatsvindt en ook geen redelijk vooruitzicht bestaat dat
op korte termijn een realistische en acceptabele minnelijke regeling tot stand
komt, zullen de curatoren zich genoodzaakt zien om KPMG en de beide
accountants in privé in een civiele procedure te betrekken.
Voor wat betreft de definitieve oordeelsvorming en standpuntbepaling van
curatoren ten aanzien van de inrichting en getrouwheid van de
jaarrekening(en) en de (eventuele) aansprakelijkheid van het bestuur van
PPX wordt verwezen naar onderdeel 7.1. van het huidige en vorige openbaar
verslag.
Voor wat betreft de civiele aansprakelijkstelling van KPMG c.s. kunnen
curatoren in aanvulling op vorenstaande het volgende melden.
Enkele dagen voordat de met KPMG en haar advocaten in december 2024
gearrangeerde bespreking zou plaatsvinden, werden curatoren onverwachts
erover geïnformeerd dat KPMG zich in het vervolg in deze kwestie door een
ander advocatenkantoor zou laten bijstaan. Als gevolg daarvan heeft deze
bespreking geen doorgang gevonden maar is nog wel in december 2024 een
eerste oriënterend gesprek gevoerd tussen de (nieuwe) advocaten van
KPMG en die van curatoren. Vervolgens heeft in februari 2025 een bespreking
plaatsgevonden tussen KPMG en curatoren in het bijzijn van hun respectieve
advocaten, waarin over en weer de standpunten nader zijn uitgewisseld.
Daarna heeft KPMG - zoals tijdens genoemd overleg afgesproken - (alsnog en
voor het eerst inhoudelijk) schriftelijk gereageerd op de formele
aansprakelijkstelling d.d. 3 mei 2024. KPMG en de accountants zijn en blijven
van mening dat zij niet aansprakelijk zijn jegens de gezamenlijke crediteuren
van PPX noch jegens de boedel van PPX omdat van een civielrechtelijke
normschending geen sprake zou zijn. De aansprakelijkheid voor de door
curatoren gevorderde schade ad in totaal € 11,5 mio (exclusief rente en
kosten) wordt dan ook door hen afgewezen. In vervolg daarop heeft nog
enkele malen overleg plaatsgevonden tussen de advocaten en hebben
curatoren nog een nadere, meer gedetailleerde financiële onderbouwing
gegeven van de door de boedel sec geleden schade, bestaande uit de
kosten die door de curatoren alsmede de door hen ingeschakelde adviseurs
en advocaten gemaakt dienden te worden als gevolg van het niet voldoen
door de betrokken accountant aan zijn tuchtrechtelijk gesanctioneerde
informatie- en medewerkingsplicht.
Hoewel aan de zijde van KPMG weliswaar bereidheid bestaat om tot een
minnelijke regeling van het onderhavige geschil te komen, lijken de
standpunten over de juridische merites van de door curatoren ingestelde
claims zover uiteen te liggen dat onzeker is of op korte termijn een
acceptabele minnelijke regeling zal kunnen worden gerealiseerd ter
04-09-2025
23
7.4 Stortingsverplichting aandelen
7.5 Onbehoorlijk bestuur
voorkoming van een gerechtelijke procedure.
Bij uitblijven daarvan zullen de curatoren zich genoodzaakt zien om KPMG
alsmede de beide accountants in privé in een civiele procedure te betrekken,
ter voorbereiding waarvan de curatoren reeds met toestemming van de
rechter-commissaris (vrijwel) al het nodige hebben gedaan om onnodige
vertraging te voorkomen.
Een eventuele vordering welke de curatoren zouden kunnen ontlenen aan het
niet voldoen aan de stortingsverplichting ex art. 2:193 BW is inmiddels
verjaard gelet op de oprichtingsdatum van de vennootschap per 29 oktober
2003. Dit onderdeel kan dientengevolge als afgewikkeld worden beschouwd.
05-07-2024
21
7.5 Onbehoorlijk bestuur
7.6 Paulianeus handelen
Toelichting
Zoals eerder gemeld, was - na een laatste, derde ronde van wederhoor van
betrokkene(n) en hun advocaten en met inachtneming van alle voor forensisch
onderzoek geldende waarborgen, termijnen en regels - in juli 2020 het
forensisch onderzoek afgerond en het eindrapport gefinaliseerd.
Het rechtmatigheidsonderzoek, waarvan het voltooide feiten- en
oorzakenonderzoek door het forensisch accountantskantoor GT deel uitmaakt,
is door curatoren ook gedurende de verslagperiode op enkele relevante
onderdelen en aspecten voortgezet.
De curatoren zullen de door GT aan hen gerapporteerde uitkomsten van het
forensisch onderzoek bij hun eigen, meer omvattende
rechtmatigheidsonderzoek betrekken. De curatoren hadden reeds eerder met
bijstand van hun advocaten in dat kader een eerste analyse gemaakt in
verband met de vraag welke feiten en omstandigheden in belangrijke mate
aanleiding en oorzaak zijn geweest voor het onderhavige faillissement en
welke (eventuele) aansprakelijkheden jegens betrokkenen in verband
daarmee zouden zijn te onderkennen. De curatoren streven ernaar om in de
komende periode tot een definitieve oordeelsvorming en nadere
standpuntbepaling te komen.
Afhankelijk van de nadere conclusie(s) zal op basis daarvan aan de hand van
een nader met de rechter-commissaris af te stemmen plan van aanpak de
richting worden bepaald voor het vervolg van het rechtmatigheidsonderzoek.
Gelet op de aard van dit onderzoek zullen over de bevindingen en conclusies
alsmede andere inhoudelijke aspecten van het rechtmatigheidsonderzoek in
deze openbare verslaglegging verder geen inhoudelijke mededelingen worden
gedaan. De rechter-commissaris is en wordt steeds tussentijds schriftelijk
en/of mondeling door de curatoren vertrouwelijk geïnformeerd over de stand
van zaken en de relevante ontwikkelingen in het kader van het onderzoek.
05-07-2024
21
Toelichting
Hiervoor wordt verwezen naar onderdeel 1.5.
Aangezien het rechtmatigheidsonderzoek nog niet (volledig) is afgerond en de
curatoren hun definitieve standpunt ten aanzien van alle opgekomen
rechtmatigheidsaspecten in verhouding tot de (voormalig) bestuurders nog
niet hebben bepaald, hebben de curatoren in verband met het tijdsverloop
sedert een vorige aanzegging aan de betreffende (ex-)bestuurders een
stuitingsbrief gestuurd teneinde zodoende de aanspraken van de boedel
jegens hen niet te doen verjaren.
Voor het overige kan vorenstaande beschrijving nog steeds als actueel worden
beschouwd.
19-12-2024
22
Toelichting
Hiervoor wordt verwezen naar onderdelen 1.5 en 7.1 van het onderhavige
verslag. Voor het overige kan vorenstaande beschrijving nog steeds als
actueel worden beschouwd.
04-09-2025
23
7.6 Paulianeus handelen
7.7 Toelichting rechtmatigheid
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
Nee
Toelichting
Onderwerp van het rechtmatigheidsonderzoek is voorts geweest of in de
relevante periode voor faillissementsdatum rechtshandelingen zijn verricht,
waarvan op de voet van artikel 42 of 47 Fw zou moeten worden geconcludeerd
dat deze als paulianeus zijn te beschouwen ofwel of er sprake is geweest van
voor faillissementsdatum plaats gevonden verrekeningen door
groepsmaatschappijen, crediteuren en/of financier(s) op een tijdstip waarop
men wist c.q. voor hen te verwachten was dat de vennootschap zou failleren,
in welk geval dan sprake zou kunnen zijn van een ontoelaatbare
schuldoverneming c.q. verrekening als bedoeld in de artt. 53 c.q. 54 Fw.
Naar aanleiding van het in de vorige verslagen beschreven uitvoerige
onderzoek en op grond van hun oordeelsvorming over alle relevante financiële
aspecten en juridische merites van de destijds ingeroepen actio Pauliana
hebben de curatoren geconcludeerd dat het met inachtneming van alle bij die
afweging te betrekken aspecten niet in het belang van de boedel is noch op
grond van andere overwegingen opportuun is om ter zake verdere
(rechts)maatregelen te treffen. Daarmee kan deze rechtmatigheidskwestie als
afgedaan worden beschouwd.
05-07-2024
21
Nee
Toelichting
Zoals de curatoren in de vorige verslaglegging hebben aangegeven, was de
formeel-juridische en financiële ontmanteling van het financierings-programma
tussen de curatoren van PPX Holdings en PPX alsmede de betrokken financiers
definitief afgerond. Curatoren hebben vervolgens hun definitieve standpunt
bepaald ten aanzien van de vraag of de financier(s) paulianeus handelen kan
worden verweten met betrekking tot de op haar instigatie gewijzigde
cashpoolovereenkomst.
Naar aanleiding van het eerder beschreven onderzoek en oordeelsvorming
over alle relevante financiële aspecten en juridische merites van de destijds
ingeroepen actio Pauliana hebben de curatoren geconcludeerd dat het met
inachtneming van alle bij die afweging te betrekken aspecten niet in het
belang van de boedel is noch op grond van andere overwegingen opportuun is
om ter zake verdere (rechts)maatregelen te treffen. Daarmee is deze
rechtmatigheidskwestie definitief afgedaan.
19-12-2024
22
7.8 Werkzaamheden rechtmatigheid
8.1 Boedelvorderingen
In de afgelopen periode hebben curatoren met name aandacht besteed aan
de hiervoor in Onderdeel 7 benoemde rechtmatigheidsaspecten om te komen
tot een verdere oordeelsvorming en (definitieve) standpuntbepaling ten
aanzien van de hierna in het plan van aanpak in onderdeel 10.1 in concreto
beschreven kwesties.
De rechter-commissaris is gedurende de afgelopen (verslag)periode schriftelijk
en/of mondeling vertrouwelijk geïnformeerd omtrent de stand van zaken,
relevante ontwikkelingen en nadere bevindingen in deze. Gelet op het
vertrouwelijke karakter zullen de curatoren hieromtrent geen inhoudelijke
mededelingen doen in de openbare verslaglegging.
05-07-2024
21
Vorenstaande beschrijving van werkzaamheden besteed aan onderzoek en
oordeelsvorming betreffende alle relevante rechtmatigheidsaspecten is
eveneens van toepassing op de afgelopen verslagperiode.
19-12-2024
22
Voor de weergave van de door curatoren gedurende de afgelopen
(verslag)periode verrichte werkzaamheden betreffende de nog actuele,
relevante rechtmatigheidsaspecten wordt verwezen naar de onderdelen 7.1
t/m 7.6, alsmede de onderdelen 1.5 en 4.2 hiervoor.
04-09-2025
23
8. Crediteuren
€ 6.800.000,00
Toelichting
Zoals eerder vermeld, zijn (vrijwel) alle opkomende boedelvorderingen ten
bedrage van ruim
€ 6,8M omstreeks december 2018 voldaan. Dat was het moment waarop - na
ontvangst van de eerste tussentijdse uitdeling vanuit de boedel van PPX
Holdings - er voldoende concreet vooruitzicht bestond dat de boedel ten tijde
van de afwikkeling van het faillissement hoogstwaarschijnlijk toereikend zou
zijn om de opgekomen boedelschulden te voldoen, een en ander conform het
destijds hiervoor in de rechtspraak ontwikkelde criterium. Deze uitbetaling
betrof hoofdzakelijk de boedelvorderingen van UWV, Nederlandse en Belgische
werknemers alsmede de verhuurders van de bedrijfslocaties in Nederland en
België.
Een enkele boedelcrediteur heeft zich per verslagdatum - ondanks daartoe
herhaaldelijk te zijn benaderd - nog niet gemeld zodat de betreffende
boedelvordering als gevolg daarvan nog niet kon worden uitbetaald. Het
betreft hierbij overigens slechts geringe bedragen.
05-07-2024
21
Toelichting
Vorenstaande beschrijving is nog steeds actueel.
19-12-2024
22
Toelichting
04-09-2025
23
8.2 Pref. vord. van de fiscus
In vorenstaande beschrijving betreffende de financiële afwikkeling van in het
onderhavige faillissement opgekomen boedelvorderingen is gedurende de
afgelopen verslagperiode geen wijziging (meer) opgetreden zodat wordt
volstaan met verwijzing daarnaar.
€ 0,00
Toelichting
De Nederlandse fiscus is per verslagdatum niet met een geformaliseerde
preferente prefaillisse-mentsvordering bij het onderhavige faillissement
betrokken.
De curatoren hebben ingevolge de kort na het faillissement met de inspecteur
bij de Belastingdienst te Amsterdam gemaakte afspraak telkens per kwartaal
de OB-aangifte ingediend over de relevante boedelmutaties in de
respectievelijke tijdvakken, welke aangiften steeds door de Belastingdienst
zijn gevolgd en telkens hebben geleid tot vaststelling van het
dienovereenkomstig af te dragen resp. terug te ontvangen belastingbedrag.
In de afgelopen verslagperiode werd over het vierde kwartaal van 2023 en
eerste kwartaal van 2024 op aangifte een bedrag ad resp. € 1.924,= en €
42.582,= aan boedel-OB-teruggave toegekend c.q. ontvangen. De
daadwerkelijke uitbetaling daarvan aan de boedel heeft vervolgens ook al
plaatsgevonden.
De vaststelling van een (eventuele) naheffingsaanslag op grond van art. 29 lid
7 Wet OB ter zake de in vooraftrek gebrachte BTW over de openstaande
crediteuren zal eerst aan de orde zijn zodra definitief komt vast te staan dat
aan de concurrente crediteuren geen volledige uitkering kan worden gedaan.
Curatoren zullen hiervoor zo nodig een reservering aanhouden.
De prefaillissementsvordering van de Belgische fiscus (FOD) te Antwerpen ten
bedrage van ruim
€ 653.000,- is in het onderhavige faillissement geverifieerd als concurrente
vordering en derhalve begrepen in de in onderdeel 8.5 vermelde totale
concurrente schuldenlast, ter zake waarvan derhalve eveneens destijds een
gedeeltelijke uitkering van 15% van de nominale vordering heeft
plaatsgevonden.
05-07-2024
21
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode werd over het tweede en derde kwartaal van
2024 op aangifte een bedrag ad resp. € 4.092,= en € 46.083,=aan boedel-OB-
teruggave toegekend c.q. ontvangen. De daadwerkelijke uitbetaling daarvan
aan de boedel heeft per verslagdatum inmiddels plaatsgevonden.
19-12-2024
22
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode werd over het vierde kwartaal van 2024 en
het eerste kwartaal van 2025 op aangifte een bedrag ad resp. € 49.352,= en
€ 5.220,= aan boedel-OB-teruggave toegekend c.q. ontvangen. De
daadwerkelijke uitbetaling daarvan aan de boedel heeft per verslagdatum
inmiddels plaatsgevonden.
04-09-2025
23
8.3 Pref. vord. UWV
8.4 Andere pref. crediteuren
€ 1.973.961,21
Toelichting
De erkende preferente loonvordering van het UWV over de pre-
faillissementsperiode uit hoofde van de overname van de loonverplichtingen
van het voormalige personeel ingevolge artikel 61 WW (Loongarantieregeling)
in welke achterstallige vorderingen het UWV is gesubrogeerd, bedroeg in
totaal € 1.973.961,21 volgens onderstaande specificatie:
€ 295.234.86 (hoogpreferent ex artikel 66 lid 3 WW);
€ 1.678.726.35 (laagpreferent ex artikel 66 lid 1 WW en artikel 3:288e BW).
Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse
uitdelingslijst aan UWV als preferente crediteur toekomt, zijnde 100% van
voornoemde erkende vorderingen, is aan UWV uitbetaald.
05-07-2024
21
Toelichting
UWV is thans louter nog met een concurrente prefaillissemenstvordering ad in
totaal € 956.544,05 bij het onderhavige faillissement betrokken.
19-12-2024
22
Toelichting
De concurrente pre-faillissementsvordering van UWV uit hoofde van de
Loongarantieregeling bedraagt per verslagdatum in totaal € 956.544,05,
welke vordering is begrepen in het in onderdeel 8.6 vermelde totale
concurrente passief.
04-09-2025
23
8.4 Andere pref. crediteuren
8.5 Aantal concurrente crediteuren
€ 1.115.799,05
Toelichting
Daarnaast waren ten tijde van de verificatievergadering ca. 480 overige
crediteuren bij het onderhavige faillissement betrokken met een erkende
preferente vordering voor een totaalbedrag van
€ 1.112.772,93 (bruto) en € 3.026,12 (netto). Deze vorderingen hadden
voornamelijk betrekking op de niet door de Loongarantieregeling gedekte
loonvorderingen van de voormalige werknemers van PPX in Nederland en
België alsmede de vordering van de Belgische uitkeringsinstantie Fonds van
Sluiting Ondernemingen (FSO).
Tijdens de gehouden verificatievergadering zijn geen overige preferente
crediteuren verschenen, zodat daarmee het preferente passief in het
onderhavige faillissement definitief vaststaat.
Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse
uitdelingslijst aan preferente crediteuren toekomt, zijnde 100% van de
erkende vorderingen, is uitbetaald of zal zo spoedig mogelijk aan de
rechthebbenden worden uitbetaald zodra curatoren alle benodigde
betaalinformatie van betrokkenen hebben ontvangen.
05-07-2024
21
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode hebben zich geen overige preferente
prefaillissementscrediteuren (meer) gemeld in verband met hun aanspraak om
uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse uitdelingslijst een bedrag
van 100% van hun erkende vordering te ontvangen. Ondanks de nodige
inspanningen daartoe van curatoren, heeft een 13-tal oud-werknemers nog
steeds niet gereageerd naar aanleiding van de herhaalde verzoeken om
daartoe de benodigde betaalinformatie te verstrekken.
19-12-2024
22
€ 364.412,09
Toelichting
Per verslagdatum hebben ca. 13 oud-werknemers en het Fonds voor Sluiting
van Ondernemingen nog (steeds) niet gereageerd naar aanleiding van de
herhaalde verzoeken om de van hen benodigde betaalinformatie te
verkrijgen voor de uitbetaling van de aan hen toekomende uitkering ten
bedrage van 100% van hun erkende vordering.
04-09-2025
23
8.5 Aantal concurrente crediteuren
8.6 Bedrag concurrente crediteuren
8.7 Verwachte wijze van afwikkeling
653
Toelichting
Ten tijde van de verificatievergadering waren in totaal 653 crediteuren bij het
onderhavige faillissement betrokken met een erkende concurrente vordering
voor een totaalbedrag ad
€ 16.606.093,75.
De vordering van de Belgische fiscus (FOD) is voor een totaalbedrag ad ruim €
653.000,- geverifieerd op de lijst van erkende concurrente vorderingen. Deze
vordering is derhalve in voornoemd totaalbedrag begrepen. Hiervoor wordt
verwezen naar het 16e openbare verslag.
05-07-2024
21
€ 16.606.093,75
Toelichting
Het bedrag dat uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse
uitdelingslijst aan concurrente crediteuren toekomt, zijnde 15% van de
erkende vorderingen, is uitbetaald of zal zo spoedig mogelijk aan de
rechthebbenden worden uitbetaald zodra curatoren alle benodigde
betaalinformatie van betrokkenen hebben ontvangen.
05-07-2024
21
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode is aan vier concurrente crediteuren het bedrag
uitbetaald waarop zij uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse
uitdelingslijst aanspraak konden maken. Ondanks de nodige inspanningen
daartoe van curatoren, hebben de overige gerechtigde concurrente
crediteuren nog steeds niet gereageerd naar aanleiding van de herhaaldelijke
verzoeken om de daartoe de benodigde betaalinformatie te verstrekken. Zie
verder ook onderdeel 8.8.
19-12-2024
22
Toelichting
In de afgelopen verslagperiode is aan 2 concurrente crediteuren het bedrag
uitbetaald waarop zij uit hoofde van de verbindend geworden tussentijdse
uitdelingslijst aanspraak konden maken. Ondanks de nodige inspanningen
daartoe van curatoren, hebben de overige gerechtigde concurrente
crediteuren nog steeds niet gereageerd naar aanleiding van de
herhaaldelijke verzoeken om de daartoe de benodigde betaalinformatie te
verstrekken. Zie verder ook onderdeel 8.8.
04-09-2025
23
Zoals hiervoor aangegeven, zijn (vrijwel) alle boedelcrediteuren integraal
voldaan. Aan alle preferente prefaillissementscrediteuren heeft een uitkering
plaatsgevonden ten bedrage van 100% van hun geverifieerde vordering,
terwijl aan de concurrente prefaillissementscrediteuren een uitkering heeft
plaatsgevonden ten bedrage van 15% van hun geverifieerde vordering, een en
ander voor zover zij aan curatoren de benodigde betaalinformatie hebben
verstrekt. Zie onderdeel Inleiding voor een gedetailleerde beschrijving van
05-07-2024
21
aantal en omvang van de zgn. resterende crediteuren.
Inmiddels hebben de curatoren de slotuitdeling ontvangen uit de boedel van
de Administration van de PPX-UK-groep/The Paper Company. Op korte termijn
verwachten de curatoren nog een aanvullende bate uit hoofde van de
(slot)uitdeling uit de boedel van PPX Holdings.
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
alsmede de schade welke door de boedel als zodanig is geleden als gevolg
van hun handelwijze. Op dit moment is onzeker of en welke (eventuele
andere) rechtmatigheidsaanspraken jegens derden geldend gemaakt zullen
worden en welke baten uit hoofde daarvan gerealiseerd zouden kunnen
worden.
De omvang van deze (mogelijkerwijs) nog te realiseren aanvullende baten kan
van invloed zijn op de toestand van de boedel ten tijde van de afwikkeling van
het faillissement. Gelet op de in dit verslag uitvoerig uiteengezette
omstandigheden en complexe aard van de nog voor afdoening vatbare
kwesties kunnen curatoren in dit stadium derhalve nog geen uitspraak doen
over de verdere concrete vooruitzichten voor concurrente
prefaillissementscrediteuren van een (slot-)uitkering ter zake hun resterende
vordering noch over de verwachte termijn van afwikkeling van dit faillissement.
Zoals eerder beschreven, zijn (vrijwel) alle boedelcrediteuren integraal
voldaan. Aan alle preferente prefaillissementscrediteuren heeft uit hoofde van
de goedgekeurde tussentijdse uitdelingslijst een uitkering plaatsgevonden ten
bedrage van 100% van hun geverifieerde vordering, terwijl aan de concurrente
prefaillissementscrediteuren een uitkering heeft plaatsgevonden ten bedrage
van 15% van hun geverifieerde vordering, een en ander voor zover zij aan
curatoren de benodigde betaalinformatie hebben verstrekt. Zie onderdeel 8.8
voor een meer gedetailleerde beschrijving van aantal en omvang van de zgn.
resterende crediteuren die tot dusver niet hebben gereageerd op de
herhaalde verzoeken van de zijde van de curatoren om de voor uitbetaling
benodigde betaalinformatie te verstrekken.
Verder hebben de curatoren de slotuitdelingen ontvangen uit de boedel van de
Administration van de PPX-UK-groep/The Paper Company resp. de boedel van
PPX Holdings (zie onderdeel 4.2).
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
alsmede de schade welke door de boedel als zodanig is geleden als gevolg
van hun onrechtmatig handelen. KPMG heeft elke aansprakelijkheid voor de
gevorderde schade(posten) afgewezen. Naar alle waarschijnlijkheid zal in de
komende (verslag)periode blijken of er aan de zijde van KPMG alsnog enige
bereidheid is om het onderhavige geschil in der minne te regelen, bij uitblijven
waarvan de curatoren zich genoodzaakt zullen zien om de voorgenomen civiele
procedure tegen KPMG en de betrokken accountants in privé te entameren.
Verder zal in de komende periode nog moeten blijken of en welke (eventuele
andere) rechtmatigheidsaanspraken jegens derden geldend gemaakt zullen
(kunnen) worden en welke baten uit hoofde daarvan gerealiseerd zouden
kunnen worden.
Op grond van vorenstaande geldt dat in verband met de in dit verslag uitvoerig
uiteengezette omstandigheden en complexe aard van de nog voor afdoening
vatbare kwesties door de curatoren in dit stadium derhalve nog geen concrete
19-12-2024
22
8.8 Werkzaamheden crediteuren
uitspraak kan worden gedaan over de verdere vooruitzichten voor de
opkomende concurrente prefaillissementscrediteuren van een (slot-)uitkering
noch over de verwachte termijn van afwikkeling van dit faillissement.
Onder verwijzing naar vorenstaande zij vermeld dat (vrijwel) alle
boedelcrediteuren integraal zijn voldaan. Aan alle preferente
prefaillissementscrediteuren heeft uit hoofde van de goedgekeurde
tussentijdse uitdelingslijst voor zover mogelijk een uitkering plaatsgevonden
ten bedrage van 100% van hun geverifieerde vordering, terwijl aan de
concurrente prefaillissementscrediteuren een uitkering heeft plaatsgevonden
ten bedrage van 15% van hun geverifieerde vordering, een en ander voor
zover zij aan curatoren de benodigde betaalinformatie hebben verstrekt.
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
alsmede de schade welke door de boedel als zodanig is geleden als gevolg
van hun onrechtmatig handelen voor een totaalbedrag ad € 11,5 mio. Zoals
hiervoor in onderdeel 7.3 uiteengezet, heeft KPMG elke aansprakelijkheid
voor de gevorderde schade(posten) afgewezen.
Naar verwachting zal in de komende (verslag)periode blijken of er aan de
zijde van KPMG alsnog enige (betalings-)bereidheid is om het onderhavige
geschil in der minne te regelen, bij uitblijven waarvan de curatoren zich
genoodzaakt zullen zien om de voorgenomen civiele procedure tegen KPMG
en de betrokken accountants in privé te starten.
04-09-2025
23
Tussentijdse uitdeling aan boedel- en prefaillissementscrediteuren
Ter zitting van de verificatievergadering d.d. 21 september 2018 was de totale
schuldenlast van de opkomende prefaillissementscrediteuren van de
vennootschap vastgesteld.
In vervolg daarop zijn in december 2018 (vrijwel) alle boedelvorderingen ten
bedrage van ca.
€ 6,1M voldaan. Op grond van de per 11 oktober 2021 verbindend geworden
tussentijdse uitdelingslijst hebben (vrijwel) alle geverifieerde preferente
crediteuren betaling ontvangen ten bedrage van 100% van hun geverifieerde
vordering en is aan de geverifieerde concurrente crediteuren tus-sentijds een
(eerste) uitkering gedaan ter hoogte van 15% van hun geverifieerde
vorderingen. Het betreft in totaal 427 preferente en 620 concurrente
crediteuren in binnen- en buitenland.
Ondanks de nodige herhaalde inspanningen van de zijde van curatoren en
Finance van PPX ge-durende de vorige verslagperiodes heeft een substantieel
aantal crediteuren tot dusver niet gereageerd op het (herhaalde) verzoek van
curatoren om aan te geven op welke wijze men de uitbetaling van de aan hen
toekomende partiële uitdeling wenst te ontvangen.
Per verslagdatum hebben 14 preferente crediteuren met nominale vorderingen
ad in totaal
€ 364.412,09 nog niet op de (diverse) aanschrijving(en) en andere pogingen
om met hen in contact te komen, gereageerd. Daarnaast hebben per
verslagdatum 191 concurrente crediteuren met nominale vorderingen ad in
totaal € 2.194.135,82 zich ook nog niet gemeld, althans adequaat gereageerd
op het verzoek van curatoren omtrent de betaalwijze. Aan alle overige
crediteuren is het aan hen toekomende bedrag uitbetaald.
Het uitblijven van een reactie van de resterende crediteuren op de diverse
pogingen van curatoren c.s. om de benodigde betaalgegevens te verkrijgen,
bemoeilijkt helaas de financiële afhandeling van deze eerste tranche. In
05-07-2024
21
verband met het grote aantal crediteuren in binnen- en (verre) buitenland en
mede als gevolg van talrijke cessies, rechtsopvolging en andere wijzigingen die
reeds voor of in de periode na de verificatievergadering hadden
plaatsgevonden alsmede de positie van kredietverzekeraars die na uitkering
aan verzekerde (handels-)crediteuren uit hoofde daarvan als gesubrogeerd
crediteur opkomen, is deze (eerste) uitdeling een tijdrovende en bewerkelijke
exercitie gebleken.
Curatoren hebben niettemin voor deze intensieve aanpak gekozen omdat in
het andere geval te zijner tijd bij de afwikkeling van het faillissement alsnog
dezelfde tijdrovende werkzaamheden zouden moeten worden verricht. Voor de
afdracht aan de consignatiekas van het aan de resterende crediteuren
toekomende saldo zal het als gevolg van de tijdsintensieve procedure en
voorwaarden die het ministerie van Financiën daarvoor stelt, ook noodzakelijk
zijn om uitvoerige documentatie aan te leveren aan de hand waarvan de
resterende crediteuren die in voorkomend geval nog aanspraak op een
(gedeeltelijke) uitkering kunnen maken, kunnen worden geïdentificeerd.
Curatoren zullen zich beraden hoe hiermee verder te gaan.
In aanvulling op de onderdelen 8.4 en 8.6 en de laatste informatie in
onderdeel 8 van het vorige verslag vermelden curatoren het volgende.
Tot dusver heeft een substantieel aantal preferente en concurrente
crediteuren nog steeds niet gereageerd op het (herhaalde) verzoek van de
zijde van de curatoren om aan te geven op welke wijze men de uitbetaling van
de aan hen toekomende partiële uitdeling wenst te ontvangen.
Per verslagdatum hebben 14 preferente crediteuren met nominale vorderingen
ad in totaal
€ 364.412,09 nog niet op de (diverse) aanschrijving(en) en andere pogingen
om met hen in contact te komen, gereageerd. Daarnaast hebben per
verslagdatum 188 concurrente crediteuren met nominale vorderingen ad in
totaal € 2.192.567,70 ook nog niet gereageerd op het verzoek van curatoren
omtrent de betaalwijze. Aan alle overige crediteuren is het hun toekomende
bedrag wel uitbetaald.
Indien de gerechtigde crediteuren ook in de toekomst niet reageren, zullen
curatoren ertoe overgaan om het aan deze resterende crediteuren
toekomende saldo van de uitdeling af te dragen aan de consignatiekas
volgens de (tijdrovende) procedure en formaliteiten die het ministerie van
Financiën daaraan heeft verbonden.
19-12-2024
22
De actuele stand van zaken met betrekking tot de uitbetaling van de aan
preferente en concurrente pre-faillissementscrediteuren toekomende
uitkering is als volgt.
Per verslagdatum hebben 14 preferente crediteuren met nominale
vorderingen ad in totaal
€ 364.412,09 nog niet op de (diverse) aanschrijving(en) en andere pogingen
om met hen in contact te komen, gereageerd. Daarnaast hebben per
verslagdatum 186 concurrente crediteuren met nominale vorderingen ad in
totaal € 2.190.254,11 ook nog niet gereageerd op het herhaald verzoek van
curatoren omtrent de gewenste betaalwijze. Aan alle overige crediteuren kon
het hun toekomende bedrag wel worden uitbetaald.
Curatoren beschouwen het niet langer als hun taak om - gelet op alle
inspanningen van hun zijde alsmede die van Finance van PPX tot dusver -
hieraan in het vervolg nog (veel) tijd en aandacht te besteden.
Curatoren zullen derhalve te zijner tijd bij gelegenheid van de afwikkeling
van het onderhavige faillissement het aan deze (en toekomstige) resterende
04-09-2025
23
9.1 Naam wederpartijen
crediteuren toekomende uitkeringssaldo in de consignatiekas storten conform
de daarvoor geldende procedure en formaliteiten van het ministerie van
Financiën.
9. Procedures
KPMG tuchtrechtelijke procedures
Voor een inhoudelijke beschrijving van de diverse klachtonderdelen van
partijen en de uitspraak van CBb in hoogste instantie in de beide hoger
beroepsprocedures wordt verwezen naar onderdeel 7.3.
KPMG 843a Rv-procedure
Hiervoor wordt verwezen naar het 17e verslag in combinatie met onderdeel
7.3 van het onderhavige verslag.
Pauliana cashpool
De curatoren hebben op enig moment jegens alle bij de cashpool betrokken
contractspartijen de actio Pauliana ingeroepen wegens benadeling van
crediteuren. Dit onderdeel kan inmiddels als afgedaan worden beschouwd.
Hiervoor wordt verder verwezen naar onderdeel 7.6.
KPMG civiele aansprakelijkheid - voorgenomen procedure
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants in privé (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
alsmede de schade welke door de boedel is geleden als gevolg van hun
handelwijze. Indien geen betaling plaatsvindt of op korte termijn een
acceptabele minnelijke regeling tot stand komt, zijn de curatoren voornemens
om KPMG en de beide accountants in rechte te betrekken.
05-07-2024
21
KPMG tuchtrechtelijke procedures
Hiervoor wordt verwezen naar onderdeel 7.3 van dit verslag.
KPMG 843a Rv-procedure
Hiervoor wordt verwezen naar het 17e verslag in combinatie met onderdeel
7.3 van het vorige verslag.
Pauliana cashpool
Dit onderdeel kan inmiddels als afgedaan worden beschouwd. Verwezen wordt
naar de onderdelen 4.2, 5.1 en 7.6 van het (vorige) verslag.
KPMG civiele aansprakelijkheid - voorgenomen procedure
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants in privé (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
alsmede de schade welke door de boedel is geleden als gevolg van hun
onrechtmatig handelen. Indien geen betaling plaatsvindt en ook geen redelijk
vooruitzicht (meer) bestaat dat op korte termijn een realistische en
acceptabele minnelijke regeling tot stand komt, zullen de curatoren zich
genoodzaakt zien om KPMG alsmede de beide accountants in privé in een
civiele procedure te betrekken.
19-12-2024
22
KPMG civiele aansprakelijkheid - voorgenomen gerechtelijke procedure
De curatoren hebben KPMG en de betrokken accountants in privé (hoofdelijk)
aansprakelijk gesteld voor de schade van de gezamenlijke crediteuren
04-09-2025
23
9.2 Aard procedures
9.3 Stand procedures
9.4 Werkzaamheden procedures
alsmede de schade welke door de boedel is geleden als gevolg van hun
onrechtmatig handelen voor een schadebedrag ad in totaal € 11,5 mio (+
p.m.).
Indien geen (substantiële) betaling plaatsvindt en ook geen redelijk
vooruitzicht (meer) bestaat dat op korte termijn een acceptabele minnelijke
regeling kan worden gerealiseerd, zullen de curatoren zich genoodzaakt zien
om KPMG alsmede de beide accountants in privé in een civiele procedure te
betrekken.
Zie hiervoor onderdelen 7.3 en 9.1. 05-07-2024
21
Voor wat betreft de aansprakelijkstelling en in voorkomend geval te entameren
civiele procedure wegens aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide
accountants in privé wordt verwezen naar de onderdelen 7.1, 7.3, 8.7 en 9.1.
19-12-2024
22
Zie hiervoor de onderdelen 7.1, 7.3, 8.7 en 9.1. 04-09-2025
23
Zie voor wat betreft de voorgenomen procedure wegens civiele
aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide accountants de onderdelen 7.3 en
9.1.
05-07-2024
21
Voor wat betreft de aansprakelijkstelling en in voorkomend geval te entameren
civiele procedure wegens aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide
accountants wordt verwezen naar de onderdelen 1.5, 7.3 en 9.1.
19-12-2024
22
Zie hiervoor de onderdelen 1.5, 7.3 en 9.1. 04-09-2025
23
Zie voor wat betreft de voorgenomen procedure wegens civiele
aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide accountants de onderdelen 7.3 en
9.1.
05-07-2024
21
Voor wat betreft de aansprakelijkstelling en in voorkomend geval te entameren
civiele procedure wegens aansprakelijkheid tegen KPMG en de beide
accountants wordt verwezen naar de onderdelen 1.5, 7.3 en 9.1.
19-12-2024
22
Zie hiervoor de onderdelen 1.5, 7.3 en 9.1. 04-09-2025
23
10. Overig
10.1 Plan van aanpak
De werkzaamheden van de curatoren zullen in de komende (verslag)periode
met name betrekking hebben op de onderstaande kwesties en specifieke
aspecten betreffende het rechtmatigheidsonderzoek:
Het maken van een definitieve analyse van de grondslagen voor
(eventuele) civiele aansprakelijkheid van KPMG en de betrokken
accountants;
Het analyseren, beoordelen en voorbereiden van (eventuele)
rechtsmaatregelen tegen KPMG en de betrokken accountants;
Het maken van een definitieve analyse omtrent de getrouwheid van de
jaarrekening(en) van de vennootschap in verband met de balansmatige
verwerking van het securitisatieprogramma, de cashpool-agreement(s)
en continuïteitsverklaring(en) door de bestuurder(s);
Het beoordelen van de rechtmatigheidsaspecten betreffende de
(wijzigingen van de) cashpool-agreement(s) door de bestuurder(s);
Het maken van een definitieve analyse van de grondslagen voor
(eventuele) aansprakelijkheid van de bestuurder(s) en andere bij de
bedrijfsleiding van de vennootschap betrokkenen;
Het analyseren en beoordelen van (eventuele) rechtsmaatregelen tegen
de bestuurder(s);
Het beoordelen van de mogelijkheid van een (vervolg- of slot)uitdeling
aan concurrente crediteuren;
Het trachten te achterhalen van de huidige contact- en bankgegevens
van de erkende crediteuren die nog een uitdeling dienen te ontvangen;
Overige en resterende noodzakelijke werkzaamheden in het kader van
de afwikkeling van het onderhavige faillissement.
05-07-2024
21
In de komende (verslag)periode zullen de werkzaamheden van de curatoren
met name betrekking hebben op de onderstaande kwesties en specifieke
aspecten verband houdend met het rechtmatigheidsonderzoek:
Het afronden van de definitieve analyse en oordeelsvorming omtrent de
grondslagen voor (eventuele) civiele aansprakelijkheid van KPMG en de
betrokken accountants;
Het verder onderzoeken van de mogelijkheden van een aanvaardbare
minnelijke regeling met KPMG c.s.;
Het voltooien van de voorbereiding van een civiele procedure tegen
KPMG en de betrokken accountants;
Het afronden van de definitieve analyse en oordeelsvorming omtrent de
getrouwheid van de jaarrekening(en) van de vennootschap in verband
met de balansmatige verwerking van het securitisatieprogramma, de
cashpool-agreement(s) en de continuïteitsveronderstelling door de
bestuurder(s);
Het beoordelen van de rechtmatigheidsaspecten betreffende de
(wijzigingen van de) cashpool-agreement(s) door de bestuurder(s);
Het afronden van de definitieve oordeelsvorming omtrent de grondslagen
voor (eventuele) aansprakelijkheid van de bestuurder(s) en andere bij de
bedrijfsleiding van de vennootschap betrokkenen;
Het analyseren en beoordelen van (eventuele) rechtsmaatregelen tegen
de bestuurder(s);
Het beoordelen van de mogelijkheid van een (vervolg- of slot)uitdeling
aan concurrente crediteuren;
Overige noodzakelijke werkzaamheden in het kader van de afwikkeling
van het onderhavige faillissement.
19-12-2024
22
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
In de komende (verslag)periode zullen de werkzaamheden van curatoren
met name gericht zijn op de onderstaande kwesties en specifieke
rechtmatigheidsaspecten:
Het verder onderzoeken van de mogelijkheden van een aanvaardbare
minnelijke regeling met KPMG c.s. op korte termijn ter voorkoming van
een gerechtelijke procedure;
Het voltooien van de dagvaarding ter voorbereiding van een civiele
procedure tegen KPMG en de betrokken accountants;
Het maken van de definitieve analyse, oordeelsvorming en
standpuntbepaling met betrekking tot de getrouwheid van de
jaarrekening(en) van de vennootschap voor wat betreft de
balansmatige verwerking van het securitisatieprogramma, de cashpool-
agreement(s) en de continuïteitsveronderstelling door de voormalige
bestuurder(s);
Het innemen van een definitief standpunt omtrent de grondslagen en
haalbaarheid voor (eventuele) aansprakelijkheid van de bestuurder(s)
en andere bij de bedrijfsleiding van de vennootschap betrokkenen;
Het beoordelen van de opportuniteit van een (tussentijdse of slot-
)uitdeling aan de erkende concurrente crediteuren;
Overige noodzakelijke en gebruikelijke werkzaamheden in het kader
van de afwikkeling van het onderhavige faillissement.
04-09-2025
23
10.2 Termijn afwikkeling faillissement
10.3 Indiening volgend verslag
10.4 Werkzaamheden overig
Gelet op de omvang en bewerkelijkheid van dit faillissement, alsmede de aard
en omvang van de opgekomen en nog actuele rechtmatigheidskwesties is het
voor de curatoren op dit moment niet mogelijk om aan te geven welke de
concrete vooruitzichten voor de erkende concurrente prefaillissements-
crediteuren zullen zijn van een (slot-)uitkering ten aanzien van hun resterende
vordering.
Zulks zal in ieder geval afhangen van de (financiële) afwikkeling van het
faillissement van PPX Holdings en daaruit volgende (slot)uitdeling. De
curatoren zijn namens de curator van PPX Holdings geïnformeerd dat een en
ander op korte termijn zijn beslag zal krijgen. Verder is daarvoor relevant
welke (eventuele) rechtmatigheidsaanspraken daadwerkelijk geldend gemaakt
zullen worden en welke baten uit hoofde daarvan dan op enig moment in de
boedel zullen vloeien.
De curatoren zetten zich ervoor in om het faillissement voortvarend af te
wikkelen. De aard, omvang, complexiteit en tijdsbeslag van de nog voor
afdoening vatbare kwesties vereisen dat hiervoor voldoende tijd wordt
genomen en dat de afhandeling daarvan zorgvuldig geschiedt zodat geen
afbreuk wordt gedaan aan de financiële en andere belangen van de boedel en
de opkomende gezamenlijke crediteuren. Als gevolg daarvan kan niet worden
aangegeven hoe lang het onderhavige faillissement zal hebben voort te duren
en wanneer het faillissement zal kunnen worden beëindigd.
Hiervoor verwijzen de curatoren naar de in onderdeel 10.1 beschreven, nog
voor afdoening vatbare kwesties en de in dat kader nog te verrichten concrete
werkzaamheden.
05-07-2024
21
Omtrent de concrete vooruitzichten voor de erkende concurrente
prefaillissementscrediteuren van een (slot-)uitkering ten aanzien van hun
resterende vordering kunnen de curatoren op dit moment nog geen uitsluitsel
geven. Zulks zal met name worden beïnvloed door de afhandeling van de
hiervoor in onderdeel 10.1 genoemde (rechtmatigheids)-kwesties en de
afweging en besluitvorming door de curatoren welke (eventuele) daarop
gebaseerde rechtmatigheidsaanspraken geldend gemaakt zullen worden en
welke baten uit hoofde daarvan dan in concreto in de boedel zouden kunnen
vloeien.
Mede hiervan zal afhangen hoe lang het onderhavige faillissement zal hebben
voort te duren voordat het faillissement zal kunnen worden beëindigd.
19-12-2024
22
Omtrent de concrete vooruitzichten voor de erkende concurrente
prefaillissementscrediteuren van een (tussentijdse of slot-)uitkering ten
aanzien van hun erkende vordering kunnen de curatoren op dit moment nog
geen uitsluitsel geven.
Dit zal met name afhangen van de besluitvorming door curatoren welke
(eventuele) hiervoor in onderdeel 10.1 genoemde
rechtmatigheidsaanspraken geldend gemaakt zullen (kunnen) worden en
vervolgens welke baten uit hoofde daarvan effectief in de boedel vloeien.
04-09-2025
23
19-12-2025 04-09-2025
23
Het volgende verslag zal overeenkomstig de geldende richtlijnen van de
rechtbank Gelderland binnen zes maanden na verslagdatum worden
ingediend. Uiteraard zullen de curatoren in voorkomend geval de rechter-
commissaris tussentijds (vertrouwelijk) informeren, indien en voor zover hun
bevindingen daartoe aanleiding geven dan wel zich bijzonderheden of
relevante nieuwe ontwikkelingen voordoen bij de hiervoor onder punt 10.1
genoemde aspecten in het bijzonder.
Vanwege de omvang, bewerkelijkheid en complexiteit van dit faillissement en
de hoeveelheid verschillende onderwerpen die (gelijktijdig) de nodige tijd en
aandacht vergen werken de curatoren samen in een team met enkele
kantoorgenoten die verschillende onderdelen van het faillissement zelfstandig
en/of in samenspraak behandelen en afwikkelen. Deze kantoorgenoten zijn op
dit moment mr. Priscilla Trip en Cher Hafkamp LLB. Waar processueel nodig of
qua deskundigheid gewenst hebben de curatoren zich in de afgelopen jaren
tevens laten bijstaan door hun advocaten prof. mr. dr. drs. Karen Harmsen RA
en mr. Marie-Hélène Berghuijs van TOON Advocaten te Amsterdam en mr. Hans
van Wijk en mr. Gijsbrecht Nieuwland van Pels Rijcken te Den Haag. In deze
fase van het faillissement worden de curatoren bijgestaan door mr. Harmsen
voornoemd en mr. F.J.T.A. Werners van TOON Advocaten te Amsterdam.
Hierbij doen de curatoren op de voet van het bepaalde in de artikelen 73a e.v.
Faillissementswet in bovengenoemd faillissement verslag van de toestand van
de boedel, alsmede van de relevante ontwikkelingen welke zich sedert de
vorige verslaglegging hebben voorgedaan. Voor zover zich in deze
verslagperiode op bepaalde onderdelen geen nieuwe ontwikkelingen hebben
voorgedaan, zijn die onderwerpen in dit verslag komen te vervallen of wordt
verwezen naar het laatste verslag waarin de afwikkeling van die kwestie is
beschreven.
Voor de onderhavige verslaglegging geldt dat dit openbaar verslag door de
curatoren c.s. met grote zorgvuldigheid is samengesteld. De curatoren kunnen
echter niet instaan voor de volledigheid en/of juistheid daarvan. Het is mogelijk
dat bepaalde informatie (nog) niet geopenbaard kan worden of zich als
zodanig niet leent voor openbare publicatie. Ook dient ermee rekening te
worden gehouden dat achteraf bepaalde informatie of gegevens in dit verslag
worden aangepast of aangevuld. Een en ander kan ook (belangrijke) gevolgen
hebben voor de vooruitzichten voor de opkomende crediteuren en op termijn
voor de wijze van afwikkeling van het onderhavige faillissement. Aan dit
verslag kunnen derhalve nadrukkelijk geen rechten worden ontleend.
De curatoren vertrouwen met de bovenstaande beschrijving van de toestand
van de boedel alsmede de bevindingen en (verdere) ontwikkelingen
betreffende de beschreven onderdelen en kwesties aan hun wettelijke
verplichting tot verslaglegging aan de rechter-commissaris en overige
belanghebbenden te hebben voldaan.
05-07-2024
21
Vorenstaande beschrijving is onverkort van toepassing op de onderhavige
verslaglegging.
19-12-2024
22
In deze fase van het faillissement worden de curatoren in de kwestie van de
civiele aansprakelijkheid vs KPMG c.s. bijgestaan door de advocaten mr.
Harmsen voornoemd en mr. F.J.T.A. Werners, beiden verbonden aan TOON
Advocaten te Amsterdam.
Voor het overige geldt onverkort hetgeen ten aanzien van dit onderdeel in
het 21e openbaar verslag is vermeld.
04-09-2025
23
Bijlagen
Bijlagen